Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert houdende regels omtrent de Handleiding bijzondere wetten ‘Passende ruimte voor initiatief’

Geldend van 25-12-2020 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert houdende regels omtrent de Handleiding bijzondere wetten ‘Passende ruimte voor initiatief’

Burgemeester en wethouders maken bekend dat zij op 15 december 2020 de Handleiding bijzondere wetten ‘Passende ruimte voor initiatief’ hebben vastgesteld.

De Handleiding bijzondere wetten bestaat uit de beleidsregels over evenementen, horeca en gebruik openbaar gebied. De beleidsregels zijn een uitwerking van de door de raad vastgestelde kaders bijzondere wetten en bepalingen in de APV. De beleidsregels beogen voor organisatoren van evenementen, horecaondernemers, en gebruikers van het openbaar gebied inzicht te geven in wat mag en kan. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is: een goede leefbaarheid bevorderen, de kwaliteit van onze leefomgeving, horeca, winkels en evenementen versterken en de negatieve effecten tegengaan”

Portefeuillehouders:

Openbare orde en veiligheid: burgemeester (waarnemend) C.C. Leppink-Schuitema

Vergunningen, toezicht en handhaving: wethouder drs. W.P.J. van Eijk

Openbare ruimte: wethouder M.J. van den Heuvel

Cultuur en duurzaamheid: wethouder drs. G.J.W. Gabriëls

Welzijn: wethouder drs. P.P.H. Sterk

Communicatie en promotie: wethouder T.E.C. Geelen

De raad heeft in haar vergadering in maart 2020, vastgesteld de:

  • Nieuwe kaders voor de Handleiding Bijzondere Wetten

Tijdens de raadsvergadering van juli 2020 heeft de raad:

Ingetrokken de:

  • Kaders Horecabeleid 2011;

  • Kaders Evenementenbeleid 2011;

  • Beheervisie 2013;

Op basis hiervan heeft de raad de Algemene Plaatselijke Verordening , de Legestarieventabel en de Verordening precariobelasting gemeente Weert gewijzigd vastgesteld in de raadsvergadering van 8 juli 2020 conform en passend binnen de door haar vastgestelde kaders.

Deze verordeningen en documenten vormen nu de basis voor verdere uitwerking van de regels en het beleid in de voorliggende handleiding “Passende ruimte voor Initiatief" door de burgemeester en het college van B&W.

Als gevolg hiervan dient de burgemeester en het college van B&W:

In te trekken het vastgestelde:

  • Horecabeleid 2011;

  • Evenementenbeleid 2015 (laatstelijk aangevuld met de regels omtrent “Glas of Plastic” in 2017);

  • Beleidsregels sandwichborden

  • Beleidsregel “Gratis aanbieden afval rommelmarkten”.

En vast te stellen:

  • De handleiding: ““Passende ruimte voor Initiatief" bij evenementen, horeca en gebruik van de openbare ruimte. Een handleiding voor bijzondere wetten”.

Afdeling VTH december 2020

De informatie met betrekking tot dit document is te raadplegen via www.weert.nl

1. INLEIDING

In maart 2020 heeft de Raad de kaders bijzondere wetten vastgesteld. Dit document biedt de kaders waarbinnen de regels en het beleid worden gedefinieerd. De visie van de gemeente Weert is 'Passende ruimte voor initiatief!' bieden. De gemeente Weert wil een gastvrije, levendige en aantrekkelijke gemeente zijn, zowel voor de eigen inwoners als voor bezoekers uit de regio (centrumfunctie). In Weert voelen inwoners, bezoekers en ondernemers zich thuis. Een gevarieerd en goed functionerend voorzieningenaanbod draagt hieraan bij. In dat aanbod spelen horeca, winkeliers en evenementen een belangrijke rol. Van belang is daarbij ook dat er afspraken met elkaar gemaakt worden om zo positief bij te kunnen dragen aan het behoud en verbetering van het beschikbare voorzieningenaanbod. Hieraan moeten alle partijen een bijdrage leveren. Dit kan met de afspraken die we vastleggen in de visie “Passende ruimte voor initiatief!” Dit doen we niet alleen, maar met elkaar.

Het primaire doel van dit nieuwe beleid is: “Een goede leefbaarheid bevorderen, de kwaliteit van onze leefomgeving, horeca, winkels en evenementen versterken en de negatieve effecten tegen gaan”.

De uitgangspunten die in het raadsvoorstel zijn bekrachtigd zijn de volgende:

Algemeen

Kwaliteit bevorderen en de negatieve effecten zoveel mogelijk tegen gaan.

Duurzaam, veilig én gezond

Vooruitlopend op een eventueel landelijk vuurwerkbeleid een verbod op knalvuurwerk en vuurpijlen. Dit naast het behouden van de mogelijkheid om vuurwerkvrije zones aan te wijzen.

Duidelijk

Meldingen waar het kan en vergunning als het moet, overbodige regels schrappen, geen multi-interpretabele regels, voor eenieder leesbaar en begrijpelijk wat tevens leidt tot uitvoerbare en handhaafbare regels.

Uniform

De spelregels zijn uniform en gelden in principe voor iedereen en in de gehele gemeente Weert, waarbij differentiatie mogelijk moet zijn naar gelang de locatie van de activiteit. Slechts in uitzonderlijke gevallen blijft ruimte voor maatwerk op basis van een heldere (transparante) motivering.

Transparant

De spelregels leggen we vast in verordeningen c.q. beleidsregels en zijn zodanig opgeschreven dat iedereen ze kan begrijpen.

Het betreft de kwaliteit van onze leefomgeving in de brede zin van het woord.

Voor een initiatiefnemer (ongeacht of dat een inwoner, ondernemer, organisatie of belangengroep is) moet volstrekt duidelijk en transparant zijn aan welke spelregels men zich dient te houden in deze gemeente.

Helderheid over verwachtingen over en weer, zowel tussen externe partners onderling als ook tussen externe partners en de gemeente. Gezond ondernemersklimaat, goede kwaliteit en uitstraling van evenementen en horeca met een gevarieerd aanbod.

Duurzaam

Positief belonen beperkende maatregelen milieudruk, tegengaan geluidshinder en beheersing afvalstromen.

Veilig

Veilig verloop van evenementen en horeca, veiligheid tijdens evenementen en uitgaan, tegengaan en beperken van hiermee gepaard gaande overlast. Verkeersveiligheid. Heldere afspraken over toezicht en handhaving. Afspraken met lokale en regionale partners (in preventieve zin), tegengaan ondermijning, toezicht en handhaving (lokaal en regionaal).

Gezond

Geluidbeheersing, alcoholmatiging en bevorderen sociale hygiëne bij evenementen en horeca. Ook welzijn –en bijvoorbeeld ook dierenwelzijn- horen daarbij, maar uiteraard ook 'veilig uitgaan' (bijvoorbeeld alcohol, drugs, lachgas e.d.). Tegengaan oneerlijke concurrentie (onderscheid tussen commerciële en ideële activiteiten).

Digitaal

De wijze van communiceren en informeren is duidelijk en navolgbaar voor eenieder en zoveel

mogelijk op een digitale wijze.

Rollen

De rol van horeca, evenementenorganisaties, winkeliers en ondernemers is (naast het uitvoeren van hun eigen activiteiten) het organiseren van evenementen en het uitvoeren overeenkomstig de verleende vergunningen. De rol van de gemeente is beperkt tot haar kerntaken (vergunningverlening, toezicht en handhaving), haar zorgplicht ten aanzien van het borgen van de openbare orde en veiligheid, beschermen van de volksgezondheid en bescherming van het milieu.

Verantwoordelijkheden

Nemen van eigen verantwoordelijkheid door ondernemers, organisatoren en inwoners middels goed ondernemerschap, het zorgdragen voor de vereiste vergunningen en zelfredzaamheid. De publiekrechtelijke verantwoordelijkheid van de gemeente Weert richt zich op het hebben van een centraal aanspreekpunt, duidelijkheid over gemeentelijke facilitering en borging van het proces.

3. ALGEMENE AFSPRAKEN

3.1 Een vergunning of ontheffing is persoonsgebonden

Dat houdt in dat persoonlijke kwaliteiten van de aanvrager/organisator/ondernemer van belang zijn voor de beslissing op de aanvraag om vergunning of ontheffing. De vergunning of ontheffing kan door/op naam van een natuurlijke persoon maar ook namens een rechtspersoon aangevraagd worden. De vergunning kan ook aan een rechtspersoon verleend worden. Omdat de achtergronden van een natuurlijke persoon van belang zijn zal een aanvraag altijd door een gemachtigde natuurlijke persoon namens de rechtspersoon ingediend moeten worden, als verantwoordelijke voor de onderneming, de activiteit of het evenement. De naam van de natuurlijke persoon zal ook in de vergunning of ontheffing genoemd worden, als verantwoordelijke voor de onderneming, de activiteit of het evenement. De genoemde natuurlijke persoon kan bij onzorgvuldig handelen persoonlijk aansprakelijk zijn voor de schade.

Het staat iedere persoon/onderneming/organisator vrij een aanvraag in te dienen.

3.2 Begrenzing binnenstad gemeente Weert

De binnenstad definiëren wij in deze handleiding als volgt: Emmasingel, Langpoort, Wilhelminasingel, Wilhelminaplein, Bassin, Kasteelsingel, alle straten en pleinen binnen de singel, Maaspoort, Stationsstraat, Stationsplein, Driesveldlaan, Smeetspassage, gedeelte van de Parallelweg (tussen Driesveldlaan en Stationsstraat), een gedeelte van de Sint Maartenslaan tot aan de Drehmansstraat en de Sint Jozefstraat tot aan de Regentesselaan.

foto

figuur 1. Begrenzing binnenstad gemeente Weert

4. MIDDELEN

4.1 Leges

Bij het verstrekken van vergunningen/ontheffingen worden leges in rekening gebracht. Leges zijn administratieve vergoedingen voor overheidswerkzaamheden. De tarieven voor evenementen, horeca en overig gebruik openbare ruimte zijn kostendekkend of lager dan kostendekkend. Meldingen zijn gratis.

De tarieven van de leges zijn opgenomen in de tarieventabel bij de legesverordening (vastgesteld door de raad). De actuele legesverordening en tarieventabel zijn terug te vinden via www.weert.nl/verordeningen.

4.2 Precario

Bij het verstrekken van vergunningen/ontheffingen wordt in de gemeente Weert precario in rekening gebracht voor het gebruik van gemeentegrond. In geval het meldings-plichtige activiteiten betreft wordt in principe geen precario geheven.

De tarieven van de precario zijn opgenomen in de Verordening Precariobelasting en de daarbij behorende tarieventabel. (vastgesteld door de raad). De actuele Verordening Precariobelasting en tarieventabel zijn terug te vinden via www.weert.nl/verordeningen.

4.3 Subsidie

Weert heeft een hoog ambitieniveau en wil een klimaat creëren waarin met name evenementenorganisatoren hun ideeën kunnen omzetten in kansen waar de stad bruisend van wordt en waarmee een slag gemaakt wordt op het gebied van promotie, toerisme, educatie, cultuur en sport. Een manier om evenementen te stimuleren is het verstrekken van een subsidie.

De Algemene wet bestuursrecht definieert subsidie in artikel 4:21, lid 1 als: ‘De aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten’. De algemene voorschriften, eisen en procedures voor subsidieverlening, welke de wettelijke grondslag vormen voor een subsidieverlening, zijn vastgelegd in de Algemene Subsidieverordening Welzijn en Evenementen (vastgesteld door de raad).

4.4 Facilitair

Voor het beheren van de openbare ruimte heeft de gemeente Weert gekozen voor een regierol. De gemeente controleert op de kwaliteit die we vooraf met elkaar afspreken. De gemeente verleent zelf geen diensten in de openbare ruimte. Uitzondering hierop is de aansluiting op evenementenkasten (water en elektriciteit). Dat houdt in, dat maatregelen ten behoeve van evenementen ofwel een onderdeel zijn van de concessie met de Reinigingsdienst Weert, of onder de verantwoordelijkheid vallen van de organisator.

De gemeente Weert faciliteert evenementen voor wat betreft kleinschalige verkeersmaatregelen, plaatsen van dranghekken, vlaggenmasten en hand- en spandiensten zoals het halen en brengen van materialen tegen de daarvoor geldende tarieven. Voor het gebruik van water en elektriciteit worden de daarvoor geldende standaardtarieven van de gemeente Weert gehanteerd. Indien een aansluiting ontbreekt, is het aan de organisatie van het evenement om zorg te dragen voor een alternatief.

De Reinigingsdienst Weert faciliteert het schoonhouden van terreinen tijdens evenementen en het schoon opleveren van het terrein na afloop van het evenement tegen de daarvoor geldende standaardtarieven. De bovenstaande diensten zijn bovendien voor 11 reguliere volksfeesten opgenomen in de concessie als taak van de Reinigingsdienst. Het gaat bijvoorbeeld om de Kermis, Carnaval, de Braderie, Winters Weert en de Jaarmarkt.

Voorheen was het voor organisatoren van rommelmarkten mogelijk om gratis 10m3 afval aan te bieden bij de milieustraat na afloop van de rommelmarkt. In het kader van duurzaamheid is het niet wenselijk om op deze manier afval in de hand te werken. De regeling is dan ook vervallen. Organisatoren worden hiermee gemotiveerd vooraf kritisch te zijn in de spullen die zij inzamelen voor de rommelmarkt.

4.5 Commerciële evenementen

Er wordt duidelijk onderscheid gemaakt tussen commerciële en ideële activiteiten. Evenementen met een commercieel karakter zijn welkom in de gemeente Weert. Deze evenementen bieden vaak een hoog gehalte aan spektakel. Vooral in de naamsbekendheid zijn deze evenementen interessant voor de gemeente. Deze evenementen hebben een commercieel verdienmodel en dienen daarom vanuit een eerlijke marktwerking gelijk behandeld te worden ten opzichte van andere ondernemers. Daarom kunnen deze niet financieel of materieel worden gesteund. Ook kunnen ze niet ongelimiteerd plaats vinden als daarmee lokale ideële initiatieven in het gedrang komen, de toezicht en handhavingsbelasting onevenredig is en er overmatige overlast voor de omgeving mee gepaard gaat. In het afwegingskader (zie bijlage 1) bij concurrerende aanvragen wordt het ideële karakter van evenementen die thematisch met Weert verbonden zijn als afwegingscriterium meegenomen.

4.6 Disbalans bij culturele volksfeesten

Kermis en Carnaval worden aangemerkt als culturele volksfeesten. In de praktijk zijn er tijdens deze feesten van oudsher veel activiteiten in met name het centrum en dorpskernen waarbij lokale verenigingen tijdens carnaval activiteiten ontplooien in samenwerking met de gevestigde horecaondernemers. Bij de kermis zijn het de kermisexploitanten en de gevestigde horecaondernemers die het feest organiseren. De laatste jaren is er echter een tendens dat meer en meer externe organisatoren voor extra druk zorgen. Daarom zal bij aanvragen om aanvullende activiteiten telkens kritisch afgewogen worden of de gewenste activiteiten passen binnen de Kermis en Carnaval als geheel. Dit kan betekenen dat een aanvrager niet op de gewenste locatie of in de gewenste omvang een evenement kan organiseren tijdens deze feesten.

4.7 Nieuwe initiatieven

Voor toekomstige nieuwe trends en ontwikkelingen dient er ruimte te blijven binnen de beleidsregels. Het zal dan ook zaak zijn om de regels regelmatig te evalueren en indien nodig aan te passen aan de tijd. De wens is om eenmaal in de twee jaar te evalueren.

4.8 Calamiteiten

In geval van onvoorziene omstandigheden (calamiteiten), zoals Vogelgriep, een gezondheidscrisis of MKZ waarvan organisaties van niet-commerciële evenementen aantoonbaar schade ondervinden, kan de gemeente Weert overwegen ondersteuning te bieden, waarbij het maximum moet worden gesteld op een bedrag gelijk aan de verschuldigde leges.

5. AFSPRAKEN OVER ORGANISATIE, COMMUNICATIE EN COÖRDINATIE

5.1 Gemeentelijk aanspreekpunt evenementen en horeca

De bevoegdheden op het gebied van openbare orde en veiligheid en toezicht en handhaving liggen bij de burgemeester. Tevens is de burgemeester het bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor de vergunningverlening ten aanzien van horeca en evenementen. De collegeleden zijn verantwoordelijk op hun eigen beleidsterreinen (die binnen dit beleidsterrein kunnen vallen) en het gebruik van de openbare ruimte. Aanvragen worden behandeld door de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving.

5.2 Direct aanspreekpunt voor de horecabedrijven

In Weert is Koninklijke Horeca Nederland Afdeling Weert direct aanspreekpunt voor horecaondernemers. Ze houdt zich vooral bezig met het algemeen beleid. De betrokkenheid van de Weerter horeca in hun vertegenwoordigende afdeling is goed. Tweemaal per jaar is er een afstemmingsoverleg met de bestuurlijke portefeuillehouder met betrekking tot horeca gerelateerde onderwerpen. Daarnaast is er ambtelijk overleg indien nodig en/of gewenst.

5.3 Evenementenoverleg

In het maandelijkse evenementenoverleg worden de aangevraagde evenementen structureel besproken. In dit overleg zijn alle overheidsdiensten vertegenwoordigd (politie, brandweer, GHOR, gemeentelijke afdelingen). De organisatie wordt betrokken bij dit overleg indien de risicoanalyse dit vraagt (grote = C-evenementen altijd en B-evenementen indien nodig)). Daarnaast is er aanvullend overleg mogelijk op momenten dat een van de partijen dit wenst.

Organisatoren worden uitgenodigd indien dit wenselijk en/of noodzakelijk is.

5.4 Bewoners Organisatie Binnenstad

In Weert bespreekt de gemeente evenementen in het centrum structureel (minimaal 1 keer per kwartaal) met de Bewoners Organisatie Binnenstad (BOB). Daarnaast is er aanvullend overleg mogelijk op momenten dat een van de partijen dit wenselijk vindt.

5.5 Wijk- en dorpsraden

Structureel overleg met overige wijk- en dorpsraden vindt niet plaats ten aanzien van genoemde onderwerpen in deze notitie. Indien noodzakelijk vindt er afstemming op casusniveau plaats.

5.6 Centrummanagement Weert

Het Centrummanagement Weert richt zich op een gastvrij, levendig en aantrekkelijk Weert. Het gaat erom dat het in Weert voor iedereen prettig wonen, winkelen, uitgaan en recreëren is. Bij het Centrummanagement Weert komen al deze functies samen. Winkeliers, horecaondernemers en organisaties van evenementen kunnen bij het Centrummanagement Weert terecht met hun vragen en ideeën. Het Centrummanagement Weert zorgt voor een goede afstemming en samenwerking.

