Regeling vervallen per 24-02-2023

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasgouw houdende nadere regels omtrent bijzondere bijstand (Nadere regels bijzondere bijstand gemeente Maasgouw 2021)

Geldend van 01-01-2021 t/m 23-02-2023

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasgouw houdende nadere regels omtrent bijzondere bijstand (Nadere regels bijzondere bijstand gemeente Maasgouw 2021)

Artikel 1. Begripsbepaling

  • 1.

    Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet (PW) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

  • 2.

    In deze beleidsregels bedoelen we met

    • a.

      bijstandsnorm de bijstandsuitkering die u zou krijgen als u onvoldoende inkomen had om in uw levensonderhoud te voorzien. De hoogte van deze uitkering wordt berekend aan de hand van de participatiewet (artikel 20 tot en met 24).

    • b.

      bijzondere bijstand Bijzondere bijstand is een uitkering waarmee u extra en bijzondere kosten kunt betalen (artikel 35 Participatiewet)

    • c.

      duurzame gebruiksgoederen goederen die in elk huishouden nodig zijn en een lange levensduur kennen (zoals koelkast of wasmachine)

    • d.

      IIT de regeling Individuele Inkomenstoeslag

    • e.

      IST de regeling Individuele Studietoeslag

    • f.

      MAB de maatschappelijk actief bonus

    • g.

      Nibud nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting

    • h.

      Periodieke bijzondere bijstand een maandelijks bijstandsuitkering waarmee u extra en bijzondere kosten kunt betalen die elke maand weer terugkomen (zoals budgetbeheer)

    • i.

      PPP de regeling Persoonlijk Participatiebudget Pensioengerechtigden

    • j.

      Pw de Participatiewet

    • k.

      Wlz de Wet langdurige zorg

    • l.

      Wmo de Wet maatschappelijke ondersteuning

    • m.

      WSNP de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen

    • n.

      Zvw de Zorgverzekeringswet

Artikel 2. Inkomensgrens

  • 1. Om in aanmerking te komen voor bijzondere bijstand geldt een inkomensgrens van 120% van de bijstandsnorm. Bijzondere bijstand wordt alleen verstrekt als uw inkomen lager is dan 120% van de bijstandsuitkering die u zou krijgen als u onvoldoende inkomen had om in uw levensonderhoud te voorzien.

  • 2. De inkomensgrens is een harde grens die voor iedereen geldt en waar niet van wordt afgeweken.

Artikel 3. Vermogen

  • 1. Als uw vermogen hoger is dan het vermogen dat u op grond van de Participatiewet mag hebben (artikel 34 lid 3 PW) moet u eerst dit hogere vermogen gebruiken om uw bijzondere kosten te betalen.

  • 2. Met vermogen bedoelen we het bedrag van al uw bezittingen min het bedrag van uw schulden. Goederen die iedereen in het leven van alledag gebruikt (artikel 34 lid 2 onder a PW) horen niet tot het vermogen.

  • 3. Als u bijzondere bijstand vraagt vanwege:

    • -

      verhuizing en woninginrichting

    • -

      aanschaf, vervanging of reparatie van inboedel of huisraad

    • -

      de eerste maand huur en waarborgsom

    • -

      uitvaart, begrafenis of crematie,

  • dan moet u daarvoor eerst uw volledige eigen vermogen gebruiken en dus ook het vermogen dat u op grond van de Participatiewet (artikel 34 lid 3 PW) zou mogen houden.

Artikel 4. Schuldhulpverlening

Als u bent toegelaten tot de WSNP dan gaan wij er van uit dat u een inkomen beneden de inkomensgrens (artikel 2) en een vermogen beneden de vermogensgrens (artikel 3) heeft. Ditzelfde geldt als u met uw schuldeisers een zogenoemde “minnelijke schuldregeling” (MSNP) heeft getroffen.

Artikel 5. Vorm van de bijstand

  • 1.

    Zolang de Participatiewet of deze regeling niets anders bepalen, hoeft u de bijzondere bijstand niet terug te betalen.

  • 2.

    In de volgende situatie wordt bijzondere bijstand verstrekt als geldlening (artikel 48 lid 2 PW):

    • a.

      als duidelijk is dat u over korte tijd voldoende geldmiddelen ter beschikking heeft om de kosten zelf te kunnen betalen;

    • b.

      als bijstand moet worden verstrekt omdat u onverantwoord heeft gehandeld;

    • c.

      als bijstand wordt verleend voor het betalen van een waarborgsom of

    • d.

      als bijstand wordt verleend om schulden af te lossen.

  • Over deze geldlening bent u geen rente verschuldigd.

  • 3.

    Als zich de situatie voordoet als beschreven in artikel 3 lid 1 van deze beleidsregels en het hogere vermogen in de door u bewoonde eigen woning zit, wordt wel bijzondere bijstand verleend maar dan in de vorm van een geldlening. Over deze lening is rente verschuldigd.

