Nadere regel vergoedingen voor schoolgebouwen

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Nadere regel vergoedingen voor schoolgebouwen

Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht,

gelet op artikel 160 van de Gemeentewet en artikel 41 lid 1 van de Verordening huisvesting scholen gemeente Utrecht,

na het op overeenstemming gericht overleg met de bevoegde gezagsorganen van de niet door de gemeente in standgehouden scholen in de gemeente,

overwegende dat er nadere regels nodig zijn om de vergoeding voor een voorziening zoals genoemd in artikel 1 van de verordening vast te stellen,

besluit vast te stellen de Nadere regel vergoedingen voor schoolgebouwen gemeente Utrecht.

Deel 1 De vergoedingen voor permanente voorzieningen: nieuwbouw, vervangende nieuwbouw en renovatie

Artikel 1 Dit deel geldt in de volgende situaties

  • 1. Dit deel geldt voor de permanente voorzieningen nieuwbouw, vervangende nieuwbouw en renovatie. Dit deel geldt ook voor vervangende nieuwbouw met uitbreiding van een gebouw.

  • 2. Kostencompensatie nieuwbouw

  • De financiële normering voor nieuwbouw valt uiteen in de volgende kostencomponenten:

  • a.

    kosten voor aankoop en verwerving van bouwrijp terrein;

  • b.

    het normbedrag bestaande uit:

    • .

      alle kosten die nodig zijn om het gebouw te realiseren (stichtingskosten) inclusief fundering waarbij de volgende wettelijke eisen en ambities van toepassing zijn:

      • i.

        Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) nieuwbouw

      • ii.

        Eisen voor Utrecht Standaard Toegankelijk (UST)

      • iii.

        Tenminste de sectorale norm Frisse Scholen Klasse B (met uitzondering van de eisen voor energie en licht)

    • .

      kosten van de aanleg en inrichitng van het terrein

  • c.

    toeslag voor verhuiskosten bij vervangende bouw;

  • d.

    als het een speciale school voor basisonderwijs of een school voor speciaal onderwijs betreft een toeslag voor het realiseren van een afzonderlijk speellokaal.

Artikel 2 Kosten terrein

  • 1. Het college stelt het bouwrijpe terrein kosteloos beschikbaar aan het schoolbestuur

    Het terrein is dan klaar om op te bouwen. Dat heet bouwrijp terrein (zie gemeentelijke grondprijzenbrief). De grondkosten zet het college altijd op het programma

  • 2. De kosten van een terrein zet het college altijd op het programma.

    Het maakt niet uit of het schoolbestuur het terrein koopt met vergoeding van de gemaakte kosten, of dat het college het terrein beschikbaar stelt.

Artikel 3 Sloopkosten en vervangende tijdelijke huisvesting

  • 1. schoolbestuur krijgt bij vervangende nieuwbouw of uitbreiding alleen een extra bedrag vergoed bovenop het normbedrag wanneer er sprake is van sloop van die m2 die tot op en/of tot en met de fundering worden gesloopt . Alle overige (inpandige) sloop wordt gezien als chirurgisch en behoort tot het normbedrag en komt niet in aanmerking voor een extra vergoeding.

  • 2. Het college stelt de vergoeding voor deze sloopkosten, zoals genoemd in het voorgaande lid, vast op basis van werkelijke kosten. Het schoolbestuur vraagt daarvoor minimaal 3 offertes op. De offerte met de laagste kosten wordt gehanteerd als vergoeding.

  • 3. Het college zorgt voor vervangende tijdelijke huisvesting gedurende de bouwperiode vanaf sloop tot en met de oplevering van het bouwproject.

Artikel 4 Normbedrag (vervangende) nieuwbouw schoolgebouw

  • 1.

    Het normbedrag bestaat uit een vast bedrag en een bedrag per m2 bvo

  • De vergoeding bestaat uit 2 delen:

    • a.

      een startbedrag (incl. basisomvang m2 bvo)

    • b.

      een bedrag voor elke volgende m2 bvo

  • Hiermee realiseert de school de extra ruimte die zij nodig heeft volgens de verordening. Hierna leest u wat geldt voor de bouwkosten per soort onderwijs.

  • 2. Normbedrag school voor basisonderwijs

Startbedrag voor de eerste 350 m2 bvo

€ 2.232.423,35

Voor elke volgende m2 bvo

€ 2.3.820,32

  • Als het college de speelplaats realiseert, worden de kosten à € 150,00 per m2 in mindering gebracht op het normbedrag.

