Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda houdende regels omtrent fysieke leefomgeving (Regeling fysieke leefomgeving Gouda)

Geldend van 01-01-2021 t/m heden

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda houdende regels omtrent fysieke leefomgeving (Regeling fysieke leefomgeving Gouda)

Het college van burgemeester en wethouders van Gouda;

gelezen het voorstel van 15 december 2020;

gelet op de artikelen 3.25, derde lid, 3.42, vijfde lid, en 5.1 van de Verordening fysieke leefomgeving Gouda;

besluit tot:

Het vaststellen van de Regeling fysieke leefomgeving Gouda.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Bestuur: regiobestuur, afdeling Gouda van de Centrale vereniging voor de ambulante handel;

Banner: vlag of ander stuk stof dat een symbool, logo of andere boodschap toont, veelal op een losse voet op straat geplaatst;

Binnen de singels: centrum van Gouda omsloten door de Kattensingel, Turfsingel, Hollandse IJssel, Fluwelensingel en Blekerssingel;

Branche-indeling: indeling in hoofdbranches en sub-branches met het vastgesteld aantal af te geven omgevingsvergunningen voor vaste markt- of dagstandplaatsen per marktdag.

Branchepatroon: aanwijzing per markt van de door het college vastgestelde hoofdbranches en sub-branches met inbegrip van het aantal verkoopplaatsen per soort of assortiment.

Hekwerk of ander afscheidingsmateriaal: afscheiding van een plaats of terrein waarop een bouw-, onderhouds- of sloopactiviteit of een tijdelijke werkzaamheid in de grond-, weg- of waterbouw plaatsvindt;.

Hoogwerker: standwerker welke zijn verkoop pleegt te doen vanaf een verhoogd platform.

Kernwinkelgebied: gebied waarbinnen de volgende straten zijn gelegen: Kleiweg, Kleiwegstraat, Agnietenstraat, Nieuwstraat, Nieuwe Markt, Sint Anthoniestraat, Achter de Waag, Zeugstraat, Hoogstraat, Markt, Wijdstraat, Korte Tiendeweg, Lange Tiendeweg, Stoofsteeg, Korte Groenendaal en Lange Groenendaal, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 9 van deze regeling;

Locatie: gebied van maximaal 100 x 100 meter;

Meeloper: gegadigde voor een vaste marktstandplaats.

Seizoenstandplaats: standplaats die voor commerciële doeleinden en voor maximaal 12 aaneengesloten weken een of meerdere dagen per week op dezelfde plaats wordt ingenomen;

Standplaatshouder: marktvergunninghouder met een vaste of tijdelijke standplaats.

Steiger: tijdelijke constructie opgebouwd uit steigerpijpen om het mogelijk te maken om te bouwen of onderhoud te plegen op hoge plaatsen waar men niet gemakkelijk bij kan, al dan niet voor het tijdelijk stutten van bouwwerken, en waar uitzetsteunen, (driehoeks)stabilisatoren of andere extensies ten behoeve van een steiger integraal onderdeel van uitmaken;

Tijdelijke standplaats: standplaats die voor maximaal 5 aaneengesloten dagen wordt ingenomen;.

Trottoir of stoep: verhard en door afscheiding voor weggebruikers duidelijk herkenbaar deel van de openbare weg, al dan niet verhoogd aangelegd ten opzichte van de rijbaan, in het bijzonder ingericht voor het verkeer van voetgangers;

Uitstalling: een of meer voorwerpen die direct voor de gevel van een pand op straat worden geplaatst, met als doel om de aandacht te vestigen op de winkel of onderneming die in dat pand gevestigd is, met uitzondering van een uithangbord of reclame-uiting die onlosmakelijk met het pand is verbonden;

Vaste marktstandplaats: standplaats die voor commerciële doeleinden en voor een periode langer dan 12 aaneengesloten weken op dezelfde plaats en op regelmatige en gezette tijden wordt ingenomen;

VFLO: Verordening fysieke leefomgeving Gouda;

Winkel: winkel als bedoeld in de Winkeltijdenwet of een dienstverlenend bedrijf, zoals een reisbureau of afhaalzaak, met uitzondering van horeca-inrichtingen;

Zwemmer: standwerker welke zijn waren rondom zich uitstalt op een verlaagd platform en een ander artikel tracht te verkopen aan het publiek.

Hoofdstuk 2 Omgevingsvergunningsvrij gebruik openbare plaats

Artikel 2.1 Bouwborden

Bouwborden mogen omgevingsvergunningsvrij worden geplaatst wanneer:

  • a.

    het bouwbord redelijkerwijs niet anders dan op een openbare plaats kan worden geplaatst (er is geen redelijk alternatief);

  • b.

    het bouwbord wordt geplaatst op – of in de directe nabijheid van – het terrein waarop de bouw-, onderhouds- of sloopactiviteit of de tijdelijke werkzaamheid in de grond-, weg- of waterbouw wordt uitgevoerd;

  • c.

    bij de plaatsing wordt voldaan aan de beoordelingsgronden bedoeld in artikel 3.26 van de VFLO;

  • d.

    de plaatsing is niet in strijd met enige andere bepaling in de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020 of de VFLO;

  • e.

    het bouwbord is geplaatst tijdens de periode dat de desbetreffende activiteit of werkzaamheid plaatsvindt;

  • f.

    het bouwbord constructief veilig is, zodat voldoende weerstand kan worden geboden tegen belastingen vergelijkbaar met de belastingen zoals deze zijn geformuleerd in het Bouwbesluit;

  • g.

    het bouwbord geen onevenredige overlast oplevert voor gebruikers van in de nabijheid gelegen onroerende zaken;

  • h.

    de plaatsing van het bouwbord plaatsvindt in overeenstemming met artikel 5 van de Wegenverkeerswet, hetgeen inhoudt dat het verboden is om door plaatsing van het bouwbord gevaar of hinder te veroorzaken voor het verkeer op de weg en dat het niet is toegestaan om het te bouwbord op een locatie te plaatsen waar het vrije uitzicht van het wegverkeer wordt belemmerd.

  • i.

    het bouwbord niet wordt verlicht en geen bewegende en/of verlichte informatie bevat, en

  • j.

    het gaat om maximaal één bouwbord, met een maximale oppervlakte van 12 m2, per activiteit of werkzaamheid.

Artikel 2.2 Te koop/te huur-borden

Te koop/ te huurborden mogen omgevingsvergunningsvrij worden geplaatst wanneer:

  • a.

    het te koop/te huur-bord redelijkerwijs niet anders dan op een openbare plaats kan worden geplaatst (er is geen redelijk alternatief);

  • b.

    het te koop/te huur-bord wordt geplaatst op – of in de directe nabijheid van – het perceel/object waarop het bord betrekking heeft;

  • c.

    bij de plaatsing wordt voldaan aan de beoordelingsgronden als bedoeld in artikel 3.26 van de VFLO;

  • d.

    de plaatsing is niet in strijd met enige andere bepaling in de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020 of de VFLO;

  • e.

    het te koop/te huur-bord geplaatst worden tijdens de periode dat het desbetreffende object daadwerkelijk te koop/te huur staat;

  • f.

    het te koop/te huur-bord constructief veilig is, zodat voldoende weerstand kan worden geboden tegen belastingen vergelijkbaar met de belastingen zoals deze geformuleerd zijn in het Bouwbesluit;

  • g.

    het te koop/te huur-bord geen onevenredige overlast oplevert voor gebruikers van in de nabijheid gelegen onroerende zaken;

  • h.

    de plaatsing van het te koop/te huur-bord plaatsvindt in overeenstemming met artikel 5 van de Wegenverkeerswet, hetgeen inhoudt dat het verboden is om door plaatsing van het te koop/te huur-bord gevaar of hinder te veroorzaken voor het verkeer op de weg en dat het niet is toegestaan om het te koop/te huur-bord op een locatie te plaatsen waar het vrije uitzicht van het wegverkeer wordt belemmerd;

  • i.

    het te koop/te huur-bord geen bewegende en/of verlichte informatie bevat, en

  • j.

    het gaat om maximaal één te koop/te huur-bord per perceel geplaatst worden, met een maximale oppervlakte van 12 m2.

Artikel 2.3 Bouwketen

Een bouwkeet mag omgevingsvergunningsvrij worden geplaatst wanneer:

  • a.

    de bouwkeer redelijkerwijs niet anders dan op een openbare plaats kan worden geplaatst (er is geen redelijk alternatief);

  • b.

    de bouwkeet noodzakelijk/functioneel is voor een bouw-, onderhouds- of sloopactiviteit, of voor een tijdelijke werkzaamheid in de grond-, weg- of waterbouw;

  • c.

    bij de plaatsing niet wordt voldaan aan de beoordelingsgronden als bedoeld in artikel 3.26 van de VFLO;

  • d.

    de plaatsing is niet in strijd met enige andere bepaling in de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020 of de VFLO;

  • e.

    de plaatsing, in gebieden waar parkeergelegenheid aantoonbaar schaars is, niet ten koste gaat van openbare parkeergelegenheid;

  • f.

    de opdrachtgever of uitvoerder minimaal twee weken voor de plaatsing van de bouwkeet het college schriftelijk in kennis stelt van de voorgenomen plaatsing;

  • g.

    de bouwkeet is voorzien van de naam en het telefoonnummer van de eigenaar/verhuurder en/of van de uitvoerder van de activiteit of werkzaamheid;

  • h.

    de bouwkeet, voor zover geen mobiele schaftkeet zijnde, wordt geplaatst op rubberen rijplaten of ander beschermend materiaal (ter voorkoming van beschadiging van de ondergrond);

  • i.

    de plaatsing van de bouwkeet de bereikbaarheid van de nabije omgeving, of de doorgaande weg, door politie-, brandweer- en ambulancediensten niet belemmert;

  • j.

    de bouwkeet niet wordt geplaatst op (afvoer- en riool)putten, deksels van ondergrondse brandkranen en riolen en afsluiters. Rond brandkranen moet een straal van minimaal twee meter vrij zijn,;

  • k.

    in- en (nood)uitgangen van woningen, bedrijfspanden en dergelijke moeten bruikbaar en toegankelijk blijven;

  • l.

    de plaatsing van de bouwkeet plaatsvindt in overeenstemming met artikel 5 Wegenverkeerswet, hetgeen inhoudt dat het verboden is om door plaatsing van de bouwkeet gevaar of hinder te veroorzaken voor het verkeer op de weg enen dat het niet is toegestaan om de bouwkeet op een locatie te plaatsen waar het vrije uitzicht van het wegverkeer wordt belemmerd, en

  • m.

    de bouwkeet op minimaal twee meter afstand van de gevel van nabijgelegen gebouwen wordt geplaatst in verband met mogelijk brandgevaar.

