Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam 2021

Geldend van 01-01-2021 t/m heden

Intitulé

Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam 2021

De raad van de gemeente Veendam,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3 november 2020

gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet;

B e s l u i t :

vast te stellen de

Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam 2021”

HOOFDSTUK 1. INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin, als voldaan wordt aan de voorwaarden, gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;

b. algemeen urnengraf: [gereserveerd];

c. asbus of aszak: een voorwerp ter berging van as van een overledene;

d. begraafplaatsen: de begraafplaatsen ‘Centrum’, ‘Buitenwoelhof’ en ‘Dalweg 36’;

e. beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt;

f. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam;

g. enkeldiep graf: een graf waar ten hoogste één lijk of twee asbussen kunnen worden bijgezet;

h. dubbeldiep graf: een graf waar ten hoogste twee lijken of twee keer twee asbussen kunnen worden bijgezet;

i. gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf, een algemeen urnengraf, of een urnennis is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;

j. gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het recht is verleend om overledenen te gedenken;

k. gegevensbeheerder: de medewerker die belast is met het beheer van de gegevens van de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt;

l. graf: een zandgraf of een keldergraf;

m. grafbedekking: gedenkteken of grafbeplanting op een graf;

n. grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet;

o. particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

- het doen begraven en begraven houden van lijken;

- het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

- het doen verstrooien van as;

p. particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

- het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

- het doen verstrooien van as;

q. particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

r. rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf of een particulier urnengraf, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;

s. urn: een voorwerp ter berging van een of meerdere asbussen;

t. verstrooiingsplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het recht is verleend om daarop as te doen verstrooien.

Artikel 2. Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf

1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'particulier graf' mede verstaan: particulier urnengraf.

2. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'algemeen graf' mede verstaan: algemeen urnengraf, urnennis en gedenkplaats.

HOOFDSTUK 2. OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS

Artikel 3. Openstelling begraafplaats(en)

1. De begraafplaats(en) is (zijn) voor eenieder dagelijks toegankelijk gedurende door het college bij nadere regels vast te stellen tijden. Het college maakt deze tijden openbaar bekend.

2. Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats(en) kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.

3. Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats(en) niet voor het publiek geopend is (zijn), zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.

Artikel 4. Ordemaatregelen

1. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats(en) hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

2. De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.

3. Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats(en) te rijden:

a. elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen; motorrijtuigen zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van materialen;

b. sneller dan 10 km per uur.

4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de aanhef en onder a van het derde lid.

Artikel 5. Plechtigheden

1. Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld.

2. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

Artikel 6. Opgravingen en ruimen

Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast. Door de gemeente wordt gedurende het opgraven van lijken en de ruiming van graven de begraafplaats afgesloten en het graf zandvrij gemaakt. De verwijdering van het monument en de daadwerkelijke opgraving of ruiming dient door een daartoe bij de Branche Vereniging Ondernemers Begraafplaatsbeheer (BVOB) aangesloten en gecertificeerde (natuurlijk) (rechts-)persoon te worden uitgevoerd waarop de gemeente tijdens deze werkzaamheden toezicht houdt.

HOOFDSTUK 3. VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING

Artikel 7. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf

1. Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

2. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.

Artikel 8. Gebouwen en muziekinstallatie

(gereserveerd)

Artikel 9. Over te leggen stukken

1. Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven en de opdrachtverstrekking is overgelegd aan de beheerder.

2. Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een crematieverklaring en opdrachtverstrekking aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.

3. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende.

4. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren.

5. De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.

Artikel 10. Tijden van begraven en asbezorging

1. De tijd van begraven en het bezorgen van as op de gemeentelijke begraafplaatsen is: op werkdagen van 09:00 uur tot 15:00 uur; op zaterdag van 09:00 uur tot 12:00 uur;

2. Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.

HOOFDSTUK 4. INDELING EN UITGIFTE VAN DE GRAVEN

Artikel 11. Indeling graven en asbezorging

1. Op de begraafplaats(en) kunnen worden uitgegeven:

a. algemene graven;

b. particuliere graven;

c. particuliere kindergraven;

d. particuliere urnengraven;

e. particuliere urnennissen;

f. particuliere familiegraven

g. op de begraafplaats Buitenwoelhof bestaat bovendien de mogelijkheid tot het doen verstrooien van as.

2. Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging.

3. Het is niet toegestaan om as te verstrooien over een graf. Het college kan, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen verzoek, toestemming verlenen voor het verstrooien van as over een graf.

Artikel 12. Aantal overledenen in algemene en particuliere graven

1. In de algemene graven kan een door het college te bepalen aantal lijken of asbussen met of zonder urnen worden begraven.

2. Het aantal lijken of asbussen met of zonder urnen in particuliere graven als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder b, c en d van deze verordening bedraagt voor:

a. een enkeldiep graf: ten hoogste één lijk of twee asbussen;

b. een dubbeldiep graf: ten hoogste twee lijken of twee keer twee asbussen.

3. Het aantal lijken of asbussen met of zonder urnen in particuliere graven als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder f van deze verordening bedraagt voor:

a. een enkeldiep graf: ten hoogste zes lijken of zes keer twee asbussen;

4. Voor het aantal lijken of asbussen met of zonder urnen in particuliere graven zoals aangegeven in de leden 2 en 3 van dit artikel geldt dat een combinatie van een lijk en asbussen in een graf is toegestaan waarbij rekening moet worden gehouden met dat ten hoogste twee asbussen in de plaats kunnen treden van één lijk.

5. Het college kan, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen verzoek, toestemming verlenen voor het bijzetten van een asbus in een grafruimte met één lijk, mits hier gewichtige redenen voor zijn en dit technisch uitvoerbaar is.

Artikel 13. Volgorde van uitgifte

1. Behoudens familiegraven worden particuliere graven slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven.

2. Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor directe begraving (inhoudende het reserveren van een particulier graf), indien dit wegens de situatie op de begraafplaats(en) niet bezwaarlijk is.

Artikel 13a. Reserveren graven

1. Het toewijzen van een particulier graf anders dan voor directe begraving, inhoudende het reserveren van een graf, als bedoeld in artikel 13, lid 2, zal in volgorde van ligging plaatsvinden.

2. Indien een rechthebbende een graf wil reserveren, dient deze daartoe schriftelijk een verzoek in bij het college.

3. Het college reserveert op het verzoek tot het reserveren van een graf, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, het eeuwigdurend recht op een particulier graf.

4. In afwijking van het eerste lid van dit artikel, kan het reserveren van een graf, als bedoeld in artikel 13, lid 2, buiten volgorde van ligging alleen plaatsvinden op veld 7 van de begraafplaats ’Buitenwoelhof’.

Artikel 14. Categorieën

Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.

Artikel 15. Termijnen particuliere (urnen) graven en urnennissen

1. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats(en) dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig, veertig jaar of eeuwigdurend het recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven.

2. Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van vijf of tien jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

3. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats(en) dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van tien, vijftien of twintig jaar, het recht op een urnennis. De termijn begint te lopen op de datum waarop de urnennis is uitgegeven.

4. Het in het derde lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd met een termijn van vijf of tien jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

5. Het college kan, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen verzoek, het recht op een particulier graf dat voor een bepaalde termijn is verleend als bedoeld in lid 1 van dit artikel, omzetten in een eeuwigdurend recht.

Artikel 16. Grafkelder

Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door het college te stellen voorwaarden.

Artikel 17. Overschrijving van verleende rechten

1. Een grafrecht van een eigen graf kan worden overgedragen door overlegging van een door de rechthebbende en de betrokken rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht. Deze rechtsopvolger is de echtgenoot of geregistreerd partner, dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan vorennoemde personen is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

2. Na het overlijden van de rechthebbende kan het grafrecht van een graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of geregistreerde partner, dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag binnen 12 maanden na het overlijden van de rechthebbende wordt gedaan. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan vorennoemde personen is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

3. Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn van twaalf maanden, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen vervallen.

4. Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van twaalf maanden kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.

Artikel 18. Afstand doen van graven

1. De rechthebbende kan schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende. De restitutie is geregeld in de aanverwante verordening, zoals bedoeld in artikel 31 van deze verordening.

2. Indien een rechthebbende afstand doet van een urnennis of urnengraf en de urn niet ophaalt binnen één jaar na het doen van afstand van het recht, dan gaat de gemeente over tot het verstrooien van de as uit de urn.

3. Het tweede lid is niet van toepassing op graven die op de lijst, zoals bedoeld in artikel 26, lid 1 van deze verordening, staan.

HOOFDSTUK 5. GRAFBEDEKKINGEN

Artikel 19. Vergunning grafbedekking

1. Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college. Bij elke verandering of vervanging van het bestaande gedenkteken geldt een meldingsplicht.

2. De rechthebbende van een particulier graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan. De rechthebbende van een particulier graf geeft bij elke verandering of vervanging van het bestaande gedenkteken uitvoering aan de meldingsplicht door het invullen en toezenden van een meldingsplichtformulier.

3. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen.

4. Het college kan de vergunning weigeren indien:

a. niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid;

b. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

d. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.

Artikel 20. Onderhoud door de gemeente

1. Het college voorziet in het schoonhouden van de begraafplaats en in de zorg voor de winterharde beplanting anders dan de beplantingen op het particulier- of algemeen (urnen)graf.

2. Het na verzakking opnieuw stellen van het gedenkteken geschiedt door of namens de rechthebbende of de gebruiker.

Artikel 21. Onderhoud door rechthebbende of gebruiker

1. Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de eigenaar van de grafbedekking.

2. De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen.

3. Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

4. De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende of de gebruiker door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.

5. Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar oplevert voor derden.

Artikel 22. Niet-blijvende grafbeplanting

Niet-blijvende beplanting op een graf, welke in een verwaarloosde staat verkeert, kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende dertien weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, van de gebruiker indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder.

Artikel 23. Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn

1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het graf door het college worden verwijderd.

2. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats bekend.

3. Indien de grafbedekking niet binnen dertien weken na de verwijdering is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is.

HOOFDSTUK 6. RUIMING VAN GRAVEN, URNENGRAVEN EN URNENNISSEN

Artikel 24. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

1. Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend.

2. De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke overblijfselen te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met stoffelijke overblijfselen worden geconfronteerd.

3. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke overblijfselen worden begraven en de as wordt verstrooid op één van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats(en).

4. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de stoffelijke overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders.

5. De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de stoffelijke overblijfselen te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een particulier urnengraf of urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.

HOOFDSTUK 7. GEDEELTE VOOR KERKGENOOTSCHAP

Artikel 25. Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van graven

1. Het college kan na overleg met het bestuur van het kerkgenootschap ten aanzien van de openstelling van het gedeelte, de indeling van graven, de onderverdeling van graven in categorieën en de eisen voor de grafbedekking op het ter beschikking van het kerkgenootschap gestelde deel van de begraafplaats nadere regels stellen die afwijken van de regels krachtens de artikelen 3, eerste lid, 11, tweede lid, 14 en 19, derde lid, van deze verordening.

2. Het college stelt het bestuur van het kerkgenootschap schriftelijk ervan in kennis dat de grafbedekking van een of meer graven onderhoud en herstel behoeft, wanneer het kerkgenootschap schriftelijk om een dergelijke kennisgeving heeft verzocht.

HOOFDSTUK 8. IN STAND HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN EN URNENNISSEN, EN OPVALLENDE GRAFBEDEKKING

Artikel 26. Lijst

1. Het college houdt een lijst bij van graven en urnennissen, zoals bedoeld in artikel 11, lid 1, onder a tot en met f van deze verordening, die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.

2. Het college stelt voorschriften vast voor het bijhouden van een lijst, als bedoeld in het vorige lid.

3. Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.

4. De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

HOOFDSTUK 9. INRICHTING REGISTER

Artikel 27. Voorschriften

1. Het college stelt voorschriften vast voor de begraafplaatsadministratie en de administratie wordt bijgehouden door een door het college aangewezen gegevensbeheerder.

2. Het beheer van de begraafplaatsen wordt bijgehouden door een door het college aangewezen beheerder die hiervan ook een administratie zal bijhouden.

HOOFDSTUK 10. SLOTBEPALINGEN

Artikel 28. Intrekking oude regeling

De verordening voor het beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen Veendam, vastgesteld op 16 december 2019, nummer 2019R0147, wordt ingetrokken.

Artikel 29. Overgangsbepaling

1. Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de verordening voor het beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen Veendam vastgesteld op 16 december 2019, gelden als besluiten genomen krachtens de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam 2021.

2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de verordening voor het beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen Veendam vastgesteld op 16 december 2019 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam 2021 toegepast.

Artikel 30. Strafbepaling

1. Hij die handelt in strijd met de artikelen 3 en 4 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

2. Overtreding van artikelen 3 en 4 van de verordening kan worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 31. Aanverwante Verordening

In de “Verordening lijkbezorgingsrechten” wordt jaarlijks door de raad regels voor de heffing en de invordering van de lijkbezorgingsrechten voor het desbetreffende belastingjaar gegeven.

Artikel 32. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.

Artikel 33. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als:

“Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam 2021”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 14 december 2020.

De voorzitter,

S.B. Swierstra

De griffier,

A. Swart