Beleid grootschalige Zonne-Energie 2020-2030

Geldend van 19-12-2020 t/m 30-12-2029

Intitulé

Beleid grootschalige Zonne-Energie 2020-2030

de gemeenteraad van de gemeente Eersel

gelet op het artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

b e s l u i t

vast te stellen de volgende beleidsregel:

Beleid grootschalige Zonne-Energie 2020-2030

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1

Aanleiding

Door de uitstoot van CO2 verandert het klimaat en dat heeft negatieve gevolgen, zoals overstromingen, lange perioden van droogte en het stijgen van de zeespiegel. Om klimaatverandering een halt toe te roepen is wereldwijd afgesproken het gebruik van fossiele brandstoffen terug te dringen. Ook de Nederlandse overheid ziet de noodzaak hiervan in en heeft als doel 49% minder CO2 uit te stoten in 2030 en 95% in 2050. Het Nederlandse klimaatakkoord wijst gemeenten op het nemen van hun verantwoordelijkheid.

Passend bij het uitvoeringsprogramma duurzaamheid en de lokale energietransitie, is er naast besparing en kleinschalige opwekking van duurzame energie ook een rol weggelegd voor de opwek van grootschalige zonne-energie. Dit beleidsstuk beschrijft de kaders waar de opwek van grootschalige zonne-energie aan moet voldoen.

De gemeente Eersel neemt haar verantwoordelijkheid en sluit aan bij de doelen die gesteld worden in het klimaatakkoord. Op 25 augustus 2020 heeft de raad van Eersel de opwekkingsopgave voor de gemeente Eersel op 0,055 TWh vastgesteld. Verder heeft in deze raadsvergadering het college van B&W de opdracht gekregen ervoor te zorgen dat de opwekkingsopgave wordt ingevuld doormiddel van een energieopwekkende en geluidwerende voorziening langs de A67 en afhankelijk van de maximale opwekkingscapaciteit van deze voorziening grootschalige zonne-energie toe te staan in het vastgestelde gebied ten noorden van Wintelre binnen de gemeente Eersel.

Naast zonne-energie maakt de gemeente Eersel op weg naar energieneutraliteit gebruik van de nieuwste en vriendelijkste manieren van (grootschalige) hernieuwbare energieopwekking. Ontwikkelingen die in dit kader in de periode tot 2030 concrete vorm krijgen worden actief uitgewerkt. Wanneer

deze ontwikkelingen daadwerkelijk tot uitvoering komen kunnen deze een bijdrage leveren aan de opwekkingsopgave van de gemeente Eersel.

De gemeente Eersel volgt de ontwikkelingen rond moderne opslagmogelijkheden voor duurzame energie met de nodige aandacht. Bij concrete uitwerking van deze mogelijkheden is de gemeente Eersel bereid om (het liefst in samenwerking met partijen in Zuidoost-Brabant) deze mogelijkheden te faciliteren. Dit beleid beschrijft de uitgangspunten en randvoorwaarden die de gemeente Eersel hanteert bij het beoordelen van plannen met betrekking tot de opwek van grootschalige zonne-energie in de vorm van zonneparken. Het beleid biedt inwoners, bedrijven

en marktpartijen duidelijkheid over de mogelijkheden en voorwaarden om concrete plannen in te dienen bij de gemeente Eersel.

Er worden zowel ruimtelijke als sociaal-maatschappelijke randvoorwaarden gesteld. Zo behoudt de gemeente regie over waar en in welke vorm en omvang het zonnepark in het gebied ten noorden van Wintelre en de voorziening langs de A67 ontwikkeld mogen worden.

Voorafgaand aan het opstellen van dit beleid is een haalbaarheidsonderzoek opgesteld. Meer informatie over de beleidsmatige kaders van dit beleid en het bijbehorende planMER zijn te vinden in de bijlagen (zie bijlage B en C).

1.2

Evaluatie beleid

Dit beleid is opgesteld voor de komende tien jaar en zal in deze tijdspanne periodiek, ten minste vierjaarlijks, worden geëvalueerd en continu worden gemonitord. Gedurende de looptijd zal moeten blijken of dit beleid bijgesteld moet worden.

1.3

Leeswijzer

Het beleid en toetsingskader hebben als doel duidelijk te maken waar, hoe, door wie en voor wie de ontwikkeling van grootschalige zonneparken wordt toegestaan.

  • WAAR: Het stellen van voorwaarden voor de locatie en inrichting van zonneparken. Deze voorwaarden worden beschreven in Hoofdstuk 2.

  • WIE: Het stellen van sociaal-maatschappelijke voorwaarden voor de ontwikkeling van zonneparken. Deze voorwaarden worden beschreven in Hoofdstuk 3.

  • HOE: Het opstellen van een ‘uitvoeringsstrategie’ op basis waarvan principeverzoeken kunnen worden ingediend. Zie hiervoor Hoofdstuk 4.

