Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR645454
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR645454/12
Beleidsregels Stadspas
Geldend van 31-03-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026
Intitulé
Beleidsregels StadspasArtikel 1 Begripsomschrijvingen
-
1. In deze beleidsregels wordt verstaan onder
- a)
Aanvrager: de alleenstaande, de alleenstaande ouder of het gezin;
- b)
Fiscaal inkomen: het brutoloon of uitkering met daarbij gerekend belaste vergoedingen;
- c)
WML: bruto wettelijk minimumjaarloon berekend met het wettelijk minimumloon per uur bij een 36-urige werkweek, inclusief 8% vakantiegeld, zoals vastgesteld door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 1 juli in het Refertejaar;
- d)
Kind: de minderjarige (tot 18 jaar) die op moment van aanvraag op hetzelfde adres woont als de aanvrager en voor wie kinderbijslag wordt ontvangen zoals bedoeld in de Algemene Kinderbijslagwet, of zal worden ontvangen vanaf het eerstvolgende kwartaal of het pleegkind waarvoor een pleegkindvergoeding wordt ontvangen. Onder kind wordt eveneens verstaan het kind dat staat ingeschreven in een instelling voor Jeugdhulp met verblijf en op dat adres is ingeschreven in de basis Registratie Personen (BRP);
- e)
Peildatum: 31 december van het jaar dat voorafgaat aan het jaar van aanvraag;
- f)
Pensioengerechtigde: degene die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt;
- g)
Pensioengerechtigde leeftijd: leeftijd, zoals bedoeld in artikel 7a lid Algemene Ouderdomswet (AOW);
- h)
Stadspas: pas die recht geeft op korting op of gratis toegang tot onder meer culturele, educatieve, recreatieve en sportieve activiteiten en waarop een tegoed staat voor kinderen van 0 tot en met 17 jaar zoals bedoeld in de beleidsregels Participatie Minimakinderen gemeente Amsterdam in artikel 3.3.
- i)
Stadspas aanbiedingen: aanbiedingen op onder meer cultureel, educatief, recreatief of sportief gebied die gratis zijn, of waarop korting wordt verstrekt. Voor aanbiedingen aan kinderen wordt rekening gehouden met diverse leeftijdscategorieën. Indien aan een aanbieding bepaalde voorwaarden zijn verbonden, dan zal dit op de website en in de Nieuwsbrief van de Stadspas worden vermeld. Dit kan betekenen dat een aanbieding beperkt beschikbaar is;
- j)
Stadspasjaar: de periode van 12 maanden waarin de Stadspas geldig is en loopt van 1 augustus tot en met 31 juli.
- k)
Refertejaar: het laatste volledige kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar van aanvraag of ambsthalve toekenning;.
- l)
Verstrekkingsjaar : het jaar waarop de vergoeding of voorziening betrekking heeft;
- m)
Woonadres: het adres in de gemeente Amsterdam waar de Aanvrager en Kind op de datum van aanvraag staan ingeschreven in de Basis Registratie Personen (BRP)
- a)
-
2. Voor zover begrippen niet in lid 1 zijn gedefinieerd worden zij in deze beleidsregels gebruikt in dezelfde betekenis als in de Participatiewet.
Artikel 2 Toekenning
-
1. Ingevolge artikel 108 van de Gemeentewet, kent het college de Stadspas en de Stadspasaanbiedingen toe aan de Aanvrager dan wel de bij de gemeente bekende rechthebbende met een minimuminkomen zoals genoemd in artikel 5 tweede lid van deze beleidsregels en bij de aanvrager inwonende minderjarige kinderen tot 18 jaar van de Aanvrager voor zover niet uitgesloten zoals genoemd in artikel 4. Bij uitsluiting van de Aanvrager zoals genoemd in artikel 4 bestaat wel recht voor de inwonende minderjarige kinderen tot 18 jaar van aanvrager.
-
2. Bij verlies wordt eenmaal een duplicaat verstrekt.
-
3. [vervallen]
Artikel 3 Voorwaarden voor verstrekking
Om in aanmerking te komen dient de Aanvrager:
- a)
op de datum van de aanvraag (met een kind) op hetzelfde Woonadres te staan ingeschreven. Uitzondering vormt het kind dat staat ingeschreven in een instelling voor Jeugdhulp met verblijf;
- b)
op de datum van de aanvraag te beschikken over een Burgerservicenummer (BSN);
- c)
op de Peildatum niet over een vermogen te hebben beschikt dat hoger was dan het op de peildatum geldende bedrag ingevolge artikel 34 lid 3 Participatiewet, of op de datum van aanvraag in geval van een minnelijke schuldregeling, een opgelegde schuldregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen, een schuldregeling van een door de gemeente aangewezen of gemandateerde instantie of een inkomen dat heeft geleid tot de verstrekking van voedselpakketten door Voedselbank Amsterdam of Voedselbank Gooi en Omstreken op basis van de daarvoor geldende toekenningscriteria van Voedselbank Nederland.