  • 3. Normbedrag voor speciaal basisonderwijs

Startbedrag voor de eerste 650 m2 bvo, exclusief speellokaal

€ € 3.365.197,97

Voor elke volgende m2 bvo, exclusief speellokaal

€ 3.721,68

Toeslag voor elk speellokaal

€ 319.296,66

  • lAls het college de speelplaats realiseert, worden de kosten à € 150,00 per m² in mindering gebracht op het normbedrag.

  • 4.

    Normbedrag school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs

  • Startbedrag voor de eerste 670 m2 bvo, exclusief speellokaal

    € 3.238.458,88

    Voor elke volgende m2 bvo, exclusief speellokaal

    € 3.699,61

    Toeslag voor elk speellokaal

    € 319.296,66

    Als het college de speelplaats realiseert, worden de kosten à € 150,00 per m² in mindering gebracht op het normbedrag.

  • 5. Normbedrag school voor voortgezet onderwijs en praktijkonderwijs

    • a.

      Om het normbedrag voor een school voor voortgezet onderwijs en praktijkonderwijs’ te bepalen, geldt het volgende

      • i.

        Voor projecten vanaf 460 m2 bvo: de sectieafhankelijke kosten bestaan uit een vast bedrag per voorziening en een vast bedrag per sectie.

      • ii.

        Voor projecten kleiner dan 460 m2 bvo: we kennen geen sectieafhankelijke kosten per project toe. Deze kosten zitten al in de kosten per m2 bvo.

    • b.

      Zo berekent de school het normbedrag

      • i.

        Voor ruimteafhankelijke kosten: vermenigvuldig de extra ruimte in m2 bvo die de school nodig heeft volgens de verordening met de volgende bedragen per soort ruimte:

         

        < 460 m2 bvo

        460-2.500 m2 bvo

        > 2.500 m2 bvo

        Algemene en specifieke ruimte

        € 6.324,49

        € 3.753,39

        € 3.596,65

        Werkplaatsen

        € 6.177,22

        € 4.996,84

        Werkplaatsen consumptief

        € 7.501,00

        € 6.320,67

    • ii.

      Voor sectieafhankelijke kosten: verhoog de sectie waar de school recht op heeft volgens de verordening met de volgende bedragen per soort ruimte:

       

      < 460 m2 bvo

      > 460 <2.500 m2 bvo

      > 2.500 m2 bvo

      Vaste voet algemeen

      € 0,00

      € 399.060,77

      Vaste voet algemene sectie

      € 0,00

      € 783.326,16

      € 1.093.702,51

      Vaste voet werkplaatssectie

      € 0,00

      € 144.839,63

  • iii.

    Voor de inrichting van de speelplaats: een toeslag van € 35,33 per m2 bvo.

  • c. Zo bepaalt de school om welke ruimtes het gaat

  • Tot de algemene en specifieke ruimte behoren:

    • i.

      (uiterlijke) verzorging/mode en commercie: huishoudkunde, gezondheidskunde, uiterlijke verzorging, mode en commercie, en

    • ii.

      handel/verkoop/administratie: verkooppraktijk, kantoorpraktijk, etaleren

  • Tot de werkplaatsen behoren:

    • iii.

      techniek algemeen:

  • bouwtechniek

  • machinale houtbewerking

  • meten

  • elektrotechniek

  • installatietechniek

  • lasserij

  • metaal

  • motorvoertuigentechniek

  • mechanische techniek

    • i.

      consumptief: werkplaats consumptieve techniek

    • ii.

      grafische techniek: werkplaats grafische techniek

    • iii.

      landbouw: groen-praktijk

  • De overige ruimten behoren tot de categorie algemene ruimte.

  • 6. Een school voor voortgezet onderwijs kan een extra vergoeding krijgen voor paalfundering en bemaling

    Een school voor voortgezet onderwijs kan een extra vergoeding krijgen voor bemaling

    • a.

      Het normbedrag is gebaseerd op een standaardlocatie. Als dat nodig is, stelt het college een extra toeslag beschikbaar voor bemaling.

    • b.

      Bemaling: ligt de grondwaterstand minder dan 1 meter onder het maaiveld? Dan is bemaling nodig. Het college kent dan een aanvullend bedrag per vierkante meter goedgekeurde terreinoppervlakte toe. De vergoeding is € 28,97 per m² terrein.

Deel 2 De vergoedingen voor permanente voorzieningen: uitbreiding

Dit deel omschrijft de vergoedingen voor de voorziening uitbreiding die is omschreven in artikel 1 van de verordening.