Initiatiefnemers van een zonnepark als onderdeel van de energieopwekkende en geluidwerende voorziening langs de A67 of in het vastgestelde gebied ten noorden van Wintelre, kunnen op basis van het beleid en het hierna door het college van B&W vast te stellen toetsingskader een principeverzoek indienen.

Hierbij vraagt de initiatiefnemer of de gemeente medewerking wil verlenen aan het initiatief.

Het principeverzoek moet vergezeld gaan van een projectvoorstel. De benodigde elementen die een projectvoorstel moet bevatten staan beschreven in het nader vast te stellen toetsingskader.

Hoofdstuk 2: Ruimtelijke voorwaarden

Inleiding

Dit hoofdstuk biedt de kaders voor de realisatie van een zonnepark in het vastgestelde gebied ten noorden van Wintelre en de energieopwekkende en geluidwerende voorziening langs de A67. Daarbij gaat het zowel om de locatie als om de inrichting. Met locatie wordt bedoeld: welke plekken worden er opengesteld voor de opwek van grootschalige zonne-energie. Met inrichting wordt bedoeld: welke eisen worden gesteld aan de opwek van grootschalige zonne-energie.

2.2

PlanMER

De uitkomsten van het planMER geven de ruimte weer die technisch en wettelijk beschikbaar is voor grootschalige zonne- energieprojecten binnen de gemeente Eersel. Daarnaast geven ze inzicht in de knelpunten. Het planMER is in te zien via de gemeentelijke website en in bijlage B. Op basis van de resultaten uit het planMER heeft de gemeenteraad van Eersel op 25 augustus 2020 besloten een vastgesteld gebied ten noorden van Wintelre vrij te geven voor grootschalige zonne-energie en medewerking te verlenen aan een energieopwekkende en geluidwerende voorziening langs de A67.

Landschap vormt een belangrijk onderdeel van de onderzochte milieueffecten in het planMER. Hierbij geldt dat de concentratie van ontwikkellocaties ervoor zorgt dat andere delen van het huidige Eerselse landschap intact kunnen blijven.

Voor zonneparken is de grootte van toegestane zonneparken afhankelijk van het landschapstype waar het zonnepark in gepland is. In het planMER is per landschapstype de ‘draagkracht’ gedefinieerd: de hoeveelheid hectares aan zonneparken die gerealiseerd kan worden zonder dat de identiteit van het betreffende landschap te veel wordt verstoord. De opwekking- opgave van de gemeente Eersel is na een besluit van de gemeenteraad op 25 augustus 2020 vastgesteld op 0,055 TWh.

2.3

Zonneladder

De gemeente Eersel hanteert een voorkeursvolgorde voor de ontwikkeling van zonne-energie in de gemeente in de vorm van een zonneladder. Deze volgorde houdt in dat de gemeente voorrang verleent aan gunstiger gelegen plannen (zie Tabel 1).

1

Zon-op-dak

De ontwikkeling van zon-op-dak en andere bouwwerken valt buiten de reikwijdte van het beleid en toetsingskader. Wel geldt een verplichting voor initiatiefnemers binnen trede 4 en 5 om extra zon-op-dak te ontwikkelen. Dit kan vaak vergunningsvrij. De opwekking van zon-op-dak wordt doorgaans gerekend onder energiereductie.

2

Braakliggende grond en pauze- landschappen

(Voormalige) stortplaatsen, parkeerplaatsen etc. De maximale potentie van dergelijke gebieden is gering.

3

Langs grootschalige infrastructuur en water (geen natuur)

De maximale potentie van dergelijke gebieden is gering, maar deze gebieden hebben wel de voorkeur boven agrarische grond.

4

Agrarische gronden

In deze zonneladder nader onderverdeeld in:

4a

Agrarische gronden aangrenzend aan bestaande bedrijvenparken en industrieterreinen

Zonnevelden hebben een industriële uitstraling en passen daarom goed in en direct aangrenzend aan een industrieel landschap.

4b

Overige agrarische grond

Hoewel zonneparken op agrarische gronden zeker ook nadelen hebben, realiseren wij ons als gemeente dat deze gronden grote potentie voor duurzame energieopwekking hebben.

5

Natuurgebieden

De gemeente Eersel geeft de voorkeur aan het opwekken van duurzame zonne-energie buiten beschermde natuurgebieden.

Tabel 1 Zonneladder gemeente Eersel

2.4

Ruimtelijke strategie zonneparken

Op basis van de landschappelijke analyse in het planMER en de zonneladder is ervoor gekozen het vastgestelde gebied ten noorden van Wintelre open te stellen voor de grootschalige opwek van zonne-energie naast de aan te leggen energieopwekkende en geluidwerende voorziening langs de A67. De grootte van het met een zonnepark in te vullen gebied ten noorden van Wintelre is afhankelijk van de opwekkingspotentie bij de nog aan te leggen geluidwerende voorziening langs de A67. De zonneladder bepaalt dat het de voorkeur heeft om duurzame zonne-energie langs grootschalige infrastructuur op te wekken in plaats van op goede agrarische gronden. Hoe meer duurzame zonne-energie er opgewekt kan worden langs bestaande infrastructuur, hoe minder er opgewekt hoeft te worden op (goede) agrarische gronden.

