Besluit van het college van de gemeente Lelystad houdende regels inzake het aanvragen van subsidie ten behoeve van het mogelijk maken voor inwoners en bezoekers van de gemeente Lelystad kennis te kunnen nemen van een breed aanbod aan podiumkunsten (Subsidieregeling podiumkunsten 2021)

Geldend van 01-08-2020 t/m heden

Intitulé

Besluit van het college van de gemeente Lelystad houdende regels inzake het aanvragen van subsidie ten behoeve van het mogelijk maken voor inwoners en bezoekers van de gemeente Lelystad kennis te kunnen nemen van een breed aanbod aan podiumkunsten (Subsidieregeling podiumkunsten 2021)

Subsidieregeling podiumkunsten 2021

Nummer: 202036701

Het college van de gemeente Lelystad;

gelet op:

de Algemene subsidieverordening gemeente Lelystad

BESLUIT:

vast te stellen de navolgende ‘Subsidieregeling podiumkunsten 2021’

Subsidieregeling podiumkunsten 2021

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • a.

    podiumkunsten: vormen van uitvoerende kunst die in hoofdzaak door professionele uitvoerende kunstenaars worden uitgevoerd op (meestal) een podium in de aanwezigheid van publiek;

  • b.

    voorstelling, uitvoering of presentatie: een voor het publiek toegankelijke activiteit waaraan door middel van publiciteit bekendheid wordt gegeven, bijvoorbeeld via de media, affiches en programmabladen. Optredens op bedrijfsfeesten worden niet gezien als een voor publiek toegankelijke activiteit;

  • c.

    professionele kunstenaar: uitvoerend kunstenaar die beroepshalve actief is in een podiumkunstdiscipline;

  • d.

    ASVL: Algemene subsidieverordening gemeente Lelystad;

  • e.

    bijzondere locatie: geen reguliere voorstellingslocatie zoals bijvoorbeeld een theater of muziekzaal;

  • f.

    nieuwe aanvrager: organisatie die in de afgelopen 5 jaar niet eerder een aanvraag heeft ingediend voor subsidie met betrekking tot deze regeling of voorgaande regelingen die gericht waren op podiumkunsten;

  • g.

    datum start activiteit: de datum waarop de activiteit voor het publiek toegankelijk wordt gesteld.

  • h.

    organisaties: rechtspersonen met als statutaire doelstelling de uitoefening en/of bevordering van amateurkunst;

  • i.

    vrijwilligerswaardering: een waardering in natura verstrekt door de organisatie aan vrijwilligers die medewerking verlenen aan de activiteit.

Artikel 2. Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten waarvan de uitvoering plaatsvindt in 2021 of de daaropvolgende jaren en voor zover passend binnen het gestelde in de ASVL van de gemeente Lelystad.

Artikel 3. Activiteiten

Deze regeling richt zich op de mogelijkheden voor inwoners en bezoekers van de gemeente Lelystad om kennis te kunnen nemen van een breed aanbod aan podiumkunsten, door:

  • a.

    uitvoeringen; of

  • b.

    voorstellingen; of

  • c.

    presentaties

op een bijzondere locatie, of buiten de reguliere programmering van een theater of muziekzaal, in de gemeente Lelystad mogelijk te maken.

Artikel 4. Doelen

De activiteiten genoemd onder artikel 3 dragen bij aan:

  • a.

    de vergroting van de belangstelling voor de podiumkunsten in de gemeente Lelystad; en/of

  • b.

    de passieve cultuurparticipatie van de inwoners en bezoekers van de gemeente Lelystad; en/of

  • c.

    de ontwikkeling en versterking van het culturele klimaat in de gemeente Lelystad, in het bijzonder op het gebied van de podiumkunsten.

Artikel 5. Doelgroep

Voor een aanvraag tot het verlenen van een subsidie in het kader van deze regeling komen uitsluitend organisaties in aanmerking:

  • a.

    die geen winstoogmerk hebben; en

  • b.

    waarvan uit de statuten blijkt dat de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd, past binnen de eigen statutaire doelstellingen.

