Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden houdende regels omtrent het verstrekken van subsidie voor peuterspeelopvang en onderwijs achterstandenbeleid (Subsidieregeling Peuterspeelopvang en Voorschoolse Educatie, Leiden 2021)

Geldend van 01-01-2021 t/m heden

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden houdende regels omtrent het verstrekken van subsidie voor peuterspeelopvang en onderwijs achterstandenbeleid (Subsidieregeling Peuterspeelopvang en Voorschoolse Educatie, Leiden 2021)

Het college van de gemeente Leiden;

  • gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening gemeente Leiden 2012 en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Leiden 2021;

  • overwegende dat het noodzakelijk is om nadere regels vast te stellen die in acht worden genomen bij het verstrekken van subsidies voor peuterspeelopvang en het onderwijs achterstandenbeleid in de gemeente;

besluit:

vast te stellen de subsidieregeling Peuterspeelopvang en Voorschoolse Educatie, Leiden 2021.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    ASV: Algemene subsidieverordening gemeente Leiden 2021;

  • b.

    houder: de in het landelijk register geregistreerde houder van een in de gemeente geregistreerd kindercentrum als bedoeld in artikel 1.46, tweede lid van de Wet kinderopvang waar peuteropvang wordt aangeboden;

  • c.

    uitvoeringsovereenkomst: een overeenkomst tussen subsidieverlener en subsidieontvanger, waarin de uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening is uitgewerkt;

  • d.

    bruto-ouderbijdrage: vastgestelde ouderbijdrage waarvan de ouder op basis van het inkomen een deel terugkrijgt via kinderopvangtoeslag of compensatie via de gemeentetoeslag die wordt verrekend met de subsidie aan het geregistreerd kindercentrum;

  • e.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente;

  • f.

    gemeentetoeslag: subsidie die aan de aanbieder van peuterspeelopvang wordt toegekend ten behoeve van ouders die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag als tegemoetkoming in de kosten voor het afnemen van peuterspeelopvang of voorschoolse educatie (VE).

  • g.

    geregistreerd kindercentrum: in het landelijk register kinderopvang ingeschreven kindercentrum als bedoeld in artikel 1.46 van de Wet kinderopvang;

  • h.

    inkomensverklaring: Verklaring Geregistreerd Inkomen (VGI, voorheen IB60-verklaring genoemd) van de Belastingdienst met inkomensgegevens over een bepaald belastingjaar. De inkomensverklaring bevat de volgende gegevens:

    • o

      naam en adres;

    • o

      het jaar waarover de inkomensverklaring wordt afgegeven;

    • o

      inkomensgegevens.

  • i.

    koptarief: verschil tussen de kostprijs per uur en de vastgestelde bruto-ouderbijdrage per uur;

  • j.

    kostprijs: de maximaal te subsidiëren prijs voor een uur peuterspeelopvang.

  • k.

    KOT: kinderopvangtoeslag, de toeslag die kinderopvangtoeslaggerechtigden ontvangen van de Belastingdienst voor kinderopvang;

  • l.

    LRK: landelijk register kinderopvang, register als bedoeld in artikel 1.47b, eerste lid van de Wet kinderopvang;

  • m.

    ouder: persoon als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang;

  • n.

    ouderbijdrage: eigen bijdrage die ouders betalen voor peuterspeelopvang en VE en die afhankelijk is van de hoogte van het gezinsinkomen;

  • o.

    peuterspeelopvang: voorschools aanbod van een door het college vast te stellen omvang in aantal uren per jaar voor peuters vanaf 2 jaar, wiens ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag, tot het moment dat ze uitstromen naar het basisonderwijs, gericht op ontwikkelingsstimulering en voorbereiding op de basisschool;

  • p.

    jaarlijks subsidiebudget: het bedrag dat gedurende een kalenderjaar ten hoogste beschikbaar is voor subsidie zoals die op basis van deze subsidieregeling kan worden toegekend;

  • q.

    Voorschoolse educatie (VE): een door de gemeente Leiden gesubsidieerd programma dat gericht is op het verkleinen van onderwijsachterstanden bij doelgroepkinderen en een verbeterde instroom van deze kinderen in het basisonderwijs;

  • r.

    VE-indicatie: door de jeugdgezondheidszorg (consultatiebureau) afgegeven verklaring dat deelname aan een VE-aanbod geïndiceerd is.

Artikel 2 Doel

Deze subsidieregeling heeft als doel het voorkomen en verkleinen van risico’s op onderwijsachterstanden bij jonge kinderen voorafgaand aan de instroom in het basisonderwijs en sluit aan bij de wettelijke verplichting van de gemeente om een aanbod voor voorschoolse educatie in te richten (Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie).

Artikel 3 Reikwijdte subsidieregeling

  • 1. Voor zover in deze subsidieregeling niet anders is bepaald, zijn de begripsomschrijvingen en bepalingen van de Algemene subsidieverordening 2021 van toepassing.

  • 2. Subsidie wordt uitsluitend verleend voor peuterspeelopvang en/of VE in een geregistreerd kindercentrum in de gemeente Leiden.

  • 3. De subsidie wordt verleend aan de desbetreffende houder waarvan de ouders peuterspeelopvang of VE afnemen.

  • 4. De subsidie kan bestaan uit:

    • a.

      gemeentetoeslag;

    • b.

      koptarief;

    • c.

      subsidiëring van extra VE- aanbod;

    • d.

      subsidie per geregistreerde VE locatie ter dekking van de infrastructuur voor VE.

  • 5. Aan subsidiering van de gemeentetoeslag voor ouders zonder aanspraak op KOT is de voorwaarde verbonden dat de ouders een inkomensverklaring overleggen aan de houder op basis waarvan die de ouderbijdrage vaststelt.

  • 6. Voor subsidie van het extra VE aanbod voldoet de houder daarvan aan de volgende voorwaarden:

    • a.

      de locatie met het aanbod staat als VE-locatie geregistreerd in het LRK;

    • b.

      voor het te leveren VE aanbod is een VE-indicatie afgegeven.

Artikel 4 Subsidiehoogte en nadere regels

  • 1. In het kader van het verstrekken van de subsidies, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdelen a. tot en met c. stelt het college de hoogte vast van:

    • a.

      het maximum aantal te subsidiëren uren per peuter per jaar;

    • b.

      de maximum te subsidiëren kostprijs per uur voor peuterspeelopvang;

    • c.

      de bruto-ouderbijdrage;

    • d.

      de gemeentetoeslag;

    • e.

      de VE subsidie voor extra uren VE aanbod;

    • f.

      de vaste VE subsidie per VE locatie ter dekking van de infrastructuur voor VE.

  • 2. De subsidieopbouw is nader gespecificeerd in bijlage A en wordt jaarlijks, voorafgaande aan het betreffende subsidiejaar, vastgesteld door het college.

  • 3. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de kwaliteit van VE.

Artikel 5 Aanvraag en aanvraagtermijn

  • 1. De subsidie wordt aangevraagd door de houder van een geregistreerd kindercentrum dat peuterspeelopvang en/of VE aanbiedt.

  • 2. In afwijking van de Algemene subsidieverordening wordt een aanvraag uiterlijk vóór 15 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft bij het college ingediend.

  • 3. Onverminderd de Algemene subsidieverordening bevat de subsidieaanvraag:

    • a.

      het nummer waaronder het geregistreerd kindercentrum in het LRK geregistreerd staat;

    • b.

      een prognose van het aantal op te vangen peuters in het volgende kalenderjaar;

    • c.

      een onderverdeling waaruit blijkt:

      • i.

        het aantal peuters zonder VE indicatie waarvan de ouders in aanmerking komen voor KOT;

      • ii.

        het aantal peuters met VE indicatie waarvan de ouders in aanmerking komen voor KOT;

      • iii.

        het aantal peuters zonder VE indicatie waarvan de ouders in aanmerking komen voor gemeentetoeslag;

      • iv.

        het aantal peuters met VE indicatie waarvan de ouders in aanmerking komen voor gemeentetoeslag;

  • 4. De houder van het geregistreerd kindercentrum vraagt de subsidie schriftelijk aan, en bij voorkeur digitaal, bij het college.

Artikel 6 Jaarlijks subsidiebudget en verlening

  • 1. De beschikbare maximale budgetten voor subsidieverlening op basis van deze subsidieregeling worden jaarlijks vastgesteld door de raad in de begroting.

  • 2. Per jaar kan niet meer subsidie worden verleend dan het maximaal beschikbare subsidiebedrag. Een rangorde in de toekenning zal indien nodig worden bepaald op grond van de in artikel 7 genoemde criteria.

Artikel 7 Verdeelsleutel

  • 1. Indien het maximaal beschikbare subsidiebedrag onvoldoende is om alle aanvragen te honoreren, wordt een rangorde vastgesteld op basis van de hieronder genoemde criteria:

    • a.

      de kwaliteit van de voorziening, specifiek op het pedagogische vlak, de doorgaande leerlijn en de verbinding met wijkgerichte voorzieningen en verbanden voor spelen, ontmoeten en leren;

    • b.

      een goede spreiding van voorzieningen over de stad;

    • c.

      de bezetting van een voorziening;

    • d.

      het percentage doelgroepkinderen per groep, in geval van een voorziening voor VE.

Artikel 8 Weigeringsgronden

  • 1. Een subsidie op grond van deze regeling wordt, behalve volgens het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht of de ASV, geweigerd indien:

    • a.

      de aanvrager niet alle benodigde vergunningen en ontheffingen te behoeve van de gesubsidieerde activiteiten heeft of zal kunnen verkrijgen;

    • b.

      niet voldaan wordt aan de wettelijke vereisten voor het te exploiteren voorschoolse aanbod;

    • c.

      de behoefte aan het te subsidiëren aanbod onvoldoende is onderbouwd.

Artikel 9 Verplichtingen subsidieontvanger

  • 1. De houder stelt op basis van de aanvraag van ouders vast tot welke categorie als genoemd in artikel 5, derde lid, aanhef en onder c. de ouder behoort.

  • 2. De houder vraagt ouders die in aanmerking komen voor gemeentetoeslag een inkomensverklaring aan te leveren en stelt op basis daarvan de ouderbijdrage vast.

  • 3. De houder brengt de subsidie in mindering op de door ouders van peuters te betalen kosten voor het gebruik van peuterspeelopvang en VE.

  • 4. Het geregistreerd kindercentrum dat peuterspeelopvang aanbiedt, werkt samen met jeugdgezondheidszorg en andere partners om preventie en zorg te bieden aan de peuters die het nodig hebben.

  • 5. Aanvullende verplichtingen van de houder worden vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst.

Artikel 10 Verantwoording en vaststelling subsidie

  • 1. Een aanvraag tot subsidievaststelling wordt schriftelijk, en bij voorkeur digitaal, ingediend bij het college.

  • 2. De houder rapporteert per locatie per geplaatste peuter de volgende gegevens:

    • a.

      klantnummer peuter / ouder(s);

    • b.

      aantal contracturen;

    • c.

      toepasselijkheid categorieën als genoemd in artikel 5, derde lid, aanhef en onder c;

    • d.

      onderbouwing ouderbijdrage;

    • e.

      VE indicatie.

  • 3. De subsidie wordt vastgesteld op basis van het daadwerkelijk aantal opgevangen peuters en opvanguren per peuter aan de hand van de afgesproken subsidiehoogte, de berekende ouderbijdrage en de toepasselijkheid van de categorieën, genoemd in artikel 5, derde lid, aanhef en onder c.

  • 4. In de ASV is vastgelegd dat een controleverklaring van een accountant moet voldoen aan het verantwoordings- en controleprotocol zoals door de gemeente Leiden opgesteld.

