Afvalstoffenverordening Baarn 2020

Geldend van 17-04-2020 t/m 31-12-2020

Intitulé

Afvalstoffenverordening Baarn 2020

De raad van de gemeente Baarn

- gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 februari 2020;

- gehoord het debat in de raad d.d. 25 maart 2020 ;

- overwegende dat de raad op 27 september 2017 heeft besloten tot de wijze van uitvoering van omgekeerd inzamelen;

- gelet op het bepaalde in artikelen 10.23, 10.24, tweede lid, 10.25 en 10.26 van de Wet milieubeheer;

Besluit: vast te stellen de:

Afvalstoffenverordening Baarn 2020

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:

  • a.

    andere inzamelaars: de krachtens artikel 2, tweede lid, van deze verordening aangewezen personen en instanties, belast met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen;

  • b.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn.

  • c.

    gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente, dan wel in een andere gemeente waarmee het college een overeenkomst voor de inzameling van afvalstoffen heeft gesloten, feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en artikel 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt;

  • d.

    groep percelen: een groep van meerdere percelen waarvoor gemeenschappelijk gebruik wordt gemaakt van één of meerdere verzamelcontainers;

  • e.

    grondstoffen: herbruikbare en/ of duurzame afvalstoffen zoals gft, papier, textiel en verpakkingsmateriaal, niet zijnde restafval;

  • f.

    inzamelaar: organisatie die bevoegd is om afval of grondstoffen aan huis op te halen of om op een daartoe aangewezen plaats in ontvangst te nemen;

  • g.

    inzameldienst: de krachtens artikel 2, eerste lid, van deze verordening aangewezen inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen;

  • h.

    inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen van afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden aangeboden en het feitelijk ophalen en innemen daarvan;

  • i.

    inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, zoals een minicontainer of PMD-zak, ten behoeve van de gebruiker(s) van één perceel;

  • j.

    inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of plaats, bijvoorbeeld een verzamelcontainer of recyclingstation, ten behoeve van meerdere percelen;

  • k.

    maatschappelijke organisaties: organisaties die het algemeen belang dienen, conform artikel 25h, lid 5 van de Mededingingswet, zoals scholen en verenigingen;

  • l.

    motorrijtuigen: alle voertuigen, als bedoeld in artikel I, eerste lid, onder c van de Wegenverkeerswet 1994;

  • m.

    openbare ruimte: ruimte die krachtens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek;

  • n.

    perceel: een gebouwde onroerende zaak, of gedeelte daarvan, dat blijkens indeling en inrichting bestemd is om als afzonderlijk geheel door een particuliere huishouding te worden gebruikt;

  • o.

    recyclingstation: de daartoe ter beschikking gestelde plaats waar in voldoende mate gelegenheid is geboden om grof huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden;

  • p.

    straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken, kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel;

  • q.

    ter inzameling aanbieden: de wijze van overdragen van afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de inzamelende persoon of instantie geplaatste inzamelmiddelen of -voorzieningen of op een daartoe aangewezen plaats;

  • r.

    wegen: de wegen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994;

  • s.

    wet: Wet milieubeheer;

  • t.

    zwerfafval: afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht buiten een perceel ontstaan, zoals blikjes, papier, sigarettenpeuken, kauwgom en etenswaren.

Hoofdstuk 2 Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen

Artikel 2 Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars
  • 1.

    Het college wijst de inzameldienst aan, die belast is met het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.

  • 2.

    Naast de inzameldienst kan het college andere inzamelaars aanwijzen die belast zijn met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen.

  • 3.

    Het college kan aan het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen voorschriften en beperkingen verbinden in het belang van de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer of doelmatige inzameling van afvalstoffen.

  • 4.

    Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

Artikel 3 Afzonderlijke inzameling
  • 1.

    Door de inzameldienst of andere inzamelaars worden verschillende categorieën huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk ingezameld.

  • 2.

    Het college stelt vast welke categorieën van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk door de inzameldienst of andere inzamelaars worden ingezameld en stelt regels over de wijze waarop deze worden aangeboden.

Artikel 4 Inzamelmiddelen en –voorzieningen
  • 1.

    De inzameling kan plaatsvinden via:

  • a. een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel;

  • b. een inzamelvoorziening voor de gebruikers van een groep percelen;

  • c. een inzamelvoorziening op wijk-, buurt- of straatniveau;

  • d. een recyclingstation op lokaal of regionaal niveau.

