Nadere subsidieregels Economie & Innovatie 2021 e.v.

Geldend van 18-01-2021 t/m 01-01-2024

Intitulé

Nadere subsidieregels Economie & Innovatie 2021 e.v.

Gedeputeerde Staten van Limburg

maken ter voldoening aan het bepaalde in de Provinciewet en de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2017 e.v. bekend dat zij in hun vergadering van 15 december 2020 hebben vastgesteld:

Nadere subsidieregels Economie & Innovatie 2021 e.v.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Doel van de regeling

Het ondersteunen van projecten die bijdragen aan het versterken van de economie in de Nederlandse provincie Limburg, het stimuleren van innovatie en/of het bevorderen van de (internationale) concurrentiekracht van de economie in de Nederlandse provincie Limburg.

Artikel 2 Aanvrager

Voor subsidie komen alleen rechtspersonen, eenmanszaken, maatschappen of vennootschappen in aanmerking.

Artikel 3 Vooroverleg

Subsidieverlening is één van de manieren waarop de Provincie Limburg de in artikel 1 genoemde projecten kan ondersteunen. Daarom is het noodzakelijk dat vóór het indienen van een subsidieaanvraag wordt nagegaan óf provinciale betrokkenheid op basis van de vigerende beleidskaders mogelijk is en zo ja op welke manier. Hi erbij worden alle mogelijke vormen van provinciale ondersteuning samen met de initiatiefnemer onderzocht.

Hoofdstuk 2 Criteria

Artikel 4 Algemene subsidiecriteria

Om voor een subsidie in aanmerking te komen, gelden de volgende algemene criteria:

  • a.

    de kwaliteit/haalbaarheid van het project(plan;) en

  • b.

    innovatief karakter; en

  • c.

    stuwend karakter.

Ad a. De kwaliteit/haalbaarheid van het project(plan): De kwaliteit van het project(plan) wordt getoetst aan factoren die de haalbaarheid van het project bepalen, zoals een solide financieel-economische, organisatorische, juridische, bestuurlijke en planologische basis. Dit houdt in dat de indiener in staat moet zijn om het project daadwerkelijk uit te voeren dan wel uit te laten voeren. Tevens wordt verwacht dat er een duidelijk perspectief op continuïteit van het project bestaat na afronding van (de looptijd van) het project, zowel inhoudelijk als financieel. Het perspectief op continuïteit kan onder meer blijken uit een kansrijke aanvraag voor een bijdrage uit Europese en/of nationale middelen. De eis van continuïteit geldt niet voor zogenoemde “pilotprojecten” met een experimenteel karakter, waarbij in redelijkheid niet vooraf kan worden vastgesteld of continuering haalbaar is. Dit laatste staat ter beoordeling van Gedeputeerde Staten. In het projectplan wordt aangegeven waar de subsidiegelden aan besteed worden en hoe in de financiering zal worden voorzien na de gesubsidieerde periode.

Ad b. Innovatie: Het project moet innovatief zijn of het project moet innovatie stimuleren. Dit betekent dat het project moet leiden tot vernieuwing hetgeen zich vertaalt in nieuwe producten, diensten, processen of organisatievormen. Innoveren is mensenwerk en vergt niet alleen de ontwikkeling van technologie. Innovatie is ook afhankelijk van factoren als management, personeel, logistiek en marketing, zeker in de dienstensector. De innovatie moet niet alleen nieuw zijn voor de aanvrager, maar ook voor de Limburgse markt/sector waarop (de dienst of product van) de aanvrager zich richt.

Ad c. Stuwend: Alleen projecten die stuwend zijn, komen voor subsidiëring in aanmerking. Stuwend betekent dat het project naast een bijdrage aan de activiteiten van de aanvrager zelf ook in aanzienlijke mate moet bijdragen aan de economische ontwikkeling van andere organisaties of personen/inwoners in de provincie Limburg (multipliereffect). Tevens betekent stuwend dat er een aantoonbaar stimulerend effect moet uitgaan van de gevraagde provinciale bijdrage: dankzij de provinciale steun dient het project groter/beter/sneller etc. tot stand te komen, of überhaupt mogelijk gemaakt worden.

Artikel 5 Specifieke deelterreinen

Naast de in artikel 4 genoemde algemene subsidiecriteria dient een aanvraag om een projectsubsidie ook te voldoen aan het bepaalde in de volgende vigerende door Provinciale Staten vastgestelde beleidskaders. Projecten komen alleen voor een subsidie in aanmerking indien ze naar het oordeel van Gedeputeerde Staten bijdragen aan één of meerdere van de lijnen binnen één of meerdere van de volgende beleidskaders zoals hieronder kort samengevat. De volledige beleidskaders zijn te vinden onder de volgende link.

1. Het Missiegedreven Economisch Beleid (MEB)

Binnen dit beleidskader stimuleren we economische projecten, programma’s en samenwerkingsverbanden die bijdragen aan het realiseren van twee maatschappelijke missies:

  • -

    Limburg maakt Energiek!

    Met deze missie versterken wij de transitie naar een duurzame (maak)industrie. De Limburgse industrie staat voor grote uitdagingen. Dat vraagt forse inspanningen van deze ondernemingen en de mensen die er werken. Maar het biedt ook kansen. Een actieve rol in de voorhoede van de transitie leidt tot kennis en nieuwe toepassingen die van grote waarde zijn. Cruciaal voor versterking van de structuur van de Limburgse economie én één van de sleutels tot een succesvolle energietransitie. Tegelijkertijd zorgt de realisatie van een duurzame economie voor een aantrekkelijkere leefomgeving met een excellent vestigingsklimaat dat schoner, duurzamer en toekomstbestendig is. Daarbij geldt: hoe eerder we dat bereiken, hoe groter ons voordeel ten opzichte van andere regio’s.

  • -

    Limburg maakt Gezond!

    Met deze missie versterken we de kennis en kunde die we in Limburg hebben in de agrofood, de life sciences en gezondheidssector. En we bouwen verder aan sterke ecosystemen, netwerken waar ondernemers, wetenschappers en overheid elkaar treffen en versterken. Tegelijkertijd bundelen we onze krachten ten gunste van onze bevolking die vergrijst en relatief ongezond en lager opgeleid is ten opzichte van het landelijke gemiddelde. We trekken die lijn door in (cross)sectorale netwerken en projecten, zoals sport, onderwijs en arbeidsmarkt.

Het kader richt zich bij de uitvoering specifiek op zeven thema’s:

  • 1.

    Brightlands en de campussen

  • 2.

    Ondernemingen

  • 3.

    Talent

  • 4.

    Acquisitie

  • 5.

    Toerisme en recreatie

  • 6.

    Logistiek in Limburg

  • 7.

    Grensoverschrijdend / internationaal

2. Het beleidskader Circulaire Economie

Binnen dit beleidskader wordt gewerkt aan de grondstoffentransitie in Limburg. Hierbij stimuleren we het omdenken in de Limburgse economie. Het gaat om het stimuleren en versnellen van innovatie en ondernemerschap richting circulaire economie bij het MKB door het gericht inzetten van instrumenten. Wij stimuleren ook kennis- en onderwijsinstellingen om invulling te geven aan het circulair omdenken, zowel binnen de bestaande publiek-private samenwerkingen als bij nieuwe samenwerkingen met bedrijven rondom circulaire economie. Tevens richten we ons op samenwerkingsverbanden: in de periode 2021-2023 willen wij investeren in impactvolle circulaire ketens in Limburg. Met ketens doelen wij op een verzameling van samenhangende economische activiteiten (schakels): producenten van uitgangsmateriaal, primaire producenten, producenten van eindproducten, handel en de logistieke bewegingen tussen de partijen. Ook dragen we bij aan het vergroten van de kennis en stimuleren partnerships die de zichtbaarheid en de kansen van circulariteit benutten.

