Verordening Parkeerbelastingen mei 2020

Geldend van 01-05-2020 t/m heden

Intitulé

Verordening Parkeerbelastingen mei 2020

De raad van de gemeente Hengelo;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 maart 2020.;

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening Hengelo 2020;

besluit:

vast te stellen de volgende

Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen mei 2020 (Verordening parkeerbelastingen mei 2020)

Artikel 1 Definities
  • a.

    RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

  • b.

    parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

  • c.

    motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990;

  • d.

    houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven;

  • e.

    parkeerapparatuur: parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer, camera’s en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

  • f.

    parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur;

  • g.

    centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Hengelo een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren of parkeren in parkeergarages met gebruik van een telefoon of een ander communicatiemiddel;

  • h.

    autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden;

  • i.

    autodateplaats: een parkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor autodate;

  • j.

    belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd;

  • k.

    vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen;

  • l.

    vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;

  • m.

    marktvoertuig: een motorvoertuig dat meer dan 6 meter lang is en hoger dan 2,4 meter;

  • n.

    bewonersvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 3, onderdeel a van de Parkeerverordening 2020;

  • o.

    bedrijfsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 3, onderdeel b van de Parkeerverordening 2020;

  • p.

    autodate-vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 3, onderdeel c van de Parkeerverordening 2020;

  • q.

    marktvoertuigvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 3, onderdeel d van Parkeerverordening 2020;

  • r.

    bezoekersvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 3, onderdeel e van de Parkeerverordening 2020;

  • s.

    algemene vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 3, onderdeel f van de Parkeerverordening 2020;

  • t.

    E-laad vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 3, onderdeel g van de Parkeerverordening 2020.

  • u.

    Kantoorvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 3, onderdeel f van de Parkeerverordening 2020.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden de volgende belastingen geheven:

  • a.

    een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

  • b.

    een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

Artikel 3 Belastingplicht
  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd.

  • 2.

    Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:

  • a.

    degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;

  • b.

    zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat:

  • i.

    als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd;

  • ii.

    als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd.

  • 3.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig gebruik heeft gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

  • 4.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4 Vrijstellingen

De parkeerbelastingen worden niet geheven ter zake van het parkeren van:

  • a.

    een mobiele onderzoeksunit die wordt gebruikt voor het doen van bevolkingsonderzoek als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet op het bevolkingsonderzoek, voor welk onderzoek op grond van die wet vergunning is verleend, gedurende dat gebruik;

  • b.

    motorvoertuigen waarin een geldige gehandicaptenparkeerkaart vanaf de buitenkant van het voertuig duidelijk zichtbaar is, met uitzondering van de parkeerplaatsen genoemd onder 1.3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 5 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

Artikel 6 Wijze van heffing
  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt via een telefoon, camera of het internet inloggen op de centrale computer.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

  • 3.

    Indien een vergunning als bedoeld in lid 2 in de loop van het jaar wordt ingetrokken, wordt naar evenredigheid restitutie van het parkeergeld verleend over het aantal maanden waarin van de vergunning geen gebruik meer wordt gemaakt, met dien verstande dat de restitutie niet wordt verleend indien het bedrag daarvan minder dan € 20,00 bedraagt.

Artikel 8 Termijnen van betaling
  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon of internet inloggen op de centrale computer.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in lid 1 en 2 moet de belasting worden betaald na afloop van het parkeren, indien de belastingplicht is begonnen door het in werking stellen van de parkeer-apparatuur via de camera en is ingelogd op de centrale computer.

  • 4.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

  • 5.

    Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Artikel 9 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.

Artikel 10 Bevoegdheid tot gebruik wielklem en wegsleepregeling

Niet van toepassing

Artikel 11 Kosten

De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 64,50.

Artikel 12 Kwijtschelding

Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 13 Overgangsrecht
  • 1.

    De ‘Verordening Parkeerbelasting 2020’ van 5 november 2019 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt.

Artikel 14 Inwerkingtreding
  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 mei 2020.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 mei 2020.

Artikel 15 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als de ‘Verordening Parkeerbelastingen mei 2020’.

Vastgesteld door de gemeenteraad van Hengelo

in de openbare vergadering van 22 april 20 20 ,

de griffier,

de voorzitter,

Tarieventabel behorende bij de Verordening parkeerbelastingen mei 2020

I. Plaats

Voor de toepassing van deze tarieventabel wordt uitgegaan van de hierna omschreven gebieden.

