Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent subsidie (Uitvoeringsregeling subsidie duurzame zeehavens Noord-Holland 2020)

Geldend van 01-12-2020 t/m heden

Intitulé

Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent subsidie (Uitvoeringsregeling subsidie duurzame zeehavens Noord-Holland 2020)

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland;

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Holland 2011;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten in het kader van rechtvaardiging van de staatssteun, de volgende steunmaatregelen van toepassing achten:

  • -

    Artikel 56ter uit de Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU, L187) (Algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • -

    Verordening (EG) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU, L 352) (De-minimisverordening);

Overwegende dat het gewenst is de Noord-Hollandse zeehavens te verduurzamen door het stimuleren van activiteiten die een bijdrage leveren aan de reductie van uitstoot van NOx en CO2 en het intensiveren van ruimtegebruik door onder andere verbeteren van de haveninfrastructuur;

Besluiten vast te stellen:

Uitvoeringsregeling subsidie duurzame zeehavens Noord-Holland 2020

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU, L187);

  • b.

    binnenvaartschepen: schepen die uitsluitend of hoofdzakelijk varen op binnenwateren of op wateren binnen of nauw grenzend aan beschutte wateren;

  • c.

    De-minimisverordening: Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU, L 352);

  • d.

    duurzame energiebronnen: energiebronnen die het milieu in de zeehavens of het vervoer over binnenwateren van en naar de zeehavens minder belasten dan conventionele energiebronnen, bijvoorbeeld elektriciteit, (bio)LNG, CNG en waterstof;

  • e.

    intensiveren van ruimtegebruik: een betere benutting van de bestaande fysieke of milieuruimte op bestaande bedrijventerreinen;

  • f.

    Noord-Hollandse zeehavens: de gebieden die behoren tot de havenindustriële complexen in het Noordzeekanaalgebied en Den Helder, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 1;

  • g.

    vermindering van emissies: de vermindering van emissies van NOx en CO2.

Artikel 2

Subsidie wordt verstrekt aan ondernemingen en publiekrechtelijke rechtspersonen.

Artikel 3

  • 1. Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten:

    • a.

      fysieke maatregelen in de Noord-Hollandse zeehavens die bijdragen aan de vermindering van emissies, waaronder in ieder geval wordt verstaan:

      • -

        realisatie van een vulpunt voor duurzame energiebronnen ten behoeve van havengerelateerd transport;

      • -

        realisatie van een walstroomvoorziening;

      • -

        elektrificeren of overschakelen op het gebruik van duurzame energiebronnen voor mobiele werktuigen;

      • -

        overschakelen op het gebruik van duurzame energiebronnen voor zeevaartschepen of vrachtverkeer;

      • -

        de besparing van de hoeveelheid wegverkeer door verplaatsing naar vervoer over water.

    • b.

      fysieke maatregelen in de Noord-Hollandse zeehavens die bijdragen aan de vermindering van emissies door het overschakelen op het gebruik van duurzame energiebronnen voor binnenvaartschepen.

    • c.

      fysieke maatregelen in de Noord-Hollandse zeehavens met betrekking tot het intensiveren van ruimtegebruik, waaronder wordt verstaan de vermindering van het beslag van bestaande functies op de milieuruimte, waardoor het gebruik van de geluidsruimte of de externe veiligheidscontour van het bedrijf aantoonbaar kleiner wordt en milieuruimte beschikbaar komt voor nieuwe economische activiteiten.

    • d.

      haalbaarheidsonderzoeken naar de maatregelen, bedoeld in onderdeel c, voor zover het haalbaarheidsonderzoek wordt ondersteund door tenminste twee ondernemers en de intentie aanwezig is dat positieve onderzoeksresultaten zullen leiden tot concrete initiatieven.

  • 2. Subsidie wordt niet verstrekt voor de volgende activiteiten:

    • a.

      een activiteit die dient om te voldoen aan de geldende wettelijke (Europese) normen op het gebied van de vermindering van emissies of de wettelijke normen die binnen een jaar na ontvangst van de aanvraag om subsidie in werking treden;

    • b.

      een activiteit die dient om te voldoen aan de geldende wettelijke normen op het gebied van geluid of externe veiligheid of de wettelijke normen die binnen een jaar na ontvangst van de aanvraag om subsidie in werking treden.

Artikel 4

Een aanvraag om subsidie bevat tenminste:

  • a.

    een begroting van de kosten van de activiteit;

  • b.

    een financieringsplan van de kosten van de activiteit, waarin tevens is aangegeven welke andere subsidies of financieringsvormen voor de activiteit zijn verleend, aangevraagd of worden aangevraagd;

  • c.

    een plan van aanpak inclusief een planning van de uitvoering van de activiteit;

  • d.

    een inhoudelijke beschrijving van de activiteit, waaruit blijkt hoe de activiteit een bijdrage levert aan het realiseren van de fysieke maatregelen, genoemd in artikel 3, inclusief een analyse van de uitvoeringsrisico’s.

Artikel 5

  • 1. Een aanvraag om subsidie is tijdig ingediend indien de aanvraag uiterlijk op 23 december 2021, voor 17:00 uur, is ontvangen.

  • 2. Een aanvraag die buiten de in het eerste lid genoemde periode wordt ontvangen, wordt geweigerd.

