Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Maasgouw houdende regels omtrent de heffing en invordering van afvalstoffenheffing (Verordening afvalstoffenheffing Maasgouw 2021)

Geldend van 25-12-2020 t/m heden

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Maasgouw houdende regels omtrent de heffing en invordering van afvalstoffenheffing (Verordening afvalstoffenheffing Maasgouw 2021)

De raad van de gemeente Maasgouw,

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;

gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

B E S L U I T :

vast te stellen de “Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing Maasgouw 2021”

(Verordening afvalstoffenheffing Maasgouw 2021).

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    minicontainer : een door of namens het college van burgemeester en wethouders ter beschikking gestelde voorziening ten behoeve van de opslag van afvalstoffen niet zijnde gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1 eerste lid van de Wet milieubeheer, met een inhoud van 240 liter of minder;

  • 2.

    verzamelcontainer: een door of namens het college van burgemeester en wethouders ter beschikking gestelde voorziening bij o.a. hoogbouw, appartementen en seniorenhofjes ten behoeve van de opslag van afvalstoffen niet zijnde gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1 eerste lid van de Wet milieubeheer, met een inhoud van 500 liter of meer;

  • 3.

    gft-afval: groente-, fruit- en tuinafval;

  • 4.

    restafval: huishoudelijke afvalstoffen niet zijnde gft-afval;

  • 5.

    gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1. Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1. De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in hoofdstuk 1 en 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2. Voor de berekening van de belasting bedoeld in onderdeel 1.4 van de tarieventabel wordt uitgegaan van het aantal malen dat een minicontainer, onderverdeeld naar de verschillende volumina en afvalfracties ter lediging wordt aangeboden en daarbij door de op het inzamelvoertuig aangebrachte registratieapparatuur wordt geregistreerd.

  • 3. Indien tijdens enige inzamelbeurt door een calamiteit of door een technische storing de minicontainerherkenningsapparatuur of de minicontainerregistratieapparatuur op het inzamelvoertuig of de middelen waarmee de gegevens van de geledigde minicontainers worden opgeslagen niet naar behoren functioneren, wordt overgeschakeld op handmatige registratie van aangeboden en geledigde minicontainers aan de hand van de op de minicontainers aangebrachte visuele herkenningsmiddelen.

Artikel 5 Belastingjaar

Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6 Wijze van heffing

  • 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel wordt bij wege van aanslag geheven.

  • 2. De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1. De belasting bedoeld in de onderdelen 1.1 tot en met 1.3 en 1.5 van de tarieventabel, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de in het eerste lid bedoelde belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de in het eerste lid bedoelde belasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.

  • 5. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt wordt het in hoofdstuk 1, onderdeel 1.4, van de tarieventabel genoemde aantal ledigingen bepaald op zoveel twaalfde gedeelten van dit aantal als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 6. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt wordt het in hoofdstuk 1, onderdeel 1.4, van de tarieventabel genoemde aantal ledigingen bepaald op zoveel twaalfde gedeelten van dit aantal als er in dat jaar, voor het einde van de belastingplicht, volle kalendermaanden zijn verstreken.

  • 7. De krachtens het vijfde en zesde lid herleide aantallen worden naar beneden afgerond op hele aantallen.

  • 8. De belasting bedoeld in onderdeel 1.4 en hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van bezittingen, werken of inrichtingen.

  • 9. In afwijking in zoverre van het eerste lid, is de belasting bedoeld in onderdeel 1.5 van de tarieventabel verschuldigd op het moment van het ter beschikking stellen van de extra container, indien deze in de loop van het belastingjaar ter beschikking wordt gesteld. De in het tweede en derde lid bedoelde heffing naar tijdsgelang is van overeenkomstige toepassing.

  • 10. Bij omwisseling van een minicontainer als bedoeld in hoofdstuk 2, onderdeel 2.1, van de tarieventabel vinden met betrekking tot de belasting bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.3, het tweede en derde lid overeenkomstige toepassing. Het in hoofdstuk 1, onderdeel 1.4 , van de tarieventabel genoemde aantal ledigingen wordt per minicontainer herberekend naar tijdsgelang, waarbij het vijfde en zesde lid van overeenkomstige toepassing zijn.

