Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR64623
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR64623/1
Regeling vervallen per 01-01-2012
Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2011
Geldend van 01-01-2011 t/m 31-12-2011
Intitulé
Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2011RAADSBESLUIT
De raad van de gemeente Z a l t b o m m e l ;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 2 november 2010;
gelet op artikel 224 van de Gemeentewet
b e s l u i t :
vast te stellen de volgende Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2011
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
- a.
vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden;
- b.
lengte: de lengte over alles;
- c.
vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende een periode van ten minste een maand;
- d.
etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur;
- e.
maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen;
- f.
seizoen: het tijdvak van 16 april tot en met 16 oktober;
- g.
schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt.
Artikel 2 Belastbaar feit
Voor het houden van verblijf binnen de gemeente op vaartuigen waarvoor wegens de aanwezigheid in het watergebied van de gemeente in welke vorm dan ook een vergoeding wordt betaald door personen, die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente zijn opgenomen, wordt onder de naam watertoeristenbelasting een directe belasting geheven.
Artikel 3 Belastingplicht
-
1. Belastingplichtig is degene die tegen vergoeding gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 aan hem/haar ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op hem/haar ter beschikking staande vaartuigen.
-
2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.
-
3. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig de schipper, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig als in artikel 2 bedoeld dan wel een andere persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig.
Artikel 4 Vrijstellingen
De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:
- 1.
door degenen die verblijf houden aan boord van:
- a.
een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden;
- b.
kano’s, roei- en volgboten;
- c.
motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter;
- d.
een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt;
- a.
- 2.
waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting;
- 3.
van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c,d,f,g,h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
Artikel 5 Maatstaf van heffing
De belasting wordt geheven naar het aantal etmalen dat verblijf is gehouden. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend.
Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
-
1. Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen:
- a.
het aantal personen die verblijf hebben gehouden, bepaald op:
2, bij een vaartuig met een lengte van ten hoogste acht meter;
3, bij een vaartuig met een lengte van meer dan acht, doch ten hoogste 12 meter;
4, bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12 meter;
- b.
het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden, bepaald op 20.
- a.
-
2. Het aantal vaartuigen als bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op het gemiddelde van een tweetal tellingen, middels administratieve controle, op door het college van burgemeester en wethouders te bepalen data.
Artikel 7 Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing
-
1. In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal etmalen dat verblijf is gehouden, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op de voet van artikel 6 berekende aantal.
-
2. Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan desgewenst per ligplaats worden gedaan.
Artikel 8 Belastingtarief
De belasting bedraagt per persoon per etmaal € 0,67.
Artikel 9 Belastingtijdvak
Het belastingtijdvak is gelijk aan het seizoen.
Artikel 10 Wijze van belastingheffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 11 Aanslaggrens
Belastingaanslagen van minder dan € 5,- worden niet opgelegd.
Artikel 12 Termijnen van betaling
-
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen betaald worden in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
-
2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 13 Kwijtschelding
Bij de invordering van watertoeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 14 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de watertoeristenbelasting.
Artikel 15 Controle
Van gemeentewege kan controle worden uitgeoefend op de registratie van het aantal etmalen. Daarvoor dient de havenmeester of beheerder van de (jacht)haven een deugdelijk register bij te houden dat controle mogelijk maakt.
Artikel 16 Aanmeldingsplicht
De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231 tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet.
Artikel 17 Overgangsbepaling
De ‘Verordening watertoeristenbelasting 2010’, vastgesteld bij raadsbesluit van 26 november 2009 (Gbl. 2009, 4.11), wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 18, tweede lid, genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 18 Inwerkingtreding
-
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking.
-
2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.
Artikel 19 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening watertoeristenbelasting 2011’.
Ondertekening
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl