Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Ede houdende regels omtrent de heffing en de invordering van parkeerbelastingen (Verordening parkeerbelastingen 2021)

Geldend van 05-12-2020 t/m heden

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Ede houdende regels omtrent de heffing en de invordering van parkeerbelastingen (Verordening parkeerbelastingen 2021)

De raad van de gemeente Ede:

gelezen het voorstel "Belastingverordeningen 2021" van burgemeester en wethouders d.d. 13-10-2020, met zaaknummer 169131;

gelet op artikel 225 en 234 van de Gemeentewet;

besluit

vast te stellen de:

Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2021

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    betaald parkeerplaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur.

  • b.

    centrale computer: een computer van de gemeente dan wel een computer van het bedrijf waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of ander communicatiemiddel.

  • c.

    houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven;

  • d.

    motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990;

  • e.

    parkeerapparatuur: parkeermeters, voor het betalen van de parkeerbelasting ingerichte mobiele telefoons, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

  • f.

    parkeervergunning: een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren zoals geregeld en beschreven in de Parkeerverordening 2021;

  • g.

    parkeerzone: gebied waarbinnen een daartoe vastgestelde belasting geldt voor het betaald parkeren;

  • h.

    parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

  • i.

    RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens1990;

  • j.

    vergunninghouder parkeerplaats: een parkeerplaats die

    • a.

      is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of

    • b.

      gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen geheven:

  • a.

    een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

  • b.

    een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a., wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd.

  • 2. Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:

    • a.

      degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;

    • b.

      zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat:

      • 1.

        indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd;

      • 2.

        indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd.

  • 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig gebruik heeft gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

  • 4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4 Vrijstelling

  • 1. De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, voor het parkeren van een motorvoertuig in de parkeerzones wordt niet geheven van een houder met een geldige Europese Gehandicaptenparkeerkaart.

  • 2. De vrijstelling is uitsluitend van toepassing indien de Europese Gehandicaptenparkeerkaart, bedoeld in het eerste lid, met de daartoe bestemde zijde op een van buitenaf zichtbare en leesbare plaats achter de voorruit is geplaatst.

Artikel 5 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

Artikel 6 Wijze van heffing

  • 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.

  • 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld

  • 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren.

  • 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd bij de aanvang van het heffingstijdvak waarover de belasting wordt geheven. Om een ononderbroken parkeervergunning te garanderen wordt de mogelijkheid geboden voorafgaande aan het heffingstijdvak al een aanvraag te doen.

Artikel 8 Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet:

    • a.

      de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.

    • b.

      In afwijking van het bepaalde in het eerste lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt via een (mobiele) telefoon; computer of een apparaat waarvan de functies gelijkgesteld kunnen worden aan die van een (mobiele) telefoon of computer; inloggen op de centrale computer.

    • c.

      de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

  • 2. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

  • 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 8 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.

Artikel 9 Kosten

De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 65,30.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de parkeerbelastingen.

Artikel 12 Inwerkingtreding van citeertitel

  • 1. De "Verordening Parkeerbelastingen 2020" van 14 november 2019, bekendgemaakt op 22 november 2019, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

  • 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

  • 4. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening parkeerbelastingen 2021'.

Ondertekening

Vastgesteld in de openbare vergadering van 12 november 2020, zaaknummer 169131,

De raad voornoemd,

de griffier,

de voorzitter,

Bijlage 1: Tarieventabel behorende bij de “Verordening parkeerbelastingen 2021“

1. Begripsomschrijvingen

In deze tabel wordt verstaan onder:

  • c.

    dag: periode van 0.00 uur tot 24.00 uur;

  • d.

    maand: een kalendermaand;

  • e.

    jaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december

2. Parkeerzones

Als plaatsen die bestemd zijn voor het parkeren door parkeervergunninghouders, zoals bedoeld in artikel 2, lid 1, van de Parkeerverordening 2021 gelden de parkeerzones die in het Aanwijzingsbesluit gebieden parkeren voor vergunninghouders en betaald parkeren Ede 2021 zijn vastgelegd.

3. Tarieven bij de parkeerapparatuur

  • 1.

    Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Verordening parkeerbelastingen 2021 bedraagt:

    Parkeerzone

    Locatie

    Maximale parkeerduur

    Tijdseenheid

    Tarief

    Sector 1

    Molenstraat (Marktstraat)

    onbeperkt

    3,4 minuten

    € 0,10

    Sector 1

    Molenstraat (Driehoek)

    onbeperkt

    3,4 minuten

    € 0,10

    Sector 1

    Grotestraat (noord)

    onbeperkt

    3,4 minuten

    € 0,10

    Sector 1

    Maanderweg

    onbeperkt

    3,4 minuten

    € 0,10

    Sector 1

    Notaris Fischerstraat

    onbeperkt

    3,4 minuten

    € 0,10

    Sector 1

    Posthoornstraat

    onbeperkt

    3,4 minuten

    € 0,10

    Sector 1

    Raadhuisplein

    onbeperkt

    3,4 minuten

    € 0,10

    Sector 1

    Bergstraat

    onbeperkt

    3,4 minuten

    € 0,10

    Sector 1

    Bunschoterweg

    onbeperkt

    3,4 minuten

    € 0,10

    Sector 1

    Kuiperplein

    onbeperkt

    3,4 minuten

    € 0,10

    Sector 1

    Bunschoterplein

    onbeperkt

    3,4 minuten

    € 0,10

    Sector 1

    Van Dijkeplein

    onbeperkt

    3,4 minuten

    € 0,10

    Sector 13

    BTA 12

    onbeperkt

    3,4 minuten

    € 0,10

    • -

      Bij contante betalingen is de kleinste betaaleenheid een muntstuk van € 0,10.

    • -

      Het tarief per parkeerhandeling bedraagt voor alle locaties voor de eerste tien minuten € 0,20.

    • -

      Het tarief voor een dagkaart bedraagt € 4,00.

4. Tarieven van parkeervergunningen

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen en/of wijzigen van een parkeervergunning zijn leges verschuldigd conform de Legesverordening 2021.

Cat.

Parkeervergunning categorie

Parkeervergunning soort

Duur

Tarief

1.

Bewonersparkeervergunningen

een bewonersparkeervergunning als bedoeld in artikel 3, lid 2, van de geldende parkeerverordening m.u.v. het Kuiperplein en Stadspoort

Maand

€ 7,20

een bewonersparkeervergunning als bedoeld in artikel 3, lid 2, van de geldende parkeerverordening voor het Kuiperplein

Maand

€ 16,90

2.

Zakelijke parkeervergunningen

een zakelijke parkeervergunning als bedoeld in artikel 3, lid 2, van de geldende parkeerverordening voor uitsluitend Ede Centrum van maandag tot en met zaterdag

Maand

€ 53,95

voor een vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 2, van de geldende parkeerverordening, geldend voor alle openbare betaalde parkeerterreinen

Maand

€ 112,10

voor een vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 2, van de geldende parkeerverordening, geldend voor BTA 12 van maandag tot en met zaterdag

Maand

€ 33,05

3.

Medische zorg verlening parkeervergunningen

voor een vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 2, van de geldende parkeerverordening geldend in alle parkeerzones

Maand

€ 23,85

4.

Spoed eisende medische zorg verlening parkeervergunningen

voor een vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 2, van de geldende parkeerverordening geldend in alle parkeerzones

Maand

€ 0,00

5.

parkeervergunningen voor andere categorieën dan categorieën 1 tot en met 4

voor een vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 2, van de geldende parkeerverordening geldend in uitsluitend de volgende parkeerzones: 1. Het Bunschoterplein; 2. Het Kuiperplein; 3. Het Burgemeester van Dijkeplein.

Maand

€ 7,20

6.

bezoekerskaart

voor een bezoekerskaart als bedoeld in artikel 3, lid 2, van de geldende parkeerverordening m.u.v. Stadspoort

Jaar

€ 34,55

7.

Tijdelijke parkeervergunning

sector 1

voor een tijdelijke parkeervergunning als bedoeld in artikel 3, lid 2, van de geldende parkeerverordening

Dag

€ 1,90

voor een tijdelijke parkeervergunning als bedoeld in artikel 3, lid 2, van de geldende parkeerverordening

Week

€ 11,80

voor een tijdelijke parkeervergunning als bedoeld in artikel 3, lid 2, van de geldende parkeerverordening

Maand

€ 51,00

8.

Tijdelijke parkeervergunning

alle sectoren m.u.v. sector 1

voor een tijdelijke parkeervergunning als bedoeld in artikel 3, lid 2, van de geldende parkeerverordening

Dag

€ 1,40

voor een tijdelijke parkeervergunning als bedoeld in artikel 3, lid 2, van de geldende parkeerverordening

Week

€ 8,55

voor een tijdelijke parkeervergunning als bedoeld in artikel 3, lid 2, van de geldende parkeerverordening

Maand

€ 37,20

9.

Stadspoort

Voor een eerste bewonersparkeervergunning als bedoeld in artikel 3, lid 2, van de geldende parkeerverordening: voor maandag tot en met zondag

Maand

€ 0,00

Voor een tweede bewonersparkeervergunning als bedoeld in artikel 3, lid 2, van de geldende parkeerverordening: voor maandag tot en met zondag

Maand

€ 1,70

voor een bezoekerskaart als bedoeld in artikel 3, lid 2, van de geldende parkeerverordening: voor maandag tot en met zondag

Maand

€ 0,00