Nota Dierenwelzijn 2020-2024

Geldend van 10-08-2021 t/m heden

Intitulé

Nota Dierenwelzijn 2020-2024

De raad van de gemeente Purmerend,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 10 december 2019,

B E S L U I T:

1. De Beleidsnota Dierenwelzijn 2020-2024 overeenkomstig de bijlage en addendum vast te stellen.

2. De Beleidsnota Dierenwelzijn 2013 in te trekken.

3. Dit besluit treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekend gemaakt.

Voorwoord

Voor u ligt de Nota Dierenwelzijn 2020 – 2024. Een nota die laat zien dat de gemeente Purmerend begaan is met haar dieren. We hebben een aantal ambities die verder gaan dan wat de wet ons voorschrijft. Deze nota geeft aan hoe we de komende periode uitvoering willen geven aan deze ambities én aan de wettelijke taken.

Dieren vormen een belangrijk onderdeel van het leven van onze inwoners. Dieren zijn ook overal om ons heen: thuis, in onze tuin, in de parken, bij het winkelcentrum, in het stadje en in het buitengebied. Veel besluiten en handelingen van de gemeente zijn van invloed op het welzijn van dieren in onze stad. Dit geldt zowel voor onze huisdieren als voor dieren die in het wild voorkomen. Het doel van deze nota is het bijdragen aan het behouden en verbeteren van het dierenwelzijn van alle dieren binnen de gemeentegrenzen van Purmerend.

Bij alle uitdagingen op gebieden als natuurinclusief bouwen, klimaatadaptatie en onze leefomgeving neemt het dier een volwaardige plek in: dieren horen bij onze samenleving en hebben recht op een goed leven. Dat blijkt ook uit het coalitieakkoord 2018-2022.1 Hierin staat onder andere dat we een klankbordgroep dierenwelzijn willen opzetten. Het doel van die groep is om mensen uit het veld met elkaar in contact te brengen en integraal te adviseren over zaken die met dierenwelzijn te maken hebben. De klankbordgroep is tijdens het schrijven van dit voorwoord al tweemaal bijeen geweest. Deze nota is dan ook tot stand gekomen mede dankzij al onze lokale dierenartsen, Dierenambulance Waterland, Dierenopvang Amsterdam, Vogel- en Dierenopvang de Bonte Piet, Dierenbescherming, Dierenpolitie en ambtenaren van Handhaving, Natuur- en Milieueducatie en de kinderboerderij. Voor deze inbreng wil ik hen hartelijk danken.

De ambities in de Nota Dierenwelzijn staan niet op zichzelf maar hebben ook raakvlak met ander beleid binnen de gemeente, zoals het Groenplan Purmerend 2019-2022.2 Dit vraagt ook om een integrale aanpak vanuit de afdelingen openbare ruimte, sociaal domein en vergunningen, toezicht en handhaving. Verschillende ambities in de Nota Dierenwelzijn hebben geleid tot een lijst met actiepunten. Na de vaststelling van de nota zal geregeld worden teruggekoppeld wat de status is van deze acties, en of ze zijn uitgevoerd.

Ik heb er vertrouwen in dat deze nota gaat bijdragen aan het verbeteren van dierenwelzijn in Purmerend en het vergroten van de bewustwording. Samen zorgen we ervoor dat we een diervriendelijke stad zijn en blijven!

foto

Inhoudsopgave

1. Inleiding

1.1 Leeswijzer

2. Landelijke wetten en gemeentelijk beleid

2.1. Wet dieren

2.2. Wet natuurbescherming

2.2.1 Aanvullingswet natuur: richting de Omgevingswet

2.2.2 De Omgevingswet

2.3 Overige wetgeving

2.4 Gemeentelijke regelingen

2.4.1 Vergunningen

2.4.2 APV en evenementen met dieren

2.4.3 APV en hondenbeleid

3. Gemeentelijke werkwijze rondom dierenwelzijn

3.1. Nationale Databank Flora en Fauna & de Flora en Faunacheck

3.2. Gedragscodes

3.3. Klankbordgroep Dierenwelzijn

3.4. Stadsecoloog

4. Gehouden dieren

4.1 Hondenbeleid

4.1.1 Huidige situatie hondenbeleid

4.1.2 Hondenbeleid en de APV

4.1.3 Aanpak en communicatie

4.2 Katten

4.3 Impulsaankopen dieren

4.4 Gedumpte dieren

5. Opvang en verzorging van dieren in nood

5.1 Ophalen, overdragen en opvang

5.2 Vergoeding

5.3 Medische verzorging

6. Gehouden dieren

6.1 Circussen en overige evenementen met dieren

6.2 Landelijk beleid

6.3 Evenementen met dieren en de APV

7. Dieren in de vrije natuur

7.1 Jacht

7.2 Vissen (vervallen)

7.3 Protocol 'dieren voeren in de winter'

8. Schade- en overlast van dieren

8.1 Ganzen

8.2 Meeuwen

8.3 Overige dieren

9. Communicatie en educatie: bewustwording rondom dierenwelzijn

10. Bijen en andere insecten

10.1 Biodiversiteit

11. Welzijn van gehouden dieren vanuit maatschappelijk perspectief

11.1 Dierenwelzijn en minima

11.2 Dierenwelzijn en ouderen

11.3 Dierenwelzijn bij calamiteiten

12. Beemster

13. Overzicht acties en aanbevelingen

1 Inleiding

De Beleidsnota Dierenwelzijn 2020-2024 is de actualisatie van de in 2013 vastgestelde nota Dierenwelzijn. Vanwege ontwikkelingen in nationale wetgeving en de toename in maatschappelijke betrokkenheid bij dierenwelzijn Is deze toe aan vernieuwing. In de nota uit 2013 was een aantal actiepunten opgenomen die sindsdien zijn opgepakt. De situatie is in veel gevallen dan ook gewijzigd. Dierenwelzijn is een zaak van zowel de gemeente als haar inwoners. De gemeente stelt zich ten doel het welzijn van dieren in Purmerend te beschermen en bevorderen, maar ook om dierenleed te voorkomen door middel van preventie en bewustwording.

De definitie van dierenwelzijn die in deze nota wordt aangehouden, is de definitie die wordt aangehouden door de Raad van Dierenaangelegenheden: “’Dierenwelzijn is de kwaliteit van leven zoals deze door het dier zelf wordt ervaren’ (Bracke et al. 1999). Een dier ervaart een positieve staat van welzijn indien het de vrijheid heeft om normale, soorteigen gedragspatronen uit te voeren en het in staat is om adequaat te reageren op de uitdagingen die de heersende omstandigheden bieden.” 3

Dierenwelzijn in Purmerend

In Purmerend wonen mens en dier samen, zowel huisdieren als dieren in de natuur. De gemeente heeft een zorgtaak voor dieren die zij serieus neemt. Dit doet zij door informatieverstrekking en preventie, maar ook door bijvoorbeeld uitvoer te geven aan de wettelijke taken rondom het vervoer en de opvang van zwerfdieren. De stad is per definitie een ingreep op de natuur die dieren afhankelijk kan maken van het handelen van mensen. De gemeente neemt hier een sturende rol in, om het welzijn van zowel gehouden als dieren in de natuur te garanderen. Daarnaast hebben inwoners van Purmerend ook te maken met dieren die overlast veroorzaken. Ook hier wordt gezocht naar de juiste balans.

Nota dierenwelzijn 2020-2024

In deze nieuwe nota dierenwelzijn worden de uitgangspunten van het beleidskader toegelicht. Daarbij geeft de gemeente aan hoe zij uitvoering geeft aan haar (wettelijke) taken. Wat betreft overlast zet de gemeente in op preventie van overlast door informatie en advisering, maar ook preventieve actie zoals nestbeheer. Deze geactualiseerde nota is tot stand gekomen in samenwerking met de input van zowel de klankbordgroep dierenwelzijn als signalen van bewoners. In deze nieuwe versie van de nota dierenwelzijn is rekening gehouden met de aanbevelingen die de Dierenbescherming heeft opgesteld in het document Nota Aanbevelingen Gemeentelijk Dierenwelzijnsbeleid 2018. 4

1.1 Leeswijzer

In deze nota zetten we de huidige situatie rondom dierenwelzijn in Purmerend uiteen. Per hoofdstuk is aangegeven welke actie nog kan worden ondernomen om het dierenwelzijn in de stad te vergroten of te waarborgen. Hoofdstuk 2 gaat in op de landelijke wet- en regelgeving. Hiermee wordt de context van het dierenwelzijnsbeleid geschetst. In hoofdstuk 3 wordt de gemeentelijke werkwijze rondom dierenwelzijn beschreven: op welke manier wordt er door medewerkers werkzaam in de openbare ruimte rekening gehouden met flora en fauna en welke informatie wordt er gebruikt. Hoofdstuk 4 behandelt de gehouden dieren. Hoofdstuk 5 is gericht op de opvang van zwerfdieren en de hierbij betrokken partijen. Hoofdstuk 6 gaat in op vermaak met dieren op evenementen en in circussen. Hoofdstuk 7 behandelt dieren in de vrije natuur. Schade- en vermeende overlast door dieren wordt in hoofdstuk 8 besproken. Hoofdstuk 9 staat in het teken van communicatie en educatie rondom dierenwelzijn. Hoofdstuk 10 gaat kort in op de toekomstige fusie met de Beemster en de specifieke situaties rondom dierenwelzijn die we daar kunnen verwachten. Tenslotte wordt er een overzicht gegeven van alle actiepunten die per hoofdstuk zijn opgesteld.