- d)
In afwijking van het voorgaande onder c, geldt voor pensioengerechtigden op grond van de Algemene Ouderdomswet als vermogensgrens, genoemd in artikel 34, derde lid, van de Participatiewet, een bedrag, dat hoger is, namelijk:
- a.
voor een alleenstaande: € 2.500 erbij;
- b.
voor een alleenstaande ouder: € 5.000 erbij;
- c.
voor gehuwden tezamen: € 5.000 erbij.
- a.
- e)
over het Refertejaar over een minimuminkomen te beschikken, zoals bedoeld in artikel 5.
Artikel 4 Uitsluitingsbepalingen
-
1. Niet in aanmerking komt de Aanvrager die:
- a)
onderwijs volgt in de zin van hoofdstuk II van de Wet op de studiefinanciering;
- b)
onderwijs volgt in de zin van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
- c)
[vervallen]
- a)
-
2. Bij verhuizing buiten de gemeente Amsterdam vervalt het recht op de Stadspas.
Artikel 5 Inkomensbepalingen
-
1. Voor het bepalen van de hoogte van het inkomen worden op de Peildatum de volgende doelgroepen onderscheiden:
- a)
de alleenstaande;
- b)
de alleenstaande (pleeg)ouder met een kind jonger dan 18 jaar;
- c)
de gehuwden of daaraan gelijkgestelden (met kinderen).
- a)
-
2. Onder een minimuminkomen wordt verstaan:
- a)
voor gehuwden of daaraan gelijkgestelden (met kinderen): een fiscaal gezinsinkomen, dat minder dan, of gelijk is aan, 130% van het WML;
- b)
voor alleenstaande (pleeg)ouders: een fiscaal inkomen, dat minder dan, of gelijk is aan, 90 % van het fiscaal gezinsinkomen bedoeld onder a;
- c)
voor alleenstaanden: een fiscaal inkomen, dat minder dan, of gelijk is aan 73,35 % van het fiscaal gezinsinkomen bedoeld onder a;
- a)
-
3. In afwijking van het voorgaande lid wordt bij een aanvraag voor een kind jonger dan 18 jaar onder minimuminkomen verstaan:
- a)
voor gehuwden of daaraan gelijkgestelden met kinderen: een fiscaal gezinsinkomen, dat minder dan, of gelijk is aan, 150% van het WML;
- b)
voor alleenstaande (pleeg)ouders: een fiscaal inkomen, dat minder dan, of gelijk is aan 90 % van het fiscaal gezinsinkomen bedoeld onder a.
- a)
-
4. In afwijking van lid 2, wordt onder minimuminkomen verstaan:
Een fiscaal inkomen dat hoger is dan het minimuminkomen, bedoeld in het tweede lid, maar waarvan dat meerdere is aangewend ter aflossing van een schuldenlast in het kader van een minnelijke schuldregeling bij de Kredietbank Amsterdam, een opgelegde schuldregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen of een schuldregeling bij een door de gemeente aangewezen of gemandateerde instantie, of een inkomen op grond waarvan op basis van de daarvoor geldende toekenningscriteria van Voedselbank Nederland voedselpakketten worden verstrekt door Voedselbank Amsterdam of Voedselbank Gooi en Omstreken aan het betreffende huishouden.
-
5. Indien door wijziging in de gezinssituatie van de aanvrager in de loop van het refertejaar twee of meer minimuminkomensniveaus van toepassing zijn, stelt het college naar evenredigheid een individueel minimuminkomensniveau vast.
-
6. Indien over een refertejaar of een deel daarvan, een inkomenstoets in het kader van een gemeentelijke regeling heeft plaatsgevonden en daarbij is vastgesteld dat het inkomen niet hoger is dan het relevante minimuminkomen, kan het college besluiten dat het inkomen over (dat deel van) de referteperiode niet opnieuw wordt getoetst.
-
7. Het inkomensniveau in het jaar voorafgaand aan het refertejaar is van toepassing indien de gegevens over het refertejaar redelijkerwijs niet beschikbaar zijn. Hetzelfde geldt voor het vermogensniveau op de peildatum.
Artikel 6 Ambtshalve verstrekking en aanvraagprocedure
-
1. De Stadspas wordt ambtshalve verstrekt aan personen of huishoudens die:
- a)
over het Refertejaar een uitkering op grond van de Participatiewet ontvangen en aan de overige voorwaarden voldoen, of
- b)
in het Verstrekkingsjaar een Stadspas of andere voorziening in het kader van het minimabeleid hebben ontvangen en aan de overige voorwaarden voldoen.
- c)
op het moment van verstrekking de Pensioengerechtigde leeftijd hebben en aan de overige voorwaarden voldoen;
- d)
in het kader van een minnelijke schuldregeling bekend zijn bij de Kredietbank Amsterdam, toegelaten zijn tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen en toegelaten zijn tot een schuldregeling bij een door de gemeente aangewezen of gemandateerde instantie.
- a)
-
2. De Stadspas wordt op aanvraag verstrekt aan de overige personen/huishoudens die tot de doelgroep behoren.
- a)
De aanvraag van een vergoeding wordt uitsluitend in de aanvraagperiode gedaan door indiening van een door het college voorgeschreven formulier. Het formulier wordt ambtshalve of op aanvraag toegestuurd of kan worden gedownload van de website van de gemeente Amsterdam. Tevens kan een aanvraag digitaal worden ingediend. Voor aanvragers met een inkomen op grond waarvan op basis van de daarvoor geldende toekenningscriteria van Voedselbank Nederland voedselpakketten worden verstrekt door Voedselbank Amsterdam of Voedselbank Gooi en Omstreken bestaat een speciaal aanvraagformulier. Tevens kan een aanvraag digitaal worden ingediend.
- b)
De aanvraag wordt door de alleenstaande, de alleenstaande ouder dan wel de gehuwden of daaraan gelijkgestelden gezamenlijk gedaan, afhankelijk van de omstandigheden van de persoon of het gezin op de aanvraagdatum.
- c)
Een aanvraag moet zijn ingediend uiterlijk 2 maanden voor het eind van het lopende Stadspasjaar. Een aanvraag die later is ingediend wordt afgehandeld als aanvraag voor het volgende Stadspasjaar.
- d)
Bij toekenning ontvangt de rechthebbende een Stadspas.
- a)
Artikel 7 Inlichtingenverplichting
Belanghebbenden aan wie een Stadspas is toegekend, zijn verplicht het college in te lichten indien zij niet meer voldoen aan één van de voorwaarden.
Artikel 8 Hardheidsclausule
In bijzondere omstandigheden kan worden afgeweken van de bepalingen in deze beleidsregels, als toepassing daarvan onredelijke gevolgen heeft gezien de doelstelling van de regeling.
Artikel 9: Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie in het Gemeenteblad.
Ondertekening
Toelichting
Algemene toelichting
De Beleidsregels Stadspas beschrijven de voorwaarden om een Stadspas te krijgen. Volwassenen en kinderen tot 18 jaar kunnen ieder voor zich een eigen Stadspas krijgen. Het inkomen mag niet hoger zijn dan het toegestane maximum inkomen en het vermogen mag niet meer zijn dan het maximale vermogen dat voor de situatie van degene geldt, voor wie de Stadspas is. (Pleeg)ouders kunnen voor een kind een Stadspas aanvragen.
De inkomens- en vermogensnormen gelden voor alle voorzieningen voor Amsterdamse burgers met een minimuminkomen. De jaarlijks vastgestelde bedragen, die in de uitvoering worden gebruikt, staan vermeld op de website: Wat is een laag inkomen en weinig vermogen | Gemeente Amsterdam.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 3d
Het college is in de aangenomen motie van raadsleden Bouhassani (PvdA), Yemane (GroenLinks) en Veldhuyzen (Lijst Ahmadi-Veldhuyzen) van 28 februari 2024 gevraagd om te onderzoeken hoe de vermogensgrens voor de Stadspas voor AOW-gerechtigden verhoogd kan worden en hierover te rapporteren aan de raad. De aangenomen motie heeft geleid tot een verhoging van de vermogensgrens voor AOW-gerechtigden.
De bedragen van artikel 34, derde lid, Participatiewet vormen het uitgangspunt voor de vermogensgrens. Voor minima die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, is een hoger vermogen van toepassing. Voor een alleenstaande is het maximaal toegestane vermogen € 2.500 meer dan de vermogensgrens uit de Participatiewet, voor een alleenstaande ouder en voor gehuwden gezamenlijk is het toegestane vermogen € 5.000 meer dan de vermogensgrens uit de Participatiewet.
Artikel 5
De berekening van het minimuminkomen, dat geldt voor gehuwden of daaraan gelijkgestelden, is de uitgangsnorm. Het minimuminkomen dat geldt voor alleenstaande ouders en alleenstaanden wordt hiervan afgeleid.
Bij een aanvraag voor een Stadspas en een voorziening voor een kind geldt een hoger minimuminkomen, waarbij ook het minimuminkomen voor gehuwden of daaraan gelijkgestelden de uitgangsnorm is. De berekende bedragen worden afgerond.
Eerder gold een andere systematiek om jaarlijks de toepasselijke normbedragen te bepalen, namelijk op basis van de brutobedragen voor een IOAW-uitkering. Vanaf de overgang naar de huidige systematiek die gebaseerd is op het wettelijk minimumloon, zijn de genoemde percentages gehanteerd zodat van jaar tot jaar sprake was van een doorlopende ontwikkeling van de het toepasselijk minimuminkomen.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl