Verordening van Provinciale Staten van de provincie Zuid-Holland houdende regels omtrent de heffing en invordering van leges (Legesverordening Omgevingsrecht Zuid-Holland 2021)

Geldend van 01-01-2021 t/m heden

Intitulé

Verordening van Provinciale Staten van de provincie Zuid-Holland houdende regels omtrent de heffing en invordering van leges (Legesverordening Omgevingsrecht Zuid-Holland 2021)

Provinciale Staten van Zuid-Holland,

Gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van 6 oktober 2020, met het besluitnummer PZH-2020-751735298

Gelet op artikel 220 en 223 van de Provinciewet;

Besluiten:

Vast te stellen de Legesverordening Omgevingsrecht Zuid-Holland 2021

Legesverordening Omgevingsrecht Zuid-Holland 2021

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

  • b.

    week: een aaneengesloten periode van zeven dagen;

  • c.

    maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;

  • d.

    jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;

  • e.

    kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 2 Belastbaar feit

  • 1. Leges zijn verschuldigd in verband met het in behandeling nemen van een aanvraag voor een dienst als bedoeld in de tarieventabel behorende bij deze verordening, ongeacht of de aanvraag leidt tot een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2. Het moment waarop een aanvraag in behandeling is genomen, is de dagtekening van de ontvangstbevestiging van de aanvraag.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht.

Artikel 4 Vrijstellingen

Leges worden niet geheven voor diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend.

Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven

  • 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

  • 3. Indien sprake is van een gefaseerde aanvraag worden per fase de leges in rekening gebracht die gelden voor de activiteiten waarop de desbetreffende fase betrekking heeft.

Artikel 6 Wijze van heffing

Leges worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke of digitale kennisgeving aan de belastingplichtige.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de aanslag.

  • 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Vermindering of teruggaaf

Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling.

Artikel 10 Nadere regels door het college van Gedeputeerde Staten

Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels vaststellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges.

Artikel 11 Overgangsrecht

  • 1. De Legesverordening Omgevingsrecht Zuid-Holland 2020 en de bijbehorende tarieventabel. blijven van toepassing op belastbare feiten die zich voor 1 januari 2021 hebben voorgedaan.

  • 2. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, eerste lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten.

Artikel 12 Intrekken oude verordening

De Legesverordening omgevingsrecht Zuid-Holland 2020 wordt ingetrokken

Artikel 13 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treed in werking op 1 januari 2021

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening Omgevingsrecht Zuid-Holland 2021

Den Haag, 11 november 2020

Ondertekening

Provinciale staten van Zuid-Holland,

griffier,

drs. E.W.K. Meurs

voorzitter,

drs. J. Smit

Bijlage 1: Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening omgevingsrecht provincie Zuid-Holland 2020

Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen

1.1

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

1.1.2

Bouwkosten:

 

het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen (de aannemingssom), de omzetbelasting daarin niet begrepen], of voor zover deze ontbreekt een raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen;

1.1.3

Tijdelijk bouwwerk:

In afwijking van artikel 1.1.2 geldt als grondslag voor de vaststelling van de bouwkosten voor een tijdelijk bouwwerk:

1.1.3.1

indien het een bouwwerk betreft dat qua constructie niet bedoeld is om verplaatsbaar te zijn, de aannemingssom dan wel een raming van de bouwkosten vastgesteld als omschreven in artikel 1.1.2;

1.1.3.2

indien het een gehuurd bouwwerk betreft dat qua constructie bedoeld is om verplaatsbaar te zijn, de plaatsingskosten vermeerderd met de huurkosten van het bouwwerk berekend over de beoogde instandhoudingtermijn. Deze kosten zijn exclusief de omzetbelasting;

1.1.3.3

indien het niet een gehuurd bouwwerk betreft dat qua constructie bedoeld is om verplaatsbaar te zijn, de som van de plaatsingskosten en de aanschaf-, leverings- en (ver)bouwkosten van het bouwwerk. Deze kosten zijn exclusief de omzetbelasting;

1.1.4

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.1.5

In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

1.1.6

In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

Hoofdstuk 2 Omgevingsvergunning

2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk 3. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

 

2.1.1

Bouwactiviteiten

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

2.1.1.1

indien de bouwkosten minder dan € 7.500,00 bedragen:

€ 754,00

2.1.1.2

indien de bouwkosten € 7.500,00 tot € 15.000,00 bedragen:

€ 1.099,00

2.1.1.3

indien de bouwkosten € 15.000,00 tot € 35.000,00 bedragen:

€ 1.505,00

2.1.1.4

indien de bouwkosten € 35.000,00 tot € 70.000,00 bedragen:

€ 2.964,00

2.1.1.5

indien de bouwkosten € 70.000,00 tot € 110.000,00 bedragen:

€ 4.490,00

2.1.1.6

indien de bouwkosten € 110.000,00 tot € 150.000,00 bedragen:

€ 6.023,00

2.1.1.7

indien de bouwkosten € 150.000,00 tot € 260.000,00 bedragen:

€ 7.535,00

2.1.1.8

indien de bouwkosten € 260.000,00 tot € 515.000,00 bedragen:

€ 15.069,00

2.1.1.9

indien de bouwkosten € 515.000,00 tot € 1.050.000,00 bedragen:

€ 22.609,00

2.1.1.10

indien de bouwkosten € 1.050.000,00 tot € 2.750.000,00 bedragen:

€ 37.015,00

2.1.1.11

indien de bouwkosten € 2.750.000,00 tot € 5.200.000,00 bedragen:

€ 56.529,00

2.1.1.12

indien de bouwkosten € 5.200.000,00 tot € 10.400.000,00 bedragen:

€ 120.537,00

2.1.1.13

indien de bouwkosten € 10.400.000,00 tot € 26.000.000,00 bedragen:

€ 226.117,00

2.1.1.14

indien de bouwkosten € 26.000.0000,00 tot € 52.000.000,00 bedragen:

€ 439.917,00

2.1.1.15

indien de bouwkosten meer dan € 52.000.000,00 bedragen:

€ 753.578,00

 

 

 

2.2.2

Aanlegactiviteiten

 

2.2.2.1

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 125,00

2.2.3

Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit

 

2.2.3.1

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1 en het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

2.2.3.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan):

€ 125,00

van het op grond van subonderdeel 2.3.1.1 verschuldigde bedrag;

 

2.2.3.2

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving):

€ 125,00

van het op grond van subonderdeel 2.3.1.1 verschuldigde bedrag;

 

2.2.3.3

indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit):

€ 125,00

van het op grond van subonderdeel 2.3.1.1 verschuldigde bedrag.

 

 

 

 

2.2.4

Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

2.2.4.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking):

€ 125,00

2.2.4.2

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking of tijdelijke afwijking):

€ 125,00

2.2.4.3

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking):

€ 125,00

2.2.4.4

indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan):

€ 125,00

2.2.4.5

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving):

€ 125,00

2.2.4.6

indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit):

€ 125,00

 

 

 

2.2.5

In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid

 

2.2.5.1

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 125,00

 

 

 

2.2.6

Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten

 

2.2.6.1

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, of artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo.

 

2.2.6.1.1

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een monument:

€ 125,00

 

 

 

2.2.7

Aanleggen of veranderen weg

 

 2.2.7.1

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wabo.

€ 125,00

 

 

2.2.8

Uitweg/inrit

 

2.2.8.1

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo.

€ 125,00

 

 

 

2.2.9

Kappen

 

 2.2.9.1

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo.

€ 125,00

 

 

2.2.9

Opslag van roerende zaken

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op de opslag van roerende zaken in een bepaald gedeelte van de provincie, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder j of k, van de Wabo in samenhang.

 

2.2.10.1

indien de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken,:

€ 125,00

2.2.10.2

indien de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen:

€ 125,00

 

 

 

2.2.11

Alarminstallatie

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het in, op of aan een onroerende zaak hebben van een alarminstallatie die een voor de omgeving opvallend geluid of lichtsignaal kan produceren, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wabo:

€ 125,00

2.2.12

Handelsreclame

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder h, van de Wabo:

€ 125,00

Hoofdstuk 3 Teruggaaf

2.3

De aanvragen van een omgevingsvergunning kan verzoeken om teruggaaf van (een deel van) reeds geheven leges in de volgende gevallen:

2.3.1

Buiten behandeling stellen aanvraag omgevingsvergunning

 

2.3.1.1

Als de provincie op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht besluit om de in behandeling genomen aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten, als bedoeld in hoofdstuk 2, niet verder te behandelen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen een jaar na het in behandeling nemen van de aanvraag. De teruggaaf bedraagt:

50%

2.3.2

Buiten behandeling stellen als provincie niet het bevoegde gezag is

2.3.2.1

Indien een aanvraag van een omgevingsvergunning buiten behandeling wordt gesteld omdat Gedeputeerde Staten niet het bevoegde gezag zijn bestaat aanspraak op teruggaaf van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen een jaar na het in behandeling nemen van de aanvraag. De teruggaaf bedraagt:

100%

2.3.3

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten

 

2.3.3.1

Als een aanvrager zijn aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten, als bedoeld in hoofdstuk 2, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de provincie, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingetrokken binnen een termijn van drie maanden na het in behandeling nemen ervan, maar voordat op de aanvraag wordt beslist:

50 % 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

 

 

 

2.3.4

Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten

 

2.3.4.1

Als Gedeputeerde Staten een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in hoofdstuk 2, intrekt omdat in het geheel geen gebruik is gemaakt van de vergunning, al dan niet op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de (gedeeltelijke) intrekking van de vergunning. De teruggaaf bedraagt:

30 %

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

2.3.4.2

Indien de intrekking betrekking heeft op een deel van de vergunning en de vergunning voor het overige ongewijzigd in stand blijft bestaat aanspraak op teruggaaf van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de (gedeeltelijke) intrekking van de vergunning. De teruggaaf bedraagt:

30%

van het deel van de geheven leges dat betrekking heeft op het ingetrokken deel van de vergunning.

2.3.5

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten

 

2.3.5.1

Als Gedeputeerde Staten een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in hoofdstuk 2 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de (gedeeltelijke) weigering. De teruggaaf bedraagt:

30 %

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

2.3.5.2

Indien de weigering betrekking heeft op een deel van de vergunning en de vergunning voor het overige ongewijzigd in stand blijft bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de (gedeeltelijke) weigering.. De teruggaaf bedraagt:

30%

van het deel van de geheven leges dat betrekking heeft op het geweigerde deel van de vergunning.

2.3.5.3

Onder een weigering bedoeld in onderdeel 1.3.5 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

 

 

 

 

Hoofdstuk 4 In deze titel niet benoemde beschikking

2.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een andere, in deze titel niet benoemde beschikking:

€ 125,00