2. Landelijke wetten en gemeentelijk beleid

Er zijn meerdere wetten van invloed op het gemeentelijk beleid rondom dierenwelzijn. Nationale wetgeving is vaak de implementatie van Europese wetgeving. In dit hoofdstuk wordt de belangrijkste Nederlandse wetgeving besproken rondom dierenwelzijn. Sinds de vaststelling van de nota dierenwelzijn in 2013 hebben een aantal wijzigingen plaatsgevonden in de landelijke wetgeving op het gebied van natuurbescherming en dierenwelzijn. Bijvoorbeeld het verbod op het gebruik van wilde zoogdieren in circussen sinds 15 september 2015.5 Er staat ook nog een belangrijke verandering in wetgeving te wachten: de invoering van de Omgevingswet in 2021. Deze wet wordt in dit hoofdstuk ook toegelicht. 6

Zorgplicht

Iedere burger heeft een zorgplicht voor dieren op grond van de Wet dieren en de Wet natuurbescherming. Elke handeling die schade kan toebrengen aan een dier moet achterwege worden gelaten, of zoveel mogelijk beperkt en voorkomen. Iedereen is volgens de Wet dieren verplicht een dier in nood te helpen, het is dus ook verboden een dier in nood zorg te onthouden. In de Wet natuurbescherming is vastgelegd dat in het wild levende dieren met rust moeten worden gelaten. Als zij in nood zijn, moeten ze wel worden geholpen. De gemeente heeft naast deze algemene zorgplicht een aantal wettelijke verplichtingen op het gebied van dierenwelzijn, zoals de zorgplicht en het opvangen van zwerfdieren en gedumpte dieren. Deze worden in hoofdstuk 5 verder toegelicht. Het gemeentelijk beleid heeft verder ook in de vorm van de APV invloed op dierenwelzijn. De gemeente kan vergunningen verlenen maar ook weigeren op basis van deze APV en andere wetgeving. Onder regelgeving van de APV kan worden gedacht aan het hondenbeleid maar ook het evenementenbeleid.

2.1 Wet dieren

De Wet dieren7 is op 1 januari 2013 in werking getreden. Deze wet omvat een samenhangend stelsel van regels die voornamelijk gehouden dieren (zoals landbouwhuisdieren en gezelschapsdieren) betreffen. Ook dieren die niet worden gehouden vallen hieronder, in het bijzonder door het verbod op dierenmishandeling en door de plicht om hulpbehoevende dieren zorg te verlenen. Er zijn drie Algemene Maatregelen van Bestuur opgesteld ter verduidelijking van de regels:

  • Het Besluit houders van dieren

  • Het Besluit gezelschapsdieren

  • Het Besluit diergeneeskundigen

Met het ingaan van de wet is een aantal bepalingen vervallen van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en zijn de volgende wetten geheel ingetrokken: de Kaderwet diervoeders, de Diergeneesmiddelenwet, de Wet op de dierenbescherming en de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990. Een belangrijke wijziging ten opzichte van oudere wetgeving is dat de intrinsieke waarde van dieren wordt erkend: dieren zijn levende wezen met een eigenwaarde.8 Verder is het chippen van honden geregeld en onderzoekt de landelijke overheid de mogelijkheden tot het verplicht stellen van chippen van katten, Tenslotte is er een ‘positieflijst’ voor zoogdieren geïntroduceerd. Dit is een ‘limitatieve lijst van zoogdieren die als huisdier gehouden mogen worden’, om te voorkomen dat exotische (wilde) dieren als huisdier gehouden worden. De lijst zal in de toekomst uitgebreid worden met andere categorieën, zoals reptielen en vogels.

2.2 Wet natuurbescherming 9

De Wet natuurbescherming is in 2017 aangenomen en vervangt de Flora- en faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. Deze wet is vooral van toepassing op bescherming van dieren in het wild en hun leefomgeving. 10 Deze wet komt voort uit internationale wetgeving en wordt uitgevoerd vanuit de nationale natuurvisie, vastgesteld door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).

“De nationale natuurvisie bevat de hoofdlijnen van het te voeren rijksbeleid gericht op het behoud en het zo mogelijk versterken van de biologische diversiteit, het duurzame gebruik van de bestanddelen daarvan en de bescherming van waardevolle landschappen, in nationaal en internationaal verband, en het behoud en het zo mogelijk versterken van de recreatieve, de educatieve en de belevingswaarde van natuur en landschap, in samenhang met het beleid om te komen tot een verduurzaming van de economie.” 11

2.2.1 Aanvullingswet natuur: richting de Omgevingswet

Vanaf 2021 wordt de wet natuurbescherming opgenomen in de overkoepelende Omgevingswet.12 Deze overgang wordt gefaciliteerd door de Aanvullingswet natuur en waarborgt in de nieuwe Omgevingswet ook de zorgplicht ten aanzien van de natuur, maatregelen die overheden verplicht zijn te nemen om de natuur te beschermen, en specifieke onderwerpen als de bestrijding van overlast gevende dieren zoals de eikenprocessierups. 13

2.2.2 De Omgevingswet

De Omgevingswet is een overkoepelende wet waarin de regels voor ruimtelijke projecten zijn samengevoegd. Het idee is dat ruimtelijke projecten zo meer worden gefaciliteerd in plaats van tegengewerkt door regelgeving. In de Omgevingswet is het uitgangspunt bij het toetsen van vergunningen ‘Ja, mits’ terwijl dit onder de Flora- en faunawet nog ‘Nee, tenzij’ was. De controlerende taak van de gemeente wordt in dit opzicht dus groter: nadelige gevolgen van projecten moeten duidelijk in kaart zijn om te voorkomen dat er vergunningen worden verleend die schade aan planten en dieren veroorzaken. De Flora- en Faunacheck (zie hoofdstuk 3) is hier een belangrijk middel in.

2.3 Overige wetgeving

In het Burgerlijk Wetboek (Boek 5, artikel 8.3)14 staat beschreven dat de burgemeester na twee weken bewaring een dier mag overdragen, verkopen, of laten afmaken. De opvang en verzorging gedurende deze tijd vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente zelf. Verder is de opvang en het vervoer van dieren bij calamiteiten ook onderdeel van de zorgplicht van de gemeente. De gemeente werkt tijdens calamiteiten samen met Politie en Brandweer en de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland (volgens de Wet Veiligheidsrisico’s).

2.4 Gemeentelijke regelingen

Er zijn een aantal gemeentelijke regelingen waarmee de gemeente invloed kan uitoefenen op dierenwelzijn. Zo kan de gemeente vergunningen uitgeven of weigeren die van invloed zijn op dierenwelzijn van gehouden dieren tijdens evenementen, maar ook dieren in de vrije natuur.

2.4.1 Vergunningen

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) wordt op gemeentelijk niveau uitgevoerd in een structuurvisie die het gemeentelijke grondgebied omvat. De gemeente heeft in 2006 de Structuurvisie 2005-2020 vastgesteld. Hierin staat het toetsingskader beschreven voor gewenste en bestaande ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente. De structuurvisie bevat ambities die leidend zijn bij de ontwikkeling van de gemeente tot 2020.15 De structuurvisie is in 2013 aangevuld met een Strategische Plankaart. 16

In 2017 is gestart met het maken van de agenda ‘Purmerend 2040’. Hierin verkent Purmerend de stappen die genomen moeten worden om onze stad voor te bereiden op de toekomst. Woningbouwlocaties, verkeersafwikkeling en duurzaamheid zijn enkele van de onderwerpen die in de agenda aan bod komen. In de bestemmingsplannen worden per wijk of perceel de ruimtelijke plannen weergegeven. In deze plannen wordt rekening gehouden met bebouwing, verkeer maar ook het milieu.

In het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) worden bij de gemeente aanvragen voor omgevingsvergunningen gedaan en getoetst. Inwoners en bedrijven kunnen een omgevingsvergunning aanvragen voor verschillende doeleinden zoals bouw, kappen en milieu. In vooroverleg bij (grootschalige) initiatieven kan de gemeente aansturen op natuurinclusief bouwen. Bij het toetsen van een vergunningaanvraag kan er niet meer worden aangestuurd of verplicht deze opties toe te voegen. Wanneer een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig is, ligt de bevoegdheid bij de provincie (Gedeputeerde Staten). Als bij toetsing van bouwactiviteiten blijkt dat er beschermde soorten of verblijfplaatsen aanwezig zijn, is het aan de provincie om de te nemen maatregelen te beoordelen.

2.4.2. APV en evenementen met dieren

Alle vergunningaanvragen voor evenementen worden getoetst voordat er een vergunning wordt afgegeven. Er is geen apart beleid voor evenementen waarbij dieren betrokken zijn. In hoofdstuk 6 wordt verder ingegaan op evenementen met dieren en de APV.

2.4.3 APV en hondenbeleid

In de APV staan de gemeentelijke regels beschreven waar hondenbezitters zich aan moeten houden. Deze regels zorgen voor een balans tussen de belangen van hondenbezitters en andere inwoners. Toelichting over de APV rondom het hondenbeleid wordt uitgebreid besproken onder 4.1.2 Hondenbeleid en de APV.

Acties & aanbevelingen:

  • Volgen ontwikkelingen landelijke wet- en regelgeving.

3. Gemeentelijke werkwijze rondom dierenwelzijn

In navolging op nationale wetgeving en het gemeentelijk beleid is de werkwijze van verschillende teams afgestemd op het werken met dieren in de stad en natuur. Om het bewustzijn rondom natuurbescherming en dierenwelzijn in de organisatie te verspreiden, worden verschillende informatiebronnen gebruikt, zoals de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF). Verder is de Flora- en Faunacheck (FFC) toegankelijk voor iedereen die geïnteresseerd is in de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten op een specifieke plek. Binnen de gemeente volgen werknemers cursussen op het gebied van natuurbescherming en beheer van de openbare ruimte. Tenslotte werkt de gemeente Purmerend volgens een aantal gedragscodes die de bescherming van groen en diersoorten moeten garanderen.