De beoordeling heeft plaats gevonden op basis van de volgende criteria:

  • Karakteristiek

  • Bestaande structuren en patronen

  • Cultuurhistorische waarden

  • Zichtbaarheid

  • Aantasting door verdichting

  • Maat en schaal

  • Mitigerende maatregelen

foto

Figuur 1: Zonering beleid grootschalige zonne-energie gemeente Eersel

2.4.1.

Landschappelijke inpassing

We moeten zorgen voor een goede landschappelijke inpassing van ‘groene energie’. Het is echter ook niet erg om ons landschap te zien veranderen; Nederland is een cultuurlandschap en daarin zijn de hand van de mens en het tijdsbeeld altijd zichtbaar geweest. De zonneparken hoeven dus niet in zijn geheel verstopt te worden. Zonneparken mogen dus best op een aantal locaties zichtbaar zijn.

De basis voor de landschappelijke inpassing ligt in de Omgevingsvisie 1.0 en het thematische beleid in 'Groen Loont!' en is nader uitgewerkt in de 'Visie Buitengebied'.

Groen Loont:

  • Agrariërs en ondernemers in het buitengebied worden gewezen op het belang van erfbeplanting. Beplanting geeft onder andere koelte in de zomer, heeft een isolerend effect in de winter en vangt fijnstof af. Bovendien wordt door een betere landschappelijke inpassing van grootschalige bedrijfsgebouwen de ruimtelijke kwaliteit van het landschap en de biodiversiteit verbeterd. Dit is belangrijk om de huidige recreatie in het gebied in stand te houden en/of uit te breiden. Bij de bouw van een nieuw bedrijfsgebouw of bij de uitbreiding van een bestaand bedrijf, hanteert de gemeente het uitgangspunt van de aanplant van een (hak)houtsingel met een breedte van 10 meter bij een landschappelijke inpassing rondom het gehele bedrijf. Daar waar geen concrete uitbreidingsplannen zijn, stimuleert de gemeente de aanplant van een erfbeplanting met de erfplantdag.

  • Bij de locatiegebonden aanpak wordt bij iedere plan- ontwikkeling en bij de vaststelling van het bestemmingsplan ruimte gereserveerd voor een goede landschappelijke inpassing. De kosten voor deze inpassing zijn voor rekening van de ontwikkelaar. Voor een goede landschappelijke overgang van nieuwbouw naar het buitengebied hanteert de gemeente stroken van minstens 10 meter breed als uitgangspunt. Bij ieder project wordt de groenbeleidsmedewerker vanaf het begin van de projectbegeleiding bij de planvorming betrokken. Deze aanpak vervangt voor een deel de oude regeling Rood met Groen.

In de landschapszone van toepassing voor oude en jonge zandontginningen is bepaald voor verschillende onderdelen van de inpassing hoe deze vorm gegeven moeten worden. Van belang voor de inpassing van zonneparken is het onderdeel landschap. Het landschap kan door middel van de volgende onderdelen vorm gegeven worden:

Landschapsboom in bomenrij (geen agrarische medegebruik)

  • Amfibieënpoel

  • Weidevogelpoel

  • Natuuroever riet

  • Natuuroever nat grasland

  • Bloemrijk grasland

  • Bloemrijke rand

  • Kruidenrijke zoom

  • Graslandflora- en faunarand

  • Weiderand

  • Wandelpad over boerenland

  • Onverharde weg met bloemrijke berm

  • Onverharde weg met bomen

Voor zonneparken is een nadere uitwerking nodig om in de oude en jonge zandontginningen voorwaarden te stellen aan de grootte en het tijdstip dat de inpassing 'adequaat' moet zijn.

Landschappelijke inpassing vindt niet alleen plaats aan de randen, maar kan ook op het perceel zelf plaatsvinden. Door bijvoorbeeld op het zonnepark een poel met wat struweel aan te leggen, kan het perceel zelf ruimte bieden aan amfibieën en broedvogels.

Op basis van dit beleid wordt een toetsingskader vastgesteld om duidelijk de voorwaarden mee te geven voor de ontwikkeling van een zonnepark en de voorziening. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan hoe de landschappelijke inpassing zich in de loop van tijd ontwikkelt.

2.4.2.

Realisatie zon-op-dak

Bij de ontwikkeling van zonneparken in trede 4 en 5 van de zonneladder (op agrarische gronden en nog te ontwikkelen natuur) moet een percentage van het oppervlakte van het betreffende zonnepark ook op daken worden gerealiseerd. Het is aan de initiatiefnemer om in het projectvoorstel te onderbouwen hoe zij dit doen. Dat kan bijvoorbeeld door middel van het ontwikkelen van zon-op-dak.

2.4.3

Ecologie

Elk project moet getoetst worden aan de Wet natuurbescherming waarbij aandacht is voor specifieke doel-soorten. Indien uit deze toetsing blijkt dat negatieve effecten van het project beperkt zijn kan op dit onderdeel medewerking aan het plan verleend worden.

Initiatiefnemers moeten een plan ontwikkelen dat een positief effect heeft op de natuur, door bijvoorbeeld een zonnepark natuurinclusief te ontwerpen.

2.4.4

Bodemkwaliteit

De gemeente Eersel vindt het belangrijk dat de ondergrond van het zonnepark na afloop van de levensduur in de oorspronkelijke staat kan worden hersteld. Daarom moeten onomkeerbare effecten op de bodem worden voorkomen. Hierbij kan worden gedacht aan verdroging van een deel van de bodem doordat het regenwater niet gelijkmatig wordt verspreid, het ontbreken van zonlicht op de bodem, bodemverschraling, afname van bodemleven en wijziging van de bodemstructuur. Dit moet onderdeel zijn van het projectvoorstel.

Indien (delen van) het zonnepark geplaatst worden op delen van de voorziening langs de A67 die het doel hebben geluid te weren, dient de bodem na afloop van de levensduur in de staat te worden gebracht die wordt vastgelegd in een (anterieure) overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente Eersel.

2.4.5

Aardkundige waarde

Wanneer een zonnepark beoogd is in of nabij de aardkundig waardevolle gebieden in het vastgestelde gebied ten noorden van Wintelre, moet op worden onderzocht of er daadwerkelijk significante effecten optreden. In het projectvoorstel dat een initiatiefnemer indient moet staan opgenomen of er sprake is van een aardkundig waardevol gebied, welk effect het plan op het gebied heeft en hoe de initiatiefnemer deze effecten probeert te minimaliseren of terugbrengt tot nul.

2.4.6

Agrarische structuurversterking

Het is belangrijk dat kansen voor agrarische structuurversterking worden benut. Voorkomen moet worden dat gunstige agrarische kavels in het vastgestelde gebied ten noorden van Wintelre worden ingezet voor zonneparken terwijl minder gunstige kavels overblijven voor agrarische doeleinden. Ruilverkaveling is een van de middelen om agrarische structuurversterking te realiseren.

2.4.7

Draagkracht

Bij de beoordeling van projectvoorstellen van zowel grote als middelgrote zonneparken houdt de gemeente Eersel rekening met de draagkracht van het landschap, zoals is geanalyseerd in de landschappelijke beoordeling bij het planMER. Het zonnepark

in het vastgestelde gebied ten noorden van Wintelre kan nooit groter worden dan de berekende draagkracht van het gebied.

2.4.8

Uitzondering voor VAB-locaties

De verwachting is dat de komende tijd veel agrariërs zullen stoppen als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving of het niet hebben of een bedrijfsopvolger. Deze agrariërs gaan op zoek naar een nieuwe invulling voor de Vrijkomende of Vrijgekomen Agrarische Bedrijfsbebouwing (VAB). Een zonnepark kan over- wogen worden als invulling van een VAB-locatie. Dit betreft altijd maatwerk omdat het erg afhankelijk is van de locatie. Er zijn voorwaarden waar in ieder geval aan voldaan moet worden:

  • Het is gelegen in het gebied waar zonneparken op basis van het beleidskader mogelijk zijn, dus niet in beekdalen en in bossen, conform de gebiedsindeling uit de Visie Buitengebied;

  • Het bestaande bouwvlak is het uitgangspunt, vergroting is niet mogelijk;

  • Het geheel wordt robuust landschappelijk ingepast, conform de bijlage 'Landschappelijke inpassing initiatieven in het buitengebied' van de Visie Buitengebied;

  • Bij voorkeur in de nabijheid van de kernen. Hierdoor is de stroomproductie zo dicht mogelijk bij de consument en hoeven er (waarschijnlijk) geen zware investeringen in de infrastructuur gedaan te worden;

  • Voor het zonnepark wordt een tijdelijke omgevings- vergunning verleend;

  • De combinatie zon en agrarische bedrijfsvoering binnen bestaand bouwvlak is altijd mogelijk, voor de realisatie van zonnepanelen wordt geen nieuwe bebouwing opgericht;

Voor het bouwvlak zijn de volgende nieuwe invullingen mogelijk:

  • De agrarische bedrijfsmogelijkheid wordt beëindigd, eventuele agrarische milieuvergunningen worden ingetrokken, voor de voormalige bedrijfswoning wordt een passende bestemming opgenomen en alle overbodige bebouwing wordt gesloopt;

  • De agrarische bedrijfsmogelijkheid wordt beëindigd, voor bedrijfsmatige activiteiten wordt aangesloten bij de visie Buitengebied en de gebiedsindeling van deze visie en alle overbodige bebouwing wordt gesloopt. Deze bedrijfsmatige activiteiten hoeven niet tijdelijk te zijn.

