Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR642976
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR642976/8
Verordening maatschappelijke ondersteuning Goeree-Overflakkee 2020
Geldend van 22-07-2026 t/m heden
Intitulé
Verordening maatschappelijke ondersteuning Goeree-Overflakkee 2020De raad van de gemeente Goeree-Overflakkee;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 juni 2020;
overwegende dat burgers een eigen verantwoordelijkheid dragen voor de wijze waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk leven;
dat van burgers verwacht mag worden dat zij elkaar daarin naar vermogen bijstaan;
dat burgers die zelf dan wel samen met personen in hun omgeving onvoldoende zelfredzaam zijn of onvoldoende in staat zijn tot participatie, een beroep moeten kunnen doen op ondersteuning door de gemeente, zodat zij zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen;
dat het noodzakelijk is om regels vast te stellen ter uitvoering van het beleidsplan als bedoeld in artikel 2.1.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 met betrekking tot de ondersteuning bij de versterking van de zelfredzaamheid en participatie van personen met een beperking of met chronische, psychische of psychosociale problemen, beschermd wonen en opvang, en dat het noodzakelijk is om de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking te bevorderen en daarmee bij te dragen aan het realiseren van een inclusieve samenleving;
gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste tot en met vierde lid, en zesde lid, 2.1.4a, eerste, tweede, vijfde en zesde lid, 2.1.4b, tweede lid, 2.1.5, eerste lid, 2.1.6, 2.3.6, vierde lid, en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en artikelen 3.8, tweede lid, en 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015;
besluit vast te stellen de volgende Verordening maatschappelijke ondersteuning Goeree-Overflakkee 2020.
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- -
algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking, die daadwerkelijk beschikbaar is, een passende bijdrage levert aan het realiseren van de zelfredzaamheid of participatie en die financieel gedragen kan worden met een inkomen op het minimum;
- -
algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning;
- -
andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de wet;
- -
bijdrage: bijdrage als bedoeld in de artikelen 2.1.4 en 2.1.4a van de wet;
- -
collectieve voorziening: een maatwerkvoorziening die feitelijk door meerdere cliënten wordt gebruikt, ter compensatie van hun beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie;
- -
dienst: een voorziening uitgevoerd door een zorgverlener, zoals huishoudelijke hulp, begeleiding of dagbesteding;
- -
doelgroepengebouw: een gebouw waarin een woonvorm wordt aangeboden:
- a.
bedoeld voor mensen met een zorgvraag;
- b.
waarvoor geldt dat de meerderheid van de bewoners van het gebouw bij in gebruik name van het gebouw de leeftijd van 75 jaar heeft overschreden; of
- c.
waar gezamenlijke voorzieningen aanwezig zijn, zoals een gemeenschappelijke ruimte met activiteitenaanbod, en bewoners de mogelijkheid wordt geboden om individuele zorg- en dienstarrangementen af te nemen;
- a.
- -
eigen kracht: je eigen leven kunnen vormgeven en problemen zelf kunnen oplossen;
- -
informele zorgverlener: iemand uit het sociaal netwerk van de cliënt die zorg verleent;
- -
niet-dienst: een materiële voorziening, zoals een hulpmiddel, woningaanpassing of autoaanpassing;
- -
niet-professionele zorgverlener: zorgverlener, zijnde een persoon, die voor het verlenen van de betreffende maatschappelijke ondersteuning niet in het bezit is van branche-specifieke diploma’s; of de persoon die voor het verlenen van de betreffende ondersteuning niet in dienst is bij een professionele zorgaanbieder of een detacheringsbureau en ook niet voor het verlenen van de betreffende ondersteuning als zzp’er geregistreerd staat bij de Kamer van Koophandel;
- -
ondersteuningsplan: document waarin staat beschreven hoe de betreffende ondersteuning wordt uitgevoerd;
- -
pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1. van de wet;
- -
pgb-plan: een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier waarop de cliënt aangeeft hoe de zorg en ondersteuning vanuit een pgb wordt ingezet en ingekocht;
- -
professionele zorgaanbieder: de partij die professionele ondersteuning biedt aan de cliënt;
- -
professionele zorgverlener: een persoon, niet zijnde een partner of familielid van de cliënt, die in het bezit is van branche-specifieke diploma’s voor het verlenen van de betreffende maatschappelijke ondersteuning en die voor het verlenen van de betreffende ondersteuning in dienst is bij een professionele zorgaanbieder of een detacheringsbureau of die hiervoor als zzp’er geregistreerd staat bij de Kamer van Koophandel.
- -
VOG: verklaring omtrent het gedrag;
- -
wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
- -
waakvlam functie: de waakvlam functie is een vorm van begeleiding die kan worden ingezet voor monitoring en incidentele ondersteuning nadat de beoogde resultaten uit het ondersteuningsplan zijn gerealiseerd. Het is een vorm van begeleiding op afroep en om ‘vinger aan de pols’ te houden. Deze vorm van begeleiding wordt ingezet om terugval te voorkomen en kan laagdrempelig door de cliënt worden ingeroepen. Dit laagdrempelige contact kan nuttig zijn als afbouw na een ondersteuningsperiode of als stabilisatie;
- -
zorgmijders: personen die, vaak psychische, gezondheidsproblemen hebben en zorg nodig hebben, maar nadrukkelijk geen hulp of zorg vragen of accepteren en zorginstellingen mijden.
Artikel 2 Melding behoefte aan maatschappelijke ondersteuning
-
1. Een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning kan door of namens een cliënt bij burgemeester en wethouders schriftelijk worden gemeld.
-
2. Burgemeester en wethouders bevestigen de ontvangst van een melding schriftelijk en starten zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken, een onderzoek.
-
3. In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treffen burgemeester en wethouders na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek.
-
4. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot het toegangsproces.
-
5. Als er sprake is van beschermd wonen, geclusterd wonen of maatschappelijke opvang, dan wordt de melding als bedoeld in het eerste lid doorgezet naar de centrumgemeente Nissewaard.
-
6. Burgemeester en wethouders van Nissewaard verstrekken de voorzieningen volgens het daartoe vastgestelde beleid, de geldende verordening maatschappelijke ondersteuning en de daarop gebaseerde nadere regels en beleidsregels maatschappelijke ondersteuning van de centrumgemeente Nissewaard.
Artikel 3 Cliëntondersteuning
-
1. Burgemeester en wethouders zorgen ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op kosteloze cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt het uitgangspunt is.
-
2. Burgemeester en wethouders wijzen de cliënt en zijn mantelzorger voorafgaande aan het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, op de mogelijkheid gebruik te maken van de gratis cliëntondersteuning.
-
3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot cliëntondersteuning.
Artikel 4 Vooronderzoek; indienen persoonlijk plan
-
1. Burgemeester en wethouders verzamelen alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt zijn situatie en maken zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek.
-
2. Voor of tijdens het gesprek verschaft de cliënt burgemeester en wethouders alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van burgemeester en wethouders hiervoor nodig zijn en waarover de cliënt op dat moment redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.
-
3. Als de cliënt genoegzaam bekend is bij de gemeente, kunnen burgemeester en wethouders in overeenstemming met de cliënt afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid.
-
4. Burgemeester en wethouders brengen de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet op te stellen en stellen hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen.
Artikel 5 Gesprek
-
1. Burgemeester en wethouders onderzoeken als bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid van de wet in een gesprek tussen deskundigen en degene door of namens wie de melding is gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig:
- a.
de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt;
- b.
het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning;
- c.
de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp van huisgenoten of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
- d.
de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
- e.
de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt;
- f.
de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
- g.
de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang;
- h.
de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken;
- i.
welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet verschuldigd zal zijn; en
- j.
de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze.
- a.
-
2. Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 4, vierde lid, aan burgemeester en wethouders heeft overhandigd, betrekken burgemeester en wethouders dat plan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid.
-
3. Burgemeester en wethouders informeren de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure.
-
4. Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kunnen burgemeester en wethouders onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de cliënt afzien van een gesprek.
Artikel 5a
-
1. Bij de beoordeling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder c wordt, voor zover daartoe aanleiding is, rekening gehouden met:
- a.
de samenstelling van de leefeenheid van de cliënt en diens huisgenoot of huisgenoten;
- b.
de aard van de relatie tussen de cliënt en diens huisgenoten;
- c.
de inhoudelijke aard, de omvang en de complexiteit van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt;
- d.
de beschikbaarheid en de praktische, lichamelijke en geestelijke mogelijkheden van de huisgenoot of de huisgenoten voor het ondersteunen van de cliënt bij diens zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving;
- e.
de mate waarin en de wijze waarop de cliënt voorafgaand aan de melding is ondersteund door diens huisgenoot of huisgenoten op het terrein van zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving;
- f.
overige relevante omstandigheden van de huisgenoot of huisgenoten van de cliënt die redelijkerwijs van invloed kunnen zijn op de mogelijkheid om de cliënt hulp te bieden op het terrein van zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving.
- a.
-
2. Bij de beoordeling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder c zijn huisgenoten van de cliënt verplicht, als zij daarom gevraagd worden, aan burgemeester en wethouders de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onder a. genoemde onderzoek, alsmede bij heronderzoek als bedoeld in artikel 2.3.9 van de wet.
Artikel 6 Verslag
-
1. Burgemeester en wethouders zorgen voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek.
-
2. Binnen tien werkdagen na het gesprek verstrekken burgemeester en wethouders aan de cliënt een verslag van de uitkomsten van het onderzoek.
-
3. Als de cliënt van mening is dat hij in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening, ondertekent hij het verslag, geeft hij erop aan dat hij een maatwerkvoorziening wil en stuurt hij het vervolgens terug naar burgemeester en wethouders.
Artikel 7 Behandeling aanvraag maatwerkvoorziening
-
1. Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij burgemeester en wethouders. Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier.
-
2. Burgemeester en wethouders merken een ondertekend verslag van het gesprek aan als aanvraag als de cliënt dat op het verslag heeft aangegeven.
-
3. Voor een aanvraag van diensten in de vorm van een pgb geldt, dat naast een aanvraagformulier zoals bedoeld in het eerste lid, ook een pgb-plan moet zijn bijgevoegd.
-
4. Voor een aanvraag van niet-diensten in de vorm van een pgb geldt, dat naast een aanvraagformulier zoals bedoeld in het eerste lid, ook een offerte of kostenraming moet zijn bijgevoegd.
Artikel 8 Criteria voor een maatwerkvoorziening
-
1. Burgemeester en wethouders nemen het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening.
-
2. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening:
- a.
ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven; of
- b.
ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
- a.
-
3. Een cliënt komt enkel in aanmerking voor een financiële maatwerkvoorziening voor zover:
- a.
hiermee naar het oordeel van burgemeester en wethouders een passende bijdrage wordt geleverd aan het realiseren van een situatie waarin de client in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven; en
- b.
het een van de volgende voorzieningen betreft:
- 1°
het gebruik van een (eigen) auto;
- 2°
aanschaf en onderhoud van een sportvoorziening;
- 3°
kosten van verhuizen naar een adequate woning; of
- 4°
een voorziening waarvoor niet tijdig een passende voorziening in natura beschikbaar is.
- a.
-
4. Voor de tegemoetkoming bedoeld in het derde lid gelden de volgende bedragen, welke jaarlijks door burgemeester en wethouders kunnen worden geïndexeerd conform het indexpercentage van het Prijs bruto binnenlands product (PBBP) zoals vermeld in de Meicirculaire Gemeentefonds van het voorgaande jaar:
- a.
voor verhuiskosten: € 3.400,00;
- b.
voor de aanschaf en het onderhoud van een sportvoorziening: maximaal éénmaal € 2.000,00 voor minimaal 3 jaar;
- c.
voor het gebruik van een (eigen) auto: maximaal € 1.139,00 per jaar;
- d.
voor een voorziening waarvoor niet tijdig een passende voorziening in natura beschikbaar is: een door burgemeester en wethouders vast te stellen bedrag.
- a.
-
5. Ten aanzien van een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie geldt dat een cliënt alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt als de noodzaak tot ondersteuning:
- a.
voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was, en
- b.
voorzienbaar was, maar van de cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt.
- a.
-
6. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door burgemeester en wethouders verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven,
- a.
tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen;
- b.
tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of
- c.
als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.
- a.
-
7. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekken burgemeester en wethouders de goedkoopst adequate tijdig beschikbare voorziening.
-
8. Burgemeester en wethouders kunnen een maatwerkvoorziening voor individueel gebruik weigeren en in plaats daarvan een collectieve voorziening verstrekken aan de zorgaanbieder door of ten behoeve van cliënten in een doelgroepengebouw, indien dit de goedkoopste compenserende voorziening is en dit aansluit bij de ondersteuningsbehoefte van de betrokken cliënten.
Artikel 9 Voorwaarden en weigeringsgronden
In aanvulling op artikel 8 kunnen burgemeester en wethouders een maatwerkvoorziening, gericht op het verstrekken of behoud van de zelfstandigheid of participatie weigeren:
- a.
voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat;
- b.
als de cliënt géén ingezetene is van de gemeente Goeree-Overflakkee;
- c.
voor zover er aan de zijde van de cliënt geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie;
- d.
het een voorziening betreft die de cliënt vóór het verstrekken van de beschikking zoals bedoeld in artikel 11 heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij:
- 1°
burgemeester en wethouders schriftelijk toestemming hebben verleend; of
- 2°
de noodzaak van de voorziening achteraf nog kan worden vastgesteld en het in eigen kracht oplossen tot onevenredig nadeel voor de cliënt heeft geleid;
- 1°
- e.
voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan cliënt al eerder is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de verstrekte voorziening niet meer voldoet aan de kwaliteitseisen zoals omschreven in artikel 15, of tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen, of tenzij cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten;
- f.
voor zover de beperkingen of problemen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen;
- g.
voor zover een woonvoorziening betrekking heeft op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw;
- h.
ten behoeve van een woningaanpassing in hotels/pensions, trekkerswoonwagens, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen, tijdelijke mantelzorgwoningen en gehuurde kamers;
- i.
voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft in een doelgroepengebouw;
- j.
als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is;
- k.
als de cliënt is verhuisd naar een woning die niet geschikt is voor de cliënt gezien zijn of haar beperkingen, tenzij daarvoor vooraf schriftelijke toestemming is verleend door burgemeester en wethouders;
- l.
als de cliënt verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden;
- m.
als de cliënt aanspraak heeft op verblijf en daarmee samenhangende zorg in een instelling op grond van de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg of de Jeugdwet, dan wel er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarop aanspraak kan doen gelden en weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit dienaangaande;
- n.
de cliënt niet of onvoldoende wil meewerken aan het opstellen en nakomen van het ondersteuningsplan dat naar oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk is voor het bereiken van resultaten; of
- o.
de cliënt niet of onvoldoende wil meewerken aan behandelingen die in redelijkheid gevraagd kunnen worden en hierdoor onnodig een beroep op de wet gedaan moet worden.
Artikel 10 Advisering
-
1. Burgemeester en wethouders vragen een daartoe door hen aangewezen adviseur om advies, indien dat advies naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig is voor een zorgvuldig onderzoek rond een melding, aanvraag of heronderzoek.
-
2. De adviseur moet, afhankelijk van de vereisten van het in het eerste lid bedoelde onderzoek, aantoonbaar beschikken over:
a. Sociaal-medische kennis op het niveau van een arts;
b. Ergonomische kennis;
c. Bouwkundige/technische kennis;
d. Gedragswetenschappelijke kennis.
Artikel 11 Inhoud beschikking
-
1. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:
- a.
welke de te verstrekken voorziening is en wat de omvang en het beoogde resultaat daarvan zijn;
- b.
wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is;
- c.
hoe de voorziening wordt verstrekt, en
- d.
indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.
- a.
-
2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:
- a.
voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend;
- b.
welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;
- c.
wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen;
- d.
welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn;
- e.
wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld; en
- f.
de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.
- a.
-
3. Als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover in de beschikking geïnformeerd.
Artikel 11a Wisselen van zorgverlener
-
1 Indien er vaker dan eenmaal per jaar door een cliënt het verzoek tot wisseling van zorgverlener danwel zorgaanbieder wordt uitgesproken, wordt door burgemeester en wethouders onderzoek gedaan naar de aanleiding van het verzoek. Wanneer blijkt dat hiervoor een legitieme reden is, zal de wisseling worden toegestaan.
-
2 In afwijking van het eerste lid vindt geen onderzoek plaats indien het verzoek tot wisseling veroorzaakt wordt door een situatie die de cliënt niet valt te verwijten, zoals een faillissement van een zorgverlener.
-
3 Indien de cliënt wil wisselen tussen zorg in natura en ondersteuning in de vorm van een pgb, staan burgemeester en wethouders dit maximaal eenmaal per jaar toe.
Artikel 11b Beoordeling van de aanvraag pgb
-
1. Burgemeester en wethouders toetsen of de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorwaarden. Daartoe beoordelen zij:
- a.
de motivatie van de cliënt om te kiezen voor een pgb in plaats van de keuze voor zorg in natura, waarbij iedere motivatie mogelijk is;
- b.
de pgb-vaardigheid van de cliënt of de eventuele vertegenwoordiger, welke wordt getoetst aan de hand van het eerste criterium als het gaat om niet-diensten en aan de criteria onder twee tot en met tien als het gaat om diensten:
- 1°
uit de aanvraag moet blijken wat het doel is van de ondersteuning en welke prestaties er worden geleverd in relatie tot de ondersteuningsbehoefte van de cliënt;
- 2°
het onder 1° genoemde criterium, in samenhang met de thuissituatie, huisgenoten, mantelzorgers, het sociaal netwerk of andere professionals;
- 3°
uit de aanvraag moet blijken op basis waarvan de geleverde ondersteuning kwalitatief wordt beoordeeld en hoe de kwaliteit van de geleverde zorg wordt bewaakt;
- 4°
uit de aanvraag moet blijken hoe de continuïteit wordt gegarandeerd bij uitval van de zorgverlener;
- 5°
uit de aanvraag moet blijken dat de cliënt zelfstandig in staat is een zorgovereenkomst af te sluiten met de aanbieder, bekend is met de verschillende soorten zorgovereenkomsten en de termijn van de zorgovereenkomst kan bewaken;
- 6°
uit de aanvraag moet blijken dat de cliënt voldoende budgetvaardig is om een pgb-administratie bij te houden en op de hoogte is van de regels en verplichtingen die horen bij, dan wel voortvloeien uit, het pgb;
- 7°
uit de aanvraag moet blijken dat de cliënt over coördinerende en communicatieve vaardigheden beschikt, omdat de cliënt een coördinerende rol moet kunnen vervullen in contacten met de aanbieder van de ondersteuning, huisgenoten, mantelzorgers, het sociaal netwerk of andere professionals;
- 8°
uit de aanvraag moet blijken dat de cliënt over voldoende communicatieve vaardigheden om contact te onderhouden met de gemeente en de SVB, waaronder in ieder geval wordt begrepen het beheersen van de Nederlandse taal in woord en geschrift, het voldoende digitaal vaardig zijn en het beschikken over een DigiD;
- 9°
uit de aanvraag moet blijken dat de cliënt voldoende juridische kennis heeft over het werk- of opdrachtgeverschap of deze kennis weet te vergaren, zodat de cliënt in staat is een redelijk uurloon overeen te komen, loon kan doorbetalen bij ziekte en een redelijke opzegtermijn kan hanteren;
- 10°
wanneer een aanvraag wordt gedaan voor ondersteuning die geboden wordt door een niet-professionele of een informele zorgverlener, dient uit de aanvraag te blijken dat:
- a.
dit aantoonbaar doelmatiger is dan de inzet van een voorziening zorg in natura of een voorziening middels pgb door een professionele zorgaanbieder danwel professionele zorgverlener; en
- b.
deze persoon de hulp niet als gebruikelijke zorg of als mantelzorger kan verlenen.
- a.
- a.
-
2. In het geval de cliënt zelf niet beschikt over de benodigde vaardigheden om de regie te voeren over het pgb, kan toch een pgb verstrekt worden als er een pgb-vertegenwoordiger is. Dit kan iemand uit het eigen netwerk (pgb-vertegenwoordiger) of een wettelijk vertegenwoordiger zijn. Deze persoon zal in dat geval ook bij de gesprekken aanwezig zijn en zal eveneens aan de criteria genoemd in het eerste lid moeten voldoen.
-
3. De pgb-vertegenwoordiger van de cliënt:
- a.
Mag geen zorgverlener zijn of een andere functie hebben bij de zorg verlenende instantie;
- b.
Mag geen familieband in de eerste t/m de vierde graad hebben met de zorgverlener of diens hiërarchisch meerdere;
- c.
Mag geen financieel belanghebbende zijn;
- d.
Mag geen pgb-fraude hebben gepleegd in het verleden;
- e.
Mag geen problematische schulden hebben of failliet zijn verklaard en mag niet onder curatele of bewindvoering staan;
- f.
Mag niet in detentie zitten;
- g.
Mag niet meer dan drie pgb’s beheren;
- h.
Moet duurzaam betrokken zijn bij de cliënt; en
- i.
Moet een woonadres in Nederland hebben.
- a.
Artikel 11c Kwaliteitseisen pgb
-
1. Uit de aanvraag moet blijken dat de aanbieder van de met het pgb in te kopen ondersteuning, verantwoorde hulp levert, waaronder wordt verstaan hulp van een goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en die is afgestemd op de behoefte van de cliënt.
-
2. Voor diensten in de vorm van een pgb gelden de volgende aanvullende eisen:
- a.
indien de met het pgb in te kopen ondersteuning wordt geleverd door een professional in dienst van een zorgaanbieder komen de kwaliteitseisen overeen met de kwaliteitseisen die gesteld zijn aan zorgaanbieders die zorg in natura leveren;
- b.
indien het professionele ondersteuning betreft die geboden wordt door een ter zake gediplomeerde zelfstandige zonder personeel (zzp’er) komen de kwaliteitseisen overeen met de kwaliteitseisen die gesteld zijn aan zorgaanbieders die zorg in natura leveren en aanvullend daarop dient er een VOG (specifiek voor de betreffende functie en maximaal drie maanden oud) aangeleverd te worden, alsmede een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel;
- c.
indien het ondersteuning betreft die geboden wordt door een niet-professionele of een informele zorgverlener, dient de ondersteuning passend en toereikend te zijn gelet op de problematiek en ontwikkelingsdoelen van de cliënt. Dit is afhankelijk van de deskundigheid van de zorgverlener, de wijze van hulpverlenen en van de situatie en de achtergrond van de problematiek van de cliënt. Voorts wordt minimaal voldaan aan de volgende vereisten:
- 1°
de zorgverlener verstrekt een VOG;
- 2°
de zorgverlener beheerst de Nederlandse taal in woord en geschrift;
- 3°
de zorgverlener dient aan te kunnen geven dat de ondersteuning aan de cliënt voor hem niet tot overbelasting leidt.
- 1°
- a.
-
3. Burgemeester en wethouders kunnen met betrekking tot het tweede lid, sub a en sub b, nadere regels stellen.
Artikel 11d Contra-indicaties, weigeringsgronden en herzieningsgronden voor het pgb
-
1. Een aanvraag voor een pgb mag door burgemeester en wethouders worden geweigerd als:
- a.
de aanvrager zich in het verleden niet aan de voorwaarden voor een pgb heeft gehouden en er eerder een pgb is ingetrokken of beëindigd door burgemeester en wethouders vanwege het handelen van de cliënt;
- b.
indien de aanvrager de ondersteuning middels het pgb in wil kopen bij een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder voor zorg in natura;
- c.
de kosten voor het pgb hoger zijn dan de kosten voor de natura-voorziening, in dat geval kan voor dit deel de aanvraag voor een pgb worden geweigerd.
- a.
-
2. Een indicatie voor een pgb mag door burgemeester en wethouders worden herzien als:
- a.
de aanvrager het pgb niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het is bedoeld;
- b.
de voorziening niet noodzakelijk zal zijn gedurende de gehele afschrijvingstermijn;
- c.
het pgb wordt gebruikt voor overhead- of administratiekosten in verband met het persoonsgebonden budget.
- a.
Artikel 12 Regels voor het pgb
-
1. De hoogte van een pgb is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken.
-
2. De berekening van de hoogte van een pgb voor een niet-dienst gaat als volgt:
- a.
als de cliënt een pgb wenst, vragen burgemeester en wethouders aan de cliënt een gespecificeerde offerte of kostenraming gebaseerd op het programma van eisen;
- b.
burgemeester en wethouders vragen ook zelf een offerte of kostenraming op of baseren zich op een actuele prijslijst, voor een voorziening gebaseerd op het programma van eisen;
- c.
burgemeester en wethouders hanteren het laagste (offerte)bedrag of de laagste kostenraming (uitkomst van a of b);
- d.
burgemeester en wethouders betalen op jaarbasis maximaal 8% van het bedrag als bedoeld onder c. voor onderhoud en reparatie (en de kosten van een WA-verzekering en pechhulp) indien dit voor een voorziening verplicht, c.q. noodzakelijk is, boven op het bedrag voor de aanschaf van het hulpmiddel.
- a.
-
3. Burgemeester en wethouders betalen het bedrag als bedoeld in het tweede lid, onder d, jaarlijks op declaratiebasis.
-
4. De hoogte van een pgb voor een cliënt ten behoeve van een dienst wordt vastgesteld op basis van het door burgemeester en wethouders gecontracteerde tarief in natura waarbij wordt uitgegaan van:
- a.
100% van het tarief in natura wanneer het professionele ondersteuning betreft die geboden wordt door een professional in dienst van een zorgaanbieder;
- b.
80% van het tarief in natura wanneer het ondersteuning betreft die geboden wordt door een ter zake gediplomeerde zelfstandige zonder personeel (zzp’er);
- c.
60% van het tarief in natura wanneer het een niet-professionele zorgverlener of informele zorgverlener betreft.
- a.
-
5. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, zaken en andere maatregelen betrekken van een tussenpersoon of van belangenbehartigers, zolang de kosten hiervan niet uit het pgb worden betaald.
-
6. Een pgb is niet bedoeld voor besteding in het buitenland. In individuele gevallen kan hiervan worden afgeweken.
-
7. Het pgb voor begeleiding, dagbesteding of huishoudelijke hulp kent een vrij besteedbaar bedrag van € 50,- per kalenderjaar waarover geen verantwoording verschuldigd is. Als een kalenderjaar nog minder dan zes maanden bevat, wordt het vrij besteedbaar bedrag in het volgende kalenderjaar beschikbaar gesteld. Pas nadat twaalf maanden na toekenning van een pgb zijn verstreken, kan een nieuw recht op een vrij besteedbaar bedrag ontstaan als het gaat om een pgb voor dezelfde soort voorziening.
Artikel 13 Bijdrage in de kosten van collectief vervoer
-
Vervallen.
Artikel 14 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s
-
1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt.
-
2. Als uitgangspunt geldt dat de bijdrage (tijdelijk) wordt gestopt als de zorg en ondersteuning meer dan een kalendermaand niet wordt afgenomen door toedoen van burgemeester en wethouders of de zorgverlener of zorgaanbieder of als gevolg van onvoorziene gebeurtenissen die redelijkerwijs niet toe zijn te schrijven aan de cliënt. Het verzoek om de eigen bijdrage tijdelijk te stoppen dient, door of namens de cliënt, uiterlijk 30 dagen na aanvang van de periode waarin geen gebruik gemaakt wordt van de ondersteuning te worden ingediend bij burgemeester en wethouders.
-
3. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor:
- a.
een sportvoorziening;
- b.
een financiële tegemoetkoming autokosten;
- c.
een financiële tegemoetkoming verhuiskosten;
- d.
voorzieningen voor minderjarigen;
- e.
begeleiding aan zorgmijders;
- f.
voorzieningen voor personen die onder de overeenkomst regresrecht 2015-2016 vallen;
- g.
voorzieningen waar meerdere personen gebruik van kunnen maken en die aan de gemeenschappelijke ruimte zijn aangebracht;
- h.
voor respijtzorg in de vorm van logeerzorg;
- i.
een indicatie met waakvlam functie; of
- j.
in bijzondere omstandigheden.
- a.
-
4. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb zijn gelijk aan de kostprijs tot aan ten hoogste € 21,- per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
-
5. De kostprijs van een:
- a.
maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder;
- b.
pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.
- a.
-
6. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, eerste lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd.
-
7. In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet is een cliënt een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van collectief vervoer, in de vorm van een opstaptarief en een tarief per kilometer. Het opstaptarief bedraagt € 2,37 en het tarief per kilometer bedraagt € 0,29.
-
8. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het zevende lid bedoelde tarieven jaarlijks te indexeren conform de indexatie van de tarieven in het regulier openbaar vervoer (de Landelijke Tarieven Index (LTI) voor het openbaar vervoer).
Artikel 15 Kwaliteitseisen aanbieders maatschappelijke ondersteuning
-
1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door:
- a.
het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt;
- b.
het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning;
- c.
erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard;
- d.
voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken.
- a.
-
2. Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen.
-
3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden zien burgemeester en wethouders toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.
Artikel 16 Meldingsregeling calamiteiten en geweld
-
1. Burgemeester en wethouders treffen een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijzen een toezichthoudend ambtenaar aan.
-
2. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar.
-
3. De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de wet, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert burgemeester en wethouders over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.
-
4. Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening.
Artikel 17 Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet
-
1. Burgemeester en wethouders informeren een cliënt of zijn vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.
-
2. Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan burgemeester en wethouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet.
-
3. Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kunnen burgemeester en wethouders een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel intrekken als burgemeester en wethouders vaststellen vaststelt dat:
- a.
de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
- b.
de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen;
- c.
de maatwerkvoorziening of het pgb-budget niet meer toereikend is te achten;
- d.
de cliënt langer dan drie maanden verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet;
- e.
de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden, of
- f.
de cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt.
- a.
-
4. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
-
5. Als burgemeester en wethouders een beslissing op grond van het derde lid, onder a, hebben ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kunnen burgemeester en wethouders van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb.
-
6. Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.
-
7. Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.
Artikel 18 Opschorting betaling uit het pgb
-
1. Burgemeester en wethouders kunnen de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de wet.
-
2. Burgemeester en wethouders kunnen de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 17, derde lid, onder d van deze verordening.
-
3. Burgemeester en wethouders stellen de persoon aan wie het pgb is verstrekt schriftelijk op de hoogte van het verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid.
Artikel 19 Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en pgb’s
Burgemeester en wethouders onderzoeken periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb's voor diensten met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan.
Artikel 20 Jaarlijkse waardering mantelzorgers
-
1. Mantelzorgers van cliënten in de gemeente kunnen door middel van een aanvraag bij burgemeester en wethouders voor het ontvangen van een mantelzorgcompliment in aanmerking worden gebracht.
-
2. Burgemeester en wethouders bepalen jaarlijks de vorm, de periode waarin het mantelzorgcompliment kan worden aangevraagd en de hoogte van het mantelzorgcompliment.
-
3. Het mantelzorgcompliment wordt slechts verleend indien is voldaan aan de volgende criteria:
- a.
een client kan één mantelzorger voordragen voor een mantelzorgcompliment;
- b.
er wordt per zorgvragend huishouden maximaal één mantelzorgcompliment per jaar toegekend;
- c.
een mantelzorger kan voor maximaal één mantelzorgcompliment per jaar in aanmerking komen;
- d.
de mantelzorger verleent langer dan drie maanden en meer dan acht uur per week bovengebruikelijke en onbetaalde zorg aan de naaste (client);
- e.
de mantelzorger staat als mantelzorger geregistreerd bij Stichting ZIJN;
- f.
de client moet een inwoner zijn van de gemeente Goeree-Overflakkee.
- a.
Artikel 21 Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden
-
1. Burgemeester en wethouders houden in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die zij hanteren voor door derden te leveren diensten, in ieder geval rekening met:
- a.
de aard en omvang van de verrichten taken;
- b.
een redelijke toeslag voor overhead kosten;
- c.
een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; en
- d.
kosten voor bijscholing van het personeel.
- a.
-
2. Burgemeester en wethouders houden in het belang van een goede prijs kwaliteitsverhouding bij de vaststelling van de tarieven die zij hanteren voor door derden te leveren overige voorzieningen, in ieder geval rekening met:
- a.
de marktprijs van de voorziening; en
- b.
de eventuele extra taken die in verband met de voorziening van de leverancier worden gevraagd, zoals:
- 1°.
aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening;
- 2°.
instructie over het gebruik van de voorziening;
- 3°.
onderhoud van de voorziening; en
- 4°.
verplichte deelname in bepaalde samenwerkingsverbanden.
- 1°.
- a.
Artikel 22 Klachtregeling en medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning
-
1. Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten en voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn, ten aanzien van alle voorzieningen.
-
2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden zien burgemeester en wethouders toe op de naleving van de klachtregelingen en medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.
Artikel 23 Betrekken van ingezetenen bij het beleid
-
1. Burgemeester en wethouders stellen ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, vroegtijdig gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorzien hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.
-
2. Burgemeester en wethouders zorgen ervoor dat ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie.
-
3. Burgemeester en wethouders stellen nadere regels vast ter uitvoering van het eerste en tweede lid.
Artikel 23a Indexering
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in deze verordening opgenomen bedragen jaarlijks te indexeren.
Artikel 24 Evaluatie
Burgemeester en wethouders evalueren periodiek het gevoerde beleid.
Artikel 25 Hardheidsclausule
Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van deze verordening leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
Artikel 26 Intrekking oude verordening
De Verordening maatschappelijke ondersteuning Goeree-Overflakkee 2015 wordt ingetrokken.
Artikel 27 Overgangsrecht
-
1. Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de in artikel 26 genoemde regeling, totdat burgemeester en wethouders een nieuw besluit hebben genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken.
-
2. Aanvragen die zijn ingediend onder de in artikel 26 genoemde regeling en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening.
-
3. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de in artikel 26 genoemde regeling wordt beslist met inachtneming van die regeling.
Artikel 28 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking.
Artikel 29 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning Goeree-Overflakkee 2020.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad
van de gemeente Goeree-Overflakkee op 16 juli 2020.
griffier, voorzitter,
drs. G. Brand mr. A. Grootenboer-Dubbelman
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl