Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond houdende regels omtrent evenementen (Beleidsregels Evenementen Gemeente Roermond 2021)

Geldend van 17-02-2021 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond houdende regels omtrent evenementen (Beleidsregels Evenementen Gemeente Roermond 2021)

Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Roermond,

ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft,

overwegende:

dat het in verband met een efficiënte en eenduidige afdoening van aanvragen voor een evenementenvergunning of -melding en de daarmee overige onlosmakende vergunningen c.q. ontheffingen, gewenst is over te gaan tot vaststelling van beleidsregels;

gelet op artikel 4:81 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 3 en 4 van de Zondagswet, artikel 2:1 van het Besluit brandveilig gebruik en basis hulpverlening overige plaatsen en de artikelen 1:2 t/m 1:9, 2:24 , 2:25, 4:6 en 5:25 van de Algemene plaatselijke verordening;

B E S L U I T:

vast te stellen de navolgende

Beleidsregels Evenementen Gemeente Roermond 2021

HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN

Artikel 1 Algemene begripsbepaling

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    Apv: de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Roermond.

  • b.

    evenement: een activiteit zoals bedoeld in artikel 2:24 van de Apv.

  • c.

    evenementenkalender: overzicht jaarkalender met aangekondigde evenementen op datum, tijdstip en locatie, zoals bedoeld in 2:25, tweede lid van de Apv.

  • d.

    organisator: een natuurlijke persoon of in geval van een rechtspersoon, de bestuurder van deze rechtspersoon dan wel diens gevolmachtigde(n), die een evenement laat organiseren, organiseert of wenst te organiseren.

  • e.

    geluidsnormen: opgelegde maximale geluidniveaus die als doel hebben om enerzijds geluidsoverlast naar de omgeving te beperken en anderzijds een evenement de gelegenheid te geven te kunnen plaatsvinden.

  • f.

    versterkt basgeluid: het versterkte muziekgeluid onder de 500 Hz.

  • g.

    evenementenmonitor: hulpmiddel voor het uitvoeren van een vergelijkende toets. Door middel van scores op concrete vragen wordt getoetst of en hoe een evenement voldoet aan de beleidsdoelstellingen.

  • h.

    evenementenloket: frontoffice: centrale coördinatie, sturingsmogelijkheid voor de gemeente + servicepunt voor organisatoren.

  • i.

    evenemententerrein: ruimtelijk begrensde oppervlakte, bestaande uit ten minste een gebied of bouwsel of een samenstelling daarvan waarbinnen een gebeurtenis plaatsvindt en waarbij muziek, kunst, cultuur, sport, , wetenschap of een combinatie van deze centraal staat, over het algemeen ten behoeve van vermaak.

  • j.

    programmateam: team samengesteld uit beleidsmedewerkers met verschillende beleidsvelden in relatie tot evenementen.

  • k.

    locatieprofielen: overzicht van een locatie met hierin opgenomen de voor die locatie van toepassing zijnde voorschriften.

  • l.

    externe hulpdiensten: politie, brandweer, Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR).

  • m.

    handhavingsmatrix: overzicht van mogelijke scenario’s en daarbij te nemen maatregelen.

  • n.

    evenementen met een bijzondere status: een aantal bijzondere evenementen zoals opgenomen in het Integraal Uitvoeringskader Evenementen, vastgesteld op 25 augustus 2020.

  • o.

    op- en afbouw dag: dag(en) waarop werkzaamheden worden uitgevoerd ten behoeve van het evenement.

  • p.

    evenementen dag: aaneengesloten tijdsperiode van 00:00 uur tot 24:00 uur waarbinnen een evenement wordt gehouden exclusief op- en afbouwdagen.

  • q.

    lokale feestdag: Carnavalsmaandag en -dinsdag.

  • r.

    geluidgevoelige bestemmingen (gebouwen en terreinen): woningen en andere geluidgevoelige gebouwen alsmede geluidgevoelige terreinen zoals weergegeven in artikel 1 van de Wet geluidhinder en geconcretiseerd in artikel 1.2 van het Besluit geluidhinder.

  • s.

    muziekstraffactor: toeslag van 10 dB die op een gemeten geluidniveau wordt toegepast vanwege de herkenbaarheid van muziek wat als extra hinderlijk wordt beschouwd.

  • t.

    meteocorrectieterm: een correctie bepaald conform de Handleiding Meten en Rekenen industrielawaai, op het gemeten geluidniveau omdat de geluidsoverdracht en daarmee het gemeten geluidniveau sterk kan variëren door meteorologische invloeden.

  • u.

    bedrijfsduurcorrectieterm: een correctie bepaald conform de Handleiding Meten en Rekenen industrielawaai, op het gemeten geluidniveau omdat dit geluidniveau maar een (klein) gedeelte van de beoordelingstijd aanwezig is.

  • v.

    equivalent geluidsniveau: equivalent geluidsniveau als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder.

  • w.

    langtijdgemiddeld beoordelingsniveau: het equivalente geluidsniveau waarbij tevens rekening gehouden wordt met de afzonderlijke geluidsbijdragen tijdens de verschillende bedrijfstoestanden (bedrijfsduurcorrectie) alsmede met het karakter van het geluid (muziek) en variaties van het immissieniveau als gevolg van verschillende weersomstandigheden (meteocorrectie).

Artikel 2 Melding
  • 1. Ingevolge artikel 2:25, tweede lid, van de Apv kunnen evenementen in de open lucht die niet langer dan twee aaneengesloten evenementendagen duren én met een bezoekersaantal van minder dan 150 personen volstaan met een melding indien:

    • a.

      het evenement niet voor 8:00 uur aanvangt en uiterlijk 23.00 uur wordt beëindigd;

    • b.

      het evenement geen belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;

    • c.

      er geen samenloop is met wegwerkzaamheden, wegopbrekingen of hoofdroutes van de hulpdiensten;

    • d.

      het totale oppervlak aan bouwwerken minder dan 50 m² bedraagt;

    • e.

      het maximaal geproduceerde geluid niet meer bedraagt dan 75 dB(A), gemeten op de gevel van de dichtstbijzijnde geluidgevoelige bestemming.