Daarnaast heeft het Centrummanagement Weert een belangrijke functie in de communicatie tussen ondernemers, gemeente en bewoners. Het Centrummanagement Weert is hierin initiërend en sturend. De hoofddoelstellingen van het Centrummanagement Weert voor wat betreft de evenementen zijn:

  • Voert activiteiten uit van, voor en met BIZ ondernemers;

  • Op verzoek van ondernemers coördineren van evenementen, het bevorderen van kwalitatief goede evenementen in Weert;

  • In opdracht van ondernemers laten organiseren van evenementen.

6. AFSPRAKEN OVER EVENEMENTEN

6.1 Algemeen

De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Weert (hierna: APV) is uitgangspunt bij vergunningverlening ten behoeve van evenementen. De APV geeft aan wat een evenement is en of er al dan niet een vergunning nodig is. In een aantal situaties kan met een melding volstaan worden. Als blijkt dat een vergunning nodig is zijn de toetsingscriteria (weigeringsgronden): openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid en bescherming van het milieu.

6.2 Procedure aanvraag evenement

Om te voorkomen dat er te weinig tijd is om een aanvraag zorgvuldig te kunnen behandelen en te garanderen dat waar nodig voldoende politie-inzet en inzet van andere hulpdiensten is, worden er termijnen gesteld aan de indiening van een aanvraag voor een evenementenvergunning. Daarnaast moet het voor de aanvrager duidelijk zijn aan welke eisen hij moet voldoen om een vergunning te krijgen en welke kosten hieraan verbonden zijn. Voor derden is het belangrijk dat ook zij de mogelijkheid krijgen op te komen voor hun belangen.

6.3 Begrip evenement

Voor de evenementenvergunning is de APV van belang. Hier wordt onder een evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak (met uitzondering van nader aangegeven activiteiten).

6.4 Aanvraagformulier

Aanvragen voor een evenementenvergunning dienen via het door de gemeente beschikbaar gestelde digitale ontsluitingsportaal of beschikbaar gestelde aanvraagformulier aangevraagd te worden. Na een eerste beoordeling kan de aanvrager worden verzocht aanvullende informatie aan te leveren. Dit is afhankelijk van het soort evenement, de omvang van het evenement of de locatie voor het evenement. Het gaat dan onder meer om een veiligheids-, calamiteiten-, of verkeersplan.

6.5 Termijnen

De Algemene wet bestuursrecht regelt dat het bestuursorgaan binnen een redelijke termijn moet besluiten op een aanvraag. Indien de bijzondere regelgeving geen eigen termijn kent, gaat de Algemene wet bestuursrecht uit van 8 weken. De APV kent geen eigen beslistermijn, daarom heeft het bestuursorgaan 8 weken de tijd om een besluit te nemen op een aanvraag voor een evenementenvergunning. Daarom is het noodzakelijk dat een aanvraag om een evenementenvergunning minimaal 8 weken voordat het evenement plaats vindt is ingediend.

Indien een aanvraag korter dan 8 weken van tevoren wordt ingediend, kan deze veelal niet meer met de nodige zorgvuldigheid worden behandeld. Deze regel is ook opgenomen in de APV. De vergunning kan in zo’n geval worden geweigerd, waarmee het evenement geen doorgang kan hebben op de gewenste datum.

Als een besluit is genomen kunnen belanghebbenden nog bezwaar (6 weken) indienen bij de burgemeester en eventueel na bezwaar nog een voorlopige voorziening aanvragen bij de voorzieningenrechter.

In de praktijk betekent dit dat een minimale termijn van 14 weken voor het evenement wenselijk is om een aanvraag op een zorgvuldige wijze te behandelen en een besluit te nemen waarbij alle risico’s en belangen zijn gewogen, en er een eventuele rechtsgang voor belanghebbenden mogelijk is.

Daarnaast wordt medewerking verleend aan het verzoek van de Veiligheidsregio Limburg-Noord om tijdig kennis te kunnen nemen van grote evenementen met een verhoogd en gemiddeld risico, de zogenaamde C- en B-categorie evenementen (zie inschaling evenement pag. 13.). Hierdoor geldt dat organisatoren van deze categorie evenementen uiterlijk op 1 november in het jaar voorafgaand aan het evenement moeten melden wanneer het evenement gepland is en dient er tegelijkertijd een eerste (concept)aanvraag ingediend te worden van de gewenste activiteiten.

Om een aanvraag in behandeling te nemen dient deze compleet te zijn. Is een aanvraag niet compleet (ook nog na de uitnodiging om de ontbrekende gegevens/bescheiden aan te vullen) dan kan worden besloten deze buiten behandeling te laten. Dit kan gebeuren indien het soort evenement en/of de omvang van het evenement de maximale termijn voor behandeling vereist met het oog op een zorgvuldige advisering van de betrokken overheidsdiensten en standpunten van belanghebbenden. De tijd is dan te kort om de aanvraag zorgvuldig te behandelen en daarbij de noodzakelijke maatregelen te treffen en een zorgvuldige belangenafweging te maken.

Aanvullingen of wijzigingen in de aanvraag moeten tijdig voor aanvang van het evenement worden ingediend. Er zal een inschatting worden gemaakt of de overheidsdiensten nog tijdig kunnen adviseren en of de benodigde maatregelen tijdig kunnen worden getroffen. Lukt dat niet, dan kunnen de wijzigingen niet meer worden meegenomen in de vergunning en daarmee in het evenement.

De Algemene wet bestuursrecht geeft aan dat een besluit niet in werking treedt, voordat het is bekendgemaakt. Bekendmaking geschiedt door toezending of uitreiking van het besluit aan de aanvrager. Daarnaast wordt de vergunning kenbaar gemaakt via het digitale Gemeenteblad zodat de diverse belanghebbende partijen hier kennis van kunnen nemen.

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden binnen zes weken na de bekendmaking van vergunningverlening bezwaar indienen bij het bestuursorgaan. Tijdens een hoorzitting kan de indiener zijn bezwaar toelichten. Het streven is alle bezwaren voor aanvang van het evenement te behandelen. Het indienen van het bezwaarschrift schort de werking van het besluit (de verleende vergunning) niet op. Dat betekent dat de vergunning geldig blijft en het evenement in principe doorgang kan vinden.

Diegenen die bezwaar hebben ingediend, kunnen ook bij de voorzieningenrechter van de rechtbank vragen om een voorlopige voorziening te treffen om de werking van het besluit op te schorten. Als de voorlopige voorziening wordt toegewezen zal het evenement niet door kunnen gaan.

Als aanvulling worden alle ingekomen verzoeken om een evenement te organiseren op de gemeentelijke website gepubliceerd via het digitale ontsluitingsportaal. Hiermee kunnen belanghebbenden vroegtijdig informatie opvragen en hun standpunten kenbaar maken.

6.6 Inhoud van een melding/aanvraag

Een melding/aanvraag wordt ingediend bij de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving van de gemeente.

De melding/aanvraag omvat in elk geval informatie over:

  • Gegevens van de organisatie;

  • Locatie van het evenement;

  • Aard en de doelstelling van het evenement;

  • Begin- en eindtijd;

  • Activiteiten (muziek, schenken van zwak alcoholische dranken e.d.);

  • Soort muziek, de geluidssterkte en de dichtstbijzijnde woning;

  • Verwachte aantal bezoekers;

  • Te nemen veiligheidsmaatregelen (eventuele particuliere beveiliging en/of EHBO); en maatregelen ter voorkoming van calamiteiten;

  • Plaatsing van objecten (bijv. tenten, podia, tribunes, inclusief tekening);

  • Sanitaire voorzieningen;

  • Reiniging van het terrein;

  • Gevolgen voor het verkeer (verkeersplan):

  • Toegankelijkheid voor mensen met een beperking;

  • Genomen milieu en duurzaamheid maatregelen.

6.7 Beoordelen van een melding/aanvraag

Artikel 2:25 van de APV onderscheidt twee typen evenementen: evenementen waarvoor een vergunning nodig is en evenementen die gemeld moeten worden.

6.7.1Melding:

Als evenementen aan onderstaande criteria voldoen volstaat een melding:

  • Als het buiten plaatsvindt;

  • Met niet meer dan 150 bezoekers gelijktijdig;

  • Maximaal tot 24.00 uur duurt;

  • Het ten gehore brengen van muziek op vrijdag en zaterdag uiterlijk om 24.00 uur wordt beëindigd en maandag tot en met donderdag tot maximaal 23.00 uur;

  • Niet op de weg, een parkeerplaats etc. plaatsvindt;

  • Als niet meer dan 4 objecten van maximaal 50 m2 per locatie worden geplaatst;

  • Als het een organisatie heeft;

  • Als het minimaal 4 weken voorafgaand aan het evenement is gemeld;

  • Dat voldoet aan de standaardvoorschriften van de politie.

Evenementen kunnen worden afgedaan met een melding als aan alle genoemde criteria wordt voldaan. In de praktijk zijn dit kleine buurtbarbecues, buurtfeesten, en korte optredens door plaatselijke koren en zangverenigingen. Deze meldingplichtige evenementen moeten voldoen aan de standaardvoorschriften van politie en Ghor, voor zover deze niet zijn opgenomen in het Bbgbp.

6.7.2Vergunning:

In deze categorie vallen alle evenementen welke niet binnen de criteria van de melding en niet onder de nader genoemde uitzonderingen vallen.

Alle aanvragen worden getoetst aan de criteria openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid, bescherming van het milieu en dierenwelzijn.

De toetsing wordt verricht door verschillende overheidsdiensten zoals politie, brandweer, GHOR, afdelingen van de gemeente etc.

Dit gebeurt in eerste aanleg conform de ‘Handreiking Evenementen, Veiligheid & Gezondheid’ van het Limburgs Evenementen Orgaan (LEO). In dit handboek is het provinciaal integraal beleid Veiligheid en Gezondheid bij evenementen opgenomen. De afspraken en procedures in provinciaal en regionaal verband door en tussen de hulpdiensten zijn hiermee duidelijk vastgelegd. Om de kwaliteit ten aanzien van veiligheid en gezondheid bij evenementen te borgen volgt de gemeente Weert dit handboek.

De toetsing ten aanzien van overige aspecten vindt plaats door aanvullende afstemming met betreffende deskundige gemeentelijke afdelingen of externe partners. Voorbeelden hiervan zijn Rijkswaterstaat, Provincie Limburg, gemeentelijke afdelingen milieu en openbaar gebied. Een en ander is afhankelijk van de gewenste activiteiten en impact op de openbare ruimte die de activiteiten met zich meebrengen.

6.8 Samenlopende aanvragen voor evenementen

Het kan voorkomen dat meerdere aanvragen voor een evenement op dezelfde locatie of datum worden ingediend. Er is dan sprake van samenlopende aanvragen. Dit wil niet zeggen dat deze evenementen dan niet naast elkaar kunnen plaatsvinden, dit is alleen het geval wanneer ze elkaar negatief beïnvloeden. Ook voor evenementen naast de grote culturele volksfeesten als carnaval en kermis kan dit gelden.

Als evenementen elkaar negatief beïnvloeden is sprake van concurrerende aanvragen. In situaties waar sprake is van mogelijk concurrerende aanvragen kan de burgemeester op basis van een vastgesteld afwegingskader bepalen welke aanvraag voorrang krijgt. Dit afwegingskader is opgenomen in bijlage 1.

7. REGELS OVER TEGENGAAN NEGATIEVE EFFECTEN EVENEMENTEN

Het houden van evenementen kan negatieve effecten hebben voor de omgeving. Niet alleen voor omwonenden, maar ook voor bezoekers zelf. Daarom worden er regels gesteld. Deze regels hebben naast het beperken van overlast ten doel dat evenementen op een veilige manier kunnen plaatsvinden.

7.1 Evenementenplanning

De evenementenplanning op gemeentelijk niveau gebeurt aan de hand van een intern evenementenoverzicht. Dit overzicht wordt jaarlijks opgesteld. Hierin worden de evenementen opgenomen die gemeld worden en waarvoor een vergunning nodig is.

Dit overzicht wordt door de diverse hulpdiensten o.a. gebruikt voor de planning van inzet. In regionaal verband wordt gewerkt met de Veiligheidsregio Limburg-Noord ten aanzien van veiligheid en gezondheidsaspecten bij evenementen. De afspraken hierover zijn momenteel opgenomen in de ‘Handreiking Evenementen, Veiligheid & Gezondheid’ van het Limburgs Evenementen Orgaan (LEO).

Alle B en C categorie evenementen worden in de regionale evenementenkalender opgenomen. Hiermee worden alle overheidsdiensten direct betrokken bij de voorbereiding en informatievoorziening. Elke partner is hiermee in de gelegenheid binnen zijn of haar organisatie de juiste input en output te leveren.

In deze regionale evenementenkalender wordt informatie over de evenementen met een risicoklasse opgenomen.

7.2 Doelstelling/functie van de Regionale evenementenkalender:
  • Een overzicht hebben van het aantal evenementen in de regio en hier de regionale capaciteit op af te kunnen stemmen;

  • Voorafgaand aan een piketdienst kan de functionaris zich voorbereiden op de evenementen die in de regio plaatsvinden;

  • Snel over voldoende informatie beschikken als in of om een evenement een incident plaatsvindt;

  • Het publiek kan informatie over geplande evenementen krijgen met behulp van het nieuwe digitale ontsluitingsportaal.

Ook is er een evenementenkalender voor alle evenementen in Weert, welke door de VVV in samenwerking met het Centrummanagement Weert maandelijks wordt samengesteld en gepubliceerd. Aan deze kalender kunnen geen rechten worden ontleend in de zin van toestemming door de burgemeester om een evenement te organiseren.

7.3 Openbare Orde en veiligheid bij evenementen

Zoals eerder aangegeven werkt de gemeente Weert in het kader van openbare orde en veiligheid bij evenementen conform de ‘Handreiking Evenementen, Veiligheid & Gezondheid’. Dit handboek beschrijft de indeling, het proces, de advisering en voorbereiding van evenementen vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid van de hulpdiensten in de Veiligheidsregio Limburg-Noord. Het handboek heeft tot doel om de advisering van de hulpdiensten bij evenementen helder en inzichtelijk te maken.

Het houden van een veilig evenement ligt grotendeels in een goede inschatting van risico’s en vervolgens om op deze risico’s in te spelen. Tijdens de voorbereiding van een evenement moeten de mogelijke risico’s in kaart worden gebracht, moeten samenwerkingsverbanden tot stand komen en dient er een goed inhoudelijk veiligheidsbeleid gevolgd te worden. Daarnaast moet het belang van zorgvuldige vergunningverlening en handhaving worden benadrukt.

Naar aanleiding van het recentelijk door de Inspectie Veiligheid en Justitie, in samenwerking met de Inspectie Gezondheidszorg, uitgebrachte rapport over veiligheid en gezondheid bij publieksevenementen is aandacht gevraagd voor een aantal conclusies en aanbevelingen voor gemeenten en veiligheidsregio’s.

Deze conclusies en aanbevelingen zijn dat er voor publieksevenementen gemeentelijk beleid moet worden vastgesteld met daarin:

  • Concrete doelstellingen;

  • Afwegingen risico beperking veiligheid en gezondheid;

  • Rol en verantwoordelijkheden van de organisator;

  • Scherp instrumenten en afspraken aan zodat deze leiden tot zorgvuldige en transparante afwegingen op het punt van veiligheid en gezondheid bij de beoordeling van aanvragen om een vergunning voor een publieksevenement;

  • Betrek bij de vergunningsprocedure nadrukkelijk het advies van de hulpverleningsinstanties en/of de veiligheidsregio;

  • Zorg voor een goede afstemming tussen de gemeentelijke processen toezicht & handhaving en vergunningverlening. Borg daarbij wederzijdse uitwisseling van kennis en ervaring;

  • Zorg voor kwalitatief goede evaluaties van evenementen en voor het breed delen van de uitkomsten;

De hiervoor genoemde conclusies en aanbevelingen zijn verwerkt in deze handleiding.

foto

Figuur 2. Regierol gemeente in vergunningproces evenementen

Doelstelling van het proces tot verlening van een evenementenvergunning is het beheersbaar, veilig en ordelijk laten verlopen van evenementen zowel in de open lucht, openbaar gebied en/of in een feesttent.

Om deze doelstelling te kunnen realiseren is bepaald dat:

  • Uiterlijk 8 weken voor aanvang van het evenement een complete aanvraag is ingediend;

  • Evenementen niet plaatsvinden indien de betrokken overheidsdiensten (politie, brandweer en afdelingen van de gemeente) niet beschikken over voldoende capaciteit;

  • De aanvrager van de vergunning primair verantwoordelijk is voor de openbare orde, de veiligheid en gezondheid op het evenemententerrein. Hij/zij moet daarom zorgen voor voldoende toezicht. Afhankelijk van de aard van het evenement kunnen vrijwilligers dit toezicht houden, of huurt de organisatie een professioneel beveiligingsbedrijf in. Bij evenementen in risico klasse B en C wordt geëist dat er professionele beveiliging is;

  • Tijdens het evenement moet de aanvrager van de evenementenvergunning of een door hem aangewezen leidinggevende op het evenemententerrein aanwezig zijn. Hij/zij is het aanspreekpunt voor aanwijzingen van de overheidsdiensten. De organisatie moet te allen tijde aanwijzingen van politie, brandweer en gemeente opvolgen.

7.4 Uitgangspunten Handreiking Evenementen, Veiligheid & Gezondheid

Een aanvraag voor vergunning van evenementen wordt ingedeeld in een klasse; A, B of C. Hierbij is een A-klasse evenement een kleinschalig evenement en een C-klasse evenement grootschalig. Bij een B- en C-klasse evenement wordt op initiatief van de gemeente een multidisciplinaire werkgroep opgestart waaraan alle hulpdiensten deelnemen en zorgen voor een multidisciplinair afgestemd advies.

7.5 Inschaling evenement

Voor de hulpdiensten is van belang welke risico’s bij een evenement aanwezig zijn en of het evenement dusdanig risicovol is dat een multidisciplinaire afstemming daarin noodzakelijk is of dat monodisciplinaire adviezen volstaan. Hiervoor is een risicoanalysemodel ontwikkeld. Evenementen worden met behulp van hun specifieke kenmerken geschat op mogelijke risico’s. Aan de hand van het model worden zij vervolgens ingeschaald. Hiermee kan worden bepaald of, en in welke mate, er bij een evenement specifieke maatregelen nodig zijn en of de inzet van de hulpverleningsdiensten is vereist.

De evenementen worden onderverdeeld in 3 categorieën evenementen:

Klasse C: (grootschalige) evenementen met een verhoogd risico.

Bij een dergelijk evenement wordt niet alleen publiek uit de eigen gemeente verwacht, maar ook van buiten de gemeente (bv. Bospop, Boels Ladies Tour). Hulpverleningsdiensten stellen aanvullende maatregelen en een gezamenlijk advies op aan de gemeente. Tevens wordt er een multidisciplinair calamiteitenbestrijdingsplan opgesteld.