Artikel 5 Normvergoeding renovatie schoolgebouw

  • 1.

    De wettelijke eisen en ambities die gelden voor (vervangende) nieuwbouw zijn ook van toepassing op renovatie (zie artikel 1 lid 2b van deze Nadere regel).

  • 2.

    De vergoeding bij renovatie zijn de werkelijke kosten met een maximum van het normbedrag voor (vervangende) nieuwbouw (zie artikel 4 van deze Nadere regel). De ontwerpopgave richt zich op een besteding van 70% van de normbedragen welke gelden voor (vervangende) nieuwbouw.

  • 3.

    Het college kan besluiten om van lid 2 af te wijken.

Artikel 6 Dit deel geldt in de volgende situaties

  • 1. Dit deel geldt voor de uitbreiding van de permanente huisvesting van een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs tot 1.035 m² bvo en van een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs tot 1.000 m² bvo. Voor overige uitbreidingen geldt Deel 1 van deze Nadere regel.

Artikel 7 Kosten terrein

  • 1.

    Voor uitbreiding van het terrein geldt artikel 2

  • Is uitbreiding van het terrein noodzakelijk? Dan geldt artikel 2 van deze nadere regel om de kosten vast te stellen die nodig zijn om het terrein uit te breiden.

Artikel 8 Bouwkosten

  • 1. Het normbedrag bestaat uit:

    • a.

      alle kosten die nodig zijn om het gebouw te realiseren (stichtingskosten) inclusief fundering, waarbij de volgende wettelijke eisen en ambities van toepassing zijn

      • i.

        Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL)

      • ii.

        Eisen voor Utrecht Standaard Toegankelijk (UST)

      • iii.

        Tenminste de sectorale norm Frisse Scholen Klasse B (met uitzondering van energie en licht)

    • b.

      de kosten van de aanleg en inrichting van het terrein.

  • 2. Het normbedrag bestaat uit een vast bedrag en een bedrag per m2 bvo

  • Het normbedrag bestaat uit 2 delen:

    • a.

      een startbedrag

    • b.

      een bedrag per ‘vierkante meter bruto vloeroppervlakte’ (m2 bvo).

  • Hiermee realiseert de school de extra ruimte die zij nodig heeft volgens de verordening.

  • 3. Normbedrag school voor basisonderwijs

    Startbedrag bij uitbreidingen van 115 m2 bvo of groter

    € 326.916,16

    Startbedrag bij uitbreidingen van 55 tot 115 m2 bvo

    € 217.944,10

    Naast het startbedrag voor elke m2 bvo

    € 4.354,87

  • 4. Normbedrag speciale school voor basisonderwijs

Startbedrag bij uitbreidingen van 105 m2 bvo of groter

€ 312.767.54

Startbedrag bij uitbreidingen van 50 tot 105 m2 bvo

€ 208.511,73

Naast het startbedrag voor elke m2 bvo, exclusief een eventueel speellokaal

€ 4.132,20

Toeslag voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m2 bvo) in combinatie met uitbreiding van de school

€ 364.633,45

Vergoeding voor elk afzonderlijk speellokaal, zonder gelijktijdige uitbreiding van de school

€ 670.400,58

  • 5. Bouwkosten school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs

    Startbedrag bij uitbreidingen van 96 m2 bvo of groter

    € 283.274,64

    Startbedrag bij uitbreidingen van 50 tot 96 m2 bvo

    € 188.849,75

    Naast het startbedrag voor elke m2 bvo, exclusief een eventueel speellokaal

    € 4.140,39

    Toeslag voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m2 bvo) in combinatie met uitbreiding van de school

    € 319.296,66

    Vergoeding voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m2 bvo), zonder gelijktijdige uitbreiding van de school

    € 670.400,58

  • 6. Toeslag bemaling school voor voortgezet onderwijs

    De omvang van de vergoeding voor bemaling bij uitbreiding wordt berekend volgens artikel 4, lid 6 van deze Nadere regel.

Deel 3 De vergoedingen voor tijdelijke voorzieningen

Dit deel omschrijft de vergoedingen voor alle tijdelijke voorzieningen.