  • 2. Activiteiten in het kernwinkelgebied vallen te allen tijde onder de vergunningsplicht en zijn derhalve uitgesloten van de meldingsplicht. Het betreft de onderstaande straten:

    • -

      Markt

    • -

      Varkensmarkt

    • -

      Marktstraat

    • -

      Brugstraat

    • -

      Bergstraat

    • -

      Schoenmakersstraat

    • -

      Steenweg

    • -

      Neerstraat

    • -

      Roerpassage

    • -

      Paredisstraat

    • -

      Munsterplein

    • -

      Abdijhof

    • -

      Hamstraat

    • -

      Graaf Gerardstraat

    • -

      Kloosterwandstraat

  • 3. De organisator dient de burgemeester tenminste 20 werkdagen voorafgaand aan de meldingsplichtige activiteit in kennis te stellen middels een door de burgemeester vastgesteld meldingsformulier.

  • 4. De burgemeester beoordeelt de melding zo snel mogelijk. Indien binnen 10 werkdagen na ontvangst van het meldingsformulier door de burgemeester geen tegenbericht is verzonden, kan het evenement zoals gemeld plaatsvinden.

  • 5. De burgemeester kan na de melding aanvullende voorschriften aan de organisator opleggen. Het is verboden om te handelen in strijd met deze voorschriften.

  • 6. Indien blijkt dat een melding alsnog vergunningsplichtig is wordt deze melding beoordeeld zoals omschreven in artikel 3 e.v. van deze beleidsregel.

Artikel 3 Indeling behandelclassificatie evenementen

Evenementen worden aan de hand van een risicoscan conform de landelijke Handreiking Evenementenveiligheid als volgt geclassificeerd:

  • a.

    Regulier evenement (de zgn A- evenementen): een voor het publiek toegankelijke samenkomst of vermakelijkheid waarbij operationele voorbereiding en uitvoering door een of meer OOV-diensten niet noodzakelijk worden geacht.

  • b.

    Aandacht evenement (de zgn B- evenementen): een voor het publiek toegankelijke samenkomst of vermakelijkheid waarbij operationele voorbereiding en uitvoering door een of meer OOV-diensten voorstelbaar worden geacht.

  • c.

    Risicovol evenement (de zgn C- evenementen): een voor het publiek toegankelijke samenkomst of vermakelijkheid waarbij operationele voorbereiding en uitvoering door een of meer OOV-diensten noodzakelijk worden geacht.

HOOFDSTUK 2 LOCATIEBELEID EN MAXIMUM AANTAL EVENEMENTENDAGEN

Artikel 4 Locatieprofielen
  • 1. Er zijn locatieprofielen vastgesteld voor de volgende locaties:

    • a.

      Stationsplein

    • b.

      Markt

    • c.

      Munsterplein

    • d.

      Kloosterwandplein

    • e.

      Roerkade

    • f.

      ECI terrein

    • g.

      Julianaplein

    • h.

      Betjesplein

    • i.

      Rector Boostplein

    • j.

      Markt Swalmen / In den Häöfkes

    • k.

      De Weerd

    • l.

      Kop van Hatenboer

  • 2. Indien een evenement op de betreffende locatie volgens het bestemmingsplan niet is toegestaan, moet hiervoor door de organisator van het evenement een omgevingsvergunning worden aangevraagd.

Artikel 5 Maximaal aantal evenementen per locatie
  • 1. In de vastgestelde locatieprofielen is het maximaal aantal evenementendagen per kalenderjaar opgenomen.

  • 2. Indien een evenement plaats vindt op een andere locatie dan de reeds vastgestelde locatieprofielen, geldt een maximum van 12 evenementendagen per kalenderjaar op die locatie.

  • 3. Per locatie wordt een minimale spreiding van 7 dagen tussen de laatste afbouwdag en de eerste opbouwdag tussen 2 opeenvolgende evenementen gehanteerd.

  • 4. Het college is bevoegd in bijzondere gevallen af te wijken van bovenstaande normen.

HOOFDSTUK 3 DE EVENEMENTENKALENDER

Artikel 6 Evenementenkalender
  • 1. Het college stelt jaarlijks uiterlijk 1 december een evenementenkalender vast op basis van het integraal uitvoeringskader evenementen. Deze kaders bestaan uit:

    • a.

      De locatieprofielen voor evenementenlocaties waarin de criteria zijn opgenomen met betrekking tot aard en soort van het evenement, veiligheid, belasting voor de woon- en leefomgeving en duurzaamheid;

    • b.

      De evenementenmonitor waarin de volgende criteria een rol spelen bij plaatsing op de evenementenkalender:

      • i.

        visie en ambitie

      • ii.

        doelgroepen;

      • iii.

        organisator;

      • iv.

        financiële draagkracht;

      • v.

        reputatie en profilering;

      • vi.

        beleidsdoelstelling ten aanzien van cultuur en traditie, sport, welzijn, duurzaamheid, toegankelijkheid en gezondheid.

  • 2. De jaarlijks vastgestelde evenementenkalender wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad. Wijzigingen na vaststelling worden gepubliceerd op de website van de gemeente Roermond.

  • 3. Degene die voornemens is een evenement zoals bedoeld in artikel 3 te organiseren waarvoor een vergunning op grond van artikel 2:25 van de Apv vereist is, dient het college jaarlijks in het tijdvak van 15 juli tot en met 31 augustus te verzoeken het betreffende evenement te plaatsen op de evenementenkalender voor het volgende jaar.

  • 4. Het verzoek als bedoeld in lid 3 dient te geschieden door middel van een door het college vastgesteld formulier. Een dergelijk verzoek is geen aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 van de Apv.

  • 5. Verzoeken die volledig en vóór 1 september zijn ontvangen, worden gelijktijdig in behandeling genomen.

  • 6. Een verzoek gedaan vóór 15 juli van het jaar voorafgaand aan wanneer het evenement moet plaatsvinden, wordt geweigerd.

  • 7. Een verzoek ná 1 september van het jaar voorafgaand aan wanneer het evenement moet plaatsvinden, wordt beoordeeld nadat de evenementenkalender is vastgesteld.

Artikel 7 Samenlopende/concurrerende aanvragen
  • 1. Er is sprake van samenlopende/concurrerende aanvragen indien er meerdere verzoeken voor plaatsing op de evenementenkalender zijn ingediend voor dezelfde locatie, datum en tijd en/of het aantal evenementen het aantal te verlenen vergunningen overtreft.

  • 2. Samenlopende/concurrerende aanvragen worden als volgt beoordeeld:

    • a.

      Evenementen met een bijzondere status hebben te allen tijde voorrang;

    • b.

      Met behulp van de evenementenmonitor wordt op basis van een vergelijkende toets een rangorde aangebracht en zal aan de hand van de hoogste score blijken welk evenement een plek op de kalender krijgt.

    • c.

      Als er concurrerende evenementen zijn die op basis van de vergelijkende toets dezelfde scoren behalen, worden de organisatoren op initiatief van de evenementencoördinator eerst bij elkaar gebracht om te onderzoeken of er samengewerkt, geschoven of anderszins een oplossing gevonden kan worden.

    • d.

      Blijkt het niet mogelijk tot afstemming of samenwerking tussen partijen te komen, beslist het lot.

Artikel 8 Wijze van loting samenlopende/concurrerende aanvragen
  • 1. De loting wordt uitgevoerd door een notaris, aan te wijzen door de burgemeester.

  • 2. De burgemeester kent aan de aanvragen die deelnemen aan de loting een uniek nummer toe en verstrekt deze unieke nummers aan de notaris.

  • 3. Bij de loting is de burgemeester, of ten minste twee door hem daartoe aangewezen ambtenaren, aanwezig.

  • 4. De loting is onverminderd lid 3 niet openbaar.

  • 5. De notaris maakt een proces-verbaal op van de loting en vermeldt de wijze waarop de loting is uitgevoerd, de uitslag van de volgorde van trekking en de datum van de loting en is ondertekend door de notaris.

  • 6. Onverwijld na ontvangst van de in het vijfde lid bedoelde proces-verbaal worden de aanvragers wiens aanvraag aan de loting heeft deelgenomen door de burgemeester geïnformeerd over de uitkomst van de loting voor hun aanvraag.

HOOFDSTUK 4 DE VERGUNNINGAANVRAAG

Artikel 9 De aanvraag
  • 1. De organisator vraagt een evenementenvergunning aan door inzending van het volledig ingevulde aanvraagformulier, inclusief de daarbij behorende bijlagen.

  • 2. Aanvragen worden uitsluitend in behandeling genomen indien gebruik is gemaakt van het in lid 1 bedoelde aanvraagformulier.

  • 3. Aanvragen voor een evenementenvergunning, waarvoor eerder geen verzoek voor plaatsing op de evenementenkalender is gedaan, worden mede beschouwd als een verzoek om plaatsing op de evenementenkalender.

  • 4. Voor een A-evenement dient de aanvraag uiterlijk 8 weken voor de aanvang van het evenement plaats te vinden en uiterlijk 14 weken voor de aanvang van een B- of C-evenement.

  • 5. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, zoals bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd.

  • 6. De aanvraag vergunning wordt tevens als een verzoek om overig benodigde ontheffing/vergunning beschouwd, met uitzondering van de ontheffing Drank- en Horecawet, aanstellingsbesluit verkeersregelaars en de eventuele omgevingsvergunning. Deze ontheffing c.q. aanvraag dient apart te worden ingediend.

  • 7. In de aanvraag om een evenementenvergunning wordt in ieder geval vermeld:

    • a.

      de inrichting van het evenemententerrein waaronder het op- en afbouwplan;

    • b.

      de omschrijving van het aard en het karakter van het evenement;

    • c.

      een omschrijving van de activiteiten en handelingen die in het kader van het evenement plaatsvinden;

    • d.

      de situering en uitstraling van de geluidsboxen;

    • e.

      wanneer sprake is van een impact op het verkeer, een verkeers- en mobiliteitsplan.

  • 8. Indien meerdere met elkaar concurrerende vergunningaanvragen na vaststelling van de evenementenkalender worden ingediend, geldt in afwijking van artikel 5, sub d de volgorde van binnenkomst.

  • 9. In afwijking van het voorgaande lid gaan evenementen met een bijzondere status in alle gevallen voor.

Artikel 10 Inhoud vergunning
  • 1. In de vergunning wordt in ieder geval vermeld:

    • a.

      de naam/benaming van het evenement;

    • b.

      de aard van het evenement;

    • c.

      de locatie van het evenement;

    • d.

      de ruimte waarop of waarin een evenement plaats heeft;

    • e.

      de datum/data waarop het evenement plaatsvindt en de begin- en eindtijd(en);

    • f.

      de data waarop het evenement wordt op- en afgebouwd;

    • g.

      de voorschriften.

Artikel 11 Geldigheid vergunning
  • 1. De vergunning geldt voor de dagen zoals opgenomen in de vergunning.

  • 2. De vergunning is niet overdraagbaar.

HOOFDSTUK 5 (BIJZONDERE) VOORSCHRIFTEN

Artikel 12 Voorschriften aan vergunning

Bij een vergunning voor een evenement worden de volgende voorschriften opgenomen met betrekking tot:

  • 1.

    Bij alle evenementen:

    • a.

      geneeskundige hulpverlening;

    • b.

      toiletvoorzieningen;

    • c.

      bereikbaarheid door hulpdiensten;

    • d.

      het gebruik van glaswerk voor het schenken van dranken;

    • e.

      op- en afbouwtijden ten dienste van het evenement;

    • f.

      de inzet van EHBO’ers;

    • g.

      de geluidsnorm.

  • 2.