Klasse B: (grootschalige) evenementen met een gemiddeld risico.

Deze evenementen hebben op een breed gebied impact (bv. braderie, bevrijdingsfestival). Vaak is hier de hele gemeente bij betrokken, zonder dat er publiek van buiten de gemeente wordt verwacht. Meestal kan met monodisciplinaire aanvullende maatregelen (of advies) volstaan worden. De gemeente vraagt een monodisciplinair advies aan bij de operationele diensten.

Klasse A: (kleinschalige) eenvoudige, reguliere evenementen

Voorbeelden hiervan zijn straat-, buurt- en verenigingsfeesten (bv. concerten op de markt). Bij deze evenementen zijn de risico’s zodanig dat er geen aanvullende maatregelen getroffen hoeven te worden, de standaardmaatregelen voldoen.

7.5.1Uitvoering kwantitatieve risicoanalyse

De gemeente voert een kwantitatieve risicoanalyse uit om het evenement in te delen in een A, B of C-klasse evenement. De kwantitatieve risicoanalyse wordt uitgedrukt in risicopunten. Deze zijn gekoppeld aan de categorie van een evenement (A, B of C). Dit gebeurt conform de afspraken van het handboek.

7.6 Evenemententerreinen

Evenementen en festiviteiten worden georganiseerd op diverse plaatsen in de gemeente Weert. Er zijn geen specifiek aangewezen evenemententerreinen met vastgestelde voorschriften. Daarom worden evenementenlocaties aangewezen, zodat organisaties duidelijkheid hebben waar evenementen georganiseerd kunnen worden, hoelang een evenement maximaal mag duren en hoe vaak evenementen op die locatie mogen plaats vinden.

In Figuur 3. (pagina 20 e.v.) is te lezen welke locaties zijn aangewezen als evenemententerrein. De keuze voor deze locaties is naast de spreiding over de gemeente Weert ook bepaald door het plaatsvinden van evenementen in het verleden.

7.7 Uitzonderingen

Bovenstaande bepalingen gelden niet in duur als locatie voor de jaarlijkse carnavalsdagen (van vrijdag 18:00 uur tot en met woensdag 02:00 uur) en plaatselijke kermissen (van vrijdag 18:00 uur tot en met donderdag 00:00 uur).

7.8 Toetsing aan het bestemmingsplan

Meerdaagse (grote) evenementen kunnen in strijd zijn met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Door het verlenen van een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan kan, indien gewenst, medewerking worden verleend. Het betreft dan het gebruik van gronden voor maximaal drie evenementen per jaar met een duur van ten hoogste vijftien dagen per evenement, inclusief opbouw en afbraak (Besluit omgevingsrecht, bijlage II, art. 4 onder 8).

7.9 Eindtijden evenementen

Het vertrek van bezoekers kan na afloop van een evenement overlast veroorzaken voor omwonenden. Om een goed verloop van het vertrek te bevorderen is er na het beëindigden van de muziek minimaal een half uur de tijd om de bezoekers te laten vertrekken vanaf het terrein. De organisaties zijn zelf verantwoordelijk voor een ordentelijk verloop van het vertrek van de bezoekers.

Voor evenementen op vrijdag en zaterdag geldt:

Het evenement dient uiterlijk om 01.30 uur afgelopen te zijn (muziek tot 01.00 uur). Dit geldt niet voor evenementen in horecagelegenheden, daarvoor gelden de afspraken gesteld in het hoofdstuk “Afspraken over Horeca”. Daarnaast geldt dat bij kermissen de eindtijd van de kermis wordt gehanteerd.

Voor evenementen op zondag tot en met donderdag geldt:

Het evenement dient uiterlijk om 24.00 uur afgelopen te zijn (muziek tot 23.00 uur). Uitgezonderd hiervan zijn evenementen met een geluidbelasting hoog in geval het een bovenregionaal evenement betreft (bv Kermis, Bospop). Voor evenementen in horeca inrichtingen gelden de afspraken gesteld in het hoofdstuk “Afspraken voor Horeca”.

Indien het een (nationale) feestdag betreft, wordt deze gelijk gesteld met de vrijdag en zaterdag voor wat betreft de eindtijden (bv 27 april en 1ste pinksterdag). In de nacht van 31 december op 1 januari gelden geen eindtijden.

7.10 Verkeer en vervoer

Klachten bij vooral grotere evenementen hebben vaak betrekking op wegafsluitingen, parkeeroverlast en een toename van de verkeersintensiteit. Ook de bereikbaarheid voor hulpdiensten kan hierbij een knelpunt zijn. Hierdoor is het van belang duidelijke regels af te spreken. Indien er verkeersstromen in een evenement zijn betrokken moet de organisatie van een evenement een verkeersplan indienen. Een verkeerplan bestaat uit een tekening van het evenemententerrein, de afzettingen, omleidingsroutes en het parkeren van auto’s en fietsen. Verkeersveiligheid en bereikbaarheid voor hulpdiensten dient daarbij gewaarborgd te zijn. Evenementen dienen hiermee minimaal te voldoen aan de wettelijke eisen met betrekking tot bereikbaarheid voor hulpdiensten (Afdeling 6.8 Bouwbesluit) en aan de publicatie’s CROW 96 A en B. Zij geven in hun plan inzicht in de calamiteitenroutes, het busvervoer, het laden en lossen en de verkeersregelaars.

7.10.1Afsluiten van wegen en terreinen

Wanneer en onder welke voorschriften wordt er toestemming verleend voor het afsluiten van wegen voor het verkeer? Hiertoe worden de wegen in 3 categorieën onderscheiden:

  • Wegen gelegen in 30 km zones binnen de bebouwde kom;

  • Wegen gelegen binnen de bebouwde kom met hogere snelheden dan 30 km per uur;

  • Wegen gelegen buiten de bebouwde kom.

Er is een duidelijk verschil in verkeersintensiteit en belangrijkheid bij de doorstroming van het verkeer in de 3 genoemde categorieën. De volgende regels worden vastgesteld:

Wegen gelegen in 30 km zones binnen de bebouwde kom:

  • De afsluiting van 30 km zones levert weinig verkeerstechnische belemmeringen op, omdat dit geen verbindingswegen betreffen. In de regel zal hier dan ook een vergunning worden verleend voor afsluiting van de weg;

Wegen gelegen binnen de bebouwde kom met hogere snelheden dan 30 km per uur:

  • In beginsel wordt hiervoor geen vergunning verleend in het kader van een evenement omdat deze wegen van belang zijn bij de doorstroom van verkeer. Indien er sprake is van een evenement, dat door haar uitstraling de naam van de gemeente Weert regionaal en/of landelijk onder de aandacht brengt kan hiervan worden afgeweken. Daarnaast geldt ook een uitzondering voor bestaande evenementen die al sinds jaar en dag op een dergelijke locatie worden gehouden. Wel moet de organisatie van het evenement zorgen voor een omleidingsroute;

Wegen gelegen buiten de bebouwde kom:

  • In beginsel wordt hiervoor geen vergunning verleend in het kader van een evenement omdat afsluiting hiervan grote verkeerstechnische problemen oplevert. Indien sprake is van evenementen die door hun uitstraling de naam van de gemeente Weert regionaal en/of landelijk onder de aandacht brengt, kan hiervan afgeweken worden. Hiervoor moet een verkeersplan en omleidingsplan worden aangereikt door de organisatie van het evenement;

Overig:

  • Afsluiting van een weg ten behoeve van een evenement is in elk geval niet toegestaan, indien de verkeersveiligheid niet gewaarborgd is en als er geen redelijk alternatief is voor calamiteitenroutes en doorgaand verkeer.

7.10.2Verkeersplan

Verkeersveiligheid kan reden zijn om van de organisatie een volledig mobiliteits- en verkeersplan te eisen. Dit geldt vooral bij evenementen die gepaard gaan met een groot aantal te verwachten bezoekers en de daarbij behorende verkeersstromen. Organisaties zijn zelf verantwoordelijk voor het maken van deze plannen.

In het verkeersplan worden aspecten als capaciteitsberekening, verkeersroutering, verkeersbeïnvloeding, parkeerbeleid en calamiteitenroutes opgenomen. Voor evenementen die in de categorie B en C vallen zijn genoemde plannen verplicht en maken onderdeel uit van de aanvraag.

7.10.3Bekendmaking

Bij grotere evenementen of langdurige evenementen wordt van de organisaties geëist dat de wegafzettingen worden gepubliceerd. Wanneer verkeersmaatregelen worden getroffen, stelt de gemeente de volgende instanties op de hoogte: politie, brandweer, GHOR, ambulancedienst, huisartsenpost, streekvervoerder. De organisatie stelt de lokale bedrijven en de omwonenden die overlast kunnen hebben op de hoogte.

7.10.4Verkeersregelaars

Bij iedere activiteit op de openbare weg, waarbij het verkeer voor de veiligheid van de deelnemers en weggebruikers geregeld moet worden, zijn verkeersregelaars vereist. De deelnemers van het evenementenoverleg bepalen of en hoeveel verkeersregelaars ingezet moeten worden. Het werven van verkeersregelaars is een eigen verantwoordelijkheid van de organisatie. Deze verkeersregelaars dienen gecertificeerd te zijn conform de Regeling Verkeersregelaars. Via de link https://verkeersregelaarsexamen.nl kan men zich aanmelden en de cursus volgen. De gemeente Weert heeft een abonnement voor de E-learning module en daarom zijn de cursussen voor de vrijwilligers gratis beschikbaar.

7.10.5Parkeren binnenstad

Bij een evenement in de binnenstad van Weert zijn er veel plaatsen waar geparkeerd kan worden. Er zijn 6 parkeergarages: Centrumgarage, Muntgarage, de Kromstraat/Walburgpassage, Ursulinengarage, Poort van Limburg en Stationspleingarage. De parkeergarages zijn 24 uur per dag geopend, behalve de Ursulinengarage, deze sluit om 23.00 uur.

Op alle parkeerterreinen geldt betaald parkeren van maandag t/m zaterdag van 9.00 tot 18.00 uur. Op koopavonden (donderdagavond), (koop)zondagen en officiële feestdagen hoeft op straat niet betaald te worden. Bij parkeren in een parkeergarage of op een parkeerterrein met een slagboom, moet men 24 uur per dag betalen. Met de weerterlandpas/stadsparkeren pas of mobiele telefoon is het mogelijk om exact dat bedrag te betalen voor de tijd dat de auto geparkeerd staat (real-time parking).

In de binnenstad worden ’s avonds en ’s nachts geen problemen ervaren met het parkeren van auto’s. Wel is er sprake van geluidsoverlast van auto’s (toeteren, harde muziek, hard wegrijden). Bij constatering hiervan treedt de gemeente en politie zodanig op, dat de overlast wordt gestopt.

7.10.6Parkeren overige locaties

Voor wat betreft de parkeersituatie buiten de binnenstad dient de organisatie ervoor te zorgen dat er voldoende parkeergelegenheid voor bezoekers is. Bij de parkeergelegenheid dienen eventueel verkeersregelaars aanwezig te zijn om het parkeren in goede banen te leiden en toezicht te houden. Tevens dient de organisatie ervoor te zorgen dat er voldoende bewegwijzering is aangebracht naar het parkeerterrein. Omwonenden mogen gedurende de evenementen geen overmatige overlast ondervinden van geparkeerde auto’s van bezoekers. De hulpverleningsdiensten dienen te allen tijde vrije doorgang te hebben.

7.11 Voorzieningen voor gehandicapten

De gemeente Weert staat voor een inclusieve samenleving, een samenleving waarin iedereen mee kan doen. Om te zorgen dat iedereen het evenement kan bezoeken stimuleert de gemeente organisatoren om de inrichting van de evenemententerreinen voor mensen met een beperking toegankelijk te maken. In de praktijk kan dit maatwerk betekenen dat in onderling overleg tot stand kan worden gebracht.

7.12 Verzekering vrijwilligers

De gemeente geeft vrijwilligers de mogelijkheid gebruik te maken van een ongevallen- en persoonlijke eigendommenverzekering. Het gaat dan om vrijwilligers die zowel binnen de gemeente wonen als vrijwilligers uit andere gemeenten die werkzaamheden binnen Weert verrichten. De vrijwilliger is degene die bij een organisatie onverplicht en onbetaald werkzaamheden verricht ten behoeve van anderen en/of de samenleving. Medewerkers en verkeersregelaars die als vrijwilliger werkzaam zijn bij evenementen met een maatschappelijk belang kunnen ook gebruik maken van deze verzekering.

7.13 Fietsenstalling

De evenementenorganisatie heeft als taak om in de nabijheid van het evenement voldoende stalling voor fietsen te creëren voor de bezoekers aan het evenement.

7.14 Taxi-, bus-, treinvervoer

Een goede aan- en afvoer van bezoekers van evenementen is van groot belang. Bij een toestroom van een zeer groot aantal bezoekers aan evenementen, kan dit voor problemen zorgen. In het draaiboek moeten organisaties aandacht hebben voor de aan- en afvoer van de bezoekers. Hierbij kan gedacht worden aan afspraken met de streekvervoerder, inzet van pendelbussen, kiss- and ride- zones etc.

7.15 Plaatsen van tenten, podia etc.

Bij veel evenementen wordt gebruik gemaakt van zogenaamde feesttenten, podia en overige objecten. In verband met de veiligheid ten aanzien van het gebruik van deze tenten, podia en andere objecten is het noodzakelijk hiervoor regels te stellen die de veiligheid van de bezoekers en organisatie zo goed mogelijk waarborgen. De voorschriften m.b.t. het plaatsen van o.a. tenten en andere objecten zijn vastgelegd in het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Besluit bgbop). De regeling en voorschriften zijn te vinden via: Besluit bgbop. Organisatoren dienen voor het plaatsen van tenten, podia, aggregaten, voorraadcontainers en andere objecten een indelingstekening (schaal 1:100) te maken en in te dienen. Hierin wordt in ieder geval het volgende aangegeven:

  • De inrichting van het terrein;

  • De afmetingen van het tijdelijk bouwsel;

  • De in- en uitgangen;

  • Waar de bijzondere activiteiten plaatsvinden (b.v. bakken, frituren);

  • Eventuele aanwezigheid van stofferingen en versieringen;

  • De brandpreventie voorzieningen zoals: brandblussers, noodverlichting, transparantverlichting ten behoeve van de uit- en/of nooduitgangen, aarding;

  • De omgeving van het tijdelijk bouwsel;

  • Plaats van eventuele gasopslag en stroomaggregaten.

Deze verplichting bestaat niet voor meldingsplichtige evenementen. De eventueel te plaatsen objecten zijn hier zeer beperkt van omvang en daardoor kan volstaan worden met een schets.

7.16 Milieu en duurzaamheid

Milieu en duurzaamheid nemen een steeds belangrijkere plaats in binnen de huidige samenleving. Daarom worden er aan de evenementenvergunning voorschriften op het gebied van afvalstromen verbonden. Het actief voorkomen en hergebruiken van afval tijdens evenementen is niet alleen op milieu-hygiënische gronden van belang, maar ook vanwege de uitstraling naar de bezoekers van evenementen. Ook bij evenementen is hier nog wat te winnen. Bij de aanvraag van een evenementenvergunning moet de organisator aangeven welke maatregelen hij in dit kader neemt. De gemeente Weert stimuleert maatregelen welke ten gunste van het milieu worden genomen. In de praktijk kan dit maatwerk betekenen dat in onderling overleg tot stand kan worden gebracht.

7.17 Afval

De organisatie van een evenement is zelf verantwoordelijk voor het afval dat met hun evenement geproduceerd wordt. Hoe evenementenorganisatoren dit gaan uitvoeren moeten ze in een afvalplan omschrijven. Voor evenementen in de categorie B en C is dit plan een verplicht onderdeel van de aanvraag.

Afval dat bezoekers achterlaten, moet de organisatie zelf opruimen. Dit geldt voor het in gebruik genomen evenemententerrein en de aangrenzende straten en pleinen. Het in gebruik genomen terrein dient onmiddellijk na afloop van het evenement te worden schoongemaakt. Als het evenement binnen de bebouwde kom plaatsvindt, moet het afval de dag na het evenement voor 12.00 uur opgeruimd zijn. Ze kunnen hiervoor een particuliere afvalinzamelaar inschakelen.

Als organisaties afval niet op een correcte manier aanbieden, wordt handhavend opgetreden. Wanneer er afval achter blijft en de gemeente moet dit opruimen worden de kosten in rekening gebracht bij de organisatie.

7.18 Oplaten ballonnen

Het is de laatste jaren steeds populairder geworden om (massaal) ballonnen op te laten. Bijvoorbeeld bij een ballonnenwedstrijd. Dat zou niet gebeuren wanneer wordt stilgestaan bij de gevolgen. Wat de lucht in gaat, komt ook weer ergens naar beneden.

De gevolgen voor het milieu zijn zeer schadelijk en daarom is het in de gemeente Weert niet toegestaan om ballonnen op te laten. Tijdens een evenement mogen dan ook geen (opblaas)ballonnen opgelaten worden of aan bezoekers uitgereikt worden om zelf op te laten.

7.19 Dierenwelzijn

Het vele gereis, de beperkte beschikbare ruimte en het soms aan de ketting leggen van wilde dieren tasten het welzijn van het dier aan. Voor circussen bestaat al een verbod op wilde dieren. De aantasting van het dierenwelzijn weegt niet op tegen het gebruik van deze dieren voor vermaak en instandhouding van een traditie. Evenementen waarbij dieren worden gebruikt als vermaak zijn daarom in de gemeente Weert niet toegestaan. Dit geldt niet als het gaat om gedomesticeerde dieren zoals paarden, honden en katten.

7.20 Opbouw- en afbraakwerkzaamheden

Overlast door opbouw en afbraakwerkzaamheden, extra (verkeers-)maatregelen e.d. zijn onderwerpen die zeker bij B- en C-evenementen aandacht verdienen. De evenementenorganisator dient hiervoor in de voorbereiding naar het evenement toe aandacht te besteden. In geval deze plaatsvinden in nachtelijke uren dient er vooraf overleg met de gemeente plaats te vinden om concrete afspraken over de werkzaamheden te maken.

7.21 Glaswerk

Met de komst van de regels over “Glas of Plastic?” is er een einde gekomen aan de klachten bij de politie en de gemeente met betrekking tot overlast van kapot gegooide glazen en overig glas op de openbare weg. Het probleem deed zich vooral voor bij: evenementen in het centrum; grotere evenementen (ook in feesttenten); algemene festiviteiten (kermis, carnaval e.d.); en bij grote groepen bezoekers.

Daarnaast kan het gebruik van glas bij het schenken van drank gevaar opleveren voor de openbare orde en veiligheid. Bij activiteiten met grote groepen mensen en een overmatig gebruik van alcohol, ontstaan gemakkelijk meningsverschillen. Uit publicaties in dagbladen e.d. is eerder gebleken dat bij het slechten van het geschil regelmatig glas werd gebruikt.

