Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerhugowaard houdende regels omtrent de subsidiëring van participatie en de sociale samenhang (Subsidieregeling Participatie en Sociale Samenhang 2020)

Geldend van 10-04-2021 t/m heden

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerhugowaard houdende regels omtrent de subsidiëring van participatie en de sociale samenhang (Subsidieregeling Participatie en Sociale Samenhang 2020)

Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Heerhugowaard;

overwegende dat het gewenst is dat

  • -

    iedereen kan meedoen in de samenleving door het behouden en versterken van de sociale samenhang, burgerparticipatie en ontwikkeling van perspectief gericht op het versterken en behouden van de zelfredzaamheid;

  • -

    bewoners bijdragen aan een gezond sociaal klimaat binnen hun woonomgeving;

  • -

    bewoners actief participeren bij ontwikkeling en beheer ten aanzien van de sociaal maatschappelijk woon- en leefomgeving;

  • -

    er een breed basisaanbod van laagdrempelige ontmoetingsactiviteiten in stand wordt gehouden;

  • -

    er een toename is van kwalitatief hoogwaardig vrijwilligerskader;

  • -

    er een stevig, gebiedsgericht, sociaal vangnet van professionals en vrijwilligers is;

  • -

    bij kwetsbaren sprake is van een verhoogde maatschappelijke participatiegraad en toegenomen zelfredzaamheid.

gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Heerhugowaard 2014;

b e s l u i t

vast te stellen de volgende regeling:

Subsidieregeling Participatie en Sociale Samenhang 2020

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Algemene subsidieverordening: de Algemene subsidieverordening Heerhugowaard 2014.

  • b.

    Sociale samenhang: de sociale relaties tussen mensen.

  • c.

    Burgerparticipatie: inwoners nemen deel aan het maatschappelijk verkeer, maken gebruik van voorzieningen en leveren een bijdrage aan het maatschappelijk leven.

  • d.

    Perspectief: jezelf ontwikkelen waardoor kansen op studie, werk en een zinvolle tijdsbesteding worden vergroot.

  • e.

    Zelfredzaamheid: het vermogen om dagelijkse algemene levensverrichtingen zelfstandig te kunnen doen en om sociaal te kunnen functioneren.

  • f.

    Laagdrempelige ontmoetingsactiviteiten: activiteiten die voor iedereen open staan met als doel het in contact komen met anderen. Deze contacten kunnen incidenteel zijn maar ook uitmonden in een regelmatig contact, waardoor een sociaal netwerk ontstaat. Ontmoeting is voorloper van participatie en perspectief.

  • g.

    Professionele organisatie: een organisatie die werkt met deskundig en conform de CAO betaalde krachten.

  • h.

    Vrijwilligerskader: groep personen die actief zijn als vrijwilliger.

  • i.

    Gebiedsgericht sociaal vangnet: signalering, ondersteuning en begeleiding van kwetsbaren binnen een geografisch afgebakende eenheid (straat, wijk, buurt etc), waardoor de zelfredzaamheid en/of het sociaal functioneren van mensen wordt hersteld of bevorderd.

  • j.

    Kwetsbaren: een burger die niet in staat is op eigen kracht volledig deel te nemen aan de samenleving, waarbij er sprake kan zijn van kwetsbaarheid op basis van leeftijd en/of gezondheid, etniciteit of financiële / economische situatie.

  • k.

    Curatief - of begeleidingsaanbod: activiteiten in verband met een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap of een psychosociaal probleem, gericht op herstel, bevordering en behoud van zelfredzaamheid of bevordering van de integratie in de samenleving.

  • l.

    De activiteit in strijd is met gemeentelijk beleid.

Artikel 2 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden verstrekt ten behoeve van activiteiten die bijdragen aan het bereiken van de volgende beleidsdoelen:

  • 1.

    Sociale samenhang door het aanbieden van laagdrempelige ontmoetingsactiviteiten gericht op sociale, culturele, sportieve, educatieve en vormende activiteiten.

  • 2.

    buurtbewoners vragen elkaar hulp en bieden elkaar ondersteuning;

  • 3.

    kwetsbaren vergroten hun sociaal netwerk en vangnet in de wijk/buurt;

  • 4.

    kwetsbaren vergroten hun kennis en vaardigheden waardoor zij beter zelf regie over hun eigen leven kunnen voeren.

  • 5.

    professionele ondersteuning van vrijwilligers gericht op vergroten van zelfstandigheid en toename van aantal vrijwilligers;

  • 6.

    ontwikkelen van een gebiedsgericht netwerkverband van vrijwilligersorganisaties en professionele organisaties.

Artikel 3 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 9 van de Algemene subsidieverordening moet de subsidie in

ieder geval worden geweigerd indien:

  • a.

    het een subsidieaanvraag betreft die gericht is op de instandhouding van de eigen organisatie;

  • b.

    niet is aangetoond dat de activiteiten meerwaarde opleveren bovenop het reeds bestaande aanbod in Heerhugowaard;

  • c.

    de activiteiten zijn gericht op het promoten van een religieuze, levensbeschouwelijk of politieke overtuiging, hetgeen onder andere kan blijken uit de doelstelling, inhoud, doelgroep of toegankelijkheid;

  • d.

    de aanvrager niet heeft aangetoond dat er behoefte is aan de geplande activiteiten;

  • e.

    het een niet-professionele organisatie betreft die activiteiten aanbiedt met als doel het versterken van de competentieontwikkeling van jongeren;

  • f.

    de aanvraag een curatief - of begeleidingsaanbod betreft waarover geen overeenstemming met (andere) betrokken professionals uit de werkvelden welzijn en/of zorg is geweest;

  • g.

    van de aangeboden activiteiten is niet helder welke bijdrage ze leveren aan het oplossen van aantoonbare sociaal maatschappelijke knelpunten;

  • h.

    de gesubsidieerde activiteiten niet in hoofdzaak zijn bedoeld voor de inwoners van Heerhugowaard. Tenminste 70% van de deelnemers dient inwoner van Heerhugowaard te zijn.

  • i.

    het algemene belang het lokale belang duidelijk overstijgt. Het gaat hierbij onder andere om bovenlokale liefdadigheidsinstellingen of belangengroeperingen.

  • j.

    de activiteit in strijd is met gemeentelijk beleid.

Artikel 4 Doelgroep

Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid.

Artikel 5 Procedurebepaling

Op grond van artikel 7 lid 4 Algemene subsidieverordening dient een aanvraag voor subsidie bij voorkeur ingediend te worden tussen 1 juli en 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar of de jaren dat met de activiteiten wordt gestart. Aanvragen die zijn ingediend voor de indieningstermijn worden gedateerd op de begindatum van de termijn. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie binnen 20 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.

Artikel 6 Reserveringen en voorzieningen

  • a. Reserveringen zijn alleen toegestaan indien zij onderdeel uitmaken van de subsidieaanvraag en in de beschikking tot toekenning zijn vermeld.

  • b. De volgende reserves worden onderscheiden:

    • -

      egalisatiereserve: voor het opvangen van schommelingen in de exploitatie;

    • -

      bestemmingsreserve: voor noodzakelijke periodieke investeringen op basis van een meerjarenplan;

    • -

      voorzieningen: voor redelijkerwijs te verwachten betalingsverplichtingen.

  • c. De egalisatiereserve is maximaal 10% van de gemiddelde totale inkomsten van de instelling over de afgelopen 4 jaar.

  • d. De hoogte van bestemmingsreserves en voorzieningen is afhankelijk van de aard van de organisatie en haar activiteiten.

  • e. Het is instellingen toegestaan het positieve verschil tussen het bedrag van de subsidieverlening en de (lagere) subsidievaststelling toe te voegen aan de egalisatiereserve.

Artikel 7 Berekening van de subsidie

De subsidie wordt berekend aan de hand van het volgende:

  • -

    Beoordeeld wordt aan welke van onderstaande beleidsdoelstellingen zoals genoemd in artikel 2, de activiteit hoofdzakelijk bijdraagt.

  • -

    Aan deze doelstellingen is een percentage gekoppeld. Dit percentage betreft het maximaal te subsidiëren gedeelte van de kosten die voor subsidie in aanmerking komen.

  • -

    Wanneer de activiteit in evenredigheid bijdraagt aan meerdere beleidsdoelen wordt een gemiddeld percentage gehanteerd.

Beleidsdoel

Subsidieberekening

  • 1.

    Sociale samenhang door het aanbieden van laagdrempelige ontmoetingsactiviteiten gericht op sociale, culturele, sportieve, educatieve en vormende activiteiten.

50%

  • 2.

    Buurtbewoners vragen elkaar hulp en bieden elkaar ondersteuning.

50%

  • 3.

    Kwetsbaren vergroten hun sociaal netwerk en vangnet in de wijk/buurt.

80%

  • 4.

    Kwetsbaren vergroten hun kennis en vaardigheden waardoor zij beter zelf regie over hun eigen leven kunnen voeren.

80%

  • 5.

    Professionele ondersteuning van vrijwilligers gericht op het vergroten van zelfstandigheid en toename aantal vrijwilligers.

60%

  • 6.

    Ontwikkelen van een gebiedsgericht netwerkverband van vrijwilligersorganisaties en professionele organisaties.

60%

Artikel 8 Verdeling van het subsidieplafond

Indien het subsidiebedrag, voor de in beginsel voor honorering in aanmerking komende aanvragen, het subsidieplafond overtreft, gelden achtereenvolgens de onderstaande verdeelregels:

  • 1.

    Instellingen die in de periode 1 juli tot 1 oktober voorafgaande aan het betreffende subsidiejaar, hun aanvraag hebben ingediend (groep A) gaan voor instellingen die na 1 oktober voorafgaand aan het betreffende subsidiejaar hun aanvraag hebben ingediend (groep B).

  • 2.

    Indien het subsidiebedrag voor de in beginsel voor honorering in aanmerking komende aanvragen van groep A het subsidieplafond overtreft, wordt het subsidiebudget naar rato van de in beginsel te verlenen subsidie verdeeld over de subsidieaanvragen van groep A.

  • 3.

    Indien het resterende subsidiebedrag voor de in beginsel voor honorering in aanmerking komende aanvragen van groep B ontoereikend is om alle aanvragen uit groep B te honoreren, wordt het subsidiebudget in volgorde van ontvangst van de subsidieaanvragen verdeeld.

  • 4.

    Indien bij toepassing van lid 3 blijkt dat het resterende budget dient te worden verdeeld tussen twee of meer instellingen van wie de aanvraag die op dezelfde datum zijn ontvangen, waarbij het budget ontoereikend is om deze aanvragen volledig te honoreren, dan wordt het budget naar rato van de in beginsel te verlenen subsidie verdeeld over de betreffende subsidieaanvragen.

  • 5.

    Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de onvolledige aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag is aangevuld.

Artikel 9 Eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000

Bij subsidies tot en met € 5.000 kunnen burgemeester en wethouders op grond van artikel 13 lid 3 van de Algemene subsidieverordening bepalen dat de subsidieontvanger uiterlijk binnen 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling indient.

Artikel 10 Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 50.000

Bij subsidies van meer dan € 5.000 doch minder dan € 50.000 kunnen burgemeester en wethouders op grond van artikel 14 lid 2 en 3 van de Algemene subsidieverordening bepalen dat de aanvraag tot vaststelling ook een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening) bevat.

Artikel 11 Verplichtingen

  • 1. Voor het organiseren van gesubsidieerde activiteiten wordt zoveel als mogelijk:

    • a.

      de samenwerking met andere (vrijwilligers en professionele) organisaties gezocht;

    • b.

      de mogelijkheid voor maatschappelijke stages geboden;

    • c.

      gebruik gemaakt van de mogelijkheid aan te sluiten bij de Huijgenpas om het activiteitenaanbod voor financieel beperkt draagkrachtige deelnemers toegankelijk te blijven.

  • 2. Het College van Burgemeester en wethouders kan aan de verlening van subsidie verplichtingen opleggen die niet in deze verordening zijn vermeld, voor zover dit naar verwachting de kwaliteit verbetert of de resultaten beter zichtbaar en verantwoord kunnen worden of in het belang zijn van:

    • -

      een goede spreiding over Heerhugowaard van activiteiten op het gebied van sociale participatie en sociale samenhang;

    • -

      het voorkomen van onwenselijke dubbelingen in het totale activiteitenaanbod vallen onder deze subsidieverordening;

    • -

      inclusie van kwetsbaren binnen het activiteitenaanbod.

Artikel 12 Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.

Artikel 13 Slotbepalingen

  • 1. De Deelsubsidieverordening participatie en sociale samenhang wordt ingetrokken

  • 2. Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2020 en is van kracht tot 1 januari 2024.

  • 3. Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Participatie en Sociale Samenhang 2020

Ondertekening