Verordening Verblijfsrecreatie voor de gemeente Lochem

Geldend van 02-07-2020 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-07-2020

Intitulé

Verordening Verblijfsrecreatie voor de gemeente Lochem

De raad van de gemeente Lochem;

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 juni 2020

Gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet

B E S L U I T:

Vast te stellen de volgende verordening:

Verordening Verblijfsrecreatie voor de gemeente Lochem

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Kampeerterrein: terrein, geheel of gedeeltelijk ingericht om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen en/of vaste verblijfsrecreatievoorzieningen ten behoeve van recreatief nachtverblijf, en als zodanig bestemd in het bestemmingsplan.

  • b.

    Kleinschalig kampeerterrein: terrein, geheel of gedeeltelijk ingericht om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf, maar als zodanig niet is bestemd in het bestemmingsplan; het terrein is in hoofdzaak en/of zo veel mogelijk gelegen op en aangrenzend aan het agrarisch bouwperceel.

  • c.

    Standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het plaatsen van een kampeermiddel.

  • d.

    Kampeermiddel: tent(en) en/of tentwagen of kampeerauto of toercaravan.

  • e.

    Vaste verblijfsrecreatievoorziening: stacaravan, recreatiewoning, zomerhuis, trekkershut, groepsaccommodatie, e.d.

  • f.

    College: het college van burgemeester en wethouders van Lochem.

  • g.

    Groepskamperen: het tijdelijk plaatsen van kampeermiddelen op een perceel, zijnde geen regulier kampeerterrein, gekoppeld aan het houden van een meerdaags evenement waarvoor de burgemeester toestemming heeft verleend.

  • h.

    Verenigingskamperen: kamperen op eigen terrein voor verenigingen met doelstelling(en) van culturele, sociale, educatieve, sportieve of wetenschappelijke aard gedurende een korte periode.

Artikel 1.2 Beslistermijn

  • 1.

    Het college beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen.

  • 2.

    Het college kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen.

Artikel 1.3 Voorschriften en beperkingen

  • 1.

    Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot bescherming van het belang en de belangen in verband waarmee de vergunning is vereist.

  • 2.

    Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning en/of ontheffing is verleend is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

Artikel 1.4 Aanvraag

De vergunning moet worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht over het terrein mag beschikken.

Artikel 1.5 Persoonlijk karakter van de vergunning of ontheffing

Een vergunning of ontheffing op grond van deze verordening is persoonsgebonden.

Artikel 1.6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing

De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:

  • a.

    indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

  • b.

    indien de aan de vergunning verbonden voorschriften niet zijn of worden nagekomen;

  • c.

    indien van de vergunning een jaar en/of langer geen gebruik wordt gemaakt;

  • d.

    indien de houder dit verzoekt.

HOOFDSTUK 2 VERGUNNING KLEINSCHALIG KAMPEERTERREIN

Artikel 2 .1 Exploitatievergunning kleinschalig kampeerterrein

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van het college een kleinschalig kampeerterrein te exploiteren.

  • 2.

    Het college kan de vergunning weigeren indien:

    • a.

      het bestemmingsplan ter plaatse zich daartegen verzet;

    • b.

      de aanvrager niet van onbesproken gedrag is en het college een gerechtvaardigd vermoeden heeft dat sprake kan zijn van gevaarzetting voor gasten, bezoekers en omgeving;

    • c.

      het terrein, inclusief de daarop aanwezige gebouwen, zodanig is ingericht dat de veiligheid voor gasten, bezoekers, personeel en omgeving onvoldoende kan worden gewaarborgd;

    • d.

      de beeldbepalende, de natuurwaarde en/of de landschappelijke kwaliteit van de directe omgeving van het terrein door het verlenen van de vergunning ingrijpend nadelig wordt aangetast.

Artikel 2.2 Te verstrekken gegevens

  • 1.

    De aanvraag van de vergunning bevat in ieder geval:

    • a.

      naam en adres van de rechthebbende en de beheerder van het kleinschalig kampeerterrein;

    • b.

      een opgave van het aantal standplaatsen zoals dat de aanvrager voor ogen staat.

  • 2.

    Bij de aanvraag van een vergunning wordt een situatietekening in viervoud op schaal van 1 : 1000 overlegd waarop is aangegeven:

    • a.

      kadastrale omschrijving van het perceel;

    • b.

      agrarisch bouwperceel;

    • c.

      plaats van de bestaande gebouwen en hun functies op eigen erf waaronder specifieke aanduiding voor sanitaire voorzieningen;

    • d.

      aanwezige bebouwing op aangrenzende erven binnen straal van 100 meter uit hart

    • e.

      eigen erf;

    • f.

      wijze waarop is zorg gedragen voor de landschappelijke inpassing (o.a. randbeplanting, kleinschalige landschapselementen);

    • g.

      ontsluiting van het kleinschalig kampeerterrein en het verloop van wegen en paden;

    • h.

      aanwezige en (eventueel) nog te realiseren parkeergelegenheid;

    • i.

      inrichting van het kampeerterrein.

Artikel 2.3 Voorschriften aan een vergunning

Het college verbindt aan een vergunning zoals vermeld in artikel 2.1 in ieder geval voorschriften met betrekking tot:

  • 1.

    de koppeling van de activiteit met een agrarische bestemming en een aanwezig agrarisch bouwperceel;

  • 2.

    de periode waarin van de vergunning gebruik mag worden gemaakt;

  • 3.

    het maximum aantal standplaatsen en toe te laten kampeerders.

Het college kan aan een vergunning zoals vermeld in artikel 2.1 voorschriften verbinden over de landschappelijke inpassing van het terrein in het belang van het behoud van beeldbepalende en cultuurhistorische waarden in de directe omgeving en ter voorkoming van hinder voor omwonenden.

HOOFDSTUK 3 RECREATIEF NACHTVERBLIJF BUITEN EEN KAMPEERTERREIN

Artikel 3.1. Kampeerverbod

  • 1.

    Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein of kleinschalig kampeerterrein.

  • 2.

    Dit verbod geldt niet voor het plaatsen van maximaal twee kampeermiddelen voor eigen gebruik voor een korte periode (maximaal drie dagen aaneengesloten) door de rechthebbende op een terrein.

  • 3.

    Dit verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen op eigen terrein rechtens het bestemmingsplan. Hiervoor gelden de volgende voorschriften en beperkingen:

    • a.

      het kampeermiddel mag alleen zijn geplaatst in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober van elk kalenderjaar. Buiten deze periode dient het terrein onvoorwaardelijk van kampeermiddelen te zijn ontruimd;

    • b.

      uitsluitend ten behoeve van het eigen gebruik mogen in die periode maximaal twee tenten worden bijgeplaatst;

    • c.

      het gebruik in de zin van recreatief nachtverblijf is uitsluitend toegelaten voor de rechthebbende en zijn/haar gezin.

  • 4.

    Dit verbod geldt niet voor verenigingskamperen, met een maximum van twee keer per jaar voor eigen gebruik voor een korte periode.

  • 5.

    Dit verbod geldt niet voor scoutinggroepen die kampeermiddelen mogen plaatsen conform de eerder aan hen verstrekte vergunningen.

  • 6.

    Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid indien sprake is van een evenement of bijzondere activiteit waarvoor:

    • a.

      de burgemeester of het college een vergunning heeft verleend, en

    • b.

      de deelnemers meerdere aaneengesloten dagen deelnemen aan het evenement, en

    • c.

      het aantal deelnemers dermate groot is, dat de reguliere verblijfsrecreatieve mogelijkheden in de vereiste nabijheid aantoonbaar te kort schieten.

  • 7.

    Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid in verband met de gevolgen van het coronavirus. Hierbij gelden dan de volgende voorwaarden:

    • a.

      de ontheffing kan slechts worden verleend voor de periode 1 juli t/m 31 oktober 2020;

    • b.

      het maximum toegestane aantal uit te breiden plaatsen is 15 plaatsen;

    • c.

      na afloop van de termijn wordt het extra gebruikte terrein weer in oude staat teruggebracht.

Artikel 3.2 Weigeren van de ontheffing

Het college kan de ontheffing weigeren in het belang van:

  • a.

    De openbare orde;

  • b.

    Het voorkomen en/of beperken van overlast;

  • c.

    De verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen;

  • d.

    De zedelijkheid of gezondheid;

  • e.

    De bescherming van natuur en landschap.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 4.1 Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aangewezen personen.

Artikel 4.2 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening (inclusief bijlagen) treedt een dag na bekendmaking in werking, te weten op 2 juli 2020.

  • 2.

    De Verordening openluchtrecreatie Lochem van 17 december 2007 vervalt op het zelfde moment.

  • 3.

    Deze verordening werkt terug tot 1 juli 2020.

Artikel 4.3 Overgangsbepaling

Vergunningen en ontheffingen/vrijstellingen kleinschalig kamperen – hoe ook genaamd – verleend krachtens de verordening genoemd in 4.2, tweede lid, blijven van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.

Artikel 4.4 Citeertitel

De verordening kan worden aangehaald als de “Verordening Verblijfsrecreatie voor de gemeente Lochem”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 29 juni 2020

De voorzitter De griffier

S.W. van ‘t Erve M. Veenbergen