Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Delft houdende regels omtrent het verlenen van subsidies (Algemene subsidieverordening gemeente Delft)

Geldend van 28-11-2020 t/m heden

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Delft houdende regels omtrent het verlenen van subsidies (Algemene subsidieverordening gemeente Delft)

De raad van de gemeente Delft;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders 22 september 2020;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

gelet op artikel 4:21 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht;

BESLUIT

vast te stellen de verordening: Algemene subsidieverordening gemeente Delft.

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Europese Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 127), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;

  • Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft;

  • de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 352), verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 352/9) en verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;

  • Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld;

  • onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;

  • Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

  • Wet Bibob: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

Artikel 2. Reikwijdte
  • 1. Deze verordening is van toepassing op alle subsidies, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies die op grond van artikel 4:23, derde lid sub a en b van de Awb worden verstrekt.

  • 2. Op subsidies die op grond van artikel 4:23, derde lid sub c en d van de Awb worden verstrekt zijn alleen de artikelen 6 tot en met 20 uit deze verordening van toepassing.

Artikel 3. Bevoegdheid college
  • 1. Het college is bevoegd te beslissen op subsidieaanvragen die vallen onder de reikwijdte van deze verordening en is belast met de uitvoering van deze verordening.

  • 2. Het college stelt bij nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling) vast voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt. Hierin kan tevens worden bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, welke verplichtingen worden opgelegd, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.

Artikel 4. Europees steunkader
  • 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.

  • 2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader.

  • 3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.

  • 4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader.

  • 5. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.

Artikel 5. Subsidieplafond
  • 1. De gemeenteraad kan subsidieplafonds vaststellen.

  • 2. Het college bepaalt in dat geval bij subsidieregeling de wijze van verdeling van het betreffende subsidieplafond.

  • 3. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder voorwaarde dat voldoende middelen op de Programmabegroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

Hoofdstuk 2. Subsidieverlening

Artikel 6. Aanvraag
  • 1. Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college met gebruikmaking van het aanvraagformulier.

  • 2. Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over:

    • 1.

      een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • 2.

      de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;

    • 3.

      een sluitende begroting van een realistisch dekkingsplan voor de kosten en opbrengsten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

    • 4.

      het jaarverslag en de jaarrekening van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag is gedaan;

    • 5.

      als het een subsidie betreft die per kalenderjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.

  • 3. Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten toe aan de aanvraag.

  • 4. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.

Artikel 7. Aanvraagtermijn
  • 1. Een aanvraag om een subsidie die voor een tijdvak van een boekjaar of meerdere boekjaren wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 13 weken voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2. Andere aanvragen om subsidie worden ingediend uiterlijk 8 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

  • 3. Een aanvraag om subsidie voor een of meer boekjaren die niet betrekking heeft op het jaar of de jaren direct volgend op het jaar waarin de aanvraag is ingediend, wordt buiten behandeling gelaten.

  • 4. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

Artikel 8. Beslistermijn
  • 1. Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

  • 2. Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede lid, binnen 8 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.

  • 3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

  • 4. Aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.

Artikel 9. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden
  • 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb en artikel 6 van de Wet Bibob weigert het college de subsidie als:

    • a.

      de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt;

    • b.

      het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.

  • 2. Onverminderd het vorige lid weigert het college de subsidie als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat:

    • a.

      subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader; of

    • b.

      de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader.

  • 3. Onverminderd de vorige leden kan het college de subsidie verder weigeren:

    • a.

      als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;

    • b.

      als de te subsidiëren activiteit een commercieel doel heeft;

    • c.

      als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;

    • d.

      als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

    • e.

      als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift;

    • f.

      als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt;

    • g.

      in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.

  • 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 4:57 van de Awb vordert het college een subsidie met wettelijke rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.

Hoofdstuk 3. Verplichtingen

Artikel 10. Meldplicht subsidieontvanger
  • 1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan het college.

  • 2. Een subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over:

    • a.

      beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;

    • b.

      relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

    • c.

      ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zullen kunnen worden nagekomen;

    • d.

      wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.

Artikel 11. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen
  • 1. Bij subsidies verleend voor activiteiten die zijn gericht op (groepen van) kwetsbare burgers of jeugd, kan de verplichting worden opgelegd tot het overleggen van een verklaring omtrent het gedrag voor alle (vrijwillige) medewerkers die zich bezighouden met het verrichten van betreffende activiteiten.

  • 2. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere doelgebonden verplichtingen als bedoeld in artikel 4:38, eerste lid, van de Awb worden opgelegd.

  • 3. Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.

Artikel 12. Egalisatiereserve
  • 1. Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een per boekjaar verstrekte subsidie een egalisatiereserve vormt.

  • 2. Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend komt in dat geval ten gunste respectievelijk ten laste van de egalisatiereserve.

  • 3. De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid kan het college verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. In geval van toestemming is het bepaalde in lid 2 van toepassing.

Artikel 13. Vermogenstoets
  • 1. Voor organisaties die overwegend van een Delftse subsidie afhankelijk zijn geldt een vermogenstoets. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

    • a.

      de vrij besteedbare middelen van de organisatie aan het einde van het boekjaar waarover de subsidie wordt verstrekt mogen maximaal 10% zijn van de inkomsten voor dat boekjaar;

    • b.

      per instelling kan worden bepaald dat voor de normering van het weerstandsvermogen de vuistregel “10% van het totaal aan inkomsten” een afwijkend percentage moet worden gehanteerd;

    • c.

      tot het vrij beschikbare reservevermogen worden tevens gerekend voorzieningen en bestemmingsreserves van de aanvrager c.q. begunstigde waarvan de noodzaak niet is aangetoond;

    • d.

      indien uit de bij de aanvraag gevoegde gegevens of anderszins blijkt dat het vrij beschikbare reservevermogen van de aanvrager meer bedraagt dan het genormeerde weerstandsvermogen gedurende het eerstvolgende jaar, dan kan het bedrag aan te verlenen subsidie overeenkomstig worden verlaagd;

    • e.

      indien uit de bij een rekening gevoegde balans blijkt dat het vrij beschikbare eigen vermogen van een begunstigde meer bedraagt dan het genormeerde weerstandsvermogen gedurende het verstreken jaar, kan het college van burgemeester en wethouders bij de subsidie-aanvraag voor het nieuwe subsidiejaar het meerdere op de subsidie in mindering brengen.

  • 2. Bij de subsidieregeling kan van het bepaalde in dit artikel worden afgeweken.

Artikel 14. Controleprotocol

Voor zover de subsidieontvanger verplicht is bij de aanvraag tot vaststelling een goedkeurende controleverklaring over te leggen, is hij verplicht het controleprotocol voorafgaand aan de controle ter beschikking van de accountant te stellen.

Hoofdstuk 4. Vaststelling en verantwoording

Artikel 15. Wijze van verstrekken en vaststelling subsidies tot en met €5.000,-
  • 1. Subsidies tot en met € 5.000,- worden door het college zonder voorafgaande verlening vastgesteld.

  • 2. Bij de subsidieregeling kan van het bepaalde in dit artikel worden afgeweken.

Artikel 16. Termijn indienen aanvraag tot vaststelling subsidies van meer dan €5.000,-
  • 1. Bij subsidies van meer dan € 5.000,- dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in:

    • a.

      in geval van een subsidie die voor een tijdvak van een kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar;

    • b.

      in geval van een subsidie die voor een tijdvak van meerdere kalenderjaren wordt verstrekt, uiterlijk op 1 juni na afloop van het laatste kalenderjaar;

    • c.

      in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.

  • 2. Bij subsidieregeling kan van het bepaalde in dit artikel worden afgeweken.

Artikel 17. Aanvraag tot vaststelling van subsidies van meer dan €5.000,- tot en met €75.000,-
  • 1. De aanvraag tot vaststelling van een subsidie van meer dan €5000,- tot en met €75.000,- bevat:

    • a.

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, de aan de activiteiten verbonden doelstellingen zijn bereikt en aan de verplichtingen is voldaan;

    • b.

      een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden lasten en baten (financieel verslag of jaarrekening); en

    • c.

      een bestuursverklaring, van het bestuur van betrokken instelling wordt verlangd dat zij verklaren getrouw en rechtmatig gehandeld te hebben.

  • 2. Bij subsidieregeling kan van het bepaalde in dit artikel worden afgeweken.

Artikel 18. Aanvraag tot vaststelling subsidies van meer dan €75.000,- tot €150.000,-
  • 1. De aanvraag bevat:

    • a.

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, de aan de activiteiten verbonden doelstellingen zijn bereikt en aan de verplichtingen is voldaan;

    • b.

      een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden lasten en baten (financieel verslag of jaarrekening);

    • c.

      de door de accountant gecontroleerde jaarrekening (balans en exploitatierekening) van het vigerende subsidietijdvak met een toelichting daarop;

    • d.

      een bestuursverklaring, van het bestuur van betrokken instelling wordt verlangd dat zij verklaren getrouw en rechtmatig gehandeld te hebben; en

    • e.

      een beoordelingsverklaring, met betrekking tot het genoemde in sub b, opgesteld door een onafhankelijke accountant als bedoeld in en overeenkomstig artikel 2:393 van het Burgerlijk Wetboek.

  • 2. Bij subsidieregeling kan van het bepaalde in dit artikel worden afgeweken.

Artikel 19. Aanvraag tot vaststelling subsidies van meer dan € 150.000,-
  • 1. De aanvraag bevat:

    • a.

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, de aan de activiteiten verbonden doelstellingen zijn bereikt en aan de verplichtingen is voldaan;

    • b.

      een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden lasten en baten (financieel verslag of jaarrekening);

    • c.

      de door de accountant gecontroleerde jaarrekening (balans en exploitatierekening) van het vigerende subsidietijdvak met een toelichting daarop;

    • d.

      een bestuursverklaring: van het bestuur van betrokken instelling wordt verlangd dat zij verklaren getrouw en rechtmatig gehandeld te hebben; en

    • e.

      een controleverklaring met betrekking tot het genoemde in sub b, opgesteld door een onafhankelijke accountant als bedoeld in en overeenkomstig artikel 2:393 van het Burgerlijk Wetboek.

  • 2. Bij subsidieregeling kan van het bepaalde in dit artikel worden afgeweken.

Artikel 20. Subsidievaststelling subsidies van meer dan € 5.000,-
  • 1. Het college stelt een subsidie van meer dan € 5.000,- vast binnen 8 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling.

  • 2. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 8 weken worden verdaagd.

  • 3. Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers of activiteiten worden aangewezen waarvoor de subsidie wordt vastgesteld zonder voorafgaande verlening.

  • 4. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in artikel 16, aanhef en onder a, b of c, is ingediend, stelt het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kan het college overgaan tot ambtshalve vaststelling.

  • 5. Bij subsidieregeling kan het college afwijken van het bepaalde in het eerste en tweede lid.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 21. Hardheidsclausule
  • 1. Als een bij of krachtens deze verordening gestelde termijn voor een subsidieaanvrager of subsidieontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen, kan het college een andere termijn vaststellen.

  • 2. In een subsidieregeling kan worden bepaald dat het college van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van die regeling kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of subsidieontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.

  • 3. Toepassing van de vorige leden wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.

Artikel 22. Slotbepalingen
  • 1. Op aanvragen om subsidie die verleend zijn voor deze datum blijven de bepalingen van de Kaderverordening subsidies gemeente Delft 2014 van toepassing.

  • 2. De Algemene subsidieverordening gemeente Delft 2018 wordt ingetrokken.

    [In dit lid stond per abuis dat de Kaderverordening subsidies gemeente Delft 2014 werd ingetrokken. Dit betrof een kennelijke verschrijving en is derhalve aangepast.]

  • 3. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.

  • 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening gemeente Delft.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 november 2020.

,burgemeester.

J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

,griffier.

Drs. R.G.R. Jeene CMC