Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe houdende regels omtrent de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten (Verordening lijkbezorgingsrechten 2021)

Geldend van 20-12-2020 t/m heden

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe houdende regels omtrent de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten (Verordening lijkbezorgingsrechten 2021)

De raad van de gemeente Neder-Betuwe;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;

gelet op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

B E S L U I T :

Vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2021

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • a

    begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaatsen aan de Hoef 1a te Ochten, Kalkestraat 4c te Dodewaard, Markstraat 5 te Opheusden, Dalwagenseweg te Opheusden, Nedereindsestraat te Kesteren en die gelegen bij de Nederlands Hervormde Kerk te Hien en de Nederlands Hervormde Kerk te Dodewaard;

  • b

    eigen graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • -

      het doen begraven en begraven houden van lijken

    • -

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen van overleden personen van 12 jaar en ouder;

  • c

    kindergrafruimte: een grafruimte, waarvoor het uitsluitend recht is verleend tot:

    • -

      het doen begraven en begraven houden van lijken;

    • -

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen van kinderen beneden de leeftijd van 12 jaar;

  • d

    algemeen graf: een graf in eigendom en beheer van de gemeente waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken of het bijzetten van asbussen met of zonder urnen;

  • e

    urnennis: een nis, waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het recht is verkregen tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen of urnen;

  • f

    asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

  • g

    urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen.

  • h

    verstrooiingsplaats: een permanent daartoe bestemd terrein waarop as wordt verstrooid, dan wel een plaats waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het recht is verleend om as te doen verstrooien.

Artikel 2 Belastbaar feit

Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats.

Artikel 3 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 4 Vrijstellingen

De rechten worden niet geheven voor:

  • a

    het begraven van het stoffelijk overschot van één of meer levenloos aangegeven of pasgeboren kinderen, die tegelijk in dezelfde grafruimte worden begraven met de bij of kort na de bevalling overleden moeder;

  • b

    het op rechterlijk gezag opgraven en eventueel daarna begraven van een stoffelijk overschot van een persoon.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1 De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2 Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Belastingjaar

  • 1 Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

  • 2 Met betrekking tot de rechten genoemd in artikel 4.2 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht.

Artikel 7 Wijze van heffing

  • 1 De onderhoudsrechten, bedoeld in artikel 4.2 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag.

  • 2 Andere rechten als die bedoeld in de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten

De onderhoudsrechten, als bedoeld in hoofdstuk 4.2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten

Andere rechten dan die bedoeld in artikel 4.2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1 In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen 14 dagen na dagtekening van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving.

  • 2 De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de lijkbezorgingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. De ‘Verordening Lijkbezorgingsrechten 2020’ van 12 december 2019, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking.

  • 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

  • 4. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening lijkbezorgingsrechten 2021’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 10 december 2020

de griffier,

E. van der Neut

de voorzitter,

A.J. Kottelenberg

Bijlage 1: Tarieventabel behorende bij de ‘Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2021’

Hoofdstuk 1

Verlenen van rechten

per gebeurtenis

10 jaar

25 jaar

1.1

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een graf (particulier graf) inclusief onderhoudsrecht wordt geheven voor het stoffelijk overschot van een persoon van :

 

 

 

1.1.1

 

a) 12 jaar of ouder

 

€ 880,10

€ 2.200,24

b) 12 jaar of ouder, 2 diep

 

€ 1.214,59

€ 3.104,04

1.1.2

 

 

beneden de leeftijd van 12 jaar

 

 

 

a) afmeting graf 1.00 x 1.75 m

 

€ 789,73

€ 1.974,37

b) afmeting graf 0.70 x 1.00 m

 

€ 697,94

€ 1.744,87

 

1.2

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een graf

 

 

 

 

(keldergraf) inclusief onderhoudsrecht wordt geheven:

 

 

 

 

a) keldergraf

 

€ 953,21

€ 2.383,72

 

b) keldergraf, 2 diep

 

€ 1.314,65

€ 3.286,75

 

1.3

Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen bijzetten en bijgezet houden van as bussen voor een periode van 10 respectievelijk 25 jaar inclusief onderhoudsrecht wordt geheven :

 

 

 

1.3.1

op of in een eigen graf

 

€ 880,10

€ 2.200,24

1.3.2

In een urnennis

 

€ 880,10

€ 2.200,24

1.3.3

Op of in een urnengraf

 

€ 880,10

€ 2.200,24

 

1.4

Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen plaatsen en geplaatst houden van urnen voor een periode van 10 respectievelijk 25 jaar inclusief onderhoudsrecht wordt geheven:

 

 

 