Artikel 8 Minimum aanslag

  • 1. Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd.

  • 2. Voor de toepassing van het vorig lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 9 Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later.

  • 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogte tien bedraagt.

  • 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW).

  • 4. Indien de belasting wordt geheven door middel van een mondelinge of gedagtekende schriftelijke kennisgeving moet de belasting, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, worden betaald:

    • a.

      ingeval van uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van de uitreiking;

    • b.

      ingeval van toezending van de kennisgeving: binnen 1 maand na de dagtekening.

  • 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 10 Overgangsrecht

De “Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing Maasgouw 2020” van 17 december 2019, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 11 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

Artikel 12 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening afvalstoffenheffing Maasgouw 2021”.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Maasgouw,

d.d. 15 december 2020.

De raad voornoemd;

De griffier

G.H. Bakkes

De voorzitter

S.H.M. Strous

Bijlage 1 Tarieventabel behorende bij het raadsbesluit tot vaststelling van de “Verordening afvalstoffenheffing Maasgouw 2021” d.d. 15 december 2020.

Hoofdstuk 1 Maatstaf en tarief afvalstoffenheffing

  • 1.1

    De belasting per perceel per belastingjaar bedraagt € 168,84.

  • 1.2

    In afwijking van het bepaalde in onderdeel 1.1 bedraagt de belasting per perceel dat is aangewezen voor het gebruik van verzamelcontainers per belastingjaar € 173,16.

  • 1.3

    De belasting genoemd in onder onderdeel 1.1 wordt afhankelijk van het minicontainervolume per perceel en per soort afval vermeerderd volgens onderstaande systematiek:

    Volume in liters

    gft-afval in euro’s

    Restafval in euro’s

    240

    n.v.t.

    75,24

    140

    16,32

    37,68

    80

    6,48

    15,12

    60

    3,24

    7,56

  • 1.4

    Onverminderd het bepaalde in de onderdelen 1.1 en 1.3 bedraagt de belasting per lediging, indien het aantal ledigingen voor restafval uitstijgt boven 14 maal per belastingjaar dan wel het aantal maal dat conform artikel 7, vijfde en zesde lid, van de verordening is bepaald:

    Volume in liters

    restafval in euro’s

    240

    6,96

    140

    5,28

    80

    4,32

    60

    3,96

    40

    3,60

    tenzij sprake is van een aantoonbare medische indicatie.

  • 1.5

    Sinds 1 januari 2016 is het niet meer mogelijk om een extra minicontainer 240 liter restafval te ontvangen, tenzij belastingplichtige aantoont dat de noodzaak van het gebruik van de extra minicontainer het gevolg is van een medische indicatie. In dat geval wordt de extra minicontainer voor het restafval kosteloos verstrekt.

Hoofdstuk 2 Overige tarieven afvalstoffenheffing

  • 2.1

    Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het omwisselen van een minicontainer € 35 indien de minicontainer meer dan één keer per belastingjaar wordt omgewisseld.

  • 2.2

    Voor de levering van een extra GFT minicontainer bedraagt het tarief eveneens € 35.

  • 2.3

    Vanaf 1 januari 2020 bestaat de mogelijkheid om een extra GFT minicontainer (140 liter) te ontvangen. Voorwaarde is wel dat de aanvrager al beschikt over een 140 liter GFT minicontainer. Het tarief voor deze extra container bedraagt € 22,92 per jaar.

  • 2.4

    Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het achterlaten van afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats, ingeval gebruik wordt gemaakt van de milieustraat Roggel, Montfort dan wel Maasbracht:

    • -

      Puin afval per 0,5 m3 € 7,50

    • -

      Overig afval per 0,25 m3 € 7,50

    • -

      Overig afval per 0,5 m3 € 15,00

    • -

      Autobanden met velg per stuk (uitgezonderd overige bandensoorten) € 2,50

Behoort bij raadsbesluit van 15 december 2020.

MIJ BEKEND

De griffier van Maasgouw,

G.H. Bakkes