Artikel 2.4 Verplaatsbare toileteenheden

Een verplaatsbare toileteenheid mag omgevingsvergunningsvrij worden geplaatst wanneer:

  • a.

    de verplaatsbare toileteenheid redelijkerwijs niet anders dan op een openbare plaats kan worden geplaatst (er is geen redelijk alternatief);

  • b.

    de verplaatsbare toileteenheid noodzakelijk/functioneel is voor een bouw-, onderhouds- of sloopactiviteit, of voor een tijdelijke werkzaamheid in de grond-, weg- of waterbouw;

  • c.

    bij de plaatsing wordt voldaan aan de beoordelingsgronden als bedoeld in artikel 3.26 van de VFLO;

  • d.

    de plaatsing is niet in strijd zijn met enige andere bepaling in de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020 of de VFLO;

  • e.

    de plaatsing, in gebieden waar parkeergelegenheid aantoonbaar schaars is, niet ten koste gaat van openbare parkeergelegenheid;

  • f.

    de verplaatsbare toileteenheid is voorzien van de naam en het telefoonnummer van de eigenaar/verhuurder en/of van de uitvoerder van de activiteit of werkzaamheid;

  • g.

    de plaatsing van de verplaatsbare toileteenheid de bereikbaarheid van de nabije omgeving, of de doorgaande weg, door politie-, brandweer- en ambulancediensten niet belemmert;

  • h.

    de verplaatsbare toileteenheid niet wordt geplaatst op (afvoer- en riool)putten, deksels van ondergrondse brandkranen en riolen en afsluiters; rond brandkranen moet een straal van minimaal twee meter vrij zijn;

  • i.

    in- en (nood)uitgangen van woningen, bedrijfspanden en dergelijke moeten bruikbaar en toegankelijk blijven;

  • j.

    de plaatsing van de verplaatsbare toileteenheid plaatsvindt in overeenstemming met artikel 5 Wegenverkeerswet, hetgeen inhoudt dat het verboden is om door plaatsing van de toileteenheid gevaar of hinder te veroorzaken voor het verkeer op de weg en dat het niet is toegestaan om de toileteenheid op een locatie te plaatsen waar het vrije uitzicht van het wegverkeer wordt belemmerd, en

  • k.

    de verplaatsbare toileteenheid op minimaal twee meter afstand van de gevel van nabijgelegen gebouwen wordt geplaatst in verband met mogelijk brandgevaar.

Artikel 2.5 Heistellingen, hijskranen en andere hulpconstructies

Heistellingen, hijskranen en andere hulpconstructies mogen omgevingsvergunningsvrij worden geplaatst wanneer:

  • a.

    de heistelling en dergelijke redelijkerwijs niet anders dan op een openbare plaats kan worden geplaatst (er is geen redelijk alternatief);

  • b.

    de heistelling en dergelijke noodzakelijk/functioneel is voor een bouw-, onderhouds- of sloopactiviteit, of voor een tijdelijke werkzaamheid in de grond-, weg- of waterbouw, en

  • c.

    bij de plaatsing wordt voldaan aan de beoordelingsgronden als bedoeld in artikel 3.26 van de VFLO;

  • d.

    de plaatsing is niet in strijd zijn met enige andere bepaling in de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020 of de VFLO;

  • e.

    de plaatsing, in gebieden waar parkeergelegenheid aantoonbaar schaars is, niet ten koste gaat van openbare parkeergelegenheid;

  • f.

    de opdrachtgever of uitvoerder minimaal twee weken voor de plaatsing van de heistelling en dergelijke het college schriftelijk in kennis stelt van de voorgenomen plaatsing;

  • g.

    de heistelling en dergelijke is voorzien van de naam en het telefoonnummer van de eigenaar/verhuurder en/of van de uitvoerder van de activiteit of werkzaamheid;

  • h.

    de heistelling en dergelijke wordt geplaatst op rubberen rijplaten of ander beschermend materiaal (ter voorkoming van beschadiging van de ondergrond);

  • i.

    de plaatsing van de heistelling en dergelijke de bereikbaarheid van de nabije omgeving, of de doorgaande weg, door politie-, brandweer- en ambulancediensten niet belemmert;

  • j.

    de heistelling en dergelijke niet worden geplaatst op (afvoer- en riool)putten, deksels van ondergrondse brandkranen en riolen en afsluiters; rond brandkranen moet een straal van minimaal twee meter vrij zijn,;

  • k.

    in- en (nood)uitgangen van woningen, bedrijfspanden en dergelijke moeten bruikbaar en toegankelijk blijven, en

  • l.

    de plaatsing van de heistelling en dergelijke plaatsvindt in overeenstemming met artikel 5 Wegenverkeerswet hetgeen inhoudt dat het verboden is om door plaatsing van de voorwerpen gevaar of hinder te veroorzaken voor het verkeer op de weg en dat het niet is toegestaan om de voorwerpen op een locatie te plaatsen waar het vrije uitzicht van het wegverkeer wordt belemmerd.

Artikel 2.6 Hekwerken en vergelijkbaar afscheidingsmateriaal

Hekwerken en vergelijkbaar afscheidingsmateriaal mogen omgevingsvergunningsvrij worden geplaatst wanneer:

  • a.

    het hekwerk redelijkerwijs niet anders dan op een openbare plaats kan worden geplaatst (er is geen redelijk alternatief);

  • b.

    het hekwerk noodzakelijk/functioneel is voor een bouw-, onderhouds- of sloopactiviteit, of voor een tijdelijke werkzaamheid in de grond-, weg- of waterbouw;

  • c.

    bij de plaatsing wordt voldaan aan de beoordelingsgronden als bedoeld in artikel 3.26 van de VFLO;

  • d.

    de plaatsing is niet in strijd met enige andere bepaling in de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020 of de VFLO;

  • e.

    de plaatsing, in gebieden waar parkeergelegenheid aantoonbaar schaars is, niet ten koste gaat van openbare parkeergelegenheid;

  • f.

    de opdrachtgever of uitvoerder minimaal twee weken voor de plaatsing van het hekwerk het college schriftelijk in kennis stelt van de voorgenomen plaatsing;

  • g.

    het hekwerk constructief veilig is, zodat voldoende weerstand kan worden geboden tegen belastingen vergelijkbaar met de belastingen zoals deze zijn geformuleerd in het Bouwbesluit, en

  • h.

    het hekwerk is voorzien van de naam en het telefoonnummer van de eigenaar/verhuurder en/of van de uitvoerder van de activiteit of werkzaamheid;

  • i.

    de plaatsing van het hekwerk de bereikbaarheid van de nabije omgeving, of de doorgaande weg, door politie-, brandweer- en ambulancediensten niet belemmert;

  • j.

    de plaatsing van het hekwerk plaatsvindt in overeenstemming met artikel 5 Wegenverkeerswet, hetgeen inhoudt dat het verboden is om door plaatsing van het hekwerk gevaar of hinder te veroorzaken voor het verkeer op de weg en dat het niet is toegestaan om het hekwerk op een locatie te plaatsen waar het vrije uitzicht van het wegverkeer wordt belemmerd, en

  • k.

    bij de plaatsing van het hekwerk op het trottoir minimaal 1 meter vrij is ten behoeve van het voetgangersverkeer.

Artikel 2.7 Vlaggen, wimpels en vlaggenstokken

Vlaggen, wimpels en vlaggenstokken mogen omgevingsvergunningsvrij worden geplaatst zolang ze geen gevaar of hinder opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt.

Artikel 2.8 Zonneschermen

Zonneschermen mogen omgevingsvergunningsvrij worden geplaatst boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg zolang ze geen gevaar of hinder opleveren voor personen en voor de bereikbaarheid voor hulpdiensten. Dit houdt in ieder geval in dat een zonnescherm:

  • a.

    ten minste 2.20 meter boven de weg hangt;

  • b.

    een maximale uitval van 3 meter heeft, en

  • c.

    maximaal 20% van de breedte van de weg beslaat.

Artikel 2.9 Voorwerpen of stoffen op de rijweg

Voorwerpen of stoffen mogen omgevingsvergunningsvrij op de rijweg worden geplaatst in verband met laden of lossen:

  • a.

    zolang het gebruik op deze wijze van de weg noodzakelijk is (er is geen redelijk alternatief) en

  • b.

    de voorwerpen of stoffen onmiddellijk worden verwijderd.

Artikel 2.10 Zand, aarde en grint

Zand, aarde en grint mag omgevingsvergunningsvrij worden geplaatst wanneer:

  • a.

    de plaatsing niet langer duurt dan 5 opeenvolgende dagen;

  • b.

    er geen zand, aarde of grint wordt geplaatst op de rijweg, fietspaden of in het openbaar groen;

  • c.

    bij de plaatsing op het trottoir minimaal 1 meter vrij is ten behoeve van het voetgangersverkeer;

  • d.

    het zand, de aarde of het grint niet worden geplaatst op (afvoer- en riool)putten, deksels van ondergrondse brandkranen en riolen en afsluiters; rond brandkranen moet een straal van minimaal twee meter vrij zijn, en

  • e.

    in- en (nood)uitgangen van woningen, bedrijfspanden en dergelijke bruikbaar en toegankelijk blijven.

Artikel 2.11 Afval-, opslag- en vuilcontainers

Afval-, opslag- en vuilcontainers mogen omgevingsvergunningsvrij worden geplaatst wanneer:

  • a.

    de plaatsing niet langer duurt dan 5 opeenvolgende dagen en na afloop van de plaatsing gedurende twee weken van deze mogelijkheid géén gebruik wordt gemaakt

  • b.

    de plaatsing gebeurt op een parkeerplaats;

  • c.

    de opdrachtgever dient twee weken voor de plaatsing het college in kennis te stellen met een door de het college vastgesteld meldingsformulier;

  • d.

    een container is voorzien van de naam en telefoonnummer van de eigenaar en/of verhuurder, en

  • e.

    een container wordt geplaatst op rubberen rijplaten of ander beschermend materiaal (ter voorkoming van beschadiging van de ondergrond);

  • f.

    een container niet groter is dan 2,5 x 4 meter (maximale afmetingen);

  • g.

    de plaatsing van een container de bereikbaarheid van de nabije omgeving, of de doorgaande weg, door politie-, brandweer- en ambulancediensten niet belemmert;

  • h.

    de plaatsing van een container plaatsvindt in overeenstemming met artikel 5 Wegenverkeerswet, hetgeen inhoudt dat het verboden is om door plaatsing van een container gevaar of hinder te veroorzaken voor het verkeer op de weg en dat het niet is toegestaan om een container op een locatie te plaatsen waar het vrije uitzicht van het wegverkeer wordt belemmerd, en

  • i.

    een container op minimaal 2 meter afstand van de gevel van nabijgelegen gebouwen wordt geplaatst in verband met mogelijk brandgevaar.

