Verordening interne en externe klachtenbehandeling gemeente West Maas en Waal

Geldend van 01-01-2009 t/m heden

Intitulé

Verordening interne en externe klachtenbehandeling gemeente West Maas en Waal

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

1. klacht: een uiting van ongenoegen over gedragingen van een bestuursorgaan en leden daarvan of een ambtenaar in de uitoefening van zijn/haar functie;

2. klager: de natuurlijk persoon of rechtspersoon die een klacht of een verzoek tot

onderzoek van een klacht heeft ingediend;

3. Bestuursorgaan:

  • a.

    de gemeenteraad;

  • b.

    het college van burgemeester en wethouders;

  • c.

    de burgemeester;

  • d.

    een commissie waaraan bevoegdheden van de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester zijn toegekend.

4. Ambtenaar:iedereen die bij de gemeente West Maas en Waal in een dienstverhouding

werkzaam is met uitzondering van het onderwijzend personeel en zij die deel uitmaken van een bestuursorgaan als bedoeld onder 3;

5. Afdelingshoofd: hoofd van de afdeling waarop de klacht betrekking heeft;

6. Klachtencoördinator: de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen

ambtenaar,

die belast is met de procedurele bewaking van de klacht;

7. Ombudsman:degene, die door de gemeenteraad van West Maas en Waal is benoemd

om klachten te behandelen;

8. Gedraging: het in een bepaalde aangelegenheid jegens een natuurlijke persoon of rechtspersoon handelen of nalaten door respectievelijk:

een bestuursorgaan, de voorzitter of lid van een bestuursorgaan of een ambtenaar, in de uitoefening van zijn/haar functie;

een gedraging van een ambtenaar, verricht in de uitoefening van zijn/haar functie, wordt aangemerkt als een gedraging van het bestuursorgaan waarbij hij/zij in dienst is;

9. Rechterlijke instanties: personen of colleges, bij of krachtens de wet geheel of ten dele met rechtspraak belast en te dien aanzien van het openbaar bestuur onafhankelijk, voor zover het deze rechtspraak betreft;

10. Wettelijk geregelde voorziening zoals bedoeld in de Wet Nationale Ombudsman,

administratief- met uitzondering van de klachtenregeling in hoofdstuk II van deze wet.

rechtelijke voor-

ziening:

Artikel 2 Indiening van een klacht

Klachten kunnen schriftelijk of mondeling worden ingediend. De ombudsman kan de klager behulpzaam zijn bij het op schrift stellen van een klacht. Mondelinge klachten worden door degene die de klacht in ontvangst neemt op schrift vastgelegd.

A. INTERNE KLACHTENREGELING

Artikel 3 Klachtencoördinator

1.Deze ambtelijke functionaris, i.c. een medewerker van de afdeling Bestuurs- en Management-ondersteuning (cluster Juridische Zaken), heeft als taak:

  • ·

    registratie van de klacht en beoordeling van de ontvankelijkheid;

  • ·

    zo spoedig mogelijke doorzending van de klacht ter afdoening naar de klachtbehandelaar en verzending tegelijkertijd van een afschrift van de klacht aan degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft;

  • ·

    verzending van een ontvangstbevestiging binnen één week na het indienen van de klacht; in de ontvangstbevestiging wordt vermeld of de klacht in behandeling wordt genomen en zo ja, hoe de verdere behandeling daarvan zal verlopen;

  • ·

    ter kennisname verstrekken van een kopie van de klacht en van de ontvangstbevestiging aan het

  • ·

    college van burgemeester en wethouders na afloop van de klachtenbehandeling;

  • ·

    bewaking van de voortgang van de klachtenbehandeling en het –zo nodig- daarover rapporteren aan het college van burgemeester en wethouders;

  • ·

    het opstellen van het jaarverslag, zoals bedoeld in artikel 5.

Artikel 4 Behandeling van de klacht

  • 1. De gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester en de wethouders afzonderlijk verlenen mandaat aan de klachtbehandelaars om de klacht af te handelen en de klager in kennis te stellen van de bevindingen van het onderzoek naar de klacht, zijn oordeel daarover, alsmede van de eventuele conclusies die daaraan worden verbonden, zoals bedoeld in de artikelen 9:11 en 9:12 Awb.

  • 2. Klachtbehandelaars zijn: a. het hoofd van de afdeling waarop de klacht betrekking heeft; b. de gemeentesecretaris, als de klacht een afdelingshoofd betreft; c. de brandweercommandant, als het een lid van de Vrijwillige Brandweer betreft; d. de burgemeester, als het de gemeentesecretaris of de griffier betreft; e. burgemeester en wethouders, als het een (lid van een) bestuursorgaan betreft;

  • 3. De klacht wordt vertrouwelijk behandeld door de klachtbehandelaar.

  • 4. De klachtbehandelaar onderzoekt de klacht, hoort klager en de beklaagde (artikel 9:10 Awb).

  • 5. De klachtbehandelaar handelt de klacht af binnen 6 weken na ontvangst van het klaagschrift (artikel 9:11 lid 1 Awb).

  • 6. De klachtbehandelaar kan de afhandeling van de klacht voor ten hoogste 4 weken verdagen. Van die verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de klager en aan degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft (artikel 9:11 lid 2 Awb).

