Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Helmond houdende regels omtrent subsidies (Algemene subsidieverordening Helmond 2020)

Geldend van 14-07-2020 t/m heden

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Helmond houdende regels omtrent subsidies (Algemene subsidieverordening Helmond 2020)

De raad van de gemeente Helmond;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 maart 2020;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en Titel 2.4 van de Algemene wet bestuursrecht;

Gezien het advies van de Adviescommissie Inwoners van 18 juni 2020,

besluit:

  • 1.

    De Algemene subsidieverordening Helmond 2009 in te trekken

  • 2.

    De Algemene subsidieverordening Helmond 2020 vast te stellen

Algemene subsidieverordening Helmond 2020

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Activiteit: een samenhangend geheel van activiteiten die naar het oordeel van het college dienstbaar zijn aan het algemeen belang of het welzijn van de inwoners van de gemeente Helmond bevorderen en gelet daarop in aanmerking komen voor subsidie.

  • b.

    Awb: de Algemene wet bestuursrecht.

  • c.

    Begroting: een overzicht van de geraamde opbrengsten en kosten van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd.

  • d.

    Begrotingssubsidie: een periodieke subsidie die wordt verstrekt op grond van artikel 4:23, derde lid, onder c van de Awb, waarbij de desbetreffende subsidieontvanger tezamen met de maximumsubsidie expliciet staat vermeld in de gemeentebegroting.

  • e.

    Bestemmingsreserve: bestanddeel van het eigen vermogen dat bestemd is om in de toekomst uitgaven die zijn verbonden aan beoogde specifieke doelen te kunnen bekostigen, waarbij aannemelijk is dat toekomstige middelen daarvoor tekort schieten.

  • f.

    Boekjaar: een kalenderjaar, tenzij met de subsidieontvanger een ander tijdvak is overeengekomen.

  • g.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond.

  • h.

    Controleverklaring: De controleverklaring is de uitkomst van een controleopdracht door de accountant. Bij een controleopdracht controleert de accountant met redelijke mate van zekerheid of een financiële verantwoording van een organisatie een goede weergave is van de financiële situatie op een bepaald moment. Hierbij houdt hij rekening met de wet- en regelgeving die op deze verantwoording van toepassing is.

  • i.

    Eenmalige subsidie: subsidie in de vorm van een eenmalige aanspraak op financiële middelen, verleend voor een eenmalig project van een subsidieaanvrager, ten behoeve van de gehele of gedeeltelijke dekking van de begroting van dat project.

  • j.

    Egalisatiereserve: een reserve als bedoeld in artikel 4:72 Awb, bedoeld om in de toekomst schommelingen in de (exploitatie)kosten op te kunnen vangen.

  • k.

    Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld.

  • l.

    Financieel verslag: financieel verantwoordingsdocument voor de verantwoording van subsidies die eenmalig zijn verleend voor een activiteit of een samenhangend geheel van activiteiten die afgebakend zijn in de tijd, waarin de activiteiten zijn opgenomen en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten. Dit verslag mag ook opgenomen worden als bijlage bij de jaarrekening.

  • m.

    Gemeentebegroting: een basisinstrument voor de beleidmakers in een gemeente. De begroting wordt door de gemeenteraad vastgesteld op voorstel van het college van burgemeester en wethouders. Deze begroting bevat een raming van baten (opbrengsten) en lasten (kosten) voor een komend begrotingsjaar. Deze ramingen zijn gespecificeerd naar de verschillende beleidsterreinen, zoals ruimtelijke ordening, veiligheid, onderwijs enz.

  • n.

    Incidentele subsidie: een subsidie die wordt verstrekt op grond van artikel 4:23, derde lid, onder d van de Awb, waarvoor geen wettelijk voorschrift is vastgesteld en waarbij het aantal subsidieontvangers alsmede het tijdvak van subsidiëring beperkt is.

  • o.