    Indien noodzakelijk kunnen aanvullende voorschriften worden opgenomen op het gebied van:

    • a.

      brandveiligheid;

    • b.

      beveiliging;

    • c.

      de inzet van verkeersregelaars en beveiligers.

  • 3.

    De burgemeester is bevoegd om nadere voorschriften te stellen die inhouden dat de vergunninghouder een zorgplicht krijgt opgelegd om binnen zijn/haar mogelijkheden passende maatregelen te treffen om de mogelijke overlast in de openbare ruimte, als gevolg van de verkoop of het recreatief gebruik van lachgas, te beperken.

Artikel 13 Eindtijden
  • 1. Voor een vergunningsplichtig evenement worden de volgende eindtijden gehanteerd:

    • a.

      eindtijd van het evenement:

      • -

        zondag tot en met donderdag tot 23.00 uur.

      • -

        vrijdag en zaterdag tot 24.00 uur.

    • b.

      de eindtijd van versterkt geluid is 30 minuten vóór eindtijd van het evenement.

  • 2. Voor dagen waarop een vrije dag en/of (lokale) feestdag volgt, kan het tijdstip waarop de nachtperiode ingaat worden verschoven tot 01.00 uur.

  • 3. Indien er sprake is van een evenement met een bijzondere status kan afgeweken worden van voornoemde eindtijd. De uiterlijke eindtijd van het evenement is dan 01.00 uur.

Artikel 14 Geluidsnormering
  • 1. Als algemeen kader worden de uitgangspunten zoals verwoord in de Nota Evenementen met een luidruchtig karakter (Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, d.d.1996) gehanteerd.

  • 2. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LarLt) gemiddeld over één minuut veroorzaakt door het evenement invallend op de gevel van de meest nabijgelegen geluidsgevoelige bestemmingen mag niet meer mag bedragen dan een max. geluidniveau (Laeq) van:

    • -

      75 dB(A) gedurende de dagperiode (07.00 – 19.00 uur)

    • -

      75 dB(A) gedurende de avondperiode (19.00 – 23.00 uur)

    • -

      50 dB(A) gedurende de nachtperiode (23.00 - 07.00 uur)

  • 3. Indien er sprake is van specifieke omstandigheden bij een evenement dat een cultureel of maatschappelijk belang dient, kan door het bevoegde bestuursorgaan worden afgeweken van de gestelde normering.

  • 4. Er wordt een meetduur over één minuut gehanteerd.

  • 5. Er kan aanleiding zijn om op een locatie een andere normering ten opzichte van de Nota Evenementen met een luidruchtig karakter op te nemen. Dit is het geval in het buitengebied bij evenementen in De Weerd en op Kop Hatenboer. Woningen zijn hier over het algemeen verder van de evenementenlocatie af gelegen dan in het stedelijk gebied. Voor deze locaties geldt daarom dat de standaardnormering naar beneden wordt bijgesteld.

  • 6. In het stedelijk gebied kan worden afgeweken van de standaardnorm tot een uiterste waarde van 85 dB(A). Onder stedelijk gebied vallen in ieder geval de volgende locaties:

    • a.

      Kloosterwandplein

    • b.

      Markt te Roermond

    • c.

      Stationsplein

    • d.

      Markt te Swalmen

    • e.

      Roerkade

  • 7. Bij optochten, zoals de carnavalsoptocht, zijn specifieke omstandigheden van toepassing. Voor optochten geldt daarom een maximaal geluidniveau van 85 dB(A).

  • 8. Indien basgeluid een groot aandeel heeft in de programmering van een evenement, of wanneer een dB(A) norm boven de standaardnormering uit de Nota Evenementen met een luidruchtig karakter wordt opgelegd, wordt in die situaties naast de dB(A) normering tevens een dB(C) norm opgelegd. Algemeen uitgangspunt is dat aan de normstelling in dB(A) een 15 dB hogere normstelling in dB(C) gekoppeld wordt. In het geval de dB(A) norm lager ligt dan de normering in de Nota Evenementen met een luidruchtig karakter, wordt maatwerk toegepast bij de toepassing van de dB(C) norm.

  • 9. Indien het achtste lid aan de orde is wordt bij deze evenementen de toepassing van de Best Beschikbare Technieken als eis opgelegd.

  • 10. Metingen vinden plaats op de gevel van geluidgevoelige gebouwen dan wel op de grens van geluidgevoelige terreinen. Toeslagen/correcties voor de aard van het geluid, en de bedrijfsduurcorrectieterm blijven hierbij achterwege.

  • 11. Een organisator is in het kader van de aanvraag evenementenvergunning verantwoordelijk om aan te tonen welke geluidproductie een evenement met zich meebrengt en of dit past binnen het locatieprofiel. De gemeente toetst de aangeleverde informatie. In dit licht kan voor de beoordeling aan de organisator worden gevraagd een geluidsplan, eventueel met akoestisch onderzoek, aan te leveren. Hierin worden de geluidsniveaus op locatie vertaald naar de geluidbelasting bij de meest nabijgelegen geluidgevoelige bestemmingen. Het onderzoek zal moeten aangeven wat de geluidbelasting is bij deze woningen, gebouwen en/of meetpunten. Het onderzoek moet worden uitgevoerd conform de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai 1999 (uitgave van VROM) of een gelijkwaardige methode.

  • 12. Geluid onder de 40 Hz moet d.m.v. een laag frequent filter worden verwijderd.

Artikel 15 Veiligheids- en Calamiteitenplannen
  • 1. Indien een evenement op basis van de intake geclassificeerd wordt als een B- of C- evenement dan dient door de organisator een veiligheids- calamiteitenplan bij de aanvraag te worden overgelegd.