Voor het parkeren als bedoeld in artikel 2 geldt als:

Vergunning gebied

Deelgebied

Straatnamen

1

Kloosterhof, Beursstraat, de parkeerplaatsen aan de Enschedesestraat, Oldenzaalsestraat, Deldenerstraat (tussen de Oldenzaalsestraat en de Tuindorpstraat), Marskant, Marssteeg, Willemstraat (tussen de Marskant en Beekstraat), Brugstraat (tussen de Marskant en Beekstraat), Spoorstraat, Industrieplein, Parallelweg L.S., Gieskestraat, Trijpstraat, Veloursstraat, Wolter ten Catestraat, Prins Bernardplantsoen, B.P. Hofstedestraat, Bataafse Kamp, parkeerterrein Enschedesestraat, Drienerstraat, Smutsstraat, De Wetstraat, Bornsestraat (tussen de Oldenzaalsestraat en de Beukweg), Tuindorpstraat (tussen het spoor en de Deldenerstraat), Dorpsmatenstraat (tussen de Marskant en de Prinses Beatrixstraat), Prinses Beatrixstraat, parkeerterrein Marskant, parkeerterrein Eikstraat, Sherwood Rangers, Bevrijderslaantje, Heemafstraat

2

a

Parkeerterrein Drienerstraat

b

Parkeerterrein hoek Enschedesestraat/Wolter ten Catestraat

3

a

Parkeerterrein Mitchamplein

b

Parkeerterrein Ir. M. Schefferlaan

c

Parkeerterrein Wolter ten Catestraat

d

Parkeerterrein Sherwood Rangers

e

Parkeerterrein Eikstraat

4

Willem van Otterloostraat, oneven nummers: 1 tot en met 11, parkeerterrein Molenborg (Oude Molenweg)

5

a

Coldstream

b

Willem de Clerqstraat, Nachtegaalspad

c

Sumatrastraat

6

Parkeergarage B.P. Hofstedestraat

II Tarieven

Artikel 1

Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a van de verordening bedraagt:

1.1

1.2

Op Shop & Go parkeerplaatsen (met een maximale parkeertijd van 30 minuten)

Op alle andere parkeerplaatsen in gebied 1 (met uitzondering van de plaatsen genoemd onder 1.4), 2, 3, en 5 met de maximale parkeertijd van 3 uur

€ 0,00

1.2.1

Per periode van 60 minuten

€ 1,90

Dan wel per periode van 3 minuten of gedeelte daarvan

€ 0,10

1.3

In gebied 1 de 2 parkeerplaatsen voor de Rabobank aan de Marskant met de maximale parkeertijd van 30 minuten, voor de periode van 30 minuten

€ 0,90

1.3.1

Dan wel per periode van 5 minuten of gedeelte daarvan

€ 0,10

1.4

In gebied 1 de parkeerplaatsen Kiss & Ride aan het Industrieplein met een maximale parkeertijd van 60 minuten

€ 1,90

1.4.1

Dan wel per periode van 3 minuten of gedeelte daarvan

€ 0,10

1.5

Op alle parkeerplaatsen in gebied 6 met een onbeperkte parkeertijd per periode van 60 minuten

€ 1,90

1.5.1

Dan wel per periode van 3 minuten of gedeelte daarvan

€ 0,10

1.6

In gebied 6 in de parkeergarage aan de BP Hofstedestraat, waarvoor geen maximale parkeertijd geldt, is het tarief per dag maximaal

€ 9,90

1.7

1.8

1.9

In afwijking van het bepaalde in 1.6 is het tarief tussen 18.00 en 04.59 van de daarop volgende dag maximaal

In afwijking van het bepaalde in 1.6 en 1.7 is het tarief voor een evenementen dagkaart met een minimum afname van 50 kaarten per evenement

In de gebieden 2 en 3 op de parkeerterreinen Drienerstraat, Enschedesestraat, Ir. M. Schefferlaan, Mitchamplein, Wolter ten Catestraat, Sherwood Rangers en Eikstraat waarvoor een maximale parkeertijd van 24 uur geldt, is het tarief per dag maximaal