1.4.1

In een urnennis

 

€ 880,10

€ 2.200,24

1.4.2

Op of in een urnengraf

 

€ 880,10

€ 2.200,24

 

1.5

Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen verstrooien van as voor een periode van 10 respectievelijk 25 jaar inclusief onderhoudsrecht, wordt geheven:

 

 

 

1.5.1

In een eigen graf

 

€ 880,10

€ 2.200,24

1.5.2

In een eigen urnengraf

 

€ 880,10

€ 2.200,24

 

1.6

Voor het verlengen van het uitsluitend recht als bedoeld in de voorgaande onderdelen inclusief onderhoudsrecht wordt geheven:

 

 

 

a.

met 10 jaar; een recht gelijk aan 40% van het bedrag dat wordt geheven voor het verlenen van het uitsluitend recht voor 25 jaar;

 

 

 

b.

met 20 jaar; een recht gelijk aan 75% van het bedrag dat wordt geheven voor het verlenen van het uitsluitend recht voor 25 jaar.

 

 

 

 

Hoofdstuk 2

Begraven

 

 

 

2.1

Voor het begraven van een stoffelijk overschot van een persoon van

12 jaar of ouder wordt geheven

€ 893,17

 

 

2.2

Voor het begraven van een stoffelijk overschot van persoon in een reeds bestaand keldergraf wordt geheven

€ 343,33

 

 

2.3

Voor het begraven en een stoffelijk overschot van een kind beneden één jaar wordt geheven

€ 729,89

 

 

2.4

Voor het begraven van een stoffelijk overschot van een kind beneden 12 jaar wordt geheven

€ 784,61

 

 

2.5

Voor het begraven op buitengewone uren wordt het recht, bedoeld in 2.1, 2.2, 2.3 en 2.4 verhoogd met

50%

 

 

2.6

Als geen gebruik wordt gemaakt van het zogenaamde voorlopen, wordt op het recht bedoeld in 2.1, 2.2, 2.3 en 2.4 een korting verleend van

€ 78,30

 

 

Hoofdstuk 3

Bijzetten van asbussen en urnen

 

 

 

3.1

Voor het bijzetten van een as bus wordt geheven

€ 214,65

 

 

3.2

Voor het bijzetten van een urn wordt geheven

€ 214,65

 

 

3.3

Voor het bijzetten op buitengewone uren wordt het recht, bedoeld in 3.1 en 3.2 verhoogd met

50%

 

 

 

Hoofdstuk 4

Grafbedekking en onderhoud

 

 

 

4.1

Voor het afgeven van een vergunning voor het plaatsen of vernieuwen van grafstenen of daarmee vergelijkbare voorwerpen, bedoeld in artikel 25 van de beheersverordening begraafplaatsen gemeente Neder-Betuwe, wordt per grafruimte geheven

€ 60,28

 

 

4.2

Voor het door of vanwege de gemeente onderhouden van een begraafplaats, hetzij met of zonder gedenkteken of daarmee vergelijkbare voorwerpen, waar bij in het verleden verleende rechten niet gekozen is voor de afkoop van het onderhoudsrecht, wordt jaarlijks geheven

€ 49,99

 

 

4.3

De rechten, bedoeld in 4.2 kunnen alsnog voor een bepaalde tijd worden afgekocht. De afkoopsom wordt berekend door vermenigvuldiging van het jaarlijkse belastingbedrag met de hierna te noemen factor:

 

 

 

 

Aantal jaren waarvoor wordt afgekocht x 60%

 

 

 

4.4

Voor het graveren en plaatsen van een gedenkplaatje bij een strooiveld of verzamelgraf voor een periode van 10 jaar wordt geheven

€ 90,71

 

 

 

Hoofdstuk 5

Lijkschouwing

 

 

 

5.1

Voor het schouwen van een stoffelijk overschot van een persoon door een gemeentelijke lijkschouwer wordt geheven

€ 122,54

 

 

 

Hoofdstuk 6

Opgraven en schudden

 

 

 

6.1

Voor het opgraven van een stoffelijk overschot van een persoon of de overblijfselen van een stoffelijk overschot van een persoon wordt geheven

€ 1.267,36

 

 

6.2

Voor het begraven van overblijfselen van een stoffelijk overschot van een persoon naar een diepere laag (schudden) wordt geheven

€ 278,57

 

 

6.3

Voor het na opgraven of verwijderen van een asbus weer terugplaatsen wordt geheven

€ 1.267,36

 

 

 

Hoofdstuk 7

Verstrooien van as

 

 

 

7.1

Voor het verstrooien van as op het strooiveld wordt per asbus geheven

€ 78,30