  • 7. De klachtbehandelaar stelt klager schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de bevindingen van het het onderzoek naar de klacht, zijn oordeel daarover, alsmede van de eventuele conclusies die daaraan worden verbonden (artikel 9:12 lid 1 Awb). Het college van burgemeester en wethouders, degene over wiens gedraging is geklaagd en de klachtencoördinator ontvangen een kopie van deze afdoening.

Artikel 5 Jaarverslag

  • 1. Het college van burgemeester en wethouders ontvangt jaarlijks vòòr 1 maart van de klachtencoördinator een overzicht van het aantal klachten in het afgelopen jaar, van de aard van de klachten, van de wijze van afdoening en de getroffen maatregelen.

  • 2. Dat jaarverslag (zonder vermelding van persoonlijke gegevens) is openbaar en wordt ook ter kennis gebracht van de functionele raadscommissie.

Artikel 6 Verwijzing naar externe klachtenbehandeling

  • 1.

    Indien de klager niet tevreden is met de klachtenafhandeling, staat voor hem een externe klacht- voorziening open bij de gemeentelijke ombudsman.

  • 2.

    Van deze mogelijkheid, en binnen welke termijn de klager vervolgens een verzoekschrift kan indienen, wordt mededeling gedaan bij de afdoening als bedoeld in artikel 4, lid 7.

  • 3.

    De termijn waarbinnen een verzoekschrift zoals hiervoor bedoeld kan worden ingediend bedraagt 1 jaar.

B. EXTERNE KLACHTENREGELING/OMBUDSVOORZIENING

Artikel 7 Ombudsman

  • 1. Er is een gemeentelijke ombudsman.

  • 2. De ombudsman wordt voor zes jaar benoemd door de gemeenteraad op voordracht van burgemeester en wethouders.

  • 3. De gemeenteraad besluit ten minste 6 maanden voor afloop van de benoemingsperiode over het al dan niet herbenoemen van de ombudsman en diens plaatsvervanger.

Artikel 8 Onverenigbare betrekkingen

In elk geval vallen onderstaande functies onder artikel 81 r, lid 1 van de Gemeentewet.

Tot ombudsman zijn niet benoembaar:

  • ·

    a. de burgemeester;

  • ·

    b. degenen, die lid zijn van een van de in artikel 1 sub 3 genoemde organen of van overige gemeente-lijke commissies;

  • ·

    c. ambtenaren als bedoeld in artikel 1 sub 4;

  • ·

    d. bestuurders en personeelsleden van enig publiekrechtelijk of privaatrechtelijk samenwerkingsver-band waaraan de gemeente West Maas en Waal deelneemt;

  • ·

    e. degenen, die een functie, beroep of bedrijf uitoefenen waarvan de gemeenteraad oordeelt dat die onverenigbaar zijn met de functie van ombudsman;

  • ·

    f. degenen, die het beroep van advocaat, procureur of notaris uitoefenen, behoudens vooraf verkregen toestemming van het college van burgemeester en wethouders, de functionele raadscommissie ge-hoord.

Artikel 9 Ontslag

De ombudsman is van rechtswege van zijn functie ontheven wanneer de benoemingstermijn is verstreken.

Artikel 10 Rechtspositie

De rechtspositieregelingen, die op ambtenaren in dienst van de gemeente van toepassing zijn, gelden niet ten aanzien van de ombudsman.

Artikel 11 Financiële middelen

  • 1. De ombudsman ontvangt op declaratiebasis een vergoeding voor zijn werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten welke past binnen het in de begroting vastgestelde bedrag.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het indienen van de in het vorige lid genoemde declaraties.

  • 3. De raad verschaft de ombudsman voldoende financiële middelen voor een goede uitoefening van zijn werkzaamheden.

Artikel 12 Werkinstructie

Voor zover de ombudsman dit nodig acht, maakt hij een werkinstructie voor zijn werkzaamheden.

Artikel 13 Ontvangstbevestiging en toezending verzoekschrift

  • 1. De ombudsman bevestigt de ontvangst van het verzoekschrift aan de verzoeker.

  • 2. Indien hij een onderzoek als bedoeld in artikel 9:18 van de Algemene wet bestuursrecht instelt, zendt hij tevens een afschrift van het verzoekschrift aan het bestuursorgaan en aan degene over wiens gedragingen wordt geklaagd.

Artikel 14 Toelichting standpunt

  • 1. Een mondelinge toelichting wordt door de ombudsman in het verslag van bevindingen vastgelegd.

  • 2. Betrokkenen kunnen zich ter behartiging van hun belangen laten bijstaan of laten vertegenwoordigen.

Artikel 15 Bevindingen en oordeel

  • 1.

    Een onderzoek naar een klacht wordt door de ombudsman in beginsel binnen 3 maanden afgesloten met een rapport zoals bedoeld in artikel 9:36 Awb.

  • 2.

    Bij termijnoverschrijding wordt daarvan zowel de klager als het bestuursorgaan en/of personen als bedoeld in artikel 1 sub 8 door de ombudsman op de hoogte gesteld.

C. SLOTBEPALINGEN

Artikel 16 Slotbepalingen

  • 1. In de gevallen waarin onderdeel A van deze verordening niet voorziet, beslist het college van burgemeester en wethouders.

  • 2. Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening intern en externe klachtenbehandeling gemeente West Maas en Waal”.

Artikel 17 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2009.