Verordening op de Rekenkamercommissie gemeente Laren 2020

Geldend van 01-10-2020 t/m 15-10-2020 met terugwerkende kracht vanaf 01-10-2020

Intitulé

Verordening op de Rekenkamercommissie gemeente Laren 2020

De raad van de gemeente Laren;

gelezen voorstel 2020/37 d.d. 28 juli 2020 van de Rekenkamercommissie Laren;

gelet op het bepaalde in artikel 81a e.v. van de Gemeentewet;

B E S L U I T :

vast te stellen de navolgende:

Verordening op de Rekenkamercommissie gemeente Laren 2020

Paragraaf 1 - Begripsbepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

Rekenkamercommissie: de commissie die is ingesteld bij besluit van de gemeenteraad en die ten doel heeft om door middel van beleidsevaluaties en doelmatigheidsonderzoeken een bijdrage te leveren aan de doeltreffendheid van het beoogde beleid, alsmede de doelmatige voorbereiding en uitvoering daarvan;

Stichting: de stichting die door de raden van Blaricum, Eemnes en Laren is opgericht om gezamenlijk praktische uitvoering te geven aan de taken van de drie rekenkamercommissies van de voornoemde gemeenten, genaamd Stichting Rekenkamercommissie BEL;

doelmatigheid of efficiëntie: het streven om met een zo beperkt mogelijke inzet van de beschikbare middelen het gewenste resultaat te bereiken;

doeltreffendheid of effectiviteit: de mate waarin een organisatie erin slaagt met de geleverde prestaties de gestelde doelen of de gewenste maatschappelijke effecten te bereiken;

lid: een lid van de Rekenkamercommissie dat op basis van artikel 3, eerste lid door de raad van buiten de kring van zijn leden is aangewezen;

burgeradviseur: een inwoner van één van de BEL-gemeenten die gedurende de looptijd van één onderzoek gevraagd en ongevraagd advies uitbrengt aan de rekenkamer.

Paragraaf 2 - De taak, samenstelling en lidmaatschap van de Rekenkamercommissie

Artikel 2 Taak van de commissie

  • 1. Er is een gemeentelijke Rekenkamercommissie.

  • 2. De Rekenkamercommissie voert onderzoek uit naar de (maatschappelijke) effecten van het gemeentelijk beleid en naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentelijk beleid, van het gemeentelijke beheer en van de gemeentelijke organisatie, naar de rechtmatigheid van het gemeentelijk beheer, alsmede naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van instellingen waarvan de activiteiten geheel of in belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd.

Artikel 3 Samenstelling Rekenkamercommissie

  • 1. De Rekenkamercommissie bestaat uit maximaal drie leden, die door de raad van buiten de kring van zijn leden worden aangewezen voor een periode van zes jaar; deze leden kunnen door de raad één keer worden herbenoemd voor een gelijke periode.

  • 2. De leden leggen, voordat zij hun functie kunnen uitoefenen, in een vergadering van de raad in de handen van de voorzitter van de raad de eed (verklaring en belofte) af:

  • “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de Rekenkamercommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gunst heb gegeven of beloofd.

  • Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of belofte heb aangenomen of zal aannemen.

  • Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de Rekenkamercommissie naar eer en geweten zal vervullen.

  • Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!)”

  • 3. De Rekenkamercommissie wijst uit de leden genoemd in lid 1 een voorzitter aan. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de vergaderingen van de Rekenkamercommissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitvoering van de onderzoeksopzet en de werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. Hij voert hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en met het secretariaat.

Artikel 4 Besluitvorming in de Rekenkamercommissie

  • 1. In vergaderingen van de Rekenkamercommissie wordt besloten bij meerderheid van stemmen, waarbij ieder lid één stem heeft.

  • 2. Als de stemmen staken, is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

  • 3. Besluiten kunnen niet worden genomen tenzij twee leden van de Rekenkamercommissie ter vergadering aanwezig zijn.

Artikel 5 Einde van het lidmaatschap

  • 1. Het lidmaatschap van een lid eindigt:

  • a. op eigen verzoek;

  • b. bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de Rekenkamercommissie;

  • c. wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

  • d. indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld.

  • 2. De leden van de Rekenkamercommissie kunnen door de raad worden ontslagen wanneer zij door ziekte, gebreken of ongeschiktheid niet in staat zijn hun functie naar behoren te vervullen.

  • 3. Bij beëindiging van het lidmaatschap doet de voorzitter van de Rekenkamercommissie zo spoedig mogelijk een voorstel aan de raad op welke wijze en op welke termijn in de vacature kan worden voorzien.

Artikel 6 Verboden handelingen

  • 1. Het is de leden van de Rekenkamercommissie verboden de handelingen te verrichten als bedoeld in artikel 15 van de Gemeentewet. De raad kan, gehoord de Rekenkamercommissie, een lid van de Rekenkamercommissie dat heeft gehandeld in strijd met dit verbod van zijn functie ontslaan.

  • 2. De leden van de Rekenkamercommissie dragen geen bestuursverantwoordelijkheden in de Stichting.

  • 3. Leden rapporteren in het jaarverslag aan de Raad de nevenfuncties die zij op dat moment vervullen.

Artikel 7 Vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de Rekenkamercommissie

  • 1. De leden van de Rekenkamercommissie ontvangen een vergoeding voor hun werkzaamheden.

  • 2. De hoogte van deze vergoeding wordt bepaald door de Stichting en is inclusief reis- en verblijfskosten.

Paragraaf 3 - De werkwijze van de Rekenkamercommissie

Artikel 8 Onderwerpen voor en beslissing tot uitvoeren van onderzoek

  • 1. De Rekenkamercommissie kiest de onderwerpen voor haar onderzoek, formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksopzet vast.

  • 2. De onderwerpen van onderzoek worden jaarlijks voor 31 december in het jaarplan van het daaropvolgende jaar ter kennisneming aan de raad voorgelegd.

  • 3. De in lid 1 bedoelde onderzoeksopzet wordt door de Rekenkamercommissie rechtstreeks ter kennisneming voorgelegd aan de gemeenteraad.

Artikel 9 Uitvoering van het onderzoek en rapportage

  • 1. De Rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet.

  • 2. De Rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren.

  • 3. De Rekenkamercommissie is bevoegd van alle leden van het gemeentebestuur en van alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de uitvoering van het onderzoek. De Rekenkamercommissie kan de bevoegdheid tot het inwinnen van inlichtingen mandateren aan de medewerkers die haar bij de uitvoering van haar taak terzijde staan. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de Rekenkamercommissie gestelde termijn te verstrekken.

  • 4. De Rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van Bestuur kan de Rekenkamercommissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. De leden van de Rekenkamercommissie en degenen die ten behoeve van de Rekenkamercommissie werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid als lid, respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen.

  • 5. De Rekenkamercommissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.

  • 6. De Rekenkamercommissie stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten hoogste drie weken bedraagt, hun zienswijze op het feitenonderzoek aan de Rekenkamercommissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De Rekenkamercommissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt.

  • 7. Na de ambtelijke hoor en wederhoor ten aanzien van de feiten zoals bedoeld in lid 6 formuleert de Rekenkamercommissie zo spoedig mogelijk haar conclusies en aanbevelingen, voegt deze toe aan het onderzoeksrapport en stelt, met inachtneming van het gestelde in lid 8 een publicatiedatum vast.

  • 8. De Rekenkamercommissie biedt het college van B&W drie weken voor de publicatiedatum onder embargo het onderzoeksrapport aan.

  • 9. De Rekenkamercommissie stuurt/biedt op de publicatiedatum het onderzoeksrapport, met daarin de conclusies en aanbevelingen, aan de raad aan. Raadsleden kunnen de wijze waarop de Rekenkamercommissie de ambtelijke hoor en wederhoor heeft verwerkt opvragen bij de Rekenkamercommissie. De raad bespreekt de bevindingen, conclusies en aanbevelingen op basis van het onderzoeksrapport.

Artikel 10 Burgeradviseur

  • 1. Bij onderzoeksonderwerpen met een grote betrokkenheid van burgers kan de

    rekenkamer gebruik maken van een burgeradviseur.

    2. De burgeradviseur is inwoner van één van de BEL-gemeenten en wordt door de

    rekenkamer via de gemeentelijke en lokale communicatiekanalen geworven.

    3. De burgeradviseur heeft kennis van het onderzochte beleidsterrein.

    4. De burgeradviseur is de afgelopen 5 jaar niet betrokken geweest bij beleidsvorming

    of –uitvoering bij één van de BEL-gemeenten.

    5. De burgeradviseur geeft de rekenkamer gevraagd en ongevraagd advies.

    6. De burgeradviseur krijgt een onkostenvergoeding van € 50,-- per uur en een totale

    vergoeding van maximaal € 500,--.

Paragraaf 4 - De kosten van de Rekenkamercommissie

Artikel 11 Budget

  • 1. De raad stelt jaarlijks bij de begroting een bedrag beschikbaar aan de Stichting.

Paragraaf 5 - Samenwerking

Artikel 12 Aanvullende bepalingen en samenwerkingsafspraken

  • 1. De plaatsvervangend voorzitter van de raad is namens de raad bestuurder van de Stichting. Bij ontstentenis zal hij/zij een ander raadslid verzoeken namens hem/haar op te treden.

  • 2. De Stichting stelt nadere voorschriften en afspraken ten aanzien van:

  • a. de vergoeding van de leden;

  • b. de secretaris en externe ondersteuning;

  • c. het budget en de kostenverdeling van de Stichting;

  • d. de verantwoording van de Stichting aan de raad.

Paragraaf 6 - Slotbepalingen

Artikel 13 Citeertitel; inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening Rekenkamercommissie gemeente Laren 2020.

  • 2. Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2020.

  • 3. Op de in lid 2 genoemde datum vervalt de Verordening Rekenkamercommissie gemeente Laren 2011, zoals vastgesteld op 28 september 2011.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van 30 september 2020.

mw. C.J.E. Holtslag dhr. drs. N. Mol

griffier voorzitter