Artikel 6. Aanvraagtermijn

In afwijking van het gestelde in artikel 9, derde lid, van de ASVL gelden de volgende aanvraagtermijnen:

  • a.

    indien de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd plaatsvinden in de periode 1 januari tot en met 30 juni van een jaar, wordt een aanvraag om subsidie ingediend in de periode vanaf 1 augustus van het daaraan voorafgaande jaar tot uiterlijk 8 weken voor de start van de activiteit;

  • b.

    indien de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd plaatsvinden in de periode 1 juli tot en met 31 december van een jaar, wordt een aanvraag om subsidie in datzelfde jaar ingediend in de periode vanaf 1 januari tot uiterlijk 8 weken voor de start van de activiteit.

Artikel 7. Subsidiabele kosten

Kosten die voor subsidie in aanmerking komen dienen direct betrekking te hebben op de in artikel 3 genoemde activiteiten. Dit zijn organisatiekosten waaronder in elk geval:

  • a.

    programmeringskosten;

  • b.

    promotiekosten;

  • c.

    huur accommodatie voor de voorstelling, uitvoering of presentatie;

  • d.

    kosten voor noodzakelijke vergunningen;

  • e.

    (transport)kosten voor materialen voor de voorstelling, uitvoering of presentatie;

  • f.

    vrijwilligerswaardering tot een maximum van 5% van de verleende subsidie.

Artikel 8. Niet subsidiabele kosten

Kosten die in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking komen:

  • a.

    reis- en verblijfskosten;

  • b.

    cateringkosten;

  • c.

    bestuurs- en administratiekosten;

  • d.

    vergoeding uren eigen inzet en eventueel personeelskosten van de aanvrager;

  • e.

    kosten die al op andere wijze zijn of worden gesubsidieerd;

  • f.

    de aan de subsidie-aanvrager in rekening gebrachte BTW die door hem kan worden teruggevorderd of op enigerlei wijze aan hem kan worden terugbetaald of gecompenseerd.

Artikel 9. De aanvraag

In aanvulling op het gestelde in artikel 8 van de ASVL moet de aanvrager de volgende onderbouwing bij zijn aanvraag overleggen:

  • a.

    omschrijving op welke wijze de gesubsidieerde activiteit bijdraagt aan de doelen zoals omschreven in artikel 4; en

  • b.

    omschrijving op welke wijze openbare bekendheid wordt gegeven aan de gesubsidieerde activiteit.

Artikel 10. Hoogte van de subsidie

  • 1. Het subsidiebedrag bedraagt:

    • a.

      maximaal € 25.000,- per aanvraag;

    • b.

      minimaal € 1.000,- per aanvraag; en

  • 2. Het onder lid 1 opgenomen subsidiebedrag bedraagt niet meer dan 50% van de subsidiabele kosten, tenzij het gaat om een nieuwe aanvrager dan wordt uitgegaan van maximaal 75% van de subsidiabele kosten.

  • 3. De gerealiseerde subsidiabele kosten zijn bepalend voor de vaststelling van de subsidie. De vastgestelde subsidie kan nooit hoger zijn dan de verleende subsidie.

Artikel 11. Subsidieplafond

  • 1. Het college stelt jaarlijks, voorafgaand aan het subsidiejaar het subsidieplafond vast.

  • 2. Het op grond van het subsidieplafond beschikbare subsidiebudget wordt jaarlijks verdeeld over twee tranches: 50% voor de periode januari – juni en 50% voor de juli – december van het betreffende subsidie jaar.

  • 3. Niet verleende middelen uit de eerste tranche worden na 30 juni beschikbaar gesteld voor de tweede tranche van het betreffende subsidiejaar.

Artikel 12. Wijze van verdeling

  • 1. Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschieden in volgorde van indiening bij het college, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2. Alleen volledige subsidieaanvragen worden in behandeling genomen. Indien een onvolledige aanvraag is ingediend, wordt de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een redelijke hersteltermijn geboden om de aanvraag te completeren. Wordt binnen de hersteltermijn het gevraagde niet aangeleverd, dan wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

  • 3. Indien de aanvrager met toepassing van het tweede lid van dit artikel de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, is bepalend voor het tijdstip van ontvangst, het moment waarop de aanvraag compleet is.

  • 4. Indien er op een dag meerdere aanvragen zijn ontvangen en de honorering van al die aanvragen zal leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, zal het college het beschikbare budget verdelen op basis van de volgende criteria:

  • De mate van betekenis voor:

  • a. de versterking van het aanbod aan podiumkunsten in Lelystad (gericht op de toegevoegde waarde voor het bestaande aanbod); en/of

  • b. het culturele klimaat in Lelystad (gericht op de toegevoegde waarde voor het culturele klimaat van Lelystad); en/of

  • c. de ontmoeting in Lelystad (gericht op de binding en ontmoetingsfunctie van de activiteiten); en/of

  • d. de identiteit van Lelystad (gericht op de identiteit en beeldvorming van Lelystad en het gezichtsbepalende karakter van de activiteit).

Artikel 13. Aanvullende weigerings-, intrekkings- of terugvorderingsgronden

In aanvulling op artikel 11 van de ASVL komt een aanvrager ook niet in aanmerking voor subsidie indien:

  • a. activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd, een winstoogmerk heeft;

  • b. het college in het betreffende subsidiejaar voor dezelfde activiteit reeds subsidie heeft verleend aan de aanvrager;

  • c. de activiteit niet voornamelijk is gericht op de inwoners uit de gemeente Lelystad;

  • d. de gesubsidieerde activiteit niet wordt uitgevoerd in het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verstrekt.

Artikel 14. Eindverantwoording

In aanvulling op hoofdstuk 6 van de ASVL, dient bij de eindverantwoording tevens de volgende onderbouwing te worden overgelegd:

  • a.

    bewijs dat de activiteit plaats heeft gevonden; en

  • b.

    bewijs dat aan de gesubsidieerde activiteit openbare publicitaire bekendheid is gegeven en deze voor het publiek toegankelijk is geweest.

Artikel 15: Aanvullende verplichtingen

  • 1. De subsidieontvanger verleent alle medewerking aan evaluatie en monitoring.

  • 2. De subsidieontvanger meldt onmiddellijk iedere wijziging ten opzichte van de gegevens die bij de aanvraag zijn overgelegd.

  • 3. De subsidiabele kosten dienen aantoonbaar te zijn middels facturen en bijbehorende bancaire afschrijving. In het geval van een contante betaling dient hiervan een onderbouwing te zijn in de vorm van een door beide partijen ondertekende kwitantie (voorzien van tenminste de NAW gegevens begunstigde) en een onderbouwing van de pinopname van de bankrekening van de subsidiënt.

  • 4. Subsidies < € 5.000,- worden op basis van artikel 12 van de ASVL doorgaans direct vastgesteld. Indien blijkt dat de subsidiabele kosten lager zijn dan begroot, dient hiervan actief melding te worden gemaakt. De subsidie wordt dan opnieuw vastgesteld.

Artikel 16. Hardheidsclausule

  • 1. Het college kan deze subsidieregeling, met uitzondering van de artikelen 1 tot en met 5, buiten toepassing laten, indien naar het oordeel van het college in bijzondere individuele gevallen de toepassing van een artikel uit deze verordening leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

  • 2. Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in de subsidiebeschikking.

Artikel 17. Slotbepalingen

  • 1. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: ‘Subsidieregeling podiumkunsten 2021’.

  • 2. Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2020 en is van toepassing op alle subsidieaanvragen die betrekking hebben op 2021 en de daaropvolgende jaren.

  • 3. De ‘Subsidieregeling podiumkunsten 2018’ treedt, met inachtneming van lid 4 en 5, uit werking met ingang van de dag dat deze subsidieregeling in werking treedt, voor zover hierna niet van wordt afgeweken;

  • 4. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor de datum van inwerkingtreding van deze subsidieregeling, zijn de bepalingen van de ‘Subsidieregeling podiumkunsten 2018’ van toepassing.

  • 5. Subsidies die worden aangevraagd na de datum van inwerkingtreding van deze subsidieregeling maar betrekking hebben op de uitvoering van activiteiten die geheel of gedeeltelijk plaatsvinden in 2020, worden behandeld overeenkomstig de ‘Subsidieregeling podiumkusten 2018’.

Ondertekening

Lelystad d.d. 16 juni 2020.

Het college van de gemeente Lelystad,

de secretaris, de burgemeester,