3. Het beleidskader “Landbouw: koers naar de toekomst”

Het beleidskader Landbouw: koers naar de toekomst stelt de (ontwikkeling van de) sector landbouw- en agrofood centraal. Van daaruit slaat het kader de brug naar de maatschappelijke opgaven op dit gebied en de verdere uitwerking van de agrarische transitie.

De Provinciale inzet vindt plaats langs vier investeringslijnen:

  • I.

    Missiegedreven ondersteunen

    De eerste investeringslijn ondersteunt het inzetten van hoogstaande kennis en kunde voor de duurzame ontwikkeling van de Limburgse agrofoodsector. Een verschil met het verleden is de verbrede doelstelling: innovatie wordt niet langer ondersteund als economisch belang alleen, maar als middel om economische kracht én maatschappelijke opgaven in samenhang op te pakken. De doorontwikkeling en versterking van de Brightlands Campus Greenport Venlo en ondersteuning van innoverende ondernemers staan hierbij centraal.

  • II.

    Circulair produceren

    De tweede investeringslijn ondersteunt de transitie naar een kringlooplandbouw, waarin reststromen worden hergebruikt. Dat is een wezenlijk onderdeel van de maatschappelijke opgave, waarmee wordt bijgedragen aan terugdringen van de uitstoot van bijvoorbeeld stikstof en CO2 en in bredere zin aan klimaat- en energiebewust ondernemen. Concepten als kringloop-, natuurinclusieve en biologische landbouw staan hierbij centraal. Ook wordt de uitvoeringsagenda Vitale Veehouderij versterkt doorgezet.

  • III.

    Sterker in de marktketen

    De Provincie Limburg ziet de zwakke marktpositie van de primaire sector als een van de belangrijkste obstakels voor het verder ontwikkelen en verduurzamen van de agrofoodsector. Via de derde investeringslijn wil de Provincie steun geven aan initiatieven die deze positie versterken.

  • IV.

    Grensoverschrijdend verbinden

    De transitie in de agrofood is meer dan een technische exercitie. Het betreft ook een verandering van de wijze van samenwerking en van samenwerkingsverbanden, met een open houding voor de eigenheden van de ander. Met de vierde investeringslijn wil de Provincie dit onderdeel van de transitie ondersteunen. Belangrijkste speerpunt is het versterken van de grensoverschrijdende samenwerking. Niet alleen met de buitenlandse grensgebieden, maar ook met Brabantse en Gelderse buren, met de Greenports Nederland, met nieuwe sectoren en/of kennisinstellingen. Daarnaast is er aandacht voor betere verbinding en lobby naar Den Haag.

Artikel 6 Verplichtingen subsidieontvanger

Indien van toepassing gelet op de inhoud van het specifieke project hebben Gedeputeerde Staten de bevoegdheid om verplichtingen op te leggen in het kader van onder andere duurzaamheid en SROI.

Artikel 7 Afwijzingsgronden

In aanvulling op artikel 17 van de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2017 e.v., wordt de subsidieaanvraag afgewezen, indien:

  • a.

    het project niet aansluit bij de doelstelling van deze nadere subsidieregels zoals gesteld in artikel 1;

  • b.

    het project niet is ingediend door een aanvrager zoals gesteld in artikel 2;

  • c.

    niet wordt voldaan aan (één van) de algemene criteria in artikel 4;

  • d.

    het project niet past binnen één of meerdere van de beleidskaders zoals kort samengevat weergegeven in artikel 5;

  • e.

    de Provincie Limburg dezelfde activiteiten/project al op een andere wijze subsidieert en/of financiert;

  • f.

    geen vooroverleg heeft plaatsgevonden zoals gesteld in artikel 3; en/of

  • g.

    de subsidieaanvraag is ontvangen buiten de periode zoals vermeld in artikel 10.

Hoofdstuk 3 Financiële aspecten

Artikel 8 Subsidiebedrag

Het subsidiebedrag bedraagt niet meer dan 50% van de totale subsidiabele projectkosten. Gedeputeerde Staten hebben de bevoegdheid om in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd van dit uitgangspunt af te wijken.

Hoofdstuk 4 Aanvraagprocedure

Artikel 9 Indienen aanvraag
  • 1. Een subsidieaanvraag kan uitsluitend worden ingediend bij Gedeputeerde Staten met gebruikmaking van het standaard (digitaal) aanvraagformulier, dat geplaatst is op de website van de Provincie Limburg: www.limburg.nl/subsidies.

  • 2. Het standaard (digitaal) aanvraagformulier dient volledig ingevuld en rechtsgeldig ondertekend te worden en te zijn voorzien van alle bijlagen zoals aangegeven op het aanvraagformulier en dient te worden verzonden naar het op dit formulier aangegeven adres (Gedeputeerde Staten van Limburg, Cluster Subsidies, Postbus 5700, 6202 MA Maastricht), dan wel digitaal middels eHerkenning (aanvragen van organisaties) te worden ingediend. Een aanvraag per e-mail is niet mogelijk.

Artikel 10 Termijn voor indienen aanvraag
  • 1. De subsidieaanvraag dient uiterlijk 31 december 2023 door Gedeputeerde Staten te zijn ontvangen.

  • 2. Voor de datum van ontvangst is de datum van de ontvangststempel van de Provincie Limburg bepalend en bij digitale aanvragen de datum van digitale ontvangst.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 11 Hardheidsclausule
  • 1. In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslissen Gedeputeerde Staten.

  • 2. Indien toepassing van het bepaalde in deze regeling, naar het oordeel van Gedeputeerde Staten, tot kennelijke onbillijkheden leidt, dan kunnen Gedeputeerde Staten van enige bepaling afwijken.

Artikel 12 Overgangsrecht
  • 1. De Nadere subsidieregels Economie & Concurrentiekracht 2013 e.v. worden ingetrokken en vervallen bij de inwerkingtreding van deze regeling.

  • 2. Voor subsidiebesluiten die zijn genomen vóór de inwerkingtreding van de Nadere subsidieregels Economie & Innovatie 2021 e.v. blijven de Nadere subsidieregels Economie & Concurrentiekracht 2013 e.v. van toepassing, ook voor de volgende stappen in het subsidietraject.

  • 3. Subsidieaanvragen ingediend vóór de inwerkingtreding van deze regeling waarover bij inwerkingtreding van deze regeling nog niet is beslist, worden op basis van de Nadere subsidieregels Economie & Innovatie 2021 e.v. afgehandeld, tenzij Gedeputeerde Staten van oordeel zijn dat de aanvrager daardoor in zijn belangen wordt geschaad. In dat laatste geval handelen Gedeputeerde Staten overeenkomstig de Nadere subsidieregels Economie & Concurrentiekracht 2013 e.v.

Artikel 13 Inwerkingtreding, beëindiging en citeertitel
  • 1. Deze Nadere subsidieregels treden in werking op 18 januari 2021.

  • 2. Deze Nadere subsidieregels vervallen met ingang van 1 januari 2024, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op subsidieaanvragen die vóór die datum zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten en subsidiebesluiten die vóór die datum zijn genomen, ook voor de volgende stappen in het subsidietraject.

  • 3. Deze regeling kan worden aangehaald als “Nadere subsidieregels Economie & Innovatie 2021 e.v.”.

Ondertekening

Aldus besloten in de vergadering van Gedeputeerde Staten, gehouden op 15 december 2020.

Gedeputeerde Staten voornoemd

de voorzitter,

de heer drs. Th.J.F.M. Bovens

secretaris,

de heer drs. G.H.E. Derks MPA