  • 2.

    Het college wijst aan via welk, al dan niet van gemeentewege verstrekt, inzamelmiddel of via welke inzamelvoorziening de inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van een perceel of gebruikers van een groep percelen plaatsvindt.

  • 3.

    Het college wijst de locatie van de inzamelvoorziening of de inzamelvoorzieningen aan.

Artikel 5 Frequentie van inzamelen

Het college stelt de frequentie vast van de in artikel 3 van deze verordening bedoelde verschillende categorieën huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk in aangewezen delen van de gemeente bij of nabij elk perceel worden ingezameld.

Artikel 6 Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens aanwijzing
  • 1.

    Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.

  • 2.

    Het verbod geldt niet voor de inzameldienst of andere inzamelaars.

  • 3.

    Het verbod geldt niet voor personen of instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben gekregen voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.

Hoofdstuk 3 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen

Artikel 7 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen

Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst, andere inzamelaars of de personen of instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.

Artikel 8 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen

Het is anderen dan gebruikers van percelen verboden om huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden.

Artikel 9 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden

  • 1.

    Het is verboden om de categorieën huishoudelijke afvalstoffen zoals bepaald in artikel 3 van deze verordening anders dan afzonderlijk ter inzameling aan te bieden.

  • 2.

    Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden aan anderen dan de krachtens artikel 2 van deze verordening aangewezen inzameldienst en andere inzamelaars.

  • 3.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet of niet voor bepaalde categorieën huishoudelijke afvalstoffen voor de bij nadere regels aan te wijzen percelen.

  • 4.

    Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor het aanbieden van categorieën huishoudelijke afvalstoffen aan personen of instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben gekregen voor die categorieën huishoudelijke afvalstoffen.

Artikel 10 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
  • 1.

    Het is de gebruiker van een perceel, voor wie krachtens artikel 4, tweede lid, van deze verordening een inzamelmiddel of inzamelvoorziening is aangewezen, verboden de huishoudelijke afvalstoffen anders aan te bieden dan via het betreffende inzamelmiddel of de betreffende inzamelvoorziening.

  • 2.

    Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel of inzamelvoorziening aan te bieden, dan de categorie waarvoor dit inzamelmiddel of deze inzamelvoorziening krachtens artikel 4, tweede lid, van deze verordening is bestemd.

  • 3.

    Het college kan regels stellen omtrent het gebruik van een van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel.

  • 4.

    Het college kan regels stellen omtrent de plaats en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden.

  • 5.

    Het college kan categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen die zonder inzamelmiddel ter inzameling kunnen worden aangeboden.

  • 6.

    Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze ter inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is bepaald.

Artikel 11 Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden
  • 1.

    Het college stelt de dagen en tijden vast waarop categorieën huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden.

  • 2.

    Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere dagen en tijden ter inzameling aan te bieden dan krachtens het eerste lid is bepaald.

Artikel 12 Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen

In afwijking van hetgeen in deze paragraaf is bepaald kan het college regels stellen omtrent het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst of andere inzamelaars.

Hoofdstuk 4 Inzameling van bedrijfsafvalstoffen

Artikel 13 Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst

Het college kan categorieën bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die door de inzameldienst worden ingezameld.

Artikel 14 Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst of andere inzamelaars
  • 1.

    Het is verboden bedrijfsafvalstoffen aan te bieden aan de, conform artikel 2, eerste en tweede lid, van deze verordening aangewezen inzameldienst of andere inzamelaars, tenzij door het college daartoe toestemming is verleend.

  • 2.

    Maatschappelijke organisaties kunnen worden vrijgesteld van het verbod om bedrijfsafvalstoffen, in aard, omvang en samenstelling gelijkwaardig aan huishoudelijke grondstoffen, aan te bieden aan de inzameldienst of andere inzamelaars.

  • 3.

    Het college wijst de maatschappelijke organisaties aan die conform lid 2 in aanmerking komen voor vrijstelling van het verbod om grondstoffen aan te bieden aan de inzameldienst of andere inzamelaars.

  • 4.

    Het is verboden bedrijfsafvalstoffen aan te bieden op het recyclingstation, tenzij daartoe door het college toestemming is verleend.

  • 5.

    Het college kan regels stellen omtrent de dagen, tijden, wijzen en plaatsen waarop de krachtens artikel 13 van deze verordening aangewezen bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst of andere inzamelaars ter inzameling kunnen worden aangeboden.

