NOTA INZAKE HET INTREKKEN VAN VERLEENDE OMGEVINGSVERGUNNINGEN VOOR BOUWWERKEN / GEBOUWEN DIE NIET GEREALISEERD ZIJN

Geldend van 01-02-2020 t/m heden

Intitulé

NOTA INZAKE HET INTREKKEN VAN VERLEENDE OMGEVINGSVERGUNNINGEN VOOR BOUWWERKEN / GEBOUWEN DIE NIET GEREALISEERD ZIJN

De gemeente Bernheze verleent jaarlijks vele omgevingsvergunningen voor de activiteit ‘bouw’. De meeste bouwwerken/gebouwen worden ook vrij snel gerealiseerd nadat de omgevingsvergunning is verleend. Het komt echter ook voor dat de vergunninghouder geen gebruik maakt van de omgevingsvergunning. Deze nota gaat over de vraag hoe lang een omgevingsvergunning in stand kan blijven.

Wettelijke basis

Op grond van artikel 2.33 lid 2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kan een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouw’ geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken indien gedurende 26 weken geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning.

Waarom intrekken?

Het is om de volgende redenen ongewenst om omgevingsvergunningen onbeperkt in stand te laten:

1. Wetgeving en inzichten kunnen wijzigen. Zo kan er een nieuwe visie komen wat er waar kan worden gebouwd. Ook kunnen er andere regels worden vastgesteld voor het bouwen.

2. Het telkens opnieuw inspecteren van percelen waarop een omgevingsvergunning rust legt een onevenredig beslag op de capaciteit van de toezichthouders.

Wanneer intrekken?

Een vergunning voor de activiteit ‘bouw’ wordt ingetrokken indien er binnen één jaar na onherroepelijk worden van de vergunning geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning. Wanneer er een vergunning is verleend voor de activiteiten ‘bouw’ en ‘milieu’ gezamenlijk wordt deze ingetrokken indien er binnen drie jaar na onherroepelijk worden van de vergunning geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning.

Een vergunning wordt daarnaast ingetrokken wanneer de bouwwerkzaamheden zijn gestart maar er daarna gedurende een periode van 26 weken geen verdere bouwactiviteiten plaatsvinden.

Procedure tot intrekking

De procedure tot intrekking van een vergunning volgt de procedure van verlening van de vergunning. Wanneer voor verlening van de omgevingsvergunning de uitgebreide voorbereidingsprocedure is gevolgd, moet deze ook voor de intrekking van de vergunning gevolgd worden.

Reguliere procedure

Wanneer binnen één jaar na afgifte van een reguliere omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouw’ niet gestart is met de bouwwerkzaamheden ontvangt de vergunninghouder een brief waarin het voornemen tot intrekking van de omgevingsvergunning wordt meegedeeld.

Voordat het besluit wordt genomen, wordt de vergunninghouder op grond van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze over dit voorgenomen besluit naar voren te brengen. Hiervoor wordt een termijn van 6 weken gegeven.

Met afweging van een eventuele zienswijze wordt een besluit genomen waartegen bezwaar kan worden gemaakt bij het college van burgemeester en wethouders.

Uitgebreide procedure

In het geval van de uitgebreide voorbereidingsprocedure wordt een ontwerpbesluit tot intrekking van de omgevingsvergunning tevens gepubliceerd, waarna binnen zes weken een zienswijze kan worden ingediend.

Met afweging van een eventuele zienswijze wordt een besluit genomen waartegen beroep kan worden ingesteld bij de Rechtbank.

Wanneer verlenging?

Van de bevoegdheid tot intrekking van de omgevingsvergunning wordt geen gebruik gemaakt als vergunninghouder met concrete stukken en/of documenten aantoont dat binnen acht weken na het bekendmaken van het voornemen tot intrekking van de vergunning wordt gestart/herstart met de bouwwerkzaamheden. Als binnen de gestelde termijn niet wordt gestart/herstart wordt de omgevingsvergunning alsnog ingetrokken.

Vastgesteld door het college van burgemeester en

Wethouders van de gemeente Bernheze

op 21 januari 2020

Ondertekening