Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort houdende regels omtrent de fysieke leefomgeving (Nadere regels en beleidsregels fysieke leefomgeving Amersfoort)

Geldend van 16-07-2020 t/m 23-01-2021

Intitulé

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort houdende regels omtrent de fysieke leefomgeving (Nadere regels en beleidsregels fysieke leefomgeving Amersfoort)

Inhoudsopgave

Nadere regels en beleidsregels fysieke leefomgeving Amersfoort

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Hoofdstuk II Houtopstanden

Hoofdstuk III Standplaatsen

Hoofdstuk IV Markten

Hoofdstuk V Terrassennota

Hoofdstuk VI Kamerverhuur

Hoofdstuk VII GSM

Hoofdstuk VIII Oplaadinfrastructuur elektrische voertuigen

Hoofdstuk IX Slotbepalingen

Toelichting

ALGEMEEN

TOELICHTING PER HOOFDSTUK

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Hoofdstuk 2 Houtopstanden

Hoofdstuk 3 Standplaatsen

Hoofdstuk 4 Markten

Hoofdstuk 5 Terrassennota

Hoofdstuk 6 Kamerverhuur

Hoofdstuk 7 GSM

Hoofdstuk 8 Oplaadinfrastructuur elektrische voertuigen

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

BIJLAGEN

Bijlage 1: Overzicht van aangewezen standplaatsen

Bijlage 2: Brancheringslijst

Bijlage 3: Situatietekeningen van alle aangewezen standplaatsen per aangewezen locatie.

Bijlage 4: Overzichtstekening van alle aangewezen standplaatsen

Bijlage 5: Aangeduide wegen (standplaats en verkeersvrijheid of veiligheid)

Bijlage 6: Tekeningen van het marktterrein en standplaatsen

Bijlage 7: Kaart behorende bij Kamerverhuur

Bijlage 8: Model gebruiksovereenkomst voor oplaadinfrastructuur elektrische voertuigen

Nadere regels en beleidsregels fysieke leefomgeving Amersfoort

Burgemeester en wethouders van gemeente Amersfoort;

gelezen het voorstel d.d. 16 juni 2020 met reg. nr. 1263313,

overwegende dat het gewenst is beleidsregels te stellen bij de Verordening fysieke leefomgeving Amersfoort;

gelet op artikel 1:3 lid 4 Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 4:81 tot en met 4:84 Algemene wet bestuursrecht en de Verordening fysieke leefomgeving Amersfoort, 2.1 onder c Wabo , en 2.12, lid 1 onder a sub 2 en 3 Wabo,

besluit vast te stellen:

Nadere regels en beleidsregels fysieke leefomgeving Amersfoort

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In deze nadere regels en beleidsregels wordt verstaan onder:

Algemeen

  • -

    Verordening: Verordening fysieke leefomgeving Amersfoort;

Standplaatsen

  • -

    aangewezen standplaats: standplaats die voorkomt in het standplaatsenplan als bedoeld in artikel 3.1;

  • -

    kandidaat vergunninghouder: degene wiens aanvraag om vergunning aan de vereisten voor toewijzing van een standplaats voldoet, en wiens aanvraag is afgewezen omdat de aangevraagde standplaats niet beschikbaar is.

Terrassen

  • -

    inrichting: een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 2:27 lid 1 en 2 van de Apv;

  • -

    gevelterras: terras direct aan de gevel;

  • -

    terrasmeubilair: stoelen, banken, tafels, parasols, terrasschermen, andere objecten waaronder reclameborden, plantenbakken en alle overige objecten die op het terras geplaatst zijn ten dienste van het terras en/of het overige deel van de inrichting;

  • -

    terrasscherm: een schot dat gebruikt wordt voor de fysieke afbakening van het terras;

  • -

    binnenstad: gebied in het noorden en oosten begrensd door het Plantsoen Noord en de Flierbeeksingel, in het zuiden en westen door de Stadsring en het Smallepad;

  • -

    pleinen in de binnenstad: Hof, Lieve Vrouwekerkhof, Appelmarkt, Groenmarkt, Varkensmarkt;

  • -

    stadshart: gebied omvat de binnenstad, Eemplein/Eemhaven, Zonnehof, stationsgebied, Oliemolenkwartier en Wagenwerkplaats.

Kamerverhuur

  • -

    bestaand kamerverhuurpand: kamerverhuurpand dat 30 maart 2017 al dan niet vergund in gebruik was, hierbij inbegrepen panden die niet als zodanig in gebruik waren, maar waarvoor op het moment van de voorliggende aanvraag reeds een aanvraag voor kamergewijze verhuur in behandeling is;

  • -

    gebruiksoppervlakte wonen: bewoonbare oppervlakte achter de voordeur van het kamerverhuurpand, exclusief opslagruimten en dergelijke, op basis van de “Meetinstructie bepalen gebruiksoppervlakte woningen volgens NEN 2580”;

  • -

    kamerverhuurpand: gebouw of deel van een gebouw waarin onzelfstandige woonruimte wordt geboden aan meer dan één persoon, al dan niet naast een hoofdbewoner (eigenaar/huurder);

  • -

    onzelfstandige woonruimte: woonruimte waarbij voorzieningen zoals de toegang, de keuken en/of het toilet gedeeld worden met bewoners van andere kamers of woningen, met uitzondering van een kamer in een verzorgings- of verpleeghuis.

Plaatsen van GSM-installaties

  • -

    GSM: Global System for Mobile Communication;

  • -

    GSM-installatie: installatie die opgebouwd is uit zenders, ontvangers, apparatuurkasten, al dan niet geplaatst op een mast, welke onderdelen onverbrekelijk met elkaar zijn verbonden, een en ander bestemd voor mobiel telefoonverkeer;

  • -

    GSM-mast: constructie die uitsluitend of mede bedoeld is voor het bevestigen en dragen van GSM-apparatuur.

Elektrische voertuigen

  • -

    elektrische voertuig: elk voertuig die op de openbare weg mag rijden, geheel of gedeeltelijk op elektriciteit kan rijden en voorzien is van een stekker om op te laden, met uitzondering van fietsen en snor/bromfietsen;

  • -

    oplaadinfrastructuur: geheel van oplaadpalen, aansluitingen op het elektriciteitsnet en andere voorzieningen in de openbare ruimte op, onder of aan de weg bestemd voor het opladen van elektrische voertuigen;

  • -

    oplaadpaal: oplaadobject in de vorm van een paal met ten minste één aansluiting en de mogelijkheid voor twee of meer aansluitingen voor het gelijktijdig opladen van elektrische voertuigen.

  • -

    beheerder: houder van de vergunning voor het plaatsen van oplaadpalen en/of andere oplaadinfrastructuur.

  • -

    gebruiker:

    • a.

      bedrijf dat of organisatie die gevestigd is in de gemeente Amersfoort en eigenaar of bezitter is van een elektrisch voertuig of een werknemer in dienst heeft die beschikt over een elektrisch voertuig;

    • b.

      particulier die eigenaar of bezitter is van een elektrisch voertuig en woonachtig of werkzaam is in de gemeente Amersfoort.

HOOFDSTUK II HOOFDSTUK II HOUTOPSTAND

Artikel 2.1 Noodkap houtopstand

Burgemeester en wethouders maakt slechts bij hoge uitzondering gebruik van hun in artikel 2.1, tweede lid, onder k van de Verordening bedoelde bevoegdheid tot noodkap.

Artikel 2.2 Weigeringsgronden

Een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid van de Verordening kan slechts worden geweigerd in het belang van:

  • a.

    natuurwaarde, in het bijzonder de ecologie en biodiversiteit ter plaatse. Hiervan is sprake indien de houtopstand:

    • 1°.

      streekeigen is (genetisch oorspronkelijk);

    • 2°.

      behoort tot de potentieel natuurlijke vegetatie;

    • 3°.

      een belangrijke, structurele functie vervult voor het voortbestaan van een bepaalde plant- of diersoort;

    • 4°.

      een kolonieboom is van blauwe reigers;

    • 5°.

      een groeiplaats is voor een bijzondere plantensoort; of

    • 6°.

      onderdeel is van een geleiding voor vleermuizen.

  • b.

    landschappelijke waarde, waarbij de houtopstand bijdraagt aan de identiteit van het landschap of het landschapstype. Hiervan is sprake indien de houtopstand:

    • 1°.

      een kenmerkende soort is voor het desbetreffende landschapstype;

    • 2°.

      zichtlijnen versterkt of historische of verkeerskundige structuren accentueert; of

    • 3°.

      ongewenste objecten afschermt.

  • c.

    waarde voor stads- en dorpsschoon, waarbij de houtopstand bijdraagt aan de esthetische waarde van de bebouwde omgeving. Hiervan is sprake indien de houtopstand:

    • 1°.

      onderdeel is van een beschermd stads- of dorpsgezicht; of

    • 2°.

      onderdeel is van een Rijks- of gemeentelijk monument.

  • d.

    beeldbepalende waarde, waarbij de houtopstand bestaande uit een boom of boomgroep bepalend is voor het straat-, wijk- of stadsbeeld of die opvalt in het landschap. Hiervan is sprake indien de houtopstand:

    • 1°.

      bijzonder en/of zeldzaam is door hoogte, dikte, vorm, leeftijd of soort;

    • 2°.

      nadrukkelijk in het (straat)beeld aanwezig is en/of een hoge belevingswaarde heeft; of

    • 3°.

      onderdeel is van de woonsfeer en/of karakteristiek is voor de plek.

  • e.

    cultuurhistorische waarde, waarbij de houtopstand een rol speelt in de plaatselijke geschiedenis, als representant van een tijdsbeeld of architectuur, of een karakteristieke eenheid vormt met gebouwen of plekken. Hiervan is sprake indien de houtopstand:

    • 1°.

      een herinnering is aan een belangrijke gebeurtenis, zoals een herdenkingsboom;

    • 2°.

      geadopteerd is, bijvoorbeeld door een school of bedrijf;

    • 3°.

      een bij elkaar passend geheel vormt met een historisch pand;

    • 4°.

      ooggetuige’ is geweest van een belangrijke geschiedkundige gebeurtenis;

    • 5°.

      een plek markeert, zoals een grensboom of een bakenboom;

    • 6°.

      onderdeel is van een historische houtwal; of

    • 7°.

      een karakteristieke snoeivorm heeft, zoals knot- of leibomen.

  • f.

    waarde voor de leefbaarheid, waarbij de houtopstand staand in openbaar toegankelijk terrein algemeen gewaardeerd wordt en bijdraagt aan de gebruiks- en belevingswaarde van de straat, wijk of stad. Hiervan is sprake indien de houtopstand:

    • 1°.

      zorgt voor gewenste schaduw of beschutting;

    • 2°.

      als klimboom voor de jeugd fungeert;

    • 3°.

      een natuurlijke picknickplek is;

    • 4°.

      gunstige effecten heeft op het microklimaat, de luchtkwaliteit of klimaatbestendigheid van de stad; of

    • 5°.

      het welbevinden van bewoners in lichamelijk en geestelijk opzicht versterkt.

  • g.

    boomwaarde, waarbij de houtopstand wordt beoordeeld op:

    • 1°.

      technische staat en conditie van de boom;

    • 2°.

      boom staat op een goede groeiplaats en kan tot wasdom komen en soms zelfs uitgroeien tot een monumentale boom;

    • 3°.

      voldoende ondergrondse ruimte, geen conflicten met riolering, kabels- en leidingen;

    • 4°.

      voldoende bovengrondse ruimte, niet te dicht op gevels, gebouwen e.d. ;

    • 5°.

      voldoende water, voedingsstoffen, lucht voor de boom;

    • 6°.

      passende combinatie van boomsoort en bodem;

    • 7°.

      monetaire waarde op grond van de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen.

HOOFDSTUK III STANDPLAATSEN

Artikel 3.1 Standplaatsenplan
  • 1. Burgemeester en wethouders stellen een standplaatsenplan op.

  • 2. Het standplaatsenplan bevat een overzicht van plaatsen waarop geen van de weigeringsgronden zoals bedoeld in artikel 3.3 van toepassing zijn en die dus in beginsel in aanmerking komen voor het innemen van een standplaats;

  • 3. Het standplaatsenplan bestaat uit:

    • a.

      een overzicht van aangewezen standplaatslocaties, waarbij het aantal per locatie geplande standplaatsen is aangegeven (bijlage 1);

    • b.

      een aanduiding van alle aangewezen standplaatsen per aangewezen locatie op situatietekeningen (bijlage 3.)

    • c.

      een aanduiding van alle aangewezen standplaatsen op een overzichtstekening (bijlage 4)

Artikel 3.2 Indieningsvereisten
  • 1. Om in aanmerking te komen voor toewijzing van een standplaats is vereist dat de gegadigde een handelingsbekwaam natuurlijk persoon is die:

    • a.

      zich legitimeert door een geldig identiteitsbewijs zoals nader aangegeven in de Wet op de identificatieplicht;

    • b.

      voor zover het een vreemdeling betreft, een vreemdeling is volgens de vreemdelingenwet 2000 en door middel van een verblijfsdocument aan kan tonen, dat hij/zij de bevoegdheid heeft om in Nederland te mogen werken c.q. te ondernemen; en kan aantonen te hebben voldaan aan alle voorgeschreven publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van de bedrijfsuitoefening- en organisatie;

    • c.

      aantoont dat zijn verkoopinrichting voldoet aan de eisen, die daaraan bij of krachtens de Wet Milieubeheer worden gesteld; en,

    • d.

      aantoont dat zijn verkoopinrichting voldoet aan de eisen, die daaraan bij of krachtens de Brandbeveiligingsverordening 2012 worden gesteld.

Artikel 3.3 Toepassing weigeringsgronden
  • 1. In het belang van de openbare orde en veiligheid kan een vergunning tot het innemen van een standplaats worden geweigerd, indien:

    • a.

      in de directe nabijheid een door de gemeente ingestelde markt wordt gehouden (tijdens marktdagen);

    • b.

      de honorering van de aanvraag resulteert in verkapte marktvorming doordat er vanuit meer dan drie verkoopwagens en/of kramen, die zich op minder dan 50 meter afstand van elkaar bevinden, gelijktijdig verkoop plaatsvindt;

    • c.

      het zicht op etalages en terrassen wordt belemmerd;

    • d.

      het uitzicht vanuit woningen en kantoren wordt belemmerd;

    • e.

      de toegang tot gebouwen wordt belemmerd;

    • f.

      de doorgang voor hulpdiensten als politie, brandweer, ambulance wordt belemmerd. De doorgang dient een breedte te hebben van ten minste 4,5 meter, een verharding over een breedte van ten minste 3,25 meter, die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van 14.600 kg en een vrije hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 meter.

    • g.

      in geval van verkoop van “natte” visproducten de verkoop niet vanuit een dichte verkoopwagen of dichte verkoopinrichting geschiedt.

  • 2. In het belang van het voorkomen of beperken van overlast kan een vergunning tot het innemen van een standplaats worden geweigerd, indien:

    • a.

      geur- of geluidshinder of enige andere vorm van overlast te verwachten is voor gebruikers of zakelijk gerechtigden van in de nabijheid van de standplaats gelegen onroerende zaken en deze hinder niet afdoende kan worden beperkt door het stellen van voorwaarden;

    • b.

      de rust in nabijgelegen woningen en kantoren e.d. wordt verstoord.