Artikel 9 Dit deel geldt in de volgende situaties

  • 1. Dit deel geldt voor voorzieningen die nodig zijn voor tijdelijk gebruik

  • Het college baseert de vergoeding op de werkelijke kosten van de investering die de school hiervoor moet doen. Het college maakt hierbij onderscheid tussen:

    • a.

      nieuwbouw van een tijdelijke hoofdvestiging

    • b.

      uitbreiding van een permanente hoofdvestiging met tijdelijk gebouw, en

    • c.

      uitbreiding van bestaande gebouwen die voor tijdelijk gebruik zijn

  • 2. Moet het schoolbestuur huur betalen voor een voorziening voor tijdelijk gebruik? Dan vergoedt het college de huur op basis van de werkelijke kosten.

Artikel 10 Kosten terrein

  • 1. Als de school extra terrein nodig heeft

  • Kan de school een tijdelijke voorziening niet realiseren op het aanwezige terrein? Dan worden de kosten voor het benodigde terrein bepaald volgens artikel 2 van deze nadere regel.

Artikel 11 Normbedrag voor nieuwbouw van een tijdelijke voorziening

  • 1. Het normbedrag voor nieuwbouw van een tijdelijke voorziening

  • Het normbedrag bestaat uit een startbedrag en een bedrag per vierkante meter. Deze bedragen zijn inclusief o.a:

    • a.

      alle kosten die nodig zijn om het gebouw te realiseren (stichtingskosten) inclusief fundering

    • b.

      de kosten van herstel en inrichting van terreinen

    • c.

      de kosten van bemaling

    • d.

      de eenmalige aansluitkosten op nutsvoorzieningen

  • 2. Normbedrag basisschool en speciale school voor basisonderwijs

    Startbedrag bij nieuwbouw van 80 m2 bvo of groter

    € 98.306,13

    Startbedrag bij nieuwbouw van 40 tot 80 m2 bvo

    € 65.537,44

    Naast het startbedrag voor elke m2 bvo

    € 2.415,84

    3.Normbedrag school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs

    Startbedrag bij nieuwbouw van 80 m2 bvo of groter

    € 103.035,29

    Startbedrag bij nieuwbouw van 40 tot 80 m2 bvo

    € 69.627,11

    Naast het startbedrag voor elke m2 bvo

    € 2.366,98

  • 4. De vergoedingen voor de volgende onderdelen worden als volgt berekend:

    • a.

      sloopkosten van het oude gebouw: volgens artikel 3

    • b.

      kosten terrein: volgens artikel 10

    • c.

      tijdelijke verhuizing van de leerlingen: volgens artikel 13

  • 5. Normbedrag school voor voortgezet onderwijs

    Het normbedrag voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald met de formule:

    T = € 1.470,67 *A + € 101.110,47

    T = Het normbedrag voor een school voor voortgezet onderwijs.

    A = Het in overeenstemming met bijlage I, hoofdstuk 3 van de verordening bepaalde aantal m2 bvo van een voorziening van tijdelijke aard

  • 6. Toeslag bemaling

  • De omvang van de vergoeding voor paalfundering en bemaling bij uitbreiding wordt berekend volgens artikel 4, lid 6 van deze nadere regel.

Artikel 12 Uitbreiding van bestaande tijdelijke voorzieningen

  • 1. Normbedrag voor de uitbreiding van een bestaande tijdelijke voorziening

  • Het normbedrag bestaat uit een startbedrag en een bedrag per vierkante meter.

  • Deze bedragen zijn inclusief 0.a.:

    • a.

      alle kosten die nodig zijn om het gebouw te realiseren (stichtingskosten) inclusief fundering

    • b.

      de toeslag voor herstel en inrichting van terreinen

  • 2. De vergoedingen voor de volgende onderdelen worden als volgt berekend:

    • a.

      sloopkosten van het oude gebouw: volgens artikel 3

    • b.

      inrichting van het terrein: volgens artikel 4

    • c.

      tijdelijke verhuizing van de leerlingen: volgens artikel 13

  • 3. Normbedrag basisschool en speciale school voor basisonderwijs

    Startbedrag bij uitbreiding van 80 m2 bvo of groter

    € 55.258,66

    Startbedrag bij uitbreiding van 40 tot 80 m2 bvo

    € 36.839,09

    Naast het startbedrag voor elke m2 bvo

    € 2.531,40

  • 4. Normbedrag school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs

    Startbedrag bij uitbreiding van 80 m2 bvo of groter

    € 56.030,05

    Startbedrag bij uitbreiding van 40 tot 80 m2 bvo

    € 37.353,36

    Naast het startbedrag voor elke m2 bvo

    € 2.502,55

Deel 4 Toeslagen

In sommige situaties wordt een toeslag gegeven aan het schoolbestuur. Hieronder leest u in welke situaties.

