Besluit van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen en Westvoorne houdende regels omtrent het instellen van de gemeenschappelijke regeling Voor de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (Gemeenschappelijke Regeling Voor de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond)

Geldend van 16-06-2020 t/m heden

Intitulé

Besluit van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen en Westvoorne houdende regels omtrent het instellen van de gemeenschappelijke regeling Voor de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (Gemeenschappelijke Regeling Voor de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond)

Het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond)

Gelet op de besluiten van de deelnemende colleges tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond;

besluit vast te stellen de geconsolideerde tekst van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond zoals deze luidt na verwerking van de 2e serie wijzigingen welke in werking treedt na ondertekening van dit besluit;

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen en Westvoorne, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft;

overwegende,

dat gelet op het bepaalde bij of krachtens artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen en Westvoorne aangewezen zijn om tezamen een veiligheidsregio te vormen;

dat de colleges van burgemeester en wethouders van voornoemde gemeenten, op grond van artikel 9 Wet veiligheidsregio’s verplicht zijn een gemeenschappelijke regeling te treffen waarbij een openbaar lichaam wordt ingesteld;

dat de gemeenteraden, zoals vereist op grond van artikel 1, tweede en derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de colleges toestemming hebben gegeven om een regeling te treffen c.q. te wijzigen;

dat het gewenst is dat het openbaar lichaam wordt belast met de taken en bevoegdheden als genoemd in artikel 10 juncto de artikelen 25, 32, 35 en 36 van de Wet veiligheidsregio’s en voorts de overige taken en bevoegdheden die op grond van wet en regelgeving aan het bestuur van de veiligheidsregio wordt opgedragen;

gelet op de Wet veiligheidsregio’s, de Gemeentewet de Wet publieke gezondheidszorg en de Wet gemeenschappelijke regelingen;

Besluiten:

de volgende gemeenschappelijke regeling aan te gaan:

Hoofdstuk 1 (Algemene bepalingen)

Artikel 1. Begripsbepalingen.

  • 1. In deze gemeenschappelijke regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    • a.

      samenwerkingsgebied: het gezamenlijk grondgebied van de in artikel 2, tweede lid, genoemde gemeenten;

    • b.

      <vervallen>

    • c.

      algemeen bestuur: het algemeen bestuur van het openbaar lichaam Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond;

    • d.

      <vervallen>

    • e.

      gemeenschappelijke meldkamer: de meldkamer als bedoeld in artikel 35 van de Wet veiligheidsregio’s;

    • f.

      regionale brandweer: de door het bestuur van de veiligheidsregio ingestelde brandweer die belast is met de uitvoering van de taken genoemd in artikel 25 Wet veiligheidsregio’s;

    • g.

      regionale ambulancedienst: het deel van het openbaar lichaam dat belast is met de uitvoering van de ambulancezorgtaken;

    • h.

      directie: een of meer van de door het dagelijks bestuur benoemde functionarissen die belast zijn met de dagelijkse leiding van een organisatieonderdeel van het openbaar lichaam en die de bestuursorganen bijstaan bij de vervulling van hun taken;

    • i.

      <vervallen>

    • j.

      <vervallen>

    • k.

      <vervallen>

    • l.

      <vervallen>

    • m.

      <vervallen>

    • n.

      <vervallen>

    • o.

      <vervallen>

    • p.

      Gezamenlijke brandweer: het rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam Gezamenlijke Brandweer zoals ingesteld in de gemeenschappelijke regeling gezamenlijke brandweer voor het haven- en industriegebied van Rotterdam.

  • 2. Daar waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de gemeente, de gemeenteraad, het college en de burgemeester, onderscheidenlijk: het openbaar lichaam, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Artikel 2. Instelling en plaats van vestiging.

  • 1. Er is een openbaar lichaam, genaamd Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR).

  • 2. Het openbaar lichaam is een regionaal samenwerkingsverband van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen en Westvoorne.

  • 3. Het openbaar lichaam is gevestigd in Rotterdam.

Hoofdstuk II (Doel en Taken)

Artikel 3. Doel en reikwijdte.

Het openbaar lichaam heeft, mede gezien de taken en bevoegdheden genoemd in artikel 4, tot doel:

  • a.

    het doelmatig organiseren en coördineren van werkzaamheden ter voorkoming, beperking en bestrijding van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt, het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand, het beperken en bestrijden van rampen en overigens het bevorderen van een goede hulpverlening bij ongevallen en rampen;

  • b.

    het doelmatig organiseren en coördineren van het vervoer van zieken en ongevalslachtoffers, de registratie daarvan en het bevorderen van adequate opname van zieken en ongevalslachtoffers in ziekenhuizen of andere instelling voor intramurale zorg;

  • c.

    het voorbereiden en bewerkstelligen van een doelmatig georganiseerde en gecoördineerde geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen;

  • d.

    het geven van invulling aan de regionale taken ten aanzien van de organisatie en voorbereiding op rampenbestrijding en crisisbeheersing en de hiermee verbandhoudende multidisciplinaire samenwerking.

Artikel 4. Taken en bevoegdheden.

  • 1. Het openbaar lichaam draagt zorg voor de volgende wettelijke taken en beschikt daarbij over de daarbij genoemde bevoegdheden:

    • a.

      genoemd in artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s;

    • b.

      genoemd in artikel 25 van de Wet veiligheidsregio’s;

    • c.

      overige taken die bij of krachtens wet aan het openbaar lichaam worden opgedragen.

  • 2. het openbaar lichaam draagt voorts zorg voor:

    • a.

      het verzorgen van andere aangelegenheden die in het kader van de doelstelling van belang zijn en waarvan de uitvoering door de gemeente, na besluitvorming in het algemeen bestuur, aan het openbaar lichaam wordt opgedragen;

    • aa.

      taken zoals genoemd in het vigerende beleidsplan (artikel 14 van de Wet veiligheidsregio’s) van het openbaar lichaam;

    • b.

      het uitvoeren van ambulancezorg onder regie van de Coöperatie Ambulancezorg Rotterdam-Rijnmond U.A. indien en voor zover deze vereniging vergunninghouder is als bedoeld in de (Tijdelijke) Wet ambulancezorg, e.e.a. conform hetgeen is geregeld in de oprichtingsstatuten van deze coöperatieve vereniging waarvan het openbaar lichaam lid is;

    • c.

      het gezamenlijk met de politie en de Coöperatie Ambulancezorg Rotterdam Rijnmond U.A. inrichten en instandhouden van de gemeenschappelijke meldkamer;

    • d.

      <vervallen>

    • e.

      het adviseren van de gemeenten ten aanzien van het pro-actie- en preventiebeleid;

    • f.

      het op verzoek bijstaan en/of verzorgen van de ambtelijke ondersteuning voor het gezag van de burgemeester in geval van een calamiteit;

    • g.

      het regionaal coördineren van de voorbereiding van de gemeentelijke processen op het gebied van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing.

    • h.

      <vervallen>

    • i.

      <vervallen>

    • j.

      <vervallen>

  • 3. Het openbaar lichaam kan besluiten tot het verrichten van diensten aan:

    • a.

      een of meer deelnemende gemeenten, strekkende tot de uitvoering van bepaalde taken ten behoeve van en ten laste van die gemeente(n);

    • b.

      derden, strekkende tot de uitvoering van bepaalde taken ten behoeve van en ten laste van deze derden.

Hoofdstuk III (Organen)

Artikel 5. Organen

Het openbaar lichaam kent de volgende organisatiestructuur:

  • a.

    het algemeen bestuur;

  • b.

    het dagelijks bestuur;

  • c.

    de voorzitter.

  • d.

    de veiligheidsdirectie.

  • e.

    <vervallen>

  • f.

    <vervallen>

Hoofdstuk IV (Algemeen bestuur)

Artikel 6. Samenstelling algemeen bestuur.

  • 1. Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten.

  • 2. De burgemeester wordt bij verhindering vertegenwoordigd overeenkomstig artikel 77 van de Gemeentewet.

  • 3. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege zodra een lid ophoudt burgemeester te zijn van de vertegenwoordigde gemeente.

Artikel 7. Vergaderingen van het algemeen bestuur.

  • 1. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal en voorts zo dikwijls de voorzitter of het dagelijks bestuur het nodig oordelen, of indien het door drie leden schriftelijk met opgave van redenen aan de Voorzitter wordt gevraagd.

  • 2. Op verzoek van de voorzitter geschiedt de in artikel 19 van de Gemeentewet bedoelde openbare kennisgeving tevens door de burgemeester van de deelnemende gemeenten op de aldaar gebruikelijke wijze.

  • 3. De hoofdofficier van justitie en een vertegenwoordiger van de waterschappen die door de voorzitters van de waterschappen, die binnen het grondgebied van de veiligheidsregio zijn gelegen, uit hun midden is aangewezen, worden uitgenodigd deel te nemen aan de vergadering.

  • 4. De Commissaris van de Koning wordt uitgenodigd om bij de vergadering aanwezig te zijn. De Commissaris van de Koning kan zich laten vertegenwoordigen.

  • 5. De algemeen directeur is als secretaris en eerste adviseur van het bestuur bij de vergadering aanwezig.

  • 6. De leden van de directie alsmede alle leden van de Veiligheidsdirectie worden uitgenodigd de vergadering bij te wonen en hebben een adviserende stem.

  • 7. Anderen kunnen worden uitgenodigd als adviseur de vergaderingen van het algemeen bestuur bij te wonen.

Artikel 8.

  • 1. Bij het nemen van besluiten door het algemeen bestuur brengen de leden voor de gemeente die zij vertegenwoordigen ieder één stem uit, met uitzondering van de leden die een gemeente vertegenwoordigen met een inwonertal boven 50.000. Zij brengen voor elk volgend 50.000-tal, of gedeelte daarvan, één stem meer uit tot een maximum van elf stemmen per gemeente.

  • 2. Voor de toepassing van het eerste lid gelden de bevolkingscijfers van de gemeenten per 1 januari van het voorafgaande jaar. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.

Artikel 9.

  • 1. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. Door het algemeen bestuur zal met gesloten deuren worden vergaderd indien ten minste een vijfde gedeelte van de aanwezige leden of indien de voorzitter dat nodig acht.

  • 2. In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan noch worden beraadslaagd noch een besluit worden genomen ter zake van:

    • a.

      de vaststelling en wijziging van de begroting;

    • b.

      de vaststelling van de rekening;

    • c.

      het invoeren, wijzigen of afschaffen van retributies of andere heffingen;

    • d.

      het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen;

    • e.

      <vervallen>;

    • f.

      het toetreden tot, het uittreden uit of het wijzigen of opheffen van de regeling;

    • g.

      het treffen, wijzigen, verlengen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en andere openbare lichamen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke regeling;

    • h.

      het oprichten van of deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve en andere vereniging dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van deelneming daaraan.

  • 3. In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan geen besluit worden genomen ter zake van:

    • a.

      het aangaan van geldleningen, het aangaan van rekening-courant overeenkomsten, het uitlenen van gelden en het waarborgen van geldelijke verplichtingen door anderen aan te gaan;

    • b.

      het geheel of gedeeltelijk vervreemden en het bezwaren van onroerend goed;

    • c.

      het doen van een uitgaaf voordat de begroting waarbij deze uitgaaf is geraamd, is goedgekeurd.

Artikel 10.

  • 1. Een lid van het algemeen bestuur geeft aan de gemeenteraad alle inlichtingen die door de gemeenteraad, of één of meer leden daarvan, worden verlangd op de in die gemeente gebruikelijke wijze.

  • 2. Een lid van het algemeen bestuur kan door de gemeenteraad op de in die gemeente gebruikelijke wijze ter verantwoording worden geroepen voor de wijze waarop het lid de gemeente in dat bestuur heeft vertegenwoordigd.

  • 3. <vervallen>

Artikel 11.

  • 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.

  • 2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door één of meer leden van die raden worden verlangd.

  • 3. Het reglement van orde voor het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de vorige leden bepaalde.

  • 4. Het in het derde lid genoemde reglement, alsmede de daarin aangebrachte wijzigingen, wordt aan de deelnemende gemeenten gezonden.

Hoofdstuk V (Dagelijks bestuur)

Artikel 12. Samenstelling dagelijks bestuur.

  • 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit minimaal zeven leden en maximaal acht leden aan te wijzen door en uit de leden van het algemeen bestuur. Onder hen bevinden zich in ieder geval de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter.

  • 2. Het samenstellen van het dagelijks bestuur wordt gebaseerd op een evenwichtige geografische afvaardiging vanuit de deelnemende gemeenten.

  • 3. <vervallen>

  • 4. Indien tussentijds een plaats van een lid openvalt, wordt zo spoedig mogelijk een nieuw lid benoemd.

  • 5. Degene die ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.

  • 6. Het algemeen bestuur beslist omtrent schorsing en ontslag van de leden van het dagelijks bestuur.

Artikel 13. Taak en bevoegdheden dagelijks bestuur.

  • 1. Het dagelijks bestuur oefent, voor zover het algemeen bestuur daartoe besluit en dan naar door dat bestuur te stellen regelen, de aan het algemeen bestuur wettelijk toegekende of krachtens de regeling hem toevallende bevoegdheden uit, met uitzondering van:

    • a.

      het vaststellen en wijzigen van de begroting;

    • b.

      het vaststellen van de jaarrekening;

    • c.

      het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen, niet zijnde rechtspositionele regelingen;

    • d.

      het toetreden tot, uittreden uit of wijzigen van de gemeenschappelijke regeling overeenkomstig het gestelde in hoofdstuk XV;

    • e.

      het treffen, wijzigen, verlengen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en andere lichamen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke regeling;

    • f.

      het oprichten van of deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieven en andere verenigingen dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelname daaraan;

    • g.

      het vaststellen van het algemeen beleid.

  • 2. Van besluiten van het algemeen bestuur als bedoeld in het eerste lid, doet het dagelijks bestuur binnen vijf werkdagen mededeling aan de aan de regeling deelnemende gemeenten. Verslagen van het algemeen bestuur worden binnen vijf werkdagen na vaststelling gezonden aan de deelnemende gemeenten.

Artikel 14.

  • 1. Voor de vervulling van de in artikel 4 vermelde taken oefent het dagelijks bestuur de bevoegdheden uit die bij of krachtens de wet zijn toegekend aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten.

  • 2. Voorts is het dagelijks bestuur belast met:

    • a.

      een voortdurend toezicht op al wat het openbaar lichaam aangaat;

    • b.

      het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd;

    • c.

      het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur;

    • d.

      het voorstaan van de belangen van het openbaar lichaam bij andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact voor het openbaar lichaam van belang is;

    • e.

      de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam;

    • f.

      de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;

    • g.

      het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit;

    • h.

      de zorg voor en het houden van toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam naar een, door het algemeen bestuur met inachtneming van de Archiefwet 1995, te treffen voorziening;

    • i.

      het benoemen, schorsen en/of ontslaan van de (leden van de) directie;

    • j.

      Het instemmen met een besluit van de GGD Rotterdam-Rijnmond aangaande de benoeming en het ontslag van de directeur publieke gezondheid;

    • k.

      Het benoemen van de directeur van de Meldkamer na overleg met de door de korpschef aangewezen ambtenaar.

Artikel 15. Vergaderingen dagelijks bestuur.

  • 1. Het dagelijks bestuur vergadert minimaal zesmaal per jaar of zo dikwijls de voorzitter het nodig oordeelt of tenminste twee leden die dit de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed verzoeken. In het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden.

  • 2. De algemeen directeur, de leden van de directie, de politiechef van de regionale eenheid Rotterdam-Rijnmond, de voorzitters van bestuurscommissies en de directeur publieke gezondheidszorg kunnen de vergaderingen bijwonen en hebben daarin een adviserende stem.

  • 3. Andere personen kunnen worden uitgenodigd om als adviseur de vergaderingen van het dagelijks bestuur bij te wonen.

  • 4. De vergaderingen van het dagelijks bestuur worden met gesloten deuren gehouden, voor zover het dagelijks bestuur niet anders heeft bepaald.

  • 5. In de vergadering van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.

  • 6. Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering.

  • 7. Op de vergadering bedoeld in het zesde lid, is het vijfde lid niet van toepassing. Het dagelijks bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerste vergadering was belegd alleen beraadslagen en besluiten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.

  • 8. Het dagelijks bestuur kan ook buiten vergadering besluiten, mits de zienswijze van alle bestuurders schriftelijk, daaronder begrepen per e-mail, wordt ingewonnen en geen van de bestuurders zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Het voorstel met een conceptbesluit circuleert maximaal vijf werkdagen onder de leden van het dagelijks bestuur. Een voorstel ten aanzien waarvan alle leden tijdens de circulatietermijn door het stellen van een paraaf of verklaring van ‘akkoord’ te kennen heeft gegeven met het advies in te stemmen, resulteert in een besluit conform het uitgebrachte advies. Direct na ontvangst van de laatste paraaf of akkoordverklaring dateert de secretaris het besluit. Het besluit wordt geacht te zijn genomen op de datum van dagtekening door de secretaris. Het besluit wordt opgenomen in de besluitenlijst van de eerstvolgende vergadering.

Artikel 16. Geheimhouding.

<vervallen>

Artikel 17. Inlichtingen en verantwoording.

  • 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.

  • 2. Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig zijn, tenzij het algemeen belang zich daartegen verzet.

  • 3. Zij geven, tezamen dan wel afzonderlijk, aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of één of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen, tenzij het algemeen belang zich daartegen verzet.

  • 4. Het reglement van orde voor het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de vorige leden bepaalde.

Hoofdstuk VI (De voorzitter en secretaris)

Artikel 18. De voorzitter.

  • 1. De burgemeester als bedoeld in artikel 11 lid 2 van de Wet veiligheidsregio’s is de voorzitter van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur.

  • 2. Het algemeen bestuur wijst twee van zijn leden aan die de voorzitter bij afwezigheid vervangt.

  • 3. <vervallen>

  • 4. <vervallen>

  • 5. <vervallen>

  • 6. Met inachtneming van hetgeen hieromtrent in het reglement van orde voor de vergaderingen van dagelijks bestuur en algemeen bestuur is voorzien, bepaalt de voorzitter plaats, dag en uur van de vergaderingen.

  • 7. Voor de vergaderingen van het algemeen bestuur roept hij de leden -spoedeisende gevallen daargelaten- ten minste tien werkdagen voor het houden van de vergadering door middel van een schriftelijke kennisgeving op. In deze kennisgeving zijn de punten vermeld, die ter vergadering zullen worden behandeld, terwijl de daarbij behorende bescheiden zoveel mogelijk zullen worden toegezonden.

  • 8. De voorzitter is belast met de leiding van de vergadering en draagt er zorg voor, dat de besluiten van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur naar behoren worden uitgevoerd.

  • 9. De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan de Algemeen directeur of een door hem aan te wijzen persoon.

  • 10. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan.

Artikel 19. De secretaris.

  • 1. De algemeen directeur fungeert als ambtelijk secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

  • 2. De secretaris is in de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur aanwezig.

  • 3. De stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan, worden door de secretaris mede-ondertekend.

Hoofdstuk VII (Bestuurs- en adviescommissies)

Artikel 20.

Het algemeen bestuur kan, naast commissies van advies, commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen.

Artikel 21. Commissie van advies voor brandweeraangelegenheden (CAB).

<vervallen>

Artikel 22. Commissie van advies gemeenten (CAGEM).

  • 1. Er is een commissie van advies gemeenten.

  • 2. Op voordracht van de kring van gemeentesecretarissen wordt door het dagelijks bestuur een coördinerend gemeentesecretaris benoemd, De coördinerend gemeentesecretaris is voorzitter van de commissie van advies gemeenten.

  • 3. De commissie bestaat uit de gemeentesecretarissen uit de regio en is onder meer belast met de sturing van de gemeentelijke uitwerking van het regionaal crisisplan.

  • 4. De commissie geeft, door tussenkomst van de veiligheidsdirectie, gevraagd en ongevraagd advies aan het dagelijks bestuur ten aanzien van de taak van het openbaar lichaam onder meer genoemd in artikel 4, tweede lid onder f en g.

  • 5. De commissie van advies gemeenten kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vaststellen.

Artikel 23. Commissie van advies GHOR (CAG).

<vervallen>

Hoofdstuk VIII (Ambtelijke organisatie)

Artikel 24.

<vervallen>

Artikel 25. De algemeen directeur.

  • 1. De algemeen directeur is namens het dagelijks bestuur belast met de integrale dagelijkse leiding over het openbaar lichaam en de procesvoering ten aanzien van de geïntegreerde voorbereiding en uitvoering van de taken zoals bedoeld in artikel 4.

  • 1a. De algemeen directeur is tevens regionaal commandant.

  • 2. Het dagelijks bestuur stelt een instructie vast omtrent de wijze waarop de algemeen directeur de in dit artikel genoemde taken verricht.

  • 3. De algemeen directeur staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij in de hun opgedragen taken en kan gemachtigd worden om namens hen, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft, bepaalde besluiten te nemen en om bepaalde stukken die namens het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur uitgaan namens het desbetreffende bestuur te ondertekenen.

  • 4. Bij afwezigheid van de algemeen directeur zullen zijn taken worden waargenomen door één van de leden van de directie van het openbaar lichaam.

Artikel 26. De regionaal commandant.

<vervallen>

Artikel 27. De directeur Publieke Gezondheidszorg.

<vervallen>

Artikel 28. Veiligheidsdirectie.

  • 1. Er is een veiligheidsdirectie.

  • 2. De veiligheidsdirectie bestaat uit vaste leden en leden die op ad hoc basis deelnemen aan de besprekingen.

  • 3. De vaste leden van de veiligheidsdirectie zijn:

    • a.

      de algemeen directeur (voorzitter);

    • b.

      de politiechef van de regionale eenheid;

    • c.

      de directeur brandweer;

    • d.

      de directeur publieke gezondheid in zijn hoedanigheid als directeur GHOR;

    • e.

      de Rijks/gemeentelijk havenmeester, tevens in zijn hoedanigheid als Port Security Officer;

    • f.

      de directeur van de milieudienst DCMR;

    • g.

      een door de hoofdofficier van justitie aangewezen vertegenwoordiger van het OM;

    • h.

      een door de Voorzitter aangewezen vertegenwoordiger van de gemeente Rotterdam;

    • i.

      de coördinerend gemeentesecretaris namens de gemeenten; en

    • j.

      de directeur van de directie Risico- en Crisisbeheersing (secretaris).

  • De leden van de veiligheidsdirectie kunnen zich laten vervangen door een gemandateerde vertegenwoordiger op directieniveau.

  • 4. De ad hoc leden van de veiligheidsdirectie zijn: de vertegenwoordigers op directieniveau van de Waterschappen, vertegenwoordigers van de verschillende rijksheren en inspectieorganen met een uitvoerende taak.

  • 5. De veiligheidsdirectie is belast met de multidisciplinaire afstemming en coördinatie van de voorbereiding op de crisisbeheersing en rampenbestrijding en is uit dien hoofde het primaire adviesorgaan van het bestuur.

  • 6. Ter uitvoering van deze taken kan de veiligheidsdirectie werkgroepen en projecten instellen.

  • 7. De vaste leden van de veiligheidsdirectie zijn tevens de ambtelijke leden van de regionale veiligheidsstaf, zoals vastgelegd in de Gecoördineerde Regionale IncidentbestrijdingsProcedure (GRIP).

  • 8. De veiligheidsdirectie aangevuld met de Port Security Officer, het hoofd van de Douane en de districtschef Zeehaven politie vormen tezamen het Port Security Policy Board, dat de burgemeester van Rotterdam als designated authority voor de Port Security adviseert.

  • 9. <vervallen>

  • 10. De veiligheidsdirectie kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vaststellen.

Artikel 29. Directieraad.

Ten behoeve van het integraal beheer bestaat er een directieraad. Deze directieraad bestaat uit de algemeen directeur (voorzitter) en de leden van de directie.

Artikel 30. Directieteam meldkamer.

Ten behoeve van een adequate mono- en multidisciplinaire aansturing en beheer van de gemeenschappelijke meldkamer en gezamenlijke operationele ruimtes bestaat er een directieteam meldkamer. Dit directieteam bestaat uit een vertegenwoordiger namens de korpschef, de directeur Brandweer, de Voorzitter RAV, de directeur Meldkamer en de algemeen directeur (voorzitter).

Hoofdstuk IX (Uniformiteit beleid en beheer)

Artikel 31. Verordening op de veiligheidsregio.

<vervallen>.

Hoofdstuk X (De gemeenschappelijke meldkamer)

Artikel 32.

  • 1. De gemeenschappelijke meldkamer bestaat uit:

    • a.

      de meldkamer politie;

    • b.

      de meldkamer brandweer;

    • c.

      de meldkamer ambulancezorg; en

    • d.

      de actiecentra van het openbaar lichaam.

  • 2. De gemeenschappelijke meldkamer beschikt over een net van vaste verbindingen alsmede over een geïntegreerd radionetwerk waarmee de alarmering van de operationele eenheden in het samenwerkingsgebied kan worden verzorgd en waarmee de verbindingen met de politie-, brandweer-, operationele GHOR-voertuigen en ambulances kunnen worden onderhouden.

  • 3. De gemeenschappelijke meldkamer staat onder leiding van een directeur gemeenschappelijke meldkamer die voor wat betreft de bedrijfseigen processen wordt aangestuurd door de leden van het directieteam-meldkamer, als bedoeld in artikel 30.

  • 4. Het openbaar lichaam beschikt over een operationeel centrum (ROC, RVS) en mobiele faciliteiten.

Hoofdstuk XI (Bestuurlijke en Operationele leiding)

Artikel 33.

  • 1. <vervallen>

  • 2. <vervallen>

  • 3. <vervallen>

  • 4. De operationele en bestuurlijke opschaling is vastgelegd in de Gecoördineerde Regionale IncidentenbestrijdingsProcedure (GRIP-procedure).

  • 5. <vervallen>

Hoofdstuk XII (Personeel)

Artikel 34.

  • 1. Het dagelijks bestuur is, binnen het raam van de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders, belast met het aanstellen als ambtenaar, het tewerkstellen op arbeidsovereenkomst naar burgerlijke recht en met het schorsen en ontslaan van het personeel van het openbaar lichaam.

  • 2. Het dagelijks bestuur kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden opdragen aan de algemeen directeur behoudens aanstelling, schorsing en ontslag van de leden van de directie.

  • 3. <vervallen>

Artikel 35.

  • 1. Op het personeel in dienst van het openbaar lichaam zijn de rechtspositieregelingen die zijn of zullen worden vastgesteld voor het personeel in dienst van de gemeente Rotterdam van overeenkomstige toepassing, tenzij het dagelijks dan wel algemeen bestuur van het openbaar lichaam anders besluit.

  • 2. Het dagelijks bestuur kan zelf besluiten nemen met betrekking tot de vaststelling van uitvoeringsregelingen die, in verband met de specifieke taakuitoefening door het openbaar lichaam, voor het personeel van belang worden geacht.

Hoofdstuk XIII (Financiële bepalingen)

Artikel 36. Begroting.

  • 1. Het dagelijks bestuur stelt elk jaar een ontwerp-begroting en een toelichting van baten en lasten op voor het volgende kalenderjaar. De begroting is zodanig ingericht dat daaruit blijkt welke kosten verband houden met de taak genoemd in artikel 4.

  • 2. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp-begroting zes weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, onderscheidenlijk zes weken voordat zij wordt vastgesteld, doch uiterlijk voor 1 mei, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 3. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.

  • 4. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.

  • 5. Het dagelijks bestuur zendt begrotingswijzigingen zes weken voordat zij aan het algemeen bestuur worden aangeboden, onderscheidenlijk zes weken voordat zij wordt vastgesteld, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 6. In afwijking van het vijfde lid wordt een begrotingswijziging van administratieve aard, waarbij het niveau van de dienstverlening voor deelnemende gemeenten gelijk blijft en die tevens geen directe financiële consequenties impliceren, niet gezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten.

Artikel 37. Rekening.

  • 1. Het dagelijks bestuur stelt elk jaar de rekening met een bijbehorend verslag van het voorgaande jaar op.

  • 2. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft.

  • 3. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten en aan de raden van de deelnemende gemeenten.

Artikel 38. Verdeling der kosten.

  • 1a. In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke deelnemende gemeente verschuldigd is aan de veiligheidsregio.

  • 1b. De kosten die de veiligheidsregio aan gemeenten toerekent bestaan uit algemene kosten, basiszorg kosten en overige kosten

  • 1c. De basiszorg kosten inclusief de daartoe toegerekende algemene kosten worden toegerekend aan alle deelnemende gemeenten waarbij een bijdrage wordt betaald op basis van de gemeentelijke classificatie. Deze gemeentelijke classificatie wordt vastgesteld door het algemeen bestuur.

  • 1d. Wijzigingen in de financieringssystematiek zullen voor een zienswijze aan de raden van de deelnemende gemeenten worden aangeboden.

  • 2. De kosten die verband houden met de taken zoals genoemd in artikel 4 tweede lid onder b, worden bestreden uit de NZA-tarieven op de ambulancetarieven en uit de ambulancetarieven zelf.

  • 2a. Tot vergoeding van kosten die voor de Veiligheidsregio voortvloeien uit de uitoefening van haar taken in het kader van de bestrijding van rampen en zware ongevallen in buitengewone omstandigheden en de voorbereiding daarop wordt uit ’s Rijks kas jaarlijks een bijdrage verleend (BDUR). De kosten die verband houden met de taken zoals genoemd in de BDUR worden volledig aan de BDUR gelden toegerekend.

  • 3. De specifieke kosten die verband houden met werkzaamheden ten behoeve van (een) gemeente(n) als bedoeld in artikel 4 derde lid onder a, worden gedragen door de betrokken gemeente(n).

  • 4. De deelnemers betalen de in het eerste lid bedoelde bijdrage bij wijze van voorschot aan het openbaar lichaam in vier termijnen, telkens vóór de vijftiende dag van de eerste maand van elk kwartaal van een boekjaar, na aanbieding van een factuur door het openbaar lichaam.

  • 5. Binnen een maand na vaststelling van de jaarrekening door het algemeen bestuur wordt op basis daarvan de door iedere deelnemer verschuldigde bijdrage definitief vastgesteld en aan de deelnemers ter kennis gebracht, waarbij verrekening van de betaalde voorschotten plaatsvindt.

  • 6. De deelnemers waarborgen de betaling van rente en aflossing van de door het openbaar lichaam gesloten geldleningen volgens door het algemeen bestuur vast te stellen regels en naar evenredigheid van het aantal inwoners van iedere gemeente per 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar en indien de geldschieters dit wensen onder het doen van afstand van de voorrechten, welke de wet aan borgen toelaat.

Artikel 39. Financiële voorschriften.

  • 1. Het algemeen bestuur stelt voorschriften vast ter zake van het geldelijk beheer, de financiële organisatie en de verzekering van eigendommen.

  • 2. Het algemeen bestuur stelt voorschriften vast ter zake van de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie.

  • 3. De voorschriften als bedoeld in de leden 1 en 2 worden binnen twee weken na vaststelling gezonden aan gedeputeerde staten.

  • 4. Het lichaam verzorgt verzekeringen tegen:

    • a.

      burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor schade aan personen en goederen;

    • b.

      wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade.

  • 5. Als de verzekering een voor rekening van het lichaam komende schade niet dekt wordt deze gedragen door het lichaam voor zover een deelnemer geen beroep kan doen op uitkeringen bij of krachtens de wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen.

Hoofdstuk XIV (Archivering en klachtbehandeling)

Artikel 40. Archiefbescheiden.

  • 1. Het dagelijks bestuur draagt, overeenkomstig door het algemeen bestuur vast te stellen regels, zorg voor de archiefbescheiden van de bij de regeling ingestelde organen.

  • 2. Gedeputeerde staten oefenen toezicht uit op de onder het eerste lid aan het dagelijks bestuur opgedragen zorg voor de archiefbescheiden overeenkomstig artikel 30, juncto artikel 28 van de Archiefwet 1995 voor zover deze artikelen van toepassing zijn op de organen van het openbaar lichaam.

  • 3. De directie is belast met het beheer van de archiefbescheiden voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Rotterdam.

  • 4. De archivaris van de gemeente Rotterdam oefent toezicht uit op het in het derde lid van dit artikel genoemde beheer.

  • 5. Voor de bewaring van de op grond van artikel 4, derde lid, van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde organen is aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Rotterdam.

  • 6. De in het vijfde lid van dit artikel bedoelde archiefbescheiden worden beheerd door de archivaris van de gemeente Rotterdam.

Artikel 41. De behandeling van klachten en ombudsvoorziening.

  • 1. Het algemeen bestuur stelt nadere regels vast over de behandeling van klachten over gedragingen van personen werkzaam bij het openbaar lichaam.

  • 2. De gemeentelijke ombudsman van de gemeente Rotterdam functioneert als ombudsman in de zin van artikel 9:17 en verder van de Algemene wet bestuursrecht.

Hoofdstuk XV (Toe- en uittreding)

Artikel 42. Toetreding en uittreding.

Toe- en uittreding van colleges van burgemeester en wethouders tot de gemeenschappelijke regeling is slechts mogelijk na wijziging van de verdeling van gemeenten in regio’s, als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s.

Artikel 43.

  • 1. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding of de uittreding en kan hieraan voorwaarden verbinden.

  • 2. <vervallen>

  • 3. <vervallen>

Artikel 44.

<vervallen>

Artikel 45. Wijzigingen of opheffing.

  • 1. Een voorstel tot wijziging van deze regeling kan worden gedaan door het algemeen bestuur of door de colleges van burgemeester en wethouders van ten minste vijf van de deelnemende gemeenten, zulks onverminderd de ter zake van toepassing zijnde bepalingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Wet veiligheidsregio’s.

  • 2. De gemeenschappelijke regeling wordt gewijzigd indien de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten daartoe eensluidend besluiten.

  • 3. De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven voor zover dit op grond van artikel 8 en artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s mogelijk is. Een besluit tot opheffing van deze gemeenschappelijke regeling wordt niet genomen voordat de betreffende bestuursorganen van alle deelnemende gemeenten daarmee hebben ingestemd.

  • 4. Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen. Daarbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.

  • 5. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, nadat de raden van de deelnemende gemeenten hun zienswijze hebben kunnen inbrengen, vastgesteld.

  • 6. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die beëindiging heeft voor het personeel.

  • 7. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van het samenwerkingsverband.

  • 8. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.

  • 9. De organen van het openbaar lichaam blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie volledig is voltooid.

Hoofdstuk XVI (Inwerkingtreding en overgangsbepalingen)

Artikel 46.

  • 1. De gemeenschappelijke regeling treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de gemeenschappelijke regeling overeenkomstig artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regeling is geregistreerd. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

  • 2. Het bestuur van de gemeente Rotterdam wordt aangewezen als het gemeentebestuur zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 47. Overgangsbepalingen.

  • 1. <vervallen>

  • 2. <vervallen>

  • 3. <vervallen>

  • 4. <vervallen>

  • 5. <vervallen>

  • 6. Totdat terzake een nieuw besluit wordt genomen, blijven besluiten en verordeningen die door de Regionale Hulpverleningsdienst Rotterdam-Rijnmond zijn genomen onderscheidenlijk vastgesteld van toepassing, met dien verstande dat voor “Regionale Hulpverleningsdienst Rotterdam-Rijnmond” wordt gelezen: Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.

  • 7. Totdat terzake een nieuw besluit wordt genomen, blijven besluiten en verordeningen gebaseerd op de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond van 2006, laatstelijk gewijzigd op 8 december 2008 onverkort van toepassing.

Artikel 48.

Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen bestuur op 16 december 2013.

de voorzitter,

ing. A. Aboutaleb

de secretaris,

mr. drs. A. Littooij

Overzicht besluiten van de deelnemende colleges van vaststelling van de tweede serie wijzigingen:

Als vastgesteld door het college van Albrandswaard na verkregen toestemming van de gemeenteraad op 18 maart 2013, besluitnummer: 125073;

Als vastgesteld door het college van Barendrecht na verkregen toestemming van de gemeenteraad op 16 juli 2013, brief van 14 november 2013, kenmerk 425333;

Als vastgesteld door het college van Bernisse bij besluit van 9 juli 2013, na verkregen toestemming van de gemeenteraad op 17 september 2013, DocumentlD: 13.0007564;

Als vastgesteld door het college van Brielle bij besluit van12 maart 2013, kenbaar gemaakt bij brief van 18 april 2013 met kenmerk: 13.0003833 en besluit van 10 september 2013 met kenmerk 13.0009553;

Als vastgesteld door het college van Capelle aan den IJssel bij besluit van 2 april 2013 met kenmerk B53/507319 en besluit van 1 oktober 2013 met kenmerk B53/535196;

Als vastgesteld door het college van Goeree-Overflakkee bij besluit van 13 mei 2013 met kenmerk Z-13-02061/4650;

Als vastgesteld door het college van Hellevoetsluis bij besluit van 19 februari 2013 met kenmerk 2013/01414;

Als vastgesteld door het college van Krimpen aan den IJssel na verkregen toestemming van de gemeenteraad op 17 juli 2013;

Als vastgesteld door het college van Lansingerland bij besluit van 3 april 2013 met kenmerk Ut2.44412;

Als vastgesteld door het college van Maassluis bij besluit van 10 april 2013 met kenmerk UIT-13-09526/Z-13-06346;

Als vastgesteld door het college van Ridderkerk bij besluit van 2 juli 2013, kenbaar gemaakt bij brief van 2 juli 2013 met kenmerk 12914;

Als vastgesteld door het college van Rotterdam bij besluit van 19 maart 2013 met kenmerk 1131692-1145623;

Als vastgesteld door het college van Schiedam bij besluit van 26 maart 2013, kenbaar gemaakt bij brief van 14 mei 2013 met kenmerk 13UIT08266;

Als vastgesteld door het college van Spijkenisse bij besluit van 7 mei 2013 met kenmerk 13U0006305;

Als vastgesteld door het college van Vlaardingen bij besluit van 19 maart 2013, kenbaar gemaakt bij brief dd 23 april 2013, briefnummer 620177;

Als vastgesteld door het college van Westvoorne bij besluit van 25 maart 2013 met kenmerk 71923/72504.

Toelichting tweede serie wijzigingen (wijziging 16 december 2013).

Algemeen deel.

Inleiding

In 2006 hebben de gemeenten in de regio Rotterdam-Rijnmond een veiligheidsregio in het leven geroepen als opvolger van de Regionale Hulpverleningsdienst Rotterdam-Rijnmond. Hiermee liep Rotterdam-Rijnmond voor op het wetgevingstraject van de Wet veiligheidsregio’s.

Na de vaststelling van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond is deze gemeenschappelijke regeling in 2008 voor de eerste keer gewijzigd als gevolg van het samenvoegen van drie gemeenten tot de huidige gemeente Lansingerland. Daarbij zijn enkele technische wijzigingen doorgevoerd.

Veranderingen sinds 2008

Wetgeving

Sinds 2008 is het nodige gebeurd binnen de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en het wetgevingskader rondom de veiligheidsregio’s.

Allereerst is natuurlijk de Wet veiligheidsregio op 1 oktober 2010 van kracht geworden. Op grond van die wet dienen de colleges van burgemeester en wethouders een gemeenschappelijke regeling aan te gaan waarmee een Veiligheidsregio in het leven wordt geroepen. Aangezien de huidige gemeenschappelijke regeling was aangegaan door zowel de raden, colleges als burgemeesters zou dit tot een wijziging moeten leiden. Met de wijziging van 2013 stellen de colleges de gemeenschappelijke regeling vast.

Met de invoering van de Wet veiligheidsregio’s zijn de Brandweerwet 1985, de Wet rampen en zware ongevallen en de Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen ingetrokken. Met de wijziging van 2013 worden verwijzingen naar deze wetten aangepast.

De Wet veiligheidsregio’s heeft ook gevolgen gehad voor sommige onderdelen van de gemeenschappelijke regeling. De wet regelt bijvoorbeeld zaken als samenstelling van het bestuur, aanwijzing van de voorzitter en de regionalisatie van de brandweer. Waar mogelijk zijn bepalingen uit de gemeenschappelijke regeling geschrapt die overbodig zijn geworden en is de tekst aangepast aan de wet.

Naast de Wet veiligheidsregio’s is ook het wettelijk kader rondom de politieorganisatie en geneeskundige hulpverlening gewijzigd (Politiewet 2012, Wet publieke gezondheid en Tijdelijke wet ambulancezorg). Dit heeft op punten geleid tot aanpassingen.

Organisatieveranderingen

Beginnend in 2006 en uiteindelijk in 2008 is de brandweerzorg in de regio Rotterdam-Rijnmond geheel geregionaliseerd. Diverse bepalingen uit de gemeenschappelijke regeling zijn daarmee overbodig geworden. Daarnaast is een nieuwe financieringsstructuur voor de brandweerzorg tot stand gekomen.

In 2011 is besloten de functie Regionaal Commandant en Algemeen directeur te verenigen in één functie.

In 2011 is vanwege het verkrijgen van de vergunning voor het ambulancevervoer een coöperatieve vereniging (UA) in het leven geroepen. Dit leidt tot enkele tekstuele aanpassingen.

In 2012 is besloten om af te stappen van het districtsmodel. Naast tekstuele aanpassingen leverde dit de vraag op hoe vervolgens de samenstelling van het dagelijks bestuur wordt bepaald. Gekozen is om het algemeen bestuur als richtlijn mee te geven dat bij de samenstelling van het dagelijks bestuur gekeken moet worden naar een goede geografische spreiding van de leden.

Gemeentelijke samenvoeging

Per 1 januari 2013 zullen de gemeenten op Goeree-Overflakkee worden samengevoegd tot 1 gemeente. Hieraan voorafgaand was de gemeente Rozenburg opgegaan in de gemeente Rotterdam.

Gelet op het aantal wijzigingen is gekozen om met behulp van een driekolommen overzicht, waarbij de geldende tekst en de voorgestelde wijzigingen en eventuele toelichting zichtbaar zijn, voor te leggen ter vaststelling.

toelichting op de belangrijkste wijzigingen

Artikel 3 en 4

In artikel 3 en 4 wordt verwezen naar de doelstelling en de taken en bevoegdheden die zijn opgedragen aan de Veiligheidsregio. Artikel 10 en 25 van de Wet veiligheidsregio vormen de basis van de taken en bevoegdheden van de veiligheidsregio. Daarnaast vormt het beleidsplan dat op grond van artikel 14 van de Wet veiligheidsregio’s wordt opgesteld ook een bron waaruit taken kunnen voortvloeien. In de basiszorgnorm die in de loop van 2013 wordt ingevoerd, worden met gemeentes afspraken gemaakt over de dienstverlening van de VRR.

Artikel 6

Het algemeen bestuur bestaat gelet op artikel 11 van de Wet veiligheidsregio’s uit de burgemeesters namens de gemeenten. De vertegenwoordiger van de gemeente zal aan de gemeenteraad verantwoording afleggen over de wijze waarop hij de gemeente heeft vertegenwoordigd. Bij afwezigheid van de burgemeester kan deze op de voor de gemeente normale wijze door de loco-burgemeester worden vertegenwoordigd.

Artikel 9 en 35

Gelet op het advies van Berenschot om de vergaderbelasting van het algemeen bestuur te reduceren, is gekozen om de vaststelling en wijziging van rechtspositionele regelingen en uitvoeringsbesluiten op dit vlak te beleggen bij het dagelijks bestuur.

Artikel 12

Het dagelijks bestuur bestaat uit minimaal 7 en maximaal 8 leden. Dit aantal was gebaseerd op het aantal de facto werkgebieden (districten) zoals deze in praktijk functioneerden. Met het afschaffen van de districten dient het algemeen bestuur bij het aanwijzen van de leden van het dagelijks bestuur rekening te houden met een evenwichtige geografische afvaardiging.

Artikel 13 en 14 Taken dagelijks bestuur

De taakverdeling tussen dagelijks bestuur en algemeen bestuur is in analogie met de gemeentewet zodanig, dat de taken van het college van burgemeester en wethouders worden uitgevoerd door het dagelijks bestuur, respectievelijk de taken van de gemeenteraad door het algemeen bestuur.

Het algemeen bestuur kan de aan haar wettelijk toegekende of krachtens de gemeenschappelijke regeling toevallende bevoegdheden mandateren aan het dagelijks bestuur. Artikel 13 bevat een aantal bevoegdheden die niet kunnen worden gemandateerd.

Artikel 15 Vergadering dagelijks bestuur

Artikel 15 bevat een nieuwe mogelijkheid om ook buiten een vergadering besluiten te kunnen nemen. Deze wijziging is ingegeven door efficiencyoverwegingen. Het komt voor dat voor sommige besluiten besluitvorming van het dagelijks bestuur noodzakelijk is, maar dat een eerstkomende vergadering lang op zich laat wachten. In een dergelijk uitzonderlijk geval wordt de mogelijkheid geboden om per e-mail tot besluitvorming te komen.

Artikel 18 Voorzitter

De Wet veiligheidsregio’s bevat bepalingen omtrent het voorzitterschap en welke burgemeester hiertoe wordt aangewezen. Het algemeen bestuur wijst nog wel plaatsvervangers aan.

Artikel 25 en 26 Algemeen directeur en Regionaal Commandant

In 2011 heeft het bestuur besloten de functie van Algemeen Directeur en Regionaal commandant te combineren. De Algemeen Directeur is dan zowel in de koude- als in de warme fase formeel eindverantwoordelijk (ook voor het optreden van de brandweer). Daarmee wordt zowel binnen als buiten de organisatie helder wie aan het Algemeen Bestuur en gemeenteraden verantwoording aflegt over het optreden van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Binnen de Veiligheidsregio is een directeur Brandweer benoemd die tevens plaatsvervangend regionaal commandant is. De directeur Brandweer is verantwoordelijk voor de operationele aansturing van de brandweer. Deze geeft direct leiding aan de repressieve brandweerorganisatie en de organisaties die op brandweergebied actief zijn (overeenkomstig art 25 Wet op de Veiligheidsregio’s).

Artikel 31 Verordening op de veiligheidsregio

Het nut en noodzaak van de verordening op de veiligheidsregio is door de komst van de Wet veiligheidsregio’s en de regionalisering van de brandweer achterhaald. Deze bepaling kan derhalve worden geschrapt.

Artikel 30 en 32 Meldkamer

Op het gebied van de gezamenlijke meldkamer zijn nog veel ontwikkelingen gaande. Zo is er een samenvoeging van de meldkamers van Rotterdam-Rijnmond en de regio Zuid-Holland-Zuid voorzien. Ook zijn er plannen voor een landelijke meldkamerorganisatie. Een en ander kan consequenties hebben voor deze gemeenschappelijke regeling en derhalve in de toekomst leiden tot een nieuwe wijziging.

Artikel 33 Opschaling

De Wet veiligheidsregio’s bepaalt thans de regels omtrent doorzettingsmacht en de positie van de voorzitter bij rampen en crisis van meer dan plaatselijke betekenis. In de regio Rotterdam-Rijnmond is de opschalingssystematiek beschreven in de GRIP-procedure.

Artikel 36 Begroting

Bij de behandeling van de financiële verordening in oktober 2011 is de voorgestelde wijziging besproken en is toegezegd deze wijziging bij een eerstkomende wijziging van de gemeenschappelijke regeling mee te nemen. De voorgestelde wijziging houdt in dat een begrotingswijziging van administratieve aard, waarbij het niveau van de dienstverlening voor deelnemende gemeenten gelijk blijft en die tevens geen directie financiële consequenties impliceren, niet gezonden hoeven te worden aan de raden van de deelnemende gemeenten. Het aanspreken van de algemene reserves wordt niet gezien als een wijziging van administratieve aard. Artikel 35, vijfde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen biedt deze mogelijkheid. Hiermee wordt een reductie in administratieve lasten voorzien voor zowel de gemeente als de veiligheidsregio.

Artikel 38 Verdeling van de kosten

In de vergadering van het algemeen bestuur van 8 december 2008 is besloten tot een nieuwe financieringsmethodiek. Deze methodiek die sindsdien is toegepast wordt nu voorzien van een basis in de gemeenschappelijke regeling. De in artikel 1b opgenomen ‘algemene kosten’ zijn verwerkt in de ‘basiszorg kosten’.