  • 3. in het belang van het waarborgen van redelijke eisen van welstand, hetzij voor wat betreft de standplaats zelf, hetzij in verband met de omgeving kan een vergunning tot het innemen van een standplaats worden geweigerd, indien:

    • a.

      het aanzien van monumentale gebouwen of stedenbouwkundige ensembles wordt aangetast

    • b.

      het uitzicht op monumenten of kunstobjecten wordt aangetast;

    • c.

      de aangevraagde standplaats zich bevindt op bij de gemeente in beheer zijnde gazons of groenstroken;

    • d.

      het open karakter van pleinen wordt aangetast.

  • 4. In het belang van de verkeersvrijheid of –veiligheid kan een vergunning tot het innemen van een standplaats worden geweigerd, indien:

    • a.

      de aangevraagde standplaats ligt langs één van de in bijlage 5 aangeduide wegen;

    • b.

      de aangevraagde standplaats het uitzicht belemmert op kruisingen, oversteekplaatsen of uitritten e.d.;

    • c.

      de aangevraagde standplaats is gelegen op een parkeerplaats waar parkeerbelasting wordt geheven;

    • d.

      de aangevraagde standplaats is gelegen op een locatie, welke is aangewezen ten behoeve van belanghebbenden parkeren;

    • e.

      de aangevraagde standplaats leidt tot een onaanvaardbare toename van de parkeerdruk;

    • f.

      in de directe omgeving van de aangevraagde standplaats onvoldoende parkeergelegenheid is voor klanten met gemotoriseerd vervoer;

    • g.

      de ter plaatse benodigde vrije doorgang voor het verkeer wordt belemmerd;

    • h.

      de standplaats anderszins verstorend of verwarrend werkt op de verkeerskundige inrichting ter plaatse of anderszins leidt tot onveilige verkeerssituaties of onveilig verkeersgedrag.

  • 5. In het belang van het waarborgen van een redelijk verzorgingsniveau voor de consument kan een vergunning tot het innemen van een standplaats worden geweigerd, indien

    • a.

      in dan wel binnen een straal van 500 meter rondom een winkelcentrum dat minder dan vijf jaar geleden is geopend, een vergunning wordt gevraagd voor een branche die al in dat winkelcentrum is gevestigd;

    • b.

      binnen het verzorgingsgebied in een bepaalde branche nog slechts één winkel is gevestigd die door de concurrentie van een vergunninghouder ten onder dreigt te gaan.

Artikel 3.4 Dagen vergunning
  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen voor een locatie een vergunning verlenen aan meer dan één persoon op niet gelijk vallende dagen;

  • 2. Per vergunninghouder zal voor maximaal twee, niet aaneengesloten dagen per week per standplaats vergunning worden verleend.

Artikel 3.5 Lijst van kandidaat vergunningshouders
  • 1. Burgemeester en wethouders houden een lijst aan waarop zij inschrijven de namen, de geboortedatum van kandidaat vergunninghouders, alsmede de branche waarvoor de standplaatsvergunning is aangevraagd.

  • 2. Bij de toewijzing gaan deze kandidaat vergunninghouders, in volgorde van de plaats op de ranglijst, vóór later ingeschreven kandidaat vergunninghouders, doch alleen voor de branche waarvoor zij staan ingeschreven.

  • 3. Een aanvrager dient zich voor elke door hem gewenste (standplaats)locatie apart in te schrijven.

Artikel 3.6. Omschrijving van de standplaats in de vergunning
  • 1. Een toegewezen standplaats wordt in de betreffende vergunning duidelijk omschreven, met vermelding van o.a. de maximumoppervlakte die met de standplaats mag worden ingenomen en van de categorie waren die op de standplaats mogen worden verkocht.

  • 2. De standplaats moet worden ingenomen overeenkomstig de bij de vergunning behorende situatietekening.

Artikel 3.7 Voorwaarden gebruik standplaats
  • 1. Een standplaats kan, mits de situatie ter plaatse dat toelaat, worden ingenomen met een verkoopwagen of kraam, waarvan de frontbreedte niet meer dan 8 meter en de diepte niet meer dan 2.50 meter mag zijn. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen, afhankelijk van de locatie een afwijking van de maximale afmetingen toestaan.

  • 2. De verkoopwagen, die valt onder het regime van de Wet milieubeheer behoort te voldoen aan de in en krachtens deze wet gestelde eisen.

  • 3. Van de standplaatsvergunning mag gebruik gemaakt worden tijdens de openingstijden die zijn opgenomen in de Winkeltijdenwet, behoudens beperkingen die voortvloeien uit de in artikel 3.3 opgenomen criteria voor de toepassing van weigeringsgronden.

  • 4. De vergunninghouder mag geen gebruik maken van luidsprekers, versterkers en andere middelen ter versterking van het geluid.

  • 5. De vergunninghouder laat de standplaats en de directe omgeving na verwijdering van de verkoopwagen of kramen schoon achter.

Artikel 3.8 Seizoensgebonden standplaatsen
  • 1. Burgemeester en wethouders verlenen een vergunning voor het innemen van een standplaats voor de verkoop van oliebollen voor de duur van maximaal drie maanden in de periode van 15 september tot 15 januari, voor kerstbomen van 1 december tot en met 24 december, voor nieuwe haring vanaf vlaggetjesdag tot 1 juli, voor ijs van 15 juni tot 15 september.

  • 2. Artikel 3.4 is niet van toepassing op de in het vorige lid bedoelde standplaatsen.

Artikel 3.9 Persoonlijk innemen standplaats
  • 1. Een standplaats moet door de vergunninghouder persoonlijk worden ingenomen; hij mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven.

  • 2. Op verzoek van burgemeester en wethouders of daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren legitimeert de vergunninghouder zich door middel van een geldig identiteitsbewijs.

  • 3. De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan.

  • 4. Bij ziekte en vakantie van de vergunninghouder kan deze zich laten vervangen, na toestemming van de marktmeester.

  • 5. De periode van vervanging wegens ziekte van de vergunninghouder bedraagt maximaal zes maanden, gerekend vanaf de eerste dag van afwezigheid.

  • 6. De periode van vervanging wegens vakantie van de vergunninghouder bedraagt maximaal zes weken per kalenderjaar.

  • 7. Wanneer een vergunninghouder zijn verkoopwagen aan een ander verkoopt, verhuurt of in gebruik geeft, verschaft dat de koper, huurder of gebruiker geen enkel recht op een vergunning voor een standplaats.

HOOFDSTUK IV MARKTEN

Artikel 4.1 Dag, tijd en plaats van de markt
  • 1. De markt wordt, behoudens het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel, gehouden op woensdag op het Kraailandhof in Hoogland, donderdag op de Beurs in Kattenbroek en vrijdag op de Hof en het Lieve Vrouwekerkhof van 8.00 uur tot 13.00 uur en op zaterdag op de Hof van 9.00 uur tot 17.00 uur. De Snuffelmarkt wordt, behoudens het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel, gehouden op iedere eerste zaterdag van de maand met uitzondering van januari, en van april tot november tevens iedere derde zaterdag van de maand, van 8.30 uur tot 15.30 uur op het Lieve Vrouwekerkhof. De Boerenmarkt wordt, behoudens het tweede en derde lid van dit artikel, gehouden op vrijdag van 11.00 uur tot 17.00 uur op het Eemplein. Deze locaties, alsmede de betreffende op- en afritten, toegangen, doorgangen en logistieke aan- en afrijroutes, worden als marktterrein beschouwd.

  • 2. Op Nieuwjaarsdag, Hemelvaartsdag, Koningsdag, Eerste Kerstdag en Tweede Kerstdag is er geen markt.

  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen in geval van weersinvloeden, calamiteiten, dreiging van gevaar of andere bijzondere of dringende omstandigheden:

    • a.

      de markt afgelasten dan wel onmiddellijk beëindigen;

    • b.

      de vergunninghouder verplichten de nodige voorzorgsmaatregelen te treffen;

    • c.

      beslissen de markt anders op te stellen c.q. in te richten;

  • 4. Burgemeester en wethouders kunnen, wanneer hiervoor naar haar oordeel een bijzondere aanleiding bestaat, voor een bepaalde gelegenheid:

    • a.

      een andere dan de door burgemeester en wethouders in het eerste lid aangewezen plaats voor de markt aanwijzen, met dien verstande dat de warenmarkten op De Hof maximaal op vier marktdagen, te weten twee vrijdagen en twee zaterdagen, de vrijdagen en zaterdagen aaneensluitend, kunnen worden verplaatst ten behoeve van grootschalige evenementen die van bijzondere culturele en promotionele betekenis zijn voor Amersfoort;

    • b.

      een wijziging brengen in de aanvangstijd en/of sluitingstijd van de markt.

  • 5. In uitzonderlijke gevallen, waarbij sprake is van unieke omstandigheden of gebeurtenissen met een bovenmatig promotionele waarde, kunnen burgemeester en wethouders, naast het in het vierde lid onder a gestelde, besluiten de markt niet door te laten gaan dan wel op een andere locatie te doen laten plaatsvinden.

  • 6. Burgemeester en wethouders gaan tot het nemen van een maatregel zoals bedoeld in het vierde en vijfde lid niet over dan nadat zij over het voornemen daartoe overleg heeft gepleegd met de vertegenwoordiger(s) van de marktkooplieden.

Artikel 4.2 Inrichting van de markt
  • 1. Het aantal standplaatsen is per markt vastgesteld zoals aangegeven op de bij deze regels behorende tekeningen van het marktterrein, opgenomen in bijlage 6 en in deze link.

  • 2. De opstelling en indeling van de markt, waaronder begrepen de seizoenplaatsen, plaatsen voor frituren, bakken en braden, plaatsen voor verkoopwagens en plaatsen voor standwerken is aangegeven op de bij deze regels behorende tekeningen van het marktterrein, opgenomen in bijlage 6 en in deze link.

  • 3. De afmeting van de standplaats is bepaald op vier strekkende meter of een veelvoud daarvan.

  • 4. Burgemeester en wethouders kunnen bij de toewijzing van de plaatsen afwijken van de standaardmaten.

Artikel 4.3 Branche-indeling
  • 1. Voor het verkrijgen van een voor de consument zo aantrekkelijk mogelijke markt kunnen voor elk van de in de bijlage 2 (brancheringslijst), behorende bij deze regels, genoemde artikelen(groepen) niet meer standplaatsen worden toegewezen dan het aantal standplaatsen dat is aangegeven in desbetreffende bijlage. Op aanvraag kan maximaal 1 extra standplaats worden toegewezen met een branche welke nog niet in de brancheringslijst is opgenomen.

  • 2. Op aanvraag kunnen ten hoogste twee bij-branches voor maximaal een kwart van de vergunde verkoopruimte in de vergunning worden toegekend, indien deze bij-branches:

    • a.

      de diversiteit van de markt bevorderen;

    • b.

      niet in strijd zijn met reeds vergunde branches;

    • c.

      niet reeds op de markt vertegenwoordigd zijn;

    • d.

      voldoende onderscheidend zijn van de hoofdbranche, en;

    • e.

      van ondergeschikte betekenis ten opzichte van de hoofdbranche zijn.

  • 3. Meerdere hoofdbranches kunnen, al dan niet tijdelijk, worden toegewezen, mits niet reeds op de markt vertegenwoordigd dan wel voldoende onderscheidend, voor zover het de diversiteit en de belangen van de markt bevordert en naar oordeel van de marktmeester niet in strijd is met reeds vergunde branches.

Artikel 4.4 Inschrijving op de anciënniteitlijst

Vergunninghouders van vaste standplaatsen worden ingeschreven op een doorlopend genummerde lijst met vermelding van en in volgorde op de datum waarop aan hen voor het eerst een vaste standplaats is toegewezen. Bij deze inschrijving wordt tevens vermeld de soort artikelen die de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe hij behoort. Deze lijst wordt de anciënniteitlijst genoemd.

Artikel 4.5 Doorhalen van inschrijving op de anciënniteitlijst

De inschrijving op de anciënniteitlijst wordt doorgehaald indien de vergunning van een houder van een vaste standplaats wordt ingetrokken.

Artikel 4.6 Registratie in de gegadigdenadministratie

Gegevens van een aanvrager kunnen tegen betaling van administratiekosten (tarief 2020 € 10,00) in de gegadigdenadministratie worden geregistreerd indien geen vaste standplaats kan worden toegewezen en aanvrager schriftelijk heeft aangegeven dat hij toch in aanmerking wil komen voor een vaste standplaats en als gegadigde hiervoor wenst te worden aangemerkt. Burgemeester en wethouders bepalen, met inachtneming van het belang van de markt, of en hoe lang de gegevens van de gegadigde worden geadministreerd.

Artikel 4.7 Doorhalen van registratie in de gegadigdenadministratie

De registratie in de gegadigdenadministratie wordt doorgehaald:

  • a.

    wanneer een vaste standplaats wordt toegewezen en ingenomen;

  • b.

    op schriftelijk verzoek van gegadigde;

  • c.

    bij overlijden van gegadigde;

  • d.

    wanneer gegadigde een aangeboden vaste standplaats weigert dan wel gegadigde niet reageert op een uitnodiging om een vaste plaats in te nemen;

  • e.

    indien ter zake van de registratie onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

  • f.

    indien burgemeester en wethouders verdere registratie niet langer in het belang van de markt achten.

Artikel 4.8 Overschrijving vaste standplaatsvergunning
  • 1. In geval van overlijden, het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd dan wel blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder kan de vergunning voor de vaste plaats worden overgeschreven op de echtgeno(o)t(e), de levenspartner van de vergunninghouder of een persoon met wie vergunninghouder duurzaam samenwoonde.

  • 2. Indien de vaste standplaatsvergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan met inachtneming van herziening van de branche(s) conform de op dat moment gewenste vernieuwde situatie, het recht op een vaste standplaats op de betreffende markt overgaan op een kind van vergunninghouder.

  • 3. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen 12 weken na het overlijden, na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd dan wel na de vaststelling van de blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder.

  • 4. Het recht op een vaste standplaats op de betreffende markt kan, met inachtneming van eventuele herziening van de branche(s) conform de op dat moment gewenste vernieuwde situatie, overgaan op een mede-eigenaar of medewerker, indien deze in ieder geval drie jaren onafgebroken in deze relatie tot de vergunninghouder staat.

Artikel 4.9 Toewijzing standplaatsen
  • 1. Een standplaats wordt toegewezen als vaste plaats, seizoenplaats, dagplaats of standwerkerplaats.

  • 2. Een vrijgekomen vaste plaats wordt als dagplaats beschouwd en blijft als zodanig aangemerkt zolang zij niet als vaste plaats of seizoensplaats is toegewezen.

Artikel 4.10 Toewijzing van een vaste standplaats
  • 1. Een opengevallen vaste standplaats op de markt kan opnieuw als vaste standplaats worden uitgegeven met inachtneming van de voor die markt en locatie geldende indelingen in afdelingen/branches.

  • 2. Voor een opengevallen standplaats komen achtereenvolgens in aanmerking:

    • a.

      de vergunninghouder van een vaste standplaats die schriftelijk heeft aangegeven een andere vaste standplaats te willen nemen. De toewijzing geschiedt op volgorde van anciënniteit als vaste standplaatshouder en met inachtneming van de branche-indeling van de markt;

    • b.

      een gegadigde uit de gegadigdenadministratie indien zulks ter beoordeling van burgemeester en wethouders in het belang van de markt wenselijk wordt geacht. Bij gelijke geschiktheid onder meerdere gegadigden geschiedt toewijzing eerst na advies van tenminste twee leden van de markt- en ventcommissie, waarvan in ieder geval een vertegenwoordiger van de Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel;

    • c.

      de vergunninghouder van een aangrenzende vaste standplaats, die schriftelijk heeft aangegeven een volgende aangrenzende plaats ter beschikking te willen krijgen. De toewijzing geschiedt op volgorde van anciënniteit als vaste standplaatshouder.

  • 3. Indien een toewijzing wordt geweigerd vervalt iedere aanspraak op de standplaats alsmede op de anciënniteit welke bij de toewijzing van toepassing is.

  • 4. De vaste standplaatshouder dient schriftelijk kenbaar te maken dat hij/zij in aanmerking wenst te komen voor een vrijgekomen plaats. Indien niemand, nadat de hiervoor bepaalde leden in acht zijn genomen, te kennen heeft gegeven in aanmerking te willen komen voor de vrijgekomen vaste plaats, zal de plaats via werving aan een gegadigde worden toegewezen.

Artikel 4.11 Toewijzing dagplaats
  • 1. Aanvragers voor een dagplaats die geen vaste plaats op de markt hebben en die in aanmerking willen komen voor een vergunning voor een dagplaats dienen zich bij aanvang van de markt te hebben aangemeld bij de marktmeester.

  • 2. Toewijzing van een dagplaats geschiedt door afgifte van een vergunning door burgemeester en wethouders dan wel op aanwijzing van de marktmeester op voorhand daarvan, op het moment dat de standplaats niet als vaste standplaats wordt ingenomen.

  • 3. Aanvragers voor een dagplaats met een artikel of artikelsoort dat nog niet op de markt is vertegenwoordigd hebben voorrang op de aanvragers met artikelen of artikelsoorten die reeds op de markt vertegenwoordigd zijn.

  • 4. Artikelen of artikelsoorten die reeds volledig op de markt vertegenwoordigd zijn kunnen ten hoogste met maximaal een standplaats ten behoeve van een aanvrager voor een dagplaats worden uitgebreid, voor zover de brancheringslijst ruimte biedt en de belangen niet worden gestoord. Indien het aantal aanvragers het aantal beschikbare dagplaatsen overtreft geschiedt toewijzing via loting door de marktmeester, met inachtneming van het bij vorige leden gestelde, welke loting plaats vindt eerst na aanvang van de markt bij aanwezigheid van alle aanvragers die zich tijdig hebben gemeld.

  • 5. De marktmeester wijst de opengevallen plaatsen bij aanvang van de markt toe aan de aanvragers die zijn ingeloot.

Artikel 4.12 Toewijzing standwerkerplaats
  • 1. Toewijzing van een standwerkerplaats van maximaal 6 m2 geschiedt door de marktmeester met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.11, lid 1, 2, 4 en 5 van deze regels.

  • 2. Indien de standwerker zich wil doen laten bijstaan, meldt hij dit vooraf aan de marktmeester, met opgave van de naam van betreffende persoon. Deze persoon mag niet deelnemen aan eventuele loting. Vooraf meldt aanvrager met welk artikel gestandwerkt wordt, met dien verstande dat slechts 1 artikelsoort is toegestaan. Prijzen aanduiden is niet toegestaan. Aanduidingsborden en meet- en weegwerktuigen zijn niet toegestaan.

  • 3. Een standwerker met een artikel dat reeds op de markt vertegenwoordigd is en meer dan een kwart van een branche van een vaste standplaatshouder uitmaakt kan -voor dat artikel- geen toewijzing krijgen, tenzij de belangen niet worden gestoord.

  • 4. De aanvraag van een standwerker met een artikel dat nog niet op de markt vertegenwoordigd is prevaleert boven een aanvraag van een standwerker met een artikel dat reeds op de markt vertegenwoordigd is.

  • 5. Indien het aantal aanvragers het aantal beschikbare plaatsen overtreft geschiedt toewijzing via loting door de marktmeester. Loting en/of toewijzing vindt plaats eerst na aanvang van de markt.

Artikel 4.13 Eigen materiaal
  • 1. Op verzoek kan in de vergunning van een vaste standplaatshouder toestemming worden verleend om met eigen materiaal zijn standplaats in te nemen voor zover het een verkoopwagen betreft. Parasols en partytenten als verkoopinrichting zijn niet toegestaan. De vergunninghouder is verplicht gebruik te maken van kramen van de betreffende exploitant, indien er geen sprake is van een verkoopwagen.

  • 2. Het in het vorige lid vermelde verzoek omvat in ieder geval de volgende gegevens:

    • a.

      een opgave van lengte, hoogte en breedte van het eigen materiaal;

    • b.

      een gedetailleerde tekening van het eigen materiaal;

    • c.

      foto’s van het eigen materiaal;

    • d.

      indien het eigen materiaal is voorzien van installaties waarin gekookt, gebakken, gebraden en/of gefrituurd kan worden, dient een geldig inspectierapport van de brandweer te worden overgelegd.

  • 3. Toestemming wordt in ieder geval geweigerd indien:

    • a.

      het eigen materiaal technisch niet inpasbaar is binnen de beschikbare ruimte op de markt zoals aangegeven op de in artikel 4.2 genoemde tekeningen;

    • b.

      het eigen materiaal niet voldoet aan de in artikel 4.14 genoemde eisen.

  • 4. Ter bescherming van bederfelijke waar kan aan een standplaatshouder per marktdag toestemming worden verleend om telkens tijdelijk, hooguit voor de duur van betreffende weersinvloeden, eigen materiaal in de vorm van zon- of regenwerende middelen te gebruiken, mits van deugdelijk materiaal en een goed aanzien, zulks ter beoordeling van de marktmeester.

Artikel 4.14 Eisen eigen materiaal

Het eigen materiaal dient aan de volgende eisen te voldoen:

  • a.

    het eigen materiaal mag in opgestelde toestand niet dieper zijn dan de kramenrij (drie strekkende meter) en niet langer dan de logistiek mogelijk maakt;

  • b.

    uitklapbare toonbanken en/of vitrines mogen niet buiten de staanders van de kramenrij uitsteken;

  • c.

    aan de zijkanten van het eigen materiaal mogen geen zeilen, kleppen of andere zaken zijn aangebracht die de doorgang aan de verkoopzijde verhinderen of het zicht op de naastgelegen verkoopgelegenheid beperken;

  • d.

    het eigen materiaal dient een minimale (klep-)hoogte te hebben van 2.10 meter.

Artikel 4.15 Innemen standplaats
  • 1. Een toegewezen standplaats wordt door de vergunninghouder, dan wel door diens plaatsvervanger ingenomen. Vergunninghouder mag zich doen laten bijstaan op de standplaats.

  • 2. Indien vergunninghouder zich laat vervangen dient hiervoor schriftelijk toestemming aan burgemeester en wethouders te worden gevraagd, zulks onder vermelding van naam, geboortedatum en adresgegevens van de plaatsvervanger, waarna burgemeester en wethouders daarvoor ontheffing kunnen geven. De plaatsvervanger dient handelingsbekwaam te zijn, minimaal de leeftijd van 18 jaar te hebben bereikt en zich te kunnen legitimeren. De vergunninghouder blijft te allen tijde verantwoordelijk.

Artikel 4.16 Aantal keren innemen vaste standplaats

De vaste standplaats wordt telkens ingenomen, met inachtneming van het bij artikel 4.17 van deze regels bepaalde.

Artikel 4.17 Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden
  • 1. De vergunninghouder van een vaste standplaats die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste standplaats in te nemen, deelt dit tevoren schriftelijk mee aan burgemeester en wethouders. Plotselinge verhindering wordt mondeling of telefonisch aan de marktmeester gemeld.

  • 2. Gedurende het kalenderjaar kan ten behoeve van vakantie maximaal 6 marktdagen per markt toestemming worden gegeven door burgemeester en wethouders dan wel vrij worden genomen door vergunninghouder.

  • 3. Na herhaaldelijke afwezigheid zonder dat daaromtrent is bericht en burgemeester en wethouders toestemming hebben gegeven, kunnen burgemeester en wethouders, in afwijking van het bij artikel 4.3 gestelde, een -extra- standplaats toewijzen aan een branchevervanger.

Artikel 4.18 Eisen en verboden t.a.v. het innemen van een standplaats en de aan- en afvoer van goederen
  • 1. Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan 3 uur voor aanvang en meer dan 1,5 uur na afloop van de markt met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen of goederen aan of af te voeren.

  • 2. De vergunninghouder is verplicht zijn vaste standplaats tot het sluitingstijdstip van de markt te blijven innemen.

  • 3. Het is, behoudens voor standwerkers, verboden de standplaats in te nemen met parasol(s), (party)tent dan wel overige overkappingen anders dan marktkramen van de betreffende marktkramenexploitant.

  • 4. Indien de vergunninghouder diens vaste standplaats niet uiterlijk bij aanvang van de markt heeft ingenomen, wordt desbetreffende standplaats voor die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de marktmeester de standplaats op tijdig verzoek van de vergunninghouder beschikbaar houdt.

  • 5. Het is vergunninghouder verboden op het marktterrein op een andere dan voor de markt bestemde tijd goederen of waren te koop aan te bieden, te verkopen of af te leveren.

  • 6. Het is vergunninghouder verboden op de standplaats andere goederen of in voorraad te hebben en/of uit te stallen dan waarvoor vergunning is verleend.

  • 7. Het is vergunninghouder verboden meer ruimte in te nemen dan is toegewezen.

  • 8. Het is vergunninghouder verboden de opstal voor en/of tijdens de markt af te breken of te verplaatsen.

  • 9. Het is vergunninghouder verboden voor het tijdstip waarop de markt eindigt diens waren in te pakken en/of af te voeren.

  • 10. Het is verboden te frituren in oliën en/of vetten anders dan in een goedgekeurde bakwagen. Voorts is het verboden te frituren buiten de daarvoor bestemde clusterplaatsen en binnen een straal van 5 meter tussen bakwagens en bouwwerken dan wel omliggende gebouwen met gevels voorzien van ramen.

  • 11. Het is in geval van verkoop van “natte” visproducten verboden gebruik te maken van kramen of verkoopinrichtingen waarvan de bodem niet geheel gesloten is. Visverkoop dient uitsluitend te geschieden vanuit een dichte verkoopwagen.

  • 12. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere omstandigheden van het bij vorige leden gestelde ontheffing verlenen onder door hun te stellen voorwaarden.

Artikel 4.19 Obstakels en welstand
  • 1. Het is voor een ieder verboden het marktterrein, de doorgangen en wandelgangen op en langs het marktterrein op enigerlei wijze te hinderen of te belemmeren. Het marktterrein, de op- en afritten, toegangen, doorgangen en logistieke aan- en afrijroutes dienen vrij te zijn van obstakels als opslag, terrasmeubilair, parasols, rijwielen en/of voertuigen dan wel anderszins.

  • 2. De kramen, andere verkoopinrichtingen of materialen, alsmede boven-, zij- en achterzeilen mogen slechts na goedkeuring door de marktmeester gebruikt worden. Zijzeilen dienen doorzichtig te zijn. Alle zeilen dienen van deugdelijk materiaal te zijn, een net aanzicht te hebben en goed en veilig te worden aangebracht.

Artikel 4.20 Plaatsen opstallen/elektriciteitsexploitatie
  • 1. Het is verboden:

    • a.

      op het marktterrein kramen en/of tafels te plaatsen of op te slaan of gebruik te maken van verkoopwagens;

    • b.

      voor elektriciteit ten behoeve van de standplaats gebruik te maken van een ander dan die voor het leveren daarvan is aangewezen dan wel om zelf hierin te voorzien.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de in het eerste lid gestelde verboden, onder door hen te stellen voorwaarden.

Artikel 4.21 Promotie/gedrukte stukken/propaganda
  • 1. Het is verboden op het marktterrein tijdens de duur van de markt muziek of geluid te maken dan wel met gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen te venten of deze te verspreiden.

  • 2. Onder het voeren van propaganda wordt niet verstaan het door standplaatshouders aanprijzen van koopwaar op de markt en het voeren van promotionele activiteiten waarvoor vergunning is verkregen.

Artikel 4.22 Schoonhouden en opleveren standplaats

De vergunninghouder dient:

  • a.

    ervoor zorg te dragen dat diens standplaats telkens een goed verzorgd aanzien biedt;

  • b.

    voor, tijdens en na de markt zelf diens afval, (verpakkings-)materialen en dergelijke in te zamelen;

  • c.

    voordat het marktterrein wordt verlaten, diens standplaats en onmiddellijke omgeving daarvan schoon op te leveren en diens afval zelf af te voeren;

  • d.

    indien de ondergrond en omgeving van de standplaats vervuild kan raken, maatregelen te treffen ter voorkoming daarvan. Daar waar door de marktmeester als noodzakelijk wordt geacht dient de ondergrond te worden afgedekt, alvorens werkzaamheden daarboven te verrichten. De te treffen maatregelen dienen ter goedkeuring van de marktmeester en/of op aanwijzing van de marktmeester te geschieden;

  • e.

    wanneer vergunning is verleend om eet- en drinkwaren voor consumptie gereed te maken en te verkopen, aan de voorzijde van diens standplaats voldoende afvalbakken te plaatsen.

Artikel 4.23 Gebruik van elektrische- en/of geluidsapparatuur

Gebruikmaken van elektrische- en/of geluidsapparatuur is slechts toegestaan na verleende -schriftelijke- toestemming, onder bepaalde voorwaarden en op aanwijzing van de marktmeester. Zonder verkregen toestemming is het niet toegestaan apparaten te gebruiken via de elektrische faciliteiten. In geen geval mag gebruik worden gemaakt van apparatuur zoals elektrische kachels, waterkokers, tosti-apparaten, etc.. Ter bescherming van waren kan voor verwarmingsapparaten op gas, welke aan veiligheidseisen voldoen toestemming worden verleend, mits veilig opgesteld, zulks ter beoordeling aan de marktmeester of brandweer.

Artikel 4.24 Uitstallingen
  • 1. Uitstallingen zijn alleen toegestaan na verleende toestemming daarvoor van de marktmeester.

  • 2. Toestemming voor uitstallingen kan slechts worden verleend indien er sprake is en blijft van een vrije doorgang zonder obstakels van 3 meter breed en 2.10 meter hoog.

  • 3. Op de aanrijroute van de hulpdiensten kan slechts toestemming worden verleend voor uitstallingen indien er sprake is van een vrije doorgang van 4,5 meter breed en 4,2 meter hoog.

  • 4. Uitstallingen waarvoor geen toestemming is verleend, dienen onmiddellijk op eerste aanzegging van de marktmeester te worden verwijderd.

Artikel 4.25 Het stallen van rij- en voertuigen
  • 1. Het is de vergunninghouder niet toegestaan op het marktterrein diens rij- en/of voertuig, niet zijnde een toegestane verkoopinrichting, te parkeren.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen, behoudens op de Hof en het Lieve Vrouwekerkhof, onder strikte voorwaarden ontheffing verlenen van het bij het eerste lid van dit artikel gestelde, waarbij in ieder geval aan de volgende voorwaarden dient te worden voldaan:

    • a.

      ontheffing kan slechts worden verleend indien het voertuig ingepast geplaatst kan worden op de standplaats van vergunninghouder, binnen diens vergunde locatie;

    • b.

      het voertuig dient achter de kraam te worden geplaatst, zodanig dat collega-kooplieden daarvan geen hinder ondervinden;

    • c.

      het geparkeerde voertuig wordt niet als extra ruimte voor uitstalling gebruikt;

    • d.

      het geparkeerde voertuig mag niet het zicht op naastgelegen standplaatsen belemmeren.

Artikel 4.26 Algemene veiligheidsnormen
  • 1. Verpakkings- en overig materiaal wordt ordentelijk opgeslagen achter of onder de kraam of verkoopwagen en wordt tijdig afgevoerd.

  • 2. Elektrische installaties, verlichtingstoestellen, verwarmingstoestellen en bak-, kook- en frituurinstallaties dienen te zijn uitgevoerd conform Europese veiligheidsregels en te zijn voorzien van het CE-keurmerk.

  • 3. Gasgestookte toestellen en installaties dienen door de brandweer te zijn goedgekeurd.

  • 4. Bij gebruik van gas als brandstof en een slang als verbinding wordt uitsluitend een slang gebruikt die voldoet aan de volgende kenmerken: een goedgekeurde GIVEG-slang, maximaal 10 meter lang en maximaal 2 jaar oud.

  • 5. Bij gebruik van gas als brandstof dient de gasfles te zijn voorzien van een door de Dienst Stoomwezen erkend keurmerk en mag de gasfles ten hoogste 10 jaar oud zijn. Uitsluitend aardgas, propaangas, butaangas of gasolie mag worden gebruikt.

  • 6. Afsluiters in vaste gasleidingen dienen goed bereikbaar te zijn en te zijn aangebracht aan het einde van elke aftakking van een vaste leiding naar een gebruikstoestel en in de leidingen op plaatsen waar de leiding geheel of gedeeltelijk kan worden gespoeld met een inert gas.

  • 7. Elektriciteitskabels dienen zodanig te worden opgehangen dan wel onder matten te worden weggeborgen dat het publiek er niet mee in aanraking kan komen.

  • 8. Gasgekookte verwarmingstoestellen met een open verbranding dienen zodanig te zijn afgesteld dat er een optimale verbranding plaatsvindt.

  • 9. Bij gebruik van gas als brandstof is ten hoogste 115 liter waterinhoud gas bij de verkoopinrichting aanwezig.

  • 10. Gasflessen dienen zodanig te zijn opgesteld dat het publiek er niet bij kan. Er dient sprake te zijn van goede ventilatie en zij dienen beschermd te zijn tegen omvallen (kantelen) en aanrijden.

  • 11. Toestellen en installaties dienen schoon en vetvrij te worden gehouden.

  • 12. Installaties voor koken, bakken, braden en frituren dienen tenminste jaarlijks aan onderhoud te worden onderworpen en dienen tweejaarlijks te worden gekeurd door een erkende installateur. Van deze keuring dient een rapport aanwezig te zijn binnen de verkoopinrichting.

  • 13. Bij gebruik van een installatie voor koken, bakken, braden en frituren dient een blusapparaat aanwezig te zijn dat goedgekeurd is door een erkend keuringsbedrijf en voorzien is van een geldige keuringssticker.

  • 14. Bij gebruik van een installatie voor koken, bakken, braden en frituren dient voor iedere pan of frituurbak een goed passend metalen deksel aanwezig te zijn.

  • 15. In geval er sprake is van personeel dient dat personeel voldoende te zijn opgeleid om te kunnen werken met installaties voor koken, bakken, braden of frituren.

  • 16. Aanwijzingen met betrekking tot opbouwen/afbouwen of verankeren dienen onverwijld te worden opgevolgd.

  • 17. Voorkomen dient te worden dat er uitsteeksels zijn bij de verkoopinrichting waardoor het publiek letsel zou kunnen oplopen; luifels dienen bijvoorbeeld hoog genoeg te zijn.

  • 18. Op dit reglement is tevens de handreiking “veiligheid op de markt” (tot stand gekomen i.s.m. CVAH, NVBR, NVgM, HBD en VNG), versie 19 april 2012 dan wel latere versies, van toepassing.

HOOFDSTUK V TERRASSEN

Artikel 5.1 Vergunning en duur
  • a. Een vergunning voor een terras is zowel persoon- als inrichtingsgebonden. Voor zover voor de horeca-inrichting op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening een exploitatievergunning vereist is, wordt de terrasvergunning niet verleend als de inrichting niet beschikt over een geldige exploitatievergunning.

  • b. Een vergunning wordt verleend voor onbepaalde tijd.

  • c. De vergunning geldt niet, indien van toepassing, tijdens marktdagen en evenementen/festiviteiten. In overleg met en op aanwijzing van de marktmeester kan tijdens marktdagen een passend (gevel)terras worden toegestaan, het overige pas nadat het marktterrein door de marktmeester is opgeleverd.

  • d. Tappunten op het terras zijn niet toegestaan, tenzij daartoe een vergunning is verstrekt.

Artikel 5.2 Zomer- en Winterterras

Het zomerterrasseizoen loopt van 1 maart tot 1 november. Het winterterrasseizoen loopt van 1 november tot 1 maart.

Artikel 5.3 Terrastijden
  • a. Het terras mag geopend zijn van 09.00 uur tot 23.00 uur, binnen het Stadshart tot 01.00 uur tenzij in de vergunning een andere tijd wordt aangegeven.

  • b. In de binnenstad inclusief Eemhaven en Oliemolenkwartier, mag in de nachten van vrijdag op zaterdag en zaterdag op zondag het terras van (uitsluitend) horecagelegenheden met een terrasvergunning, tot 02.00 uur geopend zijn.

Opening tot 02.00 uur is uitsluitend toegestaan, indien op een voorafgaande dag blijkens een van gemeentewege bekend gemaakte voorspelling voor de stad Amersfoort een hoogste dagtemperatuur van 25 graden Celsius wordt bereikt of overschreden. De temperatuurverwachting wordt gepubliceerd op de gemeentelijke internetpagina en wordt opgehangen in het publicatiebord van het stadhuis.

De burgemeester kan besluiten om, ook indien een maximumtemperatuur van 25 graden Celsius of hoger wordt verwacht, de verlengde opening tot 02.00 uur niet toe te staan indien dit uit een oogpunt van openbare orde en/of ter beperking van overlast gewenst is.

Artikel 5.4 Opslag van het terrasmeubilair
  • a. Het terrasmeubilair mag blijven staan met een kabel (of een soortgelijke beveiliging) strak eromheen, in dezelfde opstelling als tijdens openingstijden, mits deze niet meer functioneel kan worden gebruikt.

  • b. Terrasmeubilair dat blijft staan, moet op een afdoende wijze worden beveiligd.

  • c. Tijdens marktdagen dient, waar relevant, het niet voor het (gevel)terras te gebruiken meubilair te worden verwijderd en/of opgestapeld op een dusdanige wijze dat de markt normaal kan functioneren. Is tijdens marktdagen de horeca onderneming niet in bedrijf/niet open dan dient het meubilair volledig te worden verwijderd en/of opgestapeld. Een en ander in overleg met en op aanwijzing van de marktmeester.

  • d. Tijdens evenementen dient, waar relevant, het meubilair te worden verwijderd en/of opgestapeld op een dusdanige wijze dat het evenement normaal kan functioneren. Een en ander in overleg met en op aanwijzing van de gemeentelijke toezichthouder en/of de marktmeester.

  • e. Indien geen winter terrasvergunning is verleend, moet het terrasmeubilair gedurende de maanden november tot en met februari geheel verwijderd worden.

  • f. Indien een winter terrasvergunning is verleend moet het niet in gebruik zijnde terrasmeubilair eveneens worden verwijderd.

Artikel 5.5 Terrassenafmeting en feitelijke markering
  • a. Het terras is in beginsel niet breder dan het pand waarbij het terras wordt aangevraagd. Is het terras breder dan het pand waarbij het wordt aangevraagd, dan dient afstemming met eventueel andere belanghebbenden plaats te vinden.

  • b. Voor de pleinen in de binnenstad is het terrassenplan leidend. Burgemeester en wethouders kunnen de afmeting te wijzigen indien sprake is van gewijzigde omstandigheden, bijvoorbeeld een nieuwe onderneming.

  • c. Door de gemeente worden in de bestrating markeringen aangebracht.

  • d. Het terras moet zijn gelegen in de omgeving van het horecabedrijf. In beginsel is het daarbij mogelijk een terras aan te vragen dat niet direct ligt of grenst aan de gevel van het pand waarbij het terras wordt aangevraagd. Een dergelijke aanvraag wordt beoordeeld op inpasbaarheid in de omgeving en betreft ten allen tijde maatwerk.

Artikel 5.6 Inrichting van het terras en redelijke eisen van welstand
  • a. Buiten de historische binnenstad worden geen welstandseisen gesteld aan het terrasmeubilair, met uitzondering van de Eemhaven en het Eemplein.. In de historische binnenstad en in de Eemhaven en het Eemplein moet het meubilair recht doen aan het (historische) karakter van de omgeving. Het meubilair moet stijlvol zijn en passend in de omgeving.

  • b. Voor de pleinen in de binnenstad, en voor de Eemhaven en het Eemplein geldt als extra eis dat het meubilair stapelbaar moet zijn. Dit in verband met transportmogelijkheden tijdens evenementen en de markt.

  • c. De plaatsing van een terras mag niet gepaard gaan met beschadiging van het wegdek, bomen, beplanting of straatmeubilair.

  • d. De plaatsing van verwijderbare terrasschermen is toegestaan. De schermen moeten gedeeltelijk van een doorzichtig materiaal zijn. Reclame op schermen mag maximaal 40 cm bij 20 cm zijn. Terrasschermen direct aan en haaks op de gevel mogen 1,5 meter hoog zijn. Losse schermen in de vrije ruimte op het plein mogen maximaal 1 meter hoog zijn. De schermen moeten verwijderd worden tijdens marktdagen en evenementen, in overleg met en op aanwijzing van de marktmeester.

  • e. Parasols moeten inklapbaar en verwijderbaar zijn. Het is toegestaan een verankering voor parasols verzonken in de bestrating op te nemen, mits daarvoor een omgevingsvergunning is verleend. Eventuele zijschermen moeten transparant zijn.

  • f. Parasols moeten worden uitgevoerd in stof/zeildoek van brandvertragend materiaal.

  • g. Losse elementen (schermen, schotten, bloembakken, menuborden en dergelijke) zijn toegestaan mits verplaatsbaar. Losse elementen moeten binnen de grenzen van het terras worden geplaatst. De schermen moeten verwijderd worden tijdens marktdagen en evenementen, in overleg met en op aanwijzing van de gemeentelijke toezichthouder en/of de marktmeester.

  • h. Losse heaters / verwarmingselementen moeten na sluiting terras inpandig worden opgeslagen.

Artikel 5.7 Openbare orde en veiligheid
  • a. De vrije doorgang voor hulpverleningsdiensten zoals brandweer en ambulance moet gegarandeerd zijn en om dat te waarborgen, dient de vrije doorgang – gemeten vanaf de in artikel 5.5 bedoelde markeringen - minimaal 3,5 meter breed en 4,20 meter hoog te zijn.

  • b. Voor een ongehinderde doorgang voor voetgangers dient de doorgang tenminste 1,5 meter op trottoirs en 2,5 meter op pleinen te zijn, tenzij anders is aangegeven op de terrassenplannen.

  • c. Brandkranen en andere waterwinplaatsen moeten vrij toegankelijk zijn en in een straal van 75 cm mag er niets geplaatst worden.

Artikel 5.8 Voorschriften en beperkingen verbonden aan een vergunning
  • a. Gebruik van het terras mag niet leiden tot ontoelaatbare overlast voor de directe woonomgeving.

  • b. Op het terras mag geen muziek ten gehore worden gebracht.

  • c. De vergunninghouder moet ervoor zorgen dat het terras en de naaste omgeving daarvan schoon worden gehouden.

  • d. De aanwijzingen die door de politie, (gemeentelijk) toezichthouder en/of marktmeester worden gegeven dienen direct te worden opgevolgd.

  • e. De vergunninghouder vrijwaart de gemeente voor alle vorderingen welke hij of derden mochten kunnen doen gelden tot vergoeding van de schade welke met het plaatsen, hebben, gebruiken, onderhouden of verwijderen van de op de weg geplaatste voorwerpen in verband staan.

  • f. Direct na het verstrijken van de vergunningstermijn en de gebruiksperiode is de vergunninghouder verplicht alle meubilair, schotten en andere voorwerpen, voor zover afkomstig van het terras, te verwijderen.

HOOFDSTUK VI KAMERVERHUUR

Artikel 6.1

De aanvraag voor een afwijking van het bestemmingsplan voor onzelfstandige woonruimte gaat naast de voorgeschreven stukken op grond van de Regeling omgevingsrecht in ieder geval vergezeld van de volgende informatie en stukken:

  • a.

    volledige (persoons)gegevens van de eigenaar van het gebouw of deel van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft;

  • b.

    bewijs van eigendom van het gebouw of deel van het gebouw en, voor zover van toepassing, bewijs dat de aanvrager gerechtigd is tot het doen van de aanvraag. Indien van toepassing, bewijs van toestemming van de Vereniging van Eigenaren;

  • c.

    adres en kadastrale gegevens van het gebouw of deel van het gebouw;

  • d.

    het aantal personen dat de onzelfstandige woonruimtes gaat bewonen;

  • e.

    een plattegrond van de bestaande situatie voorzien van de gebruiksoppervlakte wonen en bruto vloeroppervlakte;

  • f.

    een plattegrond van de gewijzigde situatie voorzien van de gebruiksoppervlakte wonen en bruto vloeroppervlakte, waarbij is aangegeven welke ruimten als onzelfstandige woonruimte zullen worden gebruikt;

  • g.

    situatietekening van het perceel met daarop aangegeven parkeerplaatsen, fietsparkeerplaatsen, afvalberging, buitenruimte en berging;

  • h.

    rapportage van een akoestisch onderzoek uitgevoerd door een erkend bureau volgens de NEN 5077 naar de lucht- geluidisolatie tussen het betreffende pand en naastgelegen aanpandige woning(-en).

Artikel 6.2
  • 1. In bijlage 7 behorend bij dit artikel is een kaart met zonering opgenomen.

  • 2. Burgemeester en wethouders weigeren de omgevingsvergunning, indien:

    • a.

      het aantal panden tussen de in de aanvraag betrokken woning en een reeds bestaand kamerverhuurpand minder dan 3 bedraagt, voor zover het een woning in zone 1 betreft;

    • b.

      het aantal panden tussen de in de aanvraag betrokken woning en een reeds bestaand kamerverhuurpand minder dan 5 bedraagt, voor zover het een woning in zone 2 (overig gebied) betreft;

    • c.

      niet wordt voldaan aan de Nota Parkeernormen gemeente Amersfoort.

  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen de omgevingsvergunning weigeren indien:

    • a.

      de aanvrager geen overeenkomst met de gemeente sluit ter afwenteling van eventuele tegemoetkoming van planschade op aanvrager als bedoeld in artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening, dan wel vergoeding van deze tegemoetkoming van planschade niet anderszins verzekerd is;

    • b.

      redelijkerwijs moet worden aangenomen dat verlening van de vergunning zou leiden tot een onaanvaardbare verstoring van een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft; of

    • c.

      uit het akoestisch onderzoek (NEN 5077) blijkt dat het gebouw niet geschikt kan worden gemaakt om een horizontale en/of verticale geluidsisolatiewaarde van ten minste 52 dB tussen de kamerverhuurpand en de aangrenzende woningen te behalen.

Artikel 6.3
  • 1. Als voorschrift in de omgevingsvergunning wordt in ieder geval opgenomen dat het gebruik van het pand ten behoeve van kamerverhuur niet mag leiden tot een onaanvaardbare verstoring van een verstoring van een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw.

  • 2. De vergunning kan worden ingetrokken indien wordt vastgesteld dat het gebruik van het pand ten behoeve van kamerverhuur leidt tot een onevenredige aantasting van de ordening van het woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw.

HOOFDSTUK VII PLAATSEN GSM-INSTALLATIES

Artikel 7.1 GSM-installaties op woongebouwen binnen de bebouwde kom

Een omgevingsvergunning voor de plaatsing van een GSM-installatie op een woongebouw binnen de bebouwde kom wordt verleend, als aan alle navolgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a.

    uit onderzoek van de GSM-aanbieder is gebleken dat het vanuit radiotechnisch en/of stedenbouwkundig oogpunt onmogelijk is om in de nabije omgeving een alternatief te vinden;

  • b.

    plaatsing van de GSM-installatie geschiedt op gebouwen van 15 meter of hoger;

  • c.

    hoogte van de GSM-installatie maximaal 6 meter bedraagt, gemeten vanaf de voet van de GSM-installatie;

  • d.

    de GSM-installatie centraal op het dak van het woongebouw wordt geplaatst, met inachtneming van de door burgemeester en wethouders vast te stellen welstandelijke richtlijnen;

  • e.

    de verticale afstand van het antennegedeelte tot een woongebouw ten minste 2.50 meter bedraagt, gemeten vanaf de voet van de GSM-installatie;

  • f.

    de horizontale afstand tot een woongebouw ten minste 5 meter bedraagt.

Artikel 7.2 GSM-installaties op niet-woongebouwen binnen de bebouwde kom

Een omgevingsvergunning voor de plaatsing van GSM-apparatuur op een niet-woongebouw wordt verleend, als aan alle navolgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a.

    plaatsing van de GSM-installatie geschiedt op gebouwen van 15 meter of hoger;

  • b.

    hoogte van de GSM-installatie maximaal 6 meter bedraagt, gemeten vanaf de voet van de GSM-installatie;

  • c.

    GSM-apparatuur centraal op het dak van het gebouw wordt geplaatst, met inachtneming van de door burgemeester en wethouders vast te stellen welstandelijke richtlijnen,

  • d.

    de verticale afstand van het antennegedeelte tot een niet-woongebouw ten minste 2.50 meter bedraagt, gemeten vanaf de voet van de GSM-installatie,

Artikel 7.3 GSM-installaties op bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen de bebouwde kom

Er wordt een omgevingsvergunning verleend voor de plaatsing van een GSM-installatie op lichtmasten, windmolens, reclamemasten en/of hoogspanningsmasten (bouwwerken, geen gebouwen zijnde).

Artikel 7.4 GSM-installaties in combinatie met masten binnen de bebouwde kom

Indien het plaatsen van een GSM-installatie op een bestaand (woon-)gebouw of een ander bouwwerk, zoals is genoemd onder artikel 7.2., aantoonbaar niet mogelijk is, kan in bijzondere situaties, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 7.6 en 7.7., medewerking worden verleend aan het plaatsen van een GSM-installatie in combinatie met een speciaal daarvoor op te richten mast.

Artikel 7.5 Buiten de bebouwde kom

Er wordt een omgevingsvergunning verleend voor de plaatsing van een GSM-installatie voor het gebied buiten de bebouwde kom, mits:

  • a.

    de GSM-installatie gecombineerd wordt met hoogspanningsmasten, windmolens, reclame- en lichtmasten en/of verkeersportalen;

  • b.

    de GSM-installatie solitair geplaatst wordt bij aanwezige structurele elementen, zoals viaducten , pompstations en agrarische bedrijfsbebouwing.

Artikel 7.6 GSM-installaties aan/op kerktorens en aan/op monumenten

Onverminderd het hiervoor onder artikel 7.2 en 7.3 bepaalde wordt eerst medewerking verleend aan de plaatsing van een GSM-installatie op/aan kerktorens en (andere) monumenten, indien voor deze plaatsing een monumentenvergunning is afgegeven.

Artikel 7.7 Aanvraagvereisten

Voor een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor GSM-installaties geldt dat:

  • a.

    de GSM-aanbieder een schriftelijke verklaring moet overleggen waaruit blijkt dat de door de Gezondheidsraad gestelde blootstellingslimieten ter plaatse van de dichtstbijzijnde woning niet worden overschreden door de plaatsing of toevoeging van zijn GSM-installatie op de betreffende locatie;

  • b.

    de mogelijkheden van het medegebruik van masten van andere GSM-aanbieders (‘site-sharing’) moeten zijn uitgenut, danwel aantoonbaar technisch niet mogelijk zijn, voordat medewerking aan het realiseren van een GSM-installatie op een nieuwe locatie wordt overwogen;

  • c.

    de plaatsing van de GSM-installatie op de betreffende locatie welstandshalve en vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar moet zijn, waarbij moet voldaan worden aan de bouwtechnische en constructieve eisen uit het Bouwbesluit;

  • d.

    indien de plaatsing van de GSM-installatie geschiedt op locaties gelegen in de door de gemeente of door het Rijk aangewezen beschermde stadsgezichten, deze plaatsing niet mag leiden tot een onevenredige afbreuk van de historisch gegroeide stedenbouwkundige structuur en de specifieke ruimtelijke kwaliteiten in dat gebied (zoals bijvoorbeeld gevelaanzichten);

  • e.

    een schriftelijke verklaring dient te worden overgelegd, waaruit de toestemming van de eigenaar blijkt.

HOOFDSTUK VIII OPLAADINFRASTUCTUUR ELEKTRISCHE VOERTUIGEN

Artikel 8.1 Aanvraagvereisten
  • 1. Een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 5.1 van de Verordening voor het plaatsen van een of meerdere oplaadpalen en/of andere oplaadinfrastructuur op, onder of aan de openbare weg wordt ingediend in combinatie met een verzoek tot het nemen van een verkeersbesluit waarbij een of meerdere parkeerplaatsen worden aangewezen voor het opladen van elektrische voertuigen.

  • 2. Een aanvraag voor een locatie voor het plaatsen van een oplaadinfrastructuur bevat een duidelijke foto en tekening van de betreffende locatie, waarop de exacte plek van de gewenste oplaadinfrastructuur en de aan te wijzen parkeerplaats(en) zijn aangegeven.

Artikel 8.2
  • 1. Een aanvraag voor een locatie voor het plaatsen van een oplaadinfrastructuur wordt afgewezen indien:

    • a.

      wordt verwacht dat er minder dan 2000 kWh per jaar wordt afgenomen;

    • b.

      het elektrische voertuig op eigen terrein kan worden opgeladen;

    • c.

      binnen een straal van 200m voldoende mogelijkheden zijn voor opladen bij bestaande publieke oplaadpalen;

  • 2. Een aanvraag voor een locatie voor het plaatsen van een oplaadinfrastructuur kan worden toegewezen indien geen van de weigeringsgronden uit lid 1 zich voordoet en er voldoende vraag is voor een oplaadinfrastructuur.

Artikel 8.3 Definitieve locatie oplaadpaal/-infrastructuur
  • 1. Burgemeester en wethouders bepalen in overleg met de aanvrager de definitieve locatie van de oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur en de aan te wijzen parkeerplaats(en), zodat het beoogde gebruik geen schade oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats (weigeringsgrond aanvraag, als opgenomen in artikel 5.1 lid 2 van de Verordening.

  • 2. Burgemeester en wethouders toetsen hierbij aan de volgende criteria:

    • a.

      er is nog geen oplaadinfrastructuur op, onder of aan de weg binnen een straal van maximaal 200 meter aanwezig;

    • b.

      de doorgang voor ander verkeer is gewaarborgd;

    • c.

      de oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur kan worden voorzien van twee of meer aansluitpunten en kan – eventueel op termijn – twee of meer parkeerplaatsen bedienen;

    • d.

      mogelijkheden voor) clustering van oplaadpunten;

    • e.

      vindbaarheid van de locatie;

    • f.

      zichtbaarheid voor andere weggebruikers om medegebruik te stimuleren;

    • g.

      parkeerdruk;

    • h.

      doorgang voor ander verkeer en belemmeringen van ander straatmeubilair en (openbaar) groen;

    • k.

      voorkeur voor locatie waar haaks parkeren mogelijk is;

    • l.

      voorkeur voor locatie met meerdere parkeervakken bij elkaar.

HOOFDSTUK IX SLOTBEPALINGEN

Artikel 9.1 Citeertitel

Deze beleidsregels heten: Beleidsregels fysieke leefomgeving Amersfoort.

Artikel 9.2 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 9.3 Overgangsbepaling
  • 1. Het legale gebruik van een woning voor kamerverhuur, dat bestond ten tijde van de inwerkingtreding van deze beleidsregel, mag worden voortgezet conform die vergunning;

  • 2. Eigenaren van panden die niet legaal voor kamergewijze verhuur worden gebruikt, dienen een omgevingsvergunning zoals omschreven in artikel 2.1 lid 1 onder c jo. 2.12 lid 1 onder a van de Wabo aan te vragen. Die aanvragen worden getoetst aan deze beleidsregel, met dien verstande dat artikel 3 lid 1 a t/m b niet van toepassing zijn voor onzelfstandige woonruimten die aantoonbaar onafgebroken voor kamerverhuur gebruikt zijn en werden voor 1 januari 2012.

Artikel 9.4 Intrekking vorige versie

De volgende beleidsregels worden ingetrokken:

  • a.

    Beleidsregel bomen 2014;

  • b.

    Beleidsregels Standplaatsvergunningen Amersfoort 2013;

  • c.

    Marktreglement Amersfoort 2013;

  • d.

    Beleidsregels Terrassennota 2013

  • e.

    Beleidsregels voor kamerverhuur gemeente Amersfoort 2017;

  • f.

    Beleidsregels voor het plaatsen van GSM-installaties 2000;

  • g.

    Beleidsregels Oplaadinfrastructuur Elektrische Voertuigen 2016;

Ondertekening

Vastgesteld in de openbare vergadering van .

de griffier, de voorzitter,

BIJLAGE 1 Overzicht aangewezen standplaatsen

foto

BIJLAGE 2 Brancheringslijst

 

BRANCHES

Woensdag

Donderdag

Vrijdag

Zaterdag

 
 

 
 

 

TEXTIEL

1

Bovenkleding volwassenen heren

1

3

3

3

2

Bovenkleding volwassenen dames

1

3

3

3

3

Kleding heren/dames/kinderen grote maten

1

1

1

1

4

Onder- en nachtkleding (volwassenen & kinderen)

1

2

2

2

5

Lingerie

1

1

1

1

6

Baby- en kleuterkleding (t/m maat 116)

1

2

2

2

7

Kinderkleding (t/m maat 176)

1

2

2

2

8

Stoffen t.b.v. vervaardigen van o.a. kleding, gordijnen

1

3

9

3

9

Seniorenkleding

1

1

2

2

10

Werkkleding

1

1

1

1

11

Beenkleding

1

1

2

2

12

Sport- vrijetijdskleding

1

1

2

2

13

Spijkerkleding

1

1

2

2

14

Sjaals en hoofddoeken

1

1

2

1

 
 

 

INTERIEURSBEKLEDING

15

Bedmode

1

1

2

1

16

Schuimrubber/polyether

1

1

1

1

17

Bekleding t.b.v. verschillende ruimten waaronder woonkamer

1

1

2

2

18

Huishoudtextiel

1

1

2

2

 
 

 

OVERIGE TEXTIEL

19

Kleinvakartikelen

1

1

1

1

20

Wol

1

1

1

1

 
 

 

VOEDINGSARTIKELEN

21

Aardappelen, groente en fruit

2

2

3

3

22

Aardappelen

1

1

1

1

23

Geringe eet- en drinkwaren, bestemd om ter plaatse te

1

1

1

1

consumeren (patat frites en gefrituurde snacks)

24

Geringe eet- en drinkwaren, bestemd om ter plaatse te

1

1

1

2

 

consumeren (belegde broodjes)

25

Geringe eet- en drinkwaren, bestemd om ter plaatse te

1

2

2

3

consumeren (meerdere aanbieders van duidelijk

verschillende artikelen kunnen plaats innemen)

26

Consumptie ijs

1

1

1

1

27

Poelierswaren (halal) en eieren

1

1

1

1

28

Vis

2

2

5

4

29

Brood, koek en banket

1

2

2

2

30

Chocolade, drop en suikerwerken

1

1

1

1

31

Stroopwafels

1

1

1

1

32

Zuivelproducten

1

2

2

2

33

Traiteur

1

1

1

1

34

Tapas/sushi

1

1

1

1

35

Vlees en vleeswaren

1

1

1

1

36

Islamitische slager(ij)

1

1

1

1

37

Worstsoorten

1

1

1

1

38

Noten en verduurzaamde zuidvruchten

1

1

2

2

39

Reformartikelen

1

1

1

1

40

Kruiden en specerijven, thee en koffie

1

1

1

1

41

Rijstartikelen

1

1

1

1

42

Diepvriesvoedingsartikelen

1

1

1

1

 
 

SCHOEISEL, LEDERWAREN EN REISARTIKELEN

43

Schoeisel

1

1

2

2

44

Tassen en koffers

1

1

2

2

45

Portefeuilles, portemonnees en riemen

1

1

1

1

46

Lederwaren

1

1

1

1

 
 

 

HORLOGES EN SIERADEN

47

Uurwerken

1

1

1

2

48

Bijouterieën, sieraden en edelstenen

1

1

2

2

49

Overige modeaccessoires

1

1

1

1

 
 

 

BEZIGHEIDSARTIKELEN

50

Speelgoed

1

1

2

2

51

Lectuur en posters

1

1

1

1

52

Wenskaarten

1

1

1

1

53

Hobbyartikelen

1

1

1

1

54

Verzamelobjecten

1

1

2

2

55

Geluid- en beelddragers

1

1

1

1

56

Kantoorartikelen

1

1

1

1

57

Telefoon en telefoonaccessoires

1

1

1

1

58

Computers en computeronderdelen

1

1

2

2

 
 

IJZERWAREN EN MOTORTECHNISCHE ARTIKELEN

59

Gereedschappen en motortechnische onderdelen

1

1

1

1

60

(Brom)fietsen en fietsenonderdelen

1

1

1

1

 
 

HUISHOUDELIJKE EN GESCHENKARTIKELEN

61

Glas, porselein, aardewerk en keramiek

1

1

2

2

62

Koperwerk, tin e.d.

1

1

1

1

63

Borstelwerk

1

1

1

1

 
 

64

Reinigingsartikelen

1

1

1

1

65

Meubelen en kleinmeubelen

1

1

3

3

66

Pannen en keukengereedschap

1

1

1

1

67

Inpak- en verpakkingsartikelen

1

1

1

1

 
 

 

TUIN EN PLANTARTIKELEN, BLOEMEN

68

Zaden en bloembollen

1

1

2

1

69

Bomen en heesters

1

1

2

1

70

Kamerplanten

1

1

2

1

71

Tuinplanten

1

1

4

1

72

Snijbloemen

1

2

3

3

 
 

 

OVERIGE ARTIKELEN

73

Verlichtingsartikelen

1

1

1

1

74

Diervoer en benodigdheden

1

1

1

1

75

Drogisterijartikelen

1

1

1

1

76

Haarmode

1

1

1

1

77

Parfumerie en cosmetica

1

1

1

1

78

Rookartikelen

1

1

1

1

79

Sportartikelen

1

1

1

1

80

Kranten en tijdschriften

1

1

1

1

81

Audio, telecom en electronica

1

1

1

1

82

Kunstbloemen

1

1

1

1

83

Gedroogde bloemen en planten

1

1

1

1

84

Biologische zuivel

1

1

1

1

85

Biologische aardappelen, groente en fruit

1

1

1

1

86

Biologische vlees en vleeswaren

1

1

1

1

87

Biologische brood, koek en banket

1

1

1

1

88

Biologische poelier

1

1

1

1

De punten 82 tot en met 86 uitsluitend indien dit aangetoond

kan worden. Een keurmerk (EKO) is hiervoor vereist.

89.

Overige biologische producten/natuurvoeding

1

1

1

1

90

(Rest) Partijgoederen

1

1

3

3

 

Partijgoederen (restpartijen) welke zeer regelmatig (per

 

vooraf bepaald tijdvak) van assortiment moeten veranderen.

91

Gebruikte goederen (meubelen en witgoed/bruingoed)

1

1

3

3

92

Overige 2e handsartikelen

1

2

3

3

 
 

 

SEIZOENGEBONDEN ARTIKELEN

93

Zonnebrillen , petten en momentartikelen

1

1

1

1

94

Campingartikelen

1

1

1

1

95

Tuinaccessoires en tuinmeubelen

1

1

1

1

BIJLAGE 3: Situatietekeningen aangewezen standplaatsen

Standplaats Van Randwijcklaan

Afmeting: 8.00 x 3.00 meter

foto

Standplaats Leusderweg

Afmeting: 8.00 x 3.00 meter

foto

Standplaats Holkerweg

Afmeting: 8.00 x 3.00 meter

foto

Standplaats Euterpeplein

Afmeting: 5.50 x 3.00 meter

foto

Standplaats Neptunusplein

Afmeting: 8.00 x 3.00 meter

foto

Standplaats Schuilenburgerplein

Afmeting: 8.00 x 3.00 meter

foto

Standplaats Argonweg/Nijverheidsweg-Noord

Afmeting: 8.00 x 3.50 meter

foto

Standplaats Operaplein

Afmeting: 8.00 x 3.00 meter

foto

Standplaats Isseltseveld

Afmeting: 8.00 x 3.00 meter

foto

Standplaats Kapelweg/Borneoplein

Afmeting: 8.00 x 3.00 meter

foto

Standplaats Zeldertsedreef

Afmeting: 7.00 x 3.00 meter

foto

Standplaats Kraailandhof

Afmeting: 8.00 x 3.00 meter

foto

Standplaats Brink/Van Tuyllstraat

Afmeting: 5.50 x 5.00 meter

foto

Standplaats De Beurs

Afmeting: 8.00 x 3.00 meter

foto

Standplaats Inputplein

Afmeting: 6.00 x 2.50 meter

foto

Standplaats Hellestraat

Afmeting: 3.00 x 2.50 meter

foto

Standplaats Bombardonstraat

Afmeting: 8.00 x 3.00 meter

foto

Standplaatsen Bergenboulevard

Afmeting: 8.00 x 3.00 meter

foto

Seizoensgebonden standplaats Stadsring/Utrechtseweg

Afmeting: 8.00 x 3.00 meter

foto

Seizoensgebonden standplaats Emiclaerhof

Afmeting: 8.00 x 3.00 meter

foto

Seizoensgebonden standplaats Noordewierweg

Afmeting: 6.00 x 3.50 meter

foto

Seizoensgebonden standplaats Holkerweg C

Afmeting: 8.00 x 3.00 meter

foto

Seizoensgebonden standplaats Leusderweg A

Afmeting: 8.00 x 3.00 meter

Hoogte verkoopwagen max. 2.50 meter

foto

BIJLAGE 4

foto

BIJLAGE 5

Aangeduide wegen (standplaats en verkeersvrijheid of veiligheid)

foto

BIJLAGE 6

Tekeningen van het marktterrein en standplaatsen

foto

foto

foto

foto

foto

foto

BIJLAGE 7

Kaart en zonering behorende bij Kamerverhuur

foto

Op de kaart zijn gebieden zijn aangegeven waar kamerverhuur onder lichtere of zwaardere voorwaarden kan worden toegestaan. Hiermee wordt concentratie en spreiding van kamerverhuur bewerkstelligd.

  • Zone Binnenstad: Hier is kamerverhuur op grond van het bestemmingsplan Binnenstad bij recht toegestaan. De binnenstad ligt aan de binnenzijde van de volgende straten: Stadsring, Flierbeeksingel, Scheltussingel, Schimmelpenninckkade en Smallepad.

  • Zone 1: Hier kan kamerverhuur alleen met een omgevingsvergunning worden toegestaan, mits er zich minimaal 3 panden bevinden tussen de in de aanvraag betrokken woning en het dichtstbijzijnde bestaande kamerverhuurpand. Zone 1 bestaat uit verschillende buurten en straten:

    • -

      Schimmelpenninckbuurt: Bestaande uit de straten Schimmelpenninckkade, Schimmelpenninckstraat, Bloemendalse Buitenkade en Hooglandseweg-Zuid (westzijde);

    • -

      Bekenstein: Begrensd door de straten Willem van Mechelenstraat, Stadsring, Arnhemseweg, Prinses Julianaplein, Leusderweg, Kroontjesmolen en Bisschopsweg;

    • -

      Spoorbuurt: Begrensd door de straten Utrechtseweg, Snouckaertlaan, Stationsstraat en Kersenbaan;

    • -

      Hogeweg tussen Flierbeeksingel en Ringweg-Randenbroek/Kuiskamp (nr. 28 t/m 108 en nr. 45 t/m 111);

    • -

      Heiligenbergerweg tussen Stadsring en Blekerssingel (nr. 10 t/m 36 en nr. 7 t/m 41);

    • -

      Utrechtseweg tussen Kersenbaan en Prins Frederiklaan (nr. 37 t/m 125 en nr. 34 t/m 102);

    • -

      Soesterweg tussen Pieter Pijpersstraat en Primulastraat (nr. 25 t/m 335 en nr. 2 t/m 458);

    • -

      Pieter Pijpersstraat;

    • -

      Puntenburgerlaan tussen Brouwerstunnel en Groningerstraat/Noordewierweg (nr. 1 t/m 77 en nr. 2 t/m 92)

    • -

      Noordewierweg tussen Groningerstraat/Puntenburgerlaan en Isseltseveld (nr. 17 t/m 235 en nr. 2 t/m 178).

  • Zone 2: Hier kan kamerverhuur alleen met een omgevingsvergunning worden toegestaan, mits er zich minimaal 5 panden bevinden tussen de in de aanvraag betrokken woning en het dichtstbijzijnde bestaande kamerverhuurpand. Zone 2 bestaat uit de overige delen van het gemeentelijk grondgebied.

BIJLAGE 8: Model gebruiksovereenkomst voor oplaadinfrastructuur elektrische voertuigen

Overeenkomst gebruik gemeentegrond voor oplaadinfrastructuur elektrische voertuigen

De ondergetekenden:

de publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Amersfoort, gevestigd aan Stadhuisplein 1 te Amersfoort (Postbus 4000, 3800 EA), rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer ….., manager afdeling Leefomgeving, hierna te noemen ‘de Gemeente’,

en ………, gevestigd aan ……… te ………, rechtsgeldig vertegenwoordigd door ………, hierna te noemen ‘Gebruiknemer,

gezamenlijk te noemen: ‘Partijen’

Partijen nemen in aanmerking dat:

Gebruiknemer de wens heeft over te gaan tot het plaatsen van een of meerdere oplaadpalen en/of andere oplaadinfrastructuur op of aan de openbare weg, en aan de Gemeente heeft gevraagd daartoe een vergunning te verlenen als bedoeld in artikel 2:10A APV en bij de Gemeente een verzoek heeft ingediend een verkeersbesluit te nemen waarbij een of meerdere parkeerplaatsen worden aangewezen voor het opladen van elektrische voertuigen;

  • Gebruiknemer niet beschikt over grond voor het plaatsen van een of meerdere oplaadpalen en of andere oplaadinfrastructuur en de Gemeente heeft gevraagd daartoe een strook grond in gebruik te geven;

  • De Gemeente medewerking wil verlenen om het gebruik van elektrische voertuigen te faciliteren, omdat deze minder schadelijk zijn voor het milieu en bijdragen aan een schonere leefomgeving;

  • de Gemeente bereid is onder voorwaarden gemeentegrond aan Gebruiknemer in gebruik te geven.

Partijen zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Ingebruikgeving gemeentegrond

  • 1.

    De Gemeente geeft om niet in gebruik aan Gebruiknemer en Gebruiknemer aanvaardt het gebruik van het stuk grond, dat is aangeduid op bijgevoegde tekening. 2. Gebruiknemer gebruikt de grond niet voor een ander doel dan voor het plaatsen van oplaadinfrastructuur. 3. Het is Gebruiknemer niet toegestaan de grond onder welke titel ook in gebruik te geven aan derden.

Artikel 2. Plaatsing en beheer oplaadpaal/-infrastructuur

De Gebruiknemer is verantwoordelijk voor realisatie, beheer, onderhoud en exploitatie van de oplaadpaal/-infrastructuur en neemt alle kosten hiervoor voor zijn rekening. De kosten ter bescherming van de oplaadpaal/-infrastructuur (hekjes, biggenruggen, ed.) zijn ook voor rekening van Gebruiknemer.

Artikel 3. Bereikbaarheid

De Gebruiknemer is 24 uur per dag en 7 dagen per week bereikbaar voor gebruikers, hulpdiensten en gemeenten in het geval van vragen, storingen en calamiteiten. De telefoonnummers van de storingsdienst en de helpdesk zijn vermeld op de oplaadpaal/infrastructuur.

Artikel 4. Openbaarheid oplaadpaal/-infrastructuur

De oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur is 24 uur per dag en 7 dagen per week openbaar toegankelijk, in die zin dat deze voor iedereen te gebruiken is voor het opladen van zijn/haar elektrische voertuig. De Gebruiknemer zorgt voor zoveel mogelijk actuele informatie richting gebruikers over de aanwezigheid en beschikbaarheid van het oplaadpunt, via algemeen beschikbare kanalen zoals deze gebruikelijk zijn in de markt voor openbare laaddiensten.

Artikel 5. Interoperabiliteit

Het oplaadpunt is inter-operabel conform de landelijke en internationale afspraken, waaronder de uitwisselbaarheid van laadpassen en het gebruik van standaard stekkers.

Artikel 6. Groene stroom

Om te bewerkstelligen dat elektrische voertuigen ook aan de bron geen CO2-uitstoot veroorzaken, mag Gebruiknemer alleen gegarandeerd groene stroom (laten) leveren ten behoeve van de oplaadpaal/-infrastructuur.

Artikel 7. Veiligheid

De oplaadpaal en/of oplaadinfrastructuur voldoet aan alle daaraan gestelde (nationale en internationale) veiligheidseisen.

Artikel 8. Aansprakelijkheid

Het juridische en economische recht van eigendom van de oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur blijft bij Gebruiknemer. De Gemeente doet uitdrukkelijk afstand van enig haar toekomend recht op de oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur. Mocht het eigendom van de oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur niettemin door natrekking op de Gemeente overgaan, dan is zij gehouden om op eerste aanzegging van Gebruiknemer of bij het einde van deze overeenkomst de oplaadpaal en/of om niet aan Gebruiknemer terug over te dragen. Gebruiknemer vrijwaart de Gemeente voor aansprakelijkheid jegens derden voor schade door of in relatie tot het gebruik van de oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur.

TOELICHTING

ALGEMEEN

Voor een algemene toelichting op de reden van de bundeling van voorliggende beleidsregels wordt verwezen naar de Algemene toelichting opgenomen paragraaf 1.1 van de Toelichting van de verordening fysieke leefomgeving Amersfoort.

De aanpak van de inventarisatie van de verordeningen en beleidsregels staat voorts in paragraaf 1.2 van de Toelichting van de verordening fysieke leefomgeving Amersfoort beschreven

Genoemde inventarisatie heeft tot de volgende bundeling geleid:

Opnemen in de beleidsregels fysieke leefomgeving Amersfoort:

  • 1.

    Beleidsregel Bomen 2014

  • 2.

    Beleid voor het afwijken van het bestemmingsplan 2010*

  • 3.

    Beleidsregels voor het plaatsen van GSM-installaties 2000

  • 4.

    Beleidsregels kamerverhuur gemeente Amersfoort 2017

  • 5.

    Beleidsregels Standplaatsvergunningen Amersfoort 2013

  • 6.

    Beleidsregels Oplaadinfrastructuur Elektrische Voertuigen 2016

  • 7.

    Beleidsregels kabels en leidingen Amersfoort 2009*

  • 8.

    De terrassennota Amersfoort 2013

  • 9.

    Marktreglement Amersfoort 2013

* Alsnog niet opnemen in de nadere regels en beleidsregels fysieke leefomgeving Amersfoort

  • Het afwijkingenbeleid voor het bestemmingsplan is verouderd (vastgesteld op 30 december 2010). Er is een nieuwe versie van de beleidsregels welke in de praktijk sinds 2017 al wordt toegepast middels afzonderlijke omgevingsvergunningen. We kunnen het gewijzigde afwijkingenbeleid nu niet beleidsneutraal in voorliggende verordening meenemen. Het is efficiënter en praktischer om deze regels direct mee te nemen in het Omgevingsplan voor het hele grondgebied en ook in de pilots omgevingsplan voor het Hoogland en De Hoef-west.

  • De beleidsregels kabels en leidingen zijn niet opgenomen omdat het grotendeels gaat om uitwerking van de Telecomwet, procedureregels, voorschriften en instructies voor netwerkbeheerders.

TOELICHTING PER HOOFDSTUK

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Begripsbepalingen behorende bij hoofdstuk 6 Kamerverhuur

bestaand kamerverhuurpand: Bij een aanvraag voor kamergewijze verhuur worden alle bestaande kamerverhuurpanden in de beoordeling meegenomen, ongeacht of deze vergund zijn of niet. Als toetsmoment geldt hier de inwerkingtreding van de vorige beleidsregel, namelijk 30 maart 2017. Daarnaast worden alle nog niet voor kamergewijze verhuur in gebruik zijnde panden waarvoor een aanvraag is gedaan voor kamergewijze verhuur ook in de beoordeling meegenomen. Hier geldt als toetsmoment de indiening van de aanvraag voor omgevingsvergunning. De aanvraag die het eerst is ingediend, is leidend. Door alle bestaande kamerverhuurpanden in de beoordeling mee te nemen en hier ook de aangevraagde kamerverhuurpanden bij te betrekken, ontstaat een compleet beeld van de situatie in de directe omgeving van het beoogde kamerverhuurpand.

Onzelfstandige woonruimte: bijvoorbeeld studentenkamers en hospitakamers.

Elektrischevoertuigen: het gaat hierbij om alle voertuigen die op de openbare weg mogen rijden, geheel of gedeeltelijk op elektriciteit kunnen rijden en voorzien zijn van een stekker om op te laden. Veelal zal het gaan om volledig elektrische auto’s of plug-in hybride elektrische auto’s, maar het kan bijvoorbeeld ook gaan om andere voertuigen, zoals gehandicaptenvoertuigen, motoren, trikes en quads die de parkeerplaatsen voor auto’s gebruiken.

Hoofdstuk 4 Markten

Artikel 4.1 Dag, tijd en plaats van de markt

  • 1.

    Burgemeester en wethouders stellen de markt in en geven aan waar en wanneer de markt wordt gehouden.

  • 3-6.

    In geval van bijzondere of dringende omstandigheden kunnen burgemeester en wethouders de markt verplaatsen, af gelasten dan wel anders inrichten. Dit kan het geval zijn als bijvoorbeeld het weer van dusdanige aard is dat de veiligheid in het geding is. Bij dringende redenen dient gedacht te worden aan bijvoorbeeld herstel- of onderhoudswerkzaamheden, herinrichting of aan een bijzondere en incidentele gebeurtenis dan wel grootschalig evenement met een bovenregionale uitstraling en een aanzienlijke promotionele waarde voor Amersfoort, dat niet zonder meer binnen afzienbare tijd op de zelfde plaats wordt herhaald.

Artikel 4.2 Inrichting van de markt

De inrichting van de markt is vastgelegd in het standplaatsenplan. Rekening dient te worden gehouden met logistieke- en calamiteitenroutes, verdeling van branches en locaties voor bakwagens.

Artikel 4.3 Branche-indeling

Branchering is bedoeld om de markt attractiever te houden en aan een evenwichtig aanbod te komen. De branches zijn daartoe gemaximaliseerd. Op aanvraag kan maximaal 1 extra standplaats worden toegewezen met een branche welke nog niet in de brancheringlijst is opgenomen.

Artikel 4.4 Inschrijving op de anciënniteitlijst

Vrijwel alle marktkooplieden koesteren anciënniteit vanwege de uitoefening van “rechten”. In de praktijk beperkt de toepassing zich alleen tot een eerste keuze bij een plaatsverandering, een herindeling of marktverplaatsingen. Over het algemeen leidt het ertoe dat degene met de hoogste anciënniteit de beste plek op de markt heeft.

Artikel 4.6 Registratie in de gegadigdenadministratie

Gegevens van een marktkoopman kunnen worden in de gegadigdenadministratie worden geregistreerd tegen betaling van € 10,00. Als een plek/branche vrij komt beschikken burgemeester en wethouders over gegadigden voor inname van die opengevallen standplaats. Men kan dan direct in de gelegenheid worden gesteld op de markt te komen, hetgeen leegstand voorkomt.

Artikel 4.7 Doorhalen van registratie in de gegadigdenadministratie

Gewenst is om de registratie regelmatig op te schonen en slechts gegadigden achter de hand te hebben die ook daadwerkelijk willen en kunnen starten wanneer de ruimte daarvoor op de markt vrij is gekomen.

Artikel 4.8 Overschrijving vaste standplaatsvergunning

In dit artikel wordt de overschrijving van de vergunning geregeld. Overgaan van de vergunning voor dé betreffende plek kan op een (levens)partner met wie vergunninghouder duurzaam samenwoonde, met behoud van de plaats van anciënniteit. Overgaan van het recht op een plek op de markt kan op een kind van vergunninghouder dan wel een mede-eigenaar of medewerker die drie jaren onafgebroken in deze relatie staat, waarbij de plaats van anciënniteit komt te vervallen. Het gaat hier niet om dé plek maar het recht op een plek op de markt. De achterliggende gedachte is dat slechts een levenspartner direct in de inkomensvoorziening geschaad is wanneer vergunninghouder komt te overlijden of stopt met werken dan wel niet meer kan werken. Voor wat betreft overgaan op mede-eigenaar of medewerker wordt hiermee voorkomen dat er handel in standplaatsen ontstaat. Vergunninghouders met een hogere anciënniteit die hebben aangegeven betreffende standplaats te willen innemen gaan dan voor.

Artikelen 4.9 - 4.12

In deze artikelen wordt de -volgorde van- toewijzing van standplaatsen op de markt geregeld.

Artikelen 4.13 - 4.14 (Eisen) eigen materiaal

Steeds vaker is sprake van verkoopwagens. Soms zijn verkoopwagens ook vereist en nodig vanwege de gestelde eisen met betrekking tot koeling of verhitting van producten. In dat geval kan toestemming worden gegeven voor een verkoopwagen. De dringende voorkeur van Burgemeester en wethouders in Amersfoort gaat echter, gelet op het historische karakter van de stad, uit naar “ouderwetse” kramen. Daarom dient terughoudend om te worden gegaan met toestemming voor verkoopinrichtingen, anders dan kramen. Met name in de binnenstad van Amersfoort, nu veel verkoopwagens op de markt trekjes krijgen van een parkeerterrein, hetgeen op de pleinen ongewenst is. Bovendien hebben de verkoopwagens verschillende afmetingen en worden ze steeds groter en langer, waardoor ze diens standplaatsen niet altijd gemakkelijk kunnen bereiken en de op- en afbouw en logistiek belemmerd worden. In de praktijk blijkt dat het marktterrein daarmede ook later pas weer opgeleverd kan worden ten behoeve van overige functies van de pleinen. Bijkomend aandachtspunt is dat geen kramenexploitant meer te vinden is wanneer het aantal kramen verder afneemt. Gevolg daarvan is dat de markt over zal gaan in zeer kleine vorm met slechts verkoopwagens. De kramen zijn overigens van veilige materialen en kunnen goed worden geankerd en worden door een bedrijf veilig opgesteld. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld parasols of partytenten, welke van allerhande materialen zijn en veel wind vangen. Bovendien hebben parasols en partytenten een negatieve uitstraling. Samengevat dient de vergunninghouder in beginsel in het kader van veiligheid en het aanzien van de markt gebruik te maken van een of meer kramen, die moeten worden gehuurd bij de door burgemeester en wethouders aangewezen kramenexploitant.

Artikelen 4.15 - 4.17 Inname standplaats

Deze artikelen regelen de aan- en afwezigheid. Vanwege continuïteit van de markt en ter voorkoming van leegstand is er een aanwezigheidsverplichting. Vervanging is mogelijk gemaakt zodat de vergunninghouder zich bezig kan houden met inkoop, administratie etc., terwijl de standplaats op de markt ingenomen is door diens plaatsvervanger.

Artikelen 4.18 – 4.20

Deze bepalingen hebben te maken met een ordelijk en veilig verloop alsmede de continuïteit van de markt.

Artikel 4.21 Promotie/gedrukte stukken/propaganda

De markt is bedoeld voor ambulante handel. Met dit artikel wordt voorkomen dat overlast ontstaat door overige bezigheden.

Artikel 4.22 Schoonhouden en opleveren standplaats

Dit artikel regelt het aanzien en opleveren van de standplaats.

Artikel 4.23 Gebruik van elektrische- en/of geluidsapparatuur

Vanwege veiligheid, duurzaamheid en capaciteit is het gewenst zo min mogelijk gebruik te laten maken van elektriciteit. Bijvoorbeeld elektrische kachels, tostiapparaten en koffieapparaten geven ook nog problemen vanwege de piekspanning die gevraagd wordt en waardoor her en der de elektriciteit kan uitvallen. Ter voorkoming van onnodige herrie wordt uitgegaan van een verbod op het gebruik van geluidsapparatuur.

Artikel 4.24 Uitstallingen

Toestemming is nodig om te voorkomen dat iedereen van alles op het marktterrein plaatst. Ter promotie kan toestemming worden gegeven bijvoorbeeld een bord of uitstalling te plaatsend, daar waar het niet in de weg staat.

Artikel 4.25 Het stallen van rij- en voertuigen

De historische (binnen)stad leent zich qua aanzien en ruimte niet voor plaatsing van voertuigen op het marktterrein. Op de pleinen is het dan ook niet toegestaan een voertuig op de standplaats te parkeren. Parkeren op het marktterrein is ongewenst en de binnenstad is autoluw. Slechts op

De Beurs in Kattenbroek, daar waar de markt in een lintvorm op een parkeerterrein wordt gehouden, kan toestemming worden gegeven om de auto achter de verkoopinrichting te plaatsen. Daar staan de voertuigen niet in de weg en er vanaf de achterzijde is geen zicht op de markt.

Artikel 4.26 Algemene veiligheidsnormen

In verband met de (brand)veiligheid op de markten zijn er een aantal expliciete veiligheidsnormen opgenomen. Verwezen kan worden naar de handreiking Veiligheid op de Markt, tot stand gekomen in samenwerking tussen CVAH, VNG, BOAH, Brandweer en BMC. Voldaan dient te worden aan de NEN 1010 norm. Deze norm bevat de minimumveiligheidseisen waaraan laagspanningsinstallaties moeten voldoen. De kook-, bak- en braadinstallaties en verwarmingsapparatuur moet voldoen aan de norm NEN NPR 2577. Verder dienen op grond van de NEN 2559 blusmiddelen jaarlijks te worden gecontroleerd door een deskundig persoon.

Hoofdstuk 5 Terrassen

Voor het plaatsen van een terras in de openbare ruimte is een vergunning vereist en wanneer het terras op gemeentegrond is geplaatst moet jaarlijks precario worden betaald.

Veelal betreft het daarbij terrassen bij een horecabedrijf en een bedrijf waar horeca-achtige activiteiten plaatsvinden (zoals een kiosk). Naast de APV zijn ook de Wet Milieubeheer en de (nieuwe) Drank- en Horecawet van toepassing bij het exploiteren van een horecaterras. Als op een terras naast tafels en stoelen andere zaken zoals vlonders, zonneschermen of in de grond verankerde parasols worden geplaatst, is mogelijk een omgevingsvergunning vereist.

Reikwijdte

Het terrassenbeleid geldt voor alle terrassen in de gehele stad. Voor het stadshart gelden aanvullende voorwaarden, met name voor welstand en de wijze van opslag van het terrasmeubilair.

Deze nota kan aangehaald worden als Terrassennota 2013.

Uitgangspunten

de gemeente streeft naar goed ingerichte, gezellige terrassen die – voor zover de terrassen liggen in een beschermd stadsgezicht – kwalitatief passen bij het beschermd stadsgezicht. Deze terrassen moeten zijn afgestemd op de architectuur van het pand en de stedenbouwkundige aspecten. Het uiterlijk aanzien van een terras moet passen in het straatbeeld. De binnenstad is aangewezen als beschermd stadsgezicht. Dit brengt met zich mee dat bij de beoordeling van een vergunningaanvraag voor een terras bijzondere aandacht is vanuit welstand. Bij verschillende ideeën over de uitstraling van het terras toetst de monumentencommissie of het idee voor het terras voldoet aan de algemeen geldende criteria.

De openbare ruimte wordt gedeeld met andere functies, zoals evenementen en markten. Met name op de pleinen in de binnenstad is sprake van meervoudig gebruik. Daarom moeten terrassen verwijderd kunnen worden en heeft het inpandig opslaan van het meubilair de voorkeur. Indien opslag niet mogelijk is, dient het terrasmeubilair waar mogelijk opgestapeld te worden, met een kabel (of een gelijkwaardige beveiliging) er omheen. Op de pleinen mag tijdens marktdagen alleen een gevelterras geplaatst worden, in overleg met en op aanwijzing van de marktmeester. Het overige meubilair dient in principe verwijderd te worden.

25 graden Celsius regeling

Bij een temperatuurvoorspelling voor de gemeente Amersfoort mogen horecaterrassen in de binnenstad, inclusief het Eemhaven en Oliemolenkwartier, op vrijdagnacht en zaterdagnacht een uur langer openblijven tot uiterlijk 02.00 uur. Op vrijdagmiddag wordt de voorspelling op de gemeentelijke website en het informatiebord bekend gemaakt en kan iedereen vaststellen of de 25 graden Celsius regeling van toepassing is dat weekend. Eigen waarneming of een weersomslag zijn dus niet bepalend of het terras tot 02.00 uur open mag blijven.

Onder omstandigheden kan de burgemeester bepalen dat de regeling niet geldt om redenen van bijvoorbeeld openbare orde of overlast.

Handhaving

Indien een terras wordt geëxploiteerd zonder vergunning of in strijd met de voorwaarden uit de vergunning kan tot handhaving worden overgegaan. De middelen die daarbij gebruikt kunnen worden zijn de last onder bestuursdwang, de last onder dwangsom, de bestuurlijke strafbeschikking of als uiterste middel het intrekken van de terrasvergunning.

Hoofdstuk 6 Kamerverhuur

Aanleiding

Kamerverhuur (verhuur van onzelfstandige woonruimten) is een gewilde woonvorm en vervult een belangrijke maatschappelijke functie. Kamerverhuur kan in sommige gevallen echter ook leiden tot aantasting van de woonkwaliteit van de omgeving door bijvoorbeeld verrommeling of geluidsoverlast. Door regulering van kamerverhuurpanden kan deze overlast voor een deel worden voorkomen. Met de invoering van de nieuwe Huisvestingswet is de omzettings- en splitsingsvergunning uit de Huisvestingsverordening vervallen. Daarmee is een deel van de regulering van kamerverhuur verdwenen. Het enige reguleringsmiddel is de omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan. Voor de beoordeling van aanvragen voor een dergelijke vergunning bestaat echter nog geen beleid, anders dan de toetsing aan de Nota parkeernormen. Er is behoefte aan regulering van kamerverhuur door overmatige concentraties van kamerverhuurpanden te voorkomen. Hiervoor is het nodig dat niet alleen het pand zelf, maar ook de situatie in de straat en wijk beoordeeld wordt. Daarnaast is uit recente uitspraken van de rechtbank gebleken dat onze beperkte toetsing aan de Nota Parkeernormen onvoldoende is om een verleende vergunning om af te wijken van het bestemmingsplan te motiveren.

Beleidsregels

In de gemeente Amersfoort is kamerverhuur binnen de meeste bestemmingsplannen niet bij recht mogelijk, maar het uitgangspunt is om kamerverhuur mogelijk te maken als dat past binnen de omgeving. Wanneer sprake is van strijd met het bestemmingsplan, kan een initiatiefnemer bij de gemeente een aanvraag doen voor een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik. Deze beleidsregels geven een toetsingskader om die aanvragen te beoordelen. Het beleid moet evenwicht bieden aan meerdere belangen; het belang van goede en voldoende huisvesting en het belang van het beschermen van het woon- en leefklimaat in de stad.

Uitgangspunten beleid

Kamerverhuur mogelijk maken

Amersfoort is een levendige stad met een variëteit aan inwoners en woonwensen. Door het aanbod van hoger onderwijs in Amersfoort is er vraag naar studentenhuisvesting. Ouderen blijven langer thuis wonen. En ook voor statushouders en cliënten uit zorginstellingen bestaat er behoefte aan woningen die door meerdere mensen gedeeld kunnen worden. Amersfoort wil aan deze behoeften kunnen voldoen.

Beter sturen op leefbaarheid

Kamerverhuur brengt levendigheid, maar kan ook leiden tot leefbaarheidsproblemen. Denk aan geluidsoverlast, parkeerdruk en frictie door verschillende leefstijlen in een straat of buurt. Door vooraf goede afwegingen te maken kan dit beter worden beheerst. In het stadshart en de wijken daaromheen past het woonkarakter en de dynamiek die kamerverhuur met zich meebrengt vaak goed. In andere woonwijken is kamerverhuur ook mogelijk, maar is er meer spreiding gewenst.

Eenduidig en transparant

In deze beleidsregel is onder meer opgenomen waaraan een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet voldoen en welke afwegingen door de gemeente worden gemaakt, alvorens een besluit te nemen op de aanvraag. Door dit toetsingskader is voor aanvragers en omwonenden duidelijk waaraan een aanvraag wordt getoetst, waarmee de rechtszekerheid beter wordt geborgd.

Handhaving

Handhaving op illegale kamerverhuur vindt plaats conform het Handhavings Uitvoerings Programma van de gemeente Amersfoort. Daarnaast wordt bij verzoeken om handhaving tegen illegale kamerverhuur of aanhoudende klachten over overlastgevende kamerverhuurpanden in specifieke gevallen opgetreden als een overtreding wordt geconstateerd. Dit kan door een last onder dwangsom op te leggen, maar ook door een reeds verleende vergunning in te trekken.

Artikel 6.1

De plattegronden en tekeningen zoals aangegeven onder f, g en h van dit artikel zijn nodig voor het bepalen van de parkeernorm voor zowel auto’s als fietsen en het voorkomen van verrommeling van het straatbeeld door duidelijkheid over de locatie van afvalcontainers en buitenopslag.

Artikel 6.2

Dit artikel geeft aan onder welke omstandigheden van het bestemmingsplan kan worden afgeweken en wanneer niet. De in dit artikel genoemde leden sluiten elkaar niet uit.

Het eerste lid verwijst naar de bijlage waarop op de kaart de verschillende zones zijn aangegeven die van belang zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Deze kaart geeft aan binnen welke gebieden afwijken van het bestemmingsplan mogelijk is. Per zone zijn hieraan verschillende voorwaarden gekoppeld. De kaart is daarbij leidend, dat wil zeggen dat er in principe geen ruimte is om op basis van deze beleidsregel van de zonering af te wijken. Wel kan de kaart periodiek naar aanleiding van voortschrijdend inzicht worden aangepast.

Het tweede lid geeft aan in welke gevallen de aanvraag moet worden geweigerd door het bevoegd gezag.

In de binnenstad is kamerverhuur in het bestemmingsplan bij recht toegestaan. Nabij het centrum, in zone 1, is concentratie van kamerverhuur al aanwezig en vaak goed mogelijk. Hier dienen 3 panden tussen 2 kamerverhuurpanden aanwezig te zijn. Zone 2 kent meer een karakter van eengezinswoningen en daar wordt ingezet op spreiding. Hier moeten minimaal 5 panden tussen kamerverhuurpanden aanwezig zijn.

Het derde lid geeft aan in welke gevallen de aanvraag kan worden geweigerd door het bevoegd gezag. In die gevallen gaat het om afwentelen van eventuele kosten van planschade. De vergunning kan worden geweigerd indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat vergunningverlening zou kunnen leiden tot verstoring van een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn indien er naast de aangevraagde kamerverhuur panden met een overlastgevend karakter aanwezig zijn of er andere ruimtelijke argumenten zijn om geen medewerking te verlenen. Met deze algemene regel kan per geval maatwerk worden geleverd.

Het vierde lid regelt het de geluidsisolatienorm tussen twee woningen. Burenlawaai kan als zeer hinderlijk worden ervaren. Zeker bij kamerverhuur is het vanuit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening daarom van belang geluidshinder naar de buren te beperken. Uit een rapportage van een erkend bureau dient te worden aangetoond of het pand voldoet aan de norm van tenminste 52 dB luchtgeluidsisolatie naar de naastgelegen woningen, dan wel op welke wijze dit gerealiseerd gaat worden.

Overigens zijn alle in het Bouwbesluit genoemde voorschriften rechtstreeks werkend. Bij in gebruikname van het kamerverhuurpand moet aan alle regels zoals bijvoorbeeld brandveiligheid en ventilatie worden voldaan. De gemeente kan hierop inspecties uitvoeren en indien nodig handhavend optreden.

Toelichting:

Artikel 6.3

Naast de algemene intrekkingsgronden uit artikel 2.33 van de Wabo, kan de omgevingsvergunning op grond van artikel 5.19 lid 1 onder c van de Wabo ook worden ingetrokken indien niet is of wordt voldaan aan de voorschriften van de omgevingsvergunning.

Met lid 2 kan een vergunning worden ingetrokken als met het gebruik van het bouwwerk het woon- en leefmilieu in de directe omgeving onder druk komt te staan door aanhoudende meldingen en klachten van omwonenden door bijvoorbeeld voortdurend geluidsoverlast.

Hoofdstuk 7 GSM-installaties

Algemeen

Bij de toepassing van planologische vrijstellingsprocedures aangaande de plaatsing van installaties ten behoeve van de mobiele telefonie vindt de beoordeling van de aanvraag om bouwvergunning plaats aan de hand van deze beleidsregels.

Hoofdstuk 8 Oplaadinfrastructuur elektrische voertuigen

Aanvraag vergunning

Voor het behandelen van de aanvraag brengt de gemeente leges in rekening. Het geldende tarief is opgenomen in de Verordening Leges van de gemeente Amersfoort.

De kosten voor het nemen van een verkeersbesluit en de kosten voor het plaatsen van een verkeersbord, tegel en/of markering op de aangewezen parkeerplaats(en) komen voor rekening van de gemeente.

Het aanvragen en plaatsen van oplaadpunten aan de openbare weg gebeurt in Amersfoort door marktpartijen. Een gebruiker doet een aanvraag dus niet bij de gemeente, maar bij een marktpartij. Die dient de aanvraag bij de gemeente in, waarop de gemeente de aanvraag toetst en beoordeelt om te bepalen of de laadpaal geplaatst mag of kan worden.

Het is de bedoeling dat een openbare aanbieder van de oplaadinfrastructuur de formele aanvraag voor de Apv- vergunning en het verzoek om een verkeersbesluit indient. Wanneer een bewoner of bedrijf bij de gemeente aanklopt voor het plaatsen van een oplaadpaal of andere oplaadinfrastructuur op, onder of aan de openbare weg, zal de gemeente hen doorverwijzen naar openbare aanbieders van oplaadinfrastructuur. Vanwege het intensieve gebruik van de ondergrondse ruimte en de veiligheidsrisico’s hanteert de gemeente als gedragslijn dat in beginsel geen toestemming wordt verleend voor het leggen van private of niet-openbare kabels c.q. leidingen (anders dan kabels en leidingen met een publieke of openbare functie).

Op grond van de Wegenverkeerswetgeving kunnen voor bewoners of bedrijven ook geen eigen parkeerplaatsen worden aangewezen op de openbare weg. De enige uitzondering hierop is de individuele gehandicaptenparkeerplaats, die met een verkeersbesluit kan worden

aangewezen (Bord E6 met als onderbord het kenteken van de betreffende auto). Bij zo’n individuele gehandicaptenparkeerplaats kan uiteraard ook een oplaadpaal worden geplaatst, wanneer de betreffende persoon over een elektrisch voertuig beschikt. In dat geval hoeft er geen verkeersbesluit

te worden genomen om het gebruik van de parkeerplaats te regelen, want dat is in feite al gebeurd.

Openbare ruimte versus eigen terrein

  • -

    Het realiseren van een oplaadpunt op eigen terrein is de verantwoordelijkheid van de betreffende eigenaar van het terrein.

  • -

    De gemeente verleent alleen medewerking aan een oplaadpunt aan de openbare weg als de gebruiker niet op eigen terrein kan opladen. En als er in de buurt niet genoeg mogelijkheden zijn voor opladen bij bestaande publieke oplaadpunten.

  • -

    Nieuw oplaadpunt bij voldoende vraag

  • Indien de vraag voldoende hoog is (afname meer dan 5000kWh) , dan wordt een nieuw oplaadpunt in de openbare ruimte geplaatst. Bij plaatsing op straat wordt een bestaand parkeervak bestemd tot oplaadvak. Er worden derhalve geen nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd.

  • -

    Oplaadpunten aan de openbare weg zijn altijd openbaar toegankelijk voor het opladen van elektrische voertuigen. Het is de bedoeling dat zoveel mogelijk e-rijders er gebruik van kunnen maken.

In beginsel wordt er bij een nieuw te realiseren oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur één parkeerplaats aangewezen voor het opladen van elektrische voertuigen. Als het gebruik van de oplaadpaal en/of oplaadinfrastructuur dit toelaat (meer dan 2500 kWh op jaarbasis en minimaal 7 unieke gebruikers), kunnen burgemeester en wethouders besluiten ook een tweede parkeerplaats aan te wijzen. Burgemeester en wethouders hebben hiervoor twee mogelijkheden:

  • 1.

    met een aanpassing van het bestaande verkeersbesluit. Tegen dit aanpassingsbesluit staat bezwaar en beroep open.

  • 2.

    direct in het verkeersbesluit twee parkeerplaatsen aanwijzen en de feitelijke realisering hiervan uitstellen tot een nader door burgemeester en wethouders te bepalen datum. Ook tegen dit laatste besluit van burgemeester en wethouders staat bezwaar en beroep open, omdat dan pas het feitelijk rechtsgevolg in werking treedt (ook op de tweede parkeerplaats mag dan niet meer worden geparkeerd met een niet-elektrisch voertuig).

Behalve een vergunning voor het plaatsen van oplaadpalen in de openbare ruimte zal met de gemeente een gebruiksovereenkomst moeten worden gesloten voor het gebruik van gemeentegrond voor dat doel.

De gemeente zal de grond om niet in gebruik geven onder de voorwaarden, welke zijn opgenomen in bijgevoegde modelgebruiksovereenkomst, opgenomen in bijlage 8.

Oplaadpunt niet op kenteken gereserveerd

De oplaadpunten in het openbare gebied worden niet ‘op kenteken’ gereserveerd, zodat de oplaadpalen voor alle elektrische auto’s te gebruiken zijn. Opgemerkt wordt dat gebruikers die nu wel een ‘eigen’ parkeerplaats hebben (zoals gehandicapten), deze behouden als zij elektrisch gaan rijden. In dat geval wordt de oplaadpaal geplaatst bij het ‘eigen’ vak, mogelijk in combinatie met een openbaar oplaadvak.

Eigen oplaadpunten

Het is niet toegestaan om een elektrisch voertuig op te laden met een snoer dat over het trottoir (en/of andere delen van de openbare weg) wordt uitgerold. Voor eigen oplaadpunten geldt dat er geen openbare parkeerplaatsen of parkeerruimte op de openbare weg worden gereserveerd voor het elektrisch opladen. Ook mag men zelf geen borden plaatsen.

Artikel 8.3 Definitieve locatiebepaling

In artikel 2:10A Apv is als weigeringsgrond opgenomen, dat geen vergunning wordt verleend, indien het beoogde gebruik schade oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats. In de beleidsregels is verduidelijkt, aan welke criteria de gemeente dat toetst. Daarbij is uitgangspunt dan in overleg met aanvrager een locatie wordt bepaald. De oplaadinfrastructuur wordt bij voorkeur geplaatst op strategische zichtlocaties in de nabijheid van de woningen/bedrijven van potentiële gebruikers. De voorkeur gaat ook uit naar centrale, goed bereikbare plekken in de wijken, zoals langs wijkontsluitingswegen of doorgaande wegen. Hiermee wordt voorkomen dat er grote verkeersstromen ontstaan binnen woonwijken wanneer elektrisch vervoer toeneemt. In gebieden met een parkeerdruk hoger dan 90% zal bij de locatiekeuze extra aandacht besteed worden aan het voorkomen van parkeerproblemen, maar prevaleert een milieuvriendelijke vervoerswijze boven het reguliere parkeren.

Juridisch Kader bij Oplaadinfrastructuur elektrische voertuigen

Ontheffing Apv

Voor het plaatsen van voorwerpen op, onder of aan de weg is op grond van art. 2:10A Apv een ontheffing nodig van burgemeester en wethouders. Het plaatsen van oplaadpalen of andere oplaadinfrastructuur wordt immers niet geacht te vallen onder ‘het gebruik van een weg overeenkomstig de publieke functie van een weg’. Wanneer een bewoner, bedrijf of aanbieder van oplaadinfrastructuur bij de gemeente aanklopt voor het plaatsen van een oplaadpaal op, onder of aan de weg in de buurt van zijn woning of bedrijf, dan is hiervoor dus een ontheffing van art. 2:10A Apv nodig. In de voorschriften die aan de ontheffing worden gekoppeld kan de gemeente eisen stellen aan de aanvrager en /of beheerder van de oplaadpaal.

Artikel 2:10 A Apv:

Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op, onder of aan een openbare plaats in strijd met de publieke functie van de openbare plaats

  • 1.

    Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats of een gedeelte van een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.

  • 2.

    Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan, naast de genoemde gronden in artikel 1:8, worden geweigerd:

    • a.

      indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats;

    • b.

      indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

    • c.

      in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.

Artikel 1:8 Weigeringsgronden

De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:

  • a.

    de openbare orde;

  • b.

    de openbare veiligheid;

  • c.

    de volksgezondheid;

  • d.

    de bescherming van het milieu.

Verkeersbesluit

Wanneer de gemeente bereid is een ontheffing te verlenen voor het plaatsen van een oplaadpaal of andere oplaadinfrastructuur op, onder of aan de weg, dan ligt het voor de hand dat de gemeente de parkeerplaats(en) bij de oplaadvoorziening ook aanwijst als parkeerplaats voor alléén het opladen van elektrische voertuigen. Burgemeester en wethouders kunnen hiertoe op grond van art. 18 Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) jo. art. 12 Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) een verkeersbesluit nemen. In zo’n verkeersbesluit wijzen burgemeester en wethouders de betreffende parkeerplaats(en) aan met het plaatsen van de verkeersborden E4 of E8 met onderbord ‘opladen elektrische voertuigen’.

Overige vergunningen / ontheffingen

Voor het aansluiten van oplaadpalen en/of andere oplaadinfrastructuur op het elektriciteitsnetwerk in de openbare ruimte op, onder of aan de weg is op grond van de art. 2:11 Apv of van de Telecommunicatieverordening Amersfoort 2009 veelal ook een melding, vergunning of ontheffing nodig. De aanvrager van de oplaadinfrastructuur is verantwoordelijk voor de melding of de aanvraag van de benodigde vergunningen en/of ontheffingen.

Artikel 2:11 Apv (Omgevings)Vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

  • 1.

    Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

  • 2.

    De vergunning wordt verleend a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. door het college in de overige gevallen.

  • 3.

    Het verbod geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak.

  • 4.

    Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Wegenverordening provincie Utrecht 2010, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.

Opladen elektrische voertuigen vanuit woning of bedrijf

In de praktijk komt het voor dat mensen die een elektrisch voertuig hebben deze vanuit hun woning of bedrijf opladen met een snoer dat over het trottoir (en andere delen van de openbare weg) wordt uitgerold. Dit kan leiden tot gevaarlijke situaties, zeker als er geen direct toezicht wordt gehouden tijdens het opladen door degene die het snoer heeft uitgerold. Het gebruik van afdekmatten over de snoeren kan het gevaar beperken en wordt dan ook voorgeschreven.. In de Apv is geen specifieke bepaling opgenomen over het hebben van snoeren op/boven de openbare weg. Eventueel kan het facultatieve Apv art. 2:15 ‘Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp’ worden gebruikt. Als een dergelijke bepaling niet is opgenomen in de Apv, dan biedt art. 5 WVW 1994 (het zogenaamde ‘kapstok-artikel’) de mogelijkheid om handhavend op te treden.

Artikel 2:15 Apv Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp

Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar oplevert.

WVW 1994 Artikel 5

Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.