  • 2. Het veiligheids- en calamiteitenplan omvat in ieder geval:

    • a.

      een beschrijving van de organisatie;

    • b.

      een beschrijving met het evenement en een risicoanalyse;

    • c.

      een beschrijving van het evenemententerrein;

    • d.

      de programmering van het evenement;

    • e.

      een beschrijving van de beveiliging van het evenement;

    • f.

      maatregelen m.b.t. de openbare orde en veiligheid t.b.v. het evenement;

    • g.

      ontruiming van het evenemententerrein;

    • h.

      maatregelen m.b.t. de brandveiligheid;

    • i.

      maatregelen m.b.t. de medische zorg en hygiëne;

    • j.

      maatregelen m.b.t. verkeer en vervoer;

    • k.

      maatregelen m.b.t. het milieu;

    • l.

      communicatielijnen inclusief actuele contactgegevens.

Artikel 16 Verkeersplannen
  • 1. De burgemeester kan indien de impact van een evenement op het verkeer groot is of een evenement een dusdanig grote verkeers aantrekkende werking heeft, de aanvrager verzoeken een verkeersplan te overleggen.

  • 2. Een verkeersplan is in ieder geval vereist bij een evenement:

    • a.

      dat (gedeeltelijke) afsluiting van doorgaande wegen/hoofdwegen vergt;

    • b.

      dat een dusdanig aantal bezoekers trekt dat deze bezoekersstromen nadrukkelijk geleid moeten worden of dat in de directe omgeving van het evenement niet voorzien kan worden in voldoende parkeergelegenheid;

    • c.

      gesitueerd nabij bijzondere locaties zoals bijvoorbeeld een ziekenhuis;

    • d.

      inhoudende een wielerkoers.

  • 3. Afhankelijk van de reden dat een verkeersplan benodigd is dient in een verkeersplan o.a. inzicht te worden gegeven:

    • a.

      in de hoeveelheid bezoekers die een evenement trekt;

    • b.

      in de wijze waarop bezoekers vervoerd worden naar het evenement;

    • c.

      in de maatregelen die de organisator treft om het gebruik van openbaar vervoer te bevorderen;

    • d.

      in de wijze waarop de organisator voorziet in de parkeerbehoefte;

    • e.

      over de inzet van verkeersregelaars om de verkeersstromen in goede banen te leiden;

    • f.

      over de doorgang voor de hulpdiensten;

    • g.

      in de overige benodigde verkeersmaatregelen.

  • 4. Een kaart met daarop aangeven de verkeersmaatregelen, afsluitingen en de omleidingen maakt onderdeel uit van het verkeersplan.

Artikel 17 Gezondheidsplannen
  • 1. De burgemeester kan indien aan een evenement dusdanige gezondheidsrisico’s zijn verbonden, de aanvrager verzoeken een apart gezondheidsplan te overleggen.

  • 2. Een gezondheidsplan is in ieder geval vereist bij:

    • a.

      een hoog inspanningsevenement zoals bijvoorbeeld (grotere) sportevenementen;

    • b.

      dance evenementen;

    • c.

      grotere festivals met een behandelclassificatie B of C;

    • d.

      loopevenementen

  • 3. In een gezondheidsplan wordt in ieder geval beschreven:

    • a.

      de specifieke evenement gerelateerde risico’s;

    • b.

      preventieve (hygiëne) maatregelen;

    • c.

      de medische post;

    • d.

      specifieke taken en functies;

    • e.

      registraties;

    • f.

      calamiteiten;

    • g.

      communicatie;

    • h.

      weersomstandigheden (zowel warm als koud weer);

    • i.

      inzet hulpverleners;

    • j.

      aanwezigheid/gebruik materialen en voorzieningen;

    • k.

      hygiëne surveillance;

    • l.

      overzicht relevante telefoonnummers.

Artikel 18 Toezicht en handhaving
  • 1. Het voorkomen van problemen behoort tot de primaire verantwoordelijkheid van de organisatie. De organisator is belast met een ordelijk verloop van het evenement door vóóraf te investeren in preventieve maatregelen.

  • 2. Het college c.q. de burgemeester is verantwoordelijk voor de controle of aan de vergunningsvoorschriften van het evenement wordt voldaan.

  • 3. De voorschriften worden opgenomen in een handhavingsmatrix.

  • 4. Bij categorie B- en C- evenementen vindt voorafgaand aan het evenement een terreininspectie plaats.

  • 5. Er wordt onmiddellijk handhavend opgetreden als er sprake is van een onveilige situatie of gevaar voor de openbare orde en/of veiligheid.

Artikel 19 Evaluatie
  • 1. B en C evenementen worden standaard geëvalueerd met de organisator.

  • 2. Bij de evaluatie zijn bij voorkeur betrokken de evenementencoördinator, de vergunningverlener, toezichthouder en externe hulpdiensten.

  • 3. Eventuele op- en aanmerkingen c.q. klachten van belanghebbenden uit de buurt worden meegenomen in de evaluatie.

  • 4. Van de evaluatie wordt een verslag gemaakt.

  • 5. Het verslag wordt aan de organisator uitgereikt dan wel toegezonden.

  • 6. Conclusies worden meegenomen en kunnen worden vertaald naar maatregelen in vervolgaanvragen, dan wel daadwerkelijk handhavend optreden

6 SLOTBEPALINGEN

Artikel 20 Hardheidsclausule

In de gevallen waarin deze beleidsregel niet voorziet, beslist het bevoegde bestuursorgaan. Het bevoegde bestuursorgaan kan een of meer bepalingen buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing daarvan in een individueel geval leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 21 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.

Artikel 22 Citeertitel

Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Beleidsregels Evenementen Gemeente Roermond 2021”

Ondertekening

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders op 2 februari 2021.

Burgemeester en wethouders van Roermond,

De secretaris, Ir. J.A.G.M. van Aaken

De burgemeester, M.J.D. Donders- de Leest

Aldus vastgesteld door de burgemeester op 3 februari 2021.

De burgemeester, M.J.D. Donders- de Leest

Toelichting Beleidsregel Evenementen Gemeente Roermond 2021

HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN

Artikel 1 Algemene begripsbepaling

In dit artikel wordt een aantal begrippen die in de beleidsregel wordt gehanteerd, gedefinieerd.