Artikel 2.12 Steigers

Steigers mogen omgevingsvergunningsvrij worden geplaatst wanneer:

  • a.

    de plaatsing niet langer duurt dan 14 opeenvolgende dagen;

  • b.

    een steiger niet wordt geplaatst op de rijweg, fietspaden of in het openbaar groen;

  • c.

    bij de plaatsing van een steiger op het trottoir minimaal 1 meter vrij is ten behoeve van het voetgangersverkeer;

  • d.

    een steiger niet wordt geplaatst op (afvoer- en riool)putten, deksels van ondergrondse brandkranen en riolen en afsluiters. Rond brandkranen moet een straal van minimaal twee meter vrij zijn;

  • e.

    in- en (nood)uitgangen van woningen, bedrijfspanden en dergelijke moeten bruikbaar en toegankelijk blijven;

  • f.

    een steiger aan de gevel is vastgemaakt, er geen uitzetsteunen worden gebruikt (minimaal 1 meter van het trottoir moet vrij blijven),;

  • g.

    een steiger wordt geplaatst op rubberen rijplaten of ander beschermend materiaal (ter voorkoming van beschadiging van de ondergrond);

  • h.

    de plaatsing van een steiger de bereikbaarheid van de nabije omgeving, of de doorgaande weg, door politie-, brandweer- en ambulancediensten niet belemmert;

  • i.

    de plaatsing van een steiger plaatsvindt in overeenstemming met artikel 5 Wegenverkeerswet, hetgeen inhoudt dat het verboden is om door plaatsing van een steiger gevaar of hinder te veroorzaken voor het verkeer op de weg en dat het niet is toegestaan om een steiger op een locatie te plaatsen waar het vrije uitzicht van het wegverkeer wordt belemmerd.

Hoofdstuk 3 Uitstallingen

Artikel 3.1

Uitstallingen die bij winkels worden geplaatst die in het kernwinkelgebied zijn gevestigd mogen omgevingsvergunningsvrij worden geplaatst wanneer zij voldoen aan de artikelen 3.2 en 3.3.

Artikel 3.2 Afmetingen van uitstallingen
  • 1. De breedte van een uitstalling bedraagt maximaal de breedte van de gevel van de winkel waartoe de uitstalling behoort. Er worden geen uitstallingen voor deuren van woningen geplaatst.

  • 2. De diepte van een uitstalling bedraagt maximaal 1 meter, gemeten vanaf de gevel.

  • 3. De hoogte van een eventuele banner bedraagt maximaal 1,80 meter.

  • 4. In afwijking van het tweede en derde lid geldt voor het plaatsen van uitstallingen bij winkels in de Korte Groenendaal, de Stoofsteeg en de Zeugstraat, dat de diepte van de uitstalling maximaal 0,50 meter en de hoogte van de banner maximaal 1,50 meter bedraagt.

  • 5. Bij winkels is het toegestaan om beperkt zitgelegenheid te creëren door middel van een bankje. Het bankje overschrijdt de maximale breedte en diepte die in de straat is toegestaan niet.

  • 6. Voor een eventueel terras dient de ondernemer in het bezit te zijn van een exploitatievergunning om vervolgens een terrasvergunning aan te kunnen vragen.

Artikel 3.3 Plaatsing van de uitstallingen
  • 1. Het plaatsen en geplaatst houden van uitstallingen is slechts tijdens de openingstijden van de betreffende winkel toegestaan. Uitstallingen worden vóór sluitingstijd van de winkel van de openbare plaats verwijderd.

  • 2. De ondernemer draagt zorg voor reiniging van de openbare plaats, indien deze plaats is verontreinigd als gevolg van het plaatsen van uitstallingen.

  • 3. De uitstallingen leveren geen gevaar, schade of hinder op voor personen en goederen, voor de veiligheid van de weg of voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.

  • 4. De uitstallingen hinderen het cameratoezicht van de gemeente niet.

  • 5. De vrije doorgang in de straat is minimaal 3,50 meter breed op de rijbaan voor voetgangers, minder validen, mensen met een beperking, fietsers en gemotoriseerd verkeer. Uitstallingen zijn niet toegestaan, indien de breedte van de straat minder dan 3,50 meter bedraagt.

  • 6. Er worden geen uitstallingen geplaatst op blindegeleidelijnen.

  • 7. Uitstallingen worden niet geplaatst binnen een afstand van 1 meter vanaf een brandkraan.

  • 8. De uitstalling is bedoeld om de aandacht te vestigen op de etalage van de winkel en mag geen dichte wand worden die het zicht op de nabijgelegen winkel afsluit.

  • 9. Uitstallingen worden op eerste aanzegging van het college of de door het bevoegd gezag ingestelde toezichthouder van de openbare plaats verwijderd, indien dit met het oog op de openbare orde en veiligheid en/of werkzaamheden aan de openbare weg direct noodzakelijk wordt geacht.

  • 10. Voorafgaand aan het houden van evenementen of aan het uitvoeren van werkzaamheden aan een openbare plaats in het kernwinkelgebied kan het college bepalen, dat in de betrokken straten of delen van straten gelet op de openbare orde en veiligheid, geen uitstallingen worden geplaatst.

  • 11. De karakteristieke cultuurhistorische waarden en sfeer van het kernwinkelgebied blijven behouden na het plaatsen van de uitstallingen.

  • 12. Bij vragen, onenigheid of onduidelijkheid beslist het college of een uitstalling wel of niet is toegestaan.

Artikel 3.4 Omgevingsvergunningen en straatplan
  • 1. Het college verleent geen omgevingsvergunningen voor uitstallingen in het kernwinkelgebied die niet aan de artikelen 3.2 en 3.3 voldoen.

  • 2. Het college kan afwijken van het eerste lid, indien toepassing van het eerste lid, gelet op het belang van de ondernemer, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

  • 3. In afwijking van het eerste lid kan het college voor een straatplan een omgevingsvergunning op grond van artikel 3.26, eerste lid, van de VFLO verlenen als wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • a.

      er is een samenhang tussen de gewenste uitstallingen;

    • b.

      het straatplan is een aanvulling op eventuele reeds aanwezige uitstallingen en levert een bijdrage aan de sfeer en het karakter van de straat;

    • c.

      het straatplan dient door ten minste vier ondernemers uit de straat te worden ingediend.

Artikel 3.5 Uitstallingen voor de verkoop van zelfgemaakte voorwerpen

Uitstallingen voor de verkoop van zelfgemaakte voorwerpen, zoals schilderstukjes, sieraden en kleding mogen omgevingsvergunningsvrij worden geplaatst op de Kleiweg, Kleiwegstraat, Hoogstraat, Korte en Lange Groenendaal, Korte Tiendeweg, Lange Tiendeweg tussen de Korte Tiendeweg en de Jeruzalemstraat/Zeugstraat, Nieuwstraat, St. Anthoniestraat en de Markt wanneer:

  • a.

    de verkoop incidenteel en niet beroepsmatig plaatsvindt en tijdens marktdagen niet plaatsvindt op het deel van de Markt waar op dat moment de warenmarkt wordt gehouden;

  • b.

    de winkelier of bewoner, voor wiens pand de verkoop zal plaatsvinden, geen bezwaar heeft tegen de verkoop;

  • c.

    er geen bezwaren bestaan tegen de verkoop vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid, brandveiligheid, openbare orde en veiligheid en uiterlijk aanzien van de gemeente;

  • d.

    de verkoop plaats vindt tijdens de wettelijk toegestane openingstijden voor de winkels in Gouda en

  • e.

    er een afstand van minimaal 0,5 meter tot etalages van winkels en tot ingangen van gebouwen in acht wordt genomen.

Hoofdstuk 4 Omgevingsvergunning standplaats

Artikel 4.1 Algemene bepalingen
  • 1. Een standplaats mag alleen worden ingenomen met een geldige omgevingsvergunning en met inachtneming van de algemene en eventuele aanvullende voorschriften of voorwaarden die aan de omgevingsvergunning zijn verbonden.

  • 2. Er mag op zondag alleen een standplaats ingenomen worden indien op dat moment in het betreffende stadsdeel van Gouda een koopzondag geldt.

  • 3. Standplaatsen komen niet in aanmerking voor een terras. Dit is voorbehouden aan horecagelegenheden.

  • 4. Er worden geen standplaatsen toegewezen op locaties met de bestemming “openbaar groen”.

  • 5. Er worden geen omgevingsvergunningen standplaats afgegeven op de dagen waarop in de gemeente in de betreffende wijken de weekmarkt(en) plaatsvinden, indien het een standplaats in dezelfde branche betreft die ook op de betreffende weekmarkt(en) voorkomt.

  • 6. Er worden ten hoogste twee standplaatsen per locatie toegewezen, mits vanuit deze standplaatsen niet dezelfde goederen worden verkocht.

  • 7. Op parkeerplaatsen op parkeerterreinen in de directe omgeving van een winkelconcentratie worden alleen standplaatsen toegewezen voor zover die parkeerplaatsen gelegen zijn aan de rand van het parkeerterrein.

Artikel 4.2 Aanvraag
  • 1. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning standplaats gaat vergezeld van:

    • a.

      een kopie van een geldig identiteitsbewijs;

    • b.

      een bewijs van registratie bij het Hoofdbedrijfschap Detailhandel / Hoofdbedrijfschap Ambachten;

    • c.

      één of meer foto’s van de mobiele inrichting;

    • d.

      een gedetailleerde situatieschets van de gewenste standplaatslocatie, en

    • e.

      indien van toepassing een schriftelijk bewijs dat de eigenaar van de grond waarop de standplaats wordt ingenomen toestemming voor dat gebruik geeft.

  • 2. Indien een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor de verkoop van eet- en drinkwaren moet worden voldaan aan de eisen gesteld bij of krachtens de Warenwet en de Hygiënecode Ambulante Handel.

  • 3. Per natuurlijke persoon wordt per dag één omgevingsvergunning voor een standplaats verleend.

Artikel 4.3 Vaste standplaats
  • 1. In het stadsgedeelte binnen de singels worden geen vaste standplaatsen toegewezen, zulks gelet op het uiterlijke aanzien, de verkeersveiligheid en de openbare veiligheid.

  • 2. Voor het stadsgedeelte gelegen buiten de singels worden geen vaste standplaatsen toegewezen binnen een afstand van 200 meter van een markt, indien het artikelen betreft die eveneens op de betrokken markt worden verhandeld.

Artikel 4.4 Tijdelijke standplaats
  • 1. Voor het gedeelte binnen de singels geldt dat:

    • a.

      een ideële instelling een tijdelijke standplaats mag innemen;

    • b.

      de aldaar gevestigde detailhandel en horeca voor de verkoop van aanverwante producten en voor maximaal 6 keer per kalenderjaar, en per keer voor maximaal 5 aaneengesloten dagen, voor de eigen onderneming een tijdelijke standplaats mag innemen.

  • 2. Binnen een straal van vijftig meter rond een terrein waarop een (algemene) festiviteit plaatsvindt worden geen tijdelijke standplaatsen toegewezen, zulks gelet op het uiterlijk aanzien, de verkeersveiligheid, de openbare veiligheid en in het belang van de openbare orde.

Artikel 4.5 Seizoenstandplaats
  • 1. Voor de stadsdelen buiten de singels geldt dat:

    • a.

      alleen een seizoenstandplaats ingenomen kan worden voor de verkoop van streekgebonden levensmiddelen, zoals kaas en stroopwafels of voor de verkoop van oliebollen.

    • b.

      alleen in de periode van 6 tot en met 24 december een seizoenstandplaats ingenomen kan worden voor de verkoop van kerstbomen.

  • 2. Voor het stadsgedeelte binnen de singels geldt dat:

    • a.

      alleen op de Nieuwe Markt een seizoenstandplaats ingenomen kan worden voor de verkoop van oliebollen en aanverwante producten.

    • b.

      alleen op de Nieuwe Markt in de periode van 6 tot en met 24 december een seizoenstandplaats ingenomen kan worden voor de verkoop van kerstbomen.