Artikel 6. Terugwerkende kracht

  • 1. U kunt bijzondere bijstand vragen voor kosten die u in de afgelopen 12 maanden heeft gehad. Wel moet u ons kunnen laten zien welke bijzondere kosten u heeft gemaakt en wanneer. En wij moeten nog kunnen beoordelen dat het noodzakelijk was dat u deze kosten heeft gemaakt.

  • 2. Bijzondere bijstand in woonkosten (zie artikel 8) wordt echter nooit eerder verstrekt dan vanaf de datum dat u deze heeft aangevraagd.

Artikel 7. Periodieke bijzondere bijstand

  • 1. Als wij denken dat uw inkomen de komende tijd niet boven de inkomensgrens uitkomt, wordt de bijstand toegekend voor zolang uw situatie niet verandert. Als u een ander inkomen heeft dan een bijstandsuitkering onderzoeken wij elk jaar of uw inkomen of uw vermogen is veranderd.

  • 2. Als u tot de WSNP bent toegelaten of als u een “minnelijke schuldregeling” met uw schuldeisers heeft afgesproken wordt de bijstand toegekend tot het einde van de lopende schuldregeling.

  • 3. In alle andere situaties wordt de bijzondere bijstand voor maximaal 1 jaar toegekend.

Artikel 8. Woonkostentoeslag

  • 1. Als u in een koopwoning woont of in een huurwoning met een huur boven de huurtoeslaggrens en u te maken krijgt met een plotseling daling van uw inkomen, kunt u gedurende maximaal 6 maanden in aanmerking komen voor een woonkostentoeslag.

  • 2. Er kan ook over één maand woonkostentoeslag worden toegekend als u vanwege een noodzakelijke verhuizing dubbele woonlasten heeft.

  • 3. Als u in een recreatiewoning woont dan heeft u geen recht op een woonkostentoeslag.

  • 4. U krijgt geen woonkostentoeslag als u de hogere woonlast zelf heeft veroorzaakt.

  • 5. Als u woonkostentoeslag ontvangt verplichten wij u om binnen 6 maanden te verhuizen naar een goedkopere woning zodat verstrekking van woonkostentoeslag niet langer nodig is.

  • 6. Soms lukt het niet om binnen 6 maanden een goedkopere woning te vinden. Als u kunt laten zien dat u wél uw uiterste best heeft gedaan, maar dat dat ondanks alles niets heeft opgeleverd, dan kan de woonkostentoeslag één keer met maximaal 6 maanden worden verlengd. Hierna is geen verdere verlenging meer mogelijk.

Artikel 9. Duurzame gebruiksgoederen

  • 1. In principe bestaat geen recht op bijzondere bijstand voor de aanschaf, vervanging of reparatie van huisraad of inboedel.

  • 2. Als u onvoldoende mogelijkheden heeft om deze kosten zélf te betalen en u hiervoor ook niet heeft kunnen sparen, kan in uitzonderlijke situaties bijzondere bijstand worden verstrekt. Deze bijstand wordt verstrekt als geldlening.

  • 3. Als u bent toegelaten tot de WSNP of als u een “minnelijke schuldregeling” heeft afgesproken, hoeft u de bijstand niet terug te betalen.

  • 4. De hoogte van de bijstand wordt vastgesteld op basis van de Nibud-normen.

Artikel 10. Inrichtingskosten

  • 1. Als u in de situatie bent dat u, zonder dat u daar iets aan kunt doen, een volledige woning moet inrichten, dan kan in deze kosten bijzondere bijstand worden verleend. Dit alleen, als u onvoldoende mogelijkheden heeft om deze kosten zélf te betalen en u hiervoor ook niet heeft kunnen sparen. Bijstand in deze kosten wordt slechts één keer verstrekt.

  • 2. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt vastgesteld op 60% van de Nibud-normen. Deze bijstand hoeft u niet terug te betalen.

Artikel 11. Eerste maand huur en waarborgsom

  • 1. U kunt bijzondere bijstand krijgen om uw eerste maand huur en administratiekosten te betalen. Dit alleen als u, zonder dat u hier iets aan kunt doen, onvoldoende mogelijkheden heeft om deze kosten zélf te betalen en u hiervoor ook niet heeft kunnen sparen.

  • 2. Als bijstand voor een waarborgsom wordt verstrekt, dan is dit altijd als geldlening.

Artikel 12. Medische kosten

  • 1. Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand voor medische kosten. Deze zijn voor rekening van de zorgverzekering en de aanvullende zorgverzekering. Ook de kosten van eigen bijdragen en het eigen risico worden niet vergoed. Ditzelfde geldt voor de eigen bijdrage CAK.

  • 2. De kosten van de eigen bijdrage van het zogeheten zittend ziekenvervoer komen wél voor vergoeding in aanmerking.