Om klachten en het gevaar voor de openbare orde en veiligheid tot een minimum te beperken is het gebruik van glaswerk bij evenementen aan regels gebonden.

Tijdens evenementen die buiten plaatsvinden of in feesttenten is glaswerk verboden en moet er gebruik worden gemaakt van splintervrij plastic glaswerk.

Op een terras behorende bij een horecagelegenheid is het gebruik van splintervrij plastic glaswerk verplicht conform de “Glas of Plastic?” regel (zie hoofdstuk afspraken over horeca). Splintervrij plastic glaswerk wordt in diverse hoogwaardige materialen aangeboden. Hierbij gaat de voorkeur uit naar de keuze van een milieuvriendelijk materiaal.

7.22 Sanitaire voorzieningen

De organisatie van een evenement is zelf verantwoordelijk om voor voldoende sanitaire voorzieningen te zorgen. Afhankelijk van het soort evenement en aantal bezoekers zal het advies voor aantal sanitaire voorzieningen door het GHOR worden bepaald en vastgesteld.

7.23 Water, riool en elektriciteitsaansluitingen

Het gebruik van water-, riool- en/of een elektriciteitsaansluiting is mogelijk indien dit ter plaatse aanwezig is. In de binnenstad en op diverse plaatsen in de dorpen zijn zogenaamde evenementen aansluitingen aanwezig waarvan gebruik kan worden gemaakt. Hiervoor worden de daarvoor geldende standaardtarieven van de afdeling Openbaar Gebied gehanteerd. Indien een aansluiting niet aanwezig is kan dit in overleg met de uitvoerende gemeentelijke afdeling worden gerealiseerd. De door de gemeente gemaakte kosten worden dan doorberekend aan de organisatie.

7.24 Opleveren terreinen

De openbare ruimte is flexibel ingericht zodat evenementen kunnen plaatsvinden. Bij de inrichting van de openbare ruimte is rekening gehouden met grote evenementen. Verlichtingselementen kunnen worden weggebogen en elektra- en watervoorzieningen zijn aangebracht op de Markt en op de Nieuwe Markt.

De afspraak is dat het in gebruik genomen terrein na een evenement schoon en in de oorspronkelijke staat wordt achtergelaten. Schade die bijvoorbeeld ontstaat aan het wegdek, straatmeubilair of aan plantsoenen moet door de organisatie worden hersteld. Gebeurt dit niet dan zal de gemeente het herstel laten uitvoeren en de kosten doorberekenen aan de organisatie.

7.25 Horeca terrassen

In de praktijk is het mogelijk dat terrassen van een horecagelegenheid tijdens een evenement binnen een evenemententerrein vallen. Om de verantwoordelijkheden op de plaatst te laten waar ze horen, is het uitgangspunt in de gemeente Weert dat terrassen onderdeel van de horeca-inrichting blijven. Hierbij is het bij horecagelegenheden binnen of grenzend aan een evenemententerrein toegestaan om tijdens evenementen het terrasmeubilair te verwijderen en op het terras een buitentap te plaatsen. In dit geval valt het terras dan wel onder het regime van het evenementenbeleid en zijn de afspraken uit dit hoofdstuk van toepassing op het terras. Zo is bijvoorbeeld in een dergelijk geval het schenken van alcohol onder dit regime enkel toegestaan als zwak alcoholhoudende drank op het terras.

Organisaties worden erop gewezen dat zij met het inrichten van het evenemententerrein rekening dienen te houden met de bestaande terrassen. De evenemententerreinen dienen door de evenementenorganisatie zodanig te worden ingericht dat een normaal gebruik van het terras mogelijk blijft. Organisaties moeten vooraf de (horeca)ondernemers informeren over de plannen. Wanneer de organisatie van mening is dat de terrassen niet inpasbaar zijn, moeten zij vooraf en met argumenten, de gemeente om toestemming vragen.

7.26 Markten

Tijdens marktdagen is er minder ruimte voor een evenement. In beginsel kunnen tijdens de markt geen evenementen plaatsvinden binnen het marktterrein.

Indien een evenement toch samenvalt met een Weekmarkt, zal , in overleg met de marktmeester en marktondernemers een alternatief plan moeten worden samengesteld voor de verplaatsing van kramen. Hiervoor is het noodzakelijk om een evenementenvergunning minimaal 12 weken voorafgaand aan het evenement in te dienen.

7.27 Gezond uitgaan (alcoholmatiging)

Bij de meeste evenementen wordt alcoholhoudende drank verkocht. De gemeente Weert hecht een grote waarde aan een goed alcoholmatigingsbeleid. Overmatig alcoholgebruik kan leiden tot onder andere uitgaansgeweld, overlast, huiselijk geweld, ziekteverzuim, hart- en vaatziekten en verkeersongelukken.

Ook evenementenorganisaties hebben een verantwoordelijkheid als het gaat om alcoholmatiging. De Drank- en Horecawet geeft de mogelijkheid om in bepaalde gevallen voor incidentele festiviteiten toestemming te verlenen zwakalcoholhoudende drank te verkopen zonder dat men in het bezit is van de benodigde horecavergunningen. Hiervoor is een zogenaamde ontheffing op grond van artikel 35 Drank- en Horecawet nodig. Aan deze ontheffing worden een aantal voorschriften verbonden.

Bij evenementen waar alcoholhoudende drank wordt verstrekt zijn voorschriften gesteld in het kader van preventie en voorkomen van (mis-)gebruik. Deze zijn conform de voorschriften uit het Handboek Openbare Orde, Veiligheid en Gezondheid bij evenementen. Als het om risicovolle evenementen gaat kan het zijn dat specifiek voor dit onderwerp aanvullende voorschriften worden opgelegd. Dit gebeurt na overleg met de GGZ-instelling Vincent van Gogh.

Voor de overige maatregelen op het gebied van alcoholmatiging, wordt verwezen naar het Preventie en Handhavingsplan Drank- en Horecawet van de gemeente Weert.

7.28 Lachgas

Momenteel is er een enorme toename van het gebruik van lachgas door met name jongeren. Het Trimbos instituut waarschuwt voor de negatieve gevolgen voor de gezondheid bij overmatig gebruik.

Lachgas wordt steeds vaker als partydrug gebruikt, zowel in het uitgaansleven als in de privésfeer. Er is echter veel onduidelijkheid over het gebruik, de risico's en de wettelijke status van lachgas 1

Omdat het fenomeen ook in Weert aan de orde is geldt in de gemeente Weert dat het verboden is lachgas te gebruiken in geval dit de openbare orde of veiligheid in gevaar brengt. Aanvullend is er een verbod op het verkopen van lachgas op evenementen, als standaardvoorschrift op te nemen in een evenementenvergunning.

Lachgas in ballonnen valt sinds juli 2016 onder de Warenwet; daarvoor was de geneesmiddelenwet van toepassing. Dat wil zeggen dat de verkoper van lachgas zich dient te houden aan de verplichtingen van de Warenwet.

8. GELUID EN GELUIDSOVERLAST

Geluid is het aspect bij evenementen dat in de regel voor de meeste overlast in de omgeving zorgt. Vaak hebben evenementen een geluidsproductie die ver buiten het terrein van het evenement te horen is. Door geluidsoverlast kan het woon- en leefklimaat van de omwonenden worden aangetast. Bij dit onderwerp is als leidraad de “Handreiking geluidbeleid bij evenementen” van de provincie Limburg gebruikt.

Deze regels gaan alleen in op het ten gehore brengen van muziek en ander geluid (bv. aggregaat) tijdens evenementen. Er wordt geen aandacht besteed aan het ten gehore brengen van muziek door straatmuzikanten, straatartiesten, fanfares, joekskapellen e.d. als die geen verband houden met een evenement.

8.1 Geluid toetsingskader
  • Toegestane gebruiksfrequentie van nader te benoemen locaties (zie figuur 3);

  • Toegestane duur en eindtijden van een evenement;

  • Maximale geluidsproductie voor een evenement (zowel in dB(A) als dB(C) gewogen).

8.2 Wettelijk kader

Voor het ten gehore brengen van muziek bij evenementen die plaatsvinden in de openbare ruimte is de APV van toepassing. In Weert is het op grond van de APV verplicht een ontheffing aan te vragen indien geluid producerende activiteiten worden georganiseerd, waarvan wordt verwacht dat deze geluidhinder voor omwonenden en de omgeving zullen veroorzaken.

In de ontheffing kunnen voorschriften worden opgenomen die het evenement reguleren. Voor geluid betreft het voorschriften over het maximale geluidsniveau, de situering van de geluidsbronnen, de frequentie en tijden van gebruik.

8.3 Knelpunten in de uitvoering

In de huidige werkwijze wordt niet standaard gebruik gemaakt van de zelfregulering van de organisatie van evenementen. In overleg met de organisatie van het evenement kunnen bijvoorbeeld eisen (middelvoorschriften) worden gesteld zoals een begrenzer, laten inmeten door derden etc. Dit gebeurde in de gemeente Weert na herhaaldelijke overtredingen en veelvuldige klachten. In dergelijke situaties worden aanvullende maatwerkvoorschriften opgenomen. De praktijk heeft de afgelopen jaren laten zien dat de gemaakte afspraken een zichtbare afname van het aantal klachten en overtredingen met zich hebben meegebracht (in 2019 klachten over 3 locaties). Naar aanleiding hiervan zijn de afspraken verder doorontwikkeld.

8.4 Aanpak per geluidbelasting categorie

Categorie geluidbelasting Laag:

Dit zijn evenementen met een gewenst geluidsniveau lager dan LAr,LT max 70 en dB(C) lager dan 85. Hierbij gaat het om (kleinschalige) activiteiten welke uitsluitend wijk-, buurt- of straat gebonden zijn. Veelal wordt gebruik gemaakt van een niet professionele geluidsinstallatie en wordt geen livemuziek ten gehore gebracht.

Voorbeelden zijn buurtfeesten, straattheater etc. Ook meldingplichtige evenementen dienen aan de voorschriften die hiervoor gelden te voldoen.

Onderstaande geluidvoorschriften worden in principe aangehouden als 'standaard' bij vergunningen bij de wat kleinere evenementen:

  • a.

    Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT (1 min) ten gevolge van de festiviteiten mag, gemeten voor de gevel van omliggende woningen, niet meer bedragen dan 70 dB(A) en 85 dB(C). Indien omliggende woningen niet binnen 50 m liggen, gelden de genoemde waarden op 50 m.

  • b.

    Het maximale geluidsniveau Lmax ten gevolge van de festiviteiten mag, gemeten voor de gevel van omliggende woningen, niet meer dan 10 dB(A) boven de getalswaarde van het in het vorige voorschrift genoemde equivalente geluidsniveau zijn gelegen.

  • c.

    Controle op de niveaus van het verspreide geluid, alsmede beoordeling van de meetresultaten, moet gebeuren overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, uitgave 1999, behalve indien in de voorschriften behorende bij dit besluit anders is voorgeschreven.

  • d.

    Er dient gemeten te worden op een hoogte van 1,5 meter. Voor het te meten geluid wordt geen meteocorrectieterm, correctie voor tonaal of laagfrequent geluid, bedrijfsduurcorrectieterm of muziekstraffactor toegepast.

Categorie geluidbelasting Hoog

Dit zijn evenementen met een gewenst geluidsniveau hoger dan LAr,LT max 70 en dB(C) hoger dan 85. Hierbij gaat het om evenementen met enkele honderden tot duizenden aanwezige bezoekers. Om alle bezoekers muzikaal te kunnen bereiken is vaak een hoger geluidsniveau gewenst.

In de regel is er sprake van een evenement met podia, livemuziek en dj’s, voorbeelden zijn Bospop en Bantopa.

Voor evenementen die vallen onder de categorie geluidbelasting Hoog is een vergunning noodzakelijk op basis van de APV. Grote betrokkenheid van gemeente bij zowel vergunningverlening als uitvoering is hierbij geboden.

Bij de afhandeling van een aanvraag om vergunning wordt beoordeeld of het gewenste zendniveau realiseerbaar is op de geplande locatie. Indien het gewenste zendniveau conflicteert met de te stellen normen ter voorkoming van geluidsoverlast zal dit met de organisatie worden besproken. E.e.a. kan leiden tot een gewijzigde locatie of een lager zendniveau. In bepaalde gevallen en onder bepaalde omstandigheden is het mogelijk een hoger zendniveau toe te staan.

Uitgangspunt bij vergunningverlening is het opnemen van zowel doel- als middelvoorschriften. Het toegelaten maximum dB(A) op de gevel van de dichtsbijgelegen woning of vooraf gestelde meetpunten wordt voor deze activiteiten in principe als norm opgenomen. Indien binnen 50 meter geen woningen zijn gelegen geldt deze norm op vooraf gestelde meetpunten.

De organisatie is verantwoordelijk voor het inmeten van het toegestane geluidniveau. De organisatie dient tevens het toegestane geluidsniveau onder de grenswaarde te houden aan de hand van door henzelf uit te voeren metingen. De organisatie dient tijdens het evenement te beschikken over een geluidmeter. Tevens is de organisatie verplicht een geluidsbelastingplan te overleggen bij de aanvraag. Dit geeft de mogelijkheid om te toetsen of het evenement op de gewenste locatie mogelijk is. Tot slot zullen voorschriften worden opgenomen ter voorkoming van geluidshinder vanwege de opbouw en afbouw en vanwege het in werking hebben van generatoren etc.

8.5 Eindtijden geluid

Voor evenementen op vrijdag en zaterdag geldt:

Het evenement dient uiterlijk om 01.30 uur afgelopen te zijn en muziek is toegestaan tot 01.00 uur.

Voor evenementen op zondag tot en met donderdag geldt:

Het evenement dient uiterlijk om 24.00 uur afgelopen te zijn en muziek is toegestaan tot 23.00 uur.

Voor evenementen in horeca inrichtingen gelden:

De voorschriften gesteld voor de horeca.

Met oud en nieuw (de nacht van 31 december op 1 januari) gelden geen eindtijden.

In geval het een (nationale) feestdag betreft:

Wordt deze gelijk gesteld met de vrijdag en zaterdag met betrekking tot de eindtijden (bv. van 26 op 27 april en 1ste pinksterdag).

Ten aanzien van de hinderscorematrix

zijn carnavalsactiviteiten ten tijde van carnaval (van vrijdag 18:00 uur tot en met donderdag 00:00 uur) uitgezonderd.

Kerrmissen en kermisactiviteiten

De geluidbelasting en eindtijden kunnen per kermis per dorp afwijken van dit beleid. Hierbij wordt dan aansluiting gezocht met de voorschriften verbonden aan de betreffende openingsdagen en –tijden van de kermissen.

8.6 Tijdblok geluid

De laatste jaren zijn klachten weliswaar aanzienlijk afgenomen, maar er is wel een tendens dat de klachten zich richten tot het tijdblok waarbinnen geluid geproduceerd wordt. Met name evenementen die meer dan 8 uur duren zijn aanleiding om meldingen te doen. Daarom is het niet toegestaan om geluid te produceren in de categorie geluidbelasting Hoog voor de duur van meer dan 8 uur per etmaal voor evenementen van de categorie A en B.

8.7 Hinderscorematrix

Naast de categorisering in geluidbelasting Laag en Hoog, moet voor de evenementen met een geluidsbelastingniveau Hoog een toetsing aan de hand van de hinderscorematrix worden toegepast. Deze matrix is een duidelijke richtlijn voor de vergunningverlening. Dat houdt in dat er sprake is van een gelimiteerd aantal geluidbelastende evenementen van genoemde categorie per genoemde evenementen locatie.

Daarnaast zal per locatie in de gemeente Weert gestreefd worden om minimaal een weekend tussen twee evenementen te hebben waarin op een locatie of in de directe nabijheid van deze locatie geen evenementen met een geluidbelasting plaatsvinden.

De limiet geldt voor het aantal activiteiten per locatie per kalenderjaar. In de praktijk wordt de geluidhinder vooral in de avonduren ervaren.

Voor diverse locaties in de binnenstad is eerder een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten geven aan dat we in de binnenstad van Weert voornamelijk harde bebouwing hebben, waardoor geluid al snel tot overlast kan zorgen. Hiermee kan gesteld worden dat grote geluidbelastende evenementen in Weert niet mogelijk zijn zonder overlast. Daarom is het belangrijk om te komen tot een goede balans tussen de belangen van bewoners en levendige evenementen. Hierbij is gekozen voor een oplossing waarbij de mogelijkheid blijft bestaan om ook grote evenementen te kunnen organiseren, de overlast voor de omgeving tot een minimum te beperken en waarbij de bescherming van de gezondheid gewaarborgd blijft. Hierbij is uitdrukkelijk aansluiting gezocht bij het convenant tussen de Vereniging Van Evenementen Makers en de Hoorstichting. In dit convenant zijn afspraken gemaakt over maximale geluidsniveaus, informeren van bezoekers en gehoorbescherming.

Hiermee geldt voor alle locaties een gelijk uitgangspunt.

De uitkomsten zijn nader uitgewerkt in het schema: Evenementenlocaties en geluidbelasting met hinderscorematrix geluid en evenement (figuur 3). Hierbij dient aanvullend opgemerkt te worden dat: LA,max = LAr,LT + 10 dB(A).

In de praktijk blijkt dat klachten na een meting niet altijd gegrond zijn. De ervaren hinder blijkt met name door de lage bastonen te ontstaan. Voor de locaties welke in het schema van figuur 3 staan zijn daarom aanvullende voorschriften opgenomen.

NB: Ten aanzien van het Raphaelpad volgt nog overleg met ondernemers, organisatoren en omwonenden om afspraken te maken hoe het gebruik van de geplaatste kiosk past binnen het evenementenbeleid zodat activiteiten mogelijk zijn en overlast beheersbaar is. Hiermee kan het zijn dat er nog aanpassingen in de normen t.a.v. het Raphaelpad nodig zijn.

Figuur 3. Schema Evenementenlocaties en geluidbelasting met hinderscorematrix geluid en evenement.

LOCATIE

KENMERKEN

AARD EVENEMENT

Max. aantal evenementen/ maand

Balans

Geluidbelasting Categorie

Max. aantal dagen/ jaar

Max. aantal aaneengesloten dagen

Max. LAr,LT (dB(A))

Max. dB(C)

Meetpunt

Markt

Omsloten plein met historische waaerden, cultuur, winkels, horeca, bewoning, verkeer en weekmarkt

Meerdaagse en uiteenlopende evenementen

2

Tussen de diverse evenementen dient een periode van één week/weekend geluidarm te zijn

Laag

28

3

70

85

op de gevel van de eerst nabij gelegen woning of indien de eerste woning verder weg is dan 50 meter op een afstand van 50 meter

 
 
 
 
 

Hoog

8

3

80

93

op de gevel van de eerst nabij gelegen woning of indien de eerste woning verder weg is dan 50 meter op een afstand van 50 meter

Nieuwe Markt

Omsloten plein met winkels, horeca, bewoning, verkeer en weekmarkt

Meerdaagse en uiteenlopende evenementen

2

Tussen de diverse evenementen dient een periode van één week/weekend geluidarm te zijn

Laag

28

3

70

85

op de gevel van de eerst nabij gelegen woning of indien de eerste woning verder weg is dan 50 meter op een afstand van 50 meter

 
 
 
 
 

Hoog

6

3

80

93

op de gevel van de eerst nabij gelegen woning of indien de eerste woning verder weg is dan 50 meter op een afstand van 50 meter

Oelemarkt

Omsloten plein met concentratie horeca en verkeer

Meerdaagse en uiteenlopende evenementen

2

Tussen de diverse evenementen dient een periode van één week/weekend geluidarm te zijn

Laag

28

3

70

85

op de gevel van de eerst nabij gelegen woning of indien de eerste woning verder weg is dan 50 meter op een afstand van 50 meter

 
 
 
 
 

Hoog

8

3

Maatwerk voorschriften

88

Maatwerk voorschriften (75 dB(A)/ aangevuld met de norm voor dB(C) op de meetpunten van de maatwerkvoorschriften

Bassin

Open plein en kade met straat en havengebied

Meerdaagse en uiteenlopende evenementen

2

Tussen de diverse evenementen dient een periode van één week/weekend geluidarm te zijn

Laag

28

3

70

85

op de gevel van de eerst nabij gelegen woning of indien de eerste woning verder weg is dan 50 meter op een afstand van 50 meter

 
 
 
 
 

Hoog

8

3

80

93

op de gevel van de eerst nabij gelegen woning of indien de eerste woning verder weg is dan 50 meter op een afstand van 50 meter

Raphaelpad

Omsloten plein met cultuur, horeca en bewoning

Meerdaagse en uiteenlopende evenementen

2

Tussen de diverse evenementen dient een periode van twee weken te liggen

Laag

28

2

70

85

op de gevel van de eerst nabij gelegen woning of indien de eerste woning verder weg is dan 50 meter op een afstand van 50 meter

 
 
 
 
 

Hoog

6

2

80

93

op de gevel van de eerst nabij gelegen woning of indien de eerste woning verder weg is dan 50 meter op een afstand van 50 meter

Stationsplein

Open plein met station, winkels, horeca, bewoning en verkeer

Meerdaagse en uiteenlopende evenementen

1

Tussen de diverse evenementen dient een periode van twee weken te liggen

Laag

24

2

70

85

op de gevel van de eerst nabij gelegen woning of indien de eerste woning verder weg is dan 50 meter op een afstand van 50 meter

 
 
 
 
 

Hoog

6

2

80

93

op de gevel van de eerst nabij gelegen woning of indien de eerste woning verder weg is dan 50 meter op een afstand van 50 meter

Kasteelplein

Omsloten plein met bewoning en verkeer

Meerdaagse en uiteenlopende evenementen

1

Tussen de diverse evenementen dient een periode van twee weken te liggen

Laag

24

2

70

85

op de gevel van de eerst nabij gelegen woning of indien de eerste woning verder weg is dan 50 meter op een afstand van 50 meter

 
 
 
 
 

Hoog

6

2

75

88

op de gevel van de eerst nabij gelegen woning of indien de eerste woning verder weg is dan 50 meter op een afstand van 50 meter

Stadspark2

Open park met historische waarden en bewoning

Meerdaagse en uiteenlopende evenementen

1

Tussen de diverse evenementen dient een periode van twee weken te liggen

Laag

24

2

70

85

op de gevel van de eerst nabij gelegen woning of indien de eerste woning verder weg is dan 50 meter op een afstand van 50 meter

 
 
 
 
 

Hoog

6

2

75

88

op de gevel van de eerst nabij gelegen woning of indien de eerste woning verder weg is dan 50 meter op een afstand van 50 meter

Collegeplein

Omsloten plein met winkels, cultuur, bewoning en verkeer

Eendaagse evenementen

1

Tussen de diverse evenementen dient een periode van twee weken te liggen

Laag

24

2

70

85

op de gevel van de eerst nabij gelegen woning of indien de eerste woning verder weg is dan 50 meter op een afstand van 50 meter

 
 
 
 
 

Hoog

6

2

75

88

op de gevel van de eerst nabij gelegen woning of indien de eerste woning verder weg is dan 50 meter op een afstand van 50 meter

Ursulinenplein

Klein als tuin ingericht omsloten terrein met winkels en daghoreca

Eendaagse evenementen

1

Tussen de diverse evenementen dient een periode van twee weken te liggen

Laag

12

1

70

85

op de gevel van de eerst nabij gelegen woning of indien de eerste woning verder weg is dan 50 meter op een afstand van 50 meter

 
 
 
 
 

Hoog

 

0

 
 

Niet toegestaan

Dorp- en wijkpleinen/ parken

divers

Meerdaagse en uiteenlopende evenementen

1

Tussen de diverse evenementen dient een periode van twee weken te liggen

Laag

30

1

70

85

op de gevel van de eerst nabij gelegen woning of indien de eerste woning verder weg is dan 50 meter op een afstand van 50 meter

 
 
 
 
 

Hoog

6

2

75

88

op de gevel van de eerst nabij gelegen woning of indien de eerste woning verder weg is dan 50 meter op een afstand van 50 meter

Festivalterrein Hushoven (Bospop)

Agrarisch gebied wat als festivalterrein ingericht kan worden

Festival Bospop

 

nvt

Hoog

4

4

nvt

nvt

Maatwerk voorschriften

   

  

8.8 Evaluatie van het evenement

Voor evenementen met risicocategorie B en C wordt in principe binnen zes weken na afloop van het evenement een evaluatie gehouden met de betrokken overheidsdiensten, de organisatie en overige belanghebbenden. Voor evenementen met risicoklasse A wordt in beginsel geen evaluatie gehouden. De bevindingen worden vastgelegd in een verslag. Bij (jaarlijks) terugkerende evenementen vormen deze gegevens de eerste input voor de beoordeling van de nieuwe vergunningaanvraag.

9. AFSPRAKEN OVER HORECA

9.1 Vestigen van horeca

Horecagelegenheden in de binnenstad van Weert zijn vooral te vinden op de Markt, Nieuwe Markt, Bassin en Oelemarkt en beperkter op de Langstraat, Beekstraat, Maaspoort, Maasstraat, Hoogstraat, Stationsstraat, Emmasingel en Wilhelminasingel. Rondom de Oelemarktis een diversiteit van uitgaansgelegenheden gevestigd in de vorm van cafés/bars en restaurants. In de andere straten, wijken en dorpen gaat het om een combinatie van dag- en avondhoreca, waarbij veelal sprake is van een restaurant, lunchroom of andere eetgelegenheid, soms gecombineerd met café/bar.

9.2 Vergunningen

De aanvraag voor een vergunning op grond van de Drank en Horecawet geldt in principe alleen voor horecainrichtingen , kantines, bedrijfsrestaurants en slijterijen. Hiervoor zijn de bepalingen in de Drank en Horecawet leidend. Als er alcohol wordt geschonken is een drank- en horecavergunning verplicht. In een coffeeshop en in een speelautomatenhal mag geen alcohol worden geschonken.

Tot de voorschriften behoren onder meer:

  • Voor verstrekking van alcohol geldt een leeftijdsgrens van 18 jaar;

  • Verkoop van alcohol in tankstations en niet-levensmiddelenwinkels is verboden;

  • Alle leidinggevenden moeten minimaal 21 jaar oud en van onbesproken gedrag zijn;

  • Er moeten huisregels zijn opgesteld in sport- en andere kantines;

  • Barvrijwilligers in sport- en andere kantines moeten een voorlichtingscursus hebben gevolgd;

  • Als vereniging of stichting moet je beschikken over een bestuursreglement waarin je je verbindt aan de zogenoemde paracommerciële voorschriften;

  • Verenigingen en stichtingen moeten zich houden aan de regels rond de verkoop van alcohol die in de gemeentelijke verordening zijn vastgelegd. Voor verenigingen en stichtingen kan de gemeente aanvullende beperkingen opleggen.

9.3 Horeca, exploitatievergunning

In het kader van de deregulering was er de afgelopen jaren geen exploitatievergunning meer vereist voor de natte horeca en voor een groot gedeelte van de droge horeca. Voor de laatstgenoemde categorie was alleen nog een exploitatievergunning vereist indien een bedrijf later dan 24.00 uur geopend is. In de praktijk blijkt dat dit voor de handhaving onvoldoende juridische houvast biedt. De handhaving bij excessen (bv overmatige overlast voor de omgeving) is daardoor erg lastig. Daarom is opnieuw een vergunningplicht ingesteld. Daardoor is voor het exploiteren van een horecainrichting een exploitatievergunning van de gemeente nodig. Deze vergunningsplicht geldt voor iedere openbare horeca inrichting. Ook wanneer geen alcoholhoudende drank wordt geserveerd, moet men een exploitatievergunning hebben.

Voor coffeeshops blijft de exploitatievergunningplicht gehandhaafd. De verplichting tot het hebben van een exploitatievergunning geldt namelijk voor een ruimere categorie openbare inrichtingen dan alleen de openbare horecainrichtingen. Onder die ruimere categorie valt ook een coffeeshop.

Daarnaast blijkt in de praktijk dat de “gemeentelijke overzichtstekening terrassen” onvoldoende juridische houvast biedt. Situaties kunnen wijzigen en daarom dient elke ondernemer voor de exploitatie van zijn openbare inrichting met bijbehorend terras een exploitatievergunning te hebben.

Als blijkt dat de gegevens op de verstrekte vergunning(en) niet meer actueel zijn en daarom niet meer juist zijn, dan is het de verantwoordelijkheid van de ondernemer om de wijzigingen door te geven en om een wijziging van de vergunning aan te vragen. De exploitatievergunning is voor onbepaalde tijd geldig. Wel zal tussentijds getoetst en gehandhaafd worden op de juistheid van de bij ons bekende gegevens . Voor ondernemers die al in het bezit zijn van een geldige Drank- en Horecavergunning, zal voor het verlenen van de exploitatievergunning een verkorte procedure worden toegepast.

Aan de exploitatievergunningen zijn voorschriften verbonden. Zo zijn er bij de exploitatievergunning voorschriften op het gebied van verplichte aanwezigheid van een leidinggevende bij openstelling, het voorkomen van (geluids)overlast van komende en vertrekkende bezoekers, het verwijderen van (bedrijfs- en zwerf)afval rondom de inrichting en dergelijke.

9.4 Gok- en speelautomaten exploiteren

Een kansspelautomaat (of gokautomaat) is een speelautomaat waarvoor een vergunning van de gemeente nodig is om deze in de inrichting aanwezig te hebben. Voor een behendigheidsautomaat is dit niet nodig. Bij de vergunningverlening maakt de gemeente onderscheid tussen:

  • 1. Hoogdrempelige inrichtingen (cafés, bars, restaurants en nachtclubs). Deze inrichtingen mogen 2 kansspelautomaten aanwezig hebben;

  • 2. Laagdrempelige inrichtingen (snackbars, kantines, lunchrooms). Deze inrichtingen mogen alleen behendigheidsautomaten aanwezig hebben.

Hierbij wordt getoetst aan de Wet op de Kansspelen en er worden voorschriften aan de vergunning verbonden.

 

Exploitatie-vergunning

Drank- en horeca

Terras

Speelautomaten

Horeca categorie 1

(natte horeca)

Noodzakelijk

Noodzakelijk

Noodzakelijk

Mogelijk

Horeca categorie 2

(droge horeca)’

Noodzakelijk

Niet vereist, tenzij alcohol wordt verstrekt voor gebruik ter plaatse

Noodzakelijk

Mogelijk

Paracommerciële vergunninghouder

Noodzakelijk

Noodzakelijk

Noodzakelijk

Mogelijk

Coffeeshop

Noodzakelijk

Niet mogelijk

Niet mogelijk

Niet mogelijk

Prostitutiebedrijf met bargedeelte

Niet vereist in kader van het horecabeleid, wel ingevolge artikel 3:4 APV

Noodzakelijk

Niet mogelijk

Niet mogelijk

Speelautomatenhal

Niet vereist in kader van het horecabeleid, wel vereist ingevolge Wet op de Kansspelen

Niet mogelijk

Niet mogelijk

Noodzakelijk

Figuur 4. Overzicht per type bedrijf welke vergunningen noodzakelijk en mogelijk zijn.

9.5 Definities

De verschillende begrippen die in dit hoofdstuk worden gebruiken ontlenen hun definities aan het bestemmingsplan en aan de Drank- en Horecawet.

Het bestemmingsplan onderscheidt verschillende typen horeca:

Horeca van categorie 1: horeca-activiteiten waarbij in hoofdzaak alcoholische drank wordt verstrekt en waarvan de exploitatie een aantasting van het woon- en leefklimaat kan veroorzaken en een grote druk op de openbare orde met zich meebrengt zoals café, bar, dancing, nachtclub, (met uitzondering van discotheken); Horeca van categorie 2, zoals hieronder omschreven, is hier ook toegestaan.

Horeca van categorie 2: een eetgelegenheid, een winkel gebonden c.q. een winkel ondersteunend bedrijf, dat gericht is op het al dan niet voor gebruik ter plaatse verstrekken van al dan niet in dezelfde onderneming bereide of bewerkte etenswaren en dranken (zoals cafetaria/snackbar, restaurant, tearoom, lunchroom, konditorei en/of een afhaalcentrum);

Horecabedrijf: een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken (uitsluitend op de begane grond) en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse (uitsluitend op de begane grond) worden verstrekt en waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt en/of waarin zaalaccommodatie (uitsluitend op de begane grond) wordt geëxploiteerd. Een bed and breakfast wordt hier tevens onder begrepen.

Het hierboven aangegeven onderscheid zoals dat in het bestemmingsplan wordt gemaakt, wijkt af van hetgeen in de Drank- en Horecawet onder horecabedrijf wordt verstaan.

In de Drank- en Horecawet wordt het horecabedrijf omschreven als: ‘de activiteit die in ieder geval bestaat uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse’.

Natte horeca

In de uitvoering van de Drank- en Horecawet wordt de in het bestemmingsplan als categorie 1 bestempelde horeca aangeduid als zogenaamde “natte horeca”.

Droge horeca

De in het bestemmingsplan als categorie 2 bestempelde horeca wordt, met uitzondering van het restaurant, in de uitvoering van de Drank- en Horecawet aangeduid als zogenaamde “droge horeca”.

In het kader van de uitvoering van dit beleidsplan wordt het volgende onderscheid aangehouden:

horeca categorie 1 = natte horeca

horeca categorie 2 = droge horeca (inclusief restaurant)

9.6 Bestemmingsplan

Zoals eerder is aangegeven spreekt de Drank- en Horecawet over een horecabedrijf (dit is categorie 1 + restaurant).

Het bestemmingsplan ‘binnenstad 2017’ kent een andere definitie van een horecabedrijf. Hier vallen dus ook bedrijven onder die geen vergunning nodig hebben op basis van de Drank- en Horecawet (bijvoorbeeld een snackbar).

Voorgenoemd bestemmingsplan bepaalt dat horeca categorie 1 en 2 is toegestaan in de binnenstad, maar in principe uitsluitend op de begane grond (zie de hieronder aangegeven ontheffingsmogelijkheid). Horeca 1 (café, bar) is aan de Oelemarkt, Bassin, Hoogstraat en de Maaspoort alleen toegestaan op de locaties die in het bestemmingsplan zijn aangeduid met een functie horeca 1. Op de overige gronden aan deze straten is horeca 1 uitgesloten. Voor de Oelemarkt is dit wel mogelijk met een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan.

Op de verdieping boven een horecavoorziening kan middels een afwijking van het bestemmingsplan toegestaan worden de ruimtes voor vergaderfaciliteiten en/of horeca 2 te gebruiken. Hierbij dient met akoestisch onderzoek aangetoond te worden dat het woongenot in de directe omgeving niet onevenredig wordt aangetast. Dergelijke activiteiten dragen bij aan de verlevendiging van de binnenstad in de avonduren. Anderzijds kan het woongenot op de verdieping bij een pand waar op de begane grond horeca gevestigd is, worden aangetast.

Voor de bioscoop en speelautomatenhallen geldt dat zij uitsluitend zijn toegestaan op de huidige locaties: Beekstraat 49-53 (bioscoop) en Wilhelminasingel 10 (speelautomatenhallen). Binnen het plangebied van het bestemmingsplan ‘Binnenstad 2017’ is één speelautomatenhal aanwezig. Deze is als zodanig aangeduid. Meerdere of nieuwe speelautomatenhallen zijn niet toegestaan.

Het beleid in de betreffende bestemmingsplannen voor de woonwijken, dorpen en het buitengebied is zodanig dat horeca daar uitsluitend is toegestaan in panden, waar dit nu ook al is toegestaan. Horeca van categorie 1 en horeca van categorie 2 zijn alleen toegestaan daar waar ze op de verbeelding van de bestemmingsplannen zijn aangeduid.

Op grond van artikel 4, bijlage II Besluit omgevingsrecht kan het gebruik (onder voorschriften) worden gewijzigd door het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingplan, mits:

  • Er sprake is van een monument;

  • En alleen horeca 2 en;

  • Horeca 1 en 2 in de bestemming Centrum uitsluitend aan het Kerkplein in Stramproy

  • en;

  • Horeca 1 aan de Oelemarkt.

Aan de omgevingsvergunning tot afwijken van het bestemmingsplan kunnen voorschriften worden verbonden.

9.7 Openingstijden

Voor de gehele gemeente geldt dat horecainrichtingen van de categorie 1 en 2 zeven dagen per week geopend mogen zijn: vanaf 07.00 uur tot 02.00 uur de volgende dag. Om 2.00 uur moet het licht aan, de muziek uit, de zaak leeg en gesloten;

Daarnaast geldt voor de gehele gemeente Weert dat het voor horecainrichtingen van de categorie 1 en 2 mogelijk is om voor 7 dagen per week via een ontheffing van de sluitingstijd een verruiming van de openingstijden te verkrijgen. Als deze ontheffing wordt verleend dan geldt dat 04.00 uur de sluitingstijd is en dat er dan geen publiek meer aanwezig mag zijn in de inrichting. Daarbij geldt tevens dat om 03.30 uur de muziek uit is, het licht aan is en er van buitenaf een vrije inkijk is.

Via de exploitatievergunning kan in bijzondere situaties worden afgeweken van de reguliere openingstijden.

Voor de verruiming van de openingstijden betaalt de horecaondernemer leges aan de gemeente. De ontheffing wordt op naam van de ondernemer gesteld. Dit betekent dat de ontheffing niet overdraagbaar is. In geval van tussentijdse beëindiging van de exploitatie van het horecabedrijf worden de leges niet verrekend.