    • c.

      alleen op de Markt in de periode van 6 tot en met 24 december een seizoenstandplaats ingenomen kan worden voor de verkoop van kerstartikelen tijdens een te houden kerstmarkt.

Artikel 4.6 Omvang
  • 1. De omvang van de tijdelijke en vaste standplaatsen mag maximaal 20 m2 bedragen.

  • 2. Voor de omvang van de seizoenstandplaatsen voor de verkoop van streekgebonden levensmiddelen buiten de singels geldt dat de totale omvang van de standplaats maximaal uit 4 standplaatsen mag bestaan en bij elkaar mag de in gebruik genomen oppervlakte niet meer dan 80 m² bedragen.

  • 3. Voor de omvang van de seizoenstandplaatsen met betrekking tot de verkoop van oliebollen en kerstbomen geldt voor de gehele stad dat:

    • a.

      de omvang van de standplaats voor een oliebollenkraam maximaal 35 m² mag bedragen;

    • b.

      de omvang van de standplaats voor de verkoop van kerstbomen maximaal 80 m² mag bedragen.

Artikel 4.7 Locaties binnen de singels
  • 1. De locatie voor de seizoenstandplaatsen is op de Nieuwe Markt.

  • 2. De locaties voor de tijdelijke ideële standplaatsen zijn:

    • a.

      de Markt;

    • b.

      de kruising Blauwstraat / Turfmarkt en Hoogstraat.

  • 3. Op de locatie genoemd in het tweede lid, onder a, geldt dat alleen tijdens politieke verkiezingsperioden of in de avonduren een tijdelijke ideële standplaats ingenomen kan worden.

  • 4. Op de locatie genoemd in het tweede lid, onder b, geldt dat eventuele fysieke middelen, zoals een kraam of kar, niet het zicht op en de bereikbaarheid van de Blauwstraat en de Turfmarkt mogen hinderen.

  • 5. Tijdens politieke verkiezingsperiodes kunnen in het kader van een politieke verkiezingsmarkt meer dan 2 tijdelijke ideële standplaatsen op dezelfde locatie ingenomen worden.

Artikel 4.8 Inhoud omgevingsvergunning
  • 1. Standplaatsen worden slechts verleend aan natuurlijke personen.

  • 2. In de omgevingsvergunning voor een standplaats wordt tenminste vermeld:

    • a.

      het karakter van de standplaats;

    • b.

      de maximaal te benutten oppervlakte;

    • c.

      de artikelen die op de betrokken standplaats mogen worden verkocht;

    • d.

      de periode waarin van de standplaats gebruik mag worden gemaakt, te weten, een dag, een gedeelte van een dag, of voor één of meer dagen per week of gedeelten daarvan.

  • 3. De in het eerste lid genoemde omgevingsvergunning wordt voorzien van een recente pasfoto van de vergunninghouder.

Artikel 4.9 Geldigheidsduur omgevingsvergunning en verlenging
  • 1. De omgevingsvergunning voor een vaste standplaats of een seizoenstandplaats wordt voor de duur van 2 jaren verleend met daarbij de mogelijkheid tot verlenging voor telkens een periode van maximaal twee jaren.

  • 2. Minimaal acht weken voor het verlopen van de omgevingsvergunning dient een aanvraag om een verlenging bij het college van burgemeester en wethouders te worden gedaan. Wanneer de vergunninghouder niet tijdig een verlenging aanvraagt, verloopt de vergunning en kan de standplaats aan een andere aanvrager worden toegewezen.

Artikel 4.10 Wijziging
  • 1. Voor elke wijziging op de standplaats wordt een aanvraag ingediend.

  • 2. Gedurende de tijd dat de aanvraag in behandeling is, worden de aangevraagde wijzigingen niet aangebracht of uitgevoerd.

Artikel 4.11 Beëindiging

Een verzoek tot beëindiging van de vergunning wordt schriftelijk bij het college ingediend.

Hoofdstuk 5 Nadere regels ten aanzien van de markt

Paragraaf 5.1

Algemene bepalingen

Artikel 5.1 Inrichting van de markt

Ten aanzien van de markt geldt:

  • 1.

    De locatie en het tijdstip van alle warenmarkten, zoals beschreven in bijlage 1 .

  • 2.

    De opstelling en indeling van alle warenmarkten, zoals beschreven in bijlagen 2 tot en met 5.

  • 3.

    Per honderd strekkende meter marktkraam wordt ten minste één standwerkersplaats toegewezen.

  • 4.

    De zones voor de verkoopwagens, zoals beschreven in bijlagen 2 tot en met 5.

  • 5.

    De zones voor de verkoopwagens, zoals beschreven in bijlagen 2 tot en met 5.

Artikel 5.2 Evenementen op het marktterrein op de Markt
  • 1. Op de marktdagen op donderdag en zaterdag kunnen evenementen op de Markt plaatsvinden.

  • 2. De alternatieve locatie voor de warenmarkt tijdens de jaarlijkse kermis en andere evenementen waarbij de warenmarkt geheel moet worden verplaatst is het parkeerterrein Klein Amerika zoals weergegeven in bijlage 7.

  • 3. De locatie voor evenementen die samen met de warenmarkt op de Markt plaatsvinden is de Markt tussen het Stadhuis en de Waag en het gebied ten westen daarvan zoals neergelegd in bijlage 6. Een evenement kan ook op een andere locatie op de Markt worden gehouden, mits er voldoende ruimte overblijft om alle (vaste) vergunninghouders een marktstandplaats te kunnen geven.

  • 4. Tijdens evenementen als bedoeld in het derde lid is het plein Achter de Waag beschikbaar voor de opstelling van de warenmarkt.

  • 5. Minimaal twee maanden voorafgaand aan een evenement wordt met de marktcommissie overlegd en eventuele aanvullende wensen tot tijdelijke wijziging van de opstelling van een donderdag- en/of zaterdagmarkt.

  • 6. De vergunninghouders worden indien nodig, via de marktcommissie, ten minste één maand voor dat de verplaatsing plaatsvindt, over de verplaatsing geïnformeerd.

  • 7. De vergunninghouders ontvangen geen financiële vergoeding bij verplaatsing of afgelasting.

Artikel 5.3 Marktpromotiefonds

Ten aanzien van het marktpromotiefonds geldt dat het promotiefonds wordt gebruikt, in overleg met de Centrale vereniging voor ambulante handel, voor promotionele activiteiten ten behoeve van de warenmarkt op de Markt tijdens en rondom evenementen.

Artikel 5.4 Branche-indeling

Ten aanzien van de branche-indeling geldt:

  • a.

    op de warenmarkten in Gouda worden hoofdbranches en sub-branches onderscheiden zoals beschreven in bijlage 7;

  • b.

    per sub-branche wordt aan vergunninghouders niet meer dan het in het branchepatroon van de markt voor die branche vastgestelde maximum aantal verkoopmeters uitgegeven;

  • c.

    per vergunninghouder worden niet meer dan maximaal 12 verkoopmeters uitgegeven.; Een vergunninghouder mag slechts in één branche actief zijn. Deze branche wordt vermeld op de omgevingsvergunning van de betreffende vergunninghouder. Vermenging van branches is niet toegestaan, en

  • d.

    De aantallen uit te geven omgevingsvergunningen per hoofd- en sub-branche zijn gemaximeerd met als doel om een zo gevarieerd mogelijk samengestelde markt te realiseren, zoals weergegeven in bijlage 7.

Artikel 5.5 Branche-overschrijdende waren of goederen
  • 1. Indien (een soort of assortiment van) waren of goederen (kan) kunnen worden ondergebracht bij meer dan één van de in het branchepatroon vermelde branches, dan is uitsluitend de meest specifieke branche van toepassing.

  • 2. Indien het kernassortiment tot één bepaalde branche behoort, doch één van de waren of goederen van het kernassortiment, althans een klein aantal daarvan, daarnaast ook bij een andere branche kan worden ondergebracht, worden die waren of goederen geacht tot dezelfde branche te behoren als de waren of goederen in het kernassortiment.

Artikel 5.6 Branchewijziging
  • 1. Indien een vaste marktstandplaatshouder een branchewijziging wenst vraagt hij dit schriftelijk aan bij het college.

  • 2. Wijziging wordt alleen toegestaan indien binnen de betreffende branches het gevraagde aantal meters verkoopruimte beschikbaar is.

  • 3. Bij de toewijzing wordt rekening gehouden met de plaatsing op de anciënniteitlijst.

Paragraaf 5.2

Bepalingen over vergunningen

Artikel 5.7 Inhoud omgevingsvergunning vaste marktstandplaats
  • 1. Een omgevingsvergunning vaste marktstandplaats vermeldt in ieder geval:

    • a.

      de naam en voornamen, de geboortedatum en –plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder;

    • b.

      een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste marktstandplaats met vermelding van het nummer en de afmetingen daarvan;

    • c.

      de kraam of andere verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de marktstandplaats mag gebruiken;

    • d.

      het soort artikelen dat de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe de vergunninghouder behoort, en

    • e.

      de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst omgevingsvergunning is verleend en zijn volgnummer op de anciënniteitlijst.

  • 2. Aan de omgevingsvergunning wordt een middel ter identificatie gehecht.

Artikel 5.8 Inschrijving op anciënniteitslijst

Vergunninghouders van vaste marktstandplaatsen worden ingeschreven op een doorlopend genummerde lijst met vermelding van de datum waarop aan hen voor het eerst een vaste marktstandplaats is toegewezen, en in volgorde van die datum van eerste vergunningstoewijzing. Bij deze inschrijving wordt tevens vermeld de hoofdbranche en sub-branche waartoe deze behoort, eventueel aangevuld met de soort artikelen die de aanvrager mag verhandelen

Artikel 5.9 Volgorde toewijzing omgevingsvergunning vaste marktstandplaats
  • 1. Indien een vaste marktstandplaats vrijvalt wordt de omgevingsvergunning voor die vaste marktstandplaats toegewezen aan de vergunninghouder van een vaste marktstandplaats die aan het college schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van marktstandplaats te willen veranderen, in volgorde van plaatsing op de anciënniteitlijst.

  • 2. Indien niemand te kennen heeft gegeven in aanmerking te willen komen voor de vrijgekomen vaste plaats, wordt de plaats via werving aan een gegadigde toegewezen.

  • 3. De procedure bij de werving is dat er acquisitie wordt gehouden onder de gegadigden vermeld op de lijst van gegadigden dan wel dat een oproep wordt geplaatst in de vakbladen.

  • 4. De toewijzing van de vrijgekomen vaste plaats bij het toepassen van één van de procedures, bedoeld in het derde lid, geschiedt in volgorde van een gegadigde die artikelen verkoopt uit een hoofdbranche die niet vertegenwoordigd is op de markt of een gegadigde die artikelen verkoopt uit de hoofdbranche waarin de vaste marktstandplaats is vrijgekomen, die wel vertegenwoordigd is op de markt, en waarvan ingevolge de door het college vastgestelde branchering meer dan één marktstandplaats is toegestaan.

  • 5. Voor een toewijzing op grond van het derde of vierde lid brengt de marktcommissie advies uit in het kader van het algemeen belang van de markt.

Artikel 5.10 Overschrijving omgevingsvergunning vaste marktstandplaats
  • 1. In geval van overlijden of blijvende of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid of bedrijfsbeëindiging van de vergunninghouder kan de omgevingsvergunning vaste marktstandplaats worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie de vergunninghouder duurzaam samenwoonde.

  • 2. Als de vaste omgevingsvergunning niet wordt overgeschreven op grond van het eerste lid, dan kan, in geval van overlijden of blijvende of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid of bedrijfsbeëindiging van de vergunninghouder, een kind of medewerker van de vergunninghouder die omgevingsvergunning vaste marktstandplaats krijgen indien deze ten minste drie jaar aantoonbaar in het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd. Voorts dient wat betreft de werknemer bij notariële akte te worden aangetoond dat de onderneming in eigendom van deze medewerker is overgegaan en dat de marktplaats geen economische factor in de overname is.

  • 3. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de blijvende of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.

  • 4. Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van dit artikel.

Artikel 5.11 Toewijzing dagplaats

Meelopers die in aanmerking willen komen voor een dagplaats moeten zich ½ uur voor de openingstijd van de markt aanmelden bij de controleur openbare ruimte. Indien het aantal meelopers het aantal beschikbare dagplaatsen overtreft, geschiedt toewijzing op basis van loting. Daarbij wordt rekening gehouden met de brancheverdeling.

Artikel 5.12 Toewijzing standwerkersplaats
  • 1. Het college wijst een standwerkersplaats toe door middel van loting.

  • 2. Indien een standwerker zich wil doen bijstaan, meldt deze dit vooraf aan de controleur openbare ruimte onder vermelding van de naam van degene die hem zal bijstaan. Degene die hem zal bijstaan, mag niet op eigen naam deelnemen aan de loting.

  • 3. Standwerkers dienen de volledige marktdag aanwezig te zijn.

Paragraaf 5.3

Bepalingen over het gebruik van de marktstandplaats

Artikel 5.13 Persoonlijk innemen standplaats; bijstand
  • 1. De vergunninghouder neemt de marktstandplaats die hem is toegewezen persoonlijk in en staat de standplaats niet aan een ander af, noch geeft hem aan een ander in gebruik. .

  • 2. De vergunninghouder mag zich op de marktstandplaats doen bijstaan.

  • 3. De vergunninghouder en degene die hem bijstaat maken zich niet schuldig aan wangedrag of bedrog.

Artikel 5.14 Aantal keren innemen vaste marktstandplaats

De vergunninghouder van een vaste marktstandplaats neemt ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken zijn marktstandplaats op de markt in, met inachtneming van de artikelen 4.16 en 4.17.

Artikel 5.15 Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden
  • 1. De vergunninghouder van een vaste marktstandplaats die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste marktstandplaats in te nemen, deelt dit schriftelijk mee aan het college. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt.

  • 2. De schriftelijke mededeling wordt tijdig voor de desbetreffende marktdag gedaan. Plotselinge verhindering wordt mondeling of telefonisch aan de controleur openbare ruimte gemeld, gevolgd door een schriftelijke bevestiging daarvan aan het college.

Artikel 5.16 Ontheffing en vervanging
  • 1. In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste marktstandplaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting om ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken de standplaats op de markt in te nemen. In geval van ziekte wordt daarbij een doktersverklaring overlegd.

  • 2. In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder hem tijdelijk vergunning verlenen zich op zijn marktstandplaats te laten vervangen door een met name genoemde persoon. In geval van ziekte wordt daarbij een doktersverklaring overgelegd. Bij het verzoek is een identificatiebewijs van de vervanger gevoegd..

Artikel 5.17 Legitimatie en identiteit vergunninghouder
  • 1. Degene die een marktstandplaats op de markt inneemt, in wenst te nemen of de vergunninghouder op grond van artikel 4.17 lid 2 vervangt toont op eerste aanvraag van de controleur openbare ruimte aan dat deze de vergunninghouder is.

  • 2. De vergunninghouder geeft bij zijn marktstandplaats duidelijk zichtbaar zijn naam of eventuele bedrijfsnaam aan.

Artikel 5.18 Tijdstip innemen marktstandplaats/aan- en afvoer goederen
  • 1. Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan tweeënhalf uur voor aanvang en meer dan één uur na afloop van de markt met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen of goederen aan of af te voeren.

  • 2. De vergunninghouder is verplicht zijn marktstandplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen. Het college kan hiervan ontheffing verlenen.

  • 3. Indien de vergunninghouder zijn vaste marktstandplaats niet uiterlijk om 8:00 uur heeft ingenomen, wordt de desbetreffende marktstandplaats voor die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de controleur openbare ruimte de marktstandplaats op tijdig verzoek van de vergunninghouder voor hem beschikbaar houdt.

Paragraaf 5.4

Gebruik marktstandplaats

Artikel 5.19 Inrichting marktstandplaats
  • 1. De vergunninghouder draagt er zorg voor dat zijn marktstandplaats steeds een goed verzorgd aanzien biedt.

  • 2. Een marktstandplaats wordt ingenomen met een kraam tenzij door het college daarvan ontheffing is verleend.

  • 3. Er wordt niet verder uitgehangen of uitgestald dan de maat van de verkorte kap. De maat van deze kap is zestig centimeter.

  • 4. Een aanvraag voor het gebruik van eigen materiaal wordt schriftelijk bij het college ingediend en is voorzien van een duidelijke tekening met maatvoering van het eigen materiaal.

  • 5. Het college kan een proefopstelling vereisen voordat het op een aanvraag beslist.

Artikel 5.20 Gebruik verkoopwagen
  • 1. Voor gebruik van een verkoopwagen op de weekmarkten kan slechts vergunning worden verleend met inachtneming van de volgende voorschriften:

    • a.

      de te gebruiken verkoopwagen dient te voldoen aan redelijke eisen van welstand;

    • b.

      de verkoopwagen is inpasbaar op de markt en veroorzaakt geen overlast voor derden;

    • c.

      De verkoopwagen steekt, inclusief dissels, schamels, zij- en achterkleppen, deuren en andere voorwerpen, in de verkoopopstelling niet uit buiten de toegewezen afmetingen van de marktstandplaats. Verticale hulpmiddelen, die voor en ten behoeve van de voorklep worden geplaatst, worden niet in het looppad geplaatst en zijn gelijk met de voorzijde van de staanders van een marktkraam, om zowel hinder als belemmering van uitzicht te voorkomen;

    • d.

      de hoogte van de voorklep van de verkoopwagen die oversteekt buiten de marktstandplaats is ten minste 2.10 meter, en

    • e.

      aan of onder de voorklep worden geen zeilen of andere materialen bevestigd of koopwaar worden opgehangen of uitgestald.

  • 2. Van het eerste lid, onder e, kan met toestemming van de controleur openbare ruimte worden afgeweken indien het materiaal uitsluitend dient als zonwering of wering van regen en geen hinder voor bezoekers van de markt oplevert.

  • 3. De wijze van plaatsen van de verkoopwagen en het tijdstip waarop dit dient te geschieden moet in overleg met de controleur openbare ruimte worden bepaald.

  • 4. Indien een vergunninghouder die gebruik maakt van een verkoopwagen voornemens is zijn marktstandplaats op een bepaalde marktdag niet in te nemen, dient hij zich tenminste een uur voor aanvang van de markt af te melden bij de controleur openbare ruimte.

Artikel 5.21 Ander eigen materiaal

Bij gebruik van een huurkraam kan, rekening houdend met de aard van de marktstandplaats en het assortiment, voor het benutten van een parasol of ander materiaal door de controleur openbare ruimte toestemming worden verleend. Het materiaal mag uitsluitend dienen tot zonwering of wering van regen. Het gebruik mag geen hinder voor bezoekers van de markt opleveren.

Artikel 5.22 Meeloper

Het college kan met inachtneming van de artikelen 5.1 en 5.4 ten aanzien van het bezetten van een dagplaats ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in artikel 5.7, lid 2.

Artikel 5.23 Afval
  • 1. Voor, tijdens en na de markt zamelt de vergunninghouder zijn afval, verpakkingsmaterialen en dergelijke ter voorkoming van zwerfvuil in..

  • 2. De vergunninghouder aan wie een omgevingsvergunning is verleend om op de marktstandplaats geringe eet- en drinkwaren gereed te maken, is verplicht om aan de voorzijde tenminste een tweetal vuilnisbakken of –korven van elk tenminste 100 liter te plaatsen en deze regelmatig te legen.

  • 3. Alvorens de vergunninghouder de marktplaats verlaat levert hij zijn marktstandplaats en directe omgeving “veegschoon” op en neemt zijn afval mee..

Artikel 5.24 Voertuigen
  • 1. Het is verboden rij- of voertuigen waarmee goederen of waren naar de markt zijn of worden gebracht op de markt aanwezig te hebben op een andere plaats dan in de omgevingsvergunning aangegeven.

  • 2. Het is verboden om rij- en voertuigen, anders dan bedoeld in het eerste lid, op de markt aanwezig te hebben.

Artikel 5.25 Elektriciteit

Het is de standplaatshouder zonder ontheffing van het college verboden om op zijn marktstandplaats:

  • a.

    gebruik te maken van andere dan elektrische verlichting;

  • b.

    elektriciteit te betrekken van een ander dan degene die door het college voor het leveren daarvan is aangewezen, of

  • c.

    zelf in elektriciteit te voorzien.

Artikel 5.26 Geluidsapparatuur
  • 1. Het is verboden om op de marktstandplaats gebruik te maken van luidsprekers, versterkers en andere middelen ter versterking van het geluid.

  • 2. Het is verboden radio’s, cd-spelers en overige geluidsapparatuur op de marktstandplaats aanwezig te hebben voor een ander doel dan de verkoop.

  • 3. Het college kan ontheffing verlenen van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden, onder door hem te stellen voorwaarden.

Artikel 5.27 Kook-, bak- en verwarmingsapparatuur
  • 1. Het is de vergunninghouder verboden verwarmingstoestellen of bak- en kookinstallaties te gebruiken.

  • 2. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen onder door hem te stellen voorwaarden.

Artikel 5.28 Propaganda

Het is verboden tijdens markttijden op het marktterrein gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen van godsdienstige, politieke of andere propaganda-aard te venten of deze te verspreiden.

Artikel 5.29 Venten
  • 1. Het is verboden op het marktterrein tijdens de duur van de markt met goederen of waren ten verkoop rond te rijden of te lopen.

  • 2. Van het eerste lid kan het college ontheffing verlenen voor zover het betreft de verkoop van alcoholvrije dranken en geringe eet- en drinkwaren ten behoeve van de vergunninghouders.

Artikel 5.30 Verboden artikelen
  • 1. Het is verboden om artikelen, die krachtens een besluit van het college niet op de markt mogen worden verhandeld, op de markt in voorraad te houden, uit te stallen, te koop aan te bieden of te verkopen.

  • 2. Het is verboden om artikelen, die krachtens een besluit van het college niet op de markt mogen worden verhandeld, op de markt in voorraad te houden, uit te stallen, te koop aan te bieden of te verkopen.

Paragraaf 5.5

Standwerkers

Artikel 5.31 Standwerkersplaats
  • 1. Een standwerkersplaats heeft een oppervlak van maximaal acht vierkante meter en een maximaal frontbreedte van vier meter.

  • 2. Het is verboden buiten de toegestane verkoopbreedte goederen aan of onder de overkapping te plaatsen of te hangen.

  • 3. Ten behoeve van een standwerker die zijn verkoop pleegt te verrichten als hoogwerker of als zwemmer wordt een andere maatvoering van de standwerkersplaats gehanteerd, indien de ruimte dit toelaat.

  • 4. Het college kan van het in het tweede lid genoemde verbod ontheffing verlenen onder door hem te stellen voorwaarden.

  • 5. Het is verboden om op de standwerkersplaats gebruik te maken van weegwerktuigen alsmede van prijskaarten.

Artikel 5.32 Aantal standwerkersplaatsen
  • 1. Het aantal standwerkersplaatsen wordt bepaald door per 100 strekkende meter verkoopruimte één standwerkersplaats ter beschikking te stellen.

  • 2. Per drie standwerkersplaatsen wordt niet meer dan één standwerker met hetzelfde artikel toegelaten. Indien door deze maatregel standwerkersplaatsen openblijven kan per marktdag bepaald worden dat dit aantal uitgebreid wordt naar twee.

Artikel 5.33 Loting standwerkersplaatsen
  • 1. Samen loten door standwerkersplaatsen is mogelijk met een maximum van twee, indien dit voorafgaand aan de loting aan de controleur openbare ruimte is medegedeeld. Slechts de als eerste ingelote standwerker van het samenwerkende koppel kan een plaats verkrijgen. Beiden dienen ook de gehele dag daadwerkelijk als standwerker aanwezig te zijn.

  • 2. Vaste marktstandplaatshouders en personen die op de wachtlijst zijn geplaatst op de markt waarvoor de loting plaatsvindt zijn uitgesloten van deelname aan de loting voor een standwerkersplaats.

  • 3. Standwerkers die hebben deelgenomen aan de loting maar zijn uitgeloot kunnen hierna geen aanspraak maken op een marktstandplaats.

Paragraaf 5.6

Slotbepalingen

Artikel 5.34 Overgangsbepalingen
  • 1. Vergunninghouders die vóór de inwerkingtreding van deze regeling gebruik maken van eigen materiaal kunnen dat gebruik continueren.

  • 2. Dit hoofdstuk heeft, voor zover van toepassing, geen gevolgen voor vergunninghouders van vaste marktstandplaatsen van wie de vergunning voor de inwerkingtreding van deze regeling, producten, waren, goederen of branches vermeldt die ingevolge deze regeling en het bijbehorende branchepatroon branchevermenging opleveren of overschrijving van het aantal meters verkoopruimte.

Hoofdstuk 6 Nadere regels naamgeving en nummering adressen

Paragraaf 6.1

Regeling commissie naamgeving openbare ruimte

Artikel 6.1 De commissie

Er is een commissie van advies, die adviseert aan het college inzake de naamgeving van de openbare ruimte, hierna te noemen: de commissie.

Artikel 6.2 Taak
  • 1. De commissie brengt gevraagd en ongevraagd schriftelijk advies uit aan het college over:

    • a.

      de grens en de naam van de woonplaats(en), het verdelen en aanduiden met namen, zo nodig met letters en nummers van de woonplaats(en) in wijken en buurten;

    • b.

      het toekennen per woonplaats van namen aan delen van de openbare ruimte en zo nodig aan gemeentelijke gebouwen en bouwwerken;

  • 2. De commissie hanteert bij haar advisering de Beleidslijn naamgeving openbare ruimte, opgenomen in bijlage 8 van deze regeling.

Artikel 6.3 Samenstelling en lidmaatschap
  • 1. De commissie bestaat uit een oneven aantal leden met een maximum van negen, die woonachtig zijn in Gouda. Een brede belangstelling strekt de leden tot aanbeveling, alsmede affiniteit met de Goudse geschiedenis en cultuur in de ruimste zin van het woord. Bovendien dient de pluriformiteit van de Goudse samenleving zo veel mogelijk in de samenstelling van de commissie te worden weerspiegeld.

  • 2. De leden worden door het college benoemd voor een periode van 4 jaar, met de mogelijkheid tot een éénmalige verlenging van 4 jaar. De commissie adviseert het college over de benoeming van nieuwe leden. Op 1 januari van elk jaar treden volgens een door de commissie op te stellen rooster één of meerdere leden af.

  • 3. De leden kunnen tussentijds ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de voorzitter van de commissie, die maatregelen treft om in de vacature te voorzien.

  • 4. Bij de werving van nieuwe leden houdt de commissie zoveel mogelijk rekening met de volgende deskundigheid: neerlandicus, archivaris, geschiedkundige of Goudoloog, ofwel dat de nieuwe leden in ruime mate interesse hebben voor geschiedenis en cultuur in het algemeen en voor Gouda in het bijzonder.

Artikel 6.4 Voorzitter
  • 1. De commissie kiest uit haar midden een voorzitter.

  • 2. De voorzitter heeft in de commissie stemrecht.

Artikel 6.5 Secretaris
  • 1. Het college benoemt de ambtelijk secretaris.

  • 2. De secretaris is geen lid van de commissie en heeft geen stemrecht.

  • 3. De secretaris dient de commissie desgevraagd van advies.

Artikel 6.6 Adviseur

Het college benoemt een vertegenwoordiger van het Streekarchief Midden-Holland als adviseur en permanent stemgerechtigd lid van de commissie.

Artikel 6.7 Ondertekening van stukken
  • 1. De stukken van de commissie worden ondertekend door de voorzitter.

  • 2. De stukken van procedurele aard worden door de secretaris ondertekend.

Artikel 6.8 Advisering
  • 1. De voorzitter is, eigener beweging of daartoe uitgenodigd door de commissie, bevoegd ambtenaren en andere deskundigen uit te nodigen tot het deelnemen aan de vergaderingen van de commissie.

  • 2. Bij inpassing in bestaande bebouwing kan de adviescommissie interactief de wijkbewoners betrekken, voordat het college geadviseerd wordt.

Artikel 6.9 Werkwijze
  • 1. De commissie komt bijeen wanneer de voorzitter dit nodig acht of op verzoek van het college.

  • 2. De commissie vergadert slechts als tenminste de helft van de leden aanwezig is waaronder de voorzitter.

  • 3. Besluiten van de commissie worden genomen bij meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken, beslist de voorzitter. Bij het vernoemen van levende personen is echter unanimiteit vereist.

  • 4. De commissie vergadert en besluit in het openbaar.

Paragraaf 6.2

Technische uitvoeringsvoorschriften naamgeving en nummering adressen Gouda

Artikel 6.10 Algemene bepalingen

De algemene bepalingen van afdeling 4.1 van de VFLO zijn van overeenkomstige toepassing, alsmede de Nederlandse Normen NEN 1772, NEN 1773 en NEN 1774.

Artikel 6.11 Toekenning, plaatsing, afmetingen vormgeving en materialen
  • 1. Toekenning, plaatsing, afmetingen, vormgeving en materiaalkeuze gebeurt overeenkomstig de op dat moment geldende NEN normen.

  • 2. De toekenning van naamgeving openbare ruimte gebeurt overeenkomstig de Beleidslijn naamgeving openbare ruimte, opgenomen in bijlage 8 van deze regeling.

Hoofdstuk 7 Kampeerplaatsen

Artikel 7.1 Kampeerplaatsen voor tenten
  • 1. Als plaatsen als bedoeld in artikel 3.42, vijfde lid, van de VFLO worden voor het plaatsen of geplaatst houden van tenten aangewezen:

    • a.

      een strook van 5 meter rondom de vijver in het Atlantispark;

    • b.

      een strook van 5 meter rondom de vijver in het Weidebloemkwartier;

    • c.

      een strook van 5 meter rondom de beide vijvers in het Baden Powellplantsoen.

  • 2. Bij het plaatsen van een tent op een aangewezen kampeerplaats gelden de volgende nadere regels:

    • a.

      het plaatsen of geplaatst houden van een tent mag slechts door diegene die op dat moment ook daadwerkelijk vist met maximaal twee hengels en een schriftelijke toestemming als vermeld in artikel 21 van de Visserijwet 1963 kan tonen;

    • b.

      per persoon wordt maximaal 1 tent geplaatst of geplaatst gehouden;

    • c.

      de tent heeft geen grotere afmetingen dan 3 bij 3 meter en heeft een neutrale groene of bruine kleur of camouflagekleur, en

    • d.

      de tent wordt geplaatst of geplaatst gehouden gedurende de periode tussen zonsondergang en zonsopgang.

Artikel 7.2 Kampeerplaatsen voor kampeerauto’s (campers)
  • 1. Als plaatsen als bedoeld in artikel 3.42, vijfde lid, van de VFLO worden voor het plaatsen of geplaatst houden van kampeerauto’s (campers) aangewezen de 29 plaatsen op het parkeerterrein Klein Amerika die zijn gemarkeerd door parkeerborden met een campersymbool en door belijning op het parkeerterrein.

  • 2. Een kampeerauto (camper) wordt ten hoogste 72 uur op een aangewezen kampeerplaats geplaatst gehouden.

  • 3. Op of bij de aangewezen kampeerplaatsen worden een stroomvoorziening, een watervoorziening en een loosplek voor toilet en vuilwater aangebracht.

Hoofdstuk 8 Slotbepalingen

Artikel 8.1 Intrekking en vervallen artikelen

De volgende besluiten worden ingetrokken:

  • a.

    Nadere regelen Gouda 2009;

  • b.

    Regeling commissie naamgeving openbare ruimte 2012;

  • c.

    Technische uitvoeringsvoorschriften naamgeving en nummering adressen Gouda 2012;

  • d.

    Uitvoeringsvoorschriften algemene plaatselijke verordening Gouda 2009;

  • e.

    Regeling uitstallingen kernwinkelgebied Gouda.

Artikel 8.2 Overgangsbepaling

Ontheffingen en andere besluiten genomen krachtens de in artikel 8.1 bedoelde regels worden aangemerkt als ontheffingen en besluiten genomen krachtens de onderhavige regeling.

Artikel 8.3 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2021.

Artikel 8.4 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling fysieke leefomgeving Gouda.

Ondertekening

Aldus besloten in de vergadering van [datum].

Burgemeester en wethouders van Gouda,

de secretaris,

dr. E.M. Branderhorst

de burgemeester,

mr. drs. P. Verhoeve

Tegen de aanwijzing als bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, of artikel 7.2, eerste lid, van deze regeling kunnen belanghebbenden binnen zes weken na de dag van bekendmaking van de aanwijzing een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en wethouders, t.a.v. de Centraal Juridische Afdeling, Postbus 1086, 2800 BB te Gouda. Het bezwaarschrift moet zijn ondertekend en ten minste naam en adres van de indiener, en bij voorkeur ook telefoonnummer en e-mailadres, en de motivering van de bezwaren bevatten. Het indienen van een bezwaarschrift betekent niet dat het besluit niet geldt. Desgewenst kan een voorlopige voorziening worden gevraagd bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag. Een dergelijk verzoek kan alleen worden ingediend als ook bezwaar is gemaakt en bovendien moet er sprake zijn van een spoedeisend belang.

Bijlage 1 t/m 7

https://repository.officiele-overheidspublicaties.nl/externebijlagen/exb-2018-16098/1/bijlage/exb-2018-16098.pdf

Bijlage 8: Beleidslijn naamgeving openbare ruimte

  • 1.

    Bij de naamgeving van de openbare ruimte wordt geen vernoeming naar levende personen gehanteerd, met uitzondering van vernoeming naar leden van het Koninklijk Huis. Besluiten worden genomen op basis van artikel 6.9, derde lid van de Regeling fysieke leefomgeving.

  • 2.

    Bij vernoeming naar overleden personen wordt het advies van de VNG gevolgd. In dit advies wordt aangegeven een periode van 10 jaar na overlijden te hanteren, dit in verband met een eventueel omstreden verleden. Tevens wordt geadviseerd om een zorgvuldig antecedentenonderzoek te verrichten en altijd de nabestaanden vooraf om toestemming te vragen bij een mogelijke vernoeming.

  • 3.

    Bij de naamgeving wordt een eenvoudige spelling gehanteerd. Klank, woordcombinatie en samenhang met het achtervoegsel worden meegewogen.

  • 4.

    Buitenlandse namen worden zo weinig mogelijk gebruikt. Zij dienen in elk geval goed uitspreekbaar te zijn om verbastering te voorkomen.

  • 5.

    Gelijkluidendheid van naamgeving wordt zoveel mogelijk voorkomen.

  • 6.

    Het opnemen van getallen in de naamgeving van openbare ruimten blijft achterwege, dit om te voorkomen dat verwarring met nummeraanduidingen van adressen ontstaat.

  • 7.

    Namen langer dan 24 karaktertekens worden slechts bij uitzondering vastgesteld, zodat de namen geschikt zijn voor administratieve verwerking in interne- en externe databestanden, maar ook om verbastering en afkortingen tegen te gaan. Indien de benaming langer is dan 24 karaktertekens wordt ook een verkorte schijfwijze aangegeven.

  • 8.

    Bij grote nieuwbouwlocaties of nieuwe stadsdelen wordt binnen de wijk of de buurt een thema of onderwerp gekozen, al dan niet aansluitend bij de bestaande benamingen, waarop alle naamgeving van de openbare ruimte in het betreffende gebied wordt afgestemd.

  • 9.

    Indien er bij herstructurering van een wijk een enkele nieuwe naamgeving noodzakelijk is, sluit de naam in verband met de vindbaarheid aan bij de bestaande benamingen van de omliggende straten of het thema van de wijk of buurt.

  • 10.

    Het wijzigen van benamingen van de openbare ruimte wordt vermeden, in verband met de schade voor de betrokken aanwonenden. Bij een voorgenomen wijziging kan de gemeente vooraf de bereidwilligheid tot medewerking van de aanwonenden inventariseren om daarmee het kostenaspect in kaart te brengen. Bij een noodzakelijke wijziging, neemt de gemeente een wachttijd in acht van negen maanden tot één jaar, zodat de gemeente niet aansprakelijk gesteld kan worden voor de kosten van de aanwonenden. De aanwonenden dienen zelf aan te geven of zij onevenredig in hun belang zijn geschaad.

Bijlage 9 Gouda Kernwinkelgebied

foto

  • 1. Kleiweg

  • 2. Kleiwegstraat

  • 3. Agnietenstraat

  • 4. Nieuwstraat

  • 5. Nieuwe Markt

  • 6. Sint Anthoniestraat

  • 7. Achter de Waag

  • 8. Zeugstraat

  • 9. Hoogstraat

  • 10. Markt

  • 11. Wijdstraat

  • 12. Korte Tiendeweg

  • 13. Lange Tiendeweg

  • 14. Stoofsteeg

  • 15. Korte Groenendaal

  • 16. Lange Groenendaal

Toelichting Regeling fysieke leefomgeving Gouda

Algemeen

De Regeling fysieke leefomgeving strekt tot het stellen van nadere regels over de fysieke leefomgeving in Gouda en is gebaseerd op de Verordening fysieke leefomgeving Gouda (VFLO). Deze verordening bundelt een aantal Goudse verordeningen op het gebied van de fysieke leefomgeving, vooruitlopend op de Omgevingswet .

De Regeling fysieke leefomgeving vervangt de voorschriften die voorheen waren opgenomen in de Nadere regelen Gouda 2009, de Regeling uitstallingen kernwinkelgebied, de Regeling commissie naamgeving openbare ruimte 2012, Technische uitvoeringsvoorschriften naamgeving en nummering adressen Gouda 2012, de Uitvoeringsvoorschriften algemene plaatselijke verordening 2009 en (gedeeltelijk) het Aanwijsbesluit algemene plaatselijke verordening Gouda 2009.

Hoofdstuk 2

Omgevingsvergunningsvrij gebruik van een openbare plaats

Deze nadere regels zijn gebaseerd op de Uitvoeringsvoorschriften algemene plaatselijke verordening Gouda 2009. In deze regels wordt aangegeven voor welke voorwerpen op basis van artikel 3.25 VFLO geen omgevingsvergunning nodig is. Een omgevingsvergunning is in ieder geval wel vereist als niet kan worden voldaan aan de regels die in deze paragraaf worden gesteld.

Artikel 2.5

Sub k, houdt in dat het verboden is om door plaatsing van de bouwkeet gevaar of hinder te veroorzaken voor het verkeer op de weg. Praktisch houdt dit met name in dat het niet is toegestaan om de heistelling en dergelijke op een locatie te plaatsen waar het vrije uitzicht van het wegverkeer wordt belemmerd.

Artikel 2.11

Sub h, houdt in dat het verboden is om door plaatsing van de bouwkeet gevaar of hinder te veroorzaken voor het verkeer op de weg. Praktisch houdt dit met name in dat het niet is toegestaan om een container op een locatie te plaatsen waar het vrije uitzicht van het wegverkeer wordt belemmerd.

Artikel 2.12

Sub i, houdt in dat het verboden is om door plaatsing van de bouwkeet gevaar of hinder te veroorzaken voor het verkeer op de weg. Praktisch houdt dit met name in dat het niet is toegestaan om een steiger op een locatie te plaatsen waar het vrije uitzicht van het wegverkeer wordt belemmerd.

Hoofdstuk 3

De regels in dit hoofdstuk waren voorheen opgenomen in de Regeling uitstallingen kernwinkelgebied Gouda en artikel 3 van het Aanwijsbesluit algemene plaatselijke verordening Gouda 2009. Ze zijn opgesteld in het belang van de kwaliteit van uitstallingen in het kernwinkelgebied. Grondslag voor de regeling vormt artikel 3.25 van de VFLO. Met de regels wordt beoogd de uitstraling en omvang van uitstallingen te waarborgen in het kader van de (verkeers-)veiligheid op straat en tegelijkertijd de levendigheid te vergroten.

Deze regels zijn bedoeld voor uitstallingen bij winkels, dienstverlenende bedrijven en afhaalzaken. Voor het plaatsen van menuborden, reclame, of andere uitstallingen bij horecaondernemingen gelden de regels van het terrassenbeleid. De winkels mogen geen terrassen bij hun winkels plaatsen.

De regeling zijn ontwikkeld in samenwerking met de Samenwerkende Ondernemersverenigingen Gouda. Uitgangspunt is dat de ondernemers uitstallingen mogen plaatsen conform deze regeling.

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om bij overtredingen een boete op te leggen zoals bepaald in artikel 3.25 van de VFLO.

Eerst wordt een mondelinge waarschuwing gegeven om de uitstalling per direct te verwijderen of aan te passen. Als hieraan niet binnen zeer korte termijn gehoor wordt gegeven, zal een boete worden opgelegd.

Artikel 3.1

Dit artikel bevat de aanwijzing van uitstallingen in het kernwinkelgebied als voorwerpen, waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist als bedoeld in artikel 3.25, eerste lid, van de VFLO, mits aan de regels van hoofdstuk 3 wordt voldaan

Artikel 3.2 en 3.3

Deze artikelen betreffen de regels voor de plaatsing, het aanzien en de afmetingen voor de geplaatste uitstallingen. Voor het plaatsen van uitstallingen in de Korte Groenendaal, de Stoofsteeg, de Nieuwstraat en de Zeugstraat gelden afwijkende afmetingen voor de hoogte en de diepte van de uitstallingen in verband met de smalle doorgang in deze straten: in deze straten kunnen dan ook geen of slechts zeer beperkt uitstallingen geplaatst worden. Ook worden geen uitstallingen op blindegeleidelijnen en nabij brandkranen geplaatst. Met de bepaling, dat er een vrije doorgang in de straat wordt geboden van minimaal 3,50 meter breed is een vrije doorgang voor voetgangers, minder validen en mensen met een beperking gegarandeerd.

Ingeval van wegwerkzaamheden en van evenementen, zoals bijvoorbeeld bij braderieën in de straten mogen geen uitstallingen worden geplaatst.

Artikel 3.4

Met het aanwijzen van de uitstallingen als categorie vergunning vrije voorwerpen en het stellen van regels voor het plaatsen van deze uitstallingen is er voor het college in beginsel geen aanleiding meer om afzonderlijke omgevingsvergunningen voor het plaatsen van uitstallingen in het kernwinkelgebied te verlenen, die afwijken van de regeling. De verwachting is, dat het overgrote deel van de uitstallingen in het kernwinkelgebied aan de regels zullen voldoen en dan zonder vergunning kunnen worden geplaatst. Bijzondere situaties, kunnen ertoe leiden, dat een vergunning dient te worden verleend.

Artikel 3.5

Dit artikel regelt onder welke voorwaarden uitstallingen voor de verkoop van zelfgemaakte sieraden en dergelijke omgevingsvergunningsvrij in het een aantal straten in het centrum mogen worden geplaatst. De betreffende regels waren voorheen opgenomen in het Aanwijsbesluit algemene plaatselijke verordening Gouda 2009.

Hoofdstuk 4

Deze nadere regels zijn gebaseerd op de nadere regels standplaatsen 2010. Deze nadere regels waren onderdeel van de Uitvoeringsvoorschriften APV 2009. In deze nadere regels wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen het gebied ‘binnen de singels’ en het gebied ‘buiten de singels’. Het gebied binnen de singels is het centrum van Gouda dat wordt begrensd door het water: de Kattensingel, Turfsingel, Hollandse IJssel, Fluwelensingel en de Blekerssingel. Voor het beschermen van het uiterlijk aanzien van de historische binnenstad en ten behoeve van de verkeersveiligheid gelden in het gebied binnen de singels meer regels dan in het gebied daarbuiten. Zo geldt voor het gebied binnen de singels bijvoorbeeld dat een standplaats alleen ingenomen kan worden op de in de nadere regels genoemde plaatsen en dat er geen ‘vaste’ standplaatsvergunningen worden verleend. Voor het gebied buiten de singels gelden deze beperking niet. Daarnaast worden in de nadere regels van 2010, naast de al bestaande tijdelijke en vaste vergunningen, de seizoenstandplaatsen geïntroduceerd. De seizoenstandplaats wordt voor maximaal 12 weken verleend en alleen voor de verkoop van oliebollen, of voor de verkoop van streekgebonden levensmiddelen, of voor de verkoop van kerstbomen. Voor de verkoop van kerstbomen geldt dat alleen in de periode van 6 tot en met 24 december een standplaats ingenomen mag worden.