  • 3. Heeft u een medische indicatie voor een speciaal dieet, dan kan in de meerkosten daarvan bijzondere bijstand worden verstrekt. Dit geldt ook voor andere specifieke meerkosten als gevolg van ziekte of gebrek.

  • De hoogte van deze bijzondere bijstand wordt vastgesteld aan de hand van de Nibud-normen.

Artikel 13. Uitvaartkosten

  • 1. Soms kunnen uitvaartkosten niet uit de nalatenschap of uit een uitvaartverzekering worden voldaan. En wanneer u als nabestaande uw deel van de kosten dan niet kunt betalen, kunt u hiervoor bijzondere bijstand vragen.

  • 2. Bij de vaststelling van de hoogte van de bijstand gaan we uit van noodzakelijke kosten aan de hand van de Nibud-normen.

Artikel 14. Kosten beschermingsbewind, mentorschap en curatele en budgetbeheer

  • 1. De kosten van beschermingsbewind, mentorschap en curatele komen voor bijzondere bijstand in aanmerking. Dit, op basis van de beschikking van de kantonrechter.

  • 2. Als u wegens problematische schulden bijstand vraagt voor bewindvoering, dan kunnen wij u verplichten voor het oplossen van uw schulden hulp te zoeken bij onze gemeentelijke schuldhulpverlening.

  • 3. Ook de kosten van erkend budgetbeheer worden via de bijzondere bijstand vergoed. Dit, nadat wij hebben vastgesteld dat de inzet van budgetbeheer noodzakelijk is.

Artikel 15. Eigen bijdrage rechtsbijstand en griffiekosten

  • 1. De kosten van de eigen bijdrage rechtsbijstand en ook griffiekosten komen in aanmerking voor bijzondere bijstand. Dit alleen, wanneer u een zogeheten toevoeging heeft gekregen en de kosten niet op andere wijze worden vergoed.

  • 2. Wij gaan er van uit dat u zich eerst bij het Juridisch Loket heeft gemeld. U bent dan een lagere eigen bijdrage verschuldigd. De hoogte van de bijstand bedraagt nooit meer dan de kosten van de verlaagde eigen bijdrage.

Artikel 16. Kosten levensonderhoud voor jongeren van 18 tot en met 20 jaar

  • 1. De situatie kan zich voordoen dat jongeren tussen 18 en 21 jaar zelfstandig wonen. Als zelfstandig wonen noodzakelijk is en de jongeren voor zijn levensonderhoud geen of onvoldoende beroep op zijn ouders kan doen, komt hij in aanmerking voor aanvullende bijzondere bijstand.

  • 2. De 18 tot 21-jarige kan geen of onvoldoende beroep op de ouders doen als:

    • a.

      zijn ouders zijn overleden;

    • b.

      de jongere in het kader van de Jeugdwet buiten het gezin is geplaatst;

    • c.

      er sprake is van een ernstig verstoorde relatie met de ouder(s);

    • d.

      het inkomen van de ouders onder de inkomensgrens bijzondere bijstand ligt.

Artikel 17. Indirecte schoolkosten voor kinderen

  • 1. Er wordt geen bijstand verleend voor indirecte schoolkosten van kinderen.

  • 2. In de situatie dat leerlingenvervoer is afgewezen en fietsen naar school medisch niet verantwoord is, kan bijstand worden verleend in de reiskosten naar school.

Artikel 18. Verhuiskosten

In de situatie dat er sprake is van een noodzakelijke verhuizing en u onvoldoende mogelijkheden heeft om de kosten daarvan zélf te betalen en u hiervoor ook niet heeft kunnen sparen, kan bijzondere bijstand worden verleend.

Deze bijstand wordt vastgesteld aan de hand van de zogeheten Nibud-normen.

Artikel 19. Reiskosten

  • 1. Bij ernstige ziekte van familieleden in de 1e of 2e graad kan bijzondere bijstand worden verstrekt in de reiskosten van een wekelijks bezoek binnen Nederland.

  • 2. Bij detentie van een familielid in de 1e graad kan bijzondere bijstand worden verstrekt in de reiskosten van een maandelijks bezoek binnen Nederland.

  • 3. Als een minderjarig kind uit huis is geplaatst of bij de ex-partner woont, is de mogelijkheid en omvang van bijzondere bijstand afhankelijk van de afgesproken bezoekregeling.

Artikel 20. Kosten aanhouden woning bij verblijf in inrichting

  • 1. Als u van ons een uitkering ontvangt en u gedurende maximaal 3 maanden buiten onze gemeente in een ziekenhuis of inrichting verblijft, dan wordt uw uitkering 3 maanden voortgezet. Zodoende kunt u uw woonlasten blijven betalen.

  • 2. Deze periode kan één keer met 3 maanden worden verlengd als duidelijk is dat uw verblijf in de inrichting nog maximaal 3 maanden duurt en het uw bedoeling is daarna naar onze gemeente terug te keren.

