Verordening afvalstoffenheffing Heemstede 2021

Geldend van 24-12-2020 t/m 31-12-2021

Intitulé

Verordening afvalstoffenheffing Heemstede 2021

De raad van de gemeente Heemstede;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 november 2020;

gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening afvalstoffenheffing Heemstede 2021

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1. Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3 Voorwerp van de belasting

  • 1. Voorwerp van de belasting is een perceel.

  • 2. Als perceel wordt aangemerkt:

    • a.

      de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken;

    • b.

      de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;

    • c.

      een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

    • d.

      een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.

    • e.

      het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.

Artikel 4 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 6 Belastingjaar

Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing

  • 1. De belasting bedoeld in de onderdelen 1.1 tot en met 1.2.4 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 2. De belasting bedoeld in de onderdelen 2.1 tot en met 3.1.4 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1. De belasting als bedoeld in de onderdelen 1.1 tot en met 1.2.4 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3. Indien in de loop van het belastingjaar het aantal in gebruik zijnde restafvalcontainers afneemt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de wijziging van het aantal restafvalcontainers, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4. Indien in de loop van het belastingjaar de in gebruik zijnde restafvalcontainer(s) met een inhoud van 240 liter, wordt (worden) omgewisseld voor (een) restafvalcontainer(s) met een inhoud van 140 liter, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het verschil tussen een 240 en een 140 litercontainer, als er in dat jaar na deze omwisseling nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 5. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in de onderdelen 1.1 tot en met 1.2.4 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 6. Indien in de loop van het belastingjaar het aantal in gebruik zijnde restafvalcontainers toeneemt, dan is de hogere belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar na de toename van het aantal containers, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 7. Indien in de loop van het belastingjaar de in gebruik zijnde restafvalcontainer(s) met een inhoud van 120 of 140 liter wordt (worden) omgewisseld voor (een) restafvalcontainer(s) met een inhoud van 240 liter, dan is de hogere belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar na deze omwisseling nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 8. Het tweede tot en met het zevende lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt, waarbij geen wijziging optreedt in het aantal en/of het formaat van de in gebruik zijnde restafvalcontainer(s).

  • 9. De belasting bedoeld in de onderdelen 2.1 tot en met 3.1.4 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

  • 10. Als het bedrag van de belasting beneden de € 10,00 blijft, wordt geen belasting geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aan belastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 9 Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de op grond van artikel 7, eerste lid bedoelde belasting worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer is dan € 70,00, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zeven gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens op de laatste dag van de daaropvolgende maand.

  • 3. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de op grond van artikel 7, tweede lid, bedoelde belasting worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 7, tweede lid:

    • a.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving.

  • 4. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.

  • 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van de afvalstoffenheffing wordt voor maximaal het tarief van één 240 liter restafvalcontainer kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Overgangsrecht

De Verordening afvalstoffenheffing Heemstede 2020, vastgesteld door de raad op 18 december 2019 en gewijzigd bij raadsbesluit van 27 februari 2020, wordt ingetrokken per 1 januari 2021 met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening afvalstoffenheffing Heemstede 2021.

Ondertekening

Vastgesteld door de raad op 16 december 2020.

Tarieventabel behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing Heemstede 2021

1.

Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing

1.1

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar

€ 285,43

In afwijking van het bepaalde onder 1.1 bedraagt de belasting per perceel per belastingjaar:

Indien op dat perceel gebruik wordt gemaakt van (een) 120/140 liter restafvalcontainer(s), per 120/140 liter restafvalcontainer

€ 285,43

Indien op dat perceel gebruik wordt gemaakt van (een) 240 liter restafvalcontainer(s), per 240 liter-restafvalcontainer

€ 356,78

Indien op dat perceel gebruik wordt gemaakt van gemeentewege verstrekte (gele) huisvuilzakken tot een maximum van 100 zakken per belastingjaar

€ 285,43

1.2.4

Indien op dat perceel gebruik wordt gemaakt van een saldopas voor het gebruik van een ondergronds afvalinzamelingssysteem voor rest- en gft-afval:

1.2.4.1

bij het gebruik van een pas met een limiet van maximaal 100 tikken per jaar

€ 285,43

1.2.4.2

bij het gebruik van een pas met een limiet van maximaal 200 tikken per jaar

€ 356,78

2.

Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing

2.1

De belasting bedraagt voor het van gemeentewege ter beschikking stellen van (gele) huisvuilzakken voor zover dit het maximum aantal als bedoeld onder 1.2.3 overschrijdt:

per 20 (gele) huisvuilzakken

€ 57,10

2.2

De belasting bedraagt voor een prepaid kaart (met 20 tikken) voor ondergrondse inzameling

€ 57,10

2.3

De belasting bedraagt voor het storten van huishoudelijk afval op de milieustraat, per huisvuilzak

€ 2,90

3.1

Onverminderd het bepaalde in de onderdelen 1.1 tot en met 2.3 bedraagt de belasting

3.1.1

voor het op aanvraag en in de reguliere route van het inzamelingsbedrijf inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen per aanvraag met een maximum van 2 m3 per aanvraag

€ 23,90

3.1.2

voor het op aanvraag en buiten de reguliere route van het inzamelingsbedrijf inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen, per m3

€ 124,70

3.1.3

voor het op aanvraag inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen, voor zover de hoeveelheid in enig jaar meer bedraagt dan 2 m3, per m3

€  47,90

3.1.4

voor het aanleveren op de Milieustraat van grove huishoudelijke afvalstoffen, voor zover de hoeveelheid in enig jaar meer bedraagt dan 3 m3, per m3

€  47,90

3.1.5

Onder het in de onderdelen 3.1.1 tot en met 3.1.4 bedoelde grof huishoudelijk afval wordt verstaan: volumineus of zwaar huishoudelijk afval dat door afmeting of gewicht niet in een inzamelmiddel of via een inzamelvoorziening ter inzameling kan worden aangeboden

Behorende bij raadsbesluit van 16 december 2020.