Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Leiden houdende regels omtrent het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren (Parkeerverordening gemeente Leiden 2021)

Geldend van 01-01-2021 t/m heden

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Leiden houdende regels omtrent het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren (Parkeerverordening gemeente Leiden 2021)

De raad van de gemeente Leiden:

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (Raadsvoorstel 20.0137 van 2020), mede gezien het advies van de commissie,

BESLUIT

  • 1.

    vast te stellen de navolgende

    VERORDENING OP HET GEBRUIK VAN PARKEERPLAATSEN EN DE VERLENING VAN VERGUNNINGEN VOOR HET PARKEREN GEMEENTE LEIDEN 2021

AFDELING I DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1: Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459;

  • b.

    het College: het College van Burgemeester en Wethouders van Leiden;

  • c.

    motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1van het RVV 1990, met uitzondering van motorvoertuigen die uitsluitend voor recreatieve doeleinden zijn ingericht en / of worden gebruikt;

  • d.

    brommobiel: voertuig op vier wielen, met een maximumsnelheid van 45 km/uur en een gewicht van minder dan 350 kg.

  • e.

    parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

  • f.

    houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een voertuig dat is ingeschreven in het -krachtens de Wegenverkeerswet 1994- aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig of brommobiel opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven;

  • g.

    parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer voor het verlenen van diensten op het gebied van telefonische en/of elektronische betaling bestemt voor de registratie van parkeerbewegingen, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan

  • h.

    parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur;

  • i.

    vergunninghouderplaats: een parkeerplaats die

    • 1.

      is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990, of

    • 2.

      gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 met het opschrift zone, voorzover deze plaats niet is uitgezonderd;

  • j.

    parkeervergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur en/of vergunninghouderplaatsen;

  • k.

    vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een parkeervergunning is verleend;

  • l.

    bewoner: inwoner van de gemeente Leiden die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en staat ingeschreven als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Leiden op het adres dat hij/zij bewoont als zelfstandige woning of degene die, niet is ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie, maar kan aantonen werkzaam en woonachtig te zijn in Leiden;

  • m.

    adres: het adres zoals dat bekend staat in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG);

  • n.

    zelfstandige woning: woning die als een onroerende zaak wordt aangemerkt in artikel 16 Wet waardering onroerende zaken, zoals geregistreerd bij de gemeente, alsmede een woonboot op een daarvoor bestemde ligplaats;

  • o.

    zone: afgebakend gebied waarbinnen parkeervergunningen kunnen worden verleend indien en voor zover in dat gebied voor parkeren parkeerbelasting wordt geheven;

  • p.

    autodaten: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder;

  • q.

    autodateplaats: autodateplaats: een parkeerplaats uitsluitend voor auto's voorzien van een autodateparkeervergunning die is aangeduid met bord E9, uit bijlage I van het RVV 1990 met onderbord waarop "autodate" vermeld staat;

  • r.

    autodelen: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen particulieren uit meer dan één huishouden

  • s.

    centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Leiden een overeenkomst heeft gesloten, bestemt voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of ander communicatiemiddel;

  • t.

    parkeervoorziening op eigen terrein:

    • parkeerplaats op een terrein of in een garage dat eigendom is van de aanvrager of uitgegeven in erfpacht, gebruik of verhuurd aan de aanvrager.

    • parkeerplaats op het terrein of in de garage van een complex waarvan in de bouwvergunning, splitsingsakte, erfpachtvoorwaarden of de huur- of koopovereenkomst is vastgelegd dat deze bedoeld is als parkeergelegenheid voor het adres van de aanvrager.

    • voormalige parkeerplaats op eigen terrein die door of vanwege de aanvrager een andere bestemming heeft gekregen.

    • parkeerafspraak vastgelegd in een parkeerovereenkomst waarin geen gebruik wordt gemaakt van openbare parkeerplaatsen.

  • u.

    gehandicaptenparkeerkaart: parkeerkaart als bedoeld in artikel 49 Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer, een ingevolge de Regeling Gehandicaptenparkeerkaart of daarmee gelijkgestelde parkeerkaart;

  • v.

    Mantelzorg: het structureel zorgen voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, ouder, kind of ander familielid, vriend of kennis. Mantelzorgers zijn geen beroepsmatige zorgverleners, maar geven zorg omdat zij een persoonlijke band hebben met degene voor wie ze zorgen.

  • w.

    klusbedrijf: een klein bedrijf dat verbouwingen, reparaties en lichte werkzaamheden uitvoert.x. klussenbus: een voertuig, bij de RDW geregistreerd als bedrijfswagen, met een maximaal toegestaan gewicht van 3.500 kg die uitsluitend is ingericht voor het vervoer van goederen, benodigd bij verbouwingen, reparaties en lichte werkzaamheden;

Afdeling II Plaatsen voor bezoekers en vergunninghouders en parkeervergunningen

Artikel 2: Aanwijzen plaatsen en tijden

  • 1. Het College wijst, bij openbaar te maken besluit, terreinen en/of weggedeelten aan die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders of voor het parkeren door bezoekers. Daarbij kan zij weggedeelten aanwijzen die alleen bestemd zijn voor het parkeren van één bepaalde categorie vergunninghouders.

  • 2. Het College wijst, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen aan waarop het parkeren aan vergunninghouders en bezoekers is toegestaan.

  • 3. Het College wijst, bij openbaar te maken besluit, de betaald parkeerzones aan zoals genoemd in artikel 3.

Artikel 3: Verlenen parkeervergunning

  • 1. Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een parkeervergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen en/of parkeerapparatuurplaatsen.

  • 2. Een parkeervergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze:

    • a.

      bewoner is van een adres binnen een van de betaald parkeerzones, zolang het vastgesteld maximum aantal te verlenen parkeervergunningen niet is overschreden en deze niet op andere wijze in parkeerruimte kan voorzien, te noemen bewonersparkeervergunning;

    • b.

      uit hoofde van een beroep of bedrijf gevestigd is binnen één van de betaald parkeerzones en aantoont dat het in het belang van diens beroeps- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in die zone een motorvoertuig te parkeren en die niet op andere wijze in parkeerruimte kan voorzien. De hiervoor bedoelde noodzaak wordt slechts aanwezig geacht, indien voor het vervoer van zware, kwetsbare of omvangrijke goederen, over de auto moet kunnen worden beschikt, te noemen bedrijfsparkeervergunning.

    • c.

      werkzaam is in Leiden als zelfstandig werkende huisarts, verloskundige,professionele (thuis)zorg- of hulpverlener of dierenarts. De aanvrager dient bij de aanvraag aan te tonen dat het in het belang van diens beroeps- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is het motorvoertuig te parkeren binnen de betaald parkeerzones en dat er niet op andere wijze in parkeerruimte kan worden voorzien te noemen zorgparkeervergunning;

    • d.

      uit hoofde van een beroep of bedrijf aantoont dat het in het belang van diens beroeps- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is de klussenbus te parkeren binnen de betaald parkeerzones, te noemen klussenbusparkeervergunning;

    • e.

      kaderwerk verricht binnen een formele vereniging, met volledige rechtsbevoegdheid, opgericht bij notariële akte in de Nederlandse taal en voorzien van de statuten, ingeschreven in het (verenigings)register van de Kamer van Koophandel en gevestigd in één van de betaald parkeerzones, te noemen verenigingsparkeervergunning.

    • f.

      aangetoond heeft het voertuig te delen met een andere particuliere deler; te noemen deelautoparkeervergunning

    • g.

      ouder is van een gehandicaptenparkeerkaart, niet uitgegeven door de gemeente Leiden, waarmee geparkeerd kan worden op gehandicaptenparkeerplaatsen en parkeerapparatuurplaatsen in alle gebieden, te noemen gehandicaptenparkeervergunning

  • 3. Aan bewoner van een adres binnen één van de betaald parkeerzones kan per adres;

    • a.

      ten behoeve van het parkeren van het voertuig van bezoekers een parkeervergunning worden verleend, te noemen bezoekersparkeervergunning;

    • b.

      voor het ontvangen van mantelzorg een vergunning worden verleend, te noemen mantelzorgparkeervergunning.

  • 4. Aan een door het college goedgekeurd autodatebedrijf kan een vergunning verstrekt worden waarmee het toegestaan wordt om motorvoertuigen van autodatebedrijven te parkeren op aangewezen parkeerplaatsen voorzien van verkeersbord E9, RVV 1990, met onderbord waarop autodate vermeldt staat, te noemen autodateparkeervergunning.

  • 5. Aan een werkgever gevestigd binnen één van de betaald parkeerzones kan voor het parkeren van de werknemer een parkeervergunning worden verstrekt, te noemen werknemersparkeervergunning.

  • 6. Aan een werkgever gevestigd binnen één van de betaald parkeerzones kan voor het parkeren van de werknemer op zaterdag een parkeervergunning worden verstrekt, te noemen werknemersparkeervergunning Z

  • 7. Aan politie, brandweer, (dieren)ambulancedienst, Hoogheemraadschap Rijnland en gemeente, kan voor de voertuigen, ten behoeve van beroepsuitoefening zonder herkenbare auto en/of gemeentelijke taken, een parkeervergunning worden verstrekt, te noemen functionele parkeervergunning.

  • 8.

    • a.

      Een parkeervergunning verleend op grond van lid 1 tot en met 7 van dit artikel is, pas geldig op het moment dat het kenteken waarvoor deze parkeervergunning wordt gebruikt, is aangemeld bij de centrale computer. Indien de parkeervergunning nog niet gedigitaliseerd is moet de parkeervergunning duidelijk zichtbaar in het voertuig worden; aangebracht;

    • b.

      een week-, maand- en jaarkaart als aangehaald in onderdelen I, II en III van Verordening parkeerbelastingen, is pas geldig op het moment dat het kenteken waarvoor deze parkeervergunning wordt gebruikt, is aangemeld bij de centrale computer.

  • 9. Aan de parkeervergunning kunnen door het college zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de parkeervergunning van kracht is.

  • 10. Het College kan aan de genoemde parkeervergunningen ook andere voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare ruimte.

  • 11. Het College kan in de gevallen, waarin toepassing van dit artikel tot een bijzondere hardheid leidt, een parkeervergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen, die niet voldoen aan één van de genoemde voorwaarden.

Artikel 3a: Weigeren parkeervergunning

  • 1. Het college zal op een daartoe strekkende aanvraag een bewonersparkeervergunning als bedoeld in artikel 3, lid 2, sub a, een bezoekersparkeervergunning als bedoeld in artikel 3, lid 3, sub a en een deelautoparkeervergunning als bedoeld in artikel 3, lid 2, sub f weigeren indien de aanvraag betrekking heeft op bewoning van na inwerkingtreding van de gewijzigde Parkeerverordening 2017 op 2 oktober 2019 te realiseren nieuwe woningen, ontstaan door nieuwbouw, door functiewijziging van bestaande gebouwen, door omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte of door verbouwing en/of juridische splitsing van één woning tot twee of meer zelfstandige woonruimten. Als datum van realisatie zal aangehouden worden de datum van het besluit om omgevingsvergunning krachtens hoofdstuk 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bij omgevingsvergunningplichtige activiteiten en de datum van het besluit krachtens hoofdstuk 4 van de Huisvestingswet bij niet omgevingsvergunningplichtige activiteiten.

  • 2. Indien de aanvraag betrekking heeft op projecten of gebieden die na inwerkingtreding van de gewijzigde Parkeerverordening 2017 op 2 oktober 2019 door het college zijn aangewezen, waarin bewoners niet in aanmerking komen voor een bewonersparkeervergunning, bezoekersparkeervergunning en deelautoparkeervergunning, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4: Aanvragen parkeervergunning

  • 1. Het college kan met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden van dit artikel, nadere regels vaststellen voor het aanvragen en verlenen van parkeervergunningen.

  • 2. Het college stelt, bij openbaar te maken besluit, het maximaal aantal uit te geven parkeervergunningen en maximaal aantal uren voor de bezoekersparkeervergunning vast.

  • 3. Het college kan, indien het maximaal uit te geven aantal parkeervergunningen zijn verleend als bedoeld in het tweede lid van dit artikel:

    • a.

      de aanvraag voor een bewonersparkeervergunning voor onbepaalde tijd op een wachtlijst plaatsen..

    • b.

      de aanvraag voor een werknemersparkeervergunning (Z) en deelautoparkeervergunning voor onbepaalde tijd op een wachtlijst plaatsen.

  • 4. Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van een aanvraag voor een parkeervergunning.

  • 5. Het college kan de in het vierde lid genoemde termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.

Artikel 5: Geldigheidsduur en gegevens parkeervergunning

  • 1. Een parkeervergunning wordt voor de duur van een betalingstijdvak en ten hoogste een jaar verleend.

  • 2. De parkeervergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:

    • a.

      de periode waarvoor de parkeervergunning geldt;

    • b.

      het gebied waarvoor de parkeervergunning geldt;

    • c.

      de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het voertuig waarvoor de parkeervergunning is verleend.

Artikel 6: Vervallen, intrekken of wijzigen parkeervergunning

  • 1. De parkeervergunning vervalt van rechtswege wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn of haar betalingsplicht voor de parkeervergunning heeft voldaan overeenkomstig artikel 6, tweede lid, van de geldende Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen.

  • 2. Als de vergunninghouder tijdig aan zijn of haar betalingsplicht voor de parkeervergunning heeft voldaan overeenkomstig artikel 6, tweede lid van de geldende Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelasting, wordt de parkeervergunning verleend voor het volgende betalingstijdvak.

  • 3. Het college kan een parkeervergunning intrekken of wijzigen:

    • a.

      op verzoek van de vergunninghouder; wanneer de vergunninghouder verhuist of daar uit hoofde van het beroep of bedrijf niet meer gevestigd is, dan wel de beroeps- of bedrijfsuitoefening daar feitelijk beëindigt;

    • b.

      wanneer er zich een wijziging voordoet in één van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de parkeervergunning;

    • c.

      wanneer de vergunninghouder niet (meer) voldoet aan de gestelde voorwaarden in deze Parkeerverordening of in de nadere voorschriften (k.31.2), met dien verstande dat de parkeervergunning in die gevallen wordt ingetrokken met ingang van het eerstvolgende betalingstijdvak;

    • d.

      wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van parkeervergunningen komt te vervallen;

    • e.

      wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorschriften of gelegenheid geeft tot misbruik van de parkeervergunning;

    • f.

      wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de parkeervergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;

    • g.

      om redenen van openbaar belang

Afdeling III Verbodsbepalingen

Artikel 7

  • 1. Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig of brommobiel, te plaatsen of te laten staan:

    • a.

      op een parkeerapparatuurplaats;

    • b.

      op een vergunninghouderplaats.

  • 2. Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij een parkeermeter te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik van die meter wordt belemmerd of verhinderd.

  • 3. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel. Aan deze ontheffing kan onder meer het voorschrift worden verbonden dat de houder van deze ontheffing een vergoeding is verschuldigd de grootte van de tarieven van een dag, week, maand of jaar, zoals vastgesteld in de vigerende Parkeerbelastingverordening, Onderdeel II onder 1.

Artikel 8

Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere middelen, dan die in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven, in werking te stellen.

Afdeling IV Strafbepaling

Artikel 9: Diefstal, verlies of vermissing

  • 1. In geval van diefstal, verlies of vermissing van een nog niet gedigitaliseerde parkeervergunning op kenteken kan een duplicaatparkeervergunning worden verstrekt.

  • 2. In geval van diefstal, van een parkeervergunning op naam wordt slechts een duplicaat verstrekt indien hiervan aangifte is gedaan bij de politie en tegen overlegging van het proces-verbaal.

  • 3. In geval van verlies of vermissing van een parkeervergunning op naam wordt slechts een duplicaat verstrekt indien hiervan aangifte is gedaan bij de gemeente en tegen overlegging van het bewijs van aangifte.

  • 4. Duplicaten van een parkeervergunning op kenteken of op naam worden hoogstens één maal per jaar verstrekt, terwijl op een duplicaat géén kentekenwijziging kan worden doorgevoerd.

  • 5. Een duplicaatvergunning wordt niet eerder afgegeven dan na voldoening van de verschuldigde legeskosten.

Artikel 10

Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

Artikel 11

Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn, behalve de in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, de door het college aangewezen ambtenaren belast.

Afdeling V Overgang- en slotbepaling

Artikel 12 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als Parkeerverordening gemeente Leiden 2021

Artikel 13 Intrekken oude verordening

De Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van parkeervergunningen voor het parkeren (Parkeerverordening 2017) zoals deze laatstelijk gewijzigd is bij raadsbesluit van 19 september 2019 wordt ingetrokken.

Artikel 14 Overgangsrecht

Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 13, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

Artikel 15 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt op 1 januari 2021 in werking.

Ondertekening

Gedaan in de openbare raadsvergadering van 15 december 2020,

de Griffier,

dhr. G.F.C. Van Leiden

de Voorzitter,

drs. H.J.J. Lenferink