Artikel 21. Overige bijzondere kosten

Bijzondere bijstand is een uitkering waarmee u extra en bijzondere kosten kunt betalen. Ook voor kosten die niet nadrukkelijk in deze regeling zijn genoemd kan mogelijk bijzondere bijstand worden verleend.

Artikel 22. Hardheidsclausule

Ook kan de bijstand in bijzondere omstandigheden die uzelf of uw gezin raken afwijkend van deze regeling worden vastgesteld.

Artikel 23. Inwerkingtreding en citeerartikel

  • 1. Deze nadere regels kunnen worden aangehaald als Nadere regels bijzondere bijstand gemeente Maasgouw 2021 en treden in werking met ingang van 1 januari 2021.

Ondertekening

Toelichting Nadere regels bijzondere bijstand gemeente Maasgouw 2021

Artikel 1. Begripsbepaling

In dit artikel wordt een aantal begrippen uitgelegd.

Artikel 2. inkomensgrens

Om in aanmerking te komen voor bijzondere bijstand geldt een harde inkomensgrens. Er bestaat alleen recht op bijzondere bijstand als uw netto-inkomen plus vakantietoeslag lager is dan de inkomensgrens.

Wij kijken daarbij naar de inkomsten in de 3 maanden voordat de kosten zijn gemaakt:

  • als de inkomsten in die periode wisselend waren en ook wisselend blijven, dan gaan wij uit van het gemiddelde inkomen over die 3 maanden;

  • als de inkomsten in die periode niet-wisselend waren en ook hetzelfde blijven, gaan we uit van dit vaste inkomen;

  • als u net gestart met een nieuwe baan dan gaan we uit van het nieuwe vaste inkomen.

De inkomensgrens wordt bij jongeren (18-20 jaar) en bij mensen die in inrichting verblijven als volgt vastgesteld:

  • 1.

    De thuiswonende jongere van 18-20 jaar:

  • de inkomensgrens is 120% van de norm 18-20 jarige (de jongerennorm genoemd in artikel 20 van de Participatiewet).

  • 2.

    De uitwonende jongere van 18-20 jaar:

    • a.

      die voldoet aan de voorwaarden van artikel 16 van deze Nadere regels:

      de Inkomensgrens is 120% van de norm 18-20 jarige (de jongerennorm genoemd in artikel 20 van de Participatiewet) vermeerderd met 120% van de aanvullende bijzondere bijstand;

    • b.

      die niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 16 van deze Nadere regels:

  • de inkomensgrens is 120% van de bijstandsnorm 18-20 jarige (de jongerennorm genoemd in artikel 20 participatiewet).

  • 3.

    De in een inrichting verblijvende:

    • a.

      Jongere van 18 tot 20 jaar

      de inkomensgrens is 120% van de bijstandsnorm 18-20 jarige (de jongerennorm als genoemd in artikel 20 Participatiewet). Deze inkomensgrens wordt afgezet tegen de netto inkomsten inclusief vakantietoeslag maar met aftrek van de eigen bijdrage WLZ;

    • b.

      21-plusser

      de Inkomensgrens is 120% van de bijstandsnorm 21 plusser alleenstaand als genoemd in artikel 21 Participatiewet. Deze inkomensgrens wordt afgezet tegen de netto inkomsten inclusief vakantietoeslag maar met aftrek van de eigen bijdrage WLZ.

Artikel 3. Vermogen

De omschrijving van het begrip vermogen is helder: het gaat om uw bezittingen minus uw schulden. Artikel 34 van de Participatiewet regelt het vermogen. In het 2e lid van dat artikel staat wat niet als vermogen wordt gezien. Daarbij gaat het dan om bezittingen in natura die algemeen gebruikelijk of algemeen noodzakelijk zijn.

Uw vermogen in de maand waarin kosten zijn ontstaan vergelijken we met uw vermogen in de 3 maanden daarvoor. Zo beoordelen wij of u de kosten uit uw vermogen kunt betalen. Ook beoordelen wij of u uw vermogen al dan niet te snel heeft ingeteerd.

Beoordeling van het verloop van uw vermogen is met name van belang bij de aanvragen die genoemd staan in het 3e lid van de nadere regels. Bij de beoordeling van uw aanvraag in deze kosten wordt rekening gehouden met uw volledige vermogen dus zonder welke vrijlating dan ook.

Voor een aantal kosten, genoemd in het 3e lid van de nadere regels, wordt in principe geen bijzondere bijstand verstrekt. Dit omdat deze kosten behoren tot de algemene kosten van het bestaan. Dat zijn kosten, waar iedereen in het leven van alledag mee te maken heeft. Deze kosten moet u kunnen voldoen uit uw maandelijkse inkomen. Dit, door voor deze kosten te sparen door de kosten achteraf in termijnen te betalen.

De vermogensgrens uit de Participatiewet is dan niet van toepassing. Wél laten wij het bedrag van maximaal een maanduitkering Participatiewet op de lopende rekening vrij. Zodoende kunt u n elk geval uw maandelijkse betalingsverplichtingen nakomen en in uw levensonderhoud voorzien.

Als u recht heeft op individuele inkomenstoeslag is het de bedoeling dat u die inzet voor deze kosten.

Artikel 4. Schuldhulpverlening

Als u bent toegelaten tot een schuldregeling, moet u feitelijk rondkomen van een laag inkomen. U kunt dan niet beschikken over inkomen boven de “beslagvrije voet”. Uw inkomen boven de “beslagvrije voet” wordt gereserveerd voor de betaling van de schuldeisers. Zolang u deelneemt aan de schuldregeling, behoort u tot de doelgroep voor bijzondere bijstand en de minimaregelingen.

Artikel 5. Vorm van de bijstand

Zoals in de Participatiewet bepaald, wordt bijzondere bijstand in principe “om niet” verstrekt. Dit betekent dat u bijzondere bijstand in principe niet hoeft terug te betalen. Er kunnen echter redenen zijn om bijzondere bijstand als renteloze lening te verstrekken. Deze situaties worden beschreven in het 2e lid.

Het kan zijn dat u vanwege de overwaarde van uw eigen woning méér vermogen heeft dan de Participatiewet toestaat. In dat geval wordt bijzondere bijstand ook in de vorm van een geldlening verstrekt. Over deze lening is wel rente verschuldigd.

Artikel 6. Terugwerkende kracht

Hoewel het achteraf verstrekken van bijzondere bijstand (dus: nadat de kosten al gemaakt zijn) niet onze voorkeur geniet, zijn er verschillende redenen waarom dit wel mogelijk moet zijn.

Bewindvoerders vragen bijvoorbeeld vaak pas in de loop van het kalenderjaar bijzondere bijstand aan. En dit, terwijl bewindvoering wel al vanaf het begin van het jaar loopt. En daarnaast willen we ter beperking van onze uitvoeringskosten zélf ook, dat u kleine bedragen “opspaart”.

De werking van de terugwerkende kracht blijft beperkt tot kosten die in de laatste 12 maanden zijn gemaakt. En voorwaarde is wél dat de noodzaak van de kosten nog kan worden aangetoond, net zoals uw inkomen en uw vermogen op de datum dat de kosten zich voordeden.

Terugwerkende kracht wordt echter nooit toegepast bij de verstrekking van woonkostentoeslag. Deze kosten zijn hoog en vinden wij het niet logisch dat u deze eerst een aantal maanden zelf betaalt, voordat u bijzondere bijstand vraagt. Als u de hogere woonlasten al een periode zelf heeft betaald dan was u hiertoe blijkbaar in staat en is het toekennen van bijzondere bijstand niet noodzakelijk.

Artikel 7. Periodieke bijzondere bijstand

Als u een bijstandsuitkering in de kosten voor levensonderhoud ontvangt, zijn al uw gegevens over inkomen en vermogen bij ons bekent. Dat betekent dat als u daarnaast ook bijzondere bijstand ontvangt, er dan niet óók nog eens onderzoek naar uw inkomen en vermogen hoeft plaats te vinden. Als én uw bijzondere kosten én uw inkomensgegevens bij ons bekend zijn, dan wordt de bijzondere bijstand voortgezet zolang uw situatie niet verandert.

Ditzelfde geldt ook als u een inkomen heeft dat naar verwachting niet snel zal veranderen. Dit, bijvoorbeeld als u een uitkering in het kader van de IOAW, IOAZ, WIA, Wajong of ANW ontvangt of als u de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Wel gaan wij dan elk jaar na of uw inkomen of uw vermogen is veranderd.

Als u een inkomen heeft dat wél kan veranderen, wordt de bijzondere bijstand toegekend tot maximaal 12 na de aanvraagdatum. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer u in loondienst werkt of een WW-uitkering ontvangt. Werkende mensen kunnen van baan veranderen, opslag krijgen of promotie maken. Mensen met een WW-uitkering kunnen weer snel aan de slag zijn.

Artikel 8. Woonkostentoeslag

Huurtoeslag is een bijdrage in uw huurkosten. Deze toeslag, die u van de belastingdienst ontvangt, zorgt er voor dat u niet méér huur betaalt dan dat u op grond van uw inkomen kunt betalen.

Maar als u in een koopwoning woont of in een huurwoning met een huur boven de toeslaggrens en u wordt vervolgens afhankelijk van een minimuminkomen, dan heeft u wél hoge woonlasten maar géén recht op een huurtoeslag.

In die situatie bestaat tijdelijk, gedurende maximaal 6 maanden, recht op een woonkostentoeslag. Voor de vaststelling van de hoogte van de woonkostentoeslag gebruiken we de rekentool van Langhenkel (www.langhenkel-talenter.nl).