2.4.9

Effect op geluidsdruk

Bij de vastgestelde locatie ten noorden van Wintelre bevinden zich in de directe omgeving verschillende bronnen van geluidsoverlast. Hierbij gaat het met name om het geluid van opstijgende en dalende vliegtuigen, het zogenoemde grondgebonden luchthavengeluid en het geluid van de mobiliteit rond de Luchthaven Eindhoven. De energieopwekkende en geluidwerende voorziening langs de A67 wordt geplaatst langs de snelweg die voor geluidsoverlast zorgt, afkomstig van het verkeer dat zich over de snelweg verplaatst. In het projectvoorstel dat een initiatiefnemer indient moet in ieder geval staan opgenomen wat het effect van de aanleg van het zonnepark is op de geluidsdruk in de directe omgeving van het zonne-park. Indien er sprake is van een negatief effect moet in het projectvoorstel tevens staan opgenomen hoe de initiatiefnemer deze effecten probeert te minimaliseren, terugbrengt tot nul of de geluidsdruk verbetert.

2.4.10

Opruimplicht

De zonneparken in de gemeente Eersel moeten na beëindiging van de exploitatie opgeruimd worden. Dat wil zeggen dat de grond en omgeving teruggebracht moet worden in de originele staat, een betere staat indien vooraf afgesproken of afwijkende afspraken wanneer het zonnepark onderdeel is van de energieopwekkende en geluidwerende voorziening langs de A67. Dit wordt vastgelegd in een (anterieure) overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente, voorafgaand aan de verlening van de omgevingsvergunning. De materialen worden tenminste gerecycled conform de dan geldende wet- en regelgeving.

Hoofdstuk 3: Sociaal maatschappelijke voorwaarden

3.1

Inleiding

De energietransitie is naast een technische en ruimtelijke opgave vooral een maatschappelijke transformatie. De maatschappij verandert en krijgt opnieuw vorm. De gemeente Eersel kiest ervoor om de lokale gemeenschap centraal te stellen; zowel bij het opstellen van het beleid als bij de uitvoering ervan.

Bij de vorming van dit beleid is gebruik gemaakt van resultaten uit een breed participatietraject dat samen met de Kempengemeenten is doorlopen. Door middel van ophaalsessies is de mening gevraagd van inwoners, bedrijven, recreanten, belangenorganisaties, et cetera. Deze input heeft een grote rol gespeeld bij het formuleren van de sociaal-maatschappelijke uitgangspunten en randvoorwaarden.

Niet alleen het communiceren met inwoners, ondernemers, verenigingen en lokale kennispartijen is belangrijk bij de energietransitie en de grootschalige opwekking van zonne- energie in het bijzonder. Het is van groot belang dat deze inwoners, ondernemers, verenigingen en lokale kennispartijen actief betrokken worden bij deze ontwikkelingen. De ‘Burger- participatienota Meedoen?!’ biedt hiervoor een houvast hoe deze participatie ingericht dient te worden.

3.2

Coöperatieve aanpak

De gemeente Eersel vindt het belangrijk dat de omgeving van een toekomstig zonnepark een actieve en betrokken rol heeft bij de ontwikkeling. Een coöperatie is een beproefde manier om dit te organiseren. Op deze manier komen lokale belangen zoveel mogelijk overeen met de belangen van de ontwikkelaar van de zonneparken.

Een coöperatie kan professionele ondersteuning inzetten, bijvoorbeeld door samen te werken met een projectontwikkelaar of door middel van professionele procesbegeleiders of door aan- sluiting te zoeken bij andere meer gespecialiseerde coöperaties.

3.3

Burgerparticipatie

De gemeente Eersel hecht veel belang aan het draagvlak voor de opwek van grootschalige zonne-energie bij direct omwonenden. Een goed opgezet burgerparticipatietraject gaat dan ook vooraf aan de realisatie van een zonnepark. Dit traject dient te voldoen aan de voorwaarden die gesteld worden in de ‘Burgerparticipatie- nota Meedoen?!’. Het is aan de initiatiefnemer om zo goed mogelijk met de omwonenden samen te werken om tot een gedragen plan te komen. Daarnaast moedigt de gemeente Eersel initiatiefnemers aan om samen te werken met lokale kennispartijen.

De gemeente draagt zorg voor een actieve communicatie naar omwonenden en ziet erop toe dat aan alle voorwaarden uit de burgerparticipatienota wordt voldaan. De projectontwikkelaar is eindverantwoordelijk voor het proces en het resultaat. Speciale aandacht gaat bij dit onderdeel uit naar de rol van de dorpsraden, als strategisch partner van het gemeentebestuur.

De energietransitie kent een wettelijke opdracht voor de gemeente Eersel. Daarom is het belangrijk dat de gemeenteraad van Eersel altijd de ruimte houdt om keuzes te maken die in het algemeen belang noodzakelijk zijn voor de gemeente Eersel en passend zijn bij de wettelijke opdracht. De gemeente Eersel kan zich dan ook niet in alle gevallen verbinden aan de uitkomsten van het participatieve proces, maar zal zich maximaal inspannen om de uitkomsten als basis voor besluiten te nemen.

Met het bovenstaande in gedachte is een consultieve stijl van participatie passend bij het traject waarin wordt gesproken over de ontwikkeling van een zonnepark. De ‘Burgerparticipatienota Meedoen?!’ beschrijft deze stijl en schrijft voor welke werkvormen passend zijn en via welke kanalen inwoners, ondernemers, verenigingen en lokale kennispartijen betrokken dienen te worden. Een initiatiefnemer neemt in het projectvoorstel op hoe de participatie rond het initiatief vorm krijgt, passend bij de consultieve stijl van participeren. Daarnaast laat de initiatiefnemer in het projectvoorstel zien hoe het participeren met de omgeving heeft plaatsgevonden bij het uitwerken van het projectvoorstel.

We dagen initiatiefnemers, omwonenden en grondeigenaren uit om (gezamenlijk) projecten te ontwerpen die overlast op de omgeving beperken en aansluiten bij het landschap. Daarnaast is aandacht voor een optimale benutting van de opwekkingspotentie van het plangebied belangrijk om een wezenlijke bijdrage te leveren aan de duurzaamheidsdoelstelling.

3.4

Lokaal eigendom

Het recht om te investeren in het eigen vermogen van het project ligt in eerste instantie bij inwoners van de gemeente Eersel en lokale bedrijven. Hierbij zijn veel manieren denkbaar om het benodigde kapitaal op te halen. De voorkeur van de gemeente Eersel gaat er daarbij naar uit dat alle inwoners in staat worden gesteld om naar eigen draagkracht mee te investeren in projecten in hun omgeving. Een coöperatie kan hierin een belangrijke rol spelen. Een project kan enkel en alleen gerealiseerd worden wanneer minimaal 50% eigendom van lokale partijen gewaarborgd is.

Het voordeel van lokale investeerders is dat de winsten van het project automatisch terugvloeien naar de omgeving (bijvoorbeeld in de vorm van dividend).

3.5

Omgevings- en duurzaamheidsfonds

De gemeente Eersel vindt het belangrijk dat de omgeving van grootschalige opwek baat heeft bij de ontwikkeling. Daarom moet elk project een financiële afdracht doen in een omgevingsfonds en een duurzaamheidsfonds.

3.5.1

Omgevingsfonds

Voor elk project moet een ‘lokaal omgevingsfonds’ worden ingericht waarin jaarlijks een bedrag wordt gestort. Het doel van het omgevingsfonds is lokale gebiedsontwikkeling. Dit is een extra manier waarop zon-neparken concrete maatschappelijke meerwaarde kunnen genereren in de directe omgeving. Het omgevings-fonds wordt ‘beheerd’ door een afvaardiging uit de betreffende omgeving. De gemeente heeft een controle functie in het beheer van deze gelden.

De besteding van het omgevingsfonds moet een fysiek en/of ruimtelijk karakter hebben. De bestedingsdoelen worden als voorwaarden vastgelegd in de anterieure overeenkomst en de vergunning van het zonnepark.

Het projectvoorstel moet beschrijven hoe hoog de storting in het omgevingsfonds is (minimaal €1 per geproduceerde MWh), welke partijen in het ‘bestuur’ van het fonds zitting nemen en hoe de bestemming van het geld wordt bepaald. Deze bestemmingen moeten een fysiek en/of ruimtelijk karakter hebben. Het fonds wordt beheerd door de omgeving. De omgeving zal dus bepalen waar de gelden aan besteed worden.

Werking omgevingsfonds

De inhoud van het omgevingsfonds voor het zonnepark in het vastgestelde gebied ten noorden van Wintelre en het omgevingsfonds voor het zonnepark als onderdeel van de energieopwekkende en geluidwerende voorziening langs de A67 is onderdeel van de ‘bestemmingsreserve omgevingsfonds’.

Op basis van de bepalingen in de (anterieure) overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer wordt er een ‘bestuur’ van het fonds opgezet. Dit ‘bestuur’ komt jaarlijks met plannen voor de bestemming van het geld. Hierin wordt het ‘bestuur’ ondersteund door een contactpersoon vanuit de gemeente Eersel.