€ 3,00

€ 5,00

€ 7,60

1.10

Voor het parkeren van voertuigen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, op alle, met uitzondering van de plaatsen genoemd in 1.4 binnen het gefiscaliseerd gebied gelegen parkeerplaatsen, kan met een vanaf de buitenkant van het voertuig duidelijk zichtbaar aangebrachte geldige gehandicapten parkeerkaart geparkeerd worden tegen een tarief van

€ 0,00

Artikel 2 (bewonersvergunning)

Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de verordening bedraagt:

2.1

Voor plaatsen gelegen in gebied 1, 2, 3, en 6 die als zodanig worden aangeduid door bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 en BW111. (borden betaald parkeren)

2.1.1

per jaar

€ 136,80

2.1.2

per maand of gedeelte daarvan

€ 11,40

2.2

voor plaatsen gelegen in deelgebied 5a, b en c die als zodanig worden aangeduid door bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 en BW111. (borden betaald parkeren)

2.2.1

per jaar (voor de eerste auto)

€ 69,60

2.2.2

per maand of gedeelte daarvan

€ 5,80

2.2.3

per jaar (voor de tweede en volgende auto)

€ 136,80

2.2.4

per maand of gedeelte daarvan

€ 11,40

2.3

Voor plaatsen gelegen in gebied 4, die als zodanig worden aangeduid door bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 en BW111.(borden betaald parkeren)

2.3.1

per kalenderjaar

€ 36,20

Artikel 3 (bezoekersvergunning)

Het tarief voor een vergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de verordening bedraagt:

3.1

voor plaatsen gelegen in gebied 5 die als zodanig worden aangeduid door bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 en BW111. (borden betaald parkeren)

3.1.1

per vergunning, met een maximum van 2 vergunningen per adres.

€ 36,20

Artikel 4 (algemene vergunning)

Het tarief voor een vergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de verordening bedraagt:

4.1

voor plaatsen gelegen in gebied 3 die als zodanig worden aangeduid door bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 en BW111. (borden betaald parkeren)

4.1.1

per jaar

€ 150,00

4.1.2

per maand of gedeelte daarvan

€ 12,50

4.2

voor plaatsen gelegen in gebied 1, 2, 3, en 6 die als zodanig worden aangeduid door bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 en BW111. (borden betaald parkeren)

4.2.1

per maand of gedeelte daarvan

€ 62,60

4.3

voor plaatsen gelegen in gebied 6, per dag in de week, die als zodanig worden aangeduid door bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 en BW111. (borden betaald parkeren)

4.3.1

per jaar of een gedeelte daarvan

€ 126,00

4.3.2

per maand of gedeelte daarvan

€ 10,50

Artikel 5 (marktvoertuig-vergunning)

Het tarief voor een vergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de verordening bedraagt:

5.1

voor een vergunning voor het parkeren van marktvoertuigen op een daartoe bijzonder ingericht parkeerterrein voor 1 dag per week, per jaar of gedeelte daarvan

€ 115,20

5.1.1

per maand of gedeelte daarvan

€ 9,60

5.2

Voor een vergunning voor het parkeren van marktvoertuigen op een daartoe bijzonder ingericht parkeerterrein voor 2 dagen per week, per jaar of gedeelte daarvan

€ 229,20

5.2.1

per maand of gedeelte daarvan

€ 19,10

Artikel 6 (bedrijfsvergunning)

Het tarief voor een vergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de verordening bedraagt:

6.1

voor plaatsen gelegen in gebied 5 die als zodanig worden aangeduid door bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 en BW111. (borden betaald parkeren)

6.1.1

per jaar

€ 158,40

6.1.2

per maand of gedeelte daarvan

€ 13,20

Artikel 7 (e-laad vergunning)

Het tarief voor een vergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de verordening bedraagt:

7.1

voor plaatsen gelegen in gebied 1 t/m 5 die als zodanig worden aangeduid door bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 en BW111 (borden betaald parkeren) en E1003.

7.1.1

per jaar

€ 21,20

Artikel 8 (kantoorvergunning)

Het tarief voor een vergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de verordening bedraagt:

8.1

voor plaatsen gelegen in gebied 6, van maandag t/m vrijdag, van 07:00 uur t/m 19:00 uur, die als zodanig worden aangeduid door bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 en BW111 (borden betaald parkeren),

8.1.1

€ 480,00

8.1.2

€ 40,00

Behorende bij raadsbesluit van 22 april 2020,

De griffier,

Ondertekening