Woonkostentoeslag wordt verstrekt ter overbrugging van de periode dat u nog niet over goedkopere en voor u betaalbare woonruimte beschikt. Wij verwachten namelijk van u dat u zo snel mogelijk uw woonlasten omlaag brengt, zodat de verlening van woonkostentoeslag niet meer nodig is. Dit kan door uw koopwoning te verkopen en door een huurwoning met huur onder de toeslaggrens te gaan huren. Als het u ondanks al uw pogingen niet is gelukt om binnen 6 maanden goedkopere huisvesting te vinden, kan de woonkostentoeslag één keer met maximaal 6 maanden worden verlengd.

Er bestaat geen recht op woonkostentoeslag als u een recreatiewoning bewoont.

Artikel 9. Duurzame gebruiksgoederen

Voor de kosten die u maakt voor de aanschaf, de vervanging of de reparatie van uw huisraad, wordt in principe geen bijzondere bijstand verstrekt. Dit omdat deze kosten behoren tot de algemene kosten van het bestaan. Dat zijn kosten, waar iedereen in het leven van alledag mee te maken heeft. Deze kosten moet u kunnen voldoen uit uw maandelijkse inkomen.

Slechts in uitzonderlijke situaties, wanneer de kosten zich plotseling voordoen en u niet in staat bent geweest om voor deze kosten te sparen kan bijzondere bijstand worden verleend.

Bij artikel 3 van deze nadere regels hebben we al toegelicht dat bij de beoordeling van uw aanvraag met uw volledige vermogen rekening wordt gehouden, dus zonder welke vrijlating dan ook.

Als u recht heeft op individuele inkomenstoeslag is het de bedoeling dat u die inzet voor deze kosten.

Als bijzondere bijstand in deze kosten wordt verstrekt dan gebeurd dit in de vorm van een geldlening.

Als u tot de WSNP bent toegelaten of als u een “minnelijke schuldregeling” met uw schuldeisers heeft afgesproken is het niet toegestaan tijdens de schuldregeling nieuwe leningen af te sluiten. In die situatie hoeft u de bijstand daarom niet terug te betalen.

Artikel 10. Inrichtingskosten

Datgene dat als toelichting is vermeld bij artikel 9 geldt ook voor de verlening van bijzondere bijstand in de kosten van een volledige woninginrichting. Ook de kosten van woninginrichting (en zéker als het een eerste inrichting betreft) behoren tot de algemene kosten van het bestaan. Uitgaven, die u uit uw inkomen moet betalen door vooraf hiervoor te sparen. Alleen in uitzonderlijke situaties, bijvoorbeeld als u na een verblijf in een “blijf van mijn lijf huis” en echtscheiding een woning toegewezen krijgt, of wanneer u als statushouder vanuit het AZC in onze gemeente komt wonen is verlening van bijzondere bijstand mogelijk. Deze bijstand wordt éénmalig verstrekt en natuurlijk alleen als u niet in staat bent geweest voor deze kosten te sparen.

Het budget voor de inrichtingskosten bedraagt maximaal 60% van de Nibud norm die van toepassing

is. Dit bedrag is toereikend voor de aanschaf van een bescheiden inboedel.

Deze bijstand hoeft u niet terug te betalen. Daardoor blijft er binnen uw inkomen ruimte om te

sparen voor toekomstige noodzakelijk aanschaffingen en kan daarvoor dan ook geen bijzondere

bijstand meer worden gevraagd.

Artikel 11. Eerste maand huur en waarborgsom

Vanuit de bijzondere bijstand wordt onder andere aan statushouders die zich in onze gemeente vestigen een vergoeding verstrekt ter hoogte van de eerste maand huur. Dit is alleen al nodig omdat de uitkering per maand achteraf wordt betaald terwijl de huur per maand vooraf verschuldigd is.

Maar ook anderen in een vergelijkbare situatie kunnen voor deze kosten een beroep op bijzondere bijstand doen bijvoorbeeld degenen die vanuit een blijf-van-mijn-lijfhuis weer opnieuw een woning betrekken en niet hebben kunnen sparen voor betaling van de eerste maand huur.

Ditzelfde geldt ook wanneer voor het huren van de woning en waarborgsom moet worden betaald. Echter, omdat u de waarborgsom bij het beëindigen van de huurovereenkomst weer terugkrijgt, wordt deze bijstand altijd verstrekt in de vorm van een geldlening.

Artikel 12. Medische kosten

Omdat de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) passende en toereikende voorzieningen zijn, wordt geen bijzondere bijstand verstrekt voor medische kosten.

De Zorgverzekeringswet en de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering die door ons wordt aangeboden dekken vrijwel alle noodzakelijke medische kosten.