Artikel 13 Toeslag voor verhuiskosten

  • 1. Een school voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs kan het bestaande schoolgebouw blijven gebruiken

  • Kan de school het bestaande schoolgebouw blijven gebruiken als zij nieuw bouwt? Dan heeft de school aanspraak op een vergoeding voor verhuiskosten voor 2 verhuizingen.

  • 2. Een school voor primair onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs moet tijdelijk een andere locatie gebruiken

  • Moet (een deel van) de school tijdens de nieuwbouw tijdelijk een andere locatie gebruiken? Dan heeft de school ook aanspraak op een vergoeding voor verhuiskosten.

  • 3. Het college rekent met een vaste vergoeding per bruto vloeroppervlakte

    De vergoeding is € 12,18 per m2 bvo die moet worden verhuisd. Het aantal m2 bvo is in overeenstemming met bijlage I van de verordening.

Artikel 14 Toeslag voor busvervoer

  • 1. Het college kan een schoolbestuur een toeslag voor busvervoer toekennen

  • Dat kan in de volgende situaties:

    • a.

      Als de school:

      • i.

        goedkeuring krijgt voor vervangende nieuwbouw op dezelfde locatie, of

      • ii.

        de school een schoolgebouw van een andere school moet gebruiken, en

      • iii.

        de school moet tijdelijke huisvesting gebruiken buiten de maximale afstand volgens artikel 31 van de verordening. Dit moet de school doen omdat de sloop en de nieuwbouw nog niet klaar is. Of omdat het schoolgebouw van de andere school nog niet voor de uitbreiding beschikbaar is.

    • b.

      De school gebruikt een gymzaal buiten de maximale afstand die u leest in artikel 31 van de verordening.

  • 2. Het gaat om de werkelijke kosten van het busvervoer

  • 3. Om de toeslag voor buskosten te bepalen, kijkt het college naar de werkelijke kosten. Het schoolbestuur vraagt daarvoor ten minste drie offertes op. Het college beoordeelt de offertes en stelt op basis van beste prijs/kwaliteitverhouding in overleg tussen het schoolbestuur en de gemeente de hoogte van de vergoeding vast.

Deel 5 De vergoedingen voor een eerste inrichting

De gemeente geeft een vergoeding om een schoolgebouw voor het eerst in te richten. De eerste inrichting bestaat uit meubilair en een onderwijsleerpakket.

Artikel 15 Vergoeding meubilair en onderwijsleerpakket

  • 1. Zo berekent het college de vergoeding

    • a.

      Het college bepaalt het bedrag van de vergoeding voor onderwijsleerpakket en meubilair aan de hand van het verschil tussen de al toegekende voorziening en de nieuw berekende voorziening (gelijk aan de ruimtebehoefte o.b.v. het aantal leerlingen).

    • b.

      Bij nieuwbouw wordt niet direct het volledige schoolgebouw ingericht. Dan wordt de inrichting gebaseerd op de bruto vloeroppervlakte voor het aantal leerlingen dat de school heeft.

    • c.

      in het geval dat er sprake is van een (in)groeischool wordt rekening gehouden met de m² bvo behorend bij 50 leerlingen extra, zodat gedurende het schooljaar de school is voorzien van voldoende onderwijsleerpakket en meubilair.

  • 2. Normbedrag basisschool

    Startbedrag, inclusief 200 m2 bvo

    € 53.900,55

    Voor elke volgende m2 bvo

    € 188,57

  • Deze tabel geldt ook voor een eventueel speellokaal.

  • 3. Normbedrag speciale school voor basisonderwijs

    Startbedrag, inclusief 250 m2 bvo

    € 114.357,64

    Voor elke volgende m2 bvo

    € 195,08

  • 4. Normbedrag school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs

  •  

    Startbedrag, inclusief 370 m2 bvo, met uitzondering van vaste voet VSO-ZMLK van 250 m2 bvo

    Voor elke volgende m2 bvo

    SO/VSO-doven

    € 192.681,68

    € 336,34

    SO/VSO-sh

    € 175.035,97

    € 435,90

    SO/VSO-esm

    € 163.103,55

    € 216,75

    SO/VSO-visg

    € 231.476,41

    € 413,70

    SO/VSO-lz

    € 147.609,80

    € 203,84

    SO/VSO-lg

    € 173.778,28

    € 397,38

    SO/VSO-zmlk

    € 145.317,21

    € 172,92

    SO/VSO-zmok

    € 141.843,56

    € 198,78

    SO/VSO-pi

    € 143.097,45

    € 215,87

    SO/VSO-mg

    € 175.950,59

    € 176,33

  • 5. Normbedrag speellokaal speciale school voor basisonderwijs en school voor speciaal onderwijs.

    De vergoeding voor een onderwijsleerpakket en meubilair voor de inrichting van een speellokaal voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs is € 10.435,64

  • 6. Normbedrag school voor voortgezet onderwijs

    • a.

      Het normbedrag voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair is gekoppeld aan de voorzieningen nieuwbouw en uitbreiding. Dit is niet vervangende nieuwbouw, ingebruikneming en uitbreiding ter vervanging van een bestaand gebouw.

    • b.

      De school heeft aanspraak op deze vergoeding als de school de eerste inrichting nog niet eerder van het rijk of de gemeente betaald heeft gekregen of er sprake is profielverandering waarbij de inrichting van wezenlijk andere aard is. De hoogte van de vergoeding wordt berekend door het verschil vast te stellen tussen de al toegekende vergoeding en de vergoeding die is vastgesteld op basis van de te realiseren bruto vloeroppervlakte per ruimtetype.

    • c.

      De hoogte van het normbedrag per ruimtetype bestaat uit:

      Ruimtetype

      Profiel

      Normvergoeding per m2 bvo

      Algemeen

       

      € 222,43

      Specifiek

      (Uiterlijke) verzorging/mode en commercie

      € 519,89

      Handel/verkoop/administratie

      € 318,03

      Praktijkonderwijs

      € 427,00

      Werkplaatsen

      Techniek algemeen

      € 545,44

      Consumptief

      € 1.056,26

  • d. Als in plaats van uitbreiding van het schoolgebouw medegebruik van een door een school bestemd gebouw wordt gevorderd, wordt inventaris slechts toegekend als de inventaris in de voor medegebruik aangewezen ruimte ontbreekt of niet geschikt is.

Deel 6 De vergoedingen voor gymzalen

Artikel 16 Nieuwbouw

  • 1. Vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een gymzaal

    • a.

      In deze vergoeding zitten ook de kosten van fundering op staal en de inrichting van het terrein. Een specificatie van de vergoeding is opgenomen in artikel 1 van de Nadere regel.

    • b.

      De vergoeding is voor de nieuwbouw van een gymzaal welke voldoet aan de minimumeisen voor een gymzaal op basis van de adviezen in het ‘Handboek huisvesting bewegingsonderwijs’ van de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO 2019) is:

      Nieuwbouw vrijstaand

      Normbedrag

      1 zaaldeel

      € 2.957.535,22

      2 zaaldelen

      € 5.677.024,93

      3 zaaldelen

      € 8.144.903,36

Artikel 17 Renovatie

Normbedrag voor de renovatie van een gymzaal

  • 1.

    De vergoeding geldt voor renovatie van bestaande gymzalen welke in het verleden niet op basis van de adviezen in het ‘Handboek huisvesting bewegingsonderwijs’ van de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO 2019) zijn gerealiseerd.

  • 2.

    De vergoeding bij renovatie zijn de werkelijke kosten met een maximum van het normbedrag voor nieuwbouw (zie artikel 16 van deze nadere regel). De ontwerpopgave richt zich op een besteding van 70% van de normbedragen welke gelden voor nieuwbouw.

Artikel 18 Uitbreiding

  • 1. Als de school een gymzaal wil uitbreiden

  • Dan geldt bijlage 1 van de verordening. Bij gymzalen met een oefenvloer van 140 vierkante meter netto speeloppervlakte of minder, kan de school de oefenvloer uitbreiden tot 252 vierkante meter.

  • 2. Normbedrag voor het uitbreiden van een gymzaal

    Uitbreiding

    Normbedrag

     
     

    112 m² t/m 120 m2

    € 421.624,17

     

    121 m² t/m 150 m2

    € 512.542,12

     

Artikel 19 Onderwijsleerpakket en meubilair

    • 1.

      Normbedrag voor de eerste inrichting van een gymzaal.

      De vergoedingen gelden voor nieuwe gymzalen.

    • 2.

      Voor een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs:

      De vergoeding voor de eerste inrichting met een onderwijsleerpakket of meubilair voor een gymzaal is € 96.000,00.

    • 3.

      Voor een school voor speciaal onderwijs of voor voortgezet speciaal onderwijs

      De vergoeding voor de eerste inrichting met een onderwijsleerpakket of meubilair voor een gymzaal is € 96.000,00

    • 7.

      Voor een school voor voortgezet onderwijs

      De vergoeding voor de eerste inrichting met een onderwijsleerpakket of meubilair voor een gymzaal is:

      Type

      Normbedrag

      Gymzaal 1

      € 96.000,00

      Gymzaal 2

      € 74.887,27

      Gymzaal 3

      € 32.557,49

      Oefenplaats 1

      € 21.201,43

      Oefenplaats 2

      € 2.447,42

Artikel 20 Het college bepaalt hoeveel geld de scholen krijgen voor het gebruik en onderhoud van gymzalen

  • 1. Het college kijkt naar het aantal klokuren per week

  • Dit is het aantal klokuren dat het college heeft vastgesteld. Dit doet hij op basis van het aantal leerlingen van de school op de teldatum.

  • 2. Als het schoolbestuur eigenaar van de gymzaal is

    • a.

      Is de basisschool, school voor speciaal basisonderwijs, school voor speciaal onderwijs of school voor voortgezet speciaal onderwijs zelf eigenaar van een gymzaal? En onderhoudt het schoolbestuur deze gymzaal? Dan krijgt deze school ieder jaar bekostiging volgens lid 3 van dit artikel.

    • b.

      Gebruikt een andere school deze gymzaal ook? Dan tellen we het totale aantal klokuren bij elkaar op om de hoogte van de vergoeding te berekenen.

  • 3. Het schoolbestuur krijgt ieder jaar een bedrag voor het gebruik en onderhoud van een gymzaal

    • a.

      De vergoeding bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag per vastgesteld klokuur. In deze bedragen zit een vergoeding voor:

      • i.

        het binnen- en buitenonderhoud van het gebouw

      • ii.

        het beheren en onderhouden van een gymzaal, zodat de staat van de gymzaal op peil blijft

      • iii.

        het vervangen en aanpassen van het onderwijsleerpakket en meubilair

    • b.

      De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van jaar waarin de gymzaal is gebouwd en de oppervlakte van de gymzaal.

      Stichtingsjaar en omvang

      Vaste bedrag buitenonderhoud

      per jaar

      Vast bedrag binnenonderhoud per jaar

      Variabel bedrag per klokuur

      per jaar

      Gymzaal, gebouwd tot 1987

      Zaalgrootte < 90 m2

      € 2.809,42

      € 4.004,36

      € 486,54

      Zaalgrootte 90-130 m2

      € 4.026,86

      € 5.138,24

      € 615,68

      Zaalgrootte 130-170 m2

      € 5.275,48

      € 5.618,27

      € 664,40

      Zaalgrootte 170-190 m2

      € 5.899,79

      € 5.361,60

      € 726,95

      Zaalgrootte 190-230 m2

      € 7.148,47

      € 5.134,99

      € 800,86

      Zaalgrootte > 230 m2

      € 7.179,65

      € 5.811,57

      € 895,90

      Gymzaal, gebouwd vanaf 1987

      Zaalgrootte > 252 m2

      € 7.866,39

      € 4.614,34

      € 814,69

  • 4. De school kan ook een andere gymzaal gebruiken voor gymles

  • Zij kan:

    • a.

      een gymzaal van een andere school of de gemeente medegebruiken, of

    • b.

      een gymzaal huren van een commerciële verhuurder.

  • 5. De school ontvangt in de volgende situaties een vergoeding

  • Een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs een school voor speciaal onderwijs en een school voor voortgezet speciaal onderwijs gebruikt:

    • a.

      een gymzaal in eigendom van de gemeente: het college geeft deze gymzaal om niet aan de school in gebruik;

    • b.

      een gymzaal in eigendom van het schoolbestuur: het college vergoedt aan het schoolbestuur dat eigenaar is van de gymzaal het vaste deel van het klokuurbedrag en naar rato van het aantal klokuren het variabele deel van het klokuurbedrag;

    • c.

      een gymzaal in eigendom van een andere school voor primair onderwijs of (speciaal) voortgezet onderwijs: het college vergoedt aan het schoolbestuur dat eigenaar is van de gymzaal het vaste deel van het klokuurbedrag en naar rato van het aantal klokuren het variabele deel van het klokuurbedrag;

    • d.

      een gymzaal in eigendom van een school voor voortgezet onderwijs: het college vergoedt aan het schoolbestuur dat eigenaar is van de gymzaal een bepaald bedrag. Dit spreken zij af in een aparte overeenkomst;

    • e.

      een gymzaal in eigendom van een andere partij en het college heeft deze investering niet gefinancierd: het college betaalt een vergoeding aan deze partij.

Artikel 21 Als de school sportvelden huurt

  • 1. Een school voor voortgezet onderwijs kan een vergoeding krijgen voor de huur van een sportveld

    • a.

      De school krijgt alleen een vergoeding alleen als zij geen eigen sportveld heeft en geen sportveld gebruikt dat het college betaalt.

    • b.

      Het schoolbestuur krijgt voor maximaal 8 weken per jaar een vergoeding. De vergoeding voor deze kosten bedraagt voor de periode van 8 weken € 29,47 per klokuur.

Deel 7 Overige artikelen

In dit deel leest u een aantal praktische regels over de vergoedingen.

Artikel 22 De school kan een vergoeding van feitelijke kosten krijgen

  • 1. Het gaat om de kosten die het college eerst goedkeurt

  • Een school krijgt een vergoeding van de kosten bij herstel van een constructiefout, herstel en vervanging door schade aan een schoolgebouw of gymzaal of aan het onderwijsleerpakket of het meubilair (artikel 2, lid 2 en 3 van de verordening). Het schoolbestuur vraagt hiervoor minimaal 3 offertes op. Het college beoordeelt de offertes en stelt op basis van beste prijs/kwaliteitverhouding in overleg tussen het schoolbestuur en de gemeente de hoogte van de vergoeding vast. Het college keurt voor de start van de uitvoering eerst de offerte goed.

  • 2. De school kan een vergoeding aanvragen voor advieskosten voor het herstel van een constructiefout en onderhoud

  • De volgende punten gelden voor gymzalen van een school voor primair onderwijs en een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs:

    • a.

      De school krijgt geen advieskosten vergoed voor herstel van een constructiefout en onderhoud aan gymzalen tot € 10.000 (inclusief btw) (volgens bijlage 1 van de verordening).

    • b.

      De school krijgt een vast percentage vergoed aan advieskosten voor herstel van een constructiefout en onderhoud aan gymzalen van meer dan € 10.000 (inclusief btw) (volgens bijlage 1 van de verordening). Dit bedrag is maximaal 2% van de feitelijke kosten. De school stuurt het college hiervoor een declaratie. De school krijgt alleen de advieskosten vergoed die zij echt heeft gemaakt en heeft teruggevraagd.

    • c.

      Verwacht het schoolbestuur dat de advieskosten veel hoger zijn? Dan kan hij het college om een hogere vergoeding vragen.

    • d.

      Het schoolbestuur maakt bij elke aanvraag een schatting van de werkzaamheden die nodig zijn. Gaat het om projecten groter dan € 1.000.000? Dan stelt het college de omvang van de kosten voor begeleiding en advies samen met het schoolbestuur vast.

Artikel 23 Indexering

  • 1. Het college gebruikt de BDB-index om de normbedragen aan te passen

    Dat doet het college om de budgetten aan te passen aan de kosten die noodzakelijk zijn om een voorziening of onderhoud te kunnen uitvoeren.

  • 2. Is een project over meerdere jaren verdeeld?

    Voorzieningen voor nieuwbouw, renovatie en vervangende nieuwbouw worden verdeeld in voorbereiding en uitvoering. Daarbij worden in het jaar van start uitvoering de normbedragen (op basis van de dan geldende normbedragen) en het aantal m² bvo definitief vastgesteld

Artikel 24 Het college kan de normbedragen verhogen

  • 1. Het college kan de normbedragen verhogen

  • Kan de school een voorziening niet realiseren omdat de kosten hoger zijn dan verwacht? En komt dit door bijzondere (lokale) omstandigheden, bijvoorbeeld als er sprake is van een monument of hoge stedenbouwkundige eisen? Dan kan het college de normbedragen verhogen met een toeslag.

Deel 8 Slot

Artikel 25 Over de ingangsdatum en naam

  • 1. Deze nadere regel gaat in op 15 februari 2021

  • 2. De normbedragen hebben prijspeil 2026

  • 3. Alle genoemde bedragen zijn inclusief btw.

  • 4. Deze nadere regel wordt de ‘Nadere regel vergoedingen voor schoolgebouwen gemeente Utrecht’ genoemd. Dit heet de citeertitel.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van Utrecht in hun vergadering van 24 november 2020, onder voorbehoud van vaststelling van de Verordening huisvesting scholen gemeente Utrecht.

De gemeenteraad van Utrecht heeft deze verordening vastgesteld op 21 januari 2021.

De secretaris, de burgemeester,

G.G.H.M. Haanen P.E.J. den Oudsten