Verordening op de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2021

Geldend van 01-01-2021 t/m 30-12-2021

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2021

Gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer

DE RAAD VAN DE GEMEENTE HARLINGEN

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20 oktober 2020

Besluit:

Vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van de precariobelasting 2021 gemeente Harlingen.

Vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 11 november 2020

, de voorzitter

, de raadsgriffier

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Inleidende bepaling

Krachtens deze verordening worden geheven:

a. een afvalstoffenheffing;

b. reinigingsrechten.

Artikel 2 Definities
  • 1.

    Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘grof bedrijfsafval’: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.

  • 2.

    Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’ : gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

Hoofdstuk 2 Afvalstoffenheffing

Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit
  • 1.

    Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80).

  • 2.

    De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de hoofdstukken 1 en 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 6 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
  • 1.

    De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.

Artikel 9 Termijnen van betaling
  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid van dit artikel geldt dat ingeval de gemeente is gemachtigd tot automatische incasso, de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden van dit artikel gestelde termijnen.

Hoofdstuk 3 Reinigingsrechten

Artikel 10 Belastbaar feit

Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.

Artikel 11 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 12 Maatstaf van heffing en belastingtarief
  • 1.

    De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 13 Belastingjaar

Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 14 Wijze van heffen

De rechten, als bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel, worden geheven door middel van een gedagtekende nota waarop het gevorderde bedrag is vermeld.

Artikel 15 Ontstaan van de belastingschuld

De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

Artikel 16 Termijnen van betaling

De rechten als bedoeld in artikel 10 van deze verordening, moeten worden betaald:

  • 1.

    A. ingeval van uitreiking van de nota: op het tijdstip van uitreiking;

B. ingeval van toezending van de nota:

De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen.

Hoofdstuk 4 Aanvullende bepalingen

Artikel 17 Overgangsrecht

De “Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2020” van 13 november 2019 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 18, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 18 Inwerkingtreding en citeertitel
  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

  • 3.

    Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2021”.

Ondertekening

Tarieventabel behorende bij de "Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsheffingen 2021”

Datum inwerkingtreding en heffing is 1 januari 2021.

Algemeen

De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze is verschuldigd.

Hoofdstuk 1 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar:

1.1.

voor een meerpersoonshuishouden

€267,70

1.2.

voor een eenpersoonshuishouden

€193,32

Hoofdstuk 2 Maatstaven en tarieven reinigingsrechten

2.1.

Het recht bedraagt voor:

het zuiveren van percelen of goederen van ongedierte voor elke daarbij werkzame gemeentewerkman per kwartier

€11,04

Hoofdstuk 3 Maatstaven en tarieven extra containers

Het recht bedraagt voor:

3.1.

het ter beschikking stellen van een 2e en volgende grijze container, voor zover geen sprake is van een medische indicatie, per container, per belastingjaar

€152,40

3.2.

het ter beschikking stellen van een 2e en volgende groene container, per container, per belastingjaar

€27,84

Behoort bij raadsbesluit van 11 november 2020

De griffier van de gemeente Harlingen

J.T. Jansen.