De eigen bijdrage die u verschuldigd bent voor het zittend ziekenvervoer komt wél voor vergoeding via de bijzondere bijstand in aanmerking. En ook als er als gevolg van uw medische situatie meerkosten zijn zoals dieetkosten, extra kosten van kledingslijtage en bewassing of personenalarmering, kan bijzondere bijstand worden verstrekt. Dit, als deze kosten niet door de zorgverzekeraar worden vergoed. De hoogte van deze bijzondere bijstand wordt vastgesteld aan de hand van de Nibud-normen.

Bij de vaststelling van de hoogte van de bijstand betrekken wij ook de mogelijke tegemoetkoming via de belastingdienst.

Artikel 13. Uitvaartkosten

Als op u als nabestaande een beroep wordt gedaan omdat de noodzakelijke kosten van een uitvaart niet uit de nalatenschap kunnen worden voldaan, dan kunt u voor uw aandeel in de kosten bijzondere bijstand aanvragen.

Bij de beoordeling van deze aanvraag wordt uw volledige vermogen in beschouwing genomen. Maar we kijken eerst of er naast een mogelijke nalatenschap sprake is van een andere voorziening waaruit de kosten kunnen worden voldaan, zoals:

  • Een uitvaart-, levens- of ongevallenverzekering

  • een overlijdensuitkering krachtens een sociale verzekeringswet.

De Wet op de lijkbezorging is geen voorliggende voorziening, omdat een beroep op deze wet in het algemeen pas mogelijk is als er geen nabestaanden zijn die de uitvaartkosten kunnen voldoen.

Bij de vaststelling van de hoogte van de bijstand hanteren wij de Nibud prijzengids, waarbij we uitgegaan van een sobere uitvaart. Wij gaan daarbij uit van de volgende kosten en prijzen (normen per 2020):

akte van overlijden

€ 13,00

basistarief uitvaartverzorger

€ 1.500,00

kist (spaanplaat eikenfineer)

€ 425,00

laatste verzorging overledene

€ 150,00

overbrengen overleden naar uitvaartcentrum

€ 250,00

opbaren en condoleancebezoek uitvaartcentrum

€ 650,00

bloemen gemiddeld

€ 125,00

rouwauto en 2 volgauto’s

€ 750,00

crematorium, gebruik aula en condoleanceruimte

€ 1.350,00

koffie en cake

€ 400,00

as verstrooien bij crematorium

€ 95,00

totaal

€ 5.708,00

Artikel 14. Kosten beschermingsbewind, mentorschap en curatele en budgetbeheer

U heeft recht op bijzondere bijstand op basis van de beschikking van de kantonrechter.

Als sprake is van bewindvoering in het kader van de WSNP wordt hierin geen bijzondere bijstand verstrekt. Dit, omdat de WSNP is opgenomen in de Faillissementswet (FW); deze voorziet al in het al dan niet toekennen van het salaris van de WSNP-bewindvoerder.

Het 2e lid gaat over de situatie dat u wegens problematische schulden bijstand vraagt in de kosten van bewindvoering maar dat u nog niet bekend bent bij onze gemeentelijke schuldhulpverlening. In die situatie kunnen wij u verplichten voor het oplossen van uw schulden hulp te zoeken bij onze gemeentelijke schuldhulpverlener.

Artikel 15. Eigen bijdrage rechtsbijstand en griffiekosten

Het is belangrijk dat u zich met uw juridisch probleem eerst bij het Juridisch Loket meldt. Dit zorgt in elk geval voor een lagere eigen bijdrage rechtsbijstand. In het geval dat u zich niet eerst tot het Juridisch Loket heeft gewend, komen de hogere kosten (die dus op andere wijze vergoed hadden kunnen worden) niet voor bijzondere bijstandsverlening in aanmerking.

U dient altijd een kopie van de factuur van de advocaat in te leveren. Het aanleveren van een betalingsbewijs voor griffiekosten wordt steeds lastiger. U kunt de kosten dan aantonen door de brief met het betalingsverzoek én het bankafschrift waaruit de betaling blijkt over te leggen.

Artikel 16. Kosten levensonderhoud voor jongeren van 18 tot en met 20 jaar

Wanneer een jongere in de leeftijd tussen 18 tot en met 20 jaar om een zeer dringende reden écht niet bij zijn ouders kan wonen, zijn en blijven de ouders nog steeds onderhoudsplichtig. Alleen als de jongere géén beroep kan doen op zijn ouders, kan de jongere aanvullende bijzondere bijstand worden verstrekt voor de kosten van zijn levensonderhoud.

Samengevat moeten steeds twee vragen worden beantwoord:

  • -

    Is het noodzakelijk dat de jongere zelfstandig woont?

  • -

    Zijn de ouders in staat om hun kind financieel te onderhouden?

De hoogte van de bijzondere bijstand bedraagt maximaal het verschil tussen de norm 18-20 jarige (artikel 20 Participatiewet) en de WSF-norm MBO-uitwonenden.

