Verordening op de heffing en de invordering van rechten gemeentelijke begraafplaatsen Oldebroek 2021.

Geldend van 01-01-2021 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van rechten gemeentelijke begraafplaatsen Oldebroek 2021.

Kenmerk: 1048526

Besluit van de raad van de gemeente Oldebroek tot vaststelling van de Verordening op de heffing en de invordering van rechten gemeentelijke begraafplaatsen Oldebroek 2021 (Verordening rechten gemeentelijke begraafplaatsen Oldebroek 2021)

De raad van de gemeente Oldebroek;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 november 2020;

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

B E S L U I T:

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van rechten gemeentelijke begraafplaatsen Oldebroek 2021.

Artikel 1 Definities

1. Deze verordening verstaat onder:

a) begraafplaatsen: de vier gemeentelijke begraafplaatsen, gelegen aan respectievelijk de Stationsweg te Wezep, de Bovenheigraaf te Wezep, de Mheneweg Zuid te Oldebroek en de Oostendorperstraatweg te Oosterwolde;

b) graf: een daartoe aangewezen gedeelte op de begraafplaatsen waarin overledenen kunnen worden begraven of asbussen worden bijgezet;

c) asbus: een bus voor de berging van as van een overledene;

d) urn: een voorwerp voor de berging van één of meerdere asbussen;

e) particulier graf: een graf of grafkelder waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

- het doen begraven en begraven houden van één of meer overledenen;

- het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

- het doen verstrooien van as;

f) particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van maximaal twee asbussen met of zonder urnen;

g) particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van maximaal twee asbussen met of zonder urnen;

h) particuliere grafruimte: een deel van een particulier graf of grafkelder, waarvoor vóór 1 april 2017 aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om één stoffelijk overschot of asbus of urn in onder te brengen of as te verstrooien van één overledene;

i) algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot

- het doen begraven van één overledene;

- het doen bijzetten en bijgezet houden van één asbus met of zonder urn;

j) algemene grafruimte: een algemeen graf, dat is uitgegeven vóór 1 april 2017;

k) immatuur: een na een zwangerschap van minder dan 24 complete weken levenloos ter wereld gekomen menselijke vrucht.

Artikel 2 Belastbaar feit

Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen.

Artikel 3 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag of voor wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 4 Vrijstellingen

1. De rechten worden niet geheven voor:

a. het begraven van het stoffelijk overschot van levenloos geboren of kort na de geboorte overleden kinderen, die in één kist met hun overleden moeder worden begraven als moeder en kind kort na elkaar zijn overleden;

b. het op rechterlijk gezag opgraven en weer in hetzelfde graf begraven van een stoffelijk overschot.

2. In geval van het begraven van een immatuur wordt geen grafrecht geheven.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven zoals opgenomen in de tarieventabel die bij deze verordening hoort.

Artikel 6 Belastingjaar

1. Voor de rechten die per jaar worden geheven, is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

2. Voor het onderhoudsrecht dat wordt afgekocht, is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor het onderhoudsrecht wordt afgekocht.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsduur van het onderhoudsrecht

1. De rechten die per jaar worden geheven en de rechten voor de afkoop van het onderhoudsrecht zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2. De overige rechten worden geheven bij aanvang van de dienstverlening of het gebruik.

3. Als de belastingplicht van de jaarlijkse onderhoudsrechten in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4. Als de belastingplicht van de jaarlijkse onderhoudsrechten in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat recht op ontheffing voor het aantal twaalfde gedeelten dat er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volledige kalendermaanden resteren.

Artikel 8 Wijze van heffing

1. De rechten bedoeld in de hoofdstukken 1 tot en met 5 van de tarieventabel worden geheven via een aanslag.

2. De rechten bedoeld in hoofdstuk 6 wordt geheven via een nota.

Artikel 9 Termijnen van betaling

1. De rechten worden, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, betaald in maximaal twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

2. In afwijking van het eerste lid en in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 geldt voor het jaarlijkse onderhoudsrecht vanaf het tweede jaar van heffing, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt dan op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen steeds een maand later. Deze machtiging voor automatische betalingsincasso in tien gelijke termijnen is alleen mogelijk als het totaalbedrag van de op het aanslagbiljet vermelde aanslag(en) meer is dan € 100,00.

3. Als met betrekking tot het jaarlijkse onderhoudsrecht het totaalbedrag van de op het aanslagbiljet vermelde aanslag(en) minder is dan € 10,00 moet dat bedrag, in afwijking van de voorgaande leden en in afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990, in één termijn betaald worden. Deze termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

4. Als met betrekking tot het jaarlijkse onderhoudsrecht de maandelijkse termijnen zoals genoemd in het tweede lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische incasso en gelden de betalingstermijnen zoals die in het eerste lid staan.

5. Het recht bedoeld in hoofdstuk 6 van de tarieventabel moet, in afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990, worden betaald binnen één maand na dagtekening van de nota.

6. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden vermelde termijnen.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van de rechten gemeentelijke begraafplaatsen wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Overgangsrecht

1. De ‘Verordening rechten gemeentelijke begraafplaatsen 2020' en de 'Verordening onderhoudsrechten gemeentelijke begraafplaatsen 2020, betreffende de periode vóór 2017’ van 12 december 2019, worden ingetrokken met ingang van 1 januari 2021. Die verordeningen blijven echter wel van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2. Als de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, blijven de in het eerste lid genoemde verordeningen gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten, voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt.

Artikel 12 Inwerkingtreding

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Verordening rechten gemeentelijke begraafplaatsen Oldebroek 2021’.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering

van de gemeenteraad van Oldebroek

op 17 december 2020.

, voorzitter T.H. Haseloop-Amsing.

, griffier J. Tabak.

Bijlage behorende bij deze verordening : tarieventabel. 

TARIEVENTABEL

Hoofdstuk 1 Grafrecht

1.1 Het grafrecht voor het uitsluitend recht op een particulier graf, waarin één overledene kan

worden begraven, bedraagt voor een uitsluitend recht

1.1.1 voor een periode van 20 jaar: € 1.645,99;

1.1.2 voor onbepaalde tijd: € 3.265,88.

1.1.3 Voor het verlengen van het uitsluitend recht genoemd in 1.1.1 met een periode van

10 jaar wordt geheven: € 578,98.

1.2 Het grafrecht voor het uitsluitend recht op een particulier graf, waarin twee overledenen

kunnen worden begraven, bedraagt voor een uitsluitend recht

1.2.1 voor een periode van 20 jaar: € 3.291,98;

1.2.2 voor onbepaalde tijd: € 6.531,76.

1.2.3 Voor het verlengen van het uitsluitend recht genoemd in 1.2.1 met een periode van

10 jaar wordt geheven: € 1.157,96.

1.3 Het grafrecht voor het uitsluitend recht op een particulier graf, waarin drie overledenen

kunnen worden begraven, bedraagt voor een uitsluitend recht

1.3.1 voor een periode van 20 jaar: € 3.928,43;

1.3.2 voor onbepaalde tijd: € 7.273,82.

1.3.3 Voor het verlengen van het uitsluitend recht genoemd in 1.3.1 met een periode van

10 jaar wordt geheven: € 1.389,54.

1.4 Het grafrecht voor het uitsluitend recht op een particulier urnengraf of particuliere urnennis

bedraagt voor een uitsluitend recht

1.4.1 voor een periode van 20 jaar: € 1.645,99;

1.4.2 voor onbepaalde tijd: € 3.265,88.

1.4.3 Voor het verlengen van het uitsluitend recht genoemd in 1.4.1 met een periode van

10 jaar wordt geheven: € 578,98.

1.5 Als een uitsluitend recht voor een periode van 20 jaar wordt omgezet naar een uitsluitend recht voor onbepaalde tijd, geldt het op het moment van omzetting van toepassing zijnde tarief voor grafrecht voor onbepaalde tijd, verminderd met het bedrag dat is betaald voor afkoop voor een periode van 20 jaar.

1.6 Als een uitsluitend recht voor onbepaalde tijd wordt omgezet naar een uitsluitend recht voor een periode van 20 jaar, vindt geen restitutie van het afgekochte grafrecht plaats.

1.7 Als een uitsluitend recht op een graf tussentijds vervalt, vindt geen restitutie van het afgekochte grafrecht plaats.

1.8 Het grafrecht voor het verlenen van het uitsluitend recht als bedoeld in dit hoofdstuk omvat mede de bijdrage in de kosten van het dagelijks onderhoud van de gehele begraafplaats.

Hoofdstuk 2 Begraafrecht

2.1 Het begraafrecht voor het begraven van een overledene bedraagt voor het begraven van:

2.1.1 een kind beneden één jaar: € 196,46;

2.1.2 een kind van één tot twaalf jaar: € 392,92;

2.1.3 een persoon van twaalf jaar of ouder: € 785,84;

2.1.4 een persoon van twaalf jaar of ouder, direct na het schudden van het graf,

waarbij het graf nog niet is gesloten: € 671,75.

2.2 Voor het begraven van levenloos geboren of kort na de geboorte overleden kinderen van een meervoudige geboorte, die geboren zijn na een zwangerschapsduur van tenminste 24 weken en die samen in één kist worden begraven, wordt het begraafrecht eenmaal geheven.

2.3 Voor het begraven of bijzetten van één asbus of urn en voor verstrooiing van as van één

overledene wordt een recht geheven van: € 392,92.

Hoofdstuk 3 Onderhoudsrecht voor een algemeen graf

3.1 Het bedrag dat wordt geheven voor onderhoud voor een periode van 10 jaar van

een algemeen graf, bedraagt: € 503,28.

3.2 Het bedrag dat wordt geheven voor onderhoud van een algemene grafruimte bedraagt

per jaar: € 55,92.

3.3 Het recht voor onderhoud van een algemeen graf of algemene grafruimte wordt maximaal 10 jaar geheven.

3.4 Het onderhoudsrecht omvat mede de bijdrage in de kosten van het dagelijks onderhoud van de gehele begraafplaats.

Hoofdstuk 4 Onderhoudsrecht voor een particuliere grafruimte of particuliere urnennis

4.1 Het bedrag dat wordt geheven voor onderhoud van een particuliere grafruimte of

particuliere urnennis, waarvoor een uitsluitend recht voor een periode van 20 jaar

(vóór 1 april 2017) of voor onbepaalde tijd (vóór 1 januari 2008) is verkregen, bedraagt

per jaar: € 55,92.

4.2 Voor het verlengen met 10 jaar van het uitsluitend recht op een particuliere grafruimte

of particuliere urnennis in combinatie met afkoop van een onderhoudsrecht als bedoeld in

de artikelen 4.1 bedraagt het tarief: € 578,98.

4.3 Als een uitsluitend recht voor een particuliere grafruimte of particuliere urnennis voor 20 jaar is verkregen, waarbij de onderhoudsrechten voor 20 jaar zijn afgekocht, wordt omgezet naar een uitsluitend recht voor onbepaalde tijd, geldt een tarief van € 2.622,-. verminderd met het bedrag dat door de aanvrager is betaald voor afkoop van het graf- en onderhoudsrecht voor een periode van 20 jaar. Dit tarief omvat zowel het onderhoudsrecht als het uitsluitend recht voor onbepaalde tijd op de particuliere grafruimte of particuliere urnennis.

4.6 Als een uitsluitend recht voor een particuliere grafruimte of particuliere urnennis dat voor onbepaalde tijd is verkregen en waarvoor per jaar wordt betaald, wordt omgezet naar een periode van 20 jaar, wordt het onderhoudsrecht afgekocht voor € 1.006,56. De datum van ingang van de periode van het uitsluitend recht en het onderhoudsrecht voor een periode van 20 jaar is dan 1 januari van het jaar van aanvraag.

4.7 Het onderhoudsrecht behelst mede de bijdrage in de kosten van het dagelijks onderhoud van de gehele begraafplaats.

Hoofdstuk 5 Afkoop van jaarlijkse onderhoudsrechten

5.1 Van de jaarlijkse rechtenheffing als bedoeld in de artikelen 3.2 en 4.1 is op aanvraag afkoop mogelijk.

5.1.1 Het afkoopbedrag voor een algemene grafruimte als bedoeld in artikel 3.2 en een particuliere grafruimte of particuliere urnennis als bedoeld in artikel 4.1 is € 50,33, vermenigvuldigd met de resterende looptijd in jaren waarvoor het onderhoudsrecht nog van kracht is.

5.1.2 Het afkoopbedrag voor een particuliere grafruimte of particuliere urnennis, waarvan het uitsluitend recht voor onbepaalde tijd is verkregen is € 1.957,20.

5.3 Als het recht op een graf tussentijds vervalt, vindt geen restitutie van geheven rechten plaats.

Hoofdstuk 6 Vergunning voor opgraven

6.1 Het tarief voor het afgeven van een vergunning voor het op verzoek van de rechthebbende opgraven van een overledene bedraagt: € 41,96.

Deze tabel hoort bij de ‘Verordening rechten gemeentelijke begraafplaatsen Oldebroek 2021’ nr. 1048526, vastgesteld op 17 december 2020.

Ondertekening

, griffier J. Tabak.