Gemeente Rhenen - Subsidieregelingen 2022

Geldend van 15-10-2021 t/m 31-12-2022

Intitulé

Gemeente Rhenen - Subsidieregelingen 2022

1. Inleiding

In het voorjaar van 2019 is in de gemeente Rhenen het subsidiebeleid herijkt. Deze herijking is tweeledig. Een nieuwe Algemene subsidieverordening Rhenen 2019 (hierna te noemen Asv 2019) is opgesteld.

Ook wordt er gewerkt met dit document: Jaarlijkse subsidieregelingen. In dit document staan de subsidieregelingen met een terugkerend karakter. Jaarlijks worden deze regelingen gepubliceerd om de subsidieplafonds kenbaar te maken. Ook worden de voorwaarden en criteria om in aanmerking te komen in de regelingen toegelicht.

Om een volledig overzicht te geven van alle subsidiemogelijkheden wordt in dit document tevens aangegeven welke incidentele subsidieregelingen er zijn. Dit zijn regelingen voor nieuwe initiatieven vanuit de samenleving waarvoor u gedurende het jaar subsidie kunt aanvragen. Uiteraard is dit wel afhankelijk van het beschikbare budget. In hoofdstuk drie staan alle mogelijkheden op een rij.

Algemene subsidieverordening

De ASV bevat de procedurele voorschriften die van toepassing zijn bij subsidieverlening. Het vaststellen en of wijzigen van de Algemene Subsidieverordening (Asv) is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Op basis van de ASV heeft het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid om ter verduidelijking of ter uitwerking van wat in de verordening staat:

  • nadere regels te stellen;

  • specifieke voorwaarden te formuleren;

  • grondslagen voor subsidieverlening te benoemen;

  • subsidieplafonds aan te geven.

Subsidieregelingen

De nadere uitwerking van het subsidiebeleid in de vorm van specifieke regelingen is opgenomen in deze notitie. Per beleidsterrein of per werkveld van een beleidsterreinen wordt ingegaan op de activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie, de relevante doelstellingen en doelgroepen, procedurebepalingen, kosten die voor subsidie in aanmerking komen, berekening van de subsidie, verdeling van het subsidieplafond, specifieke weigeringsgronden en eventuele aanvullende verplichtingen.

Vaststelling subsidiebudgetten en -plafonds

In dit document zijn de subsidieplafonds en de verdeelregels voor de subsidies opgenomen, waarbij de plafonds het maximum te verstrekken subsidiebedrag per beleidsterrein en eventueel delen daarvan bepalen. De subsidieplafonds worden jaarlijks vastgesteld door het college, indien noodzakelijk op basis van een begrotingsvoorbehoud. Definitieve vaststelling van de subsidieplafonds vindt bij de besluitvorming over de begroting plaats door de gemeenteraad van Rhenen.

2. Algemene bepalingen

2.1.Grondslagen en bevoegdheid

De wettelijk grondslagen en de bevoegdheid waarop dit document ‘Jaarlijkse subsidieregelingen gemeente Rhenen 2022’ is gebaseerd zijn artikel 149 van de gemeentewet, artikel 4.23 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening Rhenen (Asv). De Begripsomschrijvingen uit de Asv zijn van overeenkomstige toepassing.

2.2.Subsidie op basis van begrotingspost

Voor het verlenen van een subsidie is een wettelijke grondslag nodig. In de gemeente Rhenen is dit in principe de ASV 2019. Het is echter ook mogelijk om een subsidie te verstrekken op basis van een begrotingspost. Dit is bedoeld om een onevenredige bureaucratie te voorkomen en wordt gebruikt wanneer er bijvoorbeeld een subsidie wordt verstrekt voor het uitvoeren van een wettelijke taak of wanneer er slechts één of enkele subsidieontvangers zijn.

Een subsidie op basis van een begrotingspost wordt een zogenaamde buitenwettelijke subsidie genoemd, conform artikel 4:23, derde lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb). Om een subsidie op basis van een begrotingspost te verstrekken is het noodzakelijk dat de begroting de naam van de subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, in de begroting of de toelichting daarop staan vermeld.

2.3.Reikwijdte

In de Asv worden de reikwijdte van de bevoegdheden van het college genoemd. Overeenkomstig artikel 3: lid 1 van de Asv Rhenen 2019 zijn de nadere regels voor de beleidsterreinen, eventueel onderverdeeld in werkvelden, waarop subsidies verstrekt worden opgenomen in dit document ‘Subsidieregelingen Gemeente Rhenen 2022, hierna te noemen ‘Subsidieregelingen’.

2.4.Inhoudelijke verankering

Beleidsmatige (kader)nota’s geven sturing aan de doelen en activiteiten waarvoor subsidies worden verleend. Hierin wordt op hoofdlijnen de gewenste situatie van doelgroepen, thema’s of sectoren in doelen, prestaties en activiteiten beschreven. Het beleid wordt op basis hiervan in deze Subsidieregels zodanig geoperationaliseerd dat product- en/of prestatieafspraken met maatschappelijke instellingen mogelijk zijn en doelen van subsidies worden aangegeven. Subsidies richten zich voor zover mogelijk op output en op out come (maatschappelijke effecten). Waar het om gaat is dat de gemeente prestaties en resultaten vaststelt in de subsidieverlening die haalbaar, beïnvloedbaar, toetsbaar en meetbaar zijn, op basis van geformuleerde doelstellingen.

Nadere afspraken over producten, prijzen (in relatie tot doelen) en aanvullende voorwaarden en voorschriften kunnen worden vastgelegd in de beschikking, met als bijlage een subsidieblad of outputcontract.

2.5.Soorten subsidies

Subsidies onderscheiden zich in juridische zin slechts door het feit of het een jaarlijkse dan wel incidentele subsidie betreft. Daarom wordt een tweedeling in type subsidies aangebracht en tevens een beperking van het aantal subsidienamen:

Jaarlijkse subsidie

De jaarlijkse subsidie heeft betrekking op voortdurende activiteiten van een rechtspersoon

of een natuurlijke persoon. Aan de subsidieverlening zijn bepalingen verbonden waarin prestaties worden gevraagd op het gebied van doelstellingen en prestaties gericht op uitvoering van gemeentelijk beleid, waarbij de subsidieontvanger de uitvoering ter hand neemt. De subsidiebepalingen worden in de subsidieregelingen en toekenningsbeschikking benoemd.

Incidentele subsidie

Eenmalige subsidies zijn subsidies die voor een incidentele activiteit van een rechtspersoon of een natuurlijke persoon, of een activiteit waarvoor het college slechts voor een van te voren bepaalde tijd van maximaal 3 jaar subsidie wil verlenen. Hieronder vallen momenteel:

  • Activiteitensubsidies in het kader van de regeling Preventie

Een activiteitensubsidie is tijdelijk en doelgericht. De subsidie is gericht op een prestatie, activiteit, evenement, product of resultaat, die aansluit op gemeentelijk beleid, die in tijd beperkt is en die inhoudelijk een afgerond resultaat oplevert.

  • Initiatievenfonds

Een bijdrage uit het initiatievenfonds is bedoeld om nieuwe kleinschalige initiatieven van bewoners in de wijken te stimuleren die bijdragen aan een vitale samenleving, de leefbaarheid vergroten en de sociale samenhang versterken op het moment dat inwoners daar zelf mee komen.

  • Buurtbudgetten

Buurtbudgetten zijn incidentele subsidies van maximaal € 200,- die zonder al te veel drempels verstrekt kunnen worden aan initiatieven van bewoners van een straat, buurt of wijk die een gezamenlijke activiteit willen organiseren;

  • Onderhoud/restauratie gemeentelijke monumenten

Een bijdrage van maximaal € 2.500,- aan de werkzaamheden noodzakelijk om een gemeentelijk monument in goede staat te brengen en in staat te houden en/of om toekomstig groot onderhoud en kostbare restauraties te voorkomen of te verminderen. Het betreft onderhoud het normale onderhoud te boven gaand.

2.6.Jaarlijkse én incidentele subsidie

Een ontvanger van een jaarlijkse subsidie kan in hetzelfde jaar in aanmerking komen voor een extra, eenmalige subsidie als de activiteit of het project waarvoor deze subsidie wordt aangevraagd voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • Er is geen sprake van reguliere activiteiten, waarvoor reeds structurele subsidie is verleend;

  • Naast doelstellingen op het eigen beleidsterrein draagt de activiteit blijkens het projectplan bij aan andere gemeentelijke doelstellingen;

  • De activiteit wordt georganiseerd in samenwerking met één of meer maatschappelijke partners (culturele instellingen, sportverenigingen, onderwijs, welzijnssector, buurtorganisaties of bedrijfsleven). Dit betekent dat ook de aanvraag voor subsidie samen met één of meer maatschappelijke partners moet worden ingediend.

2.7.Maximaal beschikbare budgetten: subsidieplafonds

Met het vaststellen van de jaarlijkse begroting door de Raad worden tevens de subsidieplafonds per beleidsterrein of werkveld definitief vastgesteld. De subsidieplafonds en eventueel door het college vastgestelde deelplafonds maken budgetteren mogelijk. Het bereiken van een (deel)subsidieplafond is reden een aanvraag te weigeren. Elk plafond of deelplafond is gekoppeld aan een inhoudelijke opgave, waarvoor de Raad een budget ter beschikking stelt.

2.8.Begrotingsvoorbehoud

Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder voorwaarde dat voldoende middelen in de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.

3. Subsidieregelingen 2022

Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rhenen;

overwegende dat het gewenst is activiteiten te stimuleren die bijdragen aan de gemeentelijke doelstellingen op het beleidsterrein:

  • Jeugd

  • Maatschappelijke ondersteuning

  • Economie

  • Monumenten

gelet op artikel 2, tweede lid en artikel 4, derde lid van de Algemene Subsidieverordening gemeente Rhenen 2019;

gelet op de subsidieplafonds die de raad bij de programmabegroting vaststelt, dan wel heeft vastgesteld, besluiten vast te stellen de subsidieregelingen 2022.

Artikel 1 Begripsbepaling

Voor toepassing van deze subsidieregeling wordt onder de begrippen het volgende verstaan:

  • a.

    Algemene Subsidieverordening: de Algemene Subsidieverordening gemeente Rhenen 2019;

  • b.

    Overige begrippen uit de Algemene Subsidieverordening gemeente Rhenen 2019 die worden gebruikt in deze subsidieregeling hebben dezelfde betekenis als in de Algemene Subsidieverordening gemeente Rhenen 2019.

Artikel 2 Reikwijdte

De Algemene Subsidieverordening gemeente Rhenen 2019 is van toepassing, behalve voor zover daarvan in deze subsidieregeling rechtens wordt afgeweken.

Artikel 3 Subsidieregeling Muziekoriëntatie

3.1Subsidieplafond: € 8.901,-

Dit plafond is onder voorbehoud van goedkeuring door de gemeenteraad. Het subsidieplafond wordt in november 2021 definitief door de vaststelling van de programmabegroting 2022 door de gemeenteraad.

3.2 Doel van de subsidie

De jeugd in de gemeente Rhenen heeft de mogelijkheid om zich muzikaal te ontwikkelen.

3.3 Beoogde resultaten

Klassieke muziekoriëntatie voor de schoolgaande jeugd in de gemeente Rhenen.

3.4 Activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie

Jaarlijks wordt de schoolgaande jeugd uit de groepen vier en vijf van de deelnemende basisscholen, (ongeveer 400 leerlingen) in de gemeente Rhenen in aanraking gebracht met de beginselen van muziek. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om lessen in Algemene Muzikale Vorming of instrumentale lessen te volgen.

3.5 Organisaties die in aanmerking komen voor subsidie

Stichting Muziekonderwijs Rhenen.

Op dit beleidsterrein wordt voor 2021 gekozen voor continuïteit en verdieping van de bestaande subsidierelatie. Dit laat onverlet dat de subsidierelatie met aanvragers waarvan de aanvraag 2021 niet aan de eisen voldoet of waarvan de resultaten in 2020 achterblijven bij wat verwacht mag worden, niet voor continuering in aanmerking zal komen.

3.6 Soort subsidie

Jaarlijkse subsidie.

3.7 Verdeelsleutel subsidieplafond

Voor de genoemde activiteit is € 8.901,- beschikbaar.

3.8 Van toepassing zijnde normbedragen

Geen.

3.9 Van toepassing zijnde tariefvoorschriften

Geen.

3.10 Bijzondere criteria en/of voorwaarden

Niet van toepassing.

3.11 Referentiebeleidsdocumenten

  • Programmabegroting 2021 – 2024

Artikel 4 Subsidieregeling Openbaar Bibliotheekwerk

4.1 Subsidieplafond: € 324.426,-

Dit plafond is onder voorbehoud van goedkeuring door de raad. Het subsidieplafond wordt in november 2020 definitief door de vaststelling van de programmabegroting 2021 door de raad.

4.2 Doel van de subsidie

De bibliotheek is een fysieke en digitale plek waar educatie, informatie en ontmoeting gerealiseerd worden. De bibliotheek bereikt alle inwonersgroepen en functioneert binnen een netwerk van maatschappelijke organisaties, met in het bijzonder scholen en culturele instellingen.

4.3 Activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie

  • a.

    Het zorgen voor laagdrempelige beschikbaarheid en toegankelijkheid van kennis en informatie voor alle inwoners.

  • b.

    Het bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie door het organiseren van cursussen, lezingen, debatten, studiegroepen e.d.

  • c.

    Het bieden van activiteiten met betrekking tot (voor)leesplezier, geletterdheid en mediawijsheid aan de jeugd in de leeftijd tot 18 jaar.

  • d.

    De bibliotheek organiseert activiteiten gericht op het terugdringen van laaggeletterdheid

  • e.

    De bibliotheek organiseert activiteiten op het gebied van leesbevordering en kennismaking met kunst, cultuur en literatuur.

  • f.

    De bibliotheek participeert in het lokale netwerk van maatschappelijke partners en organiseert in samenwerking met deze partners activiteiten gericht op ontmoeting en contact en verbinding tussen inwoners.

4.4 Beoogde resultaten

Het invulling geven aan de vijf kernfuncties van de openbare bibliotheek :

  • 1.

    Kennis- en informatievoorziening: De basisbibliotheek als warenhuis van kennis en informatie. De bibliotheek biedt met de (digitale) collectie als basis mogelijkheden tot uitlenen, raadplegen, vraagbemiddeling. In het bijzonder kan hierbij overheidsinformatie (van, maar ook over de overheid) betrokken worden en informatiepunten op het gebied van bij voorbeeld jeugd, opvoeding, zorg en gezondheid.

  • 2.

    Educatie: De basisbibliotheek als centrum voor ontwikkeling en educatie. De bibliotheek stelt projectcollecties samen, biedt studiemogelijkheid voor leerlingen, scholieren, studenten en autodidacten met bijbehorende voorzieningen, ondersteunt alle vormen van onderwijs, in de eerste plaats met de mediatheek, maar ook door lessen in informatievaardigheden (mediawijsheid). Informatievaardigheden worden ook overgebracht aan andere (volwassen) doelgroepen.

  • 3.

    Cultuur: De basisbibliotheek als encyclopedie van kunst en cultuur. De bibliotheek presenteert uitingen van en materialen over intellectuele en artistieke activiteiten. Historische of anderszins belangwekkende collecties worden bewaard en beschikbaar gesteld. De bibliotheek sluit aan op de lokale en provinciale culturele tradities. Door samenwerking met andere culturele instellingen geeft de bibliotheek informatie over de achtergronden van museale presentaties en tentoonstellingen, over muziek- en toneeluitvoeringen. De bibliotheek verbindt professionele en amateurkunst door lezingen, specifieke collecties bij kunstuitingen, en door het bieden van gerichte dienstverlening, zoals programma-informatie en kaartverkoop.

  • 4.

    Lezen en literatuur: De basisbibliotheek als inspiratiebron van lezen en literatuur. De bibliotheek biedt voor jeugd en jongeren van 0 tot 18 jaar een doorlopende leeslijn en een daarop aansluitende (digitale) collectie gericht op leesbevordering. De (digitale) collectie voor volwassenen sluit aan op het leesgedrag van de lokale bevolking (gedifferentieerd naar doelgroepen en behoeften), maar biedt ook een eenvoudige toegang tot de totale collectie van de Nederlandse openbare bibliotheken. Ook minder frequent gevraagde boeken die deel uitmaken van de literaire canon zijn in de collectie aanwezig. Literaire lezingen en voordrachten behoren tot de standaardactiviteiten op het gebied van leesbevordering.

  • 5.

    Ontmoeting en debat: De basisbibliotheek als podium voor ontmoeting en debat. De bibliotheek is de neutrale, objectieve, niet partijdige ontmoetingsplaats, waar alle groepen van de samenleving elkaar kunnen tegenkomen. De bibliotheek biedt ruimte als vrijplaats voor lokale initiatieven, voor debat over maatschappelijke thema’s, voor voorlichting over complexe onderwerpen en discussie over onderwerpen van lokaal, regionaal, landelijk of mondiaal belang.

4.5 Organisaties die in aanmerking komen voor subsidie

Regiobibliotheek ZOUT

Op dit beleidsterrein wordt voor 2022 gekozen voor continuïteit en verdieping van bestaande subsidierelaties. Dit laat onverlet dat de subsidierelatie met aanvragers waarvan de aanvraag 2022 niet aan de eisen voldoet of waarvan de resultaten in 2021 achterblijven bij wat verwacht mag worden, niet voor continuering in aanmerking zal komen.

4.6 Soort subsidie

Jaarlijkse subsidie.

4.7 Verdeelsleutel subsidieplafond

Het subsidieplafond wordt op de volgende wijze verdeeld:

Voor de activiteiten genoemd onder a tot en met f is een bedrag van € 324.426,- beschikbaar.

Van toepassing zijnde normbedragen

Geen.

4.9 Van toepassing zijnde tariefvoorschriften

Geen.

4.10 Bijzondere criteria en/of voorwaarden

De subsidievrager is bereid om over uitvoering van de subsidiebeschikking een overeenkomst aan te gaan met de gemeente Rhenen. Deze voorwaarde wordt opgenomen in het besluit tot subsidieverlening.

Indien een overeenkomst wordt aangegaan zal de gemeente daar tenminste in opnemen:

  • a.

    Welke prestaties worden geleverd;

  • b.

    Wat de kosten daarvan zijn;

  • c.

    Binnen welke grenzen geschoven mag worden;

  • d.

    Indien van toepassing: hoe, met welke producteenheid, wordt afgerekend;

  • e.

    Hoe de verantwoording gerapporteerd moet worden.

De subsidievrager is bereid om samen met de gemeente te werken aan de verbetering van de informatievoorziening binnen het sociaal domein.

4.11 Referentiebeleidsdocumenten

  • Integraal Beleidskader Sociaal Domein

  • Beleidsplan Jeugd; beleidsplan Participatie; beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning

  • Programmabegroting 2021 – 2024

Artikel 5 Subsidieregeling Dorpshuis

5.1 Subsidieplafond: € 36.712,-

Dit plafond is onder voorbehoud van goedkeuring door de raad. Het subsidieplafond wordt in november 2021 definitief door de vaststelling van de programmabegroting 2022 door de raad.

5.2 Doel van de subsidie

Het versterken van de sociale cohesie in de kern Achterberg door het behoud van de dorpshuisfunctie in Achterberg.

5.3 Activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie

Het bieden van ontmoetingsmogelijkheden en sociale activiteiten in het dorpshuis Achterberg.

5.4 Beoogde resultaten

Inwoners van de kern Achterberg hebben de mogelijkheid elkaar te ontmoeten en aan sociale activiteiten mee te doen in het dorpshuis Achterberg.

5.5 Organisaties die in aanmerking komen voor subsidie

Vereniging Vrienden Dorpshuis Achterberg

Het Dorpshuis Achterberg vormt de spil in de kern Achterberg. In het belang van de dorpsgemeenschap worden er allerlei activiteiten georganiseerd. Dit maatschappelijk belang weegt zwaar vanwege de uitvoering van onze beleidsplannen in het kader van het sociaal domein. Elke kern in onze gemeente heeft locaties nodig van waaruit wij de aansluiting willen maken met inwoners om te werken aan de vitalisering van de samenleving, zoals vastgesteld in het integraal beleidskader Sociaal Domein. Het Dorpshuis Achterberg en de activiteiten die daar georganiseerd zijn, zijn in dit beleid van belang.

