Besluit van de raad van de gemeente Barneveld tot vaststelling van de verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2021 (Verordening forensenbelasting 2021)

Geldend van 18-11-2020 t/m heden

Intitulé

Besluit van de raad van de gemeente Barneveld tot vaststelling van de verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2021 (Verordening forensenbelasting 2021)

De raad van de gemeente Barneveld;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, nummer 969;

gelet op artikel 223 van de Gemeentewet;

besluit:

vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2021

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet.

Artikel 2. Belastbaar feit en belastingplicht

  • 1. Onder de naam 'forensenbelasting' wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.

  • 2. Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.

Artikel 3. Vrijstellingen

Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend openbaar lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft.

Artikel 4. Maatstaf van heffing

  • 1. Indien de woning deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken en waarvoor op grond van hoofdstuk IV van die Wet voor die onroerende zaak een waarde is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de voor die onroerende zaak vastgestelde waarde, zoals die geldt voor het belastingjaar.

  • 2. In afwijking van het eerste lid wordt, indien de woning deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdeel e. van de Wet waardering onroerende zaken, of indien de woning geen deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken, de belasting geheven naar een vast bedrag per woning.

Artikel 5. Belastingtarief

  • 1. In geval van artikel 4 eerste lid bedraagt het tarief van de belasting bij een heffingsmaatstaf van:

    a.

    € 70.000,- of minder

    € 202,20;

    b.

    Meer dan € 70.000,-

    € 202,20

    vermeerderd met 0,91% van het bedrag waarmee de heffingsmaatstaf een bedrag van € 70.000,- te boven gaat. Met dien verstande dat per woning een maximumbedrag geldt van € 994,00.

  • 2. In geval van artikel 4 tweede lid, bedraagt het tarief van de belasting € 202,20.

Artikel 6. Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7. Wijze van heffing

De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

Artikel 8. Ontstaan van de belastingschuld

De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde woning meer dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden als bedoeld in artikel 2.

Artikel 9. Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet moet een aanslag worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de derde maand volgendop die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand, volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.

Artikel 10. Kwijtschelding

Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11. Inwerkingtreding en citeerartikel

  • 1. De ‘Verordening forensenbelasting 2020 van 13 november 2019, nr. 19-98e wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

  • 4. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening forensenbelasting 2021'.

Ondertekening

Vastgesteld in de openbare vergadering van 11 november 2020.

De raad voornoemd,

de griffier,

de voorzitter,