Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Helmond houdende regels omtrent de heffing en invordering van hondenbelasting

Geldend van 01-01-2021 t/m heden

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Helmond houdende regels omtrent de heffing en invordering van hondenbelasting

De raad van de gemeente Helmond;

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 29 september 2020;

gelet op het bepaalde in hoofdstuk XIX van de Gemeentewet en artikel 226 van die wet in het bijzonder;

besluit:

1. vast te stellen de Verordening Hondenbelasting Helmond 2021;

2. In te trekken de Verordening Hondenbelasting Helmond 2020 per 1 januari 2021.

Artikel 1. Belastbaar feit

Onder de naam 'hondenbelasting' wordt een directe belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente.

Artikel 2. Belastingplicht

  • 1. Belastingplichtig is de houder van een hond.

  • 2. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is.

  • 3. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.

  • 4. Als houder van een hond wordt tevens aangemerkt degene, voor wiens rekening een hond verblijft in een inrichting, welke de verzorging van honden tegen vergoeding ten doel heeft.

Artikel 3. Vrijstellingen

  • 1. In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren.

  • 2. De belasting wordt niet geheven voor honden:

    • a.

      die uitsluitend dienen om blinde personen te leiden of die hiervoor in opleiding zijn;

    • b.

      die door een stichting, vereniging of bedrijf als assistentiehond aan een gehandicapte ter beschikking zijn gesteld of in opleiding zijn bij een gastgezin;

    • c.

      die gehouden worden door ambtenaren van politie, ter verrichting van opsporingsdiensten, mits de houder in het bezit is van een geldend diploma van de Koninklijke Politiehondenvereniging;

    • d.

      die verblijven in een hondenasiel;

    • e.

      die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden;

    • f.

      die niet langer dan één maand in het belastingjaar in de gemeente verblijven en waarvan de houder geen ingezetene van de gemeente is.

Artikel 4. Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.

Artikel 5. Belastingtarief

  • 1. De belasting bedraagt per belastingjaar:

    • a.

      voor de eerste hond € 63,00

    • b.

      voor elke volgende hond € 126,00

  • 2. Voor honden, gehouden in kennels, ingeschreven bij de raad van beheer op kynologisch gebied in Nederland, alsmede gehouden in ondernemingen voor handel in honden, in het bezit van een vergunning, blijft de belasting per kennel, respectievelijk per onderneming beperkt tot ten hoogste € 315,00.

Artikel 6. Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7. Wijze van heffing

De hondenbelasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8. Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang

  • 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 9. Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 2. In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval voldaan wordt aan de voorwaarden, gesteld in de geldende “Beleidsregels automatische incasso belastingen Helmond”, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3. De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden genoemde termijnen.

  • 4. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing en is het tweede lid niet van toepassing.

Artikel 10. Kwijtschelding

Bij de invordering van hondenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11. Overgangsrecht

De 'Verordening hondenbelasting Helmond 2020' vastgesteld bij raadsbesluit van 5 november 2019, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12. Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2021.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

Ondertekening

Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 10 november 2020.

De raad voornoemd,

de voorzitter

de griffier