Sub n

Onderstaande evenementen hebben een bijzondere status:

Carnaval

-

Sjtasie Festasie/Sjole Festasie,

-

Vasteloavesoptoch Remunj

-

Bachhusdrieve

-

Opening van het carnavalsseizoen

Cultuur

-

Internationale Keramiekmarkt

-

Taptoe

-

Oproer

-

Sjwaampop

-

Limburgfestival

Herdenkingen

-

Limburg Bevrijdingsfestival

-

Limburgse Veteranen dag

-

Nationale Herdenking Indië Monument

Feesten

-

Solar festival

-

Koningsdag Dondersberg

-

Intocht Sinterklaas Roermond

Sport

-

Roermond City Run

-

City Swim

Artikel 2 Melding

De burgemeester kan kleine evenementen uitzonderen van de vergunningplicht en alleen een meldingsplicht voorschrijven. Het betreft kleine evenementen/activiteiten/optochten, die geen belasting vormen voor de leefomgeving, beperkt van omvang zijn, een beperkte geluidsproductie kennen en veelal overdag of in de avonduren plaatsvinden.

Artikel 3 Indeling behandelclassificatie evenementen

De Handreiking evenementenveiligheid 2018 is een procesmodel evenementenveiligheid welk een landelijk kader biedt, dat veiligheidsregio’s, politie, gemeenten en samenwerkingspartners kunnen gebruiken bij de vergunningverlening, voorbereiding, uitvoering en nazorg van veilige evenementen.

De Handreiking evenementenveiligheid 2018 beschrijft het gehele proces voor de evenementenveiligheid. Dit proces start met het aanvragen van een evenement en eindigt met het evalueren van het evenement na afloop. Door acht processtappen te doorlopen, houden de verschillende samenwerkende partijen grip op de veiligheid bij evenementen en kunnen zij, als dat nodig is, op tijd maatregelen nemen om de veiligheid te bevorderen.

HOOFDSTUK 2 LOCATIEBELEID EN MAXIMUM AANTAL EVENEMENTENDAGEN

Artikel 4 Locatieprofielen

Met het groeiende aantal evenementen neemt ook de omgevingsbelasting toe. Voor een goede balans tussen levendigheid en leefbaarheid is het dan ook zaak om weloverwogen om te gaan met de beschikbare evenementenlocaties. De locatieprofielen vormen de basis voor een goede balans tussen ruimte voor gewenste ontwikkelingen en een acceptabele omgevingsbelasting. Het biedt extra sturingsmogelijkheden om evenementen naar een passende en geschikte locatie te kunnen verwijzen en op die manier de synergie te bevorderen, met een aantrekkelijk evenementenklimaat als resultaat.

De opgenomen locaties zijn niet limitatief. Er kunnen nieuwe locaties worden toegevoegd of locaties worden afgestoten. Daarnaast kunnen evenementen ook plaatsvinden op andere locaties waarvoor (nog) geen profielen zijn opgesteld.

Lid 2

Een omgevingsvergunning is noodzakelijk indien er sprake is van planologisch relevante evenementen. Dergelijke evenementen moeten worden getoetst aan het bestemmingsplan. Evenementen zijn planologisch relevant, als er geen sprake is van kortdurend en incidenteel gebruik.

  • -

    Evenementen die korter dan 7 dagen duren, beschouwen wij als kortdurend. Bij die 7 dagen moet je echter ook de op- en afbouwperiode rekenen.

  • -

    Incidenteel gebruik betekent dat er geen sprake mag zijn van een bepaalde frequentie. Als een evenement (van bijvoorbeeld 2 dagen) bijvoorbeeld jaarlijks wordt georganiseerd, dan is er geen sprake meer van incidenteel gebruik.

Artikel 5 Maximaal aantal evenementen per locatie

Er is geen regelgeving voor het aantal geluidsdagen. Wat acceptabel is voor een bepaalde locatie is ter afweging aan de gemeente zelf. Het aantal van 12 dagen wordt hierbij vaak gehanteerd. Dit komt voort uit de milieuregelgeving. Activiteiten die tot 12 dagen per jaar voorkomen worden gezien als incidenteel (waarvoor een ontheffing nodig is) en niet als representatieve bedrijfssituatie.

Voor alle locaties, behalve voor de locatie de Weerd, hanteren wij een maximaal aantal evenementendagen van 12 per jaar waarbij een minimale spreiding tussen twee opeenvolgende evenementen wordt gehanteerd van 7 dagen tussen de laatste afbouwdag en de eerste opbouwdag. Onder evenementendagen worden niet gerekend de dagen voor het organiseren van een kermis. In de locatieprofielen is opgenomen op welke locatie het organiseren van een kermis is toegestaan.

Voor de locatie de Weerd en Roerkade zal de spreiding tussen twee opeenvolgende evenementen met het vaststellen van de evenementenkalender apart worden beoordeeld. De reden hiervoor is dat het aantal evenementen in de Weerd zich concentreert in de zomermaanden en bij de Roerkade de verkeersdoorstroom zo weinig mogelijk belemmerd moet worden.