3.1 Nationale Databank Flora en Fauna & Flora en Faunacheck

Om te kunnen voorzien in de informatiebehoefte binnen de gemeentelijke organisatie is er een abonnement afgesloten voor de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De NDFF is opgezet door de Gegevensautoriteit Natuur en wordt sinds 2013 beheerd door BIJ12, een uitvoeringsorganisatie die alle 12 provincies ondersteunt bij hun gemeenschappelijke taken.17 De databank is een volwaardig systeem dat natuurgegevens bundelt, valideert en op een eenvoudige manier toegankelijk maakt. De databank is binnen de gemeente toegankelijk voor een aantal medewerkers die direct te maken hebben met natuurbescherming en dierenwelzijn. Verder wordt ook gebruik gemaakt van de Flora- en Faunacheck (FFC). 18 In de FFC wordt aangegeven welke beschermde planten of dieren aanwezig zijn op een bepaalde locatie, die door werkzaamheden eventueel gevaar kunnen lopen. De FFC is voor iedereen toegankelijk, ook particulieren.

De Wet dieren en de Wet natuurbescherming raken de gemeentelijke organisatie op verschillende manieren en via verschillende afdelingen, voornamelijk in het Ruimtelijk domein. Dit domein bestaat uit negen teams die werken aan uiteenlopende zaken in de openbare ruimte. De teams die vrijwel dagelijks te maken hebben met de Wet dieren en Wet natuurbescherming zijn: team Wijken (groenverzorging), team Vergunningen, Beleid en Advies (omgevingsvergunningen) en team Toezicht en Handhaving (handhaving van wet- en regelgeving). Binnen de organisatie is dus continu behoefte aan actuele, betrouwbare informatie op het gebied van flora en fauna in en rondom Purmerend.

Teams Vergunningen & Handhaving

Per oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. Het team Vergunning, Beleid en Advies verleent op basis van deze wet de omgevingsvergunning. Er is aan aanhaakplicht met de Wet natuurbescherming: de gemeente bepaalt of de activiteit nadelige gevolgen heeft voor flora en fauna. De aanvrager van de vergunning is zelf verantwoordelijk om vooraf na te gaan of een activiteit invloed heeft op beschermde dieren en planten. Aan de andere kant is ook de gemeente verplicht de aanvragers hierover te informeren en te adviseren of er nadere informatie dient te worden vergaard in de vorm van aanvullend onderzoek. Om dit te kunnen doen is het belangrijk dat de medewerkers van team Vergunningen en team handhaving kunnen beschikken over actuele, makkelijk opvraagbare informatie in de vorm van de NDFF en de FFC.

Team Ontwikkeling

Ook in de ontwikkeling van de stad is het van belang rekening te houden met aanwezige flora en fauna. In het coalitieakkoord 2018-2022 staat dat het college zo veel mogelijk gaat voor het zogenaamde natuurinclusief bouwen: ‘bouwen met aandacht voor de natuur’.19 Specifieke kennis over aanwezige flora en fauna zijn van grote waarde in de voorbereiding en uitvoer van de grote bouwopgave in de stad en de ontwikkeling van gebieden volgens het programma Purmerend 2040 zoals het stationsgebied en het Wagenweggebied. Medewerkers die bestemmingsplannen opstellen, moeten gemakkelijk toegang hebben tot informatie. Dit geldt ook voor de projectleiders die in direct contact staan met aannemers en ontwikkelaars.

Teams in de uitvoering

Voor alle teams die werkzaam zijn in het beheer van de openbare ruimte is het van belang te weten welke flora en fauna voorkomt op het Purmerendse grondgebied. Zo kan het beheer beter worden afgestemd op de aanwezige natuur. Bij grootschalige onderhoudswerken op het gebied van riolering, verharding en groen is de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten een belangrijke factor, met name in de planning van werkzaamheden. Door het borgen van kennis over de aanwezige flora en fauna kan verlies aan biodiversiteit door beheermaatregelen worden voorkomen. Sterker nog, de verwachting is zelfs dat door een beter afgestemd beheer de biodiversiteit zal toenemen.

3.2 Gedragscodes

Het beheer van de stad vergt veel kennis van de natuur en dieren die hierin voorkomen. Om dieren en hun leefomgeving te beschermen, wordt er in het beheer van de stad veel aandacht besteed aan werkwijzen. Het is van belang dat de natuur zich kan ontwikkelen, ook in een stedelijke omgeving. Daarom werkt de gemeente sinds begin 2019 met de gedragscode bestendig beheer en de gedragscode ruimtelijke ontwikkeling van Stadswerk.20 De implementatie van deze gedragscodes betekent dat medewerkers die bij de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden te maken krijgen met de Wet natuurbescherming, hier een passende opleiding voor volgen. Dit om de kennis te borgen binnen de organisatie en te garanderen dat onderhoudsmaatregelen op een dier- en natuurvriendelijke wijze worden uitgevoerd. Ook van partners van de gemeente zoals aannemers vereist de gemeente dat zij werken volgens deze gedragscodes. Beide gedragscodes zijn één-op-één opgenomen in de groenbestekken van Team Wijken. De gedragscode bestendig beheer borgt de deskundigheid van medewerkers door middel van certificaten. De gedragscode ruimtelijke ontwikkeling is van toepassing op de uitvoering van plannen en projecten die in opdracht van of door de gemeente Purmerend worden voorbereid of uitgevoerd. Door te handelen volgens deze gedragscode wordt schade aan (lokale) populaties van dieren en planten voorkomen of tot een aanvaardbaar minimum beperkt.

3.3 Klankbordgroep Dierenwelzijn

In het coalitieakkoord 2018-2022 is de oprichting van de klankbordgroep dierenwelzijn aangekondigd. Het doel van deze groep is als volgt omschreven: ‘om mensen van de dierenambulance, dierenasiel(en), dierenartsen onderwijs en ambtenaren21 met elkaar in contact te brengen en integraal te adviseren over zaken die met dieren te maken hebben. Controle en handhaving op de omgang met dieren is een belangrijk thema voor de klankbordgroep, bijvoorbeeld bij circussen en vogelshows, maar ook diervriendelijk populatiebeheer. Het in de gaten houden van de effecten die we in de nota dierenwelzijn hebben opgeschreven, past ook bij de taken van de klankbordgroep.22’ De klankbordgroep komt eens per halfjaar bijeen om kennis uit te wisselen en actuele onderwerpen te bespreken. Bij de totstandkoming van dit stuk is de input en kennis vanuit de leden van de klankbordgroep meegenomen. De samenwerking en kennisuitwisseling tussen gemeente en experts is essentieel om deze nota tot een gedragen stuk te maken.

3.4 Stadsecoloog

Sinds maart 2010 heeft de gemeente Purmerend een stadsecoloog die zich bezig houdt met het behoud en bevorderen van ecologische structuren in de stad, het bevorderen van de biodiversiteit en het vergroten van het dierenwelzijn. De groeiende aandacht voor deze onderwerpen betekent een groeiend takenpakket: van het afhandelen van meldingen tot het opzetten van informatieve lezingen en rondleidingen. Ook het vergroten van het bewustzijn rondom ecologie en dierenwelzijn is een belangrijke taak, die steeds meer zichtbaar wordt binnen de gemeentelijke organisatie en daarbuiten.

Acties & aanbevelingen:

  • Uitrollen gedragscodes binnen de organisatie. Ook externe partijen die voor de gemeente werken, moeten volgens deze gedragscode werken.

  • Afspraken maken met ontwikkelaars over natuurinclusief bouwen.

  • Toezien op naleving van gedragscodes.

4. Gehouden dieren

Veel mensen hebben een huisdier voor de gezelligheid en zien deze als een onderdeel van het gezin. Honden, katten, maar ook vogels en reptielen worden gehouden. Meestal krijgen deze dieren de zorg en aandacht die ze verdienen, zoals in de Wet dieren omschreven. Sinds de introductie van de Wet dieren is er een chipplicht voor honden, wat betekent dat alle honden gechipt moeten worden na de geboorte. Illegale fokkerijen en het verlaten van honden kan zo op landelijk niveau worden tegengegaan. Omdat niet alle dieren geschikt zijn om als huisdier te houden, is de positieflijst (of huisdierenlijst) opgesteld in het kader van de Regeling houders van dieren. Deze lijst bevat de diersoorten die geschikt worden geacht om als huisdier te houden, zonder specifieke verzorgingsvoorwaarden. Er wordt gewerkt aan een nieuwe versie van deze lijst. 23

4.1 Hondenbeleid

In veel gemeenten wordt speciale aandacht besteed aan hondenbeleid omdat honden een grote invloed hebben op de openbare ruimte. Mens en dier delen de openbare ruimte en het is daarom van belang dat er binnen de stad genoeg plek is om zowel het welzijn van mens als dier te waarborgen. Op deze manier kan overlast in de vorm van geluid, agressie en hondenpoep voorkomen worden. Ook andere dieren zoals broedende vogels kunnen overlast ervaren van honden. Het is van belang dat hun eigenaren zich hiervan bewust zijn.

4.1.1 Huidige situatie hondenbeleid

Het hondenbeleid is in 2000 voor het laatst vastgesteld in een separate beleidsnota en in 2012 opnieuw besproken in de evaluatie hondenbeleid.24 De zeven doelstellingen die ten grondslag liggen aan dit beleid zijn deels verwezenlijkt. Het hoofddoel van het beleid is nog steeds het terugdringen van de overlast door hondenpoep. Hondenpoep is een van de grootste irritaties in de openbare ruimte. Er zijn in de afgelopen jaren bewonersinitiatieven ingediend voor enerzijds het beperken van de hondenpoepoverlast en anderzijds het verbeteren van de hondenvoorzieningen. Daarnaast is er behoefte aan een vernieuwd hondenbeleid: onder andere vanuit het oogpunt van veiligheid en hygiëne. Veiligheid betreft agressieve honden (zie 4.1.2) en hygiëne is een aandachtspunt met betrekking tot zowel inwoners als gemeentelijk medewerkers die werken in het groen. Een laatste aandachtspunt vormt het verdichten van de stad waardoor de openbare ruimte wordt beperkt. Dit betekent dat er keuzes moeten worden gemaakt omtrent het gebruik.

4.1.2 Hondenbeleid en de APV

In de APV staan de regels beschreven waaraan hondenbezitters zich moeten houden.25 Deze regels zorgen voor een balans tussen de belangen van hondenbezitters en andere inwoners. Zoals in veel gemeentes bestaat er een algemene aanlijn- en opruimplicht. Verder staat in de APV omschreven dat gevaarlijke honden alleen kort aangelijnd (en gemuilkorfd) naar buiten mogen met hun eigenaar. Honden kunnen door medewerkers van handhaving als ‘gevaarlijk’ worden aangemerkt wanneer zich een incident heeft voorgedaan waarbij de hond een persoon of dier heeft verwond. Het opleggen van maatregelen gebeurt in samenwerking met de afdeling juridische zaken. Registratie van incidenten gebeurt aan de hand van meldingen door handhaving, dierenpolitie en slachtoffers. Samenwerking tussen deze partijen is van groot belang in het tegengaan van incidenten. Er wordt gekeken naar de mogelijkheid een meldpunt agressieve honden op te zetten en de behoefte aan beleid met betrekking tot bijtincidenten. Verder wil de gemeente inwoners informeren en aanmoedigen hun hond te trainen. Tenslotte is geluidshinder een onderdeel van de APV (artikel 40): ‘Degene die de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt.’ 26

4.1.3 Aanpak en communicatie

Momenteel worden knelpunten in het hondenbeleid geïnventariseerd en wordt een advies voorbereid om het huidige beleid aan te passen op een aantal punten. Met name op het gebied van regelgeving en duidelijke informatieverstrekking.

4.2 Katten

Ook katten kunnen overlast opleveren in de openbare ruimte. Met name de vervuiling door uitwerpselen geeft veel klachten van bewoners. Om dit tegen te gaan worden bijvoorbeeld openbare zandbakken opgeruimd omdat het bijna onmogelijk is om deze verschoond te houden van uitwerpselen. Zandvalondergronden rond speeltoestellen in woonwijken worden omgezet in kunstgras of iets vergelijkbaars. Daarnaast zijn katten ook jagers: zij vangen kleine dieren en zijn net als honden van invloed op dieren in de vrije natuur.

Er bestaat geen chipverplichting voor katten hoewel dit wel wenselijk is om het aantal zwerfkatten tegen te gaan. Wanneer katten gechipt zijn, is het eenvoudiger om de eigenaar te traceren. Hierdoor zal het aantal zwerfkatten afnemen. Toch zijn nog steeds niet alle katten gechipt en geregistreerd. In 2018 hebben 35 gemeenten een gezamenlijke brief aan de Minister van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) gestuurd, met het verzoek een landelijke chip- en registratieplicht voor katten in te voeren.27 In samenwerking met gemeenten en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) wordt door het Ministerie onderzocht in hoeverre een gemeentelijke chip- en registratieplicht op belemmeringen stuit, en er wordt een kosten- en batenanalyse gestart.28 Dit laatste om in beeld te krijgen wat de kosten in de huidige situatie zijn (de dierenambulance, kosten rondom chipacties van gemeentes, en kosten van opvang) tegenover de kosten wanneer er wel een verplichting zou zijn (kosten registratiesysteem en handhaving). De gemeente is van mening dat het welzijn van katten erbij is gebaat een nationale chipverplichting te introduceren en volgt met aandacht de ontwikkelingen.

4.3 Impulsaankopen dieren

Veel mensen houden dieren en zorgen daar goed voor. Er worden echter ook veel dieren in een impuls aangeschaft. Bij impulsaankoop van dieren komt het voor dat mensen de zorgen en kosten onderschat hebben. De zorg voor het dier komt in veel gevallen dan onder de maat te liggen. Om dit te voorkomen is de minister van LNV middels een motie verzocht om maatregelen te nemen om impulsaankopen te voorkomen.29 De minister heeft aangegeven om dit punt in de evaluatie van de Wet dieren mee te nemen. Controle en handhaving op het gebied van dierenwelzijn bij dierenwinkels en handelaren is geen gemeentelijke taak. Dit is landelijk ondergebracht bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID). De gemeente onderschrijft het belang van het ontmoedigen van impulsaankopen en de landelijke ontwikkelingen.

4.4 Gedumpte dieren

Volgens Wet natuurbescherming mag je geen dieren uitzetten of dumpen in de natuur. Soms raken mensen uitgekeken op een huisdier, of hebben onderschat hoeveel werk een dier is. Het gebeurt regelmatig dat dieren ontsnappen of worden gedumpt in de natuur. Het betreft vooral kippen, konijnen en bepaalde soorten eenden. Wanneer de gemeente melding krijgt van een dier dat gedumpt lijkt te zijn, probeert zij te achterhalen wie de eigenaar is. Als de eigenaar niet wordt gevonden is het wenselijk om de dieren weg te vangen en in een opvang op te nemen. De gemeente wil het wegvangen en opvangen van gedumpte dieren meer structureel gaan uitvoeren.

Acties & aanbevelingen:

• Update huidige hondenbeleid.

• Onderzoeken mogelijkheden tot het opzetten van een meldpunt gevaarlijke honden.

• Informatieverstrekking rondom- en aanmoedigen van training van honden.

• Verplicht chippen katten: volgen landelijke ontwikkeling.

• Tegengaan van impulsaankopen van dieren: volgen landelijke ontwikkelingen.

• De gemeente wil het wegvangen en opvangen van gedumpte dieren meer structureel gaan uitvoeren.

5. Opvang en verzorging van dieren in nood

Op grond van zowel de Wet dieren als de Wet natuurbescherming heeft iedere burger een zorgplicht. Om inwoners van Purmerend te informeren wat zij kunnen doen wanneer zij een dier in nood aantreffen, zal de gemeente het noodnummer van de politie 144 (Red een dier) onder de aandacht brengen. 30

Gemeenten hebben naast de algemeen geldende zorgplicht ook een wettelijke verplichting om zwervende dieren (op) te vangen en te verzorgen. Deze verplichting is wettelijk vastgelegd onder artikel 8 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (boek 5)31 en is vastgesteld op 14 dagen. De burgemeester is tijdens deze periode eigenaar van het dier. Na deze twee weken kan de gemeente het dier overdragen aan een opvang indien de eigenaar zich niet heeft gemeld. Dode dieren op de openbare weg worden door de gemeente verwijderd.

5.1 Ophalen, overdragen en opvang

De opvang van zwerfdieren is door de Waterlandse gemeenten gezamenlijk opgepakt. Het doel van een gezamenlijke aanbesteding is om in Waterland tot eenduidige afspraken te komen met zowel de dierenambulance als de dierenopvang. Door een groter aantal dieren kan de gezamenlijke aanbesteding ook prijstechnisch gunstiger uitvallen. De overeenkomst is voor elke gemeente hetzelfde, maar per gemeente is er wel een eigen ondertekende overeenkomst.

Purmerend is ook onderdeel van de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland. In het Regionaal Crisisplan 2019-2020 worden de taken van de Veiligheidsregio als volgt omschreven: ‘Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland (VrZW) vervult een actieve en coördinerende rol bij de bestrijding van rampen en de beheersing van crises en de voorbereiding hierop.’ 32 Dit betreft onder andere de verzorging en opvang van dieren, maar ook het ontsmetten van dieren en dierziektebestrijding.

In Purmerend wordt het vervoeren van dieren bij calamiteiten door de dierenambulance uitgevoerd.

Alle taken rondom ophalen, overdragen en opvang zijn ondergebracht bij de Stichting Dierenambulance Waterland (DAW) en de Dierenopvang Amsterdam (DOA). Vogels en egels worden door de Bonte Piet in Midwoud opgevangen. Andere, incidentele voorkomende soorten, worden naar andere opvangcentra gebracht. De gemeente heeft met DAW een overeenkomst die per 2014 is verlengd met tot en met 2019. Dit contract wordt dan stilzwijgend verlengd. DAW heeft opdracht zorg te dragen voor het ophalen, afvoeren en overdragen van dieren die:

• Ziek of gewond zijn

• Overleden zijn

• Zwerven en waarvan de eigenaar niet kan worden getraceerd

• Wild zijn

Na een aanbestedingstraject in 2016 is de opvang sinds 1 januari 2017 verplaatst van het Dierenopvangcentrum Waterland naar de Dierenopvang Amsterdam. De overeenkomst met het DOA is geldig tot 1 januari 2022, met de mogelijkheid deze stilzwijgend te verlengen. Ook andere dieren behalve zwerfdieren kunnen in het DOA worden opgevangen. Bijvoorbeeld dieren die niet meer gewenst zijn of gehouden kunnen worden. Punt van aandacht is de opvang van dieren in uitzonderingssituaties. In samenwerking met de leden van de klankbordgroep dierenwelzijn wordt gekeken wat mogelijke oplossingen zijn wanneer de opvang vol is en geen dieren meer kan opnemen.

5.2 Vergoeding

Structurele dekking voor de hulp aan dieren komt uit het budget dierenwelzijn. De DOA krijgt een basisvergoeding en daar bovenop een vergoeding per opgevangen dier. Voor de ritten die de dierenambulance voor de Waterlandse gemeenten maakt zijn ook gezamenlijke afspraken gemaakt. Per gemeente is hier vervolgens een overeenkomst voor gemaakt. Per gereden rit wordt een vergoeding gegeven. Dit is echter alleen voor dieren zonder eigenaar of waar de eigenaar niet van achterhaald kan worden. Doordat zwerfdieren door de dierenambulance naar de opvang worden gebracht waar door de Waterlandse gemeenten een overeenkomst mee is afgesloten, kunnen zaken eenvoudig op elkaar worden afgestemd. De Bonte Piet ontvangt een vergoeding per dier. Voor het totaal van de toe te kennen vergoedingen is op jaarbasis een maximum vastgesteld. Er zijn geen afspraken gemaakt met opvangcentra die dieren opvangen die weinig of zelfden voorkomen. In principe wordt er ook voor de opvang van deze dieren een vergoeding gegeven. De kosten voor het ophalen en afvoeren van dode dieren worden gedragen door team Reiniging.

