VERORDENING PRECARIOBELASTING 2021

Geldend van 24-12-2020 t/m 22-12-2021

Intitulé

VERORDENING PRECARIOBELASTING 2021

De raad van de gemeente Apeldoorn;

Gelezen het voorstel van het college;

gelet op de artikel 228 van de Gemeentewet;

BESLUIT:

vast te stellen de navolgende Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2021.

Artikel 1 Belastbaar feit

Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 2 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene:

  • a.

    van wie, dan wel ten behoeve van wie, voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond worden aangetroffen.

  • b.

    In afwijking in zoverre van onderdeel a wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in onderdeel a, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.

Artikel 3 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • -

    een dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan;

  • -

    een jaar: een kalenderjaar;

  • -

    een half jaar: een tijdvak van 6 maanden, aanvangende op 1 januari of 1 juli;

  • -

    een maand: een kalendermaand;

  • -

    vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben;

  • -

    een week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen.

Artikel 4 Tarieven

  • 1. De belasting wordt geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.

  • 2. Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 5 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1. In de gevallen bedoeld in artikel 6, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2. In de gevallen bedoeld in artikel 6, tweede lid, is de precariobelasting verschuldigd bij het einde van het belastingtijdvak.

  • 3. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 6 Heffingstijdvak

  • 1. In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.

  • 2. In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

Artikel 7 Wijze van heffing

  • 1. De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 2. In afwijking van het eerste lid wordt de voor een dag verschuldigde precariobelasting geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

  • 3. Aanslagen van minder dan € 10,= worden niet opgelegd.

Artikel 8 Termijn van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de precariobelasting worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 7, tweede lid, mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving.

  • 3. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt dat de aanslag moet worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van de aanslag en elk van de volgende termijnen telkens een maand later, met dien verstande dat, indien na de kalendermaand, waarin de aanslag wordt opgelegd, minder dan drie kalendermaanden in het kalenderjaar overblijven, de aanslag moet worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening nog kalendermaanden in het jaar overblijven, met een minimum van één.

  • 4. In gevallen bedoeld in het derde lid geldt, in afwijking in zoverre van het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslag moet worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van de aanslag nog maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten hoogste drie bedraagt. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van de aanslag en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 5. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 9 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven:

  • a.

    voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven openbare grond door de gemeente Apeldoorn of door haar bedrijven;

  • b.

    voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven openbare grond, die daar zijn ten behoeve van het houden van een evenement;

  • c.

    voor het hebben van rijwielrekken.

Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. De Verordening precariobelasting 2020, vastgesteld op 14 november 2019 en de eerste wijziging verordening precariobelasting worden ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

  • 4. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening precariobelasting 2021’.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van 12 november 2020 ;

De raad voornoemd,

drs. A. Oudbier

raadsgriffier

A.J.M. Heerts

voorzitter

Bijlage 1 TARIEVENTABEL behorende bij de Verordening precariobelasting 2021

1.

Bouwwerken

1.1

Het tarief bedraagt voor het hebben van schuttingen, steigers, het opslaan van bouwmaterialen, alsmede voor het hebben van een directiewagen, een schaftwagen, werk- en berg loodsen per m² ingenomen grond, per week

€ 0,92

1.2

Het tarief bedraagt voor het hebben van een container voor de aan- en afvoer van bouwmaterialen of afvalmaterialen bij renovatie, verbouw, nieuwbouw of onderhoud per m² ingenomen grond, per week

€ 0,92

2

Benzinepompen, tanks, etc.

Het tarief bedraagt voor het hebben van:

 

A

een bewaarplaats voor vloeistoffen met inbegrip van een vulput en leidingen met een inhoud van maximaal 5000 liter, per jaar

5000 liter en meer, per jaar

€ 159,88

€ 319,86

B

een pomp voor benzine, gasolie e.d., per jaar

een water- en/of luchtinstallatie per jaar

Zijn meer dan één pomp in één mantel ondergebracht, dan is het recht voor elke pomp afzonderlijk verschuldigd.

€ 319,86

€ 159,88

C

een vulput en/of leidingen in verbinding met een particulier terrein gelegen bewaarplaats van vloeistoffen, per jaar

€ 31,64

D

een kiosk of andere overdekte ruimte, alsmede een randbalk-constructie, per m² ingenomen grond, per jaar

€ 15,85

E

een baken of lichtmast, per jaar

€ 15,85

F

een rek of ander verplaatsbaar voorwerp, per m² ingenomen grond, per jaar

€ 15,85

3.