Artikel 17. Indirecte schoolkosten voor kinderen

Vanuit ons armoedebeleid is er voldoende ondersteuning voor kinderen. Via de Stichting Leergeld zijn indirecte schoolkosten zoals fiets, computer en schooltas geregeld.

Voor reiskosten naar school kan bijzondere bijstand worden verstrekt als:

  • a.

    de noodzaak tot het volgen van onderwijs aan juist die specifieke school objectief is onderbouwd,

  • b.

    het leerlingenvervoer is afgewezen,

  • c.

    uw kind om medische reden niet op de fiets kan of als de enkele reisafstand van huis naar school meer dan 10 kilometer bedraagt.

De aantoonplicht hiervan ligt bij u als aanvrager; dit geldt ook voor de medische onderbouwing.

Een vergoeding voor het gebruik van openbaar vervoer is het uitgangspunt, waarbij een busabonnement goedkoper is dan de trein en dus voorliggend is.

Als de school met het openbaar vervoer niet binnen 1½ uur bereikbaar is (enkele reis) en u uw kind met de auto brengt, kan een vergoeding van 19 cent per kilometer worden toegekend.

Artikel 18. Verhuiskosten

In het geval van

  • -

    een noodzakelijke verhuizing

  • -

    die niet kon worden voorzien

  • -

    en waarvoor u niet heeft kunnen reserveren

kan bijzondere bijstand voor verhuiskosten worden verstrekt.

De hoogte van deze bijzondere bijstand bedraagt maximaal het bedrag dat is opgenomen in de prijzengids van het Nibud.

Alleen de kosten die samenhangen met het vertrek uit de woning en de verhuizing zelf, komen voor bijzondere bijstand in aanmerking. Als vanuit de Wmo in deze kosten kan worden voorzien, is dat een voorliggende voorziening. Een vergoeding voor inrichtings- of andere kosten die gemaakt moeten worden in de nieuwe woning, kunt u aanvragen in de nieuwe gemeente.

Artikel 19. Reiskosten

Voor reiskosten wordt in principe geen bijzondere bijstand verstrekt. Dit, omdat deze kosten behoren tot de algemene kosten van het bestaan. Dit zijn kosten, waar iedereen in het leven van alledag mee te maken heeft.

Er kunnen zich echter bijzondere situaties voordoen. Het gaat dan om:

  • -

    het regelmatig bezoeken van een ernstig ziek familielid,

  • -

    het bezoeken van een gedetineerd 1e graad familielid,

  • -

    of om reiskosten in verband met uw uit huis geplaatst kind.

Als de reisafstand te groot is om te fietsen en de kosten te hoog zijn om uit uw inkomen te betalen, dan kan bijzondere bijstand aan de orde zijn.

Hoe vaak wij bezoeken vergoeden blijft altijd arbitrair, zeker daar waar het gaat om het bezoek aan een ernstig ziek familielid. De genoemde frequentie is uitgangspunt, maar is mede afhankelijk van de ernst van de ziekte alsook van de relatie tussen u en de patiënt.

Bij de vergoeding van de reiskosten gaan wij uit van de goedkoopste reismogelijkheid binnen het openbaar vervoer. Dit, tenzij het goedkoper en efficiënter is om 19 cent per kilometer te vergoeden.

Bij een bezoekregeling kan ook vastgelegd worden dat het kind op kosten van de andere ouder bij ui op bezoek komt, op zijn minst om en om, zodat geen of minder reiskosten hoeven worden gemaakt.

Artikel 20. Kosten aanhouden woning bij verblijf in inrichting

Als het de verwachting is dat u na tijdelijk verblijf in een inrichting weer terugkeert naar uw woning in onze gemeente, dan is het redelijk de wij de uitkering voor levensonderhoud ongewijzigd voortzetten. Het is niet wenselijk dat u een achterstand oploopt in de betaling van huur en overige vaste lasten! In eerste instantie hanteren we hierbij een periode van 3 maanden.

Als na 3 maanden duidelijk is dat u uw domicilie niet wenst op te geven en u op korte termijn alsnog terugkeert naar uw huis, wordt de periode van doorbetaling van de algemene bijstand eenmalig met 3 maanden verlengd.

Artikel 21. Overige kosten

Deze nadere regels vormen geen uitputtende opsomming van de kosten waarvoor bijzondere bijstand kan worden verstrekt. Ook in kosten die hier niet worden genoemd kan, afhankelijk van de specifieke bijzondere omstandigheden, bijzondere bijstand worden verleend.

Artikel 22. Hardheidsclausule

Dit artikel regelt dat wanneer dat In specifieke bijzondere situaties ook echt nodig is, wij van deze Nadere regels kunnen afwijken.

Artikel 23. Inwerkingtreding en citeerartikel

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.