9.7.1Pilot vrije openingstijden

Om ruimte te bieden aan de wens vanuit de horeca om een ruimere openingstijd dan 04.00 uur gewenst is mogelijk te maken, kan de burgemeester een ruimere openingstijd vaststellen. In deze pilotvorm wordt door de gemeente gekeken wat mogelijk/wenselijk is. Voorop staat dat er geen negatieve gevolgen zijn voor de woon- en leefomgeving en dat de openbare orde niet op een ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloedt.

9.7.2Uitzonderingen

Met oud op nieuw (de nacht van 31 december op 1 januari) gelden vrije openingstijden.

Wat betreft de weekenden dat de zomer- of wintertijd ingaat, dan gelden de officiële tijden.

9.8 Terrassen

Terrassen zijn een belangrijk en onmisbaar element voor het functioneren van heel veel horecabedrijven, maar ook aantrekkelijk voor de bezoekers. Als zodanig dragen terrassen bij aan de gewenste uitstraling en een levendige en gezellige (binnen)stad.

De afspraken met betrekking tot terrassen zijn te lezen bij het onderdeel “Afspraken over gebruik openbare ruimte: Terrassen”.

9.9 Tenten

Evenementen bieden de mogelijkheid om tijdelijk extra aanbod te geven aan de bezoekers van Weert, bovenop het bestaande aanbod. Tijdens evenementen en bijzondere activiteiten wil de horecaondernemer soms tijdelijk een tent plaatsen op zijn terras. Dit is mogelijk voor maximaal 12 dagen per kalenderjaar. Hiervoor dient separaat een evenementenvergunning aangevraagd te worden. Hiervoor gelden de toetsingscriteria voor evenementen en is het enkel toegestaan zwakalcohol houdende drank te schenken op de plek waar de tent wordt geplaatst. Voorts gelden voor gebieden en tijden waar cameratoezicht is dat de wanden en het dak van transparant of verwijderbaar materiaal moeten zijn waardoor ze het gemeentelijke cameratoezicht niet belemmeren. Verder zijn de voorschriften in het kader van brandveilig gebruik van het Besluit bgbop van toepassing.

9.10 Paracommerciële vergunninghouders

Bij paracommerciële vergunninghouders is het verzorgen van de horecataken een nevenactiviteit. Hun hoofdactiviteit is bijvoorbeeld het verzorgen van (sport)trainingen of wedstrijden. Het college van B&W kan aan een drank- en horecavergunning van paracommerciële horecabedrijven voorschriften verbinden.

Artikel 4 van de Drank- en Horecawet is hiervoor de basis. Het volledige artikel luidt:

  • 1.

    Bij gemeentelijke verordening worden ter voorkoming van oneerlijke mededinging regels gesteld waaraan paracommerciële rechtspersonen zich te houden hebben bij de verstrekking van alcoholhoudende drank.

  • 2.

    Bij zodanige verordening is het de gemeente toegestaan rekening te houden met de aard van de paracommerciële rechtspersoon.

  • 3.

    De in het eerste lid bedoelde regels hebben in elk geval betrekking op de volgende onderwerpen:

    • a.

      de tijden gedurende welke in de betrokken inrichting alcoholhoudende drank mag worden verstrekt;

    • b.

      in de inrichting te houden bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen;

    • c.

      in de inrichting te houden bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de betreffende rechtspersoon betrokken zijn.

  • 4.

    De burgemeester kan met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen ontheffing verlenen van de bij of krachtens dit artikel gestelde regels.

  • 5.

    De ontheffing, of een afschrift daarvan, is in de inrichting aanwezig.

  • 6.

    Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in het vierde lid.

In de praktijk blijkt dat de interpretatie, naleving en handhaving van de geldende regels weinig problemen geeft in de uitvoering. In verband met een consistente beleidsvoering en het voorkomen van willekeur is het wel zinvol op termijn de Drank- en Horecaverordening Paracommercie Weert te evalueren en te bespreken met de gemeenteraad.

10. AFSPRAKEN OVER TEGENGAAN NEGATIEVE EFFECTEN HORECA

De aanwezigheid van horecagelegenheden kan negatieve effecten hebben voor de omgeving. Niet alleen voor omwonenden, maar ook voor bezoekers. Het is dan ook belangrijk heldere afspraken te maken over wat negatieve effecten kunnen zijn (bijvoorbeeld overlast van verkeer, afval, geluid) en hoe deze effecten te voorkomen of tegen te gaan.

10.1 Verkeer en vervoer

10.1.1Parkeren auto’s

In de binnenstad van Weert zijn er veel plaatsen waar geparkeerd kan worden. Er zijn 6 parkeergarages: Centrumgarage, Muntgarage, de Kromstraat/Walburgpassage, Ursulinengarage, Poort van Limburg en Stationspleingarage. De parkeergarages zijn 24 uur per dag geopend, behalve de Ursulinengarage, deze sluit om 23.00 uur.

Op alle parkeerterreinen geldt betaald parkeren van maandag t/m zaterdag van 9.00 tot 18.00 uur. Op koopavonden (donderdagavond), (koop)zondagen en officiële feestdagen hoeft op straat niet betaald te worden. Bij parkeren in een parkeergarage of op een parkeerterrein met een slagboom, moet men 24 uur per dag betalen. Met de weerterlandpas/stadsparkeren pas of mobiele telefoon is het mogelijk om exact dat bedrag te betalen voor de tijd dat de auto geparkeerd staat (real-time parking).

In de binnenstad worden ’s avonds en ’s nachts geen problemen ervaren met het parkeren van auto’s. Wel is er sprake van geluidsoverlast van auto’s (toeteren, harde muziek, hard wegrijden). Bij constatering hiervan treden gemeentelijke opsporingsambtenaren en politie zodanig op, dat de overlast wordt tegengegaan.

10.1.2Fietsenstalling

Een particuliere ondernemer verzorgd op de zaterdagavond en –nacht en tijdens evenementen de fietsenstalling op het Kasteelplein. De bezoekers van de horecagelegenheden hebben op deze manier de mogelijkheid hun fiets veilig onder te brengen tijdens het uitgaan en de overlast van wild geparkeerde fietsen is hiermee tot een minimum teruggebracht.

De gemeente Weert heeft voor de exploitatie van de stalling een particuliere onderneming ingehuurd. De te gebruiken locatie voor de fietsenstalling wordt door de gemeente tijdig afgezet en autovrij gemaakt en er wordt geen precariobelasting in rekening gebracht.

10.1.3Taxivervoer

De taxistandplaatsen bij de Oelemarkt zijn gelegen aan de Kasteelsingel en op de Biest. Een goede afvoer van bezoekers van de horecagelegenheden is van groot belang. Tegen overlast van taxi’s zal handhavend worden opgetreden. Dit geldt ook voor taxi-overlast die soms plaatsvindt op de Kasteelsingel ter hoogte van politiebureau en appartementencomplex Bellevue.

10.2 Afval

De horeca is zelf verantwoordelijk voor een schone openbare ruimte. Afval dat bezoekers achterlaten, moeten horecaondernemers (minimaal dagelijks) zelf opruimen (over het algemeen geldt een “straal” van 25 meter rondom de horecagelegenheid). Ook zijn zij zelf verantwoordelijk voor het verwijderen van hun bedrijfsafval. Ondernemers kunnen hiervoor een particuliere afvalinzamelaar inschakelen. Wanneer het bedrijfsafval in samenstelling soortgelijk is aan huishoudelijk afval, mag de ondernemer gebruik maken van de gemeentelijke inzameldienst. Hiervoor moet de ondernemer reinigingsrecht betalen.

Als ondernemers hun afval niet op een correcte manier aanbieden, wordt handhavend opgetreden.

10.3 Urinoirs

Momenteel zijn er van donderdag t/m maandag twee urinoirs in en rondom het horecaconcentratiegebied:

Op de kop van de Oelemarkt (verzinkbaar urinoir, ook wel urilift genoemd);

In de Hegstraat (alleen in de weekenden);

10.4 Milieu (geluid en geur)

Een zekere mate van concentratie van horeca is gewenst, vanwege herkenbaarheid, sfeer en uitstraling, maar ook vanwege geconcentreerd toezicht. Deze concentratie van horeca vergroot echter wel het risico op geluidsoverlast (muziek, bezoekers).

De horeca is zelf verantwoordelijk voor het voorkomen van geluidsoverlast en stankoverlast. Inwoners kunnen de gemeente bellen als zij klachten ervaren. Bij overlast treden politie en gemeentelijke toezichthouders op.

In de APV is geregeld dat geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen (Activiteitenbesluit milieubeheer) niet gelden (in een bepaald gebied) voor de door het college van B&W per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten (zoals bijvoorbeeld kermis en carnaval). Oftewel: er mag op die dagen meer geluid worden geproduceerd dan normaal. Het gaat om activiteiten die binnen inrichtingen (zoals cafés en bars) plaatsvinden. Deze collectieve festiviteiten stelt het college van B&W jaarlijks vast.

Daarnaast mogen binnen in een inrichting (dus per individuele horecaonderneming) maximaal zes incidentele festiviteiten per kalenderjaar worden georganiseerd, waarbij de geluidsnormen niet van toepassing zijn. Dit betekent echter niet dat de geluidsnormen zodanig mogen worden overschreden dat hierdoor naar buiten toe overlast voor de omgeving veroorzaakt wordt. De ondernemer moet het houden van een dergelijke incidentele festiviteit tenminste twee weken voorafgaande aan de festiviteit melden aan het college van B&W.

Bij de collectieve en incidentele festiviteiten is meer geluid toegestaan van donderdag op vrijdag, van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag tot uiterlijk 02.00 uur en op de overige dagen van de week tot uiterlijk 01.00 uur.

10.5 Veilig uitgaan

Een aantal horecagelegenheden werkt met gecertificeerde portiers. Vanuit de Wet op de particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus is het voor een bedrijf dat een deurbeleid voert (selectie wie wanneer naar buiten of naar binnen), verplicht gediplomeerde en gecertificeerde portiers aan de deur te hebben.

Een horecagelegenheid met een ontheffing ten behoeve van verruimde openingstijd en waarin meer dan 250 bezoekers zijn toegestaan is verplicht om een eigen gecertificeerde portier aan de toegangsdeur van de openbare inrichting aanwezig te hebben, gedurende elke avond/nacht van vrijdag op zaterdag en elke avond/nacht van zaterdag op zondag én elke dag gedurende C-evenementen, Carnaval, Kermis, Koningsnacht en de avond/nacht van 31 december op 1 januari.

Daarnaast kan de burgemeester een horecagelegenheid verplichten, indien sprake is van overlast of belemmering van de openbare orde , om een portier aan de deur te hebben staan. Indien dit aan de orde is, wordt dit alsnog als voorschrift opgenomen in de exploitatievergunning van de desbetreffende inrichting.

Voor de overige maatregelen op het gebied van veiligheid, wordt verwezen naar het integraal veiligheidsbeleid van de gemeente Weert.

10.6 Glas of Plastic

Opgedane ervaringen tijdens carnaval en kermis hebben inmiddels geleerd dat de regels voor het gebruik van splintervrij plastic glaswerk de veiligheid vergroten. De kans op uitgaansgeweld met glas is met de regels aanzienlijk teruggebracht.

Tijdens kermis en carnaval is splintervrij plastic glaswerk verplicht gesteld op "alle" terrassen bij "alle" horecagelegenheden vanaf 20:00 uur. Dus ook bij eetgelegenheden.

Restaurants dienen toezicht te organiseren zodat er geen glas buiten de inrichting komt.

Het aangewezen gebied ten tijde van kermis en carnaval is middels een kaartje inzichtelijk gemaakt.

Restaurants gebruiken hun terras tijdens de kermis overwegend als "natte" horeca. Tijdens de carnaval is dit in mindere mate het geval. De beoordeling van "wel of geen restaurant" door de ondernemer zelf is in de praktijk niet altijd mogelijk gebleken. Hierdoor is verder definiëring door de gemeente nodig. Vooraf dient hierover duidelijkheid gegeven te worden door inventarisatie en het benoemen van welke gelegenheden fungeren als "natte" horeca en welke als "droge" horeca.

Alhoewel er gestreefd wordt naar een milieuvriendelijk materiaal is dit in de praktijk niet eenvoudig. Als zich in de toekomst een goed alternatief aandient dat zowel milieuvriendelijk als duurzaam is kunnen hierover aanvullende afspraken gemaakt worden.

Afgesproken is dat ook flessen onder drinkgerei vallen. Ten aanzien van overig glaswerk op straat zoals theeglazen, theelichtjes etc. etc. kan gesteld worden dat deze zijn toegestaan.

foto

Figuur 5 Schema en kaartje “Glas of Plastic”.

10.7 Gezond uitgaan

10.7.1Alcoholmatiging

De gemeente hecht grote waarde aan een goed alcoholmatigingsbeleid. Zo dragen openingstijden voor de uitgaansavonden (weekend) bij aan een beperking. Overmatig alcoholgebruik kan leiden tot onder andere uitgaansgeweld, overlast, huiselijk geweld, ziekteverzuim, hart- en vaatziekten en verkeersongelukken. Ook horecagelegenheden hebben een verantwoordelijkheid als het gaat om alcoholmatiging.

Zo heeft de horeca bepaalde verplichtingen vanuit de Drank- en Horecawet. Een horecagelegenheid is onder andere het volgende verplicht:

  • Bedrijven die alcoholhoudende drank verstrekken, zijn verplicht bij twijfel de leeftijd van jongeren die om alcohol vragen vast te stellen aan de hand van een leeftijdsbewijs (paspoort, rijbewijs, identiteitsbewijs, brommerbewijs, OV studentenkaart);

  • De leeftijdsgrenzen gelden ook voor indirecte verstrekking (verkoop aan jongeren via personen die de leeftijd van 18 jaar wel hebben bereikt);

  • Het is verplicht de leeftijdsgrenzen te vermelden;

  • Dronken mensen moet de toegang tot de inrichting worden geweigerd en aan deze personen mag in elk geval geen alcohol meer worden verstrekt;

  • Verder neemt de horeca zijn verantwoordelijkheid op het gebied van alcoholmatiging;

  • Het organiseren van happy hours en het stunten met dranktarieven en/of acties van onbeperkt drinken dragen hier niet aan bij;

In dit kader heeft de gemeente Weert het Preventie en handhavingsplan Drank- en Horecawet vastgesteld. Hierin is uitgangspunt een combinatie van preventie, regelgeving en handhaving. Diverse acties zijn benoemd en een jaarlijks actieplan wordt vastgesteld.

10.7.2Lachgas

Recentelijk is er een enorme toename van het gebruik van lachgas door met name jongeren. Het Trimbos instituut waarschuwt voor de negatieve gezondheidsgevolgen bij overmatig gebruik.

Lachgas wordt steeds vaker als partydrug gebruikt, zowel in het uitgaansleven en in de privésfeer. Er is echter veel onduidelijkheid over het gebruik, de risico's en de wettelijke status van lachgas. 3

In de gemeente Weert is het verboden om lachgas te gebruiken in het geval dit de openbare orde of veiligheid in gevaar brengt. Middels voorschriften in de evenementenvergunning is het ook verboden om lachgas te verkopen of te gebruiken op evenementen.

NB. Lachgas valt sinds juli 2016 onder de Warenwet. Daarvoor was de geneesmiddelenwet van toepassing. Dat wil zeggen dat de verkoper van lachgas zich dient te houden aan de verplichtingen van de Warenwet.

11. GEBRUIK OPENBARE RUIMTE

11.1 Visie op de openbare ruimte

De openbare ruimte kan ook wel gedefinieerd worden als ‘een ontmoetingsplaats en basis voor culturele en economische activiteiten, waarvoor “ruimte” moet zijn’. Uitgangspunt van deze visie is ook een bepaalde garantie voor een hoger kwaliteitsniveau van de openbare ruimte in met name de binnenstad en centra van wijk en dorpskernen voor de langere termijn. Het streefbeeld is een aantrekkelijk milieu dat ruimte biedt aan de in de tijd veranderende activiteiten en dat recht doet aan de cultuurhistorische karakteristiek van de binnenstad, dorpen en wijken.

De openbare ruimte is in feite alles wat bovengronds en ondergronds gebeurt. Hierbij zijn in eerdere plannen een aantal eisen genoemd die betrekking hebben op de openbare ruimte. Deze eisen gelden momenteel. De openbare ruimte:

  • Biedt ruimte voor bewegen en recreëren;

  • Dient helder verlicht te zijn en goed bestraat;

  • Biedt ruimte voor bomen en straatmeubilair;

  • Biedt ruimte voor evenementen;

  • Dient veilig te zijn ingericht;

  • Dient op een efficiënte manier onderhouden en beheerd te kunnen worden.

Deze eisen vormen de fundamenten voor de onderwerpen binnen dit thema.

11.2 Uitgangspunten kwaliteit verblijfsklimaat binnenstad

Naast ruimtelijke elementen is een aantal aspecten in de binnenstad bepalend voor de kwaliteit van het verblijfsklimaat. Aandachtspunten hierbij zijn: het verkeer in de binnenstad en bevoorrading. Daarbij is ruimte gecreëerd voor de voetganger.

11.3 Algemene toetsingscriteria gebruik openbare ruimte

Voor het gebruik van de openbare ruimte gelden de volgende toetsingscriteria:

  • De activiteit mag geen gevaar opleveren voor de veiligheid;

  • De activiteit mag het onderhoud van de weg of het beheer van de weg niet belemmeren;

  • Met de activiteit mag er geen overlast veroorzaakt worden;

  • De activiteit mag de kwaliteit van de openbare ruimte niet verminderen ( bv erg opzichtig of “lelijk”).

11.4 Wegenverkeerswet

Als gevolg van bijvoorbeeld een verbouwing of werkzaamheden kan het nodig zijn tijdelijk de weg af te sluiten. Hiervoor is de regelgeving met betrekking tot het verkeer uit de Wegenverkeerswet en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 medebepalend. In bijzondere gevallen kan er een ontheffing worden verleend van een bepaalde regel uit de Wegenverkeerswet.

12. AFSPRAKEN OVER GEBRUIK VAN DE OPENBARE RUIMTE

12.1 Gebruik openbare grond voor werkzaamheden

Voor het plaatsen van containers, steigers, bouwmaterialen, schuttingen, bio-boxen, bouw- of schaftketen, kranen of een betonpomp op openbare gemeentegrond (openbare weg) geldt dat dit alleen mogelijk is wanneer op eigen terrein géén ruimte is. Plaatsingsvoorschriften zijn afhankelijk van de situatie en plaats. Hiervoor kan bij de gemeente een verzoek gedaan worden om gemeentegrond tijdelijk in gebruik te nemen. Bij toekenning van het verzoek blijft de gemeente eigenaar van de grond maar geeft verzoeker het recht om de grond onder gemeentelijke voorschriften voor een vastgesteld doel te gebruiken.

Hierbij geldt voor kleine zaken tot 16m2 die niet langer dan 5 dagen op 30km-wegen worden geplaatst dat enkel een melding nodig is. Ook zijn de meldingen vrijgesteld van precariobelasting. Alle overige zaken zijn vergunningsplichting. Aan een vergunning worden voorschriften verbonden. Voor grotere bouwactiviteiten wordt naast precario ook een waarborgsom gevraagd.

Voor kranen die vanaf de weg werken, als ook voor bepaalde wijzen van laden en lossen, kan het nodig zijn dat er bepaalde verkeersmaatregelen worden genomen. Dit kan dan in overleg met de verkeerdeskundige van de gemeente.

In artikel 2:10 van de APV wordt ingegaan op voorwerpen op openbare plaatsen in strijd met de publieke functie ervan.

12.2 Spandoeken, banieren en vlaggen (tijdelijk)

Onder tijdelijke banier/vlag wordt verstaan een doek welke is aangebracht op een vlaggenstok en wordt aangebracht c.q. geplaatst in een vlaggenstokhouder aan de gevel van het pand.

Hiervoor is een vergunning nodig. Daarbij gelden de algemene toetsingscriteria.

Ten behoeve van incidentele actie(s) van humanitair of algemeen belang kan de aanwezigheid van spandoeken over de gehele breedte van het straatprofiel worden toegestaan. Plaatsing van deze spandoeken dient geconcentreerd te worden op de toegangen tot het centrumgebied. De minimale doorrijhoogte onder de spandoeken bedraagt 4.50 m. Hiervoor is een vergunning nodig. Een spandoekvergunning geldt voor maximaal 2 weken.

N.B. Een spandoek dat horizontaal wordt aangebracht als doek aan de gevel of tussen twee tegenoverliggende gevelwanden wordt tevens getoetst aan het geldende reclamebeleid.

12.3 Terrassen

Een terras is een zit- of stagelegenheid buiten de besloten ruimte van een horecabedrijf, waar tegen vergoeding maaltijden, hapjes en/of dranken worden geserveerd.

Terrassen zijn een belangrijk en onmisbaar element voor het functioneren van heel veel horecabedrijven, maar ook aantrekkelijk voor de bezoekers. Als zodanig dragen terrassen bij aan de gewenste uitstraling en een levendige en gezellige (binnen)stad. Ze kunnen ook overlast voor de omwonenden meebrengen. Daarom zijn er afspraken nodig. Deze afspraken hebben onder andere betrekking op de uitstraling, de tijden van het gebruik en de opslag. Voor de exploitatie van een terras is een vergunning nodig. Het terras valt onder de exploitatievergunning van de openbare inrichting, waartoe het behoort. In de exploitatievergunning zijn voorschriften opgenomen over terrassen.

Voordat de gemeente een vergunning afgeeft, vraagt zij ook de politie en de brandweer om advies.

12.3.1Locaties Terrassen

Terrassen zijn mogelijk in de straten en pleinen van Weert, waarbij de rij- en wandelroute wordt vrijgehouden. Verder zijn de voorschriften geëvalueerd en bijgesteld. Afspraken over onder andere: tafels, parasols, opruimen van het terras en de eindtijd terras zijn hierbij opgenomen. De in het verleden toegestane terrassen blijven bij ongewijzigde ruimtelijke omstandigheden in stand (middels exploitatievergunning) tot er een wijziging in de exploitatie van het horecabedrijf plaatsvindt. Dan is er een nieuwe exploitatievergunning voor de openbare inrichting, waaronder het terras, nodig.

Tijdens marktdagen en bij evenementen is er minder, voor sommige bedrijven zelfs beperkte ruimte voor een horecaterras. Indien hiervan sprake is treedt de marktmeester en/of evenementenorganisator in overleg met de horecaondernemer.

12.3.2Wanneer kan het terras niet gebruikt worden:

VVan het terras kan geen gebruik worden gemaakt wanneer dit terras, naar het oordeel van de burgemeester , door omstandigheden daar niet gewenst is en/of wanneer bijv. podia of tenten worden opgebouwd, in gebruik zijn en worden afgebroken tijdens evenementen (als kermis - carnaval e.d.). Hiervan kan alleen worden afgeweken in overleg met de Marktmeester of Kermismeester of de afdeling VTH.

12.3.3Verder gelden de volgende regels na geldende eindtijd van het terras:

Het terrasmeubilair dient na de geldende eindtijd van het terras opgeruimd te worden, en wel zodanig dat geen publiek meer gebruik kan maken van het terrasmeubilair. Indien het meubilair buiten op het terras blijft moet het zo compact mogelijk worden opgestapeld en tegen de gevel van het horecabedrijf worden neergezet. Ook moet het meubilair dan met een kabel/ketting en een slot worden vastgelegd, zodat er niet mee gesleept kan gaan worden. Er mogen daarbij geen belemmeringen ontstaan, bijvoorbeeld geen versperring van een nooduitgang of een vluchtweg en op de openbare weg moet steeds sprake zijn van een onbelemmerde doorgang..

12.3.4Wintertuinen

Op de Oelemarkt is gestart met een proef voor wintertuinen. De afspraak hierbij is dat eerst de Noord-zijde gevuld kan worden. Voor de wintertuinen geldt dat naast een terrasvergunning (exploitatie en mogelijk gebruik gemeentegrond) er een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden. Voorts dient ingeval er zijwanden en een overkapping geplaatst worden deze van transparant materiaal of verwijderbaar materiaal te zijn voorzien dit om tijdens uitgaansavonden en bij evenementen het camera zicht niet te belemmeren. Tevens dient er te allen tijde een vrije doorgang van 4,5 meter gegarandeerd te zijn als calamiteitenroute. Voor wat betreft beeldbepalende kenmerken volgen t.z.t. na de eerste evaluatie mogelijk uitbreiding voor de Zuid-zijde.

12.4 Uitstallingen (etalagezone binnenstad)

De etalagezone is ontwikkeld om een goede bereikbaarheid van de winkel te waarborgen en het contact met de etalages te optimaliseren. Primair heeft de winkelier in de etalage de mogelijkheid zich te presenteren aan het publiek. Uitstallingen kunnen het straatbeeld tijdens winkelopeningstijden verlevendigen. Het uitgangspunt is een zo maximaal mogelijke zichtbaarheid voor de etalages. De bepalingen hebben tot doel het kwalitatieve beeld van het centrumgebied te garanderen en de fysieke bereikbaarheid van de etalages en winkels te waarborgen.

De etalagezone is middels een aanduiding in de bestrating of middels ruimtelijke objecten in de straat, zoals verlichting en straatmeubilair, herkenbaar. Per straat of plein varieert de diepte van deze zone, afhankelijk van de situatie en/of het straatprofiel. Uitstallingen kunnen worden geplaatst tot een meter uit de gevel.

Voor het plaatsen van een uitstalling geldt een meldingsplicht.

Onder uitstalling wordt verstaan de opstelling, direct voor een bedrijf, van:

  • a.

    producten, die binnen worden verkocht en/of geleverd, en/of

  • b.

    reclame-uitingen ten behoeve van het betreffende bedrijf en/of

  • c.

    roerende zaken, die dienen ter aankleding van het bedrijfspand én de openbare ruimte.

Een uitstalling is alleen mogelijk wanneer voldaan wordt aan de volgende algemene regels:

  • de uitstalling is vooraf aan het college van B&W gemeld;

  • de uitstalling wordt geplaatst direct aansluitend aan de gevel tot maximaal 1.00 meter uit de gevel of binnen portieken e.d. (binnen de gevellijn van het betreffende pand);

  • de uitstalling bestaat uit direct verplaatsbare objecten;

  • de uitstalling is alleen aanwezig tijdens de tijden dat de winkel open is;

  • de uitstalling is van een deugdelijke constructie en levert geen gevaar of hinder/overlast op voor de weggebruikers;

  • de uitstalling vormt geen hinder/overlast voor de gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaken;

  • de uitstalling kan geen schade toebrengen aan de weg, geen belemmering vormen voor het doelmatige en veilige gebruik van de weg en geen belemmering vormen voor het doelmatige beheer en onderhoud van de weg;

  • kabels en dergelijke dienen op zodanige wijze te zijn weggewerkt of afgewerkt dat deze geen gevaar of hinder/overlast opleveren voor het verkeer.

12.5 Sandwichborden/driehoeksborden

Dat is een vorm van publiciteit, reclame, waarvoor de openbare ruimte, veelal het trottoir (als gedeelte van de weg), wordt gebruikt en daardoor is een vergunning nodig. In sommige gevallen volstaat er een melding. Bijvoorbeeld voor containers en voor lokale activiteiten van lokale organisaties.

Sandwichborden/ driehoeksborden mogen niet geplaatst worden in de nabijheid van verkeerskruisingen. Het college van B&W kan middels een kaart aangeven waar er borden mogen worden opgehangen.

Uitzonderingen op de vergunningsplicht:

  • Voor verkiezingsborden van politieke partijen tijdens verkiezingscampagnes is geen vergunning nodig. Deze borden (max 50) mogen 3 weken voorafgaande aan de verkiezingen geplaatst worden. Wel gelden de nadere regels sandwichborden/ driehoeksborden .

  • Voor borden voor circusvoorstellingen, concerten, theatervoorstellingen , waarvoor van oudsher sandwichborden gebruikt worden (waarschijnlijk omdat zij bij uitstek hiervoor geschikt zijn geacht) is geen vergunning nodig. Wel gelden nadere regels sandwichborden/ driehoeksborden .

12.6 Afsluiting binnenstad voor autoverkeer en fietsers

Autoverkeer wordt volledig geweerd binnen het promenadegebied, met uitzondering van laad- en lostijden en een aantal verbindingsstraten naar parkeergelegenheden. Deze laad- en lostijden gelden op doordeweekse dagen van 6.00 uur tot 12.00 uur en op zaterdag van 6.00 uur tot 10.00 uur. ’s Avonds is het mogelijk te laden en lossen op maandag, dinsdag, woensdag en vrijdag van 18.00 uur tot 19.00 uur, op donderdag van 21.00 uur tot 22.00 uur en op zaterdag van 17.00 uur tot 18.00 uur.

Fietsers worden in het promenadegebied tijdens winkeltijden niet toegestaan. Fietsen op het promenadegebied is alleen mogelijk tussen 18.00 uur ’s avonds en 9.00 uur in de ochtend op maandag, dinsdag, woensdag en vrijdag. Op koopavonden zijn fietsers toegestaan vanaf 21.00 uur en op zaterdag vanaf 17.00 uur.

12.7 Afsluiting binnenstad voor gemotoriseerd verkeer

Om overlast van het expeditie verkeer te beperken wordt dit verkeer binnen de singels alleen tijdens laad- en lostijden toegestaan. Door middel van hydraulisch gestuurde verkeerszuilen aan begin en einde van de winkelstraten wordt op de promenades het verkeer geweerd. Verkeer kan buiten de geldende laad- en lostijden alleen met een ontheffing de promenades oprijden. Het promenadegebied is dan slechts via twee ingangen te bereiken: via de Nieuwe Markt en via de Korenmarkt. Op deze wijze wordt overlast zoveel als mogelijk beperkt.

12.7.1Promenade berijden.

Een deel van de binnenstad is ingericht als wandelgebied en daarom is dit deel, met uitzondering van laad- en lostijden, afgesloten voor gemotoriseerd verkeer. Het gaat om het zogenaamde promenadegebied. Op de singels, Maaspoort, het Stationsplein, een gedeelte van de Stationsstraat, de Driesveldlaan en de Sint Maartenslaan gelden geen beperkingen voor het verkeer.

De elektronisch bedienbare palen t.b.v. de afsluiting van het promenadegebied zijn gelegen aan het begin van de Langstraat, de Maasstraat, de Oelemarkt, de Korenmarkt, de Beekstraat, Stationsstraat en de Nieuwe Markt.

Het rijden over de winkelstraten is buiten de laad- en lostijden alleen toegestaan voor ontheffingshouders. Om hiervoor in aanmerking te komen gelden een aantal criteria.

In de ontheffing staat vervolgens aangegeven binnen welke tijden en/of voor welke dagen de ontheffing geldt. Voor het vrachtverkeer dat over de promenade rijdt, geldt een maximale lengte van 11 meter, met enkele achteras en zonder aanhangwagen.

12.7.2Laad- en lostijden zijn:

  • Maandag 06.00 uur - 12.00 uur en 18.00 - 19.00 uur;

  • Dinsdag 06.00 uur - 12.00 uur en 18.00 - 19.00 uur;

  • Woensdag 06.00 uur - 12.00 uur en 18.00 - 19.00 uur;

  • Donderdag 06.00 uur - 12.00 uur en 21.00 - 22.00 uur;

  • Vrijdag 06.00 uur - 12.00 uur en 18.00 - 19.00 uur;

  • Zaterdag 06.00 uur - 10.00 uur en 17.00 - 18.00 uur;

  • Zondag afgesloten voor verkeer.

12.7.3Categorieën die voor ontheffing in aanmerking komen:

Eerste lijn zorg

Nood- en hulpdiensten

Politie, brandweer en ambulance.

Geldtransporten

Deze hebben landelijk toestemming gekregen om toegang te hebben tot binnensteden, ook buiten laad- en lostijden.

Bewoners

Bewoners die zelf beschikken over een stallingsmogelijkheid. De ontheffing geldt niet tijdens de weekmarkt op zaterdag. Hoeveel ontheffingen iemand kan krijgen is afhankelijk van het aantal stallingsplaatsen dat iemand heeft, hierbij wordt dus niet gekeken naar het aantal personen dat van de(zelfde) stallingsplaats gebruik maakt. Als beperkende voorwaarde geldt dat wanneer de promenade met fysieke middelen is afgesloten tijdens de winkelopeningstijden, slechts eenmaal per dag mag worden opgereden en tweemaal per dag mag worden afgereden.

Ondernemers/instellingen

Alleen in geval van stallingsmogelijkheid is ontheffing mogelijk. De ontheffing geldt niet tijdens de weekmarkt op zaterdag. Ook hier geldt dat het aantal ontheffingen dat men kan krijgen afhankelijk is van het aantal stallingsplaatsen dat iemand heeft. Hierbij wordt dus niet gekeken naar het aantal personen dat van de(zelfde) stallingsplaats gebruik maakt. Als beperkende voorwaarde geldt ook hier dat wanneer de promenade met fysieke middelen is afgesloten tijdens de winkelopeningstijden, slechts eenmaal per dag mag worden opgereden en tweemaal per dag mag worden afgereden.

Bepaalde bedrijven

Als het gaat om het vervoer van waren die kunnen bederven (bijvoorbeeld van slagers) of producten die weersgevoelig zijn (bijvoorbeeld bloemen), is ontheffing mogelijk voor een beperkte tijdsperiode per dag.

Mensen met een beperking

Ontheffingen zijn mogelijk voor personen met een medische indicatie, eventueel ook als de promenade fysiek is afgesloten.

Bouw-, installatie- en reparatieverkeer

Het berijden van de promenade voor laden en lossen wordt beperkt tot de ochtenduren. Er wordt geen ontheffing verleend voor de tijden dat de promenade fysiek is afgesloten. Storingen/calamiteiten voor installatiereparatie worden zoveel mogelijk beperkt tot de ochtenduren. Daar buiten kan dit alleen na toestemming via spreek- en luisterapparatuur bij de elektronische afsluitpaal op de Korenmarkt en de Nieuwe Markt.

Verhuizers

Voor verhuizingen kan een ontheffing worden verleend na sluitingstijd van de winkels en op zondagen (niet zijnde koopzondag) Niet tijdens evenementen in de binnenstad.

Overig incidenteel vervoer

Wanneer de promenade niet fysiek is afgesloten, hebben taxi's toestemming om op de promenade te mogen rijden.

Trouw-, doop- en begrafenisplechtigheden in de St. Martinuskerk

Voor trouw-, doop- en begrafenisplechtigheden kunnen het kerkbestuur en de regionale begrafenisondernemers de elektronische afsluitpaal op de Korenmarkt openen. Tijdens deze diensten en de benodigde tijd ervoor en erna kunnen (volg)auto's voor directe familie voor de kerk parkeren. Hierbij geldt een maximum van 5 volgauto's bij begrafenissen en maximaal 5 auto's bij trouw- en doopplechtigheden. Ook geldt hierbij een beperking van een half uur voor de dienst tot een kwartier na de dienst. Van de ontheffing kan gebruik gemaakt worden tijdens kerkdiensten.

12.8 Afsluiting binnenstad voor (brom)fietsers

Een deel van de binnenstad is ingericht als wandelgebied (voetpad) en daarom is het hier tijdens winkeltijden niet toegestaan om te fietsen, met uitzondering van bepaalde tijden. Bromfietsers zijn hier in zijn geheel niet toegestaan. Het gaat om het zogenaamde promenadegebied.

Fietsen in de winkelstraten/voetgangersgebieden wordt toegestaan buiten de winkelopeningstijden vanaf 18.00 uur tot 09.00 uur op maandag, dinsdag, woensdag en vrijdag. Op koopavonden zijn fietsers toegestaan vanaf 21.00 uur en op zaterdag vanaf 17.00 uur.

De bestuurders van een gehandicaptenvoertuig hebben geen ontheffing nodig om over de promenade te rijden. Zij worden op de promenade (voetpad) aangemerkt als voetganger.

13. OVERIGEN

13.1 Ballonnen

Het is de laatste jaren steeds populairder geworden om (massaal) ballonnen, bijvoorbeeld bij een ballonwedstrijd, op te laten. Dat zou niet gebeuren wanneer er stilgestaan wordt bij de gevolgen.

Wat de lucht in gaat, komt ook weer ergens naar beneden. Uit cijfers blijkt dat op het strand steeds meer ballonresten en linten gevonden worden. De gevolgen voor dieren zijn verschrikkelijk. Ze raken verstrikt in de linten en de ballonresten worden in magen van vogels teruggevonden. Hoewel het rubber van de ballon zelf – anders dan de plastic touwtjes en ventielen – in principe wel vergaat (zeker bij eco-ballonnen), kan dat enkele jaren duren.

Gezien deze nadelen voor het milieu is in Weert een verbod voor het oplaten van ballonnen van toepassing.

Het gaat er uiteraard niet om afbreuk te doen aan feestelijke gelegenheden. De uitdaging is om alternatieven te verzinnen die net zo feestelijk zijn, zonder dat daarbij schade voor de natuur kan ontstaan.

Het beleid bestaat uit de volgende maatregel:

  • Het bewust maken van burgers en bedrijven dat het oplaten van ballonnen afval veroorzaakt en dit afval (ballonresten) dierenleed veroorzaakt.

13.2 Collectevergunning

Voor het inzamelen van geld of goederen voor een goed doel of een intekenlijst daartoe aanbieden, is een collectevergunning nodig. Dit geldt ook indien men donateurs wil werven voor een goed doel.

