Regeling vervallen per 01-01-2006

Verordening op de heffing en invordering van rechten begraafplaatsen 2005, alsmede de daarbij behorende tarieventabel

Geldend van 02-12-2004 t/m 31-12-2005

Verordening op de heffing en invordering van rechten begraafplaatsen 2005, alsmede de daarbij behorende tarieventabel.

(raadsbesluit van 11 november 2004)

De raad van de gemeente Utrecht gelet op het voorstel van b. en w. d.d. 29 oktober 2004

Besluit

vast te stellen de volgende

Verordening op de heffing en invordering van rechten

begraafplaatsen 2005, alsmede de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • 1.

    In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      begraafplaatsen: de gemeentelijke begraafplaatsen Soestbergen, Kovelswade, Tolsteeg en Daelwijck;

    • b.

      algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer;

    • c.

      algemeen urnengraf: een urnengraf bij de gemeente in beheer;

    • d.

      asbus: een bus ter berging van de as van een lijk;

    • e.

      urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;

    • f.

      uitsluitend recht op een graf: het recht om één of meer lijken in een graf, waaronder begrepen een grafkelder, te (doen) begraven en begraven houden, om asbussen met of zonder urnen bij te (doen)

zetten en bijgezet te houden en om as daarin te (doen) verstrooien;

g.uitsluitend recht op een

urnengraf: het recht om van één lijk de as in een urn of de asbus in een

urnengraf bij te (doen) zetten en bijgezet te houden of om de as daarin te (doen) verstrooien;

  • h.

    rechthebbende: de natuurlijke of rechtspersoon die het uitsluitend recht op een graf/ urnengraf heeft verkregen

  • i.

    begraafdiepte 1: een graf gedelfd tot een diepte van

+ 1,00 meter;

j.begraafdiepte 2: een graf gedelfd tot een diepte van

+ 1,75 meter;

k.begraafdiepte 3: een graf gedelfd tot een diepte van

+ 2,50 meter;

  • l.

    grafbedekking: alle op een graf geplaatste voorwerpen en beplanting;

  • m.

    samengesteld monument: een monument dat uit verscheidene delen is opgebouwd.

  • n.

    maand: een tijdvak dat aanvangt op de nde dag van een kalendermaand en eindigt op de n-1de dag van de kalendermaand daaropvolgend.

    • 2.

      Onder begraven wordt in deze verordening mede verstaan herbegraven.

Artikel 2 Belastbaar feit

Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen.

Artikel 3 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 4 Maatstaf van de heffing en belastingtarief

  • 1.

    De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 5 Vrijstelling

Geen rechten worden geheven voor:

  • 1.

    opgravingen ingevolge een bevel van een gerechtelijke autoriteit;

  • 2.

    het ruimen van een algemeen graf of algemeen urnengraf van de overblijfselen van een lijk van een levenloos geborene of kind jonger dan 1 jaar na een grafrust van 10 jaar;

  • 3.

    het gebruik van de begraafplaatsen in verband met de nationale dodenherdenking;

  • 4.

    het begraven van een lijk van een levenloos geborene(n) of van een kind(eren) jonger dan 1 jaar indien de begraving tezamen plaatsvindt met het lijk van een ouder in één kist.

Artikel 6 Wijze van heffing

De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt verstaan een nota of enig andere schriftuur waarop het gevorderde bedrag is vermeld.

Artikel 7 Belastingtijdvak

  • 1.

    De rechten als bedoeld in hoofdstuk 3, onderdeel 3.0 van de tarieventabel, worden per belastingtijdvak van twaalf aaneengesloten maanden geheven. Het eerste belastingtijdvak vangt daarbij aan op de dag volgende op die waarop de belastingplicht is ontstaan.

  • 2.

    Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 3, onderdeel 3.1

is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld

  • 1.

    De rechten, als bedoeld in hoofdstuk 3, onderdelen 3.0 en 3.1 zijn verschuldigd bij aanvang van het belastingtijdvak.

  • 2.

    Andere rechten dan de rechten, als bedoeld in hoofdstuk 3, onderdelen 3.0 en 3.1 van de tarieventabel, zijn verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening of bij aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

Artikel 9 Termijn van betaling

De rechten moeten worden betaald binnen 30 dagen na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.

Artikel 10 Ontheffing

  • 1.

    Indien de belastingplicht voor de rechten, als bedoeld in Hoofdstuk 3, onderdeel 3.0 van de tarieventabel in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de rechten ten bedrage van zoveel twaalfde gedeelten als het belastingtijdvak vanaf de dag, waarop de belastingplicht eindigt, nog volle maanden heeft.

  • 2.

    Geen ontheffing wordt verleend indien de ontheffing voor minder dan

3/12 gedeelte van het belastingtijdvak geldt.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de rechten wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten.

Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De Verordening rechten begraafplaatsen 2004, alsmede de daarbij behorende tarieventabel, vastgesteld bij raadsbesluit van 13 november 2003 (Gemeenteblad van Utrecht 2003, nr. 49) worden ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    In afwijking in zoverre van het in het voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover terzake daarvan de heffing van de rechten in die periode plaatsvindt.

  • 4.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2005.

  • 5.

    Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening rechten begraafplaatsen 2005.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad, gehouden op

11 november 2004

De griffier, De burgemeester,

Drs. A.A.H. Smits Mr. A.H. Brouwer-Korf

Bekendmaking is geschied op 24 november 2004.

Deze verordening is in werking getreden op 2 december 2004.

BIJLAGE BEHOREND BIJ GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 2004, NR. 44

Tarieventabel behorende bij de Verordening rechten begraafplaatsen 2005

vastgesteld bij raadsbesluit van 11 november 2004.

De griffier,

Drs. A.A.H. Smits

Hoofdstuk 1 Verlenen van rechten op een graf/urnengraf

Paragraaf EURO

1.0 Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een graf wordt geheven:

1.0.1 Voor een graf van 2.00 (2.20) x 1.00 meter voor het begraven van maximaal drie lijken:

  • -

    voor een tijdvak van 20 jaar 2.009,80

  • -

    voor een tijdvak van 30 jaar 3.014,70

  • -

    voor onbepaalde tijd 9.515,80

1.0.2 Voor een kindergraf van 1.50 x 0.60 meter voor het begraven van één lijk:

  • -

    voor een tijdvak van 20 jaar 542,20

  • -

    voor een tijdvak van 30 jaar 813,30

  • -

    voor onbepaalde tijd 2.553,90

    • 1.

      1 Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een urnengraf van

    • 1.

      00 x 1.00 meter wordt geheven:

  • -

    voor een tijdvak van 20 jaar 1.276,50

  • -

    voor een tijdvak van 30 jaar 1.779,00

  • -

    voor onbepaalde tijd 5.029,35

    • 1.

      2 Voor het op aanvraag door de rechthebbende verlenen van een uitsluitend recht op een graf of urnengraf buiten de aangewezen volgorde van uitgifte worden de bedragen genoemd in 1.0.1, 1.0.2 en 1.1 verhoogd met 50%

    • 1.

      3 Voor het verlengen van een uitsluitend recht op een graf wordt het bedrag genoemd in 1.0.1. en 1.0.2 voor een tijdvak van 20 jaar vermenigvuldigd met zoveel twintigste als de verlenging in jaren telt. De verlenging geldt telkens voor ten hoogste tien jaar

    • 1.

      4 Voor het verlengen van een uitsluitend recht op een urnengraf wordt de helft van het bedrag genoemd in 1.1 voor een tijdvak van 20 jaar geheven. De verlenging geldt telkens voor ten hoogste tien jaar

Hoofdstuk 2 Begraven, bijzetten van asbussen en verstrooien van as

AIn een graf/urnengraf waarop een uitsluitend recht is verleend

Paragraaf EUR

2.0 Voor het begraven van een lijk in een graf waarop een uitsluitend recht op een graf is verleend wordt geheven:

2.0.1 Voor een graf van 2.00 (2.20) x 1.00 meter voor:

  • -

    begraafdiepte 1 359,55

  • -

    begraafdiepte 2 503,10

  • -

    begraafdiepte 3 750,25

2.0.2 Voor een kindergraf van 1.50 x 0.60 meter voor:

  • -

    begraafdiepte 1 188,55

  • -

    begraafdiepte 2 260,30

  • -

    begraafdiepte 3 383,85

    • 2.

      1 Voor het begraven van het lijk van een levenloos geborene of kind jonger dan 1 jaar in een kindergraf (1.50 x 0,60 meter),

begraafdiepte 1 wordt geheven 153,25

  • 2.

    2 Voor het tegelijkertijd begraven van meer dan één lijk in één graf wordt voor het tweede en derde lijk elk de helft van het daarvoor geldende bedrag van één lijk geheven.

  • 2.

    3 Voor het bijzetten van een asbus of verstrooien van as van één lijk

in een graf/urnengraf wordt geheven 151,80

2.4 Voor het tegelijkertijd bijzetten van een asbus of het verstrooien van as van meer dan één lijk in hetzelfde graf/urnengraf wordt de helft van het bedrag onder 2.3 geheven

BIn een algemeen graf/urnengraf

Paragraaf EUR

2.5 Voor het begraven van een lijk in een algemeen graf wordt geheven

2.5.1 Voor een graf van 2.00 (2.20) x 1.00 meter:

  • -

    voor een tijdvak van 10 jaar 696,45

  • -

    voor een tijdvak van 20 jaar 1.375,40

2.5.2 Voor een kindergraf van 1.50 x 0.60 (1.00) meter:

  • -

    voor een tijdvak van 10 jaar 357,00

  • -

    voor een tijdvak van 20 jaar 696,45

    • 2.

      6 Voor het begraven van een lijk van een levenloos geborene of kind jonger dan 1 jaar en voor het tezamen in één kist begraven van meerdere levenloos geborenen of kinderen jonger dan 1 jaar wordt geheven:

  • -

    voor een tijdvak van 10 jaar 187,20

  • -

    voor een tijdvak van 20 jaar 357,00

    • 2.

      7 Voor het bijzetten van een asbus of het verstrooien van as in een

algemeen graf/urnengraf uitgegeven voor 20 jaar wordt geheven 303,60

2.8 Voor het tegelijkertijd bijzetten van de asbus of het verstrooien van

as van meerdere lijken in hetzelfde graf / urnengraf wordt geheven 75,90

COverigebepalingen

Paragraaf EUR

2.9 Het begraven vindt uitsluitend op hele uren plaats.

De rechten voor het begraven als bedoeld onder 2.0 tot en met

2.0.2 en 2.5 tot en met 2.5.2 worden verhoogd a. op maandag tot en met vrijdag

  • -

    om 14.00 uur met 106,00

  • -

    vanaf 15.00 uur met 315,45

    • b.

      op zaterdag

  • -

    tot en met 13.00 uur met 217,30

  • -

    vanaf 14.00 uur met 859,15

    • c.

      op een zondag of algemeen erkende feestdag, niet vallend op

zaterdag of maandag met 859,15

2.10 Voor het overboeken van een verleend uitsluitend recht wordt

geheven 28,70

Hoofdstuk 3 Onderhoud en grafbedekking

Paragraaf EUR

  • 3.

    0 Voor het door of vanwege de gemeente onderhouden van voorwerpen (geen beplanting) op of bij een graf /urnengraf, waarop een uitsluitend recht is verleend of op of bij een algemeen graf/urnengraf, wordt per jaar geheven:

    • -

      voor een staand of liggend grafteken tot en met 1 m2 31,30

    • -

      voor een staande steen met driedelige markering 48,00

    • -

      voor een staande steen met omrastering 63,75

    • -

      voor een liggende steen op een roef 79,95

    • -

      voor twee liggende stenen samen kleiner dan 1 m2 48,00

    • -

      voor andere voorwerpen 16,70

    • -

      voor voorwerpen groter dan 1 m2 voor elke m2 meer 16,70

  • 3.

    1 De onderhoudsrechten onder 3.0 kunnen worden afgekocht. Alsdan wordt geheven:

    • a.

      het jaarbedrag vermenigvuldigd met ¾ van het resterende aantal hele jaren van de uitgifteduur van het algemeen graf of

    • b.

      het jaarbedrag vermenigvuldigd met ¾ van het resterende aantal jaren van het op een graf verleend uitsluitend recht of

    • c.

      het jaarbedrag vermenigvuldigd met dertig indien voor onbepaalde tijd een uitsluitend recht op een graf is verleend

  • 3.

    2 Voor het bedekken van een graf met beplanting wordt geheven a. tot 1 m2 grafbedekking:

    • -

      assortiment A 67,90

    • -

      assortiment B 83,60

    • -

      assortiment C 143,60

      • b.

        tot 2 m2 grafbedekking:

    • -

      assortiment A 88,75

    • -

      assortiment B 113,90

    • -

      assortiment C 228,25

      • c.

        voor een bloembak ( tot 0,3 m2):

    • -

      assortiment A 28,70

    • -

      assortiment B 42,30

  • 3.

    3 Voor het afnemen en herplaatsen van voorwerpen en beplantingen op of bij graven wordt geheven:

    • -

      voor een staand grafteken 103,35

    • -

      voor een liggend grafteken tot 1 m2 103,35

    • -

      voor een liggend grafteken groter dan 1 m2 155,00

    • -

      voor een grafkelderzerk 206,70

    • -

      voor een omrastering 103,35

    • -

      voor beplanting met of zonder grafmarkering 51,65

    • -

      voor andere voorwerpen 51,65

    • -

      voor twee kleine stenen samen kleiner dan 1 m2 154,95

    • -

      voor een samengesteld monument (2.00 x 1.00) 258,35

    • -

      voor eenmalig vervolgonderhoud van een beplant graf 16,70

Hoofdstuk 4 Opgraven, herbegraven en ruimen

Paragraaf EUR

  • 4.

    0 Voor het opgraven van een lijk wordt geheven 337,10

  • 4.

    1 Voor het tegelijkertijd opgraven uit hetzelfde graf wordt voor een

tweede en derde lijk per lijk geheven 168,55

4.2 Voor het begraven in hetzelfde graf onmiddellijk na de opgraving

wordt geheven 168,55

  • 4.

    3 Voor het ruimen van een grafkelder wordt per lijk geheven 168,55

  • 4.

    4 Voor het ruimen op aanvraag van de rechthebbende(n) op een graf

wordt per lijk geheven 168,55

4.5 Voor het ruimen van een graf gevolgd door een begraving wordt 119,60

geheven

4.6 Voor het opgraven, herbegraven en ruimen binnen tien jaar na de begraving van een lijk van een levenloos geborene of kind jonger dan 1 jaar wordt de helft van de in dit hoofdstuk genoemde bedragen geheven

Hoofdstuk 5 Tarieven overige dienstverlening

Paragraaf EUR

5.0 Voor het gebruik van de aula met condoleanceruimte wordt na het

eerste uur voor elke volgend half uur geheven 81,50

  • 5.

    1 Voor het gebruik van de aula met condoleanceruimte anders dan in verband met een begrafenisplechtigheid wordt geheven:

    • -

      voor het eerste half uur 97,60

    • -

      voor elk volgend half uur 81,50

  • 5.

    2 Voor regiewerk wordt per uur daaraan bestede tijd geheven 49,10

  • 5.

    3 Voor het groen maken van het graf ten behoeve van een begraving 54,35

  • 5.

    4 Voor een ontheffing om met een motorvoertuig het terrein van een 30,35

begraafplaats te berijden