5.3 Medische verzorging

Behalve de dierenambulance en de DOA zijn er nog meer partijen actief in het verzorgen van zwerfdieren. Dierenartsen in Purmerend geven medische verzorging aan wilde of zwerfdieren die door particulieren of de dierenambulance worden binnengebracht. De kosten die hierbij worden gemaakt waren voorheen voor de rekening van de behandelend dierenarts. Tegenwoordig worden de kosten voor het vervoer en de verzorging van binnengebrachte wilde en zwerfdieren vergoed door de gemeente uit het budget dierenwelzijn. Buiten diensturen van Purmerendse dierenartsen worden gewonde dieren uit Purmerend ook naar de Volendamse Dierenkliniek gebracht. De kosten die deze partij maakt, worden ook vergoed door de gemeente Purmerend.

Acties & aanbevelingen:

• Onderzoeken opvang en vervoer dieren in uitzonderingssituaties.

• Het meldnummer 144 onder de aandacht brengen, onder andere via de website van de gemeente, met duidelijke uitleg wanneer het nummer wel/niet moet worden gebeld.

6. Vermaak met Dieren

De toegenomen maatschappelijke betrokkenheid heeft ervoor gezorgd dat mensen ook anders naar vermaak met dieren kijken. De regelgeving ten aanzien van dieren in circussen en evenementen is echter in eerste instantie een rijksaangelegenheid. De gemeente heeft als taak vergunningen in behandeling te nemen en mogelijk te verstrekken. De gemeente heeft dus een beperkte bevoegdheid om regels in te stellen rondom het gebruik van dieren. Toezicht op evenementen met dieren wordt uitgevoerd door de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA). De Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) controleert de algemene toepassing van landelijke regelgeving.

6.1 Circussen en overige evenementen met dieren

Purmerend is een marktstad waar markten van alle soorten en maten worden gehouden. De oude veemarkt is sinds de mond-en-klauwzeer uitbraak in 2001 niet meer toegestaan in de openlucht, slechts in een overdekte hal en onder strenge voorwaarden. In Purmerend zijn er nog steeds evenementen in lijn met de (markt)traditie zoals de vee-tentoonstelling, maar ook de kortebaandraverij.

Door een wijziging in de wet zijn wilde dieren sinds 15 september 2015 niet meer toegestaan in circussen. Sinds 2014 is het lidmaatschap van de Vereniging Nederlandse Circusondernemingen (VNC) verplicht voor circussen die in de gemeente willen optreden. Ook circussen die geen lid zijn maar wel de richtlijnen van de VNC onderschrijven, kunnen in aanmerking komen voor de vergunning. In de richtlijnen van de VNC staan voorschriften voor het houden en laten optreden van dieren (anders dan wilde dieren) in het circus.

Overige evenementen waarin dieren een rol spelen zijn markten, roofvogelshows, kortebaan draverijen, vee-tentoonstellingen en levende kerststallen. Tijdens deze evenementen kunnen problemen met dierenwelzijn voorkomen zoals slechte huisvesting, stress door drukte en lawaai en onvoldoende mogelijkheden tot het vertonen van natuurlijk gedrag. De gemeente Purmerend wil een aantal acties ondernemen om evenementen met dieren te goed af te wegen. Zo sluit Purmerend zich aan bij andere gemeenten in het aandringen op landelijke regelgeving rondom dierenoptredens. De evenementen met dieren die wel worden gehouden, moeten voldoen aan de eisen rondom dierenwelzijn zoals omschreven in landelijke regelgeving.

6.2 Landelijk beleid

In het ‘Besluit houders van dieren’ staan de eisen voor de diergezondheid en het dierenwelzijn van gezelschapsdieren op markten, tentoonstellingen en beurzen (Wet dieren).33 Het vormt hiermee een kader voor het gemeentelijk evenementenbeleid met dieren. Er zijn ook een aantal beperkingen aan de mogelijkheden om tijdens een evenement dieren te gebruiken. Deze zijn opgenomen in de Wet dieren. Er is een verbod op het gebruiken van dieren als prijs, beloning of gift (artikel 2.13), op het organiseren van gevechten tussen dieren (artikel 2.14) en op het onnodig pijn doen of veroorzaken van letsel bij een dier (artikel 2.1). Op dit moment volgt de gemeente landelijk beleid ten aanzien van circusdieren. Het toelatingsbeleid voor dierencircussen houdt in dat er voldoende aandacht is voor de verzorging van de dieren. Dit vereiste geldt ook voor andere evenementen met dieren zoals levende kerststallen en roofvogelshows.

6.3 Evenementen met dieren en de APV

Alle vergunningaanvragen voor evenementen worden getoetst voordat er een vergunning wordt afgegeven. Er is tot op heden geen apart beleid voor evenementen waarbij dieren betrokken zijn. Wel wordt er aan elk evenement met dieren als voorwaarde opgenomen dat evenementen zich houden aan de regels omtrent dierenwelzijn zoals omschreven in de Wet dieren. Het is wenselijk dat de stadsecoloog zo nodig bij de beoordeling van vergunningaanvragen voor evenementen met dieren wordt betrokken. Verder wordt indien nodig advies ingewonnen bij de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA) bij het toetsen van de aanvraag. Het welzijn van dieren voor en tijdens dergelijke evenementen wordt gecontroleerd door de NVWA34, maar ook de medewerker dierenwelzijn en de Dierenpolitie zijn hierbij betrokken.

Acties & aanbevelingen:

• Blijven volgen landelijke ontwikkelingen en wetgeving rond het gebruik dieren bij evenementen.

• Vergunningaanvragen voor evenementen met dieren goed afwegen: evenementen met dieren moeten voldoen aan (door de gemeente) opgestelde voorwaarden.

• De stadsecoloog wordt bij de beoordeling van vergunningaanvragen voor evenementen met dieren betrokken.

7. Dieren in de vrije natuur

Behalve gehouden dieren komen er ook dieren voor in en rondom de stad, in de parken en in de natuurzone. De leefomgeving van dieren in en rond de stad staat onder druk door de invloed van mensen. Er zijn een aantal aspecten waarop de gemeente haar invloed uitoefent, zoals jagen, vissen en het voeren van dieren in de openbare ruimte.

7.1 Jacht

Jagen is het achtervolgen, vangen en doden van dieren voor consumptie van vlees, voor gebruik van de huiden of geweien, maar ook voor recreatie. Sinds 2010 is het in Purmerend niet meer toegestaan om te jagen. Jacht en plezierjacht komen niet voor. De huidige Wet natuurbescherming bevat regels over de jacht in Nederland. Tot 2010 had een externe partij, de Wild Beheers Eenheid (WBE) een contract met de gemeente waarin het recht om te jagen was toegestaan. De gemeenteraad heeft in 2007 besloten om het contract met de WBE tot 2010 te handhaven en daarna niet te verlengen.

7.2 Vissen

Purmerend is rijk aan waterleven: op en in het water leven kikkers, vissen en andere diersoorten. Sportvissers maken graag gebruik van het aanwezige water. Als gemeente onderstrepen we het belang van vissen volgens een zo diervriendelijk mogelijke methode, dit benadrukken we bij partijen als de Hengelsportvereniging. De Hengelsportvereniging geeft leden voorlichting over verantwoord vissen, hierdoor komt er meer begrip voor vissenwelzijn. Nadruk op bewustwording over dierenwelzijn is in lijn met de gemeentelijke ambitie.

Sportvissers in binnenwateren en zoute wateren moeten zich aan regels houden zoals omschreven in de Visserijwet 1 , net als de professionele visserij. De hengelsport valt onder de Wet dier en de Wet natuurbescherming. Leden van sportvisserijverenigingen krijgen tenslotte ook gedragscodes opgelegd die het welzijn van vissen moeten borgen. Onderdeel hiervan is dat elke sport- en recreatieve visser een VIS-pas moet hebben die aantoont dat zij toestemming hebben om te vissen. Deze pas kan worden aangevraagd via de Sportvisserij (in Purmerend de Hengelsportvereniging).

De gemeente werkt samen met het Hoogheemraadschap (HHNK) om de biodiversiteit op en in het water te verbeteren. Onder andere door aandacht voor de gevolgen van werkzaamheden voor het waterleven. Door kennis te delen met partijen als de Vissenbescherming en de Hengelsportvereniging, kan het ecologisch waterbeheer en de controle van het populatieniveau in de stad worden versterkt. Het vergroten van het vissenwelzijn is hierbij uitgangspunt.

De sportvisserij voert zelf beleid op handhaving van de gedragscode door middel van eigen boa’s en controleurs. De gemeente onderstreept het belang hiervan: op deze manier wordt het vissenwelzijn zoveel mogelijk beschermd. Zowel de Hengelsportvereniging als de Vissenbescherming worden uitgenodigd voor de klankbordgroep bij bespreking van het onderwerp vissen.

Acties en aanbevelingen:

  • Zowel de Hengelsportvereniging als de Vissenbescherming worden uitgenodigd voor de klankbordgroep bij bespreking van het onderwerp vissen.

  • Op de gemeentelijke website wordt het nummer van het Hoogheemraadschap gepubliceerd. Hier kan men naar bellen in geval van dode vissen of vissen in nood.

7.3 Protocol ‘dieren voeren in de winter'

Tijdens strenge winters hebben met name watervogels het moeilijk. Zij hebben bij vorst last van een beperking van hun leefgebied door bevriezing van sloten, vaarten en rivieren. De dieren zoeken elkaar op en vormen grote groepen bij wakken. In geval van sneeuw of ijzel kan er ook niet meer van gras of van daarin te vinden voedsel worden gegeten. En bij temperaturen onder nul kost het dieren tevens veel energie om zich warm te houden, zodat hun vetreserve flink moet worden aangesproken.

Communicatie over het voeren van dieren

Het voeren van dieren, of het op andere manieren achterlaten van etensresten, zorgt voor meer overlast van dieren dan nodig is. Om deze reden is het van belang het bewustzijn van bewoners op dit gebied te vergroten. Door in de openbare ruimte te zorgen voor een zo gevarieerd mogelijke beplanting zal voeren van vogels minder nodig zijn. Inheemse (bloeiende) planten, planten die bessen dragen, maar ook planten die insecten aantrekken zijn interessant voor vogels. Meer dood hout in de beplanting laten liggen om insecten aan te trekken is ook een maatregel. Tenslotte is het nuttig om waar mogelijk delen van plantsoenen vol kruiden te laten (deze dus niet te schoffelen of plukken) waardoor vogels ook meer voedsel kunnen vinden.

Beleidsuitgangspunten voeren van dieren.

Op plaatsen met grote aantallen watervogels kunnen in de winter bij vorst wakken worden gezaagd en voer worden aangeboden. Indien mogelijk kan gras gedeeltelijk sneeuwvrij worden gemaakt bij hevige sneeuwval zodat er weer van het gras gegeten kan worden. De gemeente kan in bepaalde gevallen gaan voeren, dit voer kan uit het budget dierenwelzijn aangeschaft worden.

De richtlijnen die door de Dierenbescherming zijn opgesteld betreft het moment van voeren, worden aangehouden. Dit zijn de volgende richtlijnen:

  • langdurige (twee weken) matige tot strenge vorst, al dan niet gepaard gaand met ijzel en sneeuwval;

  • op korte termijn geen verwachte weersverbetering;

  • binnenkomende meldingen van koude-slachtoffers;

  • toenemende vogelconcentraties rond wakken.

Acties & aanbevelingen:

• Waar mogelijk meer inheemse beplanting en dood hout en geen 100% onkruidbestrijding.

• Richtlijn Dierenbescherming volgen betreft het voeren van dieren in de winter.

8. Schade- en overlast van dieren

Dieren kunnen in een stedelijke omgeving zorgen voor overlast. Mens en dier wonen samen op een beperkte oppervlakte en soms zijn de belangen strijdig. In Purmerend komen meerdere diersoorten voor in bewonersmeldingen over overlast. Preventie is van groot belang in het beheersen van overlast. Het voorkomen van voedselresten op straat door inwoners te wijzen op de mogelijke overlast van dieren, is een van de belangrijkste maatregelen. Bij bepaalde soorten en op specifieke plekken onderneemt de gemeente gerichte actie, zoals het nestbeheer bij ganzen. Bij andere soorten die voorkomen op en rondom particuliere eigendommen, biedt de gemeente voorlichting en advies aan bewoners en bedrijven. Voor alle soorten geldt dat de openbare- en verkeersveiligheid niet in het geding mogen zijn door de aanwezigheid van deze dieren.

8.1 Ganzen

Het huidige beleid rondom ganzen is erop gericht op de troepen niet te groot te laten worden. Het Ruimtelijk Domein is verantwoordelijk voor het beheer van de ganzenpopulatie. De werkzaamheden zelf zijn uitbesteed aan een aannemer. Het beheer van de ganzenpopulatie gebeurt door onder andere preventief nestbeheer, waarbij ganzeneieren worden bestreken met maisolie. Dit stopt de verdere ontwikkeling en de eieren komen daardoor niet uit. Ook worden indien nodig (bijvoorbeeld in verband met de verkeersveiligheid) ganzen gevangen en via een opvang buiten Purmerend uitgezet.

Beleidsuitgangspunten omtrent ganzen

De gemeenteraad heeft in het verleden bepaald dat er maximaal driehonderd Canadese ganzen in de openbare ruimte mogen verblijven en maximaal honderd boerenganzen. De aantallen Canadese en boerenganzen zijn nog steeds redelijk tot goed onder controle. In de broedtijd wordt het maximale aantal van 300 Canadese ganzen ook niet gehaald. Buiten de broedtijd is het aantal nog minder tot (zeer) weinig. Overlast en schade is weinig voorgekomen de afgelopen jaren, wel zijn er nog steeds enkele klachten over geluidshinder en overlast door uitwerpselen. Andere ganzensoorten zoals de grauwe gans zijn ook gezien binnen de gemeentegrenzen. Ook deze soorten worden meegenomen in het (preventieve) nestbeheer. Dit is in Noord-Holland zonder ontheffing mogelijk.

Het beleid voor boerenganzen is erop gericht om troepen niet te groot te laten worden. De gewenste omvang per troep is locatieafhankelijk en vereist maatwerk. Het streven is om de huidige populatie boerenganzen in stand te houden.

8.2 Meeuwen

In de stad is een toenemende overlast van op daken broedende zilver- en kleine mantelmeeuwen. Bijvoorbeeld door het gekrijs van de meeuwen en de vervuiling van eigendommen. Wanneer jonge meeuwen uitvliegen, worden de ouders zeer beschermend. Jaarlijks komen er bij de gemeente meldingen binnen van overlast door op (privé)daken broedende meeuwen. De gemeente adviseert of verwijst naar een bedrijf dat werende voorzieningen kan aanbrengen. De pandeigenaar is zelf verantwoordelijk voor het aanbrengen van werende voorzieningen.

Beleidsuitgangspunten rondom meeuwen

Beide meeuwsoorten zijn beschermde soorten. Het is mogelijk dat de gemeente een ontheffing aanvraagt om de eieren door kunsteieren te vervangen, zodat bewoners van deze ontheffing gebruik kunnen maken om iemand in te huren voor het vervangen van de eieren. Deze maatregel is echter niet gewenst. Met name de zilvermeeuw loopt landelijk in aantal achteruit. Een ander nadeel is dat deze maatregel elk jaar opnieuw moet worden uitgevoerd en er elk jaar opnieuw kosten moeten worden gemaakt.

Een meer structurele oplossing is het aanbrengen van voorzieningen om meeuwen te weren, of tijdens de bouw daken al minder aantrekkelijk te maken. Voor meeuwen zijn steden erg aantrekkelijk omdat er eenvoudig aan voedsel kan worden gekomen. Daken zijn daarbij veilige broedplekken. Dit is niet enkel voor meeuwen van toepassing: ook andere dieren worden door voedsel aangetrokken en kunnen overlast veroorzaken.

8.3 Overige dieren

Stadsduiven

Duiven komen voor op plaatsen waar voedsel te vinden is. Ook in dit geval is het van belang dat er voor de duiven zo weinig mogelijk voedsel is te vinden. Behalve het ontmoedigen van het voeren bestaat er de mogelijkheid van het toepassen van geboortebeperking bij stadsduiven. De stad Tongeren (België) is hier in navolging van Venetië in 2017 mee begonnen. Omdat er gebruik wordt gemaakt van een geboorte beperkend middel wordt er nauw samengewerkt met een dierenarts. Voor het voeren van de duiven wordt gebruik gemaakt van vrijwilligers of dispensers die op een bepaalde tijd voer geven. Bij een toename van overlast door duiven zal worden gekeken of deze werkwijze ook voor Purmerend bruikbaar is, indien andere preventieve maatregelen onvoldoende effect hebben.

Kauwen

Op sommige plaatsen wordt in de stad ook overlast ervaren van kauwen. Met name de plaatsen waar kauwen in grote aantallen in bomen overnachten. De piek in het aantal meldingen is vlak na de broedtijd. De jongen vliegen dan met hun ouders mee naar de bomen en zorgen soms voor een verdubbeling van het aantal dieren. De maanden na de broedtijd zie je het aantal dieren weer afnemen. De overlast bestaat uit het “gebabbel“ wat de kauwen doen voor ze gaan slapen en de poep die onder de bomen komt te liggen. In een regenperiode is deze poep overlast praktisch niet aanwezig, maar in een droge periode des te meer. Een andere vorm van overlast is het gooien van stenen. Kauwen vinden stenen op daken en laten deze van een hoogte naar beneden vallen. In veel gevallen komen deze stenen op auto’s terecht met schade als gevolg.

Kauwen zijn opportunisten: ze eten wat ze krijgen kunnen. Het goed omgaan met ons afval, het niet voeren en het voorkomen van nestplaatsen in woningen zal bijdragen aan het voorkomen van onnodige overlast. Verjagen van kauwen op overlast gevende plaatsen wordt niet als structurele oplossing gezien. Ze zullen een andere locatie zoeken met als gevolg dat de overlast door verjaging enkel verplaatst wordt of op een gegeven moment weer op de oude locatie terugkomt.

Ratten

Ratten worden vanuit volksgezondheid bestreden. Voor bewoners is deze dienst in hun woning, tuin en omgeving gratis. Bedrijven dienen zelf een bestrijder in de hand te nemen. Bestrijding wordt door een bevoegd bedrijf gedaan dat werkt volgens de geldende regelgeving. Een gemeente vrij van ratten is niet het doel. Bij de bestrijding van ratten is het van belang dat een plaag wordt voorkomen. Het is van belang dat er zo weinig mogelijk voedsel te vinden is. Communicatie is belangrijk: bewoners moeten worden gemotiveerd om geen voedsel te laten liggen in de openbare ruimte en afval goed weg te gooien.

Wespen

Zeer incidenteel wordt een nest met wespen bestreden. Verzoeken voor het bestrijden van een nest komen regelmatig bij de gemeente binnen. Wespen zijn echter nuttige dieren die in de natuur opruimen en insecten eten die vaak voor bepaalde gewassen schadelijk zijn. Om deze reden worden wespennesten niet bestreden tenzij deze een direct gevaar voor de omgeving oplevert, zoals op een kinderspeelplaats.

Acties & aanbevelingen:

• Focus op preventie in plaats van bestrijding van overlast.

• Preventie door nestbeheer. Het beleid voor boerenganzen is erop gericht om troepen niet te groot te laten worden. De gewenste omvang per troep is locatieafhankelijk en vereist maatwerk. Het streven is om de huidige populatie boerenganzen in stand te houden.

• Onderzoek naar toepasbaarheid nieuwe preventieve maatregelen.

• Informatieverstrekking rondom preventiemogelijkheden particulieren.

9. Communicatie en educatie: bewustwording rondom dierenwelzijn

Communicatie en educatie zijn van belang in het proces van bewustwording van dierenwelzijn, zowel van inwoners en politici als medewerkers van de gemeente. De afgelopen jaren is de gemeente steeds actiever geworden in het vergroten van dit bewustzijn. Dit is in lijn met bijvoorbeeld het Groenplan (2018)35 waarin het vergroten van ecologie en biodiversiteit als onderdeel is opgenomen. Ook in het coalitieakkoord is opgenomen dat er meer aandacht wordt gegeven aan communicatie over ecologisch beheer.36 De natuur moet worden beschermd in een groeiende stad waar steeds minder ruimte is voor dieren. Dierenwelzijn moet actief de aandacht krijgen om het te kunnen waarborgen.

Communicatie

De afgelopen jaren is er van diverse mogelijkheden gebruik gemaakt om ontwikkelingen en informatie op het gebied van biodiversiteit en dierenwelzijn te delen. Dit met het doel een zo groot mogelijk publiek te bereiken. Er verschijnen regelmatig artikels en interviews met de stadsecoloog via verschillende media zoals kranten, dagbladen en de gemeentelijke website. Verder is de stadsecoloog te horen en zien op de radio, (lokale) televisie en lezingen.37 Ook binnen de gemeentelijke organisatie wordt gecommuniceerd over biodiversiteit en dierenwelzijn via de intranetpagina en rondleidingen. Op deze manier zijn collega’s op de hoogte van de ontwikkelingen rondom biodiversiteit en dierenwelzijn, en de mogelijke link met hun eigen werk.

Uniek (in) Purmerend

De natuurzone is ontstaan ter compensatie vanwege het ontwikkelen van de Baanstee Noord. Hoewel deze compensatie was opgelegd, is de gemeente verder gegaan met de ontwikkeling van de natuurzone dan de verplichting voorschreef. Door het faciliteren van een aantal diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving, zoals de kerkuil, steenuil, bittervoorn en rugstreeppad. De natuurzone brengt extra verplichtingen met zich mee zoals het beschermen van aanwezige beschermde diersoorten als de kerkuil, maar laat ook de ambitie zien van de gemeente: meer biodiversiteit in de stad. In 2017 heeft de gemeente de ‘Gouden Zwaluw’ gewonnen en uitgereikt gekregen van de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap voor deze zone. Deze prijs wordt uitgereikt aan personen of organisaties die zich inzetten voor de natuur in een stedelijke omgeving. In het coalitieakkoord is daarnaast ook een andere ambitie benoemd: Purmerend gaat voor zo veel mogelijk natuurinclusief bouwen in de stad.

Educatie

Een aantal organisaties in Purmerend heeft zich toegelegd op educatie over natuur, ecologie en dierenwelzijn. Zo wordt op de kinderboerderij in Purmerend de nadruk gelegd op de educatieve taak. Kinderen leren hier meer over de levensloop van dieren en zien hoe de belangrijk een goede verzorging van dieren is. Op de kinderboerderij zijn alleen gezelschaps- en boerderijdieren te vinden en een enkele exoot die op de huidige positieflijst staat. De kinderboerderij conformeert zich aan de aanbevelingen van de Dierenbescherming rond huisvesting, verzorging, dierenwelzijn, fokbeleid en omgang met dieren.38 Verder is de kinderboerderij lid van de Vereniging Stads- en Kinderboerderijen Nederland.

De organisatie Natuur- en Milieueducatie (NME) verzorgt lessen op de kinderboerderij en op de schoolwerktuinen. Deze organisatie geeft lessen waarin kinderen kennismaken met diersoorten, hun voedsel en hun leefomgeving. Het doel is bewustwording van de omgang met dieren, maar ook waar ons voedsel vandaan komt en hoe het groeit. De NME organiseert een activiteitenprogramma waar scholen zich voor kunnen inschrijven. Er zijn bijvoorbeeld lessen over bijen en roofvogels. Deze worden gehouden op de kinderboerderij en in de natuur.

Ruimte voor natuureducatie

De gemeente werkt ook samen met het Instituut voor natuureducatie (IVN). Zo wordt er door de gemeente aan het Trimpad een loods geplaatst, die door zowel IVN als NME gebruikt kan worden. Deze loods wordt gebouwd ter vervanging van een oude opslag voor gereedschap in een vervallen boerderij, maar zal nu ook dienen als locatie om meer lessen aan te kunnen bieden over de natuur.39 Zowel IVN als NME kunnen gebruik maken van de faciliteiten om kinderen en volwassenen meer bij te brengen over flora en fauna en milieubewustzijn. Lesmateriaal, informatiemateriaal en evenementen ter ondersteuning van het onderwijsprogramma worden ontwikkeld door zowel IVN als NME.

Acties & aanbevelingen:

• Bewustzijn rondom flora en fauna onder kinderen en volwassenen vergroten.

10. Bijen en andere insecten

Insecten zijn belangrijk voor de biodiversiteit in de stad. Bijen zijn een goed voorbeeld: ze zorgen via bestuiving voor een deel van ons dagelijks voedsel. Ook zijn ze belangrijk voor de verspreiding van erfelijk materiaal en de diversiteit binnen soorten. Grote genetische verschillen tussen planten versterken de weerbaarheid van soorten. De achteruitgang van bloeiende planten, gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, schaalvergroting en intensivering in de landbouw en de introductie van exoten zoals de Varroa-mijt bij de honingbij hebben de afgelopen jaren gezorgd voor een wereldwijde bijensterfte. In Nederland is ook een groot aantal soorten bijen verdwenen of bedreigd. In 2018 is de stand van alle bijensoorten opgenomen op de Rode lijst die wordt gepubliceerd in de Staatscourant.40

10.1 Biodiversiteit

Bij het stimuleren van de wilde bij is het belangrijk om in te zetten op biodiversiteit: een gevarieerd aanbod van bloemdragende (inheemse) kruidachtige planten, heesters en bomen. Ook het aanbieden van open stukken in een terrein of dijk en het achterlaten van dood hout is van belang voor de voortplanting. Daarbij zijn er bermen en dijken ingezaaid met een bloemrijk kruidenmengsel. In samenwerking met een zaadleverancier zijn er in 2019 vier verschillende inheemse mengsels samengesteld die elk voor een specifieke situatie geschikt zijn. Omdat de mengsels soorten bevatten die van nature in onze regio voorkomen worden de mengsel Laag Holland 1,2,3 en 4 genoemd. Verder zijn er voorzieningen aangelegd of geplaatst die bijdragen aan de voortplanting.

De gemeente Purmerend doet al decennia lang moeite om rekening te houden met de natuur in en om de stad. Belangrijke ecologische dragers zijn de ringvaarten, het spoor en de middentocht. Ook de Verzetslaan, de Laan der Continenten, de Gorssloot, de Koogsingel en alle bermen en dijken zijn belangrijk.

Er worden maatregelen genomen om insectenpopulaties van bijvoorbeeld bijen, zweefvliegen en dagvlinders te stimuleren en in sommige gevallen te intensiveren. Onderdeel hiervan was een nulmeting in 2014 van het wilde bijenbestand, dagvlinders en zweefvliegen, dit is in 2018 herhaald.41 Ook bewoners kunnen bijdragen aan de bijenstand door het gebruik van bijenvriendelijke beplanting. Bewoners van nieuwbouwwijken worden hierover geïnformeerd, maar ook andere geïnteresseerden. Dit is in lijn met een landelijke trend om verstening in tuinen tegen te gaan en de biodiversiteit te stimuleren. 42

Maaien

Ruig gras met bloemrijke kruiden wordt vanaf 2019 niet meer voor 100% gemaaid zoals voorheen gebeurde. Dit is een maatregel die in het coalitieakkoord is aangekondigd. Deze bermen, dijken en dergelijke worden nu voor 70% gemaaid zodat er 30% blijft staan. Deze 30% is voor veel insecten van belang voor het vinden van voedsel, voortplanting en overwintering. Maatregelen die voor wilde bijen worden genomen zullen ook voor veel andere insecten gunstig uitpakken.

Acties & aanbevelingen:

• Doorgaan op de ingeslagen weg: stimuleren bijenbestand.

• Stimuleren van het vergroenen van tuinen.

11. Welzijn van gehouden dieren vanuit maatschappelijk perspectief

Dierenwelzijn en de verstoring hiervan gaan soms hand in hand met andere sociale problematiek zoals armoede, huiselijk geweld en andere vormen van persoonlijk onvermogen om goed voor een dier te kunnen zorgen. Ook in moeilijke (thuis)situaties is het van belang dat huisdieren goed worden verzorgd en opgevangen. De gemeente wil inwoners hierin bijstaan. De laatste jaren stijgt het aantal huisbezoeken door de welzijnspartners van de gemeente. Zij hebben de focus op preventie en het opvangen van verschillende signalen met betrekking tot gezondheid, eenzaamheid en verzorging. Het is daarom goed om dierenwelzijn apart onder de aandacht te brengen. Dit doet de gemeente door de Signalenkaart dierenwelzijn te verspreiden onder medewerkers en welzijnspartners.43 In lijn met andere gebieden van het dierenwelzijnsbeleid ligt de focus op preventie: liever voorkomen dan genezen.

11.1 Dierenwelzijn en minima

Gemeentelijk medewerkers en medewerkers van onze welzijnspartners vanuit de sociale wijkteams komen regelmatig thuis bij inwoners. Tijdens deze huisbezoeken wordt er gelet op verschillende signalen. Een gebrek aan welzijn van een huisdier kan een signaal zijn. Zo kan vervuiling door een dier opvallen, maar ook mogelijke ondervoeding of zelfs verwonding van een dier. Een grote hond in een gezin waar mensen leven van een beperkt budget is een mogelijk signaal dat er moeilijkheden zijn. In dit soort gevallen nemen preventiemedewerkers het initiatief door inwoners te wijzen op mogelijkheden tot (financiële) ondersteuning. In ieder geval wordt het gesprek aangegaan.

