Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft houdende regels omtrent subsidie (Subsidieregeling Subsidie gemeente Delft 2020)

Geldend van 01-10-2020 t/m heden

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft houdende regels omtrent subsidie (Subsidieregeling Subsidie gemeente Delft 2020)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft;

Gelet op artikel 3, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening gemeente Delft;

Besluit vast te stellen de Subsidieregeling gemeente Delft 2020.

Hoofdstuk 1 Algemeen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • -

    College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft;

  • -

    Periodieke of (meer)jaarlijkse subsidie: subsidie per boekjaar of voor meerdere boekjaren met een maximum van vier jaren, voor activiteiten die vaker terugkeren en die uit hun aard (wezenlijk) bijdragen aan de gemeentelijke doelstellingen; (voorheen prestatiesubsidie)

  • -

    Eenmalige of kortlopende subsidie: in principe eenmalige subsidie voor het verrichten van incidentele activiteiten of de uitvoering van projecten die aantoonbaar bijdragen aan het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen; (voorheen stimuleringssubsidie)

  • -

    Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift.

  • -

    Financieel gezonde situatie: een (maatschappelijke) organisatie met ten minste vier aangesloten jaren een sluitende begroting of jaarrekening.

Hoofdstuk 2 Periodieke of (meer)jaarlijkse subsidie

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten
  • 1. Het college verleent uitsluitend een subsidie per boekjaar voor activiteiten die bijdragen aan het realiseren van de hieronder staande verbindende doelstellingen welke ook leidend zijn aan de het vigerende Bestuursprogramma annex de bijbehorende Programmabegroting:

    • -

      Schone en veilige stad

    • -

      Sterk en sociaal

    • -

      Solide maatschappelijke basis

    • -

      Economische zelfstandigheid

    • -

      Stad in bedrijf

    • -

      Stad en bestuur

Artikel 3 Subsidieontvanger
  • 1. Subsidies worden verleend aan rechtspersonen zonder winstoogmerk.

  • 2. Het college kan afwijken van het eerste lid.

Artikel 4 Criteria subsidie
  • 1. Aanvragen voor subsidie worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

    • a.

      de bijdrage aan de gemeentelijke doelstellingen die met de activiteiten worden beoogd;

    • b.

      de verhouding tussen de te subsidiëren activiteiten en de daaraan verbonden kosten;

    • c.

      de mate van deskundigheid;

    • d.

      het voldoen aan de Delftse Voorwaarden voor Goed Bestuur 2020 en/of de voor aanvrager geldende Governance Code en de bijbehorende door de aanvrager ingediende ‘Verklaring Goed Bestuur’;

    • e.

      maatschappelijk verantwoord ondernemen;

    • f.

      samenwerking met andere partijen en deelname aan het Delftse netwerk;

    • g.

      vernieuwende elementen die bijdragen aan de doelstellingen van het gemeentelijk beleid.

    • h.

      voor evenementen zijn aanvullende cirteria opgenomen in bijlage I.

  • 2. Wanneer de aanvraag naar het oordeel van het college onvoldoende voldoet aan een of meer criteria, wordt de subsidie geweigerd.

  • 3. Organisatie-eigen activiteiten zoals sporttoernooien door sportverenigingen komen niet in aanmerking voor subsidie.

Artikel 5 Verdeelsleutels
  • 1. Wanneer de raad voor een bepaalde activiteit een subsidieplafond heeft vastgesteld, maakt het dit bekend (verdeelsleutel wordt door college bepaald en bekendgemaakt zie artikel 6)

  • 2. Er kunnen drie verdeelsleutels worden gehanteerd:

    • a.

      Het ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’-systeem, waarbij op aanvragen wordt beslist op volgorde van binnenkomst. De aanvragen die voldoen aan de geldende criteria worden toegewezen, net zo lang tot het subsidieplafond is bereikt.Ter voorkoming van ‘pro-forma’-aanvragen geldt als binnenkomstdatum de datum waarop alle gegevens compleet zijn aangeleverd.

    • b.

      Het ‘tender’-systeem, waarin aanvragen die tijdig zijn ingediend op basis van kwalitatieve criteria worden gerangschikt. Wanneer een lagere rangschikking leidt tot weigering wegens overschrijding van het subsidieplafond, zal de gemeente motiveren waarom de aanvraag een lage rangschikking krijgt. De criteria hebben in principe een gelijk gewicht doch hier kan, van worden afgeweken

    • c.

      Het ‘naar rato’-systeem waarin aan de hand van alle tijdig ingediende aanvragen en aan de hand van de grondslagen berekend wordt welk totaalbedrag aan subsidie zou moeten worden verleend.

  • 3. De volgorde van gelijk geplaatste subsidieaanvragen wordt door middel van loting bepaald, wanneer toekenning van die aanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond.

  • 4. Kan een subsidie in geval van verdeelsleutel ‘tender’ of ‘wie eerst komt, eerst maalt’, niet volledig verleend worden als gevolg van het bereiken van het subsidieplafond, dan vindt verlening plaats ter hoogte van het nog beschikbare bedrag.

  • 5. Vindt het college niet aannemelijk dat de subsidieaanvrager, na gedeeltelijke verlening van de subsidie, de activiteiten uit zal voeren, dan weigert het de subsidie.

  • 6. De verdeelsleutel bepaalt de verdeling van het bedrag van het subsidieplafond indien het subsidieplafond onvoldoende is om alle aanvragen te kunnen honoreren.

Artikel 6 Bekendmaking procedure
  • 1. Het college maakt uiterlijk acht weken voorafgaand aan de uiterste indieningsdatum in het Gemeenteblad bekend:

    • a.

      voor welke activiteiten subsidie kan worden aangevraagd;

    • b.

      wat in dat geval de uiterste indieningsdatum van de aanvragen is;

    • c.

      welke verdeelsleutel wordt toegepast;

    • d.

      in geval van een tender, het aantal punten dat per criterium maximaal toegekend wordt en de wijze van verdeling van de punten.

  • 2. Het besluit wordt ook gepubliceerd op www.delft.nl en in de Stadskrant.

Artikel 7 Penvoerder
  • 1. Het college kan de subsidie voor activiteiten waarbij de aanvragen na een onderlinge vergelijking op volgorde zijn geplaatst, verlenen aan een subsidieontvanger die fungeert als penvoerder namens een samenwerkingsverband.

  • 2. Op de penvoerder als bedoeld in het eerste lid berusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.

  • 3. De aanvraag bevat een door alle betrokken partijen getekende verklaring dat de penvoerder gemachtigd is hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie, op verzoek aan de penvoerder wordt verstrekt.

Artikel 8 Aanvraag
  • 1. Een aanvraag die tenminste twee weken voor de uiterste indieningsdatum is ontvangen, wordt beoordeeld op volledigheid. De subsidieontvanger krijgt éénmalig de gelegenheid zijn daarbij gebleken onvolledige aanvraag aan te vullen vóór de uiterste indieningsdatum.

  • 2. Een aanvraag die korter dan twee weken vóór de uiterste indieningsdatum wordt ingediend en die onvolledig is, wordt geweigerd.

Artikel 9 Verplichtingen Social Return
  • 1. Indien een subsidie meer dan € 100.000,- per boekjaar bedraagt, is de subsidieontvanger verplicht tot social return door personen met een afstand tot de arbeidsmarkt in te zetten bij de uitvoering van de activiteiten tot een bedrag van ten minste 5% van het subsidiebedrag.

  • 2. In overleg met het college kan een andere verplichting dan bedoeld in het eerste lid worden opgelegd, mits deze bijdraagt aan het doel om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een grotere kans op werk te bieden.

  • 3. Het college kan bij subsidieverlening besluiten dat de verplichting als bedoeld in het eerste lid niet geldt.

Artikel 10 Verplichting halfjaarrapportages (6 maanden werkelijk en 6 maanden prognose).
  • 1. Het college verlangt van de ontvanger van een subsidie van meer dan € 50.000,- dat een halfjaarrapportage wordt uitgebracht omtrent de inhoudelijke en financiële voortgang van de activiteiten.

  • 2. Het college kan bij subsidieverlening besluiten dat de verplichting niet geldt.

Artikel 11 Voorschotten
  • 1. Een voorschot op de subsidie bedraagt ten hoogste 90% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2. Voorschotten voor activiteiten waarvoor een subsidie per boekjaar of meerdere boekjaren is verleend, worden per kwartaal betaald.

  • 3. Voor andere subsidies dan bedoeld in het tweede lid, bepaalt het college in de verleningsbeschikking in welke termijnen het voorschot wordt betaald.

Artikel 12 Vergoeding vermogensvorming 4:41 Awb
  • 1. Wanneer de per boekjaar verstrekte subsidie meer dan € 50.000,- bedraagt en heeft geleid tot vermogensvorming, betaalt de subsidieontvanger in de in artikel 4:41, tweede lid, van de Awb genoemde situaties een vergoeding aan het college naar evenredigheid van de mate waarin de subsidie aan de egalisatiereserve heeft bijgedragen.

  • 2. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald op basis van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.

  • 3. Wanneer het onroerende zaken betreft, wijst het college een onafhankelijk deskundige aan die de waarde bepaald.

  • 4. Het college kan afwijken van het bepaalde in het eerste lid en besluiten dat geen vergoeding verschuldigd is dan wel dat het gevormde vermogen mag worden besteed aan bepaalde activiteiten.

Artikel 12 aMeerjarige subsidierelaties voor andere subsidies dan t.b.v. evenementen
  • 1. Het college kan bepalen meerjarige subsidies te verlenen - in geval van subsidieplafonds onder voorbehoud van voldoende gelden op de jaarlijkse gemeentelijke begroting - tot een periode van ten hoogste vier aansluitende jaren wanneer de subsidieontvanger in een financieel gezonde situatie verkeert .

  • 2. Als er een meerjarige subsidie wordt verleend wordt een beschikking opgesteld voor het betreffende aantal jaren met daarin opgenomen de activiteiten die in de periode gerealiseerd moeten worden. Jaarlijks kunnen middels een bijlage nadere uitvoeringsafspraken worden gemaakt. Afspraken hierover worden in de subsidiebeschikking of in de bijbehorende uitvoeringsovereenkomst opgenomen.

Hoofdstuk 3 Eénmalige kortlopende subsidie

Artikel 13 Subsidiabele activiteiten
  • 1. Het college verleent subsidies uitsluitend voor; incidentele activiteiten en projecten die bijdragen aan de gemeentelijke doelen én die gericht zijn op het bevorderen van:

    • a.

      Participatie van inwoners van Delft

    • b.

      Eigen en gezamenlijke kracht van Delftenaren

    • c.

      Sociaal klimaat en veiligheid bevorderen

    • d.

      Duurzaamheid en het Delftse milieu

    • e.

      Versterken van de eigen kracht van de organisatie

  • 2. Het college kan bij wijze van uitzondering afwijken van het eerste lid in het geval van essentiële doorlopende activiteiten of projecten die bijdragen aan de gemeentelijke doelen die uitsluitend middels (kleinschalige) subsidie behouden kunnen worden.

Artikel 14 Subsidieontvanger
  • 1. Subsidies worden verleend aan natuurlijke personen en rechtspersonen.

  • 2. Subsidies aan rechtspersonen met een winstoogmerk worden uitsluitend verstrekt wanneer de activiteiten zonder winstoogmerk worden uitgevoerd.

Artikel 15 Criteria subsidie kortlopende activiteiten
  • 1. Aanvragen voor kortlopende subsidies worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

    • a.

      de bijdrage aan de gemeentelijke doelstellingen die met de activiteiten worden beoogd;

    • b.

      de verhouding tussen de te subsidiëren activiteiten en de daaraan verbonden kosten;

    • c.

      de mate van deskundigheid;

    • d.

      de samenwerking met andere partijen en deelname aan het Delftse netwerk;

    • e.

      de maatschappelijk verantwoorde activiteit met inzet van vrijwilligers;

    • f.

      of er sprake is van minimaal 25% cofinanciering;

    • g.

      de vernieuwende elementen die bijdragen aan de gemeentelijke doelstellingen van het subsidiebeleid én

    • h.

      de mate waarin de continuïteit van de activiteit is geborgd, wanneer het niet om een eenmalige activiteit gaat.

  • 2. De criteria in lid 1 hebben bij de weging een gelijk gewicht.

  • 3. Wanneer de aanvraag naar het oordeel van het college onvoldoende voldoet aan de criteria, wordt de subsidie geweigerd

Artikel 16 Subsidiebedrag

Het subsidiebedrag voor een éénmalige, kortlopende subsidie bedraagt maximaal € 20.000,-. per subsidieaanvraag.

Artikel 17 Verdeelregels éénmalige of kortlopende subsidies
  • 1. Een subsidieaanvraag wordt hoger geplaatst naarmate de aanvraag aan meerdere criteria voldoet.

  • 2. In het geval dat subsidieaanvragen gelijk zijn geplaatst én verlening van die aanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, wordt de volgorde van toekenning van die aanvragen door middel van loting bepaald.

  • 3. In het geval een subsidie niet volledig verleend kan worden als gevolg van het bereiken van het subsidieplafond vindt verlening plaats ter hoogte van het nog beschikbare bedrag.

  • 4. Indien naar het oordeel van het college niet aannemelijk is dat de subsidieaanvrager na gedeeltelijke verlening van de subsidie de activiteiten uit zal voeren, is het college bevoegd de subsidie te weigeren.

Artikel 18 Indiening aanvraag en beslistermijn
  • 1. Aanvragen voor een éénmalige, kortlopende subsidie kunnen het gehele jaar door worden ingediend.

  • 2. Aanvragen worden in de eerste week van iedere maand gelijktijdig beoordeeld en/of onderling vergeleken volgens de procedure zoals omschreven in artikel 17.

  • 3. Aanvragen die uiterlijk de 15e van de maand zijn ontvangen én volledig zijn, worden meegenomen in de eerstvolgende beoordelingsronde.

  • 4. De beslissing op de aanvragen wordt uiterlijk in de tweede week van de maand bekendgemaakt aan de aanvragers.

  • 5. Aanvragers die een onvolledige aanvraag hebben ingediend, krijgen de gelegenheid op grond van artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht hun aanvraag aan te vullen.

Artikel 19 Doorschuiven aanvraag naar volgende ronde
  • 1. Aanvragen die zouden moeten worden afgewezen vanwege overschrijding van het Subsidieplafond, kunnen in overleg met de aanvrager opnieuw gerangschikt worden bij de beoordeling van de subsidieaanvragen voor het volgende tijdvak voor zover het tijdstip van de activiteit dit toelaat.

  • 2. Het college deelt de aanvrager mee dat zijn aanvraag wordt betrokken bij de beoordeling van de subsidieaanvragen voor een volgend tijdvak.

  • 3. Wanneer de aanvraag opnieuw niet hoog genoeg wordt gerangschikt voor een subsidie, wordt de aanvraag afgewezen.

Hoofdstuk 4 Overige subsidies

Artikel 20 Straatfeesten
  • 1. Het college verleent maximaal één keer per jaar subsidie voor het organiseren van een feest in één of meerdere aaneengesloten straten voor bewoners van die str(a)at(en).

  • 2. Wanneer een straat langer is dan 750 meter, kan het college meer dan één subsidie verstrekken. Voor hetzelfde straatdeel wordt nooit meer dan één keer per jaar subsidie verstrekt.

  • 3. Eén van de organisatoren, zijnde een bewoner van de betrokken straat, dient de aanvraag in, en is als subsidieontvanger verantwoordelijk voor de uitvoering van het feest en naleving van de subsidieverplichtingen.

  • 4. De uitnodiging voor een straatfeest wordt onder alle bewoners van de betrokken straat verspreid en in de uitnodiging wordt aangegeven dat voor het straatfeest een subsidie bij de gemeente is verkregen.

  • 5. De subsidie bedraagt per feest ten hoogste € 250,-.

  • 6. Subsidie wordt niet verleend voor de kosten van eten en drinken.

  • 7. De subsidie wordt uiterlijk een week voorafgaand aan het straatfeest ingediend via het op de website van de gemeente Delft beschikbaar gestelde aanvraagformulier.

  • 8. Voor een buurtfeest mogen ten hoogste vier straten een aanvraag voor een straatfeestsubsidie doen.

Artikel 21 Oud Papier en Zwerfafval
  • 1. Voor de ‘subsidie oud papier en (plastic) zwerfafval’ komen in aanmerking in Delft gevestigde scholen en verenigingen, instellingen en organisaties die in het algemeen of plaatselijk belang werkzaam zijn en niet het maken van winst beogen en die oud papier uit particuliere huishoudens en/of (plastic) zwerfafval inzamelen.

  • 2. Het subsidiebedrag per kilogram oud papier resp. zwerfafval wordt jaarlijks door het college vastgesteld en bekendgemaakt.

  • 3. De subsidiebeschikking dient tevens als registratiebewijs.

  • 4. Het ingezamelde oud papier resp. het zwerfafval waarvoor subsidie wordt aangevraagd, moet door de subsidieaanvrager worden aangeboden bij de afvalinzamelaar die als zodanig door de gemeente is aangewezen.

  • 5. De subsidieaanvrager kan in het kader van de toepassing van deze Subsidieregeling slechts als inzameladres fungeren; inzameling aan de huizen is verboden.

  • 6. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt binnen 8 weken na afloop van het kalenderjaar ingediend.

  • 7. Het college stelt de subsidie binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag vast.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 22 Slotbepalingen
  • 1. Deze subsidieregeling treedt in werking de dag na publicatie.

  • 2. Deze subsidieregeling vervangt de Subsidieregeling Prestatie- en Stimuleringssubsidies gemeente Delft 2019 welke wordt ingetrokken op dezelfde dag dat de Subsidieregeling Subsidie gemeente Delft 2020 inwerking treedt.

  • 3. Aanvragen om verlening van subsidie die op basis van de Subsidieregeling Prestatie- en Stimuleringssubsidies 2019 zijn ingediend en waarover ten tijde van de inwerkingtreding van de subsidieregeling gemeente Delft 2020 nog niet is beslist, worden op grond van de subsidieregeling gemeente Delft 2020 beoordeeld, tenzij dit voor de aanvrager objectief ongunstiger is; in dat geval worden de betreffende aanvragen beoordeeld op grond van de Subsidieregeling Prestatie- en Stimuleringssubsidies 2019.

  • 4. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als “Subsidieregeling Subsidie gemeente Delft 2020”.

Ondertekening

Bijlage 1 Relevante beleidsnota’s

  • Nota doorontwikkeling evenementenbeleid (2017)

Artikel 1:Subsidiabele activiteiten

Definitie evenement: een groot evenement of festival is een voor een groot publiek vrij toegankelijke incidenteel of periodiek terugkerende manifestatie met een veelzijdig en gevarieerd programma van voorstellingen en/of activiteiten.

  • Evenementen die een substantiële bezoekersstroom naar de stad brengen en daarmee zorgen voor een economische spin-off.

  • Evenementen die bijdragen aan een levendige en bruisende binnenstad.

  • Evenementen die bijdragen aan Delft Creating History: het evenement verbindt door programmering en opzet tenminste 2 of meer van de Delftse kernwaarden Historie,

  • Technologie, Creativiteit en Innovatie. Met name technologie en innovatie hebben hier een zwaartepunt.

  • Evenementen waarin lokale (culturele) ondernemers met elkaar samenwerken en die resulteren in een substantiële economische spin off.

  • Evenementen die zich inzetten om de kwaliteit van de programmering en de professionaliteit van de organisatie te verbeteren.

  • Evenementen die zich richten op doelgroepen die in beleid als kansrijk worden bestempeld.

Artikel 2:Praktische richtlijnen

  • De subsidiebijdrage uit het evenementenbudget bedraagt maximaal 25% van de totale begroting van een evenement. De rest van de dekking van de begroting verkrijgt de organisatie uit eigen middelen of bv. fondsen, sponsoring, crowdfunding of horeca-inkomsten.

  • De hoogte van de subsidie is afhankelijk van de bijdrage die een evenement levert aan het bereiken van gemeentelijke doelen en niet van het gevraagde subsidiebedrag;

  • Subsidie uit het evenementenbudget kan o.a. worden ingezet voor de organisatie van evenementen die om het jaar plaatsvinden, zogenaamde biënnales.

  • Het college is bevoegd beargumenteerd af te wijken van de richtlijnen voor de maximale subsidiebijdrage en de hoogte van de subsidie.

  • Een subsidie uit het evenementenbudget bedraagt maximaal €40.000.

Artikel 3:Type subsidie

  • A.

    (Meer)jaarlijkse, periodieke subsidie

  • Dit zijn periodieke subsidies aan structureel terugkerende evenementen. Subsidies kunnen uiterlijk 1 oktober voorafgaande aan het jaar waarin het evenement of aanvraagperiode valt worden aangevraagd. Deze subsidievorm wordt in twee vormen uitgekeerd

  • A.1. Meerjaarlijkse subsidie

  • Om in aanmerking te kunnen komen voor een meerjarige subsidie moet de organisatie voldoen aan de volgende criteria:

    • a.

      Er zijn meer dan 4 edities geweest van het evenement.

    • b.

      De organisatie laat een financieel gezonde situatie zien over tenminste de voorgaande 4 jaren.

    • c.

      De organisatie kan aantonen dat deze voldoet aan de gemeentelijke richtlijnen voor het voeren van goed bestuur volgens de Code Cultural Governance (bijlage 2).

    • d.

      Er is een meerjarenplanning opgesteld voor het evenement.

    • e.

      Er is een voortdurende danwel stijgende lijn te zien in het slagen c.q. toenemend succes van het evenement.

  • A.2. Jaarlijkse subsidie

  • De structureel terugkerende evenementen die niet voldoen aan bovenstaande criteria vragen jaarlijks een subsidie aan.

  • B.

    Kortlopende (eenmalige) subsidies

    Dit zijn periodieke subsidies voor nieuwe evenementen of initiatieven in Delft. Incidentele subsidies kunnen in de periode van 1 januari t/m 31 december van dat jaar worden aangevraagd en minimaal 8 weken voorafgaand aan het evenement.

Artikel 4:Subsidieplafond

  • 1.

    Subsidieplafonds kunnen door de gemeenteraad zowel voor de (meer) jarige subsidies als voor de kortlopende subsidies worden vastgesteld.

Artikel 5: Verdeling subsidieplafond

  • 1.

    (Meer) jaarlijkse subsidies worden via een tenderprocedure beoordeeld en afgedaan.

  • 2.

    Kortlopende subsidies worden via ‘wie het eerst komt die het eerst maalt afgedaan.

Bijlage 2 Regeling voor Goed Bestuur in het kader van subsidies gemeente Delft 2019

Citeertitel: Regeling Goed Bestuur 2019

Inleiding.

De gemeente Delft hecht belang aan goed bestuurde organisaties en instellingen die subsidie van haar ontvangen. Goed bestuur draagt immers bij aan het realiseren van de doelstellingen waarvoor de subsidie wordt verstrekt.

De Governance Codes van de verschillende branches die de gemeente subsidieert zijn leidraad voor een goede kwaliteit bestuur, toezicht en verantwoording.

Delft vraagt aan de instellingen en organisaties ruime aandacht voor goed bestuur.

Invloed uitoefenen op dat bestuur kan de gemeente in mindere mate, maar de gemeente kan door eisen te stellen aan de kwaliteit van het bestuur bevorderen dat de instelling zich hierin sterk maakt.

Deze Delftse voorwaarden vormen de ondergrens van regels waaraan de subsidievragers- en

ontvangers moeten voldoen. Het opnemen van deze voorwaarden in de Statuten van de instelling of organisatie is een goede waarborg voor goed bestuur.

In deze voorwaarden maakt de gemeente onderscheid tussen rechtsvormen; de eisen van goed bestuur moeten immers aansluiten bij de rechtsvorm. Voor stichtingen, verenigingen en

rechtspersonen met winstoogmerk zijn er specifieke voorwaarden. Verenigingen kennen als extra borg de controle door de leden. Bij andere rechtsvormen is er veelal door het winstoogmerk uitsluitend een subsidieverlening voor specifieke activiteiten.

  • A.

    De Delftse voorwaarden voor verenigingen met een subsidie van ten hoogste 100.000 euro per jaar.

Samenstelling bestuur.

  • 1.

    Het bestuur bestaat uit ten minste drie personen waaronder een voorzitter, secretaris en penningmeester zodat onafhankelijke besluitvorming is verzekerd. De meerderheid van het bestuur is geen familie van elkaar in de 1e en de 2e graad.

  • 2.

    In de statuten en in het huishoudelijk reglement van de vereniging zijn waarborgen opgenomen voor goed bestuur.

  • 3.

    In de statuten en in het huishoudelijk reglement staat de zittingstermijn van bestuursleden en is geregeld hoe vaak een bestuurslid kan worden herbenoemd. In de statuten is ook bepaald dat en hoe de bestuursleden tussentijds van hun functie en taak kunnen worden ontheven in geval van onvoldoende functioneren.

  • 4.

    De vereniging meldt elke wijziging in de Statuten en in de samenstelling van het bestuur terstond aan de Kamer van Koophandel.

Transparantie, beheersing en verantwoording

  • 5.

    De vereniging zorgt middels gedragscodes en reglementen dat ongewenst gedrag en belangenverstrengeling worden voorkomen. Dit geldt voor de bestuursleden, voor medewerkers en voor vrijwilligers. Het bestuur is verantwoordelijk voor een passende regeling.

  • 6.

    In de statuten is bepaald dat binnen een bepaalde termijn na afloop van elk boekjaar het jaarverslag van het afgelopen jaar wordt vastgesteld door het bevoegde orgaan. De betreffende termijn past bij de vereniging doch deze bedraagt ten hoogste negen maanden.

  • 7.

    De vereniging informeert bij verwezenlijking van risico’s en/of in geval problemen die van invloed kunnen zijn op de subsidie(relatie) terstond de Gemeente Delft.

  • B.

    De Delftse voorwaarden voor verenigingen met een subsidie hoger dan 100.000 euro per jaar en voor alle Stichtingen.

Samenstelling bestuur.

  • 1.

    Het bestuur bestaat uit ten minste drie personen waaronder een voorzitter, secretaris en penningmeester zodat onafhankelijke besluitvorming is verzekerd. De meerderheid van het bestuur is geen familie van elkaar in de 1e en de 2e graad.

  • 2.

    In de statuten en in het huishoudelijk reglement van de vereniging zijn waarborgen opgenomen voor goed bestuur.

  • 3.

    In een profielschets staat welke kwaliteiten van (nieuwe) bestuursleden belangrijk zijn. Deze schets wordt opgesteld door het orgaan dat besluit over de benoeming van de bestuursleden.

  • 4.

    In de statuten en in het huishoudelijk reglement staat de zittingstermijn van bestuursleden en is geregeld hoe vaak een bestuurslid kan worden herbenoemd. In de statuten is ook bepaald dat en hoe de bestuursleden tussentijds van hun functie en taak kunnen worden ontheven in geval van onvoldoende functioneren.

  • 5.

    De organisatie neemt in het jaarverslag de relevante nevenfuncties van de bestuursleden, indien van toepassing van de directieleden op. Nevenfuncties zijn relevant als deze tot (de schijn van) belangenverstrengeling kunnen leiden.

  • 6.

    De vereniging of Stichting meldt elke wijziging in de Statuten en in de samenstelling van het bestuur terstond aan de Kamer van Koophandel.

Transparantie, beheersing en verantwoording.

  • 1.

    De organisatie is transparant in haar doelen, werkwijze, verantwoording en de toekenning van vergoedingen.

  • 2.

    De organisatie heeft heldere regels voor het voorkomen van belangenverstrengeling en voor het vermijden van ongewenst gedrag van alle betrokkenen bij het uitvoeren van haar activiteiten.

  • 3.

    Subsidiemiddelen mogen uitsluitend worden aangewend ten behoeve van het doel waarvoor ze zijn verleend. De organisatie zorgt voor een daarbij passende administratie. Wanneer subsidiemiddelen worden aangewend ten behoeve van werkzaamheden of activiteiten door derden, handelt de organisatie volgens standaardprocedures gerelateerd aan drempelbedragen.

  • 4.

    De organisatie draagt zorg voor een efficiënte en effectieve organisatie en voor een evenwichtig stelsel van intern en extern toezicht en verantwoording.

  • 5.

    De organisatie wijzigt bij elke wijziging in de samenstelling van haar bestuurders terstond de inschrijving bij de Kamer van Koophandel.

  • 6.

    De organisatie informeert bij verwezenlijking van risico’s en/of in geval problemen die van invloed kunnen zijn op de subsidie(relatie) terstond de Gemeente Delft.

VERKLARING GOED BESTUUR

in kader van Algemene Subsidieverordening Gemeente Delft en de bijbehorende Subsidieregeling (steeds de actuele versie daarvan).

Vraagt uw organisatie/instelling/stichting subsidie aan bij de Gemeente Delft?

In dat geval moet de aanvrager voldoen aan de “Delftse Voorwaarden voor goed bestuur in het kader van subsidies”.

Als de aanvrager meer dan 500.000 euro per jaar aan inkomsten heeft of wanneer de branche waarin aanvrager opereert een eigen Code of Governance heeft, gelden de voorwaarden van die Code.

Wij hechten er aan dat u bevestigt dat uw organisatie ook voldoet aan de Delftse voorwaarden.

In deze verklaring geeft u aan of en zo ja hoe de organisatie voldoet aan de eisen voor goed bestuur. De verklaring wordt ondertekend door één of meerdere bevoegde bestuurders.

U stuurt deze verklaring mee met de subsidieaanvraag. Voldoet u aan de eisen? Dan hoeft u bij een volgende aanvraag in beginsel niet opnieuw een verklaring mee te sturen. In elk geval moet dat wel wanneer er iets wijzigt in uw organisatie zoals een verandering van bestuurders of van wezenlijke bedrijfsvoering e.d.

Naam aanvrager:

  • 1.

    Is uw organisatie een stichting, vereniging, vennootschap, enz.?

  • Zo ja, ga door naar vraag Zo nee, ga door naar vraag 6.

  • 2.

    Heeft uw organisatie, inclusief de te verkrijgen subsidie, 500.000 euro of meer aan inkomsten per jaar? Zo ja, ga door naar vraag 3. Zo nee, ga door naar vraag 6.

  • 3.

    Onder welke branche valt uw organisatie?

  • 4.

    Hanteert uw branche een Governance Code?

  • Zo ja, ga door naar vraag 5. Zo nee, ga door naar vraag 6.

  • 5.

    Voldoet uw organisatie aan alle eisen gesteld in de genoemde Code? Zo ja, dan kunt u deze verklaring ondertekenen. Zo nee, ga door naar vraag 7.

  • 6.

    Voldoet uw organisatie aan alle eisen gesteld in de “Delftse Voorwaarden voor goed bestuur in het kader van subsidies”? Zo ja, dan kunt u deze verklaring ondertekenen. Zo nee, ga door naar vraag 7.

  • 7.

    Aan welke eisen kan uw organisatie niet voldoen en wanneer kan deze dat wel? Beschrijft u dat hieronder waarna u de verklaring ondertekent.

Hierbij verklaar ik dat ik deze verklaring naar waarheid en volledig heb ingevuld en dat ik bevoegd ben om namens de organisatie, …………………………………., deze verklaring te ondertekenen. Het is mij bekend dat de betreffende subsidie kan worden geweigerd, gewijzigd, ingetrokken en teruggevorderd als de organisatie niet of niet langer voldoet aan de hierboven genoemde eisen gesteld aan goed bestuur (incl. die opgenomen in de Governance Code van de betreffende branche).

Plaats:

Datum:

Naam:

Functie:

Handtekening:

Algemene toelichting Subsidieregeling Gemeente Delft 2020.

Aanleiding subsidieregeling.

Artikel 3 van de ASV 2018 geeft het college van burgemeester en wethouders (college) de bevoegdheid nadere regels vast te stellen waarin wordt geregeld welke activiteiten subsidiabel zijn, wie subsidie kunnen krijgen, welke verplichtingen gelden voor de subsidieontvanger, hoe de hoogte van de subsidiebedragen wordt berekend en hoe de subsidie wordt betaald. Deze bevoegdheid is nieuw en heeft tot gevolg dat de bestaande beleidsregels moeten worden vervangen door nadere regels, ook wel subsidieregelingen.

De Subsidieregeling 2020 bevat concreet de vervanging van de Subsidieregeling “Prestatie en Stimuleringssubsidies 2019”.

De Algemene wet bestuursrecht eist dat in een wettelijk voorschrift zoals een bepaling in een verordening of subsidieregeling, wordt omschreven voor welke activiteiten subsidie kan worden verleend (artikel 4:23, eerste lid). Daar is in de Subsidieregeling aandacht aan besteed en zijn wijzigingen aangebracht.

Ook is preciezer omschreven welke procedure wordt gevolgd bij het behandelen van subsidieaanvragen.

Een subsidieregeling bevat algemeen verbindende voorschriften en heeft als voordeel ten opzichte van beleidsregels dat er verplichtingen voor de aanvragers en ontvangers in kunnen worden opgenomen. Daarnaast kunnen ze zo nodig snel worden gewijzigd omdat het college het bevoegde bestuursorgaan is.

Verhouding tot ASV.

De Subsidieregeling is gebaseerd op artikel 3, tweede lid, van de ASV 2018. De ASV 2018 is van toepassing op de subsidies die op grond van de Subsidieregeling worden verleend. De ASV 2018 stelt bijvoorbeeld eisen aan de indiening van aanvragen en beslistermijnen. Die eisen zijn dus niet opgenomen in de Subsidieregeling tenzij er in de regeling vanaf wordt geweken. Dat mag alleen wanneer de ASV 2018 die mogelijkheid biedt.

Opzet regeling in hoofdlijnen.

De subsidieregeling bestaat uit 5 hoofdstukken:

  • 1.

    Algemeen

  • 2.

    Periodieke of (meer)jaarlijkse subsidie

  • 3.

    Eénmalige kortlopende subsidie

  • 4.

    Overige subsidies

  • 5.

    Slotbepalingen

Het zwaartepunt ligt bij de subsidies.

Subsidies per boekjaar worden verleend voor activiteiten die bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van de programma’s:

  • -

    Schone en veilige stad

  • -

    Sterk en sociaal

  • -

    Solide maatschappelijke basis

  • -

    Economische zelfstandigheid

  • -

    Stad in bedrijf

  • -

    Stad en bestuur

Het kan hier gaan om voortdurende activiteiten waarvoor een subsidie per jaar wordt verstrekt en voor activiteiten die al dan niet jaarlijks terugkeren.

Wanneer een subsidie wordt toegekend, wil dat niet zeggen dat de subsidie volgende keer weer, ‘klakkeloos’, toegekend wordt. Wanneer een subsidierelatie van drie jaar of langer voor min of meer dezelfde activiteiten wordt beëindigd, wordt overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht een redelijke termijn gegeven om in te kunnen spelen op het beëindigingsbesluit. Dat betekent dat partijen de gelegenheid krijgen hun verplichtingen als opzegtermijnen, na te kunnen leven.

Eénmalig kortlopende subsidies worden alleen verleend voor incidentele activiteiten en de uitvoering van projecten die bijdragen aan de doelstellingen van het relevante programma.

Het subsidiebedrag voor deze activiteiten is maximaal € 20.000,-.

Het kan voorkomen dat een aanvrager op grond van de regeling zowel in aanmerking komt voor een subsidie voor een boekjaar als voor een kortlopende subsidie.

Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk 1 Algemeen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Subsidieplafond: hier is de wettelijke definitie vermeld (artikel 4:22 Awb).

Hoofdstuk 2 Periodieke of (meer)jaarlijkse subsidie

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

Periodieke of (meer)jaarlijkse subsidies worden verleend voor activiteiten die het hele jaar (boekjaar) door plaatsvinden en voor kortdurende activiteiten die jaarlijks terugkeren.

Het subsidiebedrag wordt bepaald aan de hand van de nagestreefde resultaten die worden geleverd. In de van deze Regeling deel uitmakende Bijlage I zijn de activiteiten/criteria betreffende de Beleidsdoelstelling ‘Evenementen’ opgenomen. Dit format kan ook worden toegepast bij de toetsing van de aanvragen en bij de besteding en controle van overige subsidies.

Artikel 3 Subsidieontvanger

Alleen rechtspersonen zonder winstoogmerk kunnen een subsidie krijgen: verenigingen en stichtingen. Bij uitzondering kunnen ook andere rechtspersonen een subsidie ontvangen.

Artikel 4 Criteria subsidies

Wanneer vast staat dat een aanvraag is ingediend voor een activiteit die subsidiabel is, wordt beoordeeld of ook aan de andere voorwaarden voor subsidie is voldaan:

  • a.

    de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd moeten passen in één van de doelstellingen van de (de Gemeenteraad) voor Delft vastgestelde verbindende opgaven;

  • b.

    de aanvraag moet kostenefficiënt zijn. Kost een activiteit naar verhouding veel geld, dan wordt de aanvraag geweigerd. Wanneer de activiteit naar het oordeel van het college met minder geld dan aangevraagd kan worden uitgevoerd, dan wordt de subsidie verleend tot het bedrag dat naar het oordeel van het college maximaal nodig is en voor het overige geweigerd;

  • c.

    de aanvrager moet over voldoende deskundigheid beschikken om de activiteit goed uit te kunnen voeren;

  • d.

    er moet sprake zijn van goed bestuur waartoe een separate Verklaring Goed Bestuur (bijlage 2) dient; Branche-eigen Governance Codes met hun onderscheiden Goed-bestuur-verklaringen zijn in dezen leidend. Bij afwezigheid hiervan wordt het Delftse model toegepast.

  • e.

    er is sprake van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

  • f.

    de aanvrager werkt samen met andere partijen in de gemeente en neemt deel aan het Delftse netwerk. Voor zover nog niet wordt samengewerkt of wordt deelgenomen aan het Delftse netwerk, moet uit de aanvraag blijken dat samenwerking en deelname plaats zal vinden vanaf het tijdvak waarvoor de subsidie wordt verleend of vanaf de start van de incidentele activiteit / het project.

  • g.

    de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd bevat bij voorkeur vernieuwende elementen die aantoonbaar bijdragen aan de gemeentelijke doelstellingen.

Nieuw is dat kenmerkende organisatie-eigen activiteiten (bijv. een jaarlijks slottoernooi op een voetbalvereniging) niet kunnen worden gesubsidieerd middels een prestatiesubsidie.

Het college beoordeelt of een aanvraag voldoet aan de criteria. Beoordeelt het college de aanvraag als onvoldoende op één van de criteria, dan wordt de subsidie geweigerd.

Artikel 5 Verdeelregels

Als een subsidieplafond is vastgesteld moet een subsidie worden geweigerd wanneer verstrekking zou leiden tot overschrijding van het plafond. Het subsidieplafond is het bedrag dat in een bepaald subsidietijdvak maximaal beschikbaar is voor het verstrekken van subsidies op grond van een wettelijk voorschrift (zoals de Subsidieregeling) voor een bepaalde activiteit. Vaak wordt een subsidieplafond voor een jaar vastgesteld maar het tijdvak kan ook korter of langer zijn.

De gemeenteraad van Delft is bevoegd de subsidieplafonds vast te stellen (artikel 5, eerste lid, ASV 2018). Als een subsidieplafond is vastgesteld en er zou meer subsidie moeten worden verleend dan beschikbaar is, moet het geld op een bepaalde manier worden verdeeld. Het college is bevoegd de verdeelregels vast te stellen en doet dat met deze regeling die recht doen aan de praktijk en die in overeenstemming zijn met de rechtspraak.

Als voor een bepaalde activiteit een subsidieplafond is vastgesteld én toekenning van de aanvragen ie aan alle subsidievoorwaarden voldoen zou leiden tot overschrijding van het plafond, dan vergelijkt het college de aanvragen en plaatst ze op volgorde van ‘geschiktheid’. De aanvraag die het beste voldoet aan de criteria komt bovenaan te staan, de aanvraag die het minst voldoet eindigt onderaan.

De bijbehorende procedure wordt tijdig voorafgaand aan de toepassing van de verdeelsleutel bekend gemaakt.

De criteria waaraan wordt getoetst en aan de hand waarvan de volgorde wordt gemaakt, zijn dezelfde criteria die het college in artikel 4 hanteert om de te beoordelen of een aanvraag in voldoende mate aan de criteria voldoet en dus van ‘voldoende kwaliteit’ is. Alle criteria tellen even zwaar mee tenzij daar bij individuele subsidieuitvraag van wordt afgeweken. Eindigen aanvragen op een gelijke plaats en zou verlening van die aanvragen leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, dan wordt geloot om de volgorde van die aanvragen te bepalen.

Het kan voorkomen dat het laatste geld dat beschikbaar is niet voldoende is om een subsidieaanvraag volledig toe te kennen. Als het college vindt dat het bedrag te laag is om de activiteiten uit te voeren, dan wordt de subsidie geweigerd. Alleen wanneer het college het aannemelijk vindt dat de activiteit met het beschikbare restbedrag zal en kan worden uitgevoerd, verleent het de subsidie.

Uiteraard zijn in deze regeling opgenomen de drie binnen de gemeente toegepaste verdeelsleutels; de in casu toe te passen sleutel wordt steeds tijdig bekend gemaakt aan de aanvrager(s) van subsidie(s).

Artikel 6 Bekendmaking te volgen procedure

Of een procedure wordt gevolgd waarbij de aanvragen op volgorde worden geplaatst, maakt het college uiterlijke acht weken voorafgaand aan de uiterste indieningsdatum van de aanvragen bekend in het digitale Gemeenteblad. Ook wordt het bericht geplaatst op www.delft.nl en in de Stadskrant.

Daarbij wordt aangegeven voor welke activiteiten de procedure geldt, wat het aantal punten is dat maximaal kan worden toegekend en hoe ze worden verdeeld.

Artikel 7 Penvoerder

Heeft het college de procedure gevolgd waarbij de aanvragen in volgorde worden geplaatst van meest geschikt naar minst geschikt, dan is het mogelijk als samenwerkingsverband van meerdere organisaties een subsidieaanvraag in te dienen. Voorwaarde daarbij is dat één van de samenwerkende partijen optreedt als penvoerder en als zodanig de subsidie aanvraagt en ontvangt. Dat betekent dat de penvoerder wordt aangemerkt als subsidieontvanger en de subsidie krijgt. De penvoerder is ook degene die wordt aangesproken wanneer activiteiten niet worden uitgevoerd of verplichtingen niet worden nageleefd. Ook wanneer dat wordt veroorzaakt door één van de andere partijen. Onderling moeten de partijen daarom goed regelen hoe zijn met dergelijke situaties willen omgaan.

Artikel 8 Weigering onvolledige aanvraag procedure verdeling op volgorde

Als aanvragen met elkaar worden vergeleken, moet het college er voor zorgen dat alle aanvragers gelijk worden behandeld. Het college mag dus niet met de ene aanvrager om de tafel gaan zitten om de aanvraag voor te bespreken en met de andere niet. Ook geldt bij dit soort procedures dat gegevens die na de uiterste indieningsdatum worden ingeleverd niet bij de behandeling van de aanvraag mogen worden betrokken. Tijd is tijd: de ene aanvrager mag niet langer de tijd hebben zijn aanvraag in te dienen dan de ander.

Om onvolledige aanvragen zoveel mogelijk te voorkomen is geregeld dat de aanvragen die tenminste twee weken voor de uiterste indieningsdatum ontvangen zijn, worden beoordeeld op volledigheid.

Is de aanvraag niet volledig dan krijgt de aanvrager de gelegenheid de ontbrekende gegevens alsnog in te dienen. Dat moet hij dan wel nog steeds vóór de uiterste indieningsdatum doen. Is de aanvraag na aanvulling van de gegevens nog steeds onvolledig, dan zal deze op grond van artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling worden gelaten. Aanvragen die korter dan twee weken van tevoren zijn ingediend en onvolledig zijn, worden (logischerwijs) geweigerd.

Artikel 9 Social return

In beginsel zijn de ontvangers van een periodieke of (meer)jaarlijkse subsidie van meer dan € 100.000,- verplicht 5% van het subsidiebedrag te besteden aan social return: het inzetten van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt bij het uitvoeren van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt ontvangen.

Doel van de verplichting is deze mensen meer kansen op (vast) werk te bieden. Doelgroepen zijn bijvoorbeeld jongeren met een beperking, langdurig werklozen en leerlingen van een beroepsopleiding. Het kan zijn dat een subsidieontvanger meer of betere mogelijkheden ziet om dit doel langs andere weg te bereiken, bijvoorbeeld door af te spreken dat hij leveranciers zal betrekken die met de doelgroep werken. Wanneer het college van mening is dat het doel van de verplichting ook op die manier kan worden bereikt, kan het een andere verplichting opleggen. Er kan ook sprake zijn van een situatie waarin het opleggen van de verplichting tot social return niet past. In dat geval kan het college besluiten de verplichting niet op te leggen.

Artikel 12 Vergoeding voor vermogensvorming 4:41 Awb

De grote instellingen die per boekjaar of meerdere boekjaren een subsidie ontvangen, worden soms in staat gesteld een reserve op te bouwen om tegenvallers in de toekomst op te kunnen vangen. Het college wil dit vermogen onder omstandigheden terug kunnen vorderen. Bijvoorbeeld wanneer de instelling haar activiteiten staakt. Artikel 4:41 van de Algemene wet bestuursrecht staat het terugvorderen van met subsidie opgebouwd vermogen toe, wanneer dit in een subsidieverordening of subsidieregeling is geregeld. Dat is de reden waarom het artikel is opgenomen. De situaties waarin een vergoeding verschuldigd is aan het college zijn opgenomen in het tweede lid an artikel 4:41:

  • a.

    de subsidie-ontvanger vervreemdt of bezwaard voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen vervreemdt of wijzigt de bestemming daarvan;

  • b.

    de subsidie-ontvanger ontvangt een schadevergoeding voor verlies of beschadiging van voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen;

  • c.

    de gesubsidieerde activiteiten worden geheel of gedeeltelijk beëindigd;

  • d.

    de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd, of

  • e.

    de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden.

De vergoeding wordt vastgesteld binnen een jaar nadat het college op de hoogte is gekomen of kon zijn van de gebeurtenis die het recht op vergoeding deed ontstaan, en in ieder geval binnen vijf jaren na de bekendmaking van de laatste beschikking tot subsidievaststelling.

Artikel 12a Meerjarige subsidies

Het is wenselijk een separate regeling op te nemen en aanzien van meerjarige subsidies.

Dit schept helderheid en biedt nadere duiding inzake langer durende subsidierelaties.

Wat betreft het subsidiëren van evenementen is omwille van de duidelijkheid bijpassend aanvullend modeltoetsingskader separaat opgenomen in Bijlage 1.

Hoofdstuk 3 Eénmalige kortlopende subsidie

Het college verleent een éénmalige kortlopende subsidie voor een incidentele activiteit of een project met de bedoeling die activiteit of dat project te ondersteunen. Wanneer de subsidie toegekend wordt wil dat niet zeggen dat ook de volgende keer weer subsidie wordt verstrekt. Uitgangspunten van een éénmalige kortlopende subsidie zijn namelijk ‘eenmaligheid’ en ‘vernieuwing’. Van deze uitgangspunten kan echter worden afgeweken indien het initiatief zonder subsidie van de gemeente niet behouden kan blijven voor de stad of als het gaat om structurele subsidie-activiteiten die van belang zijn voor de stad maar die geen vernieuwende elementen bevatten. Concreet betekent dit dat de éénmalige kortlopende subsidie vaker kan worden verstrekt; dit is echter, juist gezien het karakter ervan, de uitzondering op de regel.

Ook verstrekt de gemeente subsidie aan organisaties om sterker te worden zodat ze minder

afhankelijk worden van gemeentelijke subsidie en de activiteit in het vervolg zonder steun van de gemeente uit kunnen voeren. Aanvragen worden daarom mede beoordeeld op de wijze waarop de continuïteit van de activiteit zonder dat daarvoor subsidie nodig is, geborgd is.

Artikel 13 Subsidiabele activiteiten

Het subsidiebudget voor éénmalige kortlopende subsidies is bedoeld voor activiteiten en projecten door organisaties en (groepen) burgers die bijdragen aan de gemeentelijke doelstellingen. Beide pijlers hebben te maken met de onderwerpen participatie, eigen en gezamenlijke kracht, zelfredzaamheid, sociaal klimaat, veiligheid, educatie, cultuur, sport, (sociale) innovatie, duurzaamheid en milieu. Deze onderwerpen zijn vertaald in een aantal doelstellingen:

1. Participatie van inwoners van Delft bevorderen

In onze participatiesamenleving is het van belang dat Delftenaren aan het werk zijn en/of sociaal maatschappelijk actief. We verwachten dat iedereen een steentje bijdraagt aan de samenleving, natuurlijk naar vermogen. We ondersteunen dan ook graag activiteiten en projecten die sociaal meedoen, actief burgerschap en vrijwilligerswerk stimuleren.

2. Eigen en gezamenlijke kracht van Delftenaren bevorderen

Het grootste deel van de Delftenaren kan zich prima zelf redden. Voor een klein deel van de Delftenaren is eigen kracht en zelfredzaamheid echter niet vanzelfsprekend. Hiervoor kunnen allerlei redenen zijn. Vaak staan deze mensen niet in hun eigen kracht en/of missen zij een sociaal netwerk.

Daarom verstrekt de gemeente subsidies aan activiteiten/initiatieven/projecten:

  • -

    die de eigen kracht en gezamenlijke kracht van Delftenaren vergroten (zoals wegwerken van taalachterstanden, wegwerken van schulden, armoedebestrijding, belangenbehartiging en voorlichting, activiteiten die talentontwikkeling bevorderen, cultuur- en sportparticipatie);

  • -

    die ervoor zorgen dat mensen niet in een kwetsbare situatie terecht komen (preventie);

  • -

    die ervoor zorgen dat de voorzieningen voor iedereen toegankelijk zijn (bijvoorbeeld zorgvoorzieningen en vrije tijdsvoorzieningen);

  • -

    die gericht zijn op gezond leven (zoals bewegen, sport en gezonde voeding).

3. Sociaal klimaat en veiligheid bevorderen

Delft streeft naar een leefbare, veilige stad met een goed sociaal klimaat, waar de verschillende culturen op een respectvolle manier met elkaar omgaan. Extra aandacht is er voor het verbeteren van bepaalde wijken in het kader van de wijkversterking.

De gemeente verstrekt subsidie aan activiteiten/initiatieven/projecten die het sociale klimaat in de wijk of de stad bevorderen (bijvoorbeeld ontmoetingsactiviteiten, activiteiten gericht op preventie van overlast en criminaliteit, jongerenparticipatie).

4. Duurzaamheid en Delfts milieu bevorderen

De gemeente wil graag dat Delft een leefbare en duurzame stad is. Daarom willen we organisaties en inwoners stimuleren om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor duurzaam gedrag en voor het milieu.

De gemeente verstrekt subsidie aan activiteiten/initiatieven/projecten:

  • -

    die bijdragen aan verbetering van het Delftse milieu of die uitstralingseffecten op het gebied van duurzaamheid hebben (denk aan gedragsverbetering, gedragsverandering of kennisoverdracht);

  • -

    die bijdragen aan een duurzaam en energieneutraal Delft;

  • -

    die milieuvriendelijk gedrag stimuleren;

  • -

    die informatie uitwisseling, educatie en dialoog op het gebied van duurzaamheid en milieu stimuleren (bijvoorbeeld natuureducatie).

Naast deze doelstellingen kan er ook subsidie worden aangevraagd voor activiteiten die de eigen organisatie versterken, zodat organisaties en (groepen) burgers meer zelfredzaam kunnen worden.

Artikel 14 Subsidieontvanger

Eénmalige kortlopende subsidies worden zowel aan rechtspersonen als aan natuurlijke personen verstrekt. Daarmee wordt het mogelijk gemaakt dat initiatieven vanuit de inwoners kunnen worden gesubsidieerd. Voor zover rechtspersonen met een winstoogmerk een subsidie aanvragen kunnen zij die alleen krijgen wanneer de activiteit niet winstgevend wordt uitgevoerd.

Artikel 15 Criteria éénmalige kortlopende subsidie

Er zijn acht criteria geformuleerd op basis waarvan subsidieaanvragen worden beoordeeld. Vindt het college dat onvoldoende wordt voldaan aan één of meer criteria, dan wordt de subsidie geweigerd. De criteria zijn voor een deel dezelfde als de criteria die gelden voor de Periodieke (meer)jaarlijkse subsidies (artikel 4, eerste lid onder a,b,c,f en g). Daarnaast wordt de mate waarin de continuïteit van de activiteit is geborgd en of innovatie wordt bevorderd getoetst.

Om voldoende te worden beoordeeld op het onderdeel co-financiering moeten de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, minimaal voor 25% worden gefinancierd (in geld of natura) door de aanvrager of derden. De criteria hebben een gelijk gewicht .

Artikel 17 Verdeelregels éénmalige kortlopende subsidies

Voor de éénmalige kortlopende subsidie kan de gemeenteraad één of meer subsidieplafonds vaststellen. Deze plafonds worden verdeeld door de aanvragen te vergelijken en in een volgorde te plaatsen waarbij de aanvraag die het best voldoet aan de criteria bovenaan staat en de aanvraag die het minst voldoet onderaan.

Een activiteit heeft de voorkeur wanneer:

  • a.

    meer met andere partijen wordt samengewerkt.

  • Vanuit de gedachte dat je samen sterker staat, wil het college samenwerking en verbindingen

  • tussen burgers en organisaties (groepen) burgers stimuleren. Bijvoorbeeld een migrantenorganisatie die samen met een zorginstelling werkt aan het meer toegankelijk maken van de zorg voor een doelgroep die minder goed bereikt wordt.

  • b.

    deze bijdraagt aan het realiseren van meerdere doelstellingen.

  • Bijvoorbeeld een culturele activiteit die de eigen kracht van jongeren versterkt en tegelijkertijd ook innovatief is en waarmee creativiteit/talenten van jongeren ontwikkelt worden, heeft de voorkeur boven een eenmalige schildercursus.

  • c.

    sprake is van een maatschappelijk verantwoorde activiteit en gewerkt wordt met de inzet van vrijwilligers. Van subsidiepartners wordt verwacht dat zij een maatschappelijke rol op zich nemen. Dit kan bijvoorbeeld door hun activiteiten te richten op het versterken van eigen kracht van meer kwetsbaren of door maatschappelijk verantwoord te verenigen. Het college kan organisaties ondersteunen om die maatschappelijke rol op te pakken.

  • d.

    sprake is van cofinanciering.

  • De gemeente wil initiatieven ondersteunen. Tegelijkertijd wil ze niet dat partijen volledig afhankelijk zijn van de subsidie. Door co-financiering te vragen wordt van subsidieaanvragers verlangd te onderzoeken wat zij zelf kunnen financieren en wat zij via andere geldstromen kunnen aanboren. Uren die vrijwilligers ten behoeve van de activiteit of het project (zullen) maken kunnen ook worden opgevoerd als co-financiering.

  • e.

    deze vernieuwende elementen bevat die bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen.

  • De gemeente wil graag vernieuwende activiteiten en projecten stimuleren. Zowel organisaties als (groepen) burgers kunnen een stimuleringssubsidie aanvragen.

Artikel 18 Indiening aanvraag en beslistermijn

De éénmalige kortlopende subsidies kunnen het hele jaar door worden aangevraagd. Beoordeling van de aanvragen vinden maandelijks, in de eerste week van iedere maand, plaats. Aanvragen die volledig zijn en uiterlijk de 15e van de voorafgaande maand zijn ontvangen worden in de eerstvolgende beoordelingsronde meegenomen.

Dus aanvragen die voor 15 juni zijn ontvangen en volledig zijn worden in juli beoordeeld. Volledige aanvragen die na 15 juni zijn ontvangen of aangevuld worden in de ronde van augustus meegenomen.

Artikel 19 Doorschuiven naar volgende ronde

Aangezien de aanvragen om een éénmalige kortlopende subsidie het hele jaar door kunnen worden ingediend, bestaat er geen bezwaar tegen een aanvraag die aan de subsidievoorwaarden voldoet door te schuiven naar een volgende ronde wanneer deze eigenlijk zou moeten worden afgewezen vanwege overschrijding van het subsidieplafond. Doorschuiven vindt alleen plaats wanneer het tijdstip van de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd of de start van die activiteit, ligt na het tijdstip waarop het besluit op de aanvraag wordt genomen. Een aanvraag wordt maximaal één keer doorgeschoven. Het college stelt de aanvrager hiervan op de hoogte.

Hoofdstuk 4 Overige subsidies

Artikel 20 Straatfeesten

Straatfeesten bevorderen het contact tussen de bewoners. Voor het organiseren ervan kunnen de bewoners maximaal één keer per jaar een subsidie ontvangen. Gaat het om een lange straat van meer dan 750 meter lengte, dan kan meer dan één subsidie worden verstrekt.

De subsidie wordt verleend aan één van de organisatoren die tevens in de betrokken straat woont. Alle bewoners van de straat moeten worden uitgenodigd. De subsidie is maximaal € 250,- en niet bedoeld voor de kosten om het feest te kunnen houden, zoals de huur van meubilair, glazen en bestek. De kosten van eten en drinken subsidieert het college niet.

De subsidie kan digitaal worden aangevraagd. De beslissing volgt na het digitaal indienen

onmiddellijk, ook digitaal.

Artikel 21 Oud papier en (plastic) zwerfafval.

Organisaties die oud papier en/of zwerfafval inzamelen en die met dat inzamelen niet het doel hebben winst te maken, kunnen daarvoor een subsidie ontvangen: scholen, verenigingen en andere organisaties die werkzaam zijn in het algemeen belang. De organisaties mogen niet huis-aan-huis-inzamelen. Dat is voorbehouden aan het afvalbedrijf dat door de gemeente is aangewezen. Er mag alleen ter plaatse van de organisatie worden ingezameld, dus bijvoorbeeld in het clubhuis van de sportvereniging. De subsidieontvanger is vervolgens verplicht het ingezamelde oud papier e/o zwerfafval aan te bieden bij het bedrijf dat door de gemeente is ingeschakeld voor de afvalinzameling.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 22 Slotbepalingen

Mede gezien het moment van wijzigen van deze regeling in relatie tot de jaarlijkse uiterste datum van indienen van subsidieaanvragen te weten 1 oktober van elk kalenderjaar, is het gewenst het optimale regime voor aanvragers te borgen. Dat wordt bereikt met dit artikel in het bijzonder middels het derde lid ervan. De inhoud van Bijlage 1 - die deel uit maakt van deze regeling - geldt als actief toetsingskader voor Evenementen.