Hoofdstuk 5 Overig afval

Artikel 15 Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging

  • 1.

    Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu.

  • 2.

    Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

  • 3.

    Het verbod is niet van toepassing op:

    a. het overeenkomstig deze verordening ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen;

    b. het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan;

    c. voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen dan wel het  verrichten van andere werkzaamheden op of aan de weg;

    d. handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit.

Artikel 16 Achterlaten van straatafval
  • 1.

    Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achter te laten anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen.

  • 2.

    Het is verboden om andere afvalstoffen dan straat- of zwerfafval achter te laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.

  • 3.

    Degene die in de openbare ruimte reclamebiljetten of dergelijke of ander promotiemateriaal onder het publiek verspreidt, is verplicht deze of de verpakking daarvan terstond op te ruimen of te laten opruimen, indien deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats door het publiek worden weggeworpen.

  • 4.

    Het is verboden zwerfafval te veroorzaken door ter inzameling gereedstaande afvalstoffen, inzamelmiddelen of inzamelvoorzieningen te doorzoeken of te verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze anderszins te behandelen.

Artikel 17 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren
  • 1.

    De houder of beheerder van een inrichting waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht:

    a. een afvalbak of soortgelijke inzamelvoorziening in of nabij de inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben, waarin het publiek straatafval kan achterlaten;

    b. zorg te dragen dat deze afvalbak of soortgelijke inzamelvoorziening van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk geborgen blijft en dat deze steeds tijdig wordt geledigd;

    c. zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met de toezicht op de naleving van dit artikel, in de nabijheid van de inrichting achtergebleven afval,  voor zover kennelijk uit of van die inrichting afkomstig, wordt opgeruimd.

  • 2.

    Lid 1 geldt niet voor situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Artikel 18 Voorkomen van (zwerf)afval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden
  • 1.

    Het is verboden afvalstoffen, stoffen of voorwerpen zodanig te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig kan worden beïnvloed.

  • 2.

    Indien bij het laden of lossen of vervoeren van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen deze weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig wordt beïnvloed, is degene die genoemde werkzaamheden verricht alsmede diens opdrachtgever verplicht deze weg te reinigen of te laten reinigen:

  • a. direct na het ontstaan van de verontreiniging, indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert;

  • b. direct na beëindiging van de werkzaamheden, indien de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert;

  • c. indien de werkzaamheden langer dan een dag duren, elke dag direct na beëindiging van de werkzaamheden.

Artikel 19 Verbod opslag van afvalstoffen
  • 1.

    Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met hoofdstuk 2 van deze verordening aanbieden of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen.

  • 2.

    Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

Artikel 20 Ontdoen van autowrakken

Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken.

Artikel 21 Experimenten

Het college is bevoegd om nadere regels te stellen en daarbij af te wijken van de bepalingen in deze verordening om experimenten mogelijk te maken ter versterking van het regionale afvalstoffenbeleid waaronder in elk geval bevordering van afvalscheiding aan de bron en hergebruik van afvalstoffen.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen

Artikel 22 Strafbepaling

Overtreding van artikel 6 tot en met artikel 11 en artikel 14 tot en met 20, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten.

Artikel 23 Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.

Artikel 24 Intrekking oude verordening

De Afvalstoffenverordening Baarn 2016 wordt ingetrokken.

Artikel 25 Overgangsbepaling

Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 24 die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

Artikel 26 Citeerbepaling

Deze verordening wordt aangehaald als Afvalstoffenverordening Baarn 2020.

Artikel 27 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.

Vastgesteld in de openbare vergadering,

op 25 maart 2020.

griffier voorzitter

TOELICHTING

Afvalstoffenverordening Baarn 2020

ALGEMEEN DEEL

1. Inleiding

Deze verordening dient het belang van de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig afvalstoffenbeheer. Het belang daarvan neemt toe omdat tegenwoordig anders naar afval wordt gekeken dan in het verleden. Afval wordt steeds meer benaderd als grondstof. In een meer circulaire economie is afval van waarde. Dat betekent duurzaam omgaan met natuurlijke hulpbronnen, zuiniger zijn op grondstoffen, voorwerpen langer en opnieuw gebruiken en optimalere reststromen. Afvalscheiding en inzameling is daarbij van wezenlijk belang.

2. Hoofdlijnen van de verordening

Scheiden van afvalstromen begint bij huishoudens (huishoudelijke afvalstoffen) en bedrijven (kantoren, winkels, dienstverleners) waar die afvalstoffen ontstaan – of waar die in de openbare ruimte terechtkomen. De verordening bevat regels over huishoudelijk afval, bedrijfsafval en afval in de openbare ruimte.

Huishoudelijke afvalstoffen

Wat betreft huishoudelijke afvalstoffen heeft het gemeentebestuur de wettelijke taak om te zorgen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen door middel van de inzameldienst die daartoe krachtens deze verordening is aangewezen. Bij de uitvoering van deze taak wordt de gemeente in de praktijk in toenemende mate ondersteund door het initiatief van andere inzamelaars zoals scholen, ideële instellingen of anderen die bijvoorbeeld papier, glas of andere bestanddelen van het huishoudelijk afval verzamelen voor inzameling. Deze verordening regelt de aanwijzing van de inzameldienst en van andere inzamelaars en bepaalt welke bestanddelen gescheiden moeten worden aangeboden en dus ook gescheiden moeten worden ingezameld.

Bedrijfsafvalstoffen

Wat betreft bedrijfsafvalstoffen is de afvalscheiding door kantoren, winkels en diensten (hierna: KWD) binnen de gemeente van belang. De inzameling van dergelijk bedrijfsafval kan plaatsvinden door de inzameldienst maar ook door anderen. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen is in belangrijke mate op Rijksniveau geregeld door de Wet milieubeheer (hierna: Wm) en daarop gebaseerde centrale regelgeving. Deze verordening bevat enkele aanvullende regels die van belang indien de inzameling van de inzameldienst aan de orde is of die de wijze van aanbieding van bedrijfsafvalstoffen in de openbare ruimte betreffen.

Afval in de openbare ruimte

Wat betreft het afval in de openbare ruimte is het belang van het voorkomen van zwerfafval van belang. Zwerfafval ontstaat niet alleen door illegale dumping maar kan ook ontstaan uit huishoudelijk afval, bijvoorbeeld als dat verkeerd is aangeboden of als ter inzameling gereedstaand huishoudelijk afval is doorzocht of omgeschopt. Zwerfafval komt ook in de openbare ruimte terecht via het publiek rondom winkels, eet- en drinkgelegenheden, evenementen of reclame- en promotiecampagnes. De verordening bevat regels voor het bestrijden van zwerfafval.

Gemeentelijk grondstoffenbeleid

Bij de vaststelling van deze verordening is rekening gehouden met het Gemeentelijk Grondstoffenplan 2015-2025. Dat betekent dat het college bij de uitvoering van deze verordening rekening zal houden met de kaders die in dit plan zijn vastgelegd, zoals het toepassen van omgekeerd inzamelen. Dit is een manier van inzamelen, waarbij het serviceniveau voor de inzameling van grondstoffen wordt verhoogd en voor restafval wordt verlaagd.

Artikel 1: Begripsomschrijvingen

Een aantal begrippen is nieuw aan deze verordening toegevoegd, zodat duidelijk is wat daarmee wordt bedoeld. Enkele nieuwe begrippen zijn college, grondstoffen, inzamelaar, maatschappelijke organisaties, recyclingstation en zwerfafval.

Artikel 3: Afzonderlijke inzameling

In de Afvalstoffenverordening 2016 is een uitvoerige lijst opgenomen van de afzonderlijk in te zamelen afvalstoffen. In de Afvalstoffenverordening 2020 is, vanwege het operationele karakter, opgenomen dat het college de lijst op- en vaststelt.

Artikel 4: Inzamelmiddelen en –voorzieningen

In de Afvalstoffenverordening 2020 is in de formulering van dit artikel aangesloten bij de implementatie van het omgekeerd inzamelen, waarbij de gemeente bepaalt van welke inzamelvoorziening gebruikt wordt en waar deze inzamelvoorziening geplaatst wordt. Deze wijziging maakt het inzamelen per verzamelcontainer mogelijk.

Artikel 5: Frequentie van inzamelen

In de Afvalstoffenverordening 2016 is opgenomen in welke frequentie wordt ingezameld. In de Afvalstoffenverordening 2020 is, vanwege het operationele karakter, opgenomen dat het college de frequenties op- en vaststelt. Dit gebeurt in lijn met deze verordening en met het Gemeentelijk Grondstoffenplan 2015-2025.

