Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland houdende regels omtrent subsidie (Subsidieregeling energie-infrastructuur op industrieterreinen Zuid-Holland)

Geldend van 29-05-2020 t/m 28-05-2021

Intitulé

Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland houdende regels omtrent subsidie (Subsidieregeling energie-infrastructuur op industrieterreinen Zuid-Holland)

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland,

Gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;

Overwegende dat niet gereguleerde energie-infrastructuur onvoldoende is ontwikkeld om de energietransitie te faciliteren.

Overwegende dat de industrie als sector voor de grootste emissie van broeikasgassen in Zuid-Holland zorgt.

Overwegende dat energietransitie bij de industrie een belangrijke bijdrage moet leveren aan het terugdringen van de CO2-emissie en de transitie pas echt op gang komt als de (nieuwe) energie in de vorm van warmte, stoom, moleculen of groene elektronen kan stromen.

Overwegende dat de te subsidiëren activiteiten in overeenstemming zijn met artikel 56 van Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187).

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

De Subsidieregeling energie-infrastructuur op industrieterreinen Zuid-Holland

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013;

  • b.

    Energie-infrastructuur: infrastructuur bedoeld voor het transporteren of opslag van moleculen, warmte of stoom met CO2-reductie als resultaat, niet zijnde de gereguleerde energie-infra voor aardgas of de gangbare elektriciteit;

  • c.

    Haalbaarheidsonderzoek: document waarin de zakelijke afweging om de activiteit te beginnen beschreven wordt en waaruit blijkt of de eisen die aan de activiteit zijn gesteld, te verwezenlijken zijn;

  • d.

    Industrieterrein: een terrein waaraan in hoofdzaak een bestemming is gegeven voor de vestiging van inrichtingen en waarvan de bestemming voor het gehele terrein of een gedeelte daarvan de mogelijkheid insluit van vestiging van inrichtingen, zoals aangewezen in onderdeel D, bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken;

  • e.

    Ondernemer: degene die zelfstandig werkzaamheden uitvoert en daar inkomsten uit heeft en ingeschreven is in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;

  • f.

    Ondernemersvereniging: vereniging, opgericht overeenkomstig in artikel 27 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, van ondernemers die de gemeenschappelijke belangen van ondernemers op een industrieterrein behartigt.

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten en prestatie

  • 1. Subsidie kan worden verstrekt voor de aanleg van energie-infrastructuur van niet gereguleerde energie-infra op industrieterreinen.

  • 2. Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.

  • 3. De activiteit, bedoeld in het eerste lid, leidt tot een vermindering van CO2-uitstoot.

Artikel 3 Doelgroep

Subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen.

Artikel 4 Aanvraagvereisten

  • 1. Naast de gegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Asv, gaat een aanvraag voor subsidie vergezeld van:

    • a.

      een commitmentbrief van het Havenbedrijf Rotterdam of de gemeente waarin het industrieterrein waarop de activiteit wordt uitgevoerd ligt, waaruit blijkt dat deze medewerking verleend aan de activiteit waarvoor subsidie op grond van deze regeling wordt aangevraagd;

    • b.

      een haalbaarheidsonderzoek of business case waaruit blijkt dat de terugverdientijd van het project meer dan 5 jaar bedraagt en waarin de zakelijke afweging om de activiteit te beginnen beschreven wordt en waaruit blijkt of de eisen die aan de activiteit zijn gesteld, te verwezenlijken zijn.

  • 2. De aanvraag wordt ingediend door of voor minimaal twee ondernemingen die op het industrieterrein zijn gevestigd waartussen de energie-infra zal worden aangelegd.

Artikel 5 Weigeringsgronden

In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van de Asv wordt subsidie als bedoeld in artikel 2 geweigerd indien:

  • a.

    een commitmentbrief als bedoeld in artikel 4, eerste lid, ontbreekt;

  • b.

    het aangevraagde subsidiebedrag minder dan € 25.000,00 of meer dan € 250.000,00 bedraagt;

  • c.

    de energie-infrastructuur door drie of meer bedrijven wordt benut het maximale subsidiebedrag € 375.000,00 overschrijdt;

  • d.

    uit de laatste twee gepubliceerde of bij de Kamer van Koophandel gedeponeerde jaarrekeningen van de aanvrager blijkt dat:

    • i.

      de solvabiliteitsratio van de aanvrager (eigen vermogen/totaal vermogen) gelijk is aan of lager is dan 7,5%; of

    • ii.

      de rentedekkingsgraad van de aanvrager op basis van de EBITDA (inkomsten voor aftrek van interest, belastingen en afschrijvingen) lager is dan 1.0.

Artikel 6 Subsidievereisten

  • 1. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      de activiteit heeft betrekking op een industrieterrein gelegen binnen de grenzen van de provincie Zuid-Holland;

    • b.

      de activiteit kan binnen 18 maanden na de datum van subsidieverlening in uitvoering zijn;

    • c.

      er is steun voor de activiteit, blijkend uit een commitmentbrief van de gemeente of Havenbedrijf Rotterdam waarin het industrieterrein, ten behoeve waarvan de subsidie wordt aangevraagd, ligt;

    • d.

      indien een ondernemersvereniging of aannemer de aanvraag indient, zullen ten minste 2 van de op het industrieterrein gevestigde ondernemers ten behoeve waarvan de subsidie wordt aangevraagd voorzieningen dan wel financiële middelen beschikbaar stellen die vereist zijn voor de uitvoering van de activiteit;

    • e.

      de activiteit draagt op lokaal niveau bij aan het verbeteren van het ondernemersklimaat en het moderniseren en ontwikkelen van de industriële basis;

    • f.

      de infrastructuurvoorzieningen worden aan belangstellende partijen op open, transparante en niet-discriminerende basis beschikbaar gesteld. De prijs die voor het gebruik of de verkoop van de infrastructuur wordt berekend, stemt overeen met een marktprijs;

    • g.

      iedere concessie of iedere andere vorm van toewijzing aan een derde om de infrastructuur te exploiteren, vindt op open, transparante en niet-discriminerende basis plaats, rekening houdende met de geldende aanbestedingsregels

    • h.

      de subsidie voldoet aan de volgende formule CO2-rendements-eis:

      Ʃt R ≥ I/P x 1,1

      Waarbij:

      R= CO2 winst (ton) en t is vijf jaar

      I = subsidiebedrag (EUR)

      P= EU-ETS-prijs (EUR/ton CO2), met een minimum van € 10,00 per ton CO2

  • 2. Indien ondernemers met meerdere ondernemingen op een industrieterrein zijn gevestigd of indien tussen meerdere op een industrieterrein gevestigde ondernemingen van verschillende ondernemers een economische dan wel organisatorische samenhang bestaat, telt maximaal één al dan niet gezamenlijke commitmentbrief van deze ondernemers mee bij het bepalen of is voldaan aan het in het eerste lid onderdeel opgenomen vereiste.

Artikel 7 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten van de benodigde materialen, uitgezonderd gereedschap en andere hulpmaterialen, voor de aanleg van energie-infrastructuur als bedoeld in artikel 2;

  • b.

    kosten van de inzet van een professionele derde ten behoeve van de aanleg van energie-infrastructuur als bedoeld in artikel 2.

Artikel 8 Subsidiehoogte

  • 1. De hoogte van de subsidie bedraagt ten hoogste 25% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 250.000,00.

  • 2. Indien de infrastructuur meer dan twee ondernemingen verbindt kan de subsidie worden verstrekt tot een maximum van € 375.000,00.

  • 3. Onverminderd het eerste en tweede lid is de te verstrekken subsidie niet hoger dan het verschil tussen de in aanmerking komende kosten en de exploitatiewinst van de investering. De exploitatiewinst wordt in mindering gebracht op de in aanmerking komende kosten, hetzij vooraf op basis van redelijke prognoses, hetzij via een terugvorderingsmechanisme.

  • 4. Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 25.000,00 wordt de subsidie niet verstrekt.

  • 5. Bij stapeling van subsidies mag het totale subsidiebedrag niet hoger dan 50% zijn van de subsidiabele kosten.

Artikel 9 Rangschikking

  • 1. Het bedrag dat beschikbaar is voor de te verstrekken subsidies, wordt over de aanvragen verdeeld op volgorde van datum van binnenkomst daarvan.

  • 2. Als een subsidieaanvraag niet volledig is, geldt als datum van binnenkomst de dag waarop de subsidieaanvraag aangevuld en gecompleteerd is als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 3. Op de dag dat verlening van subsidie voor gelijktijdig binnengekomen subsidieaanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, wordt de subsidie verdeeld op basis van loting.

Artikel 10 Verplichtingen van de subsidieontvanger

In aanvulling op de artikelen 18 en 19 van de Asv worden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a.

    de activiteit is binnen 18 maanden na de subsidieverlening in uitvoering;

  • b.

    de activiteit is binnen 30 maanden na de subsidieverlening uitgevoerd;

  • c.

    de subsidieontvanger maakt de resultaten van de activiteit, voor zover deze betrekking hebben op de wijze van verduurzaming, openbaar en verstrekt deze resultaten desgevraagd om niet aan ondernemers, ondernemersverenigingen, stichtingen of gemeenten binnen de provincie Zuid-Holland.

Artikel 11 Prestatieverantwoording

  • 1. Bij een subsidie vanaf € 25.000,00 maar minder dan € 125.000,00 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten zijn verricht door middel van een activiteitenverslag en indien mogelijk beeldmateriaal.

  • 2. Bij een subsidie van € 125.000,00 of meer gaat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld van een controleverklaring en een financieel verslag, die beide zijn opgesteld overeenkomstig het door de provincie Zuid-Holland opgestelde format, alsmede een activiteitenverslag en beeldmateriaal.

Artikel 12 Bevoorschotting en betaling

  • 1. Het voorschot voor subsidies bedraagt maximaal 80% van het verleende bedrag.

  • 2. Het voorschot wordt op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte in termijnen uitgekeerd waarvan de hoogte en de tijdstippen in de subsidieverleningsbeschikking worden bepaald.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin deze regeling geplaatst wordt.

Artikel 14 Werkingsduur en overgangsrecht

Deze regeling vervalt één jaar na de dag van inwerkingtreding met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.

Artikel 15 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling energie-infrastructuur op industrieterreinen Zuid-Holland

Ondertekening

Den Haag, 19 mei 2020

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland

drs. H.M.M. Koek, secretaris

drs. J. Smit, voorzitter

Toelichting

Algemeen

De Provincie Zuid-Holland gaat in het programma “energietransitie industrie” uit van twee belangrijke lijnen. Lijn één is de “energie-efficiency en infrastructuur” en lijn twee betreft een nieuw grond- en brandstoffensysteem. De industrie zorgt als sector voor de grootste emissie van broeikasgassen in Zuid-Holland. Energietransitie bij de industrie zal daarom een belangrijke bijdrage moeten leveren aan het terugdringen van de CO2-emissie. De provincie ziet dat de energie-infrastructuur op industrieterreinen niet is ingesteld op de energietransitie. De Provincie Zuid-Holland streeft naar een open acces energie-infrastructuur. De regeling energie-infrastructuur op industrieterreinen kan een belangrijke bijdrage leveren aan het behalen van concrete resultaten voor dit beleid. De subsidieregeling is bedoeld voor relatief kleine infra- en energieopslagprojecten (voor warmte, stoom, groene waterstof) met een beperkte financiële vraag. Voor grote projecten, zoals bijvoorbeeld het Botlekstoomnetwerk, is deze regeling niet bedoeld.

Met de regeling energie-infrastructuur op industrieterreinen wil de Provincie Zuid-Holland een barrière wegnemen voor bedrijven om een begin te maken met het versterken van de energie-infrastructuur passend bij de energietransitie. Deze regeling is opgesteld overeenkomstig de voorwaarden opgenomen in hoofdstuk I en in artikel 56 ’Investeringssteun voor lokale infrastructuurvoorzieningen’ van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV). In de AGVV heeft de Europese Commissie bepaalde categorieën steun onder voorwaarden verenigbaar verklaard met de interne markt. De subsidieregeling is niet van toepassing voor de aanleg van gereguleerde energie-infrastructuur, zoals bedoeld in artikel 48 AGVV.

Onderdeelgewijs

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten en prestatie

De subsidie kan worden verstrekt voor de aanleg van energie-infrastructuur van niet gereguleerde energie-infra. De regeling is gericht op het terugdringen van de CO2-emissie op industrieterreinen. Hier kan men denken aan infrastructuur voor warmte, stoom, waterstof, maar eventueel ook voor andere modaliteiten waar nog geen verplichting voor bestaat. Onder energie-infrastructuur voor het terugdringen van de CO2-emissie wordt verstaan de infrastructuur die nodig is voor niet gereguleerde energie-infrastructuur. Voor de gereguleerde infrastructuur (elektriciteit en aardgas) bestaat een wettelijke verplichting tot aanleg en aansluiting bij de netbeheerders.

Artikel 3 Doelgroep

Subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen zoals ondernemingen en/of ondernemersverenigingen, stichtingen als bedoeld in artikel 285 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek juncto artikel 7 van de Wet op de bedrijveninvesteringszones en samenwerkingsverbanden van minimaal twee ondernemingen. Het kan ook gaan om meer dan twee ondernemingen. Indien drie of meer ondernemingen in een consortium de aanvraag indienen kan het maximumbedrag van de subsidie met 125.000 euro worden verhoogd. Van belang is dat de ondernemingen van plan zijn om de energie-infra aan te leggen en ook zelf een substantiële investering (minimaal 50%) hierin willen doen.

Artikel 4 aanvraagvereisten

Het is van belang om de ruimtelijk verantwoordelijke organisatie mee te nemen in het project. Voor het Haven en Industrieel Complex is dat het Havenbedrijf Rotterdam en eventueel de gemeente zelf de partij die de aanleg van de energie-infrastructuur moet ondersteunen. Dit ook in verband met de eis dat de infra als Open Acces geschikt moet zijn. Het havenbedrijf en/of de gemeente moet weten welke infra in het gebied wordt aangelegd.

Artikel 6 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2 in aanmerking te komen, dient de activiteit te worden ondersteund door een haalbaarheidsonderzoek of business case waaruit blijkt dat de terugverdientijd van het project meer dan 5 jaar bedraagt. Indien de terugverdientijd langer dan vijf jaar betreft, is het mogelijk met behulp van deze subsidie de terugverdientijd terug te brengen. In de berekening dienen alle subsidies en andere overheidsbijdragen te worden meegenomen.

De bedrijven zelf dienen bij stapeling van subsidie ten minste 50% zelf te investeren in de maatregel.

De aanvragers verklaren in de subsidieaanvraag dat de energie-infrastructuur, wordt opengesteld voor mogelijke andere aanbieders en/of afnemers opdat er een open access structuur kan ontstaan.

De subsidie voldoet aan de volgende formule CO2-rendements-eis. Van een investering wordt verwacht dat deze een 10% betere CO2-prestatie haalt over de looptijd van het project vijf jaar als een vergelijkbare investering door de provincie in het opkopen van EU-ETS CO2-emmissierechten. Het betreft hier de CO2-emissiereductie voor de complete set van maatregelen die worden genomen waarvoor de energie-infrastructuur wordt aangelegd (zoals de verminderde inzet van aardgas voor een Hoge Temperatuurproces). De Provincie voert deze vergelijking aan de hand van de volgende formule uit:

Ʃt R ≥ I/P x 1,1

Waarbij:

R= CO2 winst (ton) en t is vijf jaar

I = subsidiebedrag (EUR)

P= EU-ETS-prijs (EUR/ton CO2), met een minimum van € 10,00 per ton CO2

Anders geformuleerd: I < Ʃt R x P / 1,1

Bijvoorbeeld indien de CO2-emissiereductie 10.000 ton per vijf jaar is en de CO2-ETS-prijs € 25, kunnen de aanvragers voor de energie-infra maximaal € 227.273,00 subsidie krijgen. Is de opbrengst 5.000 ton CO2 kan het project € 170.454,00 subsidie krijgen. Hierdoor is een koppeling gelegd met de CO2-reductie van het project.

Artikel 7 Subsidiabele kosten

Betreft hier de investeringen die gemoeid zijn voor de aanleg van de energie-infrastructuur. De benodigde materialen zijn die materialen die nodig zijn zoals buizen, koppelstukken, bouten, maar ook de kosten die aannemers in rekening brengen voor graafwerkzaamheden etc. zijn subsidiabel.