Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over forensenbelasting 2021 (Verordening forensenbelasting gemeente Zutphen 2021)

Geldend van 24-12-2020 t/m 31-12-2021

Intitulé

Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over forensenbelasting 2021 (Verordening forensenbelasting gemeente Zutphen 2021)

De raad van de gemeente Zutphen;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 10 november 2020 met nummer 174848;

gelet op artikel 223 van de Gemeentewet;

besluit:

vast te stellen de:

Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over forensenbelasting 2021 (Verordening forensenbelasting gemeente Zutphen 2021)

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet.

Artikel 2 Belastbaar feit en belastingplicht

  • 1.

    Onder de naam 'forensenbelasting' wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.

  • 2.

    Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.

Artikel 3 Vrijstellingen

  • 1.

    Niet belastingplichtig is degene die voor de uitoefening van een functie in een algemeen vertegenwoordigend orgaan tijdelijk buiten de gemeente van zijn/haar hoofdverblijf, verblijft.

  • 2.

    Niet belastingplichtig is degene die op last van de overheid in een verblijf overnacht (kazernes, gevangenissen).

  • 3.

    De belasting wordt niet geheven als ter zake van het verblijf van belastingplichtige en zijn gezin in de voor zich en zijn gezin ter beschikking gehouden woning toeristenbelasting wordt geheven overeenkomstig artikel 6 van de verordening toeristenbelasting.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting bedraagt per woning € 350,00

Artikel 5 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 2.

    In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 50,- maar minder dan € 10.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden overblijven in het belastingjaar, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 8 Kwijtschelding van belasting

Bij de invordering van forensenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Datum van ingang heffing

  • 1.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

Artikel 10 Inwerkingtreding

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.

Artikel 11 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening forensenbelasting gemeente Zutphen 2021.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op: 14 december 2020.

De voorzitter, de griffier,