Hoofdstuk 5

Artikel 5.2. Evenementen op het marktterrein op de Markt

In de VFLO is bepaald dat het college kan besluiten in bijzondere gevallen de warenmarkt te verplaatsen. In dit besluit wordt de locatie aangewezen.

Daarnaast is een aantal kleine en middelgrote evenementen mogelijk, die worden gecombineerd met de warenmarkt. Uitgangspunt daarbij is de opstelling van de ijsbaan, bekend als model B.

Voorwaarde bij deze modellen is dat ten minste alle vaste standplaatshouders een standplaats kunnen krijgen. Dat betekent niet dat de standplaatshouders onder alle omstandigheden over dezelfde oppervlakte kan beschikken of dat alle voertuigen achter de kramen geplaatst kunnen worden.

De locatie wordt na overleg met de organisator van het evenement en de warenmarkt bepaald.

artikel 5.7 inhoud omgevingsvergunning vaste marktstandplaats

eerste lid

In het eerste lid is een uitgebreide inhoudsopgave gegeven van een omgevingsvergunning vaste marktstandplaats.

In onderdeel a is expliciet opgenomen dat in de omgevingsvergunning naam én voornamen van de vergunninghouder in de omgevingsvergunning worden opgenomen. Dit vergemakkelijkt de identificatie van de vergunninghouder. Onder een duidelijke omschrijving, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt bij voorkeur gedacht aan een tekening of plattegrond waarop de afmetingen van de standplaatsen en de nummering daarvan zijn aangegeven.

Ingevolge het vermelde onder c worden in de vergunning de verkoopmaterialen (kramen, tafels, wagens en dergelijke) opgesomd die de vergunninghouder bij het innemen van de standplaats mag gebruiken.

tweede lid

Artikel 5.7, tweede lid, bepaalt dat er een middel ter identificatie aan de omgevingsvergunning wordt gehecht. In verband hiermee kan de vergunninghouder worden verzocht twee pasfoto’s te overleggen die dienen ter identificatie; de ene op de vergunning en de ander voor het archief.

artikel 5.8 inschrijving op de anciënniteitslijst

Dit is van belang in verband met de in artikel 5.8 opgenomen mogelijkheid om te zijner tijd in aanmerking te komen voor een betere plaats op de markt.

artikel 5.9 volgorde toewijzing vaste standplaatsen

In dit artikel is de volgorde van toewijzing van een omgevingsvergunning vaste marktstandplaatsen op de markt geregeld. Aangezien niet alle standplaatsen dezelfde mogelijkheden bieden, is het redelijk dat in eerste aanleg aan vergunninghouders van een vaste standplaats de gelegenheid wordt geboden een naar hun oordeel betere standplaats te verkrijgen.. Het is, bijzondere omstandigheden uitgezonderd, niet mogelijk om een toegewezen vergunning te weigeren.

Als het college een brancheverdeling heeft vastgesteld, zal hiermee bij de toewijzing van vaste standplaatsen rekening dienen te worden gehouden. Dit betekent dat in dat geval de vergunning wordt toegekend aan de eerst ingeschrevene met artikelen in een sub-branche waar, volgens de bepaalde brancheverdeling, nog vergunningen uit te geven zijn.

Artikel 5.10 overschrijving vaste standplaatsvergunning

Komt een vergunninghouder te overlijden of wordt deze blijvend arbeidsongeschikt, dan moet het op sociale overwegingen gerechtvaardigd worden geacht dat zijn vergunning voor een vaste standplaats op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner (als bedoeld in artikel 1:80a van het Burgerlijk Wetboek) of een andere achterblijvende persoon met wie deze duurzaam samenwoonde of samenwerkte kan worden overgeschreven. In het eerste lid is vastgelegd dat de echtgenoot en de daarmee gelijkgestelde partners recht hebben op de vaste standplaats van de vergunninghouder. Dit in afwijking van de modelverordening van de VNG waarin is opgenomen dat een kind van een vergunninghouder onder omstandigheden recht heeft op een vergunning voor een vaste standplaats.

Blijvende arbeidsongeschiktheid dient aangetoond te worden.

Artikel 5.11 toewijzing dagplaats

De in het eerste lid vereiste omgevingsvergunning wordt veelal mondeling verleend, doch het verdient aanbeveling de controleur openbare ruimte in mandaat een (standaardvoorbedrukte) schriftelijke vergunning te laten afgeven waarop deze het nummer van de standplaats invult. Uiteraard dient, indien voor de markt een branche-indeling is vastgesteld, daarmee bij het toewijzen van dagplaatsen rekening te worden gehouden.

Artikel 5.12 toewijzing standwerkersplaats

Wanneer standwerkersplaatsen worden toegewezen, is het gewenst dat dit zo objectief mogelijk gebeurt om de bekende en de minder bekende standwerkers een gelijke kans te geven. Daarom is in het eerste lid bepaald dat de toewijzing geschiedt door loting. Om te voorkomen dat standwerkers bij tegenvallend weer of omzet voortijdig de markt verlaten en een ongewenste lege plek achterlaten, worden ze verplicht om de hele marktdag aanwezig te zijn. Als ze eerder weggaan kan dit bij deelname in een volgende loting meegewogen worden.

Artikel 5.13 persoonlijk innemen standplaats; bijstand

In dit artikel is bepaald dat de vergunninghouder in principe verplicht is zelf op zijn standplaats aanwezig te zijn. Aangezien in de VFLO is bepaald dat de vergunninghouder een natuurlijk persoon moet zijn, betekent dit dat de standplaats niet door bijvoorbeeld een medevennoot van de vergunninghouder kan worden ingenomen. Vz ARRvS, 2 juli 1993, JG 1994/206, inzake onderscheid natuurlijk persoon/rechtspersoon; Rechtbank Almelo 18 augustus 1995, GS (1995) 7022,3 m.nt. van E. Brederveld, inzake aanschrijving om standplaats persoonlijk in te nemen.

De vergunninghouder kan zich doen bijstaan op grond van het tweede lid. De artikelen 17 (‘bijzondere omstandigheden’) en 18 geven aan de vergunninghouder de mogelijkheid om zaken te regelen, bijvoorbeeld om naar de veiling te gaan.

Jurisprudentie

Eis dat vaste standplaats persoonlijk wordt ingenomen, valt binnen de verordende bevoegdheid van de raad (ABRS 20 juni 2001, JG 01.0199 m.nt. M. Geertsema).

Artikel 5.14 aantal keren innemen vaste standplaats

De plicht om de standplaats het minimumaantal vastgestelde keren in te nemen, geldt uiteraard alleen voor de vaste standplaatshouder en niet voor de dagplaatshouder of standwerker. Dit is noodzakelijk om de continuïteit in de bezetting te waarborgen

Artikel 5.15 afwezigheid wegensziekte , vakantie of bijzondere omstandigheden

In dit artikel worden de uitzonderingen gegeven op het uitgangspunt dat de vergunninghouder zelf op de standplaats aanwezig dient te zijn.

Het is wel noodzakelijk dat het college of de controleur openbare ruimte van elke verhindering tot marktbezoek zo tijdig mogelijk op de hoogte wordt gesteld.

Artikel5.16 ontheffing en vervanging

Eerste lid: De ontheffing kan aan een maximum van aaneengesloten twee jaar worden gebonden voor wat betreft ziekte. Het bestuur van de NVM beveelt dit ook sterk aan. Indien de ziekte langer dan twee jaar duurt, is veelal sprake van blijvende arbeidsongeschiktheid. In dat geval kan artikel 12 van kracht worden.

Tweede lid: In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college de vergunninghouder van een vaste standplaats toestaan zich op zijn standplaats te laten vervangen.

Een maximumtermijn van zes weken is voor vakantie gebruikelijk. Het college kan (bij langdurige vervanging) als voorwaarde stellen dat de vervanger aan de vereisten van artikel 6 (Marktverordening Gouda 2009) voldoet.

Artikel 5.17 legitimatie en identiteit vergunninghouder

Bij herhaling is gebleken dat de kopers op de markt er behoefte aan hebben te weten bij wie zij hun inkopen hebben gedaan. In de praktijk wordt hier echter weinig de hand aan gehouden. Het moet ook door iedere bonafide marktkoopman of -koopvrouw van belang worden geacht. Het vormen van een vaste klanten kring kan hierdoor tevens worden bevorderd.

Artikel 5.18 tijdstip innemen standplaats/aan- en afvoer goederen

Het marktterrein behoort tot de openbare weg. Teneinde het marktterrein tijdens de markt vrij te maken van alle verkeer, heeft het college een verkeersbesluit genomen. Ten onrechte geparkeerde auto’s kunnen met toepassing van bestuursdwang, op kosten van de eigenaars, van het marktterrein worden verwijderd nog vóór de eigenlijke opbouw van de markt. Voorwaarde is wel dat de tijden waarop het terrein beschikbaar moet zijn ten behoeve van de markt, duidelijk worden medegedeeld.

Het is van belang de in het eerste lid gegeven tijdspanne zo ruim te nemen dat hieraan in de regel kan worden voldaan. Veelal worden de tijden vastgesteld in overleg met de instanties die de belangen van de ambulante handel behartigen.

Het tweede lid maakt duidelijk dat het in het algemeen, in het belang van de orde op de markt, de vergunninghouder niet kan worden toegestaan de markt op willekeurige, vóór de sluitingstijd gelegen, momenten te verlaten.

Op grond van het derde lid is het mogelijk dat over een vaste standplaats beschikt kan worden ten gunste van een andere koopman, indien de vergunninghouder de markt op een bepaalde dag niet bezoekt. Daartoe is bepaald dat de vaste standplaats vóór een bepaald uur ingenomen moet zijn. Indien bekend is dat de rechthebbende later op de markt verschijnt, zal de standplaats uiteraard open moeten blijven.

Artikel 5.34

Een eventuele overschrijding van de in het branchepatroon gestelde maxima zal door natuurlijk verloop dienen te verdwijnen.

Hoofdstuk 6

Artikel 6.11 Toekenning, plaatsing, afmetingen vormgeving en materialen

Dit artikel is gebaseerd op de artikelen uit de Technische uitvoeringsvoorschriften naamgeving en nummering adressen Gouda 2012. In deze artikelen werd verwezen naar verouderde normen. Om dit te voorkomen in de toekomst wordt in de deze regel verwezen naar “de op dat moment geldende NEN-normen.”

Hoofdstuk 7

Dit hoofdstuk regelt op grond van artikel 3.42 van de VFLO de aanwijzing van plaatsen waar kampeermiddelen (tenten en campers) omgevingsvergunningsvrij mogen worden geplaatst, en onder welke voorwaarden dit is toegestaan. Het gaat om dezelfde plaatsen die waren opgenomen in het Aanwijsbesluit algemene plaatselijke verordening Gouda 2009.

Hoofdstuk 8

In dit hoofdstuk worden een aantal oude regelingen en onderdelen van regelingen ingetrokken.