  • 3. Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag om subsidie.

Artikel 6

  • 1. Het subsidieplafond voor de activiteiten, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, c en d, bedraagt € 3.245.105-.

  • 2. Het subsidieplafond voor de activiteiten, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, bedraagt € 1.000.000,-.

Artikel 7

  • 1. Aanvragen om subsidie worden behandeld op volgorde van ontvangst.

  • 2. Wanneer een aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag, de datum waarop de aanvraag is aangevuld.

  • 3. Indien meerdere aanvragen op dezelfde dag worden ontvangen en door honorering van deze aanvragen het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de aanvraag met de laagste projectkosten als eerste in behandeling genomen.

  • 4. Indien toepassing van het vorige lid er toe leidt dat aanvragen gelijk eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.

Artikel 8

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    de activiteit financieel niet haalbaar is;

  • b.

    de uitvoering van de activiteit is gestart voordat de aanvraag is ontvangen;

  • c.

    de aanvrager reeds een aanvraag op grond van deze regeling heeft ingediend;

  • d.

    voor dezelfde activiteit al op grond van reeds bestaande regelingen door de provincie Noord-Holland subsidie is verstrekt;

  • e.

    de aanvrager een onderneming is die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in paragraaf 2.2 van de Communautaire richtsnoeren inzake reddings -en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (PbEU, 2014/C 249/01);

  • f.

    tegen de aanvrager een terugvorderingsbevel is gegeven omdat eerdere steun onrechtmatig en onverenigbaar is verklaard met de interne markt.

Artikel 9

  • 1. Subsidie wordt verstrekt voor noodzakelijke, rechtstreeks aan de activiteit toe te rekenen kosten.

  • 2. Subsidie wordt niet verstrekt voor:

    • a.

      onderzoekskosten, met uitzondering van de onderzoekskosten, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel d.

    • b.

      kosten van bijeenkomsten;

    • c.

      kosten van communicatiematerialen;

    • d.

      apparaatskosten van de aanvrager;

    • e.

      kosten van onderhoud.

Artikel 10

  • 1. De subsidie bedraagt:

    • a.

      voor fysieke maatregelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, b en d, 50% van de subsidiabele kosten tot maximaal € 200.000,- en wordt verstrekt onder de De-minimisverordening;

    • b.

      voor fysieke vervoergerelateerde maatregelen aan de haveninfrastructuur, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, tot 50% van de subsidiabele kosten tot maximaal € 500.000,- en wordt verstrekt onder de Algemene groepsvrijstellingsverordening.

  • 2. Indien toepassing van het eerste lid zou leiden tot het overtreden van het verbod op het geven van staatssteun in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, wordt het subsidiebedrag in afwijking van het eerste lid zodanig vastgesteld dat het totaal van alle subsidies voor de activiteit niet hoger is dan het bedrag dat op grond van de Algemene groepsvrijstellingsverordening of de De-minimisverordening verstrekt mag worden.

  • 3. Gedeputeerde Staten verstrekken geen subsidies van minder dan € 5.000,-.

  • 4. Bij subsidies van minder dan € 10.000,- wordt volstaan met subsidievaststelling zonder voorafgaande subsidieverlening.

  • 5. Indien de subsidieontvanger voor dezelfde activiteit bijdragen of subsidie van derden ontvangt, wordt de subsidie zodanig berekend dat het totale bedrag niet meer bedraagt dan 100% van de kosten.

Artikel 11

Aan de subsidieontvanger worden in ieder geval de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a.

    jaarlijks wordt een voortgangsrapportage ingediend, waarbij specifiek wordt ingegaan op de tijdens de uitvoering van de activiteit ontwikkelde kennis;

  • b.

    de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt start binnen twaalf maanden na verlening van de subsidie;

  • c.

    de ontvanger van subsidie is verplicht de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend binnen drie jaar na de dagtekening van de beschikking tot verlening van de subsidie te voltooien.

Artikel 12

  • 1. Een aanvraag tot vaststelling wordt ingediend binnen 13 weken na voltooiing van de activiteit.

  • 2. Indien de subsidieontvanger een gemeente is of een openbaar lichaam dat is ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, wordt de aanvraag tot vaststelling van de subsidie uiterlijk 1 augustus van het jaar volgend op het jaar waarin de activiteit is voltooid, ingediend.

  • 3. Gedeputeerde Staten stellen voor de aanvraag tot vaststelling een formulier beschikbaar op www.noord-holland.nl/Loket/Subsidies.

  • 4. Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.

Artikel 13

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij is geplaatst.

  • 2. Deze regeling vervalt met ingang van 31 december 2021.

  • 3. Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling subsidie duurzame zeehavens Noord-Holland 2020

Ondertekening

Haarlem, 17 november 2020

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland,

A.Th.H van Dijk, voorzitter.

R.M. Bergkamp, provinciesecretaris.

Bijlage 1 Geografische afbakening

Het havenindustrieel complex van het Noordzeekanaalgebied en de Haven van Helder betreft het volgende gebied:

Noordzeekanaalgebied: de gebieden 1 tot en met 13 en 15 tot en met 24 op onderstaande kaart

Den Helder: alleen de gebieden 1 tot en met 5, 7 en 10 op onderstaande kaart

foto