Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort houdende regels omtrent subsidieverstrekking ten behoeve van de bevordering van de beoefening van amateurkunst in verenigingsverband (Subsidieregeling structurele subsidie voor amateurkunstverenigingen 2020)

Geldend van 17-07-2020 t/m heden

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort houdende regels omtrent subsidieverstrekking ten behoeve van de bevordering van de beoefening van amateurkunst in verenigingsverband (Subsidieregeling structurele subsidie voor amateurkunstverenigingen 2020)

Burgemeester en wethouders van gemeente Amersfoort;

overwegende dat het gewenst is aanvullende regels te geven voor de subsidieverstrekking ten behoeve van de bevordering van de beoefening van amateurkunst in verenigingsverband;

overwegende dat het gewenst is de Subsidieregeling structurele subsidie voor amateurkunstverenigingen 2013 zoals vastgesteld op 23 juli 2013 aan te passen in verband met de inwerkingtreding van de Algemene subsidieverordening Amersfoort 2019 en naar aanleiding van ontwikkelingen binnen het amateurkunstveld;

gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening Amersfoort 2019;

besluit vast te stellen de volgende subsidieregeling:

SUBSIDIEREGELING STRUCTURELE SUBSIDIE VOOR AMATEURKUNSTVERENIGINGEN 2020

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    amateurkunst: activiteiten in verenigingsverband gericht op de voorbereiding van voorstellingen op het gebied van muziek, zang, dans, toneel en beeldende kunst waarbij de activiteiten van de vereniging gericht zijn op enigerlei vorm van presentatie van de voorstelling aan het publiek. Verenigingen die zich in hoofdzaak bezighouden met cursorische activiteiten of liturgische vieringen worden niet tot de amateurkunst gerekend. Verenigingen die zich bezighouden met kunstbeoefening in beroepsmatig verband of met beroepsmatige pretenties worden niet tot amateurkunst gerekend;

  • b.

    vereniging: rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie waarvan de statuten de beoefening van amateurkunst in verenigingsverband als voornaamste doel stellen;

  • c.

    stichting: rechtspersoon opgericht bij notariële acte, waarvan de statuten de beoefening van amateurkunst in verenigingsverband als voornaamste doel stellen;

  • d.

    lid: een natuurlijk persoon die overeenkomstig de statuten van die vereniging is ingeschreven en actief betrokken is bij het nastreven van de verenigingsdoeleinden en daarvoor jaarlijks een door de vereniging vast te stellen contributie betaalt. Donateurs of begunstigers worden daaronder niet begrepen;

  • e.

    voorstelling: productie of expositie met een of meer uitvoeringen.

  • f.

    leidingkosten: het salaris van leidinggevenden (dirigent, regisseur, choreograaf, instructeur, speelgroepleider, , dansleiding)

Artikel 2 Uitvoerder van de subsidieregeling

Scholen in de Kunst, te weten het onderdeel Platform Amateurkunst (hierna Scholen in de Kunst/Platform Amateurkunst), is door het college gemandateerd als uitvoerder van deze subsidieregeling.

Artikel 3 Toepassingsbereik

  • 1. Deze regeling heeft tot doel om activiteiten of producten die bijdragen aan de ontwikkeling en versterking van het cultureel klimaat en specifiek van de amateurkunst in de gemeente Amersfoort te stimuleren. De basis van deze subsidieregeling ligt in de herijking Cultuurnota Nieuw Amersfoorts Peil 2008-2015 en is uitsluitend bedoeld voor rechtspersonen die in Amersfoort gevestigd zijn en waarvan de activiteiten in hoofdzaak plaatsvinden in Amersfoort.

  • 2. De volgende soorten verenigingen kunnen voor een structurele subsidie voor amateurkunstverenigingen in aanmerking komen:

    • a.

      muziekkorpsen (waaronder korpsen, big bands, brassbands, majorettes, color- en winterguardgroepen);

    • b.

      zangverenigingen;

    • c.

      instrumentale gezelschappen (waaronder orkesten en huismuziekverenigingen);

    • d.

      toneelverenigingen (waaronder theatersport);

    • e.

      muziektheaterverenigingen en musicalverenigingen

    • f.

      dansverenigingen

    • g.

      verenigingen voor beeldende kunst (amateurschilderkunst, beeldhouwkunst, fotografie en audiovisuele media).

Artikel 4 Subsidieplafond

Het totale beschikbare subsidiebudget voor de uitvoering van deze subsidieregeling wordt jaarlijks in de gemeentebegroting vastgesteld.

  • 1.

    Er geldt een maximum bedrag per soort vereniging/sector en de aanvraag mag maximaal 50 % van de opgevoerde leidingkosten bedragen (zie art 4, lid 2 en 3.)

  • 2.

