Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Harderwijk houdende tijdelijke regels omtrent gemeentelijke financiële ondersteuning aan zelfstandigen die financieel getroffen zijn door de gevolgen van de crisis in verband met COVID-19 (Tijdelijke verordening COVID-19 noodfonds zelfstandig ondernemers gemeente Harderwijk)

Geldend van 09-06-2020 t/m 03-02-2022

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Harderwijk houdende tijdelijke regels omtrent gemeentelijke financiële ondersteuning aan zelfstandigen die financieel getroffen zijn door de gevolgen van de crisis in verband met COVID-19 (Tijdelijke verordening COVID-19 noodfonds zelfstandig ondernemers gemeente Harderwijk)

De raad van de gemeente Harderwijk;

gezien de voorstellen van burgemeester en wethouders van 26 mei 2020;

gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet;

b e s l u i t:

vast te stellen de

Tijdelijke verordening COVID-19 noodfonds zelfstandig ondernemers gemeente Harderwijk

ARTIKEL 1. BEGRIPSBEPALINGEN

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    aanvraag: een verzoek om financiële ondersteuning ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal zoals bedoeld in deze verordening;

  • 2.

    algemene de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352);

  • 3.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk;

  • 4.

    financiële ondersteuning: een lening als omschreven in artikel 2, zijnde een subsidie als bedoeld in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 5.

    zelfstandige: een Nederlander of daarmee gelijkgesteld persoon als bedoeld in artikel 11 van de Participatiewet, die voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep en die verklaart en toelicht dat:

    • a.

      hij voldoet aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening daarvan en beschikt over alle voor de uitoefening noodzakelijke vergunningen;

    • b.

      hij op 17 maart 2020 stond ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2, van de Handelsregisterwet 2007;

    • c.

      hij woont in de gemeente Harderwijk en op dat woonadres staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen;

    • d.

      hij alleen of samen met degene met wie hij het bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent de volledige zeggenschap in dat bedrijf of zelfstandig beroep heeft en de financiële risico’s daarvan draagt;

    • e.

      zijn bedrijf of zelfstandig beroep zodanig financieel is geraakt als gevolg van de crisis in verband met COVID-19 dat hij daardoor te kampen heeft met een liquiditeitsprobleem waardoor hij niet of onvoldoende over de geldelijke middelen beschikt om aan de financiële verplichtingen verbonden aan zijn bedrijf of zelfstandig beroep te kunnen voldoen;

    • f.

      hij op 1 mei 2020 alleen of samen met degene met wie hij het bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent een bedrag van minder dan € 10.000,00 aan liquide middelen tot zijn beschikking heeft, waarbij het gaat om de som van de liquide middelen in onderneming en privé;

    • g.

      hij niet in aanmerking komt of had kunnen komen voor algemene bijstand of bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 dan wel op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers zoals deze gold op 1 mei 2020;

    • h.

      de omvang van de aangevraagde bijstand niet zal leiden tot een overschrijding van het de-minimisplafond, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening; en

    • i.

      hij zich bereid verklaart het bedrag van de lening binnen twee jaar na toekenning volledig terug te betalen en ten bewijze hiervan een overeenkomst te zullen tekenen.

ARTIKEL 2. WIJZE EN HOOGTE VAN DE FINANCIËLE ONDERSTEUNING

  • 1. Financiële ondersteuning ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt door het college verleend in de vorm van een renteloze lening, met een looptijd van ten hoogste twee jaar. De lening bedraagt ten hoogste € 5.000,00, welk bedrag geldt per bedrijf of zelfstandig beroep.

  • 2. Voor financiële ondersteuning als bedoeld in het eerste lid is een totaalbedrag van maximaal € 1.000.000,00 beschikbaar. Het plafond voor de uitvoering van deze verordening is daarmee vastgesteld op € 1.000.000,00.

  • 3. Financiële ondersteuning als bedoeld in het eerste lid vindt plaats op volgorde van ontvangst van volledige aanvragen, totdat het plafond van € 1.000.000,00 is bereikt.

ARTIKEL 3. VERPLICHTINGEN VERBONDEN AAN DE FINANCIËLE ONDERSTEUNING

  • 1. Onverminderd artikel 4:86 van de Algemene wet bestuursrecht legt het college in de beschikking waarmee de financiële ondersteuning ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt toegekend in ieder geval vast:

    • a.

      dat de lening pas tot uitbetaling komt, nadat de zelfstandige hierover een overeenkomst van geldlening met het college heeft ondertekend;

    • b.

      de verplichting tot volledige aflossing van de lening, welke verplichting ingaat terstond na het einde van de looptijd van de lening, zoals aangegeven in de onder a bedoelde overeenkomst;

    • c.

      dat het bedrag van de lening terstond kan worden opgeëist:

      • i.

        op het moment dat de zelfstandige het bedrijf of zelfstandig beroep overdraagt of beëindigt;

      • ii.

        ingeval surseance van betaling of faillissement van de zelfstandige, van één van de vennoten of leden waarmee het bedrijf of zelfstandig beroep in een samenwerkingsverband wordt uitgeoefend, of van de rechtspersoon;

      • iii.

        indien het bedrag of een deel ervan niet overeenkomstig het doel is aangewend.

  • 2. Het college kan aan het verlenen van de financiële ondersteuning ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal nadere verplichtingen verbinden die zijn gericht op het verkrijgen van meerdere zekerheid voor de nakoming van de aan deze financiële ondersteuning verbonden aflossingsverplichting.

ARTIKEL 4. VEREISTEN AANVRAAG

  • 1. Een aanvraag wordt schriftelijk ingediend bij het college door middel van een door het college daarvoor beschikbaar gesteld aanvraagformulier.

  • 2. Het aanvraagformulier als bedoeld in het eerste lid wordt volledig ingevuld en ondertekend door aanvrager en ingediend tezamen met de in het aanvraagformulier genoemde documenten en gegevens.

  • 3. Bij de aanvraag wordt een verklaring ingediend waarin door de aanvrager wordt verklaard hetgeen in de definitie van zelfstandige is opgesomd. De zelfstandige die zulks niet verklaart is geen zelfstandige in de zin van deze verordening.

ARTIKEL 5. BESLISTERMIJN

  • 1. Het college beslist binnen zes weken nadat de volledige aanvraag om financiële ondersteuning is ingediend.

  • 2. Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen.

  • 3. De subsidiebepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht zijn zoveel mogelijk van toepassing. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht inzake de subsidie van rechtswege is echter niet van toepassing.

ARTIKEL 6. WEIGERINGSGRONDEN, INTREKKINGSGRONDEN, TERUGVORDERINGSGRONDEN

  • 1. De financiële ondersteuning wordt, naast de algemene gronden die reeds in de Algemene wet bestuursrecht worden genoemd, in ieder geval geweigerd indien:

    • a.

      de zelfstandige niet voldoet aan de omschrijving zoals opgenomen in artikel 1;

    • b.

      het subsidieplafond van €1.000.000,00 wordt overschreden bij toekenning van de desbetreffende aanvraag;

    • c.

      financiële ondersteuning zou leiden tot overschrijding van het de-minimisplafond, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening.

  • 2. De financiële ondersteuning wordt in ieder geval ingetrokken, indien achteraf komt vast te staan dat een weigeringsgrond zich heeft voorgedaan.

  • 3. De financiële ondersteuning wordt, voor zover deze nog niet is afgelost, in ieder geval teruggevorderd, indien de financiële ondersteuning is ingetrokken, dan wel indien aan de aflossingsverplichting niet op correcte wijze wordt voldaan.

ARTIKEL 7. HARDHEIDSCLAUSULE

Het college kan deze verordening buiten toepassing laten of van de bepalingen in deze verordening afwijken, indien onverkorte toepassing zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

ARTIKEL 8. NADERE REGELS

  • 1. Het college kan nadere regels stellen ter zake van het bepaalde in deze verordening.

  • 2. Het college kan het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 9, tweede lid, verlengen met ten hoogste vier maanden voor zover dat nodig is in verband met de gevolgen van de crisis in verband met COVID-19.

ARTIKEL 9. INWERKINGTREDING, AANVRAAGTIJDVAK EN DUUR

  • 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt.

  • 2. Aanvragen kunnen worden ingediend tot en met 31 augustus 2020.

  • 3. Deze verordening vervalt van rechtswege op 1 januari 2023, met dien verstande dat de verordening zoals deze luidde op 31 december 2022 van toepassing blijft op de zelfstandige die op grond van deze verordening financiële ondersteuning ontvangt of heeft ontvangen.

ARTIKEL 10. CITEERTITEL

Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Tijdelijke verordening COVID-19 noodfonds zelfstandig ondernemers gemeente Harderwijk’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Harderwijk in zijn openbare vergadering van 28 mei 2020

De heer H.R. Lanning,

raadsgriffier

De heer H.J. van Schaik,

voorzitter