Dit laat onverlet dat de subsidierelatie met aanvragers waarvan de aanvraag 2021 niet aan de eisen voldoet of waarvan de resultaten in 2020 achterblijven bij wat verwacht mag worden, niet voor continuering in aanmerking zal komen.

LET OP:

De gemeente ontwikkelt momenteel een visie op maatschappelijke huisvesting. De herhuisvesting van de huurder vindt vooralsnog plaats op basis van de laatste afspraken c.q. huurovereenkomsten.

De huurder is zich bewust dat de afspraken met betrekking tot het faciliteren van ruimte(n) en het eventueel in rekening brengen van een vergoeding wordt herbezien na vaststelling van de visie. De visie zal worden voorgelegd aan de Raad. Het is nog niet duidelijk hoe de situatie per 1 januari 2021 zal zijn. En welke financiële consequenties dit zal hebben.

5.6 Soort subsidie

Jaarlijkse subsidie

5.7 Verdeelsleutel subsidieplafond

Voor de activiteit is € 36.712,- beschikbaar.

5.8 Van toepassing zijnde normbedragen

Geen.

5.9 Van toepassing zijnde tariefvoorschriften

Geen.

5.10 Bijzondere criteria en/of voorwaarden

Niet van toepassing.

5.11Referentiebeleidsdocumenten

  • Integraal beleidskader Sociaal Domein

  • Programmabegroting 2021 – 2024

Artikel 6 Subsidieregeling Recreatie en Toerisme

6.1 Subsidieplafond: € 45.739,-

Dit plafond is onder voorbehoud van goedkeuring door de gemeenteraad. Het subsidieplafond wordt in november 2021 definitief door de vaststelling van de programmabegroting 2022 door de gemeenteraad.

6.2 Doel van de subsidie

Het doel van de subsidie is het bevorderen van recreatie en toerisme in de gemeente Rhenen. De sector recreatie en toerisme is een van de economische pijlers van de gemeente Rhenen.

6.3 Activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie

  • a.

    Toeristische dienstverlening, waaronder (digitale) informatieverschaffing, (regionale)promotie (campagne) en lokaal gastheerschap.

  • b.

    Het organiseren van Open Monumentendag.

  • c.

    Het uitoefenen van muziekactiviteiten, ter bevordering van openbare evenementen.

  • d.

    Het organiseren van Koningsdagactiviteiten.

6.4 Beoogd resultaat

Rhenen is een recreatief- toeristisch aantrekkelijke bestemming voor alle doelgroepen.

6.5 Soort subsidie

Jaarlijkse subsidie.

6.6 Organisaties die in aanmerking komen voor subsidie

  • a.

    Toeristische informatie en dienstverlening:

    stichting Regionaal Bureau voor Toerisme Heuvelrug en Vallei

    Stichting Cultuurplatform Rhenen

    Open Monumentendag

  • b.

    Het uitoefenen van muziekactiviteiten, ter bevordering van openbare evenementen:

    Muziekvereniging Crescendo

    Showharmonie O.B.K.

    Muziekvereniging Ons Genoegen

    Drumband Rhenen

  • c.

    Organisatie Koningsdagactiviteiten:

    Stichting Oranjedag Rhenen

    Oranje Comité Elst

    Oranjecomité Achterberg

Op dit beleidsterrein wordt voor 2022 gekozen voor continuïteit en verdieping van bestaande subsidierelaties. Dit laat onverlet dat de subsidierelatie met aanvragers waarvan de aanvraag 2022 niet aan de eisen voldoet of waarvan de resultaten in 2021 achterblijven bij wat verwacht mag worden, niet voor continuering in aanmerking zal komen.

6.6 Verdeelsleutel subsidieplafond

Het subsidieplafond wordt op de volgende wijze verdeeld:

  • a.

    Toeristische informatie en dienstverlening: € 34.544,-

  • b.

    Stichting Cultuurplatform(open monumentendag): € 1.259,-

  • c.

    Het uitoefenen van muziekactiviteiten, ter bevordering van openbare evenementen: € 4.440,-

    Per muziekvereniging is een bedrag van € 1.110,- beschikbaar.

  • d.

    Organisatie Koningsdagactiviteiten: € 5.496,-

    Het bedrag wordt naar rato van het aantal inwoners per dorpskern (Elst, Achterberg en Rhenen) verdeeld.

6.7 Van toepassing zijnde normbedragen

Niet van toepassing.

6.8 Van toepassing zijnde tariefvoorschriften

Niet van toepassing.

6.9 Bijzondere criteria en/of voorwaarden

  • a.

    Toeristische dienstverlening, waaronder (digitale) informatieverschaffing, promotie en lokaal gastheerschap.

    Met het Regionaal Bureau voor Toerisme Heuvelrug en Vallei zullen voor de subsidieverstrekking voor 2022 nadere afspraken gemaakt worden over tenminste:

    • Welke prestaties worden geleverd;

    • hoe de verantwoording gerapporteerd moet worden.

      De subsidievrager is desgevraagd bereid om over uitvoering van de subsidiebeschikking een overeenkomst aan te gaan met de gemeente Rhenen. Deze voorwaarde wordt opgenomen in het besluit tot subsidieverlening.

  • b.

    Het organiseren van Open Monumentendag. Niet van toepassing.

  • c.

    Het organiseren van Koningsdagactiviteiten. Niet van toepassing.

  • d.

    Activiteiten die financieel worden ondersteund door het Rhenens cultuurfonds komen niet voor subsidie in aanmerking vanuit deze subsidieregel.

  • e.

    Het uitoefenen van muziekactiviteiten, ter bevordering van openbare evenementen

    Voor de muziekverenigingen geldt de verplichting dat zij tweemaal per jaar zichtbaar openbaar moeten optreden, toegewezen door dan wel door tijdige notificatie aan de gemeente Rhenen.

6.10 Referentiebeleidsdocumenten

  • Beleids- en actieplan Recreatie en Toerisme gemeente Rhenen

  • Programmabegroting 2021 – 2024

Artikel 7 Subsidieregeling Museum

Het convenant voor het museum loopt op 31 december 2021 af. Uiterlijk op 1 juli 2021 zal het convenant worden geëvalueerd. Partijen zullen dan in overleg treden over het volgende convenant. Deze subsidie zal worden toegekend onder voorwaarde dat de uitkomsten van de nog te houden evaluatie hiervoor geen belemmeringen vormen.

7.1 Subsidieplafond: € 248.506,-

Dit plafond is onder voorbehoud van goedkeuring door de gemeenteraad. Het subsidieplafond

wordt in november 2020 definitief door de vaststelling van de programmabegroting 2021 door de gemeenteraad.

7.2 Doel van de subsidie

  • a.

    De stichting houdt zich aan de definitie van de International Council of Museum: het is een permanente instelling, niet gericht op het behalen van winst, toegankelijk voor publiek, die ten dienste staat aan de samenleving en haar ontwikkeling. De stichting verwerft, behoudt, onderzoekt, presenteert, documenteert en geeft bekendheid aan de materiële en immateriële getuigenissen van de mens en zijn omgeving, voor doeleinden van studie, educatie en recreatie. De stichting zet zich in als netwerkmuseum. De stichting houdt zich aan de normen gesteld in het Museumregister.

  • b.

    De stichting heeft als verzamelgebieden/collectieonderdelen: het materiële en immateriële erfgoed over/van de gemeente Rhenen en omgeving.

  • c.

    De stichting verricht zijn activiteiten in de gemeente en wil de huidige en toekomstige generatie(s) in contact brengen met zijn erfgoed.

  • d.

    De stichting wil dat bezoekers Rhenen weten te vinden, wil bezoekers goed informeren en er voor zorgen dat ze zich welkom voelen. Daarnaast wil de stichting het verhaal van Rhenen vertellen aan de hand van bijzondere objecten uit de collectie.

  • e.

    De stichting exploiteert het centraal toeristisch informatiepunt, waarmee het museum de frontoffice van cultureel Rhenen wordt.

  • f.

    De stichting richt zich op inwoners en bezoekers van de gemeente Rhenen in het algemeen, en specifiek op:

    • cultuurhistorisch geïnteresseerde inwoners en toeristen;

    • recreatieve fietsers en wandelaars;

    • WO II-toeristen (inclusief wederopbouw);

    • (groot)ouders met jonge kinderen;

    • basisscholen uit Rhenen en omgeving.

7.3 Activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie

  • a.

    Het exploiteren van het museum, inclusief de museumwinkel, het centraal toeristisch informatiepunt en een kleinschalige horeca.

  • b.

    Het voeren van een verantwoord beheer van de museumcollectie.

  • c.

    Het organiseren van tentoonstellingen.

  • d.

    Het verschaffen van informatie over het museum en de collectie aan individuele bezoekers en groepen.

  • e.

    Het initiëren van activiteiten ter bevordering van de kennis omtrent het cultureel erfgoed.

  • f.

    Het bieden van een geschikte trouwlocatie voor huwelijksvoltrekkingen.

  • g.

    Het aanjagen van samenwerking met andere culturele en recreatieve organisaties ter bevordering van de voorgaande punten.

  • h.

    Het structureel verhuren van ruimtes aan maatschappelijke-culturele instellingen en incidenteel aan andere doelgroepen.

7.4Beoogd resultaat

  • a.

    Collectie - Voor het beheer, onderhoud en opslag van de collectie hanteert de stichting haar collectieplan volgens de normen van het museumregister.

  • b.

    Tentoonstellingen - Er is een vaste tentoonstelling over de geschiedenis van Rhenen, Elst en Achterberg e.o. met daarin verwijzingen naar de Grebbelinie. Daarnaast worden wisseltentoonstellingen georganiseerd.

  • c.

    De stichting streeft de volgende resultaten na:

    • een stijging van het aantal museumbezoekers van minimaal 5% per jaar. De basis voor de meting is het bezoekersaantal over 2019;

    • een jaarlijkse groei van de opbrengsten door cultureel ondernemerschap van 5% per jaar. De basis voor de meting is 2019.

7.5 Soort subsidie

Jaarlijkse subsidie voor de convenant periode van 2018 – 2021.

7.6 Verdeelsleutel subsidieplafond

Het subsidieplafond wordt op de volgende wijze verdeeld:

  • Huisvestingskosten € 151.479,-

  • Personeelskosten € 65.361,-

  • Overige personeelskosten € 2.592,-

  • Overige exploitatiekosten € 25.877,-

  • Bijdrage huisvesting VVV € 3.197,-

7.7 Van toepassing zijnde normbedragen

Niet van toepassing.

7.8 Van toepassing zijnde tariefvoorschriften

Niet van toepassing.

7.9 Bijzondere criteria en/of voorwaarden

7.10 Referentiebeleidsdocumenten

  • Meerjarenconvenant 2018 - 2021 museumsubsidie

  • Programmabegroting 2021 – 2024

Artikel 8 Subsidieregeling Reguliere Peuteropvang

Subsidieplafond: € 45.977,-

Dit plafond is onder voorbehoud van goedkeuring door de gemeenteraad. Het subsidieplafond wordt in november 2021 definitief door de vaststelling van de programmabegroting 2022 door de gemeenteraad.

Doel van de subsidie

Het organiseren en uitvoeren van de basisfunctie van de reguliere peuteropvang, namelijk het bieden van de mogelijkheid tot het stimuleren van “spelen, ontwikkelen en ontmoeten” van kinderen van 2 tot 4 jaar, waarvan tenminste één van de ouders woonachtig is in de gemeente Rhenen.

Activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie

De peuteropvangactiviteiten zijn gericht op het creëren van een veilige omgeving waarin kinderen van 2 tot 4 jaar elkaar kunnen ontmoeten, samen kunnen spelen en zich zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen. Daarnaast zijn de activiteiten gericht op het zo vroeg mogelijk signaleren en bestrijden van eventuele achterstanden en/of ontwikkelingsproblemen, het tot stand brengen van samenwerking met consultatiebureaus, kinderopvang en basisscholen.

Beoogde resultaten

Het, in samenspraak met de ouders, stimuleren van de algemene ontwikkeling (motorisch, taal, sociaal emotioneel) van kinderen van 2 tot 4 jaar. Daarnaast worden eventuele problemen in de opvoeding en ontwikkeling, psychische problemen en stoornissen vroegtijdig gesignaleerd en doorverwezen naar een passende aanpak.

Organisaties die in aanmerking komen voor subsidie

De subsidierelatie met aanvragers waarvan de aanvraag 2022 niet aan de eisen voldoet of waarvan de resultaten in 2021 achterblijven bij wat verwacht mag worden zullen niet voor continuering in aanmerking komen.

Mocht zich een nieuwe aanbieder melden, die in aanmerking wil komen voor gemeentelijke subsidie, dan geldt de voorwaarde dat zij moeten voldoen aan alle landelijke en lokale geldende (wettelijke) eisen, lokale afspraken (bijvoorbeeld het ouderprogramma) en participeren in het netwerkoverleg voor- en vroegschoolse periode. Daarnaast verbinden zij zich aan de nieuwe stappen die worden gezet in de mogelijke ontwikkeling van een Integraal Kind Centrum (IKC).

De kwaliteitseisen die we stellen aan de uitvoerende organisaties gelden ook voor hun ‘onderaannemers’.

Nieuwe aanbieders kunnen vanaf de start van een nieuw kalenderjaar meedoen in de gemeentelijke subsidiering en verdeling van de plaatsen voor peuteropvang. Instellingen moeten zich uiterlijk 1 maart voorafgaand aan het subsidiejaar bij de gemeente melden om voor het nieuwe kalenderjaar voor subsidiering in aanmerking te komen.

De gemeente subsidieert aanbodgericht. De gemeente verstrekt vooraf voor een aantal plekken een gemeentelijke bijdrage. Per jaar worden afspraken gemaakt.

Soort subsidie

Jaarlijkse subsidie.

Verdeelsleutel subsidieplafond:

A1) De gemeente subsidieert voor 2022 een peuteropvangplaats tegen een vast bedrag van

€ 1.404,- voor 2 dagdelen per week van 4 uur gedurende 40 weken per jaar. Indien er meer uren peuteropvang per week worden aangeboden dan wordt voor maximaal 8 uur per week gedurende 40 weken per jaar subsidie verstrekt. De subsidie is niet afhankelijk van de daadwerkelijke bezetting van de gesubsidieerde plaatsen. Deze plaatsen mogen uitsluitend beschikbaar worden gesteld aan ouders die geen aanspraak kunnen maken op kinderopvangtoeslag via de belastingdienst. De plaats is toegankelijk voor kinderen vanaf 2 jaar tot 4 jaar.

Verdeling kindplaatsen reguliere peuteropvang op basis van de bezettingsgegevens van vier peildata (1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar) aangeleverd door de voorschoolse voorzieningen. De definitieve verdeling van de 15 beschikbare kindplaatsen wordt gemaakt zodra de gegevens van de peildatum van 1 oktober 2021 bekend zijn.

A2) Voor onvoorziene situaties, bv indien wachtlijsten ontstaan, zijn er nog 8 kindplaatsen beschikbaar.

Mocht een al eerder gesubsidieerde instelling op basis van de bezetting van de kindplaatsen in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar geen recht op subsidie reguliere peuteropvang hebben dan kan deze instelling, indien daar aantoonbaar vraag naar is, in de loop van het subsidiejaar voor maximaal 4 kindplaatsen reguliere peuteropvang subsidie ontvangen.

Afhankelijk van de situatie kunnen deze plekken in de loop van 2022 worden toegekend. Een instelling ontvangt dan het bedrag/kindplaats naar rato van het resterende aantal kwartalen in het subsidiejaar.

B) Ouderprogramma zodat ouders actief worden betrokken bij de ontwikkeling van hun kind. In overleg met het netwerkoverleg voor- en vroegschoolse periode vve wordt aan de instellingen een subsidie verstrekt voor het organiseren van een ouderprogramma. Dit is Vve-thuis of Opstapje. Indien instellingen voor een andere invulling van het ouderprogramma kiezen dan overleggen zij dit vooraf met de betrokken adviseur sociaal domein van de gemeente.

De gemeente verdeelt de middelen op basis van gegevens van de daadwerkelijke deelname van ouders met een peuter van 3 jaar zonder vve-indicatie in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar. De instellingen leveren deze gegevens bij de subsidieaanvraag 2022 aan. Er wordt voor maximaal 35 kinderen een vast bedrag per kind toegekend. Indien het aangevraagde aantal groter is dan 35 worden de plaatsen voor het ouderprogramma naar rato verdeeld.

De definitieve verdeling van de beschikbare middelen wordt gemaakt zodra de gegevens van de peildatum van 1 oktober 2021 bekend zijn.

Bedrag per activiteit:

Voor onderdeel A1 is € 21.060,- (15 x € 1.404,-) beschikbaar.

Voor onderdeel A2 is € 11.232,- ( 8 x € 1.404,-) beschikbaar.

Voor onderdeel B is € 13.685,- (35 x € 391,-) beschikbaar.

Rapportageverplichtingen:

Een gesubsidieerde instelling is verplicht om per kwartaal een rapportage op te leveren.

Onderdelen van de rapportage zijn:

Bezettingsgegevens van de groepen met door Rhenen gesubsidieerde peuteropvang en vve. Uit de bezettingsgegevens moet minimaal blijken: Het aantal kinderen met recht op kinderopvangtoeslag

(uitgesplitst naar wel/geen vve-indicatie), het aantal kinderen met recht op reguliere subsidie peuteropvang en het aantal kinderen met recht op vve-subsidie op de eerste dag van het kwartaal.

Actuele wachtlijstgegevens. Nb het gaat hierbij alleen om kinderen waarvan de geplande plaatsingsdatum verstreken is. Onderverdeeld naar wel/geen vve-indicatie en wel/geen recht op kinderopvangtoeslag.

De rapportages bezettingsgegevens dienen op de volgende tijdstippen te zijn ingeleverd:

Rapportage over het eerste kwartaal - voor 1 april 2022

Rapportage over het eerste en tweede kwartaal - voor 1 juli 2022

Rapportage over het eerste, tweede en derde kwartaal - voor 1 oktober 2022

Jaarrapportage 2022 - voor 1 januari 2023

De gemeente zal per kwartaal de cijfers monitoren en met het netwerkoverleg voor- en vroegschoolse periode bespreken.

Van toepassing zijnde normbedragen

De gemeente subsidieert voor 2022 een kindplaats voor reguliere peuteropvang tegen een vast bedrag van € 1.404,- van 2 dagdelen per week van 4 uur, gedurende 40 weken. Indien het aanbod anders wordt ingevuld (bv meer uur/week of aanbod over meer dagdelen/week) dan is voor maximaal 8 uur peuteropvang per week subsidie beschikbaar. Het aanbod peuteropvang wordt verdeeld over minimaal 2 dagen. De gemeente subsidieert voor het ouderprogramma een vast bedrag per kind zonder vve-indicatie van € 391,- per jaar.

Van toepassing zijn de tariefvoorschriften

De uitvoerende organisatie dient bij de ouders van de geplaatste kinderen een inkomensafhankelijke ouderbijdrage in rekening te brengen. Aanbieders bepalen zelf het tarief wat zij rekenen.

Bijzondere criteria en/of voorwaarden

Subsidieaanvragen voor activiteiten die naar oordeel van het college niet of onvoldoende bijdragen aan de door de gemeente Rhenen met deze subsidieregeling beoogde doelen en resultaten komen niet voor subsidie in aanmerking.

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan uitvoerende organisaties die voldoen aan de voorwaarden zoals omschreven in de beleidsnotitie “gesubsidieerde peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (vve) – gemeente Rhenen”.

De peuteropvang is ingeschreven in het landelijke register kinderopvang (LRK) en voldoet daarmee aan de landelijke regelgeving en kwaliteitseisen.

Eenzelfde peuter verblijft per dag niet meer dan één dagdeel in de peuteropvang.

Peuters nemen twee dagdelen per week deel aan een gesubsidieerde kindplaats. Extra dagdelen zijn volledig voor de kosten van de ouders.

Het niet voldoen aan de kwaliteitseisen of oneigenlijk gebruik van deze regeling kan reden zijn voor beëindiging of terugvordering van de subsidie voor reguliere peuteropvang.

Alleen voor een peuter waarvan minimaal één van de ouders in de gemeente Rhenen woont is subsidie mogelijk.

De opvangplaatsen voor reguliere peuteropvang en vve zijn onderling niet uitwisselbaar.

Voor kinderen met ouders die gebruik kunnen maken van de kinderopvangtoeslag verstrekt de gemeente geen bijdrage voor de kindplaatsen reguliere peuteropvang. Dit geldt voor kinderen zonder vve-indicatie.

Vanuit de visie dat dit het beste is voor de ontwikkeling van de kinderen wordt uitgegaan van

gemengde groepen (regulier en vve samen). Dit heeft tot gevolg dat peuters zonder achterstand ook het vve-programma krijgen aangeboden. Gewerkt wordt met gemengde peutergroepen waarin peuters met en zonder vve-indicatie bij elkaar in één groep zitten. Bij voorkeur wordt gestreefd naar een maximum aantal vve-kinderen van 50% per groep.

De instellingen bepalen zelf of zij groepen samenstellen waarin tegelijk kinderen van de

peuteropvang en kinderdagopvang bij elkaar zitten. Hierbij moet wel voldaan worden aan alle

wettelijke kwaliteitseisen en lokale afspraken (zoals pedagogische kwaliteit).

Subsidieverantwoording

Voor kindplaatsen reguliere peuteropvang subsidieert de gemeente de uitvoerende organisaties voor peuters waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag dienen een Inkomensverklaring (voorheen IB 60-formulier) en een door de gemeente opgestelde Eigen Verklaring te ondertekenen en in te leveren bij de uitvoerende organisatie waaruit blijkt dat zij geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag van het Rijk. Wanneer van deze regeling oneigenlijk gebruik wordt gemaakt kan dit gevolgen hebben voor de subsidievaststelling.

Bij de subsidieverantwoording verstrekt iedere organisatie een overzicht op kwartaalbasis van peuters waaraan een gesubsidieerde kindplaats is toegekend. Tezamen met dit overzicht overleggen organisaties ook de door de ouders verstrekte Inkomensverklaring (voorheen IB60-verklaring) en het ingevulde formulier ‘Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag gemeente Rhenen’. Tevens wordt voor de verantwoording gekeken naar de leeftijd van het kind, heeft het kind wel/geen vve-indicatie en is minimaal één van de ouders woonachtig in Rhenen. Een organisatie kan ook volstaan met het verstrekken van een accountantsverklaring waaruit blijkt dat deze gegevens zijn gecontroleerd. Benadrukt wordt dat uit de accountantsverklaring moet blijken dat de controle op kwartaal-basis heeft plaatsgevonden.

Het ontbreken van de vereiste documenten kan nadelige consequenties voor de subsidieverlening en subsidievaststelling hebben.

Hardheidsclausule 2022

Door de coronacrisis is er sprake van een onzekere situatie. Mochten zich in 2022 onvoorziene omstandigheden of ontwikkelingen voordoen die tot onevenredige nadelige situaties leiden dan kan het college van Burgemeester en Wethouders besluiten, indien nodig, van deze regeling af te wijken.

Referentiebeleidsdocumenten

• Programmabegroting 2021 –2025

• Beleidsnotitie gesubsidieerde peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (vve) – gemeente Rhenen.

• Verordening kwaliteitseisen peuterspeelzaalwerk 2011.

• Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012.

• Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk 2017.

• Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzaalwerk 2017.

• Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang 2018.

Artikel 9 Subsidieregeling Voor en Vroegschoolse Educatie

Subsidieplafond: bekend na ontvangst beschikking Rijk

Dit plafond is onder voorbehoud van goedkeuring door de gemeenteraad. Het subsidieplafond wordt in november 2021 definitief door de vaststelling van de programmabegroting 2022 door de gemeenteraad. Tevens is het subsidieplafond onder voorbehoud van de toekenning van de rijksbijdrage voor voor- en vroegschoolse educatie 2022 (vve).

De definitieve hoogte van het subsidieplafond wordt bepaald aan de hand van de bekendmaking van de specifieke uitkering voor onderwijsachterstanden voor de gemeente Rhenen door het Rijk. De gemeente betaalt aan de instellingen voor de subsidie voor- en vroegschoolse educatie nooit meer dan de rijksbijdrage.

De bedragen per kindplaats zijn gebaseerd op de bedragen van 2021 inclusief indexatie van de maximum uurprijzen door het Rijk.

Doel van de subsidie

De gemeente Rhenen wil dat elk kind een optimale schoolloopbaan doorloopt. De voor- en vroegschoolse educatie (vve) heeft als doel onderwijs- en/of ontwikkelingsachterstanden bij jonge kinderen te voorkomen en waar nodig effectief te bestrijden. De voorschoolse educatie is gericht op peuters van 2 tot 4 jaar met een onderwijs- en/of ontwikkelingsachterstand en vindt plaats in kinderdagopvang of peuteropvang. Aansluitend is er sprake van een doorgaande leerlijn naar de vroegschool voor kleuters van 4 tot 6 jaar, in groep 1 en 2 van het basisonderwijs.

Activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie

A1) Aanbodgestuurde subsidie van kindplaatsen-vve;

A2) Aanbod gestuurde subsidie van kindplaatsen-vve (onvoorziene situaties);

A3) Aanbodgestuurde subsidie van vve-kindplaatsen vierde dagdeel;

A4) Aanbodgestuurde subsidie van vve-kindplaatsen vierde dagdeel (onvoorziene situaties);

B) Vervallen.

C1) Overige activiteiten voor- en vroegschoolse educatie: Ouderprogramma;

C2) Overige activiteiten voor- en vroegschoolse educatie: Boekstart.

D) Locatiesubsidie, voor locaties waar vve wordt aangeboden.

E) Subsidie voor pedagogisch beleidsmedewerker vve.

Beoogde resultaten

Problemen in de ontwikkeling van jonge kinderen voorkomen we zoveel mogelijk door een vroegtijdige signalering met bijpassende aanpak:

A1) Het realiseren van een voldoende aanbod kindplaatsen vve.

A2) Het realiseren van een voldoende aanbod kindplaatsen vve (onvoorziene situaties).

A3) Het realiseren van voldoende deelname aan kindplaatsen vve voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag van de belastingdienst.

A4) Het realiseren van voldoende deelname aan kindplaatsen vve voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag van de belastingdienst (onvoorziene situaties).

B) Vervallen.

C1) Ouderprogramma zodat ouders actief worden betrokken bij de ontwikkeling van hun kind met vve-indicatie.

C2) Door het bevorderen van het gebruik van de bibliotheek een bijdrage leveren aan voor- en vroegschoolse educatie.

D) Locatiesubsidie: om te voorzien in een goed gespreid basisaanbod voor- en vroegschoolse educatie.

E) Subsidie bestemd voor de inzet van een persoon die bezoldigd werkzaam is bij een kinderopvangorganisatie, voldoet aan de geldende kwalificatie eisen en belast is met de totstandkoming en implementatie van kwaliteits-verhogende beleidsmaatregelen en/of het coachen van beroepskrachten bij de uitvoering van hun werkzaamheden.

Organisaties die in aanmerking komen voor subsidie

De subsidierelatie met aanvragers waarvan de aanvraag 2022 niet aan de eisen voldoet of waarvan de resultaten in 2021 achterblijven bij wat verwacht mag worden zullen niet voor (volledige) continuering in aanmerking komen.

Mocht zich een nieuwe aanbieder melden, die in aanmerking wil komen voor gemeentelijke subsidie, dan geldt de voorwaarde dat zij moeten voldoen aan alle landelijke en lokale geldende (wettelijke) eisen, lokale afspraken (bv ouderprogramma) en participeren in het netwerkoverleg voor- en vroegschoolse periode. Daarnaast verbinden zij zich aan de nieuwe stappen die worden gezet in de mogelijke ontwikkeling van een Integraal Kind Centrum (IKC).

De kwaliteitseisen die we stellen aan de uitvoerende organisaties gelden ook voor hun ‘onderaannemers’.

Nieuwe aanbieders kunnen vanaf de start van een nieuw kalenderjaar meedoen in de gemeentelijke subsidiering en verdeling van de plaatsen voor vve. Organisaties moeten zich uiterlijk 1 maart voorafgaand aan het subsidiejaar bij de gemeente melden om voor het nieuwe kalenderjaar voor subsidiering in aanmerking te komen.

De gemeente subsidieert aanbodgericht. De gemeente verstrekt vooraf voor een aantal plekken een gemeentelijke bijdrage. Per jaar worden afspraken gemaakt.

Soort subsidie

Jaarlijkse subsidie.

Verdeelsleutel subsidieplafond

Het subsidieplafond wordt op de volgende wijze verdeeld:

A1) De gemeente subsidieert voor 2022 een kindplaats vve tegen een vast bedrag van € 5.917,- voor 16 uur vve per week gedurende 40 weken (elke instelling moet voldoen aan de eis van een aanbod van 960 uur in de periode dat een kind met vve-indicatie 2,5 tot 4 jaar is).

De kindplaats is toegankelijk voor kinderen vanaf 2 jaar tot 4 jaar met een vve-indicatie. De subsidie is niet afhankelijk van de daadwerkelijke bezetting van de gesubsidieerde plaatsen. Deze plaatsen mogen uitsluitend beschikbaar worden gesteld aan ouders die geen aanspraak kunnen maken op kinderopvangtoeslag via de belastingdienst.

Verdeling vve-kindplaatsen op basis van de bezettingsgegevens van vier peildata (1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar) aangeleverd door de voorschoolse voorzieningen.

De definitieve verdeling van de 30 beschikbare kindplaatsen wordt gemaakt zodra de gegevens van de peildatum van 1 oktober 2021 bekend zijn.

A2) Voor onvoorziene situaties, bijvoorbeeld indien er wachtlijsten ontstaan, zijn er nog 5 kindplaatsen beschikbaar. Hiervoor gelden dezelfde voorwaarden als de kindplaatsen genoemd bij A1.

Mocht een al eerder gesubsidieerde instelling op basis van de bezetting van de kindplaatsen in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar geen recht op subsidie kindplaatsen –vve hebben dan kan deze instelling, indien daar aantoonbaar vraag naar is, in de loop van het subsidiejaar voor maximaal 3 kindplaatsen-vve subsidie ontvangen.

Afhankelijk van de situatie kunnen deze plekken in de loop van 2022 worden toegekend. Een instelling ontvangt dan het bedrag/kindplaats naar rato van het resterende aantal kwartalen in het subsidiejaar.

A3) De gemeente subsidieert voor 2022 voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag van de belastingdienst en een kind met vve-indicatie het vierde dagdeel. Hierbij wordt uitgegaan van een aanbod van 4 dagdelen/week van 4 uur. Indien de dagdelen geen 4 uur omvatten wordt toch maximaal 4 uur per week gesubsidieerd. Dit is een vast bedrag van € 1.479,- en wordt alleen toegekend indien het kind minimaal 16 uur per week de voorschoolse voorziening bezoekt. De vve kindplaats vierde dagdeel is toegankelijk voor kinderen vanaf 2 jaar tot 4 jaar met een vve-indicatie. De subsidie is niet afhankelijk van de daadwerkelijke bezetting van de gesubsidieerde plaatsen.

Verdeling van de vve-kindplaatsen voor het vierde dagdeel per week op basis van de bezettingsgegevens van vier peildata (1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar) aangeleverd door de voorschoolse voorzieningen.

De definitieve verdeling van de 15 beschikbare vve-kindplaatsen vierde dagdeel wordt gemaakt zodra de gegevens van de peildatum van 1 oktober 2021 bekend zijn.

A4) Voor onvoorziene situaties, bv indien wachtlijsten ontstaan, zijn er nog 4 kindplaatsen beschikbaar. Hiervoor gelden dezelfde voorwaarden als de kindplaatsen genoemd bij A3.

Mocht een al eerder gesubsidieerde instelling op basis van de bezetting van de kindplaatsen in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar geen recht op subsidie kindplaatsen –vve vierde dagdeel hebben dan kan deze instelling, indien daar aantoonbaar vraag naar is, in de loop van het subsidiejaar voor maximaal 2 kindplaatsen-vve subsidie ontvangen.

Afhankelijk van de situatie kunnen deze plekken in de loop van 2022 worden toegekend. Een instelling ontvangt dan het bedrag/kindplaats naar rato van het resterende aantal kwartalen in het subsidiejaar

B) Vervallen.

C1) Ouderprogramma zodat ouders actief worden betrokken bij de ontwikkeling van hun kind met vve-indicatie. In overleg met het netwerkoverleg voor- en vroegschoolse periode vve wordt aan de instellingen een subsidie verstrekt voor het organiseren van een ouderprogramma. Dit is Vve-thuis of Opstapje. Indien instellingen voor een andere invulling van het ouderprogramma kiezen dan overleggen zij dit vooraf met de betrokken adviseur sociaal domein van de gemeente. Deelname is voor ouders die gebruik maken van een gesubsidieerde kindplaats vve (A1, A2, A3 en A4) verplicht.

De gemeente verdeelt de middelen op basis van gegevens van het aantal drie jarigen met vve-indicatie dat op 1 april en 1 oktober 2021 de voorschoolse voorziening bezocht. De voorschoolse voorzieningen leveren deze gegevens bij de subsidieaanvraag 2022 aan. Er wordt een vast bedrag per kind toegekend.

C2) Door Boekstart bevorderen van het gebruik van de bibliotheek door jonge kinderen.

D) Locatiesubsidie: Indien een locatie een gemengde groep (vve en reguliere peuteropvang samen) heeft dan kan voor deze locatie een vast bedrag beschikbaar worden gesteld voor de basiskosten die ieder jaar gemaakt moeten worden (b.v. materiaal, scholing, inspecties).

E) Subsidie Pedagogisch Beleidsmedewerker VVE: indien een locatie beschikt over een kind met een VVE indicatie dan wordt per kind met een vve indicatie per locatie een bedrag van € 350,- beschikbaar gesteld. De inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker VE bedraag 10 uur per doelgroeppeuter per locatie per jaar. Dit betreft een rekenregel. Het totaal aantal voorgeschreven uren per locatie mag door de opvangorganisatie naar eigen inzicht worden ingezet, zolang de inzet gericht is op kwaliteitsverbetering.

Bedrag per activiteit:

Voor onderdeel A 1 is € 177.510,- (30 x € 5.917,-) beschikbaar.

Voor onderdeel A 2 is € 23.668,- (4 x € 5.917,-) beschikbaar.

Voor onderdeel A 3 is € 22.185,- (15 x € 1.479,-) beschikbaar.

Voor onderdeel A4 is € 5.916,- (4 x € 1.479,-) beschikbaar.

Onderdeel B is vervallen.

Voor onderdeel C 1 is € 391,- per kind met een vve-indicatie beschikbaar.

Voor onderdeel C2 is € 4.986,- beschikbaar.

Voor onderdeel D is € 10.900,- per locatie beschikbaar.

Voor onderdeel E is per locatie per kind met een vve-indicatie een bedrag van € 350,- beschikbaar.

Mocht het totale subsidieplafond niet voldoende zijn dan wordt het bedrag van C1 en D naar rato gereduceerd.

Rapportageverplichtingen:

Een gesubsidieerde instelling is verplicht om per kwartaal een rapportage op te leveren.

Onderdelen van de rapportage zijn:

Bezettingsgegevens van de groepen met door Rhenen gesubsidieerde peuteropvang en vve. Uit de bezettingsgegevens moet minimaal blijken: het aantal kinderen met recht op kinderopvangtoeslag (uitgesplitst naar wel/geen vve-indicatie), het aantal kinderen met recht op reguliere subsidie peuteropvang en het aantal kinderen met recht op vve-subsidie op de eerste dag van het kwartaal.

Actuele wachtlijstgegevens. Nb het gaat hierbij alleen om kinderen waarvan de geplande plaatsingsdatum verstreken is. Onderverdeeld naar wel/geen vve-indicatie en wel/geen recht op kinderopvangtoeslag.

De rapportages bezettingsgegevens dienen op de volgende tijdstippen te zijn ingeleverd:

Rapportage over het eerste kwartaal - voor 1 maart 2022

Rapportage over het eerste en tweede kwartaal - voor 1 juni 2022

Rapportage over het eerste, tweede en derde kwartaal - voor 1 september 2022

Jaarrapportage 2022; - voor 1 december 2022

De gemeente zal per kwartaal de cijfers monitoren en met het netwerkoverleg voor- en vroegschoolse periode bespreken.

Van toepassing zijnde normbedragen

De gemeente subsidieert voor 2022 een kindplaats vve tegen een vast bedrag van € 5.917,- (eenmalig bedrag voor 2022) van 16 uur gedurende 40 weken. Indien het aanbod vve anders wordt ingevuld moet er in ieder geval worden voldaan aan de eis van een aanbod van 960 uur in de periode dat het kind 2,5 tot 4 jaar is. Ook kinderen tussen de 2 en 2,5 jaar krijgen gemiddeld 16 uur vve per week aangeboden.

De gemeente subsidieert voor 2022 een vve-kindplaats vierde dagdeel tegen een vast bedrag van

€ 1.479,- (eenmalig bedrag voor 2022) voor het vierde dagdeel per week van 4 uur, gedurende 40 weken. Indien de dagdelen geen 4 uur omvatten wordt toch maximaal 4 uur per week gesubsidieerd.

De gemeente subsidieert voor het ouderprogramma een vast bedrag per 3-jarig kind met een vve-indicatie van € 391,- per jaar.

Voor de locatiesubsidie is maximaal € 10.900,- per locatie beschikbaar.

De gemeente subsidieert voor de inzet van de pedagogische beleidsmedewerker vve per kind met een vve indicatie per locatie een bedrag van € 350,-. Peildatum 1 januari van het komende subsidiejaar) per locatie per jaar. De organisaties leveren uiterlijk 1 december 2021 het verwachte aantal vve kinderen per locatie aan bij de gemeente. De inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker vve bedraag 10 uur per doelgroeppeuter.

Van toepassing zijnde tariefvoorschriften

De aanbieder dient bij de ouders van de geplaatste vve-kinderen (onderdeel A1 en A2) een vooraf vastgestelde ouderbijdrage in rekening te brengen. Dit tarief wordt jaarlijks in overleg met het netwerkoverleg voor- en vroegschoolse periode bepaald.

Bijzondere criteria en/of voorwaarden

De locaties die voorschoolse educatie aanbieden voldoen aan de kwaliteitseisen, zoals die in de Wet OKE zijn vastgelegd. Daarnaast gelden ook lokale afspraken. De eisen zijn uitgewerkt in de beleidsnotitie “gesubsidieerde peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (vve) – gemeente Rhenen”.

De peuteropvang/kinderdagopvang is ingeschreven in het landelijke register kinderopvang (LRK) en voldoet daarmee aan de landelijke regelgeving en kwaliteitseisen. Het niet voldoen aan de kwaliteitseisen of oneigenlijk gebruik van deze regeling kan reden zijn voor beëindiging of terugvordering van de subsidie voor vve.

Subsidieaanvragen voor activiteiten die naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders niet of onvoldoende bijdragen aan de door de gemeente Rhenen met deze subsidieregeling beoogde doelen en resultaten komen niet voor subsidie in aanmerking.

Voor nieuwe subsidieaanvragers geldt dat zij zich conformeren aan de afspraken en kwaliteitscriteria, zoals opgenomen in het convenant ‘Voor- en Vroegschoolse Educatie Rhenen’ en het convenant ‘resultaatafspraken VVE Rhenen’, die reeds met bestaande partijen is afgesloten voor uitvoering van vve in Rhenen.

Alleen voor een peuter waarvan minimaal één van de ouders in de gemeente Rhenen woont is subsidie mogelijk.

De opvangplaatsen voor reguliere peuteropvang en vve zijn niet onderling uitwisselbaar.

Een kind kan maximaal 6 uur per dag deelnemen aan vve. Opvang zonder educatief oogmerk telt niet mee voor vve (bv slaapmomenten). Dat wil zeggen dat het kind minimaal op drie dagen de voorschool moet bezoeken.

De instellingen bieden 16 uur per week gedurende 40 weken per jaar vve aan. Of zij voldoen aan de 960 uren eis. Dat wil zeggen dat het kind in de periode van 2,5 tot 4 jaar minimaal 960 uur vve krijgt aangeboden. Ook kinderen tussen de 2 en 2,5 jaar krijgen gemiddeld 16 uur per week vve aangeboden.

Vanuit de visie dat dit het beste is voor de ontwikkeling van de kinderen wordt uitgegaan van

gemengde groepen (regulier en vve samen). Dit heeft tot gevolg dat peuters zonder achterstand ook het vve-programma krijgen aangeboden. Gewerkt wordt met gemengde peutergroepen waarin peuters met en zonder vve-indicatie bij elkaar in één groep zitten. Bij voorkeur wordt gestreefd naar een maximum aantal vve-kinderen van 50% per groep.

De instellingen bepalen zelf of zij groepen samenstellen waarin tegelijk kinderen van de

peuteropvang en kinderdagopvang bij elkaar zitten. Hierbij moet wel voldaan worden aan alle

wettelijke kwaliteitseisen en lokale afspraken (zoals pedagogische kwaliteit).

De locatiesubsidie wordt beschikbaar gesteld indien de instelling voorafgaand aan het subsidiejaar op elk van de 4 peildata (1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober) minimaal één kind met een vve-indicatie opvangt. Indien op minimaal een van de peildata geen kinderen met een vve-indicatie zijn ingeschreven dan wordt voor het daaropvolgende subsidiejaar geen locatiesubsidie toegekend. Aanvullende voorwaarden zijn dat de locatie in het LRK-register is ingeschreven als vve-locatie en de inspectie van de GGD en OCW akkoord zijn met het aanbod vve.

Subsidieverantwoording

Voor kindplaatsen vve subsidieert de gemeente de uitvoerende organisaties voor peuters waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag dienen een Inkomensverklaring (voorheen IB 60-formulier) en een door de gemeente opgestelde Eigen Verklaring te ondertekenen en in te leveren bij de uitvoerende organisatie waaruit blijkt dat zij geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag van het Rijk. Wanneer van deze regeling oneigenlijk gebruik wordt gemaakt kan dit gevolgen hebben voor de subsidievaststelling.

Voor vve-kindplaatsen vierde dagdeel subsidieert de gemeente de uitvoerende organisaties voor maximaal vier uur per week voor peuters waarvan de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Een kind moet 16 uur per week de voorschoolse voorziening bezoeken (of voldoen aan de eis van 960 uren). Wanneer van deze regeling oneigenlijk gebruik wordt gemaakt kan dit gevolgen hebben voor de subsidievaststelling.

Bij de subsidieverantwoording kindplaatsen vve verstrekt iedere organisatie een overzicht op kwartaal-basis van peuters waaraan een gesubsidieerde kindplaats vve is toegekend. Tezamen met dit overzicht overleggen organisaties ook de door de ouders verstrekte Inkomensverklaring (voorheen IB60-verklaring) en het ingevulde formulier ‘Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag gemeente Rhenen’. Tevens wordt bij de verantwoording gekeken naar de leeftijd van het kind, heeft het kind wel/geen vve-indicatie en is minimaal één van de ouders woonachtig in Rhenen. Een organisatie kan ook volstaan met het verstrekken van een accountantsverklaring waaruit blijkt dat deze gegevens zijn gecontroleerd. Benadrukt wordt dat uit de accountantsverklaring moet blijken dat de controle op kwartaal-basis heeft plaatsgevonden.

Bij de subsidieverantwoording kindplaatsen vve vierde dagdeel verstrekt iedere organisatie een overzicht op kwartaal-basis van peuters waaraan een gesubsidieerde vve-kindplaats vierde dagdeel is toegekend. Tezamen met dit overzicht overleggen organisaties gegevens waaruit blijkt dat het kind 16 uur per week (of voldoet aan de 960-uren eis) de voorschool bezoekt. Bij de verantwoording wordt ook gekeken naar de leeftijd van het kind, heeft het kind wel/geen vve-indicatie en is minimaal één van de ouders woonachtig in Rhenen. Een organisatie kan ook volstaan met het verstrekken van een accountantsverklaring waaruit blijkt dat deze gegevens zijn gecontroleerd. Benadrukt wordt dat uit de accountantsverklaring moet blijken dat de controle op kwartaal-basis heeft plaatsgevonden

De organisatie die subsidie ontvangt voor de pedagogisch beleidsmedewerker beschrijft op welke wijze de pedagogisch beleidsmedewerker VE bijdraagt aan de versterking van de kwaliteit van de voorschoolse educatie. Deze beschrijving wordt vanaf 2022 verplicht opgenomen in de inhoudelijke subsidieverantwoording.

Het ontbreken van de vereiste documenten kan nadelige consequenties voor de subsidieverlening en subsidievaststelling hebben.

Hardheidsclausule 2022

Door de coronacrisis is er sprake van een onzekere situatie. Mochten zich in 2022 onvoorziene omstandigheden of ontwikkelingen voordoen die tot onevenredige nadelige situaties leiden dan kan het college van Burgemeester en Wethouders besluiten, indien nodig, van deze regeling af te wijken.

Referentiebeleidsdocumenten

• Programmabegroting 2021 -2025.

• Beleidsnotitie gesubsidieerde peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (vve) – gemeente Rhenen.

• Convenant Voor- en Vroegschoolse Educatie Rhenen 2012.

• Verordening kwaliteitseisen peuterspeelzaalwerk 2011.

• Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012.

• Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk 2017.

• Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzaalwerk 2017.

• Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang 2018.

Artikel 10 Subsidieregeling onderhoud/restauratie gemeentelijke monumenten

10.1Subsidieplafond: €10.000,-

Dit plafond is onder voorbehoud van goedkeuring door de gemeenteraad. Het subsidieplafond wordt in november 2021 definitief door de vaststelling van de programmabegroting 2022 door de gemeenteraad.

10.2Algemene bepalingen

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    Onderhoud: werkzaamheden noodzakelijk om een gemeentelijk monument (object) in goede staat te brengen en in staat te houden en/of om toekomstig groot onderhoud en kostbare restauraties te voorkomen of te verminderen. Het betreft onderhoud het normale onderhoud te boven gaand.

  • 2.

    Restauratiewerkzaamheden: die werkzaamheden aan het gemeentelijk monument (object) het normale onderhoud te boven gaand. die voor de instandhouding ervan noodzakelijk zijn.

  • 3.

    Objecten: objecten welke voorkomen op de gemeentelijke lijst welke is gebaseerd op de Erfgoedverordening 2016 van de gemeente Rhenen.

  • 4.

    Monumentencommissie: de door de raad ingestelde commissie of aangewezen instantie, met als taak burgemeester en wethouders op verzoek of uit eigener beweging te adviseren over de toepassing van de Erfgoedverordening 2016 en deze regeling.

  • 5.

    Budget: het bedrag dat door de raad van de gemeente Rhenen jaarlijks wordt vastgesteld voor de subsidiëring van de objecten voorkomende op de monumentenlijst van de gemeente Rhenen.

  • 6.

    Eigenaar: degene die in de kadastrale registers als eigenaar dan wel als erfpachter of opstalhouder van een object is ingeschreven.

  • 7.

    Subsidiabele restauratiekosten: de kosten die door burgemeester en wethouders op een ingediende gespecificeerde begroting worden aangemerkt als kosten die voortvloeien uit:

    • a.

      het treffen van voorzieningen tot opheffing van bouwtechnische gebreken het normale onderhoud te boven gaand, van in slechte of matige bouwtechnische staat verkerende objecten;

    • b.

      het treffen van andere voorzieningen waarvan de uitvoering in verband met de architectuur-historische waarde van het object door burgemeester en wethouders noodzakelijk worden geacht, mits die voorzieningen gelijktijdig met de onder a bedoelde voorzieningen worden uitgevoerd.

10.3Gemeentelijke subsidie

  • 1.

    Ten behoeve van het onderhoud van objecten kunnen burgemeester en wethouder, gehoord de monumentencommissie, subsidie verlenen.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders maken voor 1 januari van elk kalenderjaar bekend welk bedrag de gemeenteraad beschikbaar heeft gesteld ten behoeve van restauratie aan objecten (zie subsidieplafond artikel 10.1).

10.4 Aanvragen van subsidie

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie, als bedoeld in artikel 10.3, voor enig jaar dient voor 31 oktober van het voorafgaande jaar schriftelijk te worden ingediend bij burgemeester en wethouders.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen omtrent het indienen van een aanvraag om subsidie.

10.5 Subsidieberekening

  • 1.

    Het gemeentelijke subsidie bedraagt maximaal 25 % van de werkelijk gemaakte, door burgemeester en wethouders aanvaardbaar geachte, kosten van onderhoud en/of restauratie, tot een maximumbedrag van € 2.500,-- per object per jaar.

  • 2.

    Onder de kosten van onderhoud en/of restauratie worden begrepen:

    • a.

      de aanneemsom;

    • b.

      eventueel noodzakelijk meerwerk;

    • c.

      risicoverrekening van loon- en materiaalprijsstijgingen;

    • d.

      honorarium adviseur/deskundige.

10.6 Weigeren van subsidie

Geen subsidie ingevolge deze regeling wordt toegekend:

  • a.

    voor objecten die niet zijn opgenomen op de gemeentelijke lijst;

  • b.

    in gevallen van brand- en/of stormschade, voor zover de schade in de kosten van onderhoud door een verzekeringsuitkering wordt gedekt of redelijkerwijs gedekt had kunnen worden;

  • c.

    ingeval van onderhoud en/of restauratie wanneer voor beslissing van burgemeester en wethouders op een subsidieaanvraag met de werkzaamheden is begonnen;

  • d.

    ingeval het gemeentebestuur op voet van een andere regeling subsidie heeft verleend, dan wel door het rijk en/of provincie subsidie wordt verleend ten behoeve van het betreffende object;

  • e.

    indien het voor het betreffende jaar vastgestelde budget ontoereikend is;

  • f.

    indien met het treffen van de voorzieningen het herstel van de beschermde gemeentelijke monumenten niet of in onvoldoende mate wordt gediend.

10.7 Te subsidiëren onderhoud en restauratie

  • a.

    Subsidie kan worden toegekend in de volgende onderhouds- en restauratiekosten:

  • b.

    herstel en vernieuwen van rieten daken (met herstel van leilatten en beperkt herstel van sporen);

  • c.

    herstel van dakvlakken gedekt met pannen, leien (met herstel van leilatten en beperkt herstel van sporen), lood, zink of koper;

  • d.

    herstel van goten (in zink, koper of lood) inclusief bijbehorende hemelwaterafvoeren; het aanbrengen van goten waar deze niet eerder aanwezig waren;

  • e.

    herstel van buitenkozijnen, buitendeuren, raampartijen, luiken, stoepen, roedenverdeling, lijstwerk:

  • f.

    herstel van windveren, schoorstenen, kapellen, hoek- en kilkeperlood:

  • g.

    herstel van dak-/torenluiken, loopbruggen, het luiken afgrazen van torens:

  • h.

    inboeten, beperkt herstel muurwerk en opnieuw voegen of pleisteren van gevels;

  • i.

    natuursteen; beperkt vervangen of inboeten;

  • j.

    behandeling van muur- en houtwerk ter regulering van de vochthuishouding dan wel ter bestrijding van zwamaantasting of houtaantasters;

  • k.

    herstel van bliksembeveiligingsinstallaties;

  • l.

    buitenschilderwerk en binnenschilderwerk wat betreft ramen, buitendeuren en gevels het normaal schilderwerk te boven gaand;

  • m.

    herstel van dragende constructies (ankerbalkgebinten, schoren en platen, balkkoppen, spantbenen);

  • n.

    uitwendig herstel van diverse bijgebouwen, zoals hooibergen, schuren bakhuisjes, pompen, hekken, bruggen, koetshuizen, oranjerieën, theekoepels, voor zover opgenomen in reden gevende beschrijving;

  • o.

    herstel van glas-in-lood beglazing;

  • p.

    vervanging en herstel van overige bouwelementen met waarde van grote zeldzaamheid of historische waarde;

  • q.

    vervanging en herstel van tuin-, hof- en erfelementen en meubilair, zowel van het exterieur als het interieur, paden, vijvers, banken, beelden en zonnewijzers;

  • r.

    overige werkzaamheden, voor zover burgemeester en wethouders die noodzakelijk achten.

10.8 Subsidietoekenning

  • 1.

    Het subsidie, bedoeld in de artikelen 10.3 en 10.7, kan uitsluitend worden toegekend aan de eigenaar die krachtens enig zakelijk recht het genot heeft van een object.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen met betrekking tot de instandhouding van het betreffende object aan een subsidietoekenning zodanige voorwaarden verbinden, dat een juiste besteding van de gemeentelijke gelden wordt bevorderd, conform de doelstellingen van de Erfgoedverordening 2016.

10.9 Beslissing

  • 1.

    Burgemeester en wethouders geven, gehoord de monumentencommissie, een beschikking op de aanvraag binnen 16 weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2.

    Indien burgemeester en wethouders niet voldoen aan het eerste lid wordt de subsidie geacht te zijn geweigerd.

10.10 De vaststelling van subsidie

  • a.

    De definitieve vaststelling van het subsidiebedrag vindt plaats door burgemeester en wethouders na goedkeuring van na beëindiging van het werk in te dienen gespecificeerde betalingsbewijzen.

  • b.

    Om voor uitbetaling van subsidie in aanmerking te komen, moeten de werkzaamheden uiterlijk 52 weken na het geven van de beschikking, als bedoeld in artikel 10.9, gereed gemeld zijn.

  • c.

    Het vastgestelde subsidie zal worden uitbetaald aan de eigenaar die krachtens enig zakelijk recht het genot heeft van het object.

10.11 Toegang tot het werk

De eigenaar is verplicht er voor zorg te dragen dat aan medewerkers van bouw- en woningtoezicht, op verzoek vergezeld van leden van de monumentencommissie, toegang tot het werk en de werkplaatsen wordt verleend en is verplicht inzage te verstrekken in alle op het werk betrekking hebbende stukken.

10.12 Onderhoudsinspanning

De eigenaar is verplicht het betreffende object in goede staat van onderhoud te houden.

10.13 Sanctiebepalingen

Bij niet of niet behoorlijke nakoming van de bij of krachtens deze verordening gestelde voorwaarden en gegeven aanwijzingen kunnen burgemeester en wethouders besluiten tot gehele of gedeeltelijke intrekking van de beschikking tot toekenning van de subsidie en tot terugvordering van het subsidie.

10.14 Overgangsbepaling

In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet, kunnen burgemeester en wethouders een voorlopige voorziening treffen. Zij doen hiervan mededeling in de eerstvolgende vergadering van de monumentencommissie.

Artikel 11 Buurtbudget

11.1 Subsidieplafond: €5.000,-

Dit plafond is onder voorbehoud van goedkeuring door de raad. Het subsidieplafond wordt in november 2021 definitief door de vaststelling van de programmabegroting 2022 door de raad.

11.2 Zie spelregels wijkgericht werken buurtbudget voor voorwaarden en indiening (bijlage 2).

Artikel 12 Initiatievenfonds

Zie uitvoeringsregeling Fonds voor Initiatieven Rhenen – “Het zijn de kleine dingen die het doen” voor het subsidieplafond en de voorwaarden (bijlage 3).

Artikel 13 Subsidieregeling Preventie

13.1 Subsidieplafond wordt vastgesteld op het bedrag dat op 1-1-2022 beschikbaar is.

13.2 Doel van de subsidie

Het versterken van de zelfredzaamheid, sociale cohesie, meedoen aan de samenleving en het bevorderen van gezond gedrag.

13.3 Beoogde resultaten

  • Meer inwoners kunnen zich in het dagelijks leven beter redden, al dan niet met ondersteuning van hun netwerk;

  • Meer inwoners kijken om naar elkaar, helpen elkaar of zetten zich in voor hun buurt;

  • Meer inwoners die dit zelf niet zomaar kunnen, zijn in staat om mee te doen aan de samenleving;

  • Meer inwoners halen de bewegingsnorm;

  • Meer inwoners doen vrijwilligerswerk.

13.4 Activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie

  • Op het collectief gerichte activiteiten die bijdragen aan de zelfredzaamheid van inwoners.

  • Op het collectief gerichte activiteiten die bijdragen aan onderlinge verbondenheid en inzet voor elkaar en de leefomgeving.

  • Op het collectief gerichte activiteiten die het eenvoudiger maken om mee te doen aan de samenleving.

  • Extra vrij toegankelijke activiteiten gericht op meer sporten en bewegen, die nieuw zijn en die (nog) geen deel uitmaken van het bestaande/reguliere sport- en bewegingsaanbod.

  • Activiteiten van en door jongeren, die jongeren betrekken bij hun leefomgeving of de samenleving.

  • Innovatieve activiteiten die gericht zijn op het buiten spelen, dan wel het meer aantrekkelijk maken van het buiten spelen door kinderen.

  • Innovatieve activiteiten die jeugd- en jongeren informeren, interesseren en toe leiden naar vrijwilligerswerk.

  • Activiteiten gericht op het aantrekkelijk maken van organisaties voor vrijwilligerswerk door jongeren.

13.5 Organisaties die in aanmerking komen voor subsidie

Vrijwilligersorganisaties of verenigingen.

13.6 Soort subsidie

Incidentele Subsidie met een maximale looptijd van drie jaar

13.7 Van toepassing zijnde normbedragen

Voor alle aanvragen geldt dat het maximale subsidie nooit hoger kan zijn dan € 2.500,--

13.8 Van toepassing zijnde tariefvoorschriften

Geen.

13.9 Bijzondere criteria en/of voorwaarden

  • 1.

    De aanvragen worden beoordeeld en toegekend op volgorde van binnenkomst;

  • 2.

    Als de subsidie wordt toegekend, vindt daarmee ook direct de vaststelling ervan plaats.

  • 3.

    Voor de verantwoording van een toegekende subsidie wordt een subsidieontvanger gevraagd om binnen 8 weken na afronding van het project een kort (maximaal 1 A4) activiteitenverslag en/of beeldmateriaal naar de gemeente te versturen;

  • 4.

    Er worden uitsluitend subsidies voor activiteiten en projecten toegekend die nieuw zijn en niet behoren tot de reguliere activiteiten van de aanvrager en waarvoor nog niet eerder gemeentelijk subsidie is aangevraagd of toegekend. Daar waar activiteiten recent al waren gestart, maar slechts met tijdelijke financiering uit andere bronnen, kan ook nog een beroep op deze regeling worden gedaan.

  • 5.

    Er worden geen subsidies verstrekt in de kosten van voedsel, maaltijden, barbecues e.d.

  • 6.

    Activiteiten van aanvragers die in samenwerking met anderen worden opgezet of waarbij meerdere organisaties zijn betrokken genieten voorkeur.

  • 7.

    Activiteiten die ook vallen binnen het bereik van het initiatievenfonds worden eerst binnen het kader van de regeling initiatievenfonds afgewikkeld.

13.10 Referentiebeleidsdocumenten

  • Integraal Beleidskader Sociaal Domein

  • Beleidsplan Jeugd; beleidsplan Participatie; beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning, het Programma Sociaal Domein

  • Programmabegroting 2021 - 2024

  • Bestuursprogramma 2018 - 2023

Slotbepalingen

  • 1.

    Alle voorgaande hierop van toepassing zijnde subsidieregelingen worden ingetrokken met ingang van 1 januari 2022.

  • 2.

    De Algemene Subsidieverordening gemeente Rhenen 2019 is onverkort van toepassing.

  • 3.

    Deze regeling geldt voor het subsidiejaar 2022 en treedt in werking op de dag na de publicatie.

  • 4.

    De regeling wordt aangehaald als: Subsidieregelingen 2022.

Ondertekening

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris, de burgemeester,

dhr. P. Bonthuis drs. J.A. van der Pas

Voor wat betreft artikel 8 en 9 vastgesteld op 5 oktober 2021,

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris, de burgemeester,

dhr. P. Bonthuis drs. J.A. van der Pas