Artikel 11 Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, één of meer bepalingen van deze subsidieregeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1. Deze regeling treedt na bekendmaking in werking op 1 januari 2021.

  • 2. Op aanvragen die voor de datum als genoemd in het eerste lid zijn ingediend wordt beslist overeenkomstig deze regeling.

Artikel 13 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als “Subsidieregeling Peuterspeelopvang en Voorschoolse Educatie, Leiden 2021”.

Ondertekening

Bijlage A. Subsidieregeling peuterspeelopvang en voorschoolse educatie 2021

Artikel 4 Subsidiehoogte en nadere regels

Conform artikel 4 van de Subsidieregeling Peuterspeelopvang en Voorschoolse Educatie 2021 stelt het college jaarlijks een aantal subsidie componenten vast. Het betreft de volgende componenten:

  • a.

    het maximum aantal te subsidiëren uren per peuter per jaar;

  • b.

    de maximum te subsidiëren kostprijs per uur voor peuterspeelopvang;

  • c.

    de ouderbijdrage en koptarief;

  • d.

    de gemeentetoeslag;

  • e.

    de VE subsidie voor extra uren VE aanbod;

  • f.

    de vaste VE subsidie per VE locatie ter dekking van de infrastructuur voor VE.

A. maximum aantal te subsidiëren uren per peuter per jaar

  • 1.

    Voor peuters (van 2 tot 4 jaar) zonder een VE-indicatie geldt een maximum van 320 uur peuterspeelopvang per jaar met een maximum van 6 uur per dag.

  • 2.

    Voor peuters (van 2 tot 4 jaar) met een VE-indicatie geldt een maximum van 640 uur voorschoolse educatie per jaar met een maximum van 6 uur per dag.

B. maximum te subsidiëren kostprijs per uur voor peuterspeelopvang

De maximum te subsidiëren kostprijs voor peuterspeelopvang en voorschoolse educatie bedraagt in 2021 € 11,56 per uur.

C. ouderbijdrage en koptarief

Het normtarief voor de bruto-ouderbijdrage van ouders met KOT aanspraak bedraagt in 2020 € 9,18 per uur. Het normtarief voor de netto-ouderbijdrage van ouders zonder KOT aanspraak bedraagt in 2020 € 1,06 per uur voor peuters met VE indicatie en € 1,14 voor peuters zonder VE indicatie.

Het koptarief is het verschil tussen de te subsidiëren kostprijs en de bruto-ouderbijdrage. Het koptarief bedraagt in 2021 dus maximaal € 2,38.

Het koptarief is van toepassing op maximaal 320 uur per jaar per peuter met een gecontracteerd aanbod dat maximaal 6 uur per dag omvat en geen onderdeel is van een gecontracteerd opvangaanbod dat meer uren per dag omvat.

D. Gemeentetoeslag

De gemeentetoeslag is gelijk aan de kinderopvangtoeslag (KOT) en uitsluitend van toepassing op kinderen zonder aanspraak op KOT.

E. de VE subsidie voor extra uren VE aanbod

De maximale VE subsidiebijdrage voor extra uren VE aanbod bedraagt in 2021 € 11,56 per uur.

De VE-subsidie is van toepassing op de extra 320 uur per jaar waarop VE-peuters aanspraak kunnen maken, mits het VE-aanbod van deze peuter over minimaal drie weekdagen verdeeld is.

F. de vaste VE subsidie per VE locatie ter dekking van de infrastructuur voor VE

De vaste VE subsidie 2021 bedraagt per geregistreerde VE locatie € 25.500 per jaar.

Artikel 7 Verdeelsleutel

Indien het maximaal beschikbare subsidiebedrag onvoldoende is om alle aanvragen te honoreren, wordt een rangorde vastgesteld op basis van de hieronder genoemde criteria:

  • a.

    de kwaliteit van de voorziening, specifiek op het pedagogische vlak, de doorgaande leerlijn en de verbinding met wijkgerichte voorzieningen en verbanden voor spelen, ontmoeten en leren;

  • b.

    een goede spreiding van voorzieningen over de stad;

  • c.

    de bezetting van een voorziening;

  • d.

    het percentage doelgroepkinderen per groep, in geval van een voorziening voor VE.

A. kwaliteit van de voorziening, doorgaande leerlijn en verbinding met wijkgerichte voorzieningen

De kwaliteit van de voorschoolse voorzieningen wordt jaarlijks getoetst door de GGD Hollands Midden. Dit gebeurt op landelijk vastgestelde criteria zoals veiligheid, gezondheid, groepsgrootte, aantal beroepskrachten in relatie tot het aantal kinderen, pedagogische werkwijze, etc.

Het college geeft voorkeur aan voorzieningen die een zo hoog mogelijk kwaliteitsniveau realiseren. Pedagogische kwaliteit is daarbij doorslaggevend. Om de pedagogische kwaliteit zoveel mogelijk tot haar recht te laten komen, is het van belang dat voorzieningen niet geïsoleerd staan. Zij zijn zoveel mogelijk onderdeel van laagdrempelige wijkgerichte netwerken en verbanden voor spelen, ontmoeten en leren. Ook is van belang dat een doorgaande leerlijn wordt gerealiseerd. Voor de doorgaande leerlijn zijn de volgende punten van belang:

  • voorschoolse voorzieningen zitten in fysieke nabijheid van basisscholen;

  • er is inhoudelijke samenwerking tussen voorschoolse voorzieningen en basisscholen;

  • er is uitwisseling van relevante gegevens tussen voorschoolse voorzieningen en basisscholen.

B en C. goede spreiding van voorzieningen over de stad en bezetting van een voorziening

Voor een goede spreiding van peuterspeelopvang over de stad moeten aanbod en vraag op elkaar afgestemd zijn. Niet in elke wijk is vraag naar peuterspeelopvang, dit is vaak afhankelijk van het aantal 2-4 jarigen woonachtig in een wijk en de aanwezigheid van een basisschool.

D. percentage doelgroepkinderen per groep, in geval van een voorziening voor VE

Het college heeft als doelstelling een aanbod voor en bereik van 100% doelgroepkinderen. Locaties met veel doelgroepkinderen hebben de voorkeur. Het resultaat hiervan is een spreiding over de stad die aansluit bij de vraag naar voorschoolse educatie.

Toelichting subsidiebijdrage 2021

In onderstaande figuur is de opbouw van de subsidiebijdrage nader toegelicht:

a. Te subsidiëren volume:

  • Voor peuters (van 2 tot 4 jaar) zonder een VE-indicatie geldt een maximum van 320 uur peuterspeelopvang per jaar met een maximum van 6 uur per dag.

  • Voor peuters (van 2 tot 4 jaar) met een VE-indicatie geldt een maximum van 640 uur voorschoolse educatie per jaar met een maximum van 6 uur per dag.

In onderstaande figuur zijn de subsidiecomponenten opgenomen:

b. de maximum te subsidiëren kostprijs per uur voor peuterspeelopvang;

c. de ouderbijdrage en koptarief;

d. de gemeentetoeslag;

e. de VE subsidie voor extra uren VE aanbod;

f. de vaste VE subsidie per VE locatie ter dekking van de infrastructuur voor VE.

foto

C. De doelstelling van het koptarief is om voor alle peuters een laagdrempelige en goed toegankelijke voorbereiding op de basisschool te bieden.

D. De gemeentetoeslag vervangt de kinderopvangtoeslag voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag en borgt voor kinderen uit deze gezinnen de toegankelijkheid.

E. De variabele VE subsidie borgt dat kinderen met een onderwijsachterstandsrisico geen financiële belemmeringen hebben om een extra VVE aanbod van 320 uur per jaar te volgen.

F. De vaste VE subsidie borgt dat de gemeente een VE aanbod kan aanbieden dat voldoet aan alle wettelijke kwaliteitseisen.