Indien eigenaren van huisdieren (tijdelijke) financiële of andere ondersteuning nodig hebben om het welzijn van hun dier te kunnen waarborgen, kan men met de gemeente in gesprek over de ondersteuningsmogelijkheden. In Purmerend bestaat geen financiële hulp voor mensen met een minimuminkomen die een dier hebben, zoals de ADAM-regeling in Amsterdam.44 Wel kan er verwezen worden naar de kostenvergoeding voor medische kosten. Dit is een initiatief van onder andere de Dierenbescherming.45 De Purmerendse voedselbank kan dierenvoer meegeven aan inwoners die aangeven dat ze een huisdier hebben. De gemeente wil onderzoeken of er behoefte bestaat aan financiële ondersteuning bij de verzorging van dieren van inwoners met een minimuminkomen, en wat de mogelijkheden hierin zijn.

11.2 Dierenwelzijn en ouderen

Ouderen zijn niet altijd meer goed ter been en hebben soms meer moeite om goed voor hun huisdier te zorgen. Dieren maken een groot verschil in het leven van ouderen doordat zij hen gezelschap houden en zorgen dat zij in beweging blijven en mensen ontmoeten. Daarom is het belangrijk dat de huisdieren zo lang mogelijk bij hun eigenaar kunnen blijven. Behalve dat dit eenzaamheid onder ouderen kan tegengaan, is het ook in lijn met de huidige situatie in de ouderenzorg. Mensen blijven langer zelfstandig wonen voordat zij naar een verzorgingstehuis of aanleunwoning kunnen, maar hebben hier wel hulp bij nodig.

Een oplossing waar de gemeente naar kan verwijzen is het inschakelen van dierenbuddy’s.46 Dit is een initiatief van de Dierenbescherming waarbij vrijwilligers op structurele basis langs komen bij bewoners (thuis maar ook in een tehuis) om een kooi of bak te verschonen, of de hond mee te nemen voor een grote ronde buiten. Op deze manier worden ouderen geholpen bij de (fysieke) taken rondom het verzorgen van een dier, de hygiëne is gewaarborgd en het dier geniet van een schone slaapplek of een lange wandeling. Over het woonbeleid in verzorgingstehuizen heeft de gemeente geen invloed, maar in gesprek met zorginstelling kan worden benadrukt dat het houden van huisdieren van waarde is voor zowel mens als dier.

11.3 Dierenwelzijn bij calamiteiten

Er bestaat in Purmerend geen calamiteitenplan speciaal voor dieren, maar vanwege het uitgebreide regionale netwerk (Veiligheidsregio Zaanstad-Waterland) is er altijd een oplossing voor dieren in noodsituaties. Bij calamiteiten wordt de hulp ingeschakeld van de dierenambulance door politie of brandweer wanneer ter plaatse blijkt dat er een huisdier aanwezig is. Dit kan bij een brand zijn, maar ook een uithuisplaatsing of arrestatie. In geval van huiselijk geweld bestaat er een organisatie die opvang regelt voor huisdieren wanneer iemand de thuissituatie ontvlucht, stichting Blijf van mijn dier.47 De opvang gebeurt op tijdelijke basis bij geselecteerde gastgezinnen, pensions en andere opvanglocaties. Het doel is het dier en baasje te herenigen wanneer de situatie dit toestaat.

Binnen de veiligheidsregio zijn er voldoende partners voor het opvangen van dieren. Wanneer het grote dieren betreft zoals paarden of schapen, kan de LTO worden ingeschakeld. Zij vangen grote dieren op en kunnen deze verzorgen.

Acties & aanbevelingen:

• Bewustzijn vergroten van signalen rondom dierenwelzijn bij huisbezoeken door gemeentelijke medewerkers en welzijnspartners.

• Onderzoeken van noodzaak en mogelijkheden tot financiële ondersteuning voor minimum-inkomens.

12. Beemster

Met de aanstaande fusie tussen Purmerend en de Beemster in het vooruitzicht, komt een aantal aanvullende onderwerpen binnen dierenwelzijn in de aandacht. Het uitgestrekte landelijke gebied van de Beemster en het stedelijke gebied Purmerend worden samengevoegd. Dieren leven in beide gebieden onder verschillende omstandigheden. Het welzijn van landbouwdieren, schuilstallen, maar ook een actueel onderwerp als stalbranden zal meer aandacht behoeven vanaf de fusie. In de komende twee jaar zal de nota op dit gebied worden aangevuld.

Stalbranden

De afgelopen jaren zijn stalbranden regelmatig in het nieuws. In Purmerend zijn er slechts twee stallen, maar de fusie betekent dat de nieuwe gemeente een aanzienlijke hoeveelheid stallen telt. Bij stalbranden kunnen grote aantallen dieren omkomen en de impact op de veehouder, omwonenden en de dieren zelf is erg groot. Veel voorkomende oorzaken van een stalbrand zijn kortsluiting, klussen en oververhitting van apparatuur.48 Kortsluiting in elektrische installaties kunnen worden voorkomen door regelmatige inspecties. Bij oplevering van nieuwe stallen, maar ook daarna eens per jaar een agro-elektra inspectie kan mogelijke gevoelige plekken van de elektrische bedrading, stopcontacten en apparatuur ontdekken en repareren.

De gemeente kan alleen en in samenwerking met de Veiligheidsregio Zaanstad-Waterland een belangrijke rol vervullen in de preventie van stalbranden. Onder andere door middel van omgevingsvergunningen voor bouw en verbouw van stallen. De voorschriften rond brandpreventie en de handhaving hiervan ligt ook bij de gemeente. Met de fusie tussen de Beemster en Purmerend in het vizier en in lijn met landelijke regelgeving49, zal onderzoek worden gedaan naar regelgeving en handhaving rondom brandveiligheid in stallen.

Acties & aanbevelingen:

• In kaart brengen dierenwelzijnsonderwerpen specifiek voor de Beemster en gerelateerde regelgeving.

13. Overzicht acties en aanbevelingen

  • Volgen ontwikkelingen landelijke wet- en regelgeving.

  • Uitrollen gedragscode binnen de organisatie. Ook externe partijen die voor de gemeente werken, moeten volgens deze gedragscode werken.

  • Afspraken maken met ontwikkelaars over natuurinclusief bouwen.

  • Toezien op naleving van gedragscodes.

  • Update huidige hondenbeleid.

  • Onderzoeken mogelijkheden tot het opzetten van een meldpunt gevaarlijke honden.

  • Informatieverstrekking over- en aanmoedigen van training van honden.

  • Verplicht chippen katten: volgen landelijke ontwikkeling.

  • Tegengaan van impulsaankopen van dieren: volgen landelijke ontwikkelingen.

  • De gemeente wil het wegvangen en opvangen van gedumpte dieren meer structureel gaan uitvoeren.

  • Onderzoeken opvang en vervoer dieren in uitzonderingssituaties.

  • Het meldnummer 144 onder de aandacht brengen, onder andere via de website van de gemeente, met duidelijke uitleg wanneer het nummer wel/niet moet worden gebeld.

  • Blijven volgen landelijke ontwikkelingen en wetgeving rond het gebruik dieren bij evenementen.

  • Vergunningaanvragen voor evenementen met dieren goed afwegen: evenementen met dieren moeten voldoen aan (door de gemeente) opgestelde voorwaarden.

  • De stadsecoloog wordt bij de beoordeling van vergunningaanvragen voor evenementen met dieren betrokken.

  • Waar mogelijk meer inheemse beplanting en dood hout en geen 100% onkruidbestrijding.

  • Richtlijn Dierenbescherming volgen betreft het voeren van dieren in de winter.

  • Focus op preventie in plaats van bestrijding van overlast.

  • Preventie door nestbeheer. Het beleid voor boerenganzen is erop gericht om troepen niet te groot te laten worden. De gewenste omvang per troep is locatieafhankelijk en vereist maatwerk. Het streven is om de huidige populatie boerenganzen in stand te houden.

  • Onderzoek naar toepasbaarheid nieuwe preventieve maatregelen.

  • Informatieverstrekking rondom preventiemogelijkheden particulieren.

  • Bewustzijn rondom flora en fauna onder kinderen en volwassenen vergroten.

  • Doorgaan op de ingeslagen weg: stimuleren bijenbestand.

  • Stimuleren van het vergroenen van tuinen.

  • Bewustzijn vergroten van signalen rondom dierenwelzijn bij huisbezoeken door gemeentelijke medewerkers en welzijnspartners.

  • Onderzoeken van noodzaak en mogelijkheden tot financiële ondersteuning voor minimum-inkomens.

  • In kaart brengen dierenwelzijnsonderwerpen specifiek voor de Beemster en gerelateerde regelgeving.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 30 januari 2020

de griffier,

R.J.C. van der Laan

de voorzitter,

D. Bijl


Noot
3

Raad van Dieraangelegenheden. ‘Denkkader Dierenwelzijn’. Verwijzing naar definitie Bracke, M.B.M, B.M. Spruijt , J.H.M. Metz (1999). Overall welfare reviewed. Part 3: Welfare assessment based on needs and supported by expert opinion. Netherlands Journal of Agricultural Science 47, pp. 307-322

Noot
8

Idem, Artikel 1.3.

Noot
14

Burgerlijk Wetboek Boek 5.

Noot
18

Flora- en Faunacheck

Noot
21

Ook de Dierenbescherming, Dierenpolitie, Kinderboerderij, NVWA maken deel uit van de klankbordgroep dierenwelzijn.

Noot
25

APV Purmerend.

Noot
26

APV Purmerend.

Noot
31

Burgerlijk Wetboek (Boek 5, artikel 8 lid 3).

Noot
1

https://wetten.overheid.nl/BWBR0002416/2019-01-01 en https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/visserij/nederlands-visserijbeleid.