    Voor de leidingkosten kunnen verenigingen het salaris opvoeren van een maximaal aantal leidinggevenden. Per soort vereniging geldt een maximum van:

    • a.

      Muziekkorpsen: 1 dirigent per onderdeel, 3 instructeurs)

    • b.

      Zangverenigingen: 1 dirigent

    • c.

      Instrumentale gezelschappen; 1 dirigent of 2 speelgroepleiders

    • d.

      Toneelverenigingen: 1 regisseur

    • e.

      Muziektheaterverenigingen: 1 dirigent, 1 regisseur

    • f.

      Dansverenigingen: 2x dansleiding

    • g.

      Verenigingen voor beeldende kunst: 1 instructeur (uitsluitend bedoeld voor professionele (bege)leiding bij activiteiten in verenigingsverband gericht op de verbetering van de kwaliteit van het werk en de voorbereiding van tentoonstellingen/exposities).

  • 3.

    De structurele subsidie is gebaseerd op de subsidiabele kosten bestaande uit een procentuele bijdrage van 50% in de leidingkosten met een maximum bedrag per categorie:

    € 5.200,- voor muziekkorpsen en muziektheaterverenigingen

    € 2.300,- voor de overige categorieën

  • 4.

    Scholen in de Kunst/Platform Amateurkunst beoordeelt de aanvragen en berekent het bedrag waarop de aanvragers aanspraak kunnen maken.

  • 5.

    Als de toe te kennen bedragen gezamenlijk het subsidieplafond overschrijden, dan wordt toegekend op volgorde van binnenkomst. De eerste aanvraag die het plafond overschrijdt - en alle daaropvolgende aanvragen die het plafond overschrijden - worden afgewezen.

Artikel 5 Toetsingscriteria

  • 1. Verenigingen die toegelaten willen worden tot deze subsidieregeling of die in voorafgaande jaren reeds een structurele subsidie voor amateurkunstverenigingen hebben ontvangen, dienen minimaal aan de volgende bepalingen te voldoen:

    • a.

      de vereniging dient minimaal drie jaar te bestaan, in Amersfoort gevestigd te zijn en aantoonbaar financieel gezond te zijn;

    • b.

      verenigingen hebben een lokale dan wel regionale functie: tenminste 50% van het aantal actieve leden van de vereniging dient woonachtig te zijn in de gemeente Amersfoort;

    • c.

      de vereniging dient te beschikken over een minimum aantal leden per sector. Het minimum aantal leden om in aanmerking te komen voor subsidiering in het kader van deze subsidieregeling bedraagt per sector:

      • -

        Muziekkorpsen: 20 leden

      • -

        Zangverenigingen: 15 leden

      • -

        Instrumentele gezelschappen

        • o

          Symfonie orkesten: 20 leden

        • o

          Overig: 10 leden

      • -

        Toneelverenigingen: 10 leden

      • -

        Muziektheaterverenigingen: 20 leden

      • -

        Dansverenigingen: 10 leden

      • -

        Verenigingen voor beeldende kunst: 20 leden

    • d.

      de vereniging werkt minimaal eens per twee weken aan een artistiek product en verzorgt per jaar minimaal één openbare voorstelling binnen de gemeente Amersfoort;

    • e.

      uit de bij de aanvraag in te dienen begroting blijkt dat de vereniging zorgt voor een aandeel van tenminste 30% aan zelfstandig gegenereerde inkomsten, bijvoorbeeld door (een combinatie van) contributiegelden, kaartverkoop, sponsorinkomsten.

  • 2. Met de jaarlijkse openbare voorstelling worden waar mogelijk inkomsten gegenereerd:

    Zangverenigingen, instrumentale gezelschappen, toneelverenigingen, muziektheaterverenigingen en dansverenigingen heffen entree voor hun jaarlijkse openbare voorstelling.

    Voor exposities van verenigingen voor beeldende kunst hoeft geen entree geheven te worden.

    Verenigingen die vallen onder de sector muziekkorpsen verzorgen tweemaal per jaar een openbaar optreden in de gemeente Amersfoort; hiervoor hoeft geen entree geheven te worden.

  • 3. De vereniging dient elk jaar het programma voor deze voorstelling(en) in bij Scholen in de Kunst/Platform Amateurkunst.

HOOFDSTUK 2 SUBSIDIEVERSTREKKING

Artikel 6 Vorm subsidieverstrekking

De subsidie ten behoeve van de bevordering van de beoefening van amateurkunst in verenigingsverband worden jaarlijks verleend. Vóór 1 april van het opvolgende jaar dient de aanvraag tot vaststelling te worden ingediend, voorzien van verantwoording.

Artikel 7 Wijze van aanvragen voor Structurele Subsidie Amateurkunstverenigingen

  • 1. Als indieningscriteria gelden de volgende elementen:

    • Als een vereniging in aanmerking wil komen voor een Structurele Subsidie Amateurkunstverenigingen dient zij een aanvraag in bij Scholen in de Kunst/Platform Amateurkunst, met inachtneming van de toetsingscriteria in artikel 5.

    • Aanvragen kunnen eenmaal per jaar vóór 1 oktober worden in gediend, voor het opvolgende jaar. Jaarlijks is er één subsidieronde.

    • De aanvraag wordt voorzien van een aantal documenten: jaarprogramma inclusief begroting, een jaarverslag en financiële stukken van het afgelopen jaar en het lopend jaar. Nieuwe aanvragers moeten daarnaast een toelichting op de aanvraag (beschrijving vereniging, doelstellingen, toegevoegde waarde voor Amersfoort/regio, etc) en een inschrijving KvK mee zenden.

  • 2. Als indieningswijze geldt dat

    Aanvragers het door Scholen in de Kunst/Platform Amateurkunst vastgestelde aanvraagformulier invullen en - voorzien van de juiste bijlagen - digitaal indienen via platformamateurkunst@scholenindekunst.nl.

  • 3. Als indiendingstermijn geldt dat

    de aanvraag voor een subsidie ten behoeve van de bevordering van de beoefening van amateurkunst in verenigingsverband moet worden ingediend vóór 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt gevraagd.

Artikel 8 Weigeringsgronden

  • 1. Subsidieverstrekking wordt geweigerd als niet wordt voldaan aan de toetsingscriteria zoals beschreven in artikel 5 van deze subsidieregeling.

  • 2. In aanvulling op de weigeringsgronden, zoals genoemd in de ASV, wordt de subsidie in alle gevallen geweigerd als:

    • a.

      de aanvrager geen stichting of vereniging is;

    • b.

      de aanvrager niet met professionele (ter zake geschoolde en ervaren) leiding werkt;

    • c.

      de aanvrager beroepsmatig handelt;

    • d.

      de activiteit beroepsmatig is;

    • e.

      de vereniging/stichting dan wel haar activiteit of product niet valt binnen het toepassingsbereik zoals beschreven in artikel 3 van deze regeling;

    • f.

      de subsidieaanvraag niet tijdig is ontvangen;

    • g.

      bij de aanvraag sprake is van onvoldoende financiële onderbouwing;

    • h.

      onvoldoende sprake is van passende zelfstandig gegenereerde inkomsten, waaronder contributiebijdragen door de leden;

    • i.

      gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de gelden niet of in onvoldoende mate zullen worden besteed voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld en/of de gelden niet doelmatig en doeltreffend zullen worden besteed.

Artikel 9 Wijze van toekennen en afhandelen

  • Scholen in de Kunst/Platform Amateurkunst beoordeelt de tijdig binnen gekomen aanvragen op grond van de criteria en besluit over subsidietoekenning.

  • Scholen in de Kunst/Platform Amateurkunst informeert en adviseert het College van Burgemeester en Wethouders jaarlijks over de aanvragen en het toekennen van subsidies, en zorgt voor de administratieve verwerking en financiële afhandeling.

HOOFDSTUK 3 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 10 Inwerkingtreding

  • 1. Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na die van bekendmaking.

  • 2. De Subsidieregeling structurele subsidie voor amateurkunstverenigingen 2013 zoals vastgesteld op 23 juli 2013 wordt gelijktijdig ingetrokken.

Artikel 11 Overgangsbepaling

  • 1. De bepalingen van de subsidieregeling bedoeld in artikel 10, tweede lid blijven van toepassing op de subsidies die op basis van die subsidieregeling zijn verstrekt.

  • 2. Indien voor het tijdstip van de inwerkingtreding van deze subsidieregeling een aanvraag om een subsidie op grond van de subsidieregeling bedoeld in artikel 10, tweede lid is ingediend en voor het tijdstip van de inwerkingtreding van onderhavige subsidieregeling nog niet op de aanvraag is beslist, worden daarop de overeenkomstige toepasselijke bepalingen van de onderhavige subsidieregeling toegepast.

  • 3. Op een aanhangig beroep- of bezwaarschrift, betreffende een subsidie, bedoeld in het eerste lid, dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel 10, eerste lid is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de subsidieregeling bedoeld in artikel 10, tweede lid.

  • 4. De intrekking van de subsidieregeling bedoeld in artikel 10, tweede lid heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die subsidieregeling genomen nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in de subsidieregeling bedoeld in artikel 10, tweede lid en voor zover niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.

Artikel 12 Citeertitel

Deze subsidieregeling heet: Subsidieregeling structurele subsidie voor amateurkunstverenigingen 2020.

Ondertekening

Vastgesteld in de vergadering van 23 juni 2020

De secretaris,

De burgemeester,