Beleidsregel van het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam GBLT houdende regels omtrent aanwijzing belastingplichtige (Besluit aanwijzing belastingplichtige)

Geldend van 11-11-2020 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel van het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam GBLT houdende regels omtrent aanwijzing belastingplichtige (Besluit aanwijzing belastingplichtige)

Het dagelijks bestuur van GBLT;

Gelet op;

  • -

    Artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht

  • -

    Artikel 20 van de Gemeenschappelijke Regeling GBLT

  • -

    Artikel 231, eerste lid en tweede lid, aanhef en onder a en 232, vierde lid, onderdeel a en b, van de Gemeentewet

  • -

    Artikel 123, tweede en derde lid, aanhef en onder a en 124, vijfde lid onder a en b, van de Waterschap

  • -

    Artikel 83, 84, 125, 127 en 142, eerste lid, van de Waterschapswet

  • -

    Artikel 156, 160, 233, 237 en 253, eerste lid, van de Gemeentewet

Gelezen het voorstel van 28 oktober 2020;

Besluit:

Vast te stellen: Besluit aanwijzing belastingplichtige

Hoofdstuk 1 De belastingen geheven van de eigenaar

Artikel 1

Als met betrekking tot de aanslag watersysteemheffing gebouwd, ongebouwd en natuur, de aanslag onroerende zaakbelasting eigenaar woning en eigenaar niet-woning, de aanslag rioolheffing eigenaar, de aanslag forensenbelasting en de aanslag bedrijven investeringszone eigenaar voor een bepaalde onroerende zaak of perceel meerdere heffingplichtigen of belastingplichtigen zijn aan wie de aanslag kan worden opgelegd, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld op naam van:

  • 1.

    ter zake van genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak of perceel degene die de volle eigendom heeft;

  • 2.

    ter zake van genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak of perceel degene die het beperkt recht, waarbij de volgorde voor de in dit artikel genoemde belastingen van artikel 119, lid 3, van de Waterschapswet wordt aangehouden;

  • 3.

    ter zake van genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een gebouwde onroerende zaak of perceel degene die de oudste gebruiker (in leeftijd) van de onroerende zaak of perceel is;

  • 4.

    ter zake van genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak of perceel degene die de oudste in leeftijd is;

  • 5.

    ter zake van genot krachtens ongelijke aandelen in het volle eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak of perceel degene die het grootste aandeel in het volle eigendom, bezit of beperkt recht heeft;

  • 6.

    ter zake van genot krachtens gelijke aandelen in het volle eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak of perceel een natuurlijke persoon boven een rechtspersoon;

  • 7.

    ter zake van genot krachtens gelijke aandelen in het volle eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak of perceel de eerstgerechtigde in de volgorde die door het Kadaster wordt aangehouden.

Hoofdstuk 2 De belastingen geheven van de gebruiker

Artikel 2

Als met betrekking tot de aanslagen zuiveringsheffing en verontreinigingsheffing voor woonruimten, de aanslag watersysteemheffing ingezetenen, de aanslag onroerende zaakbelasting gebruiker niet-woning, de aanslag rioolheffing gebruiker, aanslag afvalstoffenheffing en de aanslag hondenbelasting er meerdere heffingplichtigen of belastingplichtigen zijn aan wie de aanslag kan worden opgelegd, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld op naam van:

  • 1.

    de oudste in leeftijd;

  • 2.

    degene die bij het begin van het belastingjaar, of zo dit later is bij de aanvang van de heffingplicht of belastingplicht, als zodanig in de Basisregistratie Personen is vermeld als de langstwonende;

  • 3.

    de oudste genothebbende van de desbetreffende woonruimte krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

Artikel 3

Als met betrekking tot de aanslag hondenbelasting een hond wordt opgegeven door een ander persoon dan degene die volgens artikel 2 als heffingplichtige of als belastingplichtige is aangewezen, en die persoon volgens de Basisregistratie Personen op hetzelfde adres woont als voornoemde heffingsplichtige of belastingplichtige of tot diens gezin behoort, wordt de hondenbelasting opgelegd ten name van de door artikel 2 aangewezen heffingplichtige of belastingplichtige.

Hoofdstuk 3 Aanvullende bepalingen

Artikel 4

In afwijking van het bepaalde in de artikelen 1, 2 en 3 wordt de aanslag op naam gesteld van de heffingplichtige of belastingplichtige die daartoe een schriftelijk verzoek heeft ingediend bij de ambtenaar belast met de heffing. Hieraan wordt de voorwaarde verbonden dat dit niet leidt tot een situatie waarbij;

  • 1.

    de belasting niet kan worden ingevorderd; of

  • 2.

    valt te verwachten dat de invordering van de belasting ernstig bemoeilijkt wordt,

zulks in redelijkheid te beoordelen. Met betrekking tot woonruimte aanslagen geldt ook de voorwaarde dat de aanslag in dat geval niet wordt kwijtgescholden.

Artikel 5

Als de toepassing van de in de artikelen 1, 2, 3 en 4 gestelde aanwijzingsregels geen uitsluitsel geven omtrent de heffingplichtige of belastingplichtige, kan de ambtenaar belast met de heffing aan de aan de hand van de feitelijke omstandigheden bepalen wie als zakelijk gerechtigde van een gebouwde onroerende zaak, van een natuurterrein, van een overige ongebouwde onroerende zaak of een perceel moet worden beschouwd en wie als gebruiker van een woonruimte, woning of perceel moet worden beschouwd.

Hoofdstuk 4 Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel

Artikel 6

  • 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

  • 2. Dit besluit is van toepassing op belastingaanslagen voor tijdvakken die aanvangen op of na 1 januari 2021.

  • 3. Het besluit ‘Besluit aanwijzing belastingplichtige’ van 8 januari 2014 wordt ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit, met dien verstande dat het wel van kracht blijft voor belastingaanslagen die zijn vastgesteld, of nog worden vastgesteld, voor tijdvakken die zijn aangevangen voor 1 januari 2021.

  • 4. Dit besluit wordt aangehaald als ‘Besluit aanwijzing belastingplichtige’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op 28 oktober 2020.

Het dagelijks bestuur van GBLT

M.A. van Helden

Directeur

B.J. Bussink

Voorzitter

TOELICHTING OP HET BESLUIT AANWIJZING BELASTINGPLICHTIGE

A. ALGEMEEN

1. Heffingplicht of belastingplicht

De heffingplicht of belastingplicht van waterschapsbelastingen en gemeentelijke belastingen vloeit voort uit de belastingverordeningen, die hun grondslag vinden in de belastingbepalingen van de Waterschapswet en de Gemeentewet. Soms zijn er voor hetzelfde belastbare feit verschillende heffingplichtigen of belastingplichtigen. De aanwijzing van de heffingsplichtige of belastingplichtige die in deze gevallen de aanslag krijgt, moet berusten op van te voren vastgestelde en bekendgemaakte criteria.

De redelijkheid brengt mee dat degene die de aanslag krijgt een evenredig deel van de verschuldigde belasting kan verhalen op de mede heffingplichtigen of mede belastingplichtigen. Elk van de heffingplichtigen of belastingplichtigen is namelijk hoofdelijk schuldenaar.

2. Beleidsregels

Op grond van jurisprudentie is het nodig beleid vast te stellen en bekend te maken met betrekking tot de keuzevrijheid bij de tenaamstelling van de aanslag als er meer dan een heffingplichtige of belastingplichtige valt aan te wijzen.

Het aanwijzen van de heffingplichtige of belastingplichtige die de aanslag krijgt, dient met weloverwegen criteria, stelselmatig en niet willekeurig te geschieden. Het daarbij gevoerde beleid moet worden vastgelegd in algemene, voor belanghebbenden tijdig kenbare beleidsregels (zie onder meer Hof ’s-Hertogenbosch 29 november 1989, nr. 1007/1989, A, e IX, Belastingblad 1990, blz. 304, Hof Den Haag 1 maart 1991, nr. 4354/89, e IV, Belastingblad 1991, blz. 683, Hof Den Haag 21 mei 1992, nr. 91/1782, E VIII, Belastingblad 1992, blz. 682 en Hoge Raad 15 februari 1995, nr. 30.248, ECLI:NL:HR:1995:AA3017, Belastingblad 1995, blz. 268).

Hof Amsterdam ziet geen aanleiding te veronderstellen dat het stellen van beleidsregels en het bekendmaken daarvan niet van toepassing zou zijn voor de afvalstoffenheffing indien er sprake is van meer dan een feitelijke gebruiker (Hof Amsterdam 29 april 1994, ECLI:NL:GHAMS:1994:AS4354, Belastingblad 1994, blz. 543).

In verband hiermee moet worden aangenomen dat hetzelfde geldt voor andere gemeentelijke belastingen waarbij een discretionaire bevoegdheid bestaat met betrekking tot het opleggen van de aanslag op naam van een van de belastingplichtigen.

3. Voor welke belastingen beleidsregels?

Zoals gezegd vloeit de heffingplicht of de belastingplicht voor de waterschapsbelastingen en de gemeentelijke belastingen voort uit de belastingverordeningen. Bij het vaststellen van beleidsregels is rekening gehouden met de belastingen waar zich keuzevrijheid zich voordoet of kan voordoen. Daarom zijn niet alle belastingsoorten waar GBLT uitvoering aangeeft genoemd in deze beleidsregels. Het is namelijk zo dat niet in alle gevallen sprake is van een keuzevrijheid dan wel van meerdere heffingplichtigen of belastingplichtigen voor het belastbare feit.

4. Doelstelling bij het hanteren van de beleidsregels

Bij het vaststellen van beleidsregels voor het aanwijzen van een heffingplichtige of belastingplichtige is van belang dat de voorkeursvolgorde een eenvoudige en doelmatige uitvoeringspraktijk bevordert. Hiertoe behoort ook een doelmatige invordering.

B. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 1 Heffingplichtige of belastingplichtige voor de eigenaren heffing

In dit artikel is een voorkeursvolgorde gekozen die redelijk en doelmatig is en die overeenkomt met hoe het belastingpakket werkt. Tevens is geprobeerd zoveel mogelijk rekening te houden met efficiëntie door de eigenaren heffing te kunnen combineren op een aanslagbiljet met de gebruikers heffing.

Artikel 2 Heffingplichtige of belastingplichtige voor de gebruikers heffing

In dit artikel is een voorkeursvolgorde gekozen die redelijk en doelmatig is en die overeenkomt met hoe het belastingpakket werkt.

Artikel 3 Belastingplichtige voor de aanslag hondenbelasting.

Dit artikel is een uitwerking van artikel 226, derde lid, van de Gemeentewet.

Artikel 4 Mogelijkheid tot verzoek andere tenaamstelling

Dit artikel werkt uit dat een heffingplichtige of belastingplichtige altijd moet kunnen verzoeken om een de belastingaanslag ten name van een andere heffingplichtige of belastingplichtige te laten stellen. Hiervoor is wel een schriftelijk verzoek nodig waarbij zowel de oude heffingplichtige of belastingplichtige als de beoogd nieuwe heffingplichtige of belastingplichtige het verzoek moet ondertekenen.

Aan een wijziging in de tenaamstelling is wel de voorwaarde verbonden dat de belasting kan worden ingevorderd. Het is derhalve niet de bedoeling om de belastingaanslag op naam van een heffingplichtige of belastingplichtige te zetten waardoor het voor GBLT niet mogelijk is de belasting in te vorderen.

Artikel 6 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel

In het derde lid wordt de oude regeling ingetrokken.

De citeertitel vergemakkelijkt het verwijzen naar de regeling.