HOOFDSTUK 3 DE EVENEMENTENKALENDER

Artikel 6 Evenementenkalender

De Evenementenkalender draagt bij aan een goede programmering van verschillende evenementen. Deze programmering is om een aantal redenen van essentieel belang: het voorkomen van wildgroei van evenementen in kwantitatieve zin, het waarborgen van een goede kwaliteit en het spreiden van evenementen in de stad en over het gehele jaar. Wanneer een organisator tijdig zijn voornemens voor het houden van een evenement in het komende jaar bekend maakt, dan kan zijn plan bij de vaststelling van de Evenementenkalender meegewogen worden. Vermelding van een evenement op de kalender houdt niet automatisch in dat een vergunning wordt verleend, maar geeft de aanvrager wel een beginseltoestemming voor een datum waar, bij ongewijzigde omstandigheden, de beoordeling van zijn aanvraag op gebaseerd kan worden. Concrete invulling van de aanvraag kan uiteraard alsnog leiden tot een afwijzing. Immers het verzoek om een evenement op de kalender te plaatsen is geen aanvraag om vergunning. De aanvraag om vergunning dient apart op het daartoe vastgestelde formulier te geschieden. Wel is het zo dat niet-vermelding op de Evenementenkalender een weigeringsgrond kan zijn en dat een ‘gereserveerde’ plek op de Evenementenkalender een weigeringsgrond kan zijn voor een ander evenement. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de locatie: ook aanvragen in de nabijheid van een reeds via de Evenementenkalender ‘gereserveerde’ locatie kunnen geweigerd worden om te voorkomen dat evenementen elkaar ‘in de weg zitten’ (hierbij valt o.a. te denken aan geluid, zichtbaarheid, trek van publiek). Bij de jaarlijkse vaststelling van de evenementenkalender zal rekening gehouden worden met evenementen met een bijzondere status. Hierbij dient wel aangemerkt te worden dat een organisator een dergelijk evenement tijdig dient aan te melden.

Ook nadat de evenementenkalender is vastgesteld zullen nog aanvragen binnenkomen. Deze aanvragen zullen per geval en in relatie tot de reeds vastgestelde evenementenkalender bekeken worden. Dit betekent niet dat deze aangevraagde evenementen op voorhand worden uitgesloten van een vergunning. Bij de behandeling van deze aanvragen worden de criteria van de evenementenbepalingen afgewogen en “strijd met de Evenementenkalender” is één van die criteria.

Artikel 7 Samenlopende/concurrerende evenementen

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 8 Wijze van loting samenlopende/concurrerende evenementen

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 9 De Aanvraag

Lid 4

Er is gekozen voor een indieningstermijn van uiterlijk 8 weken voor een A-evenement en 14 weken voor een B- en C-evenement. Door de werkwijze die er gehanteerd wordt is er tijd nodig om een zorgvuldige afweging te maken. Er wordt o.a. advies ingewonnen bij politie, brandweer, GHOR en andere medewerkers van de gemeente. Tevens kan een vooroverleg met een organisatie worden gehouden voordat er overgegaan wordt tot besluitvorming.

Artikel 10 Inhoud vergunning

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 11 Geldigheid vergunning

Dit artikel spreekt voor zich.

HOOFDSTUK 5 (BIJZONDERE) VOORSCHRIFTEN

Artikel 12 Voorschriften aan vergunning

Naast de opgenomen voorschriften in artikel 12 kunnen bij evenementen ook gebruik worden gemaakt van bouwsels/ constructies, zoals podia, tribunes, tenten en decorschermen. Eisen waaraan deze bouwsels/constructies moeten voldoen zijn apart opgenomen in de beleidsregel tijdelijke constructies bij evenementen en andere festiviteiten Roermond.

Dit beleid voorziet in indieningsvereisten, een toetsingskader en aan een vergunning te verbinden voorschriften voor alle vormen van bouwsels die bij evenementen en andere festiviteiten kunnen voorkomen, voor zover dit uit oogpunt van constructieve veiligheid relevant is. Van bouwsels, waarbij de constructieve veiligheid minder relevant is en minimale risico’s op persoonlijk letsel bij falen te verwachten is, hoeft geen constructieve verantwoording te worden afgelegd, e.e.a. in overleg met het bevoegd gezag. Voor de toepassing van deze beleidsregel is de omvang van het bouwsel bepalend en wordt in principe geen onderscheid gemaakt naar type evenement, tenzij de overgangsbepaling van toepassing is.

Artikel 13 Eindtijden

Om overlast zoveel mogelijk te beperken zijn er eindtijden vastgesteld waarop een evenement afgelopen moet zijn. De eindtijd van muziek ligt 30 minuten voor de vastgestelde eindtijd van het evenement. Er geldt een andere eindtijd voor de doordeweekse dagen dan voor de weekenden. Er is besloten enkele feestdagen gelijk te stellen aan een zondag. Het evenement moet afgelopen zijn op het genoemde tijdstip.

Artikel 14 Geluidsnormering

Evenementen kunnen gepaard gaan met de productie van geluid. Bij de beoordeling en het toestaan van evenementen is het uitgangspunt dat het aspect geluid wordt afgewogen in het traject van de evenementenvergunning en dat de normering daarin wordt vastgelegd. De normering van geluid hangt samen met de specifieke kenmerken van een locatie en aard/ grootte van een evenement, in relatie tot de woon- en leefomgeving. Afhankelijk van deze kenmerken, wordt ook de geluidnormering beoordeeld. Indicatoren daarbij zijn locatie, aard van het evenement, tijdstip, tijdsduur en bezoekersaantallen. Zo zal bij kortere afstanden tot omliggende woningen eerder hinder door geluid kunnen ontstaan. Daar tegenover staat de ambitie om juist in dan wel dichtbij het Stadshart van Roermond en centraal in de omliggende bewoonde kernen evenementen toe te staan.

Lid 1

Als algemeen kader hanteren we de uitgangspunten zoals verwoord in de Nota Evenementen met een luidruchtig karakter (Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, d.d.1996). Op sommige locaties wijken we af van de Nota: soms is de norm strenger dan in de Nota, op andere locaties willen wij – onder voorwaarden - meer geluid toestaan.

Lid 3

Voor dagen waarop een vrije dag en/of (lokale) feestdag 1 volgt, kan het tijdstip waarop de nachtperiode ingaat met maximaal 2 uur worden verschoven tot 01.00 uur. Indien er sprake is van specifieke omstandigheden bij een evenement dat een cultureel of maatschappelijk belang dient, kan afgeweken worden van de gestelde normering

Lid 5

In het buitengebied zoals de Weerd zijn de afstanden tussen het evenement en de woningen groter dan in de binnenstad/centrum. Vanwege de grotere ruimten zijn de initiatiefnemers in het buitengebied meer in de gelegenheid om hun podium dusdanig te plaatsen zodat het gunstiger is voor de omgeving. Hierdoor hebben ze niet die geluidruimte nodig die men in het centrum nodig heeft om een evenement te houden. Daarbij komt dat normaal gesproken het omgevingsgeluid in een buitengebied lager is dan in het centrum waar meer bedrijvigheid heerst.

Zouden we nu in het buitengebied dezelfde geluidsnorm toepassen dan in het centrum dan zouden we de initiatiefnemers van een evenement in het buitengebied onnodig veel geluidsruimte geven en zouden we de omgeving hier relatief meer mee belasten. Door nu een lagere norm toe te passen krijgen we een beter evenwicht tussen het evenement en de daarmee gepaard gaande geluidsoverlast.

Lid 6

Enkele evenementenlocaties binnen het stedelijk gebied zijn gesitueerd op locaties die worden omringd door bebouwing. Door de situering van de gebouwen rondom de locatie wordt de vergunde geluidsnorm eerder behaald dan wenselijk is voor de beleving van het evenement. Vanuit ons evenementenbeleid vinden wij het wel van belang dat op deze locaties (grote) evenementen kunnen plaatsvinden. Bij deze locaties maken wij het mogelijk dat in een beperkt aantal gevallen per jaar gemotiveerd van de standaardnorm naar boven wordt afgeweken, tot een uiterste waarde van 85 dB(A), om het organiseren van evenementen mogelijk te maken.

In een dergelijk geval passen wij naast de dB(A) norm ook een dB(C) norm toe om het woon- en leefklimaat van omwonenden te beschermen. Daarnaast besteden we bij deze evenementen extra aandacht aan de toepassing van de Best Beschikbare Technieken.

Lid 9

Bij evenementen met een hoog geluidsniveau (vanaf 75 dB(A)) of met veel bastonen dient de organisator het BBT-principe (Best Beschikbare Technieken) toe te passen.

Dit zijn technieken om o.a. de geluidsoverdracht naar de omgeving zoveel als mogelijk te beperken.

Voorbeelden van BBT technieken zijn:

  • -

    Anti basgeluid en line array systemen

  • -

    Podia en speakers worden in de meest optimale richting opgesteld

  • -

    Gevlogen speakers worden zo laag mogelijk opgehangen

  • -

    Speakers dienen zo goed mogelijk gericht te zijn op het publiek

  • -

    Gevlogen subwoofers zijn niet toegestaan

Lid 12

Een maatregel om hinder van (zeer) lage tonen te verminderen is het zogenaamde ‘af-filteren’. Dit betekent dat het geluidsniveau onder een bepaalde frequentie verminderd wordt. Hiervoor wordt een filter gebruikt die naarmate de frequentie lager wordt het geluidniveau steeds verder reduceert.

Artikel 15 Veiligheids- en Calamiteitenplan

Dit artikel spreek voor zich.

Artikel 16 Verkeersplannen

We spreken van impact als bij het organiseren van evenementen buiten gebouwde voorzieningen noodzakelijk is tot het afzetten van een weg of een terrein. Dit dient in ieder geval goed geregeld te worden (meestal in de vergunning). Bijvoorbeeld omdat een stuk straat is afgezet ontstaat er ook meestal een parkeerprobleem voor zowel bewoners als bezoekers. De parkeerplaatsen ter plekke kunnen niet meer benut worden. Het probleem wordt groter als veel publiek wordt verwacht en geparkeerde auto’s de leefbaarheid in de omliggende wijken gaan aantasten. Als een evenement echt omvangrijk wordt heeft het vrijhouden van calamiteitenroutes prioriteit zodat hulpdiensten in geval nood altijd ongestoord het gebied kunnen bereiken. Een maatregel die bij evenementen van enige omvang al snel noodzakelijk wordt is het plaatsen van extra bewegwijzering.

Artikel 17 Gezondheidsplannen

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 18 Toezicht en handhaving

Lid 3

Bij B- en C-evenementen worden voor het evenement afspraken gemaakt over de invulling van toezicht en handhaving en eventueel afgestemd met de organisator.

Op basis van een risico-inschatting en prioritering worden in dit overleg de toezicht- en handhavingsprioriteiten vastgesteld. Per evenement worden afspraken gemaakt over:

  • Inzet van de verschillende diensten;

  • Integrale controlemomenten;

  • Prioritering in de controle;

  • Toezicht- en handhavingsstrategie (o.a. inzet instrumenten);

  • Rol van de organisator en samenwerking met de organisator.

Deze afspraken worden opgenomen in de op het evenement toegesneden Handhavingsmatrix. Vooral bij complexe B en C evenementen of evenementen met specifieke aandachtspunten is het noodzakelijk om te werken met een multidisciplinaire handhavingsmatrix en coördinatie door toezicht en handhaving. In de handhavingsmatrix wordt dan vastgesteld op welke elementen toezicht noodzakelijk is en wie dit toezicht uit gaat voeren; het gaat daarbij om de werkafspraken tussen alle toezichthoudende partijen.

Er kunnen corrigerende instructies worden gegeven indien er overtredingen zijn in de voorwaarden met betrekking tot bijvoorbeeld op- en afbouwtijden, verstrekking van alcoholhoudende drank aan minderjarigen, geluidsovertredingen, opruimen van afval e.d.

Artikel 19 Evaluatie

De uitkomst van deze evaluatie kan gevolgen hebben zoals;

  • -

    er is geen beletsel voor een volgende vergunningverlening;

  • -

    de betreffende deelplannen vragen om aanpassing;

  • -

    er worden andere of strengere voorschriften verbonden aan de activiteit;

  • -

    er kunnen minder strenge voorschriften worden verbonden aan de activiteit

  • -

    de wijze van informatievoorziening aan omwonenden wordt aangepast;

  • -

    er worden in de toekomst geen vergunningen meer verstrekt voor het betreffende evenement (bijvoorbeeld op grond van verstoring openbare orde en veiligheid).

HOOFDSTUK 6 SLOTBEPALINGEN

Artikel 20

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 21

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 22

Dit artikel spreekt voor zich.


Noot
1

Carnavalsmaandag en dinsdag