Om ervoor te zorgen dat er geen collectes tegelijkertijd plaatsvinden, is er een collecterooster. De gemeente beoordeelt de aanvraag om een collectevergunning en bekijkt of de periode waarin men wil collecteren past in het collecterooster.

Bij het CBF kan iedereen het landelijk collecterooster inzien. De lokale collectes zijn niet terug te vinden op de site van het CBF.

13.3 Loterij, prijsvraag, bingo, organiseren

13.3.1Algemeen

Van een kansspel is volgens de Wet op de kansspelen (Wok) sprake wanneer er gelegenheid wordt gegeven om mee te dingen naar prijzen of premies, indien de aanwijzing van de winnaars geschiedt door enige kansbepaling waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed kunnen uitoefenen.

Vergunningplicht:

De Wok kent een algemeen verbod om kansspelen te organiseren zonder vergunning.

Algemeen belang:

Tenzij de Wok anders bepaalt kan voor een kansspel vergunning worden verleend, indien het kansspel wordt georganiseerd uitsluitend om met de opbrengst daarvan enig algemeen belang te dienen. Dus: voor een goed doel, en niet voor een particulier of commerciëel doel.

Wie verleent vergunning:

De vergunning wordt verleend door burgemeester en wethouders van de gemeente waar de aanwijzing van de winnaars zal geschieden, indien de prijzen en premies gezamenlijk geen grotere waarde hebben dan € 4.500,00 en bij een grotere waarde door de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit.

Afdracht van de opbrengst:

De afdracht aan het goede doel moet minstens 40% van de opbrengst bedragen.

Kansspelbelasting:

Wanneer de gewonnen prijs hoger is dan € 449,00 moet kansspelbelasting worden betaald.

Reclame:

Reclame maken voor kansspelen mag maar dan moet wel voldaan worden aan de geldende regels daarvoor (zie: https://kansspelautoriteit.nl/nieuws/nieuwsberichten/2017/maart/regels-reclame/).

Bijzondere vormen van kansspelen:

Naast kansspelen in zijn algemeenheid en de kansspelen als Staatsloterij, de instantloterij, sportprijsvragen, de totalisator, de lotto, casinospelen en speelautomaten, waarvoor in de Wok bijzondere regels zijn opgenomen, noemt de Wok ook nog enige bijzondere vormen van het kansspel. Dat zijn:

  • De winkelweekactie:

    • -

      Onder winkelweekacties worden verstaan die kansspelen, welke voor bijzondere gelegenheden en ten hoogste tweemaal per jaar voor een beperkte periode van ten hoogste vier weken worden georganiseerd door een groepering van tien of meer ondernemers of filiaalhouders in de detailhandel, het ambacht of het horecabedrijf, die in een of aan elkaar grenzende gemeenten hun bedrijf uitoefenen.

    • -

      De prijzen of premies in geld of goederen, die ter beschikking van de deelnemers worden gesteld, mogen gezamenlijk geen grotere waarde hebben dan € 11.950,00 (elf duizend negenhonderd en vijftig euro) en de deelnemersbewijzen moeten door de betreffende ondernemers aan hun afnemers om niet ter beschikking worden gesteld.

    • -

      Voor een winkelweekactie is vergunning nodig van de Kamer van Koophandel.

  • Het kleine kansspel:

    Het kienspel/bingo, vogelpiekspel, rad van avontuur.

    Voor het kleine kansspel is geen vergunning nodig maar er moet wel worden voldaan aan bepaalde regels.

    • -

      Onder het organiseren van het kleine kansspel wordt verstaan het door een ten minste drie jaar bestaande Nederlandse vereniging, die krachtens zijn statuten een duidelijk omschreven doel - niet zijnde de beoefening van enigerlei vorm van kansspel - beoogt te dienen, ten bate van een genoemd, niet met het algemeen belang in strijd zijnd doel beleggen van een bijeenkomst, waar gelegenheid tot het deelnemen aan het kleine kansspel wordt gegeven, waarbij de prijzen of premies in geld of goederen, die door de deelnemers aan het spel kunnen worden verkregen, geen hogere waarde hebben dan € 400,00 per serie of set en de gezamenlijke waarde daarvan niet meer bedraagt dan € 1.550,00 per bijeenkomst.

    • -

      Het is verboden een bijeenkomst, waar gelegenheid tot het deelnemen aan het kleine kansspel wordt gegeven, te organiseren:

      • a.

        indien niet ten minste veertien dagen tevoren aan burgemeester en wethouders van de gemeente, waar de bijeenkomst zal plaatsvinden, op door hen aan te geven wijze of bij gebreke van dien bij aangetekend schrijven, mededeling is gedaan van de plaats waar en het tijdstip waarop de bijeenkomst wordt georganiseerd,

      • b.

        indien burgemeester en wethouders zodanige bijeenkomst hebben verboden.

13.3.2Loterij, kienspel/bingo organiseren

Voor het organiseren van een loterij is een vergunning nodig. Hiervoor zijn leges verschuldigd.

Voor het organiseren van een kienspel/bingo, vallend onder het kleine kansspel, is een schriftelijke mededeling nodig (ten minste veertien dagen van te voren). Hiervoor is geen leges verschuldigd.

13.3.3Regelgeving:

13.4 Flyeren, venten of straatartiest

Onder flyeren wordt verstaan het uitdelen van reclamefolders. Veelal op straat.

Onder venten wordt verstaan het verkopen van goederen of diensten van huis tot huis of op straat.

Voor het flyeren, venten of optreden als straatartiest of straatmuzikant is in de gemeente Weert geen vergunning of melding nodig. Wel wordt het op prijs gesteld als de gemeente hiervan van te voren in kennis is gesteld. Er mag géén standplaats worden ingenomen.

Er mag geen materiaal op straat achterblijven als zwerfvuil! Dat moet door de personen die flyeren, venten of optreden als straatartiest worden opgeruimd.

14. AFSPRAKEN OVER TOEZICHT EN HANDHAVING

De verantwoordelijkheid voor het naleven van de regels ligt in de eerste plaats bij de evenementenorganisatie, de (horeca)ondernemer of aanvrager van de vergunning. Het toezicht hierop ligt bij de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving. Door na het vaststellen van deze handleiding, bekendheid te geven aan onder andere de wijze van handhaving weet men wat er verwacht wordt. Hiermee wordt deels voorkomen dat de regels worden overtreden. Iedereen heeft daarmee duidelijkheid over de regels die voor hen gelden en de gelegenheid de eigen verantwoordelijkheid op te pakken. Als ondanks bovengenoemde inspanningen, toch nog de regels worden overtreden, dan is het toepassen van bestuursrechtelijke of strafrechtelijke instrumenten noodzakelijk.

14.1 Handhavingstaken

De gemeente voert in samenwerking met de politie handhaving uit om het nalevingsgedrag van de regels te verbeteren. In het handhavingsbeleid heeft de gemeenteraad al vastgesteld dat handhaving van regels die betrekking hebben op het uitgaan (zeer) grote prioriteit heeft. Het gaat dan om eindtijden evenementen, controle sluitingsuur horeca, vergunningvoorschriften, geluidsoverlast, wildplassen, drank/glas op straat, brandveiligheid, maar ook om illegale (strafbare) activiteiten die vanuit een horecapand of evenement kunnen plaatsvinden, zoals hennepteelt, drugshandel en witwassen. Dit betekent dat gemeente en politie “actief handhaven op deze onderdelen” en “op systematische en gestructureerde wijze” toezicht houden. Het toezicht op en de handhaving van evenementen en overig gebruik openbare ruimte is onderdeel van het jaarlijkse handhavingsuitvoeringsprogramma. Verantwoording over die handhaving vindt plaats via het handhavingsjaarverslag.

14.2 Preventie NIX 18

Voor de preventie NIX18 is een preventie en handhavingsplan opgesteld. Voor 2019 en 2020 is een uitvoeringsprogramma opgesteld. In 2021 zal dit worden geactualiseerd. Conform de Drank- en Horecawet zal preventie onderdeel worden van het gemeentelijke Gezondheidsplan. De handhaving zal opgenomen worden in het Handhavingsstappenplan.

14.3 Handhavingsstappenplan

Daarnaast heeft de gemeente een eenduidig handhavingsbeleid, waardoor snel en adequaat kan worden gereageerd op overtredingen. In het hiernavolgende schema is de procedure opgenomen voor de handhaving van de afspraken met betrekking tot evenementen, horeca en overig gebruik openbare ruimte. Hierbij dient op gemerkt te worden dat de handhaving conform het Handhavingsstappenplan wordt uitgevoerd waarbij enkel voor alcohol gerelateerde onderwerpen is voorzien in de sanctietabel. Na vaststelling van deze handleiding zal het handhavingsstappenplan worden geëvalueerd en de sanctietabel worden uitgebreid met de onderwerpen genoemd in dit document.

De handhavingsprocedure is dat bij een eerste overtreding een waarschuwing uitgaat. Bij een tweede overtreding gaat de gemeente direct over tot het voornemen en het opleggen van de sanctie. Bij meerdere overtredingen achter elkaar geldt elke overtreding als stap in het stappenplan. Het aantal overtredingen per activiteit (lees evenement, horecagelegenheid of activiteit) staat centraal in het handhavingsstappenplan.

Aanvullend wordt er onderscheid gemaakt in soort/aard van de overtreding:

  • Overtredingen in het kader van Veiligheid, bv. niet vrijhouden van calamiteitenroute, blokkeren toegangsdeuren etc.

  • Overtredingen in het kader van overlast, bv. overschrijding van de eindtijden, niet voldoen aan geluidnormen etc.

  • Overige overtredingen, bv te vroeg beginnen met opbouw, afval niet opruimen etc.

Een op te leggen sanctie kan zijn: een last onder dwangsom, bestuursdwang of het weigeren van een vergunning/ontheffing in de toekomst.

Een constatering van een overtreding blijft twee jaar meetellen. In bepaalde gevallen kan het voorkomen dat zowel het strafrechtelijke als het bestuursrechtelijke traject worden toegepast (naast elkaar). Voor sommige gevallen geeft de wet aan dat het bevoegd gezag een vergunning kan intrekken. Bijvoorbeeld als bij de aanvraag onjuiste gegevens zijn verstrekt, er niet meer voldaan wordt aan de vergunningvoorschriften of als er sprake is van verstoring van de openbare orde en veiligheid. Ondanks een eenduidig beleid neemt de gemeente de wegingsfactor proportionaliteit altijd in ogenschouw. Gemotiveerd afwijken van bovenstaande is in uitzonderlijke gevallen mogelijk.

14.4 Klachten en meldingen van burgers

Ook bij klachten van inwoners moeten de overtredingen worden beëindigd en/of worden voorkomen. Het moet dan wel om klachten gaan die structureel voorkomen met een

overlastpatroon. Bij evenementen kan wel gesteld worden dat dit geluidsoverlast is, zwerfvuil en hinder door komende en vertrekkende bezoekers. De andere overtredingen mogen vanzelfsprekend ook niet voorkomen, maar de risico’s voor de veiligheid van de bezoeker of voor de openbare orde zijn geringer en de burger ondervindt hierbij niet direct hinder.

foto

Figuur 6: Handhavingsprocedure bij overtredingen, gemeente Weert.

Figuur 7. Taken handhaving en welke organisatie die taken uitvoert, gemeente Weert.

Taken toezicht en handhaving

Wie voert uit?

Drank- en horecawet

Gemeente en politie; zij kunnen onmiddellijk optreden na geconstateerde overtreding

Alcohol- en drugsbeleid jongeren

Op het gebied van alcohol- en drugspreventie onder jongeren gaat het om activiteiten die voorkomen dat jongeren (te veel) drugs en alcohol gaan gebruiken. In het Preventie- en Handhavingsplan wordt actief verbinding gelegd tussen preventieve maatregelen, regelgeving en handhaving, publiek draagvlak en vroeg signalering. Het probleem wordt zowel vanuit gezondheid als veiligheid benaderd. De gemeente die als gevolg van de Drank- en Horecawet belast is met het toezicht op de naleving van deze wet controleert samen met de politie ook op het schenken van alcohol aan jeugd.

Drank- en horecawet (controleren en rapporteren)

Gemeente (en politie); controle op de afspraken met horecabedrijven (incl. paracommerciële vergunninghouders), eventueel met ondersteuning van politie en/of brandweer;

Naar aanleiding van een rapportage van een gemeentelijke BOA of de politie kan de gemeente sancties opleggen conform het vastgestelde handhavingsstappenplan.

APV in kader van horeca

(sluitingstijden en terrasvoorschriften)

Gemeente en politie; controle sluitingstijden.

APV in kader van overlast uitgaanspubliek (wildplassen, drank/glas op straat, hinderlijk gedrag)

Gemeente en politie; controle op overtredingen en hinderlijk gedrag.

Milieuwetgeving en APV (geluidsoverlast)

Gemeente (afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving) en politie en Sinvest; toezicht en handhaving door afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving en politie; geluidmetingen door afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving.

APV in het kader van evenementen, horeca en overig gebruik,

(o.a. openingstijden en terrasvoorschriften)

Gemeente (afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving), Politie, Brandweer, GGD, NVWA.

APV in kader van overlast uitgaanspubliek (wildplassen, drank/glas op straat, hinderlijk gedrag)

Gemeente en politie; controle op overtredingen en hinderlijk gedrag.

Milieuwetgeving en APV (geluids- en stankoverlast)

Gemeente (RUD, afdeling Milieu- en Bouwzaken) verricht preventief bij bedrijven of evenementen geluidsmetingen en doet dat ook naar aanleiding van klachten.

Gebruiksvergunning (brandveiligheid)

Brandweer; controle op inrichtingseisen en brandveiligheidseisen.

Integrale controles organisaties

Regelmatig controleert een integraal team (gemeente, politie, brandweer) horecabedrijven; dit gebeurt ook bij bedrijven met een verhoogd risico (denk aan controles voorafgaande aan carnaval).

14.5 Klachtenregistratie en /afhandeling

In de huidige situatie komen klachten nog verspreid binnen en wordt geregistreerd wat de bron is van de klacht. Registratie is van belang om zowel tijdens de overlast als achteraf de klacht goed af te kunnen handelen. Klachtenregistratie is een belangrijke informatiebron voor het monitoren en evalueren van het beleid. Om een goede klachtenafhandeling mogelijk te maken is registratie van de klachten nodig. Hierin moet opgenomen zijn welke vragen gesteld moeten worden aan de indiener van de klacht, wie geïnformeerd moet worden, wie actie moet ondernemen, hoe de verslaglegging van de klacht eruit moet zien, hoe de terugkoppeling met de klager verloopt etc. Op dit moment is er geen noodzaak een uitgebreid klachtensysteem op te starten omdat het aantal klachten niet opweegt tegenover de investering welke voor een klachtenregistratiesysteem nodig is.

Ondertekening

15. BIJLAGE 1: AFWEGINGSKADER

Als aanvragen voor evenementen samenvallen of concurreren, wordt er ten behoeve van de evenementenkalender een keuze gemaakt op basis van criteria. De hieronder genoemde criteria worden in volgorde van prioritering stapsgewijs genoemd.

15.1Definities:

Samenlopende aanvragen: aanvragen voor evenementenvergunningen die geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op dezelfde locatie, datum en/of tijd.

Concurrerende aanvragen: aanvragen voor evenementenvergunningen, die elkaar op zodanige wijze (negatief) beïnvloeden, dat de betreffende evenementen niet tegelijkertijd op dezelfde locatie of in elkaars nabijheid kunnen worden gehouden.

15.2Stappen:

1. Toets aan de bepalingen opgenomen in de APV

De ambtelijke organisatie toetst de aanvraag op de bepalingen uit de APV die gelden voor evenementen.

2. Samenwerken

De aanvragers van de evenementen worden door de burgemeester verzocht om te kijken of er samengewerkt, geschoven of anderszins een oplossing kan worden gevonden.

Zo spoedig mogelijk dienen partijen schriftelijk bij de gemeente aan te geven of samenwerken mogelijk is en zo ja, op welke wijze. De ingediende aanvragen dienen vervolgens te worden ingetrokken en vervangen door één gezamenlijke aanvraag, tenzij één van de aanvragen waarvoor een vergunning wordt gevraagd, aangepast wordt.

Indien samenwerken niet mogelijk blijkt te zijn, wordt voor wat betreft de keuze tussen de concurrerende aanvragen verder gegaan met het volgende toetsingscriterium.

3. Risicoklasse evenement

  • a.

    Evenementen in risicoklasse C krijgen voorrang op die in risicoklasse B.

  • b.

    Evenementen in risicoklasse B krijgen voorrang op die in risicoklasse A.

  • c.

    Evenementen in risicoklasse A krijgen voorrang op 0- evenementen/kennisgevingsevenementen

4. Afweging thema en totaalprogramma van activiteiten op gevraagde dag/dagen in relatie tot evenementenkalender.

Evenementen die passen binnen een thema dat op de jaarlijkse evenementenkalender terugkomt, zoals kermis, carnaval, jaarmarkt, krijgen voorrang op andere evenementen.

Vaak zijn dat typische evenementen welke een couleur locale hebben: evenementen die door Weerter organisaties worden georganiseerd en die teruggaan op een bepaalde Weerter traditie en identiteit.

5. Ervaringen uit het verleden met evenementen georganiseerd door de aanvragers.

Het gaat hier om ervaringen met door de aanvragers georganiseerde evenementen. Hoe is in het verleden het traject van vergunningverlening verlopen, hoe zijn de evenementen verlopen, hoe zijn de evenementen geëvalueerd, zijn er – en zo ja hoeveel – overtredingen geconstateerd, zijn klachten uit de omgeving ontvangen, etc. Het betreft hier ervaringen tot een periode van maximaal 3 jaar.

6. Economisch rendement (optioneel)

Daar waar een aanvrager een (grotere) bijdrage levert aan het economisch klimaat van de stad kan dat worden meegewogen.


Noot
1

In de factsheet Lachgas van het Trimbos instituut wordt een beknopt overzicht gegeven van wat er aan praktische kennis voorhanden is over lachgas. De factsheet is bedoeld voor horecaondernemers, organisatoren en gemeenten.

Noot
2

Gelet op de besluitvorming m.b.t. het stadspark worden de regels hierop aangepast.

Noot
3

In de factsheet Lachgas van het Trimbos instituut wordt een beknopt overzicht gegeven van wat er aan praktische kennis voorhanden is over lachgas. De factsheet is bedoeld voor horecaondernemers, organisatoren en gemeenten. Daarom geld in de gemeente Weert dat het verboden is lachgas te gebruiken in geval dit de openbare orde of veiligheid in gevaar brengt. Voorts is het verboden lachgas te verkopen of te gebruiken op evenementen in verband met het voorschrift daarover in de evenementenvergunning.