Besluit van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag houdende regels omtrent bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat (Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH 2020)

Geldend van 19-05-2020 t/m heden

Intitulé

Besluit van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag houdende regels omtrent bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat (Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH 2020)

Het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag;

Gelet op:

  • artikel 3:1 van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014, op grond waarvan de Metropoolregio is belast met de behartiging van het belang van de verbetering van het economisch vestigingsklimaat en tevens als taak heeft zorg te dragen voor de uitvoering van de gestelde doelstellingen op dit terrein;

  • de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH 2015

  • artikel 3.3., eerste lid, van de gemeenschappelijke regeling waarin aan het algemeen bestuur alle bevoegdheden worden toebedeeld voor zover deze niet bij het dagelijks bestuur zijn neergelegd;

overwegende dat:

  • de Metropoolregio Rotterdam Den Haag zich in de Strategische Agenda MRDH 2022 ten doel heeft gesteld om de economische kracht en het woon- en leefklimaat verder te versterken;

  • de nieuwe strategische agenda leidt tot gedeeltelijk ander beleid dan de voorgaande strategische agenda;

  • jaarlijks in de programmabegroting budgetten voor de versterking van het economisch vestigingsklimaat worden opgenomen om deze doelstelling te realiseren;

  • het wenselijk is de budgetten beschikbaar te stellen in de vorm van financiële bijdragen ter uitvoering van projecten die bijdragen aan de doelstellingen van de strategische agenda MRDH 2022

  • dat het wenselijk is de criteria om in aanmerking te komen voor een financiële bijdrage te wijzigen en schriftelijk vast te leggen;

Besluit vast te stellen de volgende regeling:

Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2020.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    Bestuurscommissie: Bestuurscommissie economisch vestigingsklimaat van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag;

  • b.

    Cofinanciering: een bijdrage aan het project van de aanvrager en/of derden financieel of in natura, voor zover objectieve waardebepaling mogelijk is;

  • c.

    MRDH: Metropoolregio Rotterdam Den Haag;

  • d.

    Project: in de tijd begrensde activiteit of onderdeel van die activiteit;

Artikel 2 Bevoegdheid Bestuurscommissie economisch vestigingsklimaat MRDH

De Bestuurscommissie is belast met de uitvoering van deze regeling.

Artikel 3 Doelen financiële bijdrage

De MRDH stelt, binnen de relevante wettelijke kaders, financiële bijdragen beschikbaar aan gemeenten ten bate van projecten die tot doel hebben bij te dragen aan de realisering van de ambities van de MRDH die zijn vastgelegd in de strategische agenda MRDH 2022, voor zover uit de bijdragen betaalde projectfinancieringen stroken met de toepasselijke staatssteunregels.

Artikel 4 Projecten die voor een bijdrage in aanmerking komen
  • 1. Een bijdrage in het kader van de versterking van het economisch vestigingsklimaat wordt verstrekt voor projecten die bijdragen aan de versterking van één of meer van de doelen Vernieuwen Economie van de strategische agenda MRDH 2022, te weten:

    • a.

      stimuleren van innovatie en economische groei;

    • b.

      verbeteren aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt;

    • c.

      ruimte om te werken;

    • d.

      stimuleren van groen en recreatie als vestigingsfactor;

    • e.

      goede digitale connectiviteit;

    • f.

      meer regionale samenwerking bij de energietransitie;

  • 2. De Bestuurscommissie kan in aanvulling op het eerste lid bijdragen verstrekken voor zover deze passen binnen de overige doelen van de strategische agenda MRDH 2022 en opgenomen zijn binnen de begroting van het programma Economisch vestigingsklimaat.

  • 3. Een project als bedoeld in het eerste en tweede lid komt alleen in aanmerking voor een bijdrage wanneer naar het oordeel van de Bestuurscommissie is voldaan aan de volgende voorwaarden:

    • a.

      het project heeft een regionaal effect;

    • b.

      het project start binnen 6 maanden nadat de bijdrage is verleend;

    • c.

      het percentage cofinanciering ten opzichte van de projectbegroting bedraagt tenminste 50%;

    • d.

      indien het een structureel initiatief betreft dient de continuïteit van het initiatief, nadat de bijdrage van de MRDH aan het project is gestopt, te worden onderbouwd.

Artikel 5 Ontvanger van de bijdrage

Uitsluitend de aan de gemeenschappelijke regeling MRDH deelnemende gemeenten kunnen op grond van deze regeling een bijdrage ontvangen.

Artikel 6 Aanvraag bijdrage
  • 1. Een gemeente dient een aanvraag om een bijdrage voor aanvang van het project in, middels een door de voorzitter van de Bestuurscommissie vastgesteld aanvraagformulier.

  • 2. Bij de indiening van een aanvraag om een bijdrage worden de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:

    • a.

      een volledig ingevuld en namens het college van burgemeester en wethouders ondertekend aanvraagformulier,

    • b.

      een projectplan waarin het project inhoudelijk is uitgewerkt,

    • c.

      een sluitende projectbegroting;

  • 3. De Bestuurscommissie kan in aanvulling op het tweede lid andere gegevens opvragen die nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag om een bijdrage.

Artikel 7 Begrotingsvoorbehoud

Een bijdrage wordt uitsluitend verstrekt wanneer en voor zover het algemeen bestuur daarvoor financiële middelen binnen de begroting van het programma Economisch vestigingsklimaat beschikbaar heeft gesteld.

Artikel 8 Maximum en hoogte bijdrage
  • 1. De hoogte van de bijdrage bedraagt per project minimaal €50.000 en maximaal € 1.000.000;

  • 2. In afwijking van het eerste lid kan de Bestuurscommissie een hoger maximum vaststellen;

  • 3. De kosten waarvoor een bijdrage wordt gevraagd, komen uitsluitend voor een bijdrage in aanmerking voor zover zij naar het oordeel van de Bestuurscommissie:

    • a.

      noodzakelijk zijn om het project uit te kunnen voeren;

    • b.

      rechtstreeks aan het project zijn toe te rekenen;

    • c.

      na indiening van de aanvraag en tijdens de in de beschikking benoemde projectduur worden, gemaakt.

  • 4. Na afloop van het project wordt de hoogte van de bijdrage waarop recht bestaat, op basis van de werkelijke kosten vastgesteld.

Artikel 9 Beslistermijn
  • 1. De Bestuurscommissie beslist op aanvragen om een bijdrage binnen 13 weken na datum van ontvangst van de complete aanvraag.

  • 2. De voorzitter van de Bestuurscommissie kan de beslistermijn met ten hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan voordat de beslistermijn als bedoeld in het eerste lid is verstreken.

Artikel 10 Uitvoering en verplichtingen
  • 1. De gemeente die de bijdrage ontvangt ziet er op toe dat:

    • a.

      het project wordt uitgevoerd overeenkomstig het bij de aanvraag ingediende projectplan.

    • b.

      de totale financiële bijdragen aan het project voldoen aan de daarvoor toepasselijke staatssteunregels.

    • c.

      binnen 6 maanden na indiening van de aanvraag wordt gestart met de werkzaamheden ter uitvoering van het project.

  • 2. De gemeente die de bijdrage ontvangt informeert de bestuurscommissie zo spoedig mogelijk wanneer het projectplan mogelijk niet, niet volledig of in sterke afwijking van het ingediende plan, zal worden uitgevoerd.

  • 3. De Bestuurscommissie kan de ontvanger van de bijdrage bij de verlening daarvan nog andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de bijdrage.

Artikel 11 Weigeringsgronden
  • 1. Het verzoek om een bijdrage kan worden geweigerd indien er gegronde reden bestaat aan te nemen dat:

    • a.

      het project niet of niet geheel zal worden uitgevoerd;

    • b.

      de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de bijdrage verbonden verplichtingen;

    • c.

      de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de bijdrage van belang zijn; of

    • d.

      de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledig gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid.

  • 2. De bijdrage kan voorts worden geweigerd wanneer onvoldoende financiële middelen beschikbaar zijn;

  • 3. Voor zover een aanvraag slechts gedeeltelijk kan worden verleend wegens de beperkte beschikbaarheid van financiële middelen, verleent de Bestuurscommissie de bijdrage gedeeltelijk wanneer het project naar het oordeel van de Bestuurscommissie met die bijdrage zal worden gerealiseerd.

Artikel 12 Rekening en verantwoording
  • 1. De gemeente die de bijdrage ontvangt legt binnen acht maanden na de afronding van het project rekening en verantwoording af aan de Bestuurscommissie over de uitvoering van het project en de besteding van de bijdrage.

  • 2. In het kader van het afleggen van rekening en verantwoording legt de gemeente die de bijdrage ontvangt de volgende gegevens over:

    • a.

      een inhoudelijk verslag waarin de binnen de projectduur gerealiseerde prestaties zijn afgezet tegen het ingediende projectplan, inclusief een toelichting op afwijkingen;

    • b.

      Een financieel verslag waarin de binnen de projectduur gerealiseerde lasten en baten van het project zijn afgezet tegen het ingediende projectplan, inclusief een toelichting op afwijkingen.

  • 3. Het financiële verslag als bedoeld in lid 2b wordt voorzien van een controleverklaring afgegeven door een accountant.

  • 4. Indien de bijdrage minder dan € 200.000 bedraagt kan worden volstaan met een door een accountant afgegeven beoordelingsverklaring bij het financiële verslag zoals bedoeld in lid 2b.

  • 5. Indien de bijdrage minder dan € 100.000 bedraagt kan worden afgezien van een verklaring afgegeven door een accountant bij het financiële verslag zoals bedoeld in lid 2b. In dat geval wordt het financiële verslag vergezeld van onderbouwende documenten zoals facturen.

  • 6. Nadat rekening en verantwoording is afgelegd, stelt de Bestuurscommissie de hoogte van de bijdrage waarop recht bestaat, vast.

  • 7. Indien niet op tijd rekening en verantwoording wordt afgelegd, stelt de Bestuurscommissie de betreffende gemeente in de gelegenheid dat alsnog te doen binnen een termijn van vier maanden.

  • 8. Is na afloop van de in het zesde lid bedoelde termijn niet alsnog rekening en verantwoording vastgelegd, dan stelt de Bestuurscommissie de hoogte van de bijdrage waarop recht bestaat ambtshalve vast.

  • 9. Indien de gemeente een hoger bedrag aan voorschotten heeft ontvangen dan waar zij op grond van de vaststelling recht heeft, dan vordert de Bestuurscommissie het teveel betaalde terug.

Artikel 13 Beschikking tot bijdragevaststelling
  • 1. De Bestuurscommissie stelt de bijdrage binnen 13 weken nadat rekening en verantwoording is afgelegd, vast.

  • 2. De bijdrage kan op nul euro vastgesteld worden.

  • 3. Indien blijkt dat de financiële bijdrage na beschikking tot vaststelling niet voldoet aan relevante wettelijke kaders of niet strookt met toepasselijke staatssteunregels, kan de Bestuurscommissie EV de bijdrage terugvorderen.

Artikel 14 Uitzonderingen

De Bestuurscommissie kan het bepaalde in deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard, gelet op het belang van de versterking van het economisch vestigingsklimaat.

Artikel 15 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de dag na de dag van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2020.

Artikel 17 Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH 2020.

Ondertekening

Aldus besloten door het Algemeen Bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag in de openbare vergadering van 6 maart 2020.

de secretaris,

Wim Hoogendoorn

de voorzitter,

Ahmed Aboutaleb