    Instelling: een rechtspersoon of een door het college aanvaardbaar geachte organisatorische eenheid die zich ten doel stelt om zonder winstoogmerk één of meer activiteiten te verrichten ten behoeve van ingezetenen van de gemeente Helmond.

  • p.

    Jaarrekening: de enkelvoudige jaarrekening die bestaat uit de balans en de winst- en verliesrekening met de toelichting en de geconsolideerde jaarrekening indien de rechtspersoon een geconsolideerde jaarrekening opstelt.

  • q.

    Onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent.

  • r.

    Periodieke subsidie: een subsidie die per boekjaar aan een aanvrager wordt verstrekt of voor een aantal boekjaren met een maximum van vier jaar.

  • s.

    Project: activiteit of samenhangend geheel van activiteiten die afgebakend zijn in tijd en gericht op een specifiek eindresultaat.

  • t.

    Raad: de gemeenteraad van Helmond.

  • u.

    Subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.

  • v.

    Subsidieplafond: het ten hoogste beschikbare bedrag zoals bedoeld in art. 4:22 Awb.

  • w.

    Subsidievaststelling: een beschikking waarin definitief wordt beslist dat de subsidieaanvrager subsidie ontvangt ter hoogte van een bepaald bedrag, hetgeen het college tot uitbetaling verplicht.

  • x.

    Subsidieverlening: een beschikking met een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend en waarin het maximaal toegekende subsidiebedrag wordt vermeld, alsmede de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen.

  • y.

    Uitvoeringsovereenkomst: de overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Awb die de gemeente met de subsidieontvanger sluit ter uitwerking van de beschikking tot subsidieverlening.

  • z.

    Voorziening: een voorziening als bedoeld in artikel 2:374 van het Burgerlijk Wetboek, zijnde vermogensbestanddelen voor toekomstige kosten die een periode van twee of meer jaren omvatten en die niet binnen de jaarlijkse exploitatie opgevangen kunnen worden, nu reeds te voorzien zijn, onvermijdelijk zijn, hun oorzaak in het verleden hebben en kwantificeerbaar of berekenbaar zijn.

Artikel 1.2 Reikwijdte verordening

Deze verordening is van toepassing op subsidies voor activiteiten op de beleidsterreinen die in de begroting zijn opgenomen. Dit omvat in elk geval de volgende beleidsterreinen: openbare orde en veiligheid, zorg, maatschappelijke dienstverlening en sociale voorzieningen, educatie en jeugd, diversiteit en burgerschap, verkeer, vervoer en infrastructuur, openbare ruimte, dierenwelzijn, groen, duurzaamheid, sport en recreatie, cultuur en monumenten, milieu en water, economie, werkgelegenheid, stedelijke ontwikkeling en volkshuisvesting en algemeen bestuur.

Artikel 1.3 Grondslagen en vormen subsidies binnen de gemeente Helmond
  • 1. De gemeente Helmond verstrekt subsidies op grond van een wettelijk voorschrift als bedoeld in artikel 4:23 eerste lid van de Awb, alsmede begrotingssubsidies en incidentele subsidies die kunnen worden verstrekt zonder een wettelijk voorschrift als bedoeld in het derde lid van artikel 4:23 van de Awb.

  • 2. De subsidies als genoemd in het eerste lid, kunnen afhankelijk van hun aard eenmalig of periodiek worden verstrekt.

Artikel 1.4 Bevoegdheden College
  • 1. Het college is belast met de uitvoering van deze verordening.

  • 2. Het college is bevoegd om nadere regels (hierna: subsidieregeling) vast te stellen dat regelt welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie.

  • 3. Het college is bevoegd om uitvoeringsovereenkomsten in de zin van artikel 4:36 Awb te sluiten.

  • 4. Het college kan besluiten afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing te verklaren.

  • 5. Het college maakt van haar bevoegdheid als bedoeld in het tweede lid gebruik met inachtneming van de door de raad vastgestelde beleidskaders.

  • 6. Het college is bevoegd om in de door haar vastgestelde subsidieregelingen dan wel bij afzonderlijk besluit een subsidieplafond vast te stellen tezamen met de wijze van verdeling.

  • 7. Het college maakt van haar bevoegdheid als bedoeld in het zesde lid gebruik met inachtneming van de door de raad vastgestelde financiële kaders.

Artikel 1.5 Evaluatieverslag wettelijke subsidies
  • 1. Het college houdt ten minste eenmaal in de vijf jaar een onderzoek naar de doeltreffendheid van subsidies in de praktijk als bedoeld in artikel 4:24 Awb. Dit gebeurt zoveel mogelijk gelijktijdig bij de evaluatie van het betreffende beleid. Het college brengt de uitkomsten van het onderzoek ter kennisgeving aan de raad.

  • 2. In bijzondere gevallen kan het college van de evaluatie afzien. De raad wordt hierover dan geïnformeerd.

Artikel 1.6 Verslagleggingsplicht buitenwettelijke subsidies

Het college publiceert jaarlijks een verslag van de verstrekking van incidentele subsidies als bedoeld in artikel 4:23 lid 4 Awb.

Artikel 1.7 Doelgroep

Subsidie kan worden aangevraagd door instellingen en natuurlijke personen. Bij subsidieregeling of in andere voorkomende gevallen kan het college andere doelgroepen bepalen.

Artikel 1.8 De subsidieregeling

De subsidieregelingen als bedoeld in artikel 1.4, tweede lid van deze verordening, kunnen naast de doelstelling en de benoeming van activiteiten die voor subsidie in aanmerking kunnen komen, de volgende onderwerpen bevatten:

  • a.

    Welke doelgroep(en) voor subsidie in aanmerking komen.

  • b.

    De wijze waarop de subsidie wordt berekend (nominaal versus berekeningswijze).

  • c.

    De kosten die voor subsidieverlening in aanmerking komen / niet-subsidiabele kosten (onverminderd artikel 2.5 van deze verordening).

  • d.

    Subsidieverplichtingen die aanvullend zijn op de verplichtingen als opgenomen in de Awb en deze verordening.

  • e.

    Het subsidieplafond tezamen met de verdelingsmaatstaf.

  • f.

    De keuze voor een systeem van enkele subsidievaststelling zonder voorafgaande verlening.

Hoofdstuk 2 Subsidieverlening

§ 2.1

De subsidieaanvraag

Artikel 2.1 Indieningstermijn aanvraag
  • 1. Een aanvraag om een eenmalige subsidie wordt ten minste acht weken voordat met de activiteit wordt aangevangen, ingediend bij het college.

  • 2. Een aanvraag om een periodieke subsidie wordt voor 1 augustus voorafgaande aan het (eerste) subsidiejaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft ingediend bij het college.

  • 3. Bij subsidieregeling of in andere voorkomende gevallen kan het college anders bepalen.

Artikel 2.2 De aanvraag en de bij de aanvraag in te dienen gegevens
  • 1. De subsidieaanvraag wordt schriftelijk ingediend bij het college. Als door het college een aanvraagformulier is vastgesteld, wordt van dat formulier gebruik gemaakt.

  • 2. De aanvrager verstrekt in ieder geval de volgende gegevens:

    • a.

      Een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

    • b.

      De doelstellingen en resultaten, die daarmee worden nagestreefd en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen. In het bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen.

    • c.

      Een begroting van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

  • 3. Een beheers- en beleidsplan ten aanzien van bestemmingsreserves en voorzieningen en een opgave van de omvang van de algemene en egalisatiereserve indien het college dit nodig acht in het kader van de beoordeling van een subsidieaanvraag.

  • 4. Indien een aanvrager voor de eerste maal een subsidie aanvraagt, voegt hij, indien het een rechtspersoon betreft, een exemplaar van de oprichtingsakte alsmede de statuten toe. Voorts kan het college een overzicht van de bestuurssamenstelling, het jaarverslag, de jaarrekening, de balans van het voorgaande jaar en een Kamer van Koophandel nummer verlangen.

  • 5. Het college kan in een subsidieregeling nadere gegevens of bescheiden verlangen van de aanvrager voor zover het college dit noodzakelijk acht voor een goede beoordeling van de aanvraag.

§ 2.2

Beslissing op de aanvraag

Artikel 2.3 Vaststelling zonder verlening
  • 1. Subsidies die € 5.000,- of meer bedragen, worden toegekend via het systeem van een beschikking tot subsidieverlening met daaropvolgend een beschikking tot subsidievaststelling.

  • 2. Subsidies die minder bedragen dan € 5.000,- worden toegekend via het systeem van enkel een beschikking tot subsidievaststelling, waarbij de beschikking tot subsidievaststelling wordt vastgesteld conform artikel 4:43 van de Awb.

  • 3. Bij subsidieregeling of in andere voorkomende gevallen kan het college anders bepalen.

Artikel 2.4 Algemene vereisten voor subsidieverlening
  • 1. Om voor een eenmalige subsidie op grond van een wettelijk voorschrift in aanmerking te komen, moet in ieder geval worden voldaan aan:

    • a.

      De aanvrager is een natuurlijke persoon of instelling of een door het college bepaalde doelgroep.

    • b.

      De aanvraag wordt ingediend op grond van een subsidieregeling als bedoeld in artikel 1.8 van deze verordening.

    • c.

      De aanvraag betreft een eenmalige aanspraak op financiële middelen voor een eenmalig project.

    • d.

      De aanvraag heeft geen betrekking op de reguliere activiteiten van de subsidieaanvrager.

  • 2. Om voor een periodieke subsidie op grond van een wettelijk voorschrift in aanmerking te komen, moet in ieder geval worden voldaan aan:

    • a.

      De aanvrager is een instelling of een door het college bepaalde doelgroep.

    • b.

      De aanvraag wordt ingediend op grond van een subsidieregeling als bedoeld in artikel 1.8 van deze verordening.

    • c.

      De aanvraag betreft een periodieke aanspraak op financiële middelen.

    • d.

      De aanvraag heeft betrekking op een boekjaar of een bepaald aantal boekjaren met een maximum van vier jaren.

    • e.

      De subsidie wordt aangevraagd in verband met de reguliere activiteiten van de subsidieaanvrager.

  • 3. Om voor een begrotingssubsidie in aanmerking te komen, moet in ieder geval worden voldaan aan:

    • a.

      De aanvrager is een instelling of een door het college bepaalde doelgroep.

    • b.

      De aanvraag past niet binnen de doelstelling van een subsidieregeling als bedoeld in artikel 1.8 van deze verordening.

    • c.

      De gemeentelijke begroting of de toelichting op de gemeentelijke begroting vermeldt: de naam van de aanvrager (subsidieontvanger) en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld.

  • 4. Om voor een incidentele subsidie in aanmerking te komen, moet in ieder geval worden voldaan aan:

    • a.

      De aanvrager is een natuurlijke persoon of instelling of een door het college bepaalde doelgroep.

    • b.

      De aanvraag past niet binnen de doelstelling van een subsidieregeling als bedoeld in artikel 1.8 van deze verordening, beleid of vaste bestuurspraktijk.

    • c.

      De aanvraag betreft een subsidie in een incidenteel geval als bedoeld in artikel 4:23 lid 3 onder d van de Awb.

    • d.

      Zowel het aantal aanvragers als het tijdvak waarvoor de subsidie wordt aangevraagd is beperkt.

Artikel 2.5 Niet-subsidiabele kosten

Het college kan de volgende onderdelen van een begroting als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid onder c als niet-subsidiabele kosten aanmerken:

  • a.

    kosten die geen enkel verband houden met de activiteit waarvoor de subsidie wordt verstrekt;

  • b.

    kosten die niet in redelijke verhouding staan tot de gestelde doelen of redelijkerwijs te verwachten prestaties;

  • c.

    verrekenbare of compensabele omzetbelasting;

  • d.

    boetes, financiële sancties en hiermee samenhangende kosten;

  • e.

    kosten van vrijwilligersuren, met uitzondering van een vrijwilligersvergoeding zoals vastgesteld volgens de regels van de belastingdienst;

  • f.

    sponsoring van activiteiten van derden.

Artikel 2.6 Uurtarieven en uniforme kostenbegrippen

Het college kan met het oog op de verstrekking van subsidies nadere regels stellen voor uurtarieven en uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen.

Artikel 2.7 Weigeringsgronden subsidie
  • 1. Subsidie kan naast de in artikel 4:25 lid 2 en 4:35 Awb geregelde gevallen in ieder geval geweigerd worden indien:

    • a.

      de activiteit(en) van de aanvrager niet gericht is/zijn op of niet aanwijsbaar ten goede komen aan de ingezetenen van de gemeente;

    • b.

      de aanvrager ook zonder subsidie over de benodigde gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van zijn activiteit(en) te dekken;

    • c.

      de gevraagde subsidie niet past binnen de door de raad vastgestelde beleidskaders en financiële kaders;

    • d.

      de in een eerder subsidiejaar verleende subsidiegelden niet of niet in hoofdzaak zijn besteed aan activiteit(en) waarvoor deze gelden waren bestemd;

    • e.

      de doelstellingen of activiteiten van de subsidieaanvrager in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;

    • f.

      indien voor de aangevraagde activiteit(en) reeds een subsidie is verstrekt door de gemeente Helmond.

  • 2. Naast de in het vorige lid genoemde (algemene) weigeringsgronden kan het college ook op andere specifieke gronden gerelateerd aan het doel van de desbetreffende subsidieregeling, een subsidieaanvraag weigeren, voor zover hierin door een subsidieregeling wordt voorzien.

  • 3. Het bepaalde in de vorige leden is van overeenkomstige toepassing in die gevallen dat subsidievaststelling plaatsvindt zonder dat daaraan subsidieverlening is voorafgegaan.

Artikel 2.8 Voorschotten
  • 1. Het college kan bij het besluit tot subsidieverlening de subsidieaanvrager een voorschot op de subsidie toekennen tot maximaal het verleende bedrag.

  • 2. Het college bepaalt in het besluit als bedoeld in het eerste lid de hoogte van het voorschot en het aantal termijnen waarin dit betaalbaar wordt gesteld.

Artikel 2.9 Beslistermijnen subsidieverlening
  • 1. Op een aanvraag voor een periodieke subsidie beslist het college uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het (eerste) subsidiejaar.

  • 2. Op een aanvraag voor een eenmalige subsidie beslist het college binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 3. Het college kan de in het tweede lid genoemde termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Van het besluit tot verlenging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan aanvrager.

  • 4. Het hiervoor bepaalde geldt ook voor subsidiebesluiten waarbij het besluit tot subsidieverlening en subsidievaststelling samenvallen als bedoeld in artikel 2.3 tweede lid van deze verordening.

§ 2.3

Voorwaarden en verplichtingen

Voorwaarden

Artikel 2.10 Koppelsubsidie

Voor zover een subsidie wordt verleend voor een project dat mede door derden wordt gefinancierd, kan het college de subsidie verlenen onder de voorwaarde dat de subsidieontvanger de nodige bewijsstukken overlegt om aan te tonen dat de financiering ook daadwerkelijk rond komt. De voorwaarde wordt expliciet opgenomen in het verleningsbesluit.

Artikel 2.11 Het begrotingsvoorbehoud

Voor zover een periodieke subsidie wordt verleend ten laste van de gemeentebegroting die nog niet door de raad is vastgesteld of goedgekeurd, wordt zij verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daar door het college expliciet op gewezen.

Verplichtingen

Artikel 2.12 Algemene en bijzondere verplichtingen
  • 1. Een subsidieontvanger informeert het college onverwijld over:

    • a.

      ontwikkelingen die ertoe leiden of kunnen leiden dat de activiteiten niet kunnen worden verwezenlijkt;

    • b.

      het geheel of gedeeltelijk (tussentijds) beëindigen van de activiteiten;

    • c.

      besluiten of procedures die het voortbestaan van de instelling bedreigen of kunnen bedreigen;

    • d.

      andere omstandigheden die uiteindelijk kunnen leiden tot het intrekken of wijzigen van het besluit tot subsidieverlening gelet op artikel 4:48 van de Awb of het lager vaststellen van de subsidie ingevolge het tweede lid van artikel 4:46 Awb.

  • 2. Wijzigingen in de statuten of de organisatievorm worden uiterlijk een maand na wijziging bij het college gemeld.

  • 3. Een subsidieontvanger is verplicht medewerking te verlenen aan onderzoeken van de rekenkamercommissie van de gemeente Helmond, indien deze daarom verzoekt.

  • 4. Naast de algemene verplichtingen als bedoeld in voorgaande leden, kunnen bijzondere verplichtingen voortvloeien uit de subsidieregelingen.

Artikel 2.13 Opleggen van standaard- en doelgebonden verplichtingen

Naast de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 2.12 van deze verordening kan het college bij een besluit tot subsidieverlening ook andere verplichtingen opleggen als bedoeld in de artikelen 4:37 en 4:38 van de Awb, mits deze verplichtingen strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

Artikel 2.14 Opleggen niet-doelgebonden verplichtingen

Het college kan gelet op artikel 4:39 Awb bij een besluit tot subsidieverlening verplichtingen opleggen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

Artikel 2.15 Verplichtingen tot voeren administratie instellingen
  • 1. Een instelling is verplicht een zodanig ingerichte administratie te voeren dat een getrouw en inzichtelijk beeld ontstaat van de ondernomen activiteiten en de financiële positie van de instelling.

  • 2. Alle inkomsten en uitgaven van de instelling moeten aannemelijk zijn en uit de onderliggende stukken moet de aard van de geleverde goederen en diensten blijken.

  • 3. Het boekjaar van de instelling dient gelijk te zijn aan een kalenderjaar, tenzij in de beschikking tot subsidieverlening anders is bepaald.

  • 4. De administratie als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt ten minste zeven jaar bewaard.

§ 2.4

Reserves en voorzieningen

Artikel 2.16 Reserves en voorzieningen
  • 1. Het college kan toestaan dat bestemmingsreserves of voorzieningen worden gevormd, voor zover dit bij de aanvraag om subsidie wordt aangegeven en planmatig door de aanvragende instelling wordt onderbouwd.

  • 2. Het college kan in het besluit tot subsidieverlening of de uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 4:36 Awb beperkingen verbinden aan het vormen van bestemmingsreserves en voorzieningen.

Hoofdstuk 3 Subsidievaststelling

§ 3.1

De subsidieaanvraag

Artikel 3.1 Indieningstermijn aanvraag
  • 1. Een aanvraag om subsidievaststelling wordt binnen dertien weken na afloop van de activiteiten of het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend, ingediend bij het college.

  • 2. Op verzoek van de subsidieontvanger kan het college uitstel voor de in het eerste lid genoemde termijn verlenen.

  • 3. Bij subsidieregeling of in andere voorkomende gevallen kan het college anders bepalen.

§ 3.2

De subsidievaststelling en verantwoording

Artikel 3.2 Algemene bepalingen aanvraag vaststelling subsidies
  • 1. Na afloop van de activiteit(en) of het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend, dient de aanvrager schriftelijk een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.

  • 2. Indien het een subsidie op grond van een subsidieregeling betreft en bij de subsidieregeling waarop een beroep wordt gedaan een vaststellingsformulier is vastgesteld, wordt van dat formulier gebruik gemaakt.

  • 3. Een aanvraag om subsidievaststelling is niet nodig indien:

    • a.

      in de subsidieregeling een termijn is bepaald waarbinnen de subsidie ambtshalve door het college wordt vastgesteld;

    • b.

      dit in de uitvoeringsovereenkomst anders is geregeld;

    • c.

      bij subsidieregeling of in het besluit tot subsidieverlening (de beschikking) anders is bepaald;

    • d.

      het een subsidiebesluit betreft waarbij het besluit tot subsidieverlening en vaststelling samenvallen.

Artikel 3.3 Verantwoording subsidies tot € 5.000,-
  • 1. Voor zover het subsidiebedrag minder is dan € 5.000,- is een subsidieontvanger vrijgesteld van verantwoording. Hierbij geldt wel dat het college bevoegd is steekproefsgewijze controles uit te voeren.

  • 2. Bij subsidieregeling of in andere voorkomende gevallen kan het college anders bepalen.

Artikel 3.4 Verantwoording subsidies vanaf € 5.000,- tot € 75.000,-
  • 1. Indien de subsidieverlening € 5.000,- of meer bedraagt, maar minder dan € 75.000,-, voorziet de aanvrager de aanvraag tot vaststelling van:

    • a.

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat de activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen als bedoeld in artikel 4:45 lid 1 Awb;

    • b.

      een financiële verantwoording waarbij geldt dat:

      • i.

        een financieel verslag waaruit blijkt welke uitgaven voor de subsidiabele activiteit zijn gedaan en welke inkomsten uit de activiteit zijn voortgevloeid wordt verstrekt wanneer het een verantwoording voor een eenmalige subsidie betreft;

      • ii.

        een jaarrekening wordt verstrekt wanneer het een verantwoording voor een periodieke subsidie betreft.

  • 2. Naast de verplichtingen in lid 1, kan het college voor zover zij dit noodzakelijk acht de subsidieaanvrager verplichten dat andere gegevens en bescheiden worden overgelegd.

Artikel 3.5 Verantwoording subsidies vanaf € 75.000,-
  • 1. Indien de subsidieverlening € 75.000,- of meer bedraagt, voorziet de aanvrager de aanvraag tot vaststelling van:

    • a.

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat de activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen als bedoeld in artikel 4:45 lid 1 Awb;

    • b.

      een financiële verantwoording waarbij geldt dat:

      • i.

        een financieel verslag waaruit blijkt welke uitgaven voor de subsidiabele activiteit zijn gedaan en welke inkomsten uit de activiteit zijn voortgevloeid wordt verstrekt wanneer het een verantwoording voor een eenmalige subsidie betreft;

      • ii.

        een jaarrekening wordt verstrekt wanneer het een verantwoording voor een periodieke subsidie betreft.

    • c.

      een goedkeurende controleverklaring opgesteld conform het Controleprotocol verantwoording van subsidies vanaf € 75.000 gemeente Helmond’.

  • 2. Naast de verplichtingen in voorgaande leden, kan het college voor zover zij dit noodzakelijk acht de instelling verplichten dat andere gegevens en bescheiden worden overgelegd.

Artikel 3.6 Cumulatie

De in de artikelen 3.3, 3.4 en 3.5 genoemde bedragen zien op de in totaal aan een aanvrager in een kalenderjaar toegekende subsidiebedragen en is exclusief de gemeentelijke huurcomponent.

Artikel 3.7 Beslistermijn subsidievaststelling
  • 1. Op een aanvraag om vaststelling beslist het college binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag om vaststelling.

  • 2. Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Van het besluit tot verlenging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager.

Hoofdstuk 4 Overige bepalingen

Artikel 4.1 Staatssteun
  • 1. Het college controleert voorafgaand aan een subsidieverlening of sprake is van staatssteun zoals bedoeld in artikel 107 lid 1 VWEU. Indien de subsidie aan de criteria in genoemd artikel voldoet, moet het college controleren of de subsidie als rechtmatige steun kan worden verstrekt binnen de mogelijkheden die het Europees Steunkader biedt.

  • 2. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor subsidie indien en voor zover die subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.

Artikel 4.2 Vermogensvorming
  • 1. In de gevallen als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is de subsidieontvanger aan het college een vergoeding verschuldigd, welke bij afzonderlijke besluitvorming wordt vastgesteld.

  • 2. De vergoeding bedraagt maximaal het bedrag waarmee subsidiëring door het college heeft bijgedragen aan de vermogensvorming in verhouding tot de andere middelen die daaraan hebben bijgedragen.

  • 3. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de economische waarde van de eigendommen en de andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat bij verlies of beschadiging van eigendom- men wordt uitgegaan van het bedrag, dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger is ontvangen. Indien het een onroerende zaak betreft, geschiedt de waardebepaling door één of drie onafhankelijke deskundigen.

  • 4. Het college kan op een daartoe strekkend verzoek besluiten dat geen vergoeding is vereist, indien de activiteiten of werkzaamheden van de subsidieontvanger worden overgenomen en voortgezet door een rechtspersoon met een gelijke of nagenoeg gelijke doelstelling, en de activa en passiva tegen boekwaarde worden overgenomen.

  • 5. Ingeval sprake is van ontbinding van een rechtspersoon die subsidie heeft ontvangen, dan wel, naar het oordeel van het college, kennelijke beëindiging van de activiteiten en indien de instelling naar het oordeel van het college niet in staat is de eventueel resterende gelden of (on)roerende zaken overeenkomstig de doelstelling van de instelling aan te wenden, wordt het positief liquidatiesaldo bij voorrang ter beschikking gesteld van de gemeente Helmond, indien een eventueel batig saldo van de door een accountant als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid Burgerlijk Wetboek opgestelde (liquidatie)rekening dit toelaat.

  • 6. Het college kan bij nadere regel afwijken van het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 4.3 Ontheffing

Het college kan in individuele gevallen ontheffing verlenen van één of meer verplichtingen in deze verordening.

Artikel 4.4 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere individuele gevallen afwijken van het bepaalde in deze verordening of subsidieregelingen voor zover toepassing daarvan zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard.

Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 5.1 Overgangsbepaling
  • 1. Aanvragen om subsidieverlening waarop de Algemene subsidieverordening 2009 van toepassing is en bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, worden geacht te zijn ingediend op basis van deze verordening.

  • 2. Op subsidies die voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend en die nog niet zijn vastgesteld, blijven de bepalingen zoals opgenomen in de Algemene subsidieverordening 2009 en de van toepassing zijnde nadere subsidieregels van toepassing.

  • 3. Op bezwaarschriften wordt beslist met toepassing van de verordening en de van toepassing zijnde nadere regels zoals die golden bij de primaire besluitvorming.

  • 4. De inwerkingtreding van deze verordening heeft geen gevolgen voor de geldigheid van de nadere regels genomen krachtens de Algemene subsidieverordening Helmond 2009, voor zover de rechtsgrond waarop deze besluiten zijn gebaseerd is vervat in een bepaling van gelijke strekking in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.

Artikel 5.2 Intrekking

De algemene subsidieverordening Helmond 2009 wordt ingetrokken.

Artikel 5.3 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking daags na bekendmaking.

Artikel 5.4 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Helmond 2020.

Ondertekening

Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 30 juni 2020

De raad voornoemd,

de voorzitter, de griffier,