Artikel 14: Maatschappelijke organisaties

Het afval van maatschappelijke organisaties valt onder de definitie van bedrijfsafval. Het inzamelen van bedrijfsafval is een economische activiteit en valt daarmee niet onder de wettelijke zorgplicht van de gemeente. Ingevolge de Wet markt en overheid (dit betreft de artikelen 25g t/m 25m van de Mededingingswet) gelden voor overheden die economische activiteiten verrichten bepaalde gedragsregels om concurrentievervalsing te voorkomen. Deze gedragsregels zijn:

• Integrale kostendoorberekening: overheden moeten ten minste de integrale kosten van hun goederen of diensten in hun tarieven doorberekenen aan de afnemers.

• Bevoordelingverbod: overheden mogen hun eigen overheidsbedrijven niet bevoordelen ten opzichte van concurrerende bedrijven.

De raad kan besluiten dat bepaalde economische activiteiten worden uitgezonderd van de werking van de Wet markt en overheid door deze aan te wijzen als zijnde een activiteit in het algemeen belang. Dit is nu relevant voor de afvalinzameling bij maatschappelijke organisaties en het gemeentehuis vanwege:

• De activiteiten in het kader van het landelijke concept afvalvrije scholen, waar gemeente Baarn reeds actief aan deelneemt.

• Het maatschappelijke educatieve karakter aan vooral de jeugd. Daar waar afval scheiden thuis wordt bijgebracht en gestimuleerd, dient dit gedrag ook zichtbaar te zijn op school en op de (sport)vereniging.

• Maatschappelijke organisaties met een overwegend openbare-publieke functie, zoals de gemeente, hebben hierin eveneens een voorbeeldfunctie te vervullen.

In de Memorie van toelichting bij artikel 10.23, derde lid, van de Wet Milieubeheer staat: Ten aanzien van de inzameling van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen mogen gemeenten in het belang van de bescherming van het milieu regels stellen. Gemeenten mogen hun bevoegdheid niet benutten ter bevoordeling van de eigen inzameldienst en ten nadele van andere aanbieders op de markt. Mits met inachtneming van deze randvoorwaarden kan de inzameldienst aangewezen categorieën afvalstoffen inzamelen uit bijvoorbeeld de kantoren-, winkels- en dienstensector (KWD-afval) en de horecasector. Het milieubelang kan zijn gelegen in geluidhinder, (brand-)veiligheid, overlast en dergelijke; maar ook inzamelefficiency kan een aanleiding vormen. Op basis van dit artikel kan de inzameldienst ook bij scholen actief zijn. Een actueel praktijkbelang wordt gevormd door milieueducatie: het bijbrengen van goed afvalscheidingsgedrag zoals dat in de thuissituatie is vereist en op school navolging en stimulering verdient.

Artikel 22: Bestuurlijke boete

Bij de bestuurlijke behandeling van het Integraal Handhavingsplan 2020-2022 is de vraag gesteld of bij milieuovertredingen (bijv. afvaldumping) het mogelijk is om een boete op te leggen en de overtreder zelf aantoonbaar laten maken onschuldig te zijn.

Bij steeds meer gemeenten is het strafrechtelijk optreden tegen dit soort milieudelicten c.q., ergernissen in de openbare ruimte vervangen door een bestuurlijke boete. Dat is effectiever omdat in het strafrecht (Wet op de economische delicten) eerst de schuld van de overtreder bewezen moet worden (legaliteitsbeginsel) om een boete op te kunnen leggen, terwijl bij de bestuurlijke boete het ongedaan maken van de overtreding en het herstel van de vorige situatie centraal staan. Daarbij kunnen tevens de kosten worden verhaald op de overtreder. De bewijslast ligt gemakkelijker dan in het strafrecht, omdat de overtreder moet aantonen dat hij geen overtreding heeft begaan.

De juridische basis voor de bestuurlijke boete geeft artikel 154b van de Gemeentewet en het hierop gebaseerde Besluit bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte van 15 december 2008. In artikel 154b, eerste lid, onder b van de Gemeentewet wordt aangegeven dat de raad bij verordening kan bepalen dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd voor overtreding van de in een verordening op grond van artikel 10.23 van de Wet milieubeheer (Wm) vastgestelde en strafbaar gestelde voorschriften. De Afvalstoffenverordening Baarn is een dergelijke verordening die op artikel 10.23 Wm is gebaseerd. In deze verordening zijn de overtredingen waar we het hier over hebben strafbaar gesteld (artikel 22). De Afvalstoffenverordening biedt echter geen mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete.