Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Westland houdende regels omtrent de heffing en de invordering van marktgelden (Verordening Marktgelden Westland 2021)

Geldend van 13-12-2020 t/m heden

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Westland houdende regels omtrent de heffing en de invordering van marktgelden (Verordening Marktgelden Westland 2021)

De raad van de gemeente Westland;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 27 oktober 2020;

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet;

gehoord de beraadslagingen in de vergadering van de commissie Economie Financieel beleid en Organisatie (EFO) van 25 november 2020;

besluit:

vast te stellen de

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN MARKTGELDEN 2021.

Artikel 1 Definities

Voor de definities genoemd in deze verordening wordt verwezen naar de van kracht zijnde ‘Marktverordening Westland' zoals deze laatstelijk is vastgesteld.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘marktgelden’ wordt een recht geheven ter zake van het innemen van een standplaats op het marktterrein op de dagen en uren dat er markt wordt gehouden als bedoeld in de ‘Marktverordening Westland' zoals deze laatstelijk is vastgesteld overeenkomstig de navolgende bepalingen.

Artikel 3 Belastingplicht

Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die een standplaats inneemt of van degene aan wie een standplaats is toegewezen.

Artikel 4 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak voor het recht als bedoeld in artikel 2 is:

  • a.

    voor de vaste standplaatshouders gelijk aan een kwartaal of een jaar;

  • b.

    voor de dagplaatshouder of standwerker gelijk aan een dagdeel.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

  • 1 Het recht wordt geheven naar het aantal strekkende meters frontlengte van de ingenomen standplaats.

  • 2 Voor de berekening van de marktgelden wordt een gedeelte van een strekkende meter voor een volle strekkende meter aangemerkt.

Artikel 6 Tarieven

  • 1. Het in artikel 2 bedoelde recht bedraagt:

    • a.

      voor elke strekkende meter per dagdeel € 1,45;

    • b.

      het in het eerste lid onder a bedoelde recht wordt verhoogd met € 2,30

      (excl. btw ) per dagdeel per standplaats voor stroomgebruik en met € 4,05

      (excl. btw) per dagdeel per standplaats voor gebruik van krachtstroom.

    • c.

      voor de berekening van het marktgeld, met of zonder gebruik van (kracht)stroom, wordt een gedeelte van een dagdeel als een geheel dagdeel aangemerkt;

    • d.

      onder dagdeel wordt verstaan:

      • 1.

        dagdeel ochtend van 08.00 uur tot 12.00 uur;

      • 2.

        dagdeel middag van 12.00 uur tot 18.00 uur.

  • 2. Wanneer gebruik gemaakt wordt van een kwartaalabonnement bedraagt het in artikel 2 bedoelde recht:

    • a.

      voor elke strekkende meter per dagdeel per kwartaal € 16,85;

    • b.

      het in het tweede lid onder a bedoelde recht wordt verhoogd met € 26,95

      (excl. btw) per dagdeel per standplaats voor stroomgebruik en met € 47,15

      (excl. btw) per dagdeel per standplaats voor gebruik van krachtstroom.

    • c.

      indien de standplaats wordt ingenomen op een tijdstip liggende in een kwartaal, dan wordt voor delen van een kwartaal het tarief berekend op het aantal resterende weken, vermenig-vuldigd met 1/13 deel van de in lid 2, sub a en b, van dit artikel genoemde tarieven.

  • 3. Wanneer gebruik gemaakt wordt van een jaarabonnement bedraagt het in artikel 2 bedoelde recht:

    • a.

      voor elke strekkende meter per dagdeel per jaar € 60,60;

    • b.

      het in het derde lid onder a bedoelde recht wordt verhoogd met € 97,00

      (excl. btw) per dagdeel per standplaats voor stroomgebruik en met € 169,75

      (excl. btw) per dagdeel per standplaats voor gebruik van krachtstroom.

    • c.

      indien de standplaats wordt ingenomen op een tijdstip liggende in een jaar, dan wordt voor delen van een jaar het tarief berekend op het aantal resterende weken, vermenigvuldigd met 1/52 deel van de in lid 3, sub a en b, van dit artikel genoemde tarieven.

Artikel 7 Wijze van heffing

De rechten genoemd in artikel 6 worden geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een nota of andere schriftuur.

Artikel 8 Tijdstip van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de marktgelden worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 7:

    • a.

      mondeling wordt gedaan: op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan: op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 2. Het bewijs van betaling van het recht dient op verzoek te worden getoond aan de met de inning en het toezicht op de inning belaste ambtenaren.

  • 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 9 Kwijtschelding

Bij de invordering van de marktgelden wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld

De belastingschuld ontstaat bij de aanvang van het belastingtijdvak of, indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht.

Artikel 11 Ontheffing en restitutie

  • 1. Ontheffing van het recht als bedoeld in artikel 6, eerste lid, vindt alleen plaats indien de toegewezen standplaats op last van het gemeentebestuur moet worden ontruimd en de last tot ontruiming geen gevolg is van het niet nakomen van voorwaarden aan het hebben van een standplaats.

  • 2. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde ontheffing geschiedt naar evenredigheid van de nog niet aangebroken uren waarover het recht is verschuldigd en bedraagt per niet aangebroken uur één derde gedeelte van het voor die dagdeel verschuldigde recht.

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. De ‘Verordening Marktgelden Westland 2020’ wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid van dit artikel genoemde datum, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking.

  • 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

  • 4. Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening Marktgelden Westland 2021’.

Ondertekening

Aldus besloten door de raad in zijn openbare

vergadering van 8 december 2020,

de griffier,

A.P.M.A.F. Bergmans

de voorzitter,

B.R. Arends