Uitstallingen

Het tarief bedraagt:

3.1

voor het hebben van uitstallingen, kledingrekken, -bakken, plantenbakken, kiosken, alsmede reclame- en verwijsborden voor commerciële doeleinden bij winkels en dergelijke per m² ingenomen grond,

per jaar

€ 39,49

per half jaar

€ 19,77

per maand

€ 3,31

3.2

voor het hebben van uitstallingen, kledingrekken, -bakken, plantenbakken, kiosken, alsmede reclame- en verwijsborden voor commerciële doeleinden bij winkels en dergelijke in het voetgangersdomein per blok van 1,5 m² ingenomen grond,

per jaar

€ 59,97

per half jaar 

€ 30,01

per maand

€ 4,99

4.

Automaten, etc

Het tarief bedraagt voor het hebben van een automatisch verkoop-, weeg- of speeltoestel of chipknip-automaat, per jaar

€ 31,59

5.

Terrassen

Voor het hebben van banken, tafeltjes, stoelen, alsmede windschermen per m² ingenomen grond bedraagt het tarief:

 

A

indien het terras is gelegen binnen het, op de bij deze verordening behorende tekening, in rood aangeven gedeelte van deze gemeente, per jaar

€ 79,23

B

indien het terras is gelegen binnen het, op de bij deze verordening behorende tekening, in groen aangeven gedeelte van deze gemeente, per jaar

€ 47,84

C

indien het terras elders in deze gemeente is gelegen, per jaar

€ 31,59

6.

Luifels, erkers, etc

 

Voor het hebben van een luifel, erker, overbouwing en dergelijke, per m² ingenomen grond, per jaar bedraagt het tarief

€ 17,32

7.

Serres

A

indien de serre is gelegen binnen het, op de bij deze verordening behorende tekening, in rood aangeven gedeelte van deze gemeente, per jaar

€ 104,19

B

indien de serre is gelegen binnen het, op de bij deze verordening behorende tekening, in groen aangeven gedeelte van deze gemeente, per jaar

€ 62,52

C

indien de serre elders in deze gemeente is gelegen,per jaar

€ 41,52

8.

Reclameobjecten

Het tarief bedraagt:

8.1

voor het hebben van reclameborden die zijn geplaatst aan of rond lantaarnpalen, straatnaam palen en dergelijke, per bord, per dag

€ 0,87

8.2

voor het hebben van reclame borden, naamborden, vlaggen en dergelijke, bevestigend aan gevels of luifels, per bord of vlag, per jaar

€ 38,93

9.

Spoorstaven, buizen, kabels, enz

Het tarief bedraagt:

A

voor het hebben van spoorstaven, niet dienende voor openbare middelen van vervoer per stel rails per meter, per jaar

€ 4,36

B

voor het hebben van buizen, kabels, draden of andere leidingen, per meter, per jaar

€ 2,75

10.

Standplaatsen

10.1

Het tarief bedraagt:

a

voor het incidenteel hebben van kramen, tafels, verkoopwagens of andere verkoopmiddelen tot een maximum van 25 m² ingenomen grond per dag

€ 101,08

b

voor elke vierkante meter die het aantal van 25 m² te boven gaat per dag

€ 4,08

10.2

Het tarief bedraagt:

voor het periodiek hebben van kramen, tafels, verkoopwagens of andereverkoopmiddelen gedurende één jaar per m² ingenomen grond per dag

 

a

Indien de standplaats is gelegen op het raadhuisplein

€ 4,23

b

Indien de standplaats is gelegen in het regionaal verzorgend centrum, op een stadsdeelcentrum of bij of in de onmiddellijke nabijheid van een toeristische attractie

€ 2,14

c

Indien de standplaats is gelegen op een wijkwinkelcentrum, op een buurtwinkelcentrum, bij een buurtvoorziening, in een dorpskernverzorgend centrum, bij een grootschalige detailhandelsconcentratie of een perifere detailhandelsconcentratie

€ 1,17

d

Indien de standplaats is gelegen op een andere locatie dan genoemd onder 10.2 a tot en met 10.2 c

€ 1,13

10.3

Het tarief bedraagt voor het innemen van grond voor de verkoop van Kerstdennen en koek en zopie per ingenomen m² per dag

€ 2,19

11.

Algemeen tarief

 

Het tarief wegens het gebruik of genot van voor de openbare dienst bestemde grond en wegens het hebben van voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde grond wordt, voor zover in de vorige artikelen geen bijzonder tarief is vastgesteld, geheven per meter, m² ingenomen grond of m³:

 

a

gedurende een jaar

€ 20,53

b

gedurende een half jaar

€ 10,44

c

gedurende een maand

€ 1,78

d

gedurende een week

€ 0,51

Behoort bij raadsbesluit van 12 november 2020.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 12 november 2020

De raad voornoemd,

drs. A. Oudbier

raadsgriffier

A.J.M. Heerts

voorzitter

Bijlage 2: Tekening behorende bij de verordening Precariobelasting 2021