Besluit van de raad van de gemeente Lochem tot vaststelling van de Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelasting 2021

Geldend van 01-01-2021 t/m 31-12-2021

Intitulé

Besluit van de raad van de gemeente Lochem tot vaststelling van de Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelasting 2021

De raad van de gemeente Lochem;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10-11-2020;

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening 2013;

B E S L U I T:

vast te stellen de volgende verordening

Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelasting 2021

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • 1.

    Parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet als gevolg van een wettelijk voorschrift is verboden;

  • 2.

    Motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990.

Artikel 2 Belastbaar feit

Ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze wordt een belasting geheven.

Artikel 3 Belastingplicht

De belasting bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4 Belastingtarief

  • 1.

    Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, bedraagt voor

    • a.

      een bewonersvergunning bedoeld in artikel 3, lid 3a en lid 3c van de Parkeerverordening 2013, per jaar € 48,40;

    • b.

      een zakelijke vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 3b van de Parkeerverordening 2013, per jaar € 161,50;

    • c.

      voor een vergunning op grond van artikel 3 lid 4 van de Parkeerverordening 2013, per dag € 8,50

Artikel 5 Wijze van heffing

De belasting bedoeld in artikel 2 wordt geheven bij wege van een gedagtekende kennisgeving, waarop het gevorderde bedrag is vermeld.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld

De belasting bedoeld in artikel 2 is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

Artikel 7 Termijn van betaling

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2 moet worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verstrekt.

  • 2.

    Ingeval de vergunning wordt toegezonden, moeten de verschuldigde bedragen voorafgaand aan de verzending van de vergunning worden voldaan doch uiterlijk binnen een maand na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving van het verschuldigde bedrag.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van de parkeerbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Ontheffing van parkeerbelasting

  • 1.

    Indien de belasting voor een vergunning, bedoeld in artikel 2, is voldaan voor een tijdvak van langer dan één kalendermaand en die vergunning vóór het verstrijken van dat tijdvak wordt ingetrokken, wordt ontheffing verleend over het aantal nog niet ingetreden volle kalendermaanden van dat tijdvak. De in de vorige volzin bedoelde ontheffing wordt niet eerder verleend dan nadat de beschikking van het college van burgemeester en wethouders, waarbij de vergunning wordt ingetrokken, onherroepelijk is komen vast te staan.

  • 2.

    Indien een vergunninghouder de belasting, bedoeld in artikel 2, heeft voldaan over een tijdvak van langer dan één kalendermaand, als gevolg van door of met medewerking van het gemeentebestuur getroffen maatregelen, andere dan die bedoeld in het eerste lid, gedurende één of meer in dat tijdvak vallende kalendermaanden niet kan parkeren op een plaats waarop zijn vergunning betrekking heeft, wordt op verzoek ontheffing verleend over het aantal volle kalendermaanden, gedurende welke de vergunninghouder niet heeft kunnen parkeren.

Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant; een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Artikel 11 Inwerkingtreding

  • 1.

    De 'Verordening parkeerbelastingen 2020’ vastgesteld door de raad van Lochem op 25 november 2019 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2021.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

Artikel 12 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening parkeerbelasting 2021.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Lochem op 7 december 2020.

Griffier,

M. Veenbergen

De voorzitter,

S.W. van ‘t Erve