Het uitgeven van de ‘bestemmingsreserve omgevingsfonds’ wordt gemandateerd aan het college van B&W, nadat de gemeenteraad dit vanuit haar budgetrecht heeft vastgesteld. Het college van B&W stelt de plannen van het ‘bestuur’ vast, waarna de financiële middelen beschikbaar komen.

3.5.2

Duurzaamheidsfonds

Elk project moet storten in een gemeentelijk duurzaamheidsfonds. Doel van het duurzaamheidsfonds is om gemeentebreed grotere projecten op het gebied van duurzaamheid uit te voeren (bijvoorbeeld het stimuleren van zon op dak). Het duurzaamheidsfonds wordt beheerd door de gemeente. Het projectvoorstel moet beschrijven hoe hoog de storting in het duurzaamheidsfonds is (minimaal€ 1 per geproduceerde MWh).

Werking duurzaamheidsfonds

De inhoud van het duurzaamheidsfonds voor het zonnepark in het vastgestelde gebied ten noorden van Wintelre en het duurzaamheidsfonds voor het zonnepark als onderdeel van de energieopwekkende en geluidwerende voorziening langs de A67 is onderdeel van de ‘bestemmingsreserve duurzaamheidsfonds’.

Het college van B&W krijgt het mandaat over het inzetten van de middelen binnen de ‘bestemmingsreserve duurzaamheidsfonds’, nadat de gemeenteraad dit vanuit haar budgetrecht heeft vastgesteld. Het college van B&W komt actief met plannen naar de gemeenteraad over het besteden van de in de bestemmingsreserve aanwezige middelen.

Hoofdstuk 4: Beleid in uitvoering

4.1

De gemeente bepaalt wanneer, waar en hoe er ontwikkeld mag worden

De gemeente Eersel heeft bepaald dat enkel het vastgestelde gebied ten noorden van Wintelre wordt opengesteld voor de grootschalige opwek van zonne-energie, en dat de opwekkings- opgave die daar wordt ingevuld afhankelijk is van de duurzame opwek van zonne-energie bij de toekomstige energieopwekkende en geluidwerende voorziening langs de A67. Verzoeken voor gebieden die niet zijn ‘opengesteld’ worden niet in behandeling genomen.

Het beleids- en toetsingskader stelt ruimtelijke en sociaal- maatschappelijke voorwaarden voor zonneparken. Deze zijn beschreven in het toetsingskader. De gemeente Eersel verleent geen medewerking aan initiatieven die niet voldoen aan de ruimtelijke en de sociaal-maatschappelijke voorwaarden zoals beschreven in hoofdstuk 2, hoofdstuk 3 en het op basis van dit beleid samengestelde en vastgestelde toetsingskader.

4.2

Proces

In figuur 2 wordt schematisch weergegeven welke stappen doorlopen moeten worden om te komen van een projectidee tot de daadwerkelijk planologische medewerking en ontwikkeling. Niet ieder projectidee leidt tot vergunningverlening en realisatie. Het college van B&W van de gemeente Eersel is bevoegd om te beslissen over het al dan niet honoreren van een principeverzoek.

Op basis van dit beleid stelt het college van B&W de periode vast waarin initiatiefnemers hun projectvoorstellen kunnen indienen voor een zonnepark in het vastgestelde gebied ten noorden van Wintelre. Op een later moment wordt de periode voor het zonnepark als onderdeel van de energieopwekkende en geluidwerende voorziening langs de A67 opengesteld. De initiatieven die worden ingediend worden getoetst op basis van het door het college van B&W vastgestelde toetsingskader.

4.3

Toetsingskader

Het college stelt op basis van beleid het toetsingskader vast. Op basis daarvan wordt een projectvoorstel beoordeeld.

Voorafgaand aan het openstellen van de periode waarin projectvoorstellen ingediend kunnen worden voor een zonnepark in het vastgestelde gebied ten noorden van Wintelre of als onderdeel van de energieopwekkende en geluidwerende voorziening langs de A67 wordt dit toetsingskader vastgesteld en openbaar beschikbaar.

4.4

Projectvoorstel

Een initiatiefnemer die binnen de kaders van dit beleid een zonnepark wil dient een principeverzoek in, nadat het college van B&W de indienperiode heeft opengesteld. Met dit verzoek vraagt

de initiatiefnemer de gemeente om planologische medewerking. Bij het principeverzoek dient een projectvoorstel ingediend te worden. Dit projectvoorstel bevat minimaal de in dit beleid genoemde kaders en de in het toetsingskader vastgelegde uitwerking van deze kaders.

foto

Figuur 2 ‘Procesweergave van projectidee tot ontwikkeling’

Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na de bekendmaking.

  • 2.

    Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleid grootschalige Zonne-Energie 2020-2030.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van 15 december 2020

De raad van de gemeente Eersel

de griffier, J.W.G. van Bree

de voorzitter, drs. W.A.C.M. Wouters

Bijlage A: Begrippenlijst

Coöperatie

Een coöperatie is een vorm van zelforganisatie. Coöperaties hebben een collectief doel met een zakelijke basis. De leden bundelen hun krachten in de coöperatie om hun individuele en gezamenlijke doelen te bereiken. Het uiteindelijke doel van een coöperatie is waarde creatie voor de leden.

Energietransitie

Onze maatschappij is nu gedreven op en afhankelijk van fossiele brandstoffen. Dit omvormen naar een energieneutraal, gezond en toekomstbestendig systeem noemen we 'de energietransitie'.

Initiatiefnemer

Partij die een zonnepark wil realiseren in het open te stellen gebied ten noorden van Wintelre. Dit kan een commerciële partij zijn, maar ook een coöperatie.

Megawatt (MW)

Megawatt is een eenheid van vermogen (energie per tijdseenheid). 1MW = 1.000.000 Joule / seconde 1MW = 1.000 kW (kilowatt) = 1.000.000 W (watt).

Megawattuur (MWh)

Megawattuur is een eenheid van energie (vermogen x tijdsduur), net als de petajoule.

1MWh = 1.000 kWh = 1.000.000 Wh.

1 MWh = 0,0000036 PJ.

Petajoule

Petajoule is een eenheid van energie. Aangezien 1 PJ zeer veel energie betreft wordt deze eenheid vaak gebruikt op het niveau van gemeenten en provincies. 1 PJ = 1.000.000.000.000.000 J 1 PJ = 277.778 MWh.

Opwekkingsopgave

Opwekkingsopgave is de totale grootschalige opwekking van duurzame energie, uitgedrukt in TWh. In Eersel krijgt dit vorm door zonneparken met een minimale grootte van 2 hectare (20.000m²).

PlanMER

Een planMER is een instrument om inzicht te krijgen in de milieueffecten van ingrijpende ruimtelijke plannen en projecten. Het planMER onderzoekt een aantal milieuthema’s, zoals leefomgeving, ecologie, landschap en energieproductie. MER staat voor milieueffectrapportage.

Principeverzoek

Een verzoek van een initiatiefnemer aan het College van Burgemeester en Wethouders om planologische medewerking te verlenen aan de ontwikkeling van een zonnepark. Een principeverzoek moet vergezeld gaan van een Projectvoorstel.

Projectplan

Een plan waarin de ontwikkeling voor een zonnepark wordt omschreven. Het plan omvat tenminste een paragraaf ontwikkelproces, ruimtelijke en landschappelijke inpassing, organisatie structuur, financiën (inclusief financiële participatie) en participatie en communicatie. Het projectplan wordt opgesteld nadat de gemeente planologische medewerking aan een project heeft toegezegd. Het projectplan is een uitwerking van het projectvoorstel maar kan gedetailleerdere informatie bevatten over bijvoorbeeld financiële participatie, structuur van de ontwikkelende partij (BV, VOF, Coöperatie etc.) etc. Dit document zal ook de basis vormen van de anterieure overeenkomst.

Projectvoorstel

Het document dat initiatiefnemers moeten indienen bij hun principeverzoek waarin de plannen voor een zonnepark wordt omschreven.

Regionale Energiestrategie

(RES) Het nationaal klimaatakkoord (28 juni 2019) stelt dat per regio een Regionale Energiestrategie (RES) wordt opgesteld. Dit is een instrument om gezamenlijk te komen tot keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmte transitie gebouwde omgeving (onder andere afkoppeling van het aardgas) en benodigde opslag en energie infrastructuur. De Metropoolregio Eindhoven is één van de vier regio’s in Brabant. De RES is de verantwoordelijkheid van de 21 gemeenten, waterschappen en provincie. In de RES worden de besparingsmogelijkheden en de potentiële capaciteit van duurzaam op te wekken energie in beeld gebracht en wordt de strategie bepaald tot het jaar 2030 met een doorkijk naar 2050. Door middel van samen- werking nemen de deelnemers verantwoordelijkheid voor de inwoners van het gebied en voor realisatie van de energieopgave op democratische wijze.

Terawattuur

Een terawattuur is een eenheid voor energie die gelijk is aan 1.000.000.000.000 wattuur, weergegeven met het symbool TWh. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat alle energieregio’s samen in 2030 ten minste 35 terawattuur aan grootschalige duurzame elektriciteit op land opwekken.

Zonnepark

Onder grootschalige zonneparken wordt in dit beleid verstaan: opstellingen van grondgebonden zonnepanelen die niet passen in het huidige bestemmingsplan.

Bijlage B: PlanMERgrootschalige wind- en zonneparken

Bijlage Ba: Landschappelijke beoordeling

Bijlage Bb: Achtergronrapport natuur

Bijlage C: Achtergrondinformatie en overkoepelende beleidskaders

Bijlage D: Burgerparticipatienota 2015

Bijlage B, Ba, Bb, C en D zijn apart toegevoegd