Eilandsverordening van 16 december 1993, no. 2 (Eilandsverordening Afvalstoffen Bonaire)

Geldend van 20-03-2013 t/m heden

Intitulé

Eilandsverordening van 16 december 1993, no. 2 (Eilandsverordening Afvalstoffen Bonaire)

Hoofdstuk I Algemeen

Artikel 1

Voor de toepassing van deze eilandsverordening wordt verstaan onder:

motorrijtuigen:

hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wegenverkeersverordening Bonaire (A.B. 1957, nr. 4, zoals gewijzigd)

inzameldienst:

de door het eilandgebied als zodanig aangewezen instantie belast met het inzamelen, overslaan, transporteren en be- en verwerken van afvalstoffen

huishoudelijke afvalstoffen:

afvalstoffen en vuil afkomstig uit huishoudens, kleinere bedrijven en instellingen welke qua aard en samenstelling hiermee kunnen worden gelijkgesteld en welke gelijktijdig door de inzameldienst worden ingezameld en verwerkt

grof gezinsafval en klein tuinafval:

huishoudelijke afvalstoffen van zodanige omvang en/of gewicht dat het niet bewaard kan worden, ook na eventuele verkleining, in een voor dat afval bestemd inzamelmiddel

huishoudelijk bouw- en sloopafval:

afvalstoffen afkomstig uit in huishoudens zelfstandig verrichte verbouwingen, welke apart op de stortplaats moeten worden aangeleverd en niet met de inzameldienst mogen worden meegegeven

agrarisch en groot tuinafval:

organische afvalstoffen welke vrijkomen bij agrarische activiteiten en uit tuinen zoals bomen, struiken, takken e.d.

huishoudelijk klein chemisch afval:

chemische afvalstoffen of afgewerkte olie die:

  • a)

    als zodanig zijn ontstaan in het kader van particuliere huishoudens;

  • b)

    (nog) niet als zodanig zijn aangewezen bij een eilandsbesluit houdende algemene maatregelen

veeg- zwerf- en evenementenafval:

afvalstoffen welke op de openbare weg, de markten en evenemententerreinen zijn achtergebleven en moeten worden verwijderd door de inzameldienst

bedrijfsafval :

alle afvalstoffen die geen huishoudelijk afval, grof gezinsafval, chemisch afval, vloeibare afvalstoffen of autowrakken zijn

chemisch afval en andere gevaarlijke afvalstoffen:

  • a)

    afvalstoffen die geheel of gedeeltelijk bestaan uit bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen aangewezen chemische afvalstoffen

  • b)

    afvalstoffen die ontstaan bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen aangewezen chemische processen

  • c)

    afgewerkte olie, minerale smeer- en systeemolie die hetzij door vermenging met andere (afval)stoffen hetzij op andere wijze onbruikbaar is geworden voor het doel waarvoor zij oorspronkelijk is gebruikt

  • d)

    gebruikt verpakkingsmateriaal of ander materiaal waarin of waaraan zich, bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen aangewezen, chemische afvalstoffen bevinden

ziekenhuisafval en andere medische afvalstoffen:

afvalstoffen welke vrijkomen bij medische handelingen in ziekenhuizen, medische centra en artsenpraktijken e.d., welke (radioactieve) besmetting en gevaar voor de volksgezondheid met zich mee kunnen brengen

vloeibare afvalstoffen:

niet steekvaste afvalstoffen afkomstig uit een beerput, bak, zinkput en/of bezinkingsinstallatie die bestemd is dan wel aangewend wordt voor bewaring van vloeistoffen, faecaliën, afgewerkte olie e.d., voorzover zij niet bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen zijn aangemerkt als chemische afvalstoffen

autowrakken:

motorrijtuigen op meer dan twee wielen die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in kennelijk verwaarloosde toestand verkeren. Onder autowrakken worden mede begrepen bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen aangewezen andere voertuigen dan motorrijtuigen of rijdende werktuigen die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in kennelijk verwaarloosde toestand verkeren

inzamelmiddel:

een door of vanwege de inzameldienst beschikbaar gestelde dan wel goedgekeurde rolemmer (mini-containers 140 - 240 -360 liter), emmer, vat, zak, container voor het verzamelen, opslaan, aanbieden c.q. overdragen van afvalstoffen aan de inzameldienst

wegen:

hetgeen in de Algemene Politiekeur van Bonaire (P.B. 1919, no. 25, zoals gewijzigd) wordt verstaan onder openbare wegen

rechthebbende:

eigenaar, beheerder, en voorts een ieder die krachtens enig zakelijk recht, bezit daaronder begrepen, de beschikking over enig goed heeft

Artikel 2

Bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen kan worden bepaald dat voor toepassing van deze eilandsverordening en de daarop rustende bepalingen aanvullende stoffen, materialen, goederen worden gelijkgesteld met de in deze verordening opgesomde categorieën afvalstoffen.

Hoofdstuk II Het zich ontdoen van huishoudelijke afvalstoffen

Artikel 3
  • 1. Het is verboden huishoudelijke en daarmede gelijkgestelde afvalstoffen over te dragen of ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst en/of op de stortplaats en/of overslagstation.

  • 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover het bestuurscollege krachtens artikel 17 van deze eilandsverordening aan anderen dan de inzameldienst vergunning hebben verleend.

Artikel 4
  • 1. Het bestuurscollege deelt het eiland op in inzamelgebieden en stelt dagen en tijden vast voor het overdragen of het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan deze inzameldienst en/of op de stortplaats en/of overslagstation.

  • 2. Het is verboden de in het eerste lid bedoelde afvalstoffen op andere dan de krachtens dat lid vastgestelde dagen en tijden over te dragen of ter inzameling aan te bieden aan de inzameldienst en/of op de stortplaats en/of overslagstation.

Artikel 5
  • 1. Het bestuurscollege draagt er zorg voor dat tenminste eenmaal per week huishoudelijke afvalstoffen, die geregeld in een particuliere huishouding kunnen ontstaan, worden ingezameld.

  • 2. Het is daarbij verboden huishoudelijke afvalstoffen anders dan aan de inzameldienst over te dragen of ter inzameling aan te bieden dan in door de inzameldienst voorgeschreven en/of beschikbaar gestelde dan wel goedgekeurde inzamelmiddelen.

  • 3. In bijzondere omstandigheden kan het bestuurscollege ontheffing verlenen van de in het eerste lid genoemde frequentie.

Artikel 6
  • 1. Het inzamelmiddel moet deugdelijk zijn en gesloten worden aangeboden.

  • 2. Buiten het inzamelmiddel mogen geen afvalstoffen worden aangeboden.

  • 3. Bij het overdragen of ter inzameling aanbieden dienen uit het inzamelmiddel geen voorwerpen te steken op een zodanige wijze dat zulks aanleiding geeft tot verwondingen dan wel dat de lediging c.q. overdracht van het inzamelmiddel door c.q. aan de inzameldienst wordt bemoeilijkt.

  • 4. Per inzamelmiddel wordt bij afzonderlijk besluit het maximaal toegestane gewicht vastgesteld.

Artikel 7

Het overdragen of het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via inzamelmiddelen moet ordelijk geschieden door plaatsing daarvan op een krachtens artikel 4, eerste lid vastgestelde inzameldag op de in artikel 6 omschreven wijze, aan de kant van de weg gerekend in de richting waarin het huisvuil wordt opgehaald, zo dicht mogelijk bij de rijweg op een voor het inzamelpersoneel goed zichtbare plaats.

Artikel 8

In het belang van een doelmatige inzameling van huishoudelijke afvalstoffen kan het bestuurscollege bepalen dat de inzamelmiddelen overgedragen of ter inzameling moeten worden aangeboden op een specifieke bepaalde plaats nabij de percelen.

Artikel 9

De houder van een inzamelmiddel moet ervoor zorgdragen, dat deze, na lediging door de inzameldienst doch uiterlijk op het eind van de krachtens art. 4, eerste lid vastgestelde inzameldag, van de weg is verwijderd.

Artikel 10
  • 1. Het is verboden de door de inzameldienst geplaatste huisvuil (verzamel)containers, van de daarvoor bestemde standplaatsen te verwijderen, hierin huishoudelijke of andere afvalstoffen te deponeren als bedoeld in artikel 11 en de hoofdstukken III, V, VI dan wel het normaal gebruik van de container op enigerlei wijze te belemmeren .

  • 2. Het is verboden afvalstoffen, afkomstig van buiten de woonwijken als bedoeld in het vorige lid te deponeren in de in deze woonwijken geplaatste (verzamel-)containers.

  • 3. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere dagen, tijden, wijzen en plaatsen achter te laten dan bij of krachtens artikel 4 is bepaald.

  • 4. Het bestuurscollege kan een of meerdere plaatsen op het eiland aanwijzen waarin voldoende mate gelegenheid wordt geboden huishoudelijke afvalstoffen achter te laten. De plaatsen, dagen, tijden, regels en wijzen van aanbieden en achterlaten worden daartoe nader vastgesteld.

  • 5. Het bestuurscollege kan nadere regels stellen t.a.v. inzamelmiddelen op het in bijzondere gevallen op afroep overdragen en ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst.

Artikel 11
  • 1. Het is, in afwijking van de artikelen 3 t/m 10 verboden -na afkondiging- de volgende categorieën van huishoudelijke afvalstoffen, anders dan afzonderlijk, over te dragen of ter inzameling aan te bieden aan de inzameldienst of achter te laten op een daartoe ter beschikking gestelde plaats:

    • -

      huishoudelijk bouw- en sloopafval

    • -

      huishoudelijk klein chemisch afval

    • -

      glas

    • -

      oud papier

    • -

      licht ontbrandbare vloeistoffen

    • -

      explosieve, giftige of anderszins agressieve afvalstoffen

    • -

      infectueuze en radio-actieve afvalstoffen

    • -

      afgewerkte olie

    • -

      alle nader te bepalen categorieën huishoudelijke afvalstoffen niet behorend tot de boven gemelde afvalstoffen.

  • 2. Het is verboden huishoudelijk bouw- en sloopafval anders dan op de stortplaats of middels de inzameldienst aan te bieden.

  • 3. Het bestuurscollege kan regels stellen omtrent de dagen, tijden, wijzen en plaatsen waarop de onder het eerste en tweede lid genoemde categorieën afvalstoffen kunnen worden overgedragen, aangeboden of achtergelaten.

  • 4. Het is verboden de in het eerste en tweede lid genoemde stoffen over te dragen, aan te bieden of achter te laten in strijd met het bepaalde krachtens het derde lid.

Artikel 12
  • 1. Bij besluit van het bestuurscollege kunnen categorieën afvalstoffen worden aangewezen die naar aard of herkomst met huishoudelijke afvalstoffen overeenkomen en voor de toepassing van dit hoofdstuk of onderdelen daarvan met deze huishoudelijke afvalstoffen worden gelijkgesteld, i.c. ingezameld en verwerkt.

  • 2. De artikelen 3, 4, 6, 7, 8, 9 en 10 zijn op het overdragen, het ter inzameling aanbieden en het achterlaten van de krachtens het eerste lid aangewezen categorieën afvalstoffen van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk III Het zich ontdoen van grof gezinsafval, tuinvuil en agrarisch afval

Artikel 13

Het is verboden grof gezinsafval e.a.op een andere wijze aan de inzameldienst over te dragen of ter inzameling aan te bieden dan bij of krachtens dit hoofdstuk is bepaald.

Artikel 14

Het bestuurscollege stelt vast op welke plaats, op welke tijden en op welke wijze grof gezinsafval e.a. ter inzameling kan worden aangeboden en overgedragen aan de inzameldienst.

Artikel 15
  • 1. Een stuk of bundel grof gezinsafval of klein tuinvuil mag bij het overdragen of het aanbieden niet langer zijn dan 1,50 m en niet breder dan 0,50 m en niet zwaarder dan 30 kg.

  • 2. Agrarisch afval en groot tuinafval dient bij het overdragen geconcentreerd te worden aangeboden.

Artikel 16

De artikelen 3, 4, 6, 7, 8, 10 zijn op het overdragen, het ter inzameling aanbieden en het achterlaten van grof gezinsafval e.a. van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk IV Het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen en grof gezinsafval, tuinvuil en agrarische afvalstoffen door anderen dan de inzameldienst

Artikel 17
  • 1. Het is aan een ander dan de inzameldienst verboden om zonder vergunning van het bestuurscollege bedrijfsmatig van derden huishoudelijke afvalstoffen en grof gezinsafval e.d. in te zamelen.

  • 2. De vergunning wordt geweigerd indien vaststaat of gegronde reden aanwezig is dat het verlenen van een vergunning niet in het belang is van een doelmatige en milieuhygiënische verantwoorde verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen of grof gezinsafval e.d.

  • 3. De houder van een vergunning als bedoeld in het eerste lid dient deze tijdens het inzamelen steeds bij zich te dragen en op verzoek van degenen bij wie hij inzamelt te tonen.

Hoofdstuk V Het zich ontdoen van bedrijfsafvalstoffen

Artikel 18
  • 1. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen over te dragen of ter inzameling en/of op de stortplaats en/of het overslagstation aan te bieden aan een ander dan de inzamel-dienst.

  • 2. Bedrijfsafvalstoffen welke met de inzameldienst eenmaal per week gelijktijdig kunnen worden ingezameld en daarna verwerkt, worden met deze huishoudelijke afvalstoffen gelijkgesteld.

  • 3. Bedrijfsafvalstoffen welke niet onder de in het tweede lid bedoelde categorie vallen zullen per afzonderlijk contract een of meerdere malen per week apart worden ingezameld.

  • 4. De artikelen 4, 6, 7, 8, 9 en 10 zijn op het overdragen, het ter inzameling aanbieden en het achterlaten van de onder het tweede en derde lid genoemde categorieën bedrijfsafvalstoffen van overeenkomstige toepassing.

  • 5. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover het bestuurscollege krachtens art. 19 van deze eilandsverordening aan anderen dan de inzameldienst vergunning hebben verleend.

Artikel 19
  • 1. Het is aan een ander dan de inzameldienst verboden zonder vergunning van het bestuurscollege bedrijfsmatig van derden bedrijfsafvalstoffen in te zamelen.

  • 2. De vergunning wordt geweigerd indien vaststaat of gegronde reden aanwezig is dat het verlenen van een vergunning niet in het belang is van een doelmatige en milieuhygiënisch verantwoorde verwijdering van bedrijfsafval s tof f en.

  • 3. De houder van de vergunning als bedoeld in het eerste lid dient deze tijdens het inzamelen steeds bij zich te dragen en op verzoek van degenen bij wie hij inzamelt en/of op vordering van een met de handhaving van deze eilandsverordening belaste ambtenaar te tonen.

Hoofdstuk VI Het zich ontdoen en het inzamelen en verwerken van andere specifieke categorieën van afvalstoffen

Artikel 20
  • 1. Het is verboden, anders dan bedrijfsmatig een of meerdere autowrakken op een onroerend goed te hebben.

  • 2. Het is verboden zich van een autowrak te ontdoen anders dan aan een houder met een inzamelvergunning daarvoor dan wel aan een houder van een vergunning voor een inrichting voor het bewaren, bewerken of vernietigen van autowrakken.

  • 3. Het is aan een ander dan de inzameldienst verboden zonder vergunning bedrijfsmatig van derden afkomstige autowrakken c. a. in te zamelen en aan te bieden aan de verwerkingsinrichting.

  • 4. De vergunning wordt geweigerd indien vaststaat of gegronde reden aanwezig is dat het verlenen van een vergunning niet in het belang is van een doelmatige en milieuhygiënisch verantwoorde verwijdering van autowrakken .

  • 5. De houder van de vergunning als bedoeld in het derde lid dient deze tijdens het inzamelen steeds bij zich te dragen en op verzoek van degenen bij wie hij inzamelt en/of op vordering van een met de handhaving van deze eilandsverordening belaste ambtenaar te tonen.

Artikel 21
  • 1. Het is verboden vloeibare afvalstoffen of enig andere dergelijke stof buiten een daarvoor bestemde verzamelplaats, te bewaren, te plaatsen dan wel voorhanden te hebben op een zodanige wijze dat dit aanleiding kan geven tot verontreiniging, beschadiging of onvoldoende afwatering van de weg dan wel aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu op of in de bodem.

  • 2. Het is aan een ander dan de inzameldienst verboden zonder vergunning van het bestuurscollege bedrijfsmatig van derden afkomstige vloeibare afvalstoffen in te zamelen.

  • 3. De vergunning wordt geweigerd indien vaststaat of gegronde reden aanwezig is dat het verlenen van een vergunning niet in het belang is van een doelmatige en milieuhygiënische verantwoorde verwijdering van vloeibare afvalstoffen.

  • 4. De houder van een vergunning als bedoeld in het tweede lid dient deze tijdens het inzamelen steeds bij zich te dragen en op verzoek van degenen bij wie hij inzamelt te tonen.

  • 5. Het transport van vloeibare afvalstoffen vindt steeds plaats in deugdelijke waterdichte tanks.

  • 6. Het bestuurscollege stelt vast op welke wijze en plaats vloeibare afvalstoffen kunnen worden aangeboden.

  • 7. Het bestuurscollege kan regelen stellen omtrent de tijden waarop vloeibare afvalstoffen kunnen worden afgehaald door de inzameldienst en kunnen worden aangeboden op de aangewezen verwerkingsplaats.

Artikel 22
  • 1. Het bestuurscollege kan in overleg met de gezondheids­dienst en de dienst ruimtelijke ontwikkeling en beheer, voor de bij afzonderlijk besluit aangewezen chemische en andere gevaarlijke afvalstoffen en ziekenhuis- en ander medisch afval bepalen dat het verboden is deze aan anderen dan de inzameldienst af te geven zonder dit vooraf bij de door het bestuurscollege aangewezen dienst te melden.

  • 2. De in het vorige lid bedoelde melding bevat minimaal de volgende gegevens:

    • a)

      naam en adres van de meldingsplichtige

    • b)

      de aard, eigenschappen, samenstelling, hoeveelheid en plaats van herkomst van de in het eerste lid bedoelde afvalstoffen

    • c)

      naam en adres van degene die de afvalstoffen met ver­gunning vervoert en verwerkt, indien dit een ander is dan degene van wie zij afkomstig zijn

    • d)

      naam en adres van degene die de afvalstoffen met ver­gunning verwerkt, indien deze een ander is dan degene die de afvalstoffen met vergunning vervoert en ver­werkt.

  • 3. Het is aan een ander dan de inzameldienst verboden zonder vergunning van het bestuurscollege bedrijfsmatig de in het eerste lid bedoelde afvalstoffen in te zame­len, te transporteren en ter verwerking aan te bieden.

  • 4. De vergunning wordt geweigerd indien vaststaat of ge­gronde reden aanwezig is dat het verlenen van een ver­gunning niet in het belang is van een doelmatige en milieuhygiënisch verantwoorde verwijdering van de in het eerste lid bedoelde afvalstoffen.

  • 5. De houder van een vergunning als bedoeld in het derde lid dient deze tijdens het inzamelen steeds bij zich te dragen en op verzoek van degenen bij wie hij inzamelt te tonen.

  • 6. Chemische en andere gevaarlijke afvalstoffen en zieken­huis- en ander medisch afval worden voor zover in dit hoofdstuk niet anders bepaald, gelijk gesteld met bedrijfsafvalstoffen. Het gestelde in hoofdstuk V is op deze stoffen van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk VII Verlenen van inzamelvergunningen

Artikel 23
  • 1. Het verzoek om een inzamelvergunning wordt schriftelijk ingediend bij het bestuurscollege.

  • 2. De verzoeker is verplicht alle inlichtingen te verschaf­fen en bescheiden over te leggen die nodig zijn ter be­oordeling van het verzoek.

  • 3.

    • a.

      Het bestuurscollege neemt binnen zestig dagen na ont­vangst daarvan, een beslissing op het verzoek,

    • b.

      Het bestuurscollege kan de termijn, bedoeld onder a met ten hoogste eenmaal dertig dagen verlengen.

Artikel 24

Aan een vergunning kunnen door het bestuurscollege voorwaarden worden gesteld in het belang van een doelmatige en milieuhygiënisch verantwoorde verwijdering van afvalstoffen .

Artikel 25
  • 1. Tegen een besluit tot het verlenen van een voorwaardelijke vergunning en tot weigering van de vergunning kan de verzoeker binnen dertig dagen na dagtekening van het besluit bij de eilandsraad beroep instellen.

  • 2. Gelijke bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid heeft de verzoeker, indien het bestuurscollege niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 23, derde lid heeft beslist of indien de vergunning wordt ingetrokken.

Artikel 26

De inzamelvergunning kan worden ingetrokken:

  • a.

    indien de inzamelvergunning op grond van door de verzoeker gegeven onjuiste of onvolledige inlichtingen is verleend ;

  • b.

    indien niet binnen een daarin bepaalde termijn met de werkzaamheden is aangevangen;

  • c.

    indien wordt gehandeld in strijd met de voorschriften waaronder de inzamelvergunning is verleend.

Hoofdstuk VIII Bepalingen ter bescherming van het milieu

Artikel 27
  • 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen, grof gezinsafval of andere afvalstoffen, welke ter inzameling gereed staan te doorzoeken of te verwijderen zonder daartoe gerechtigd te zijn.

  • 2. Het verbod in het eerste lid geldt eveneens ten aanzien van de afvalstoffen welke op de vanwege de overheid aangelegde of aangewezen gecontroleerde stortplaats(en) zijn gestort.

Artikel 28
  • 1. Het is verboden anders dan binnen de particuliere huizen afvalstoffen op of in de bodem te brengen of te houden, te verbranden, te bewaren, over te laden of anderszins te bewerken, te verwerken of te vernietigen.

  • 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor het overdragen of ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen en grof gezinsafval aan de inzameldienst en evenmin voor de door het bestuurscollege aangewezen plaatsen voor door hen aangewezen afvalstoffen.

  • 3. Het bestuurscollege kan van het verbod als bedoeld in het eerste lid ontheffing verlenen. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden ter bescherming van het milieu.

Artikel 29
  • 1. Het is verboden afvalstoffen op een zodanige plaats op te slaan of opgeslagen te hebben dat deze vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar zijn.

  • 2. Het in het eerste lid omschreven verbod geldt niet voor het overdragen of ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, grof gezinsafval en bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst, dan wel aan met vergunning werkend inzamelbedrijf.

  • 3. Het in het eerste lid omschreven verbod geldt evenmin voor door het bestuurscollege aangewezen plaatsen voor door hen aangewezen afvalstoffen.

  • 4. Het bestuurscollege kan van het eerste lid ontheffing verlenen. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden ter bescherming van het milieu.

Artikel 30

Het is verboden stoffen zodanig te vervoeren dat de weg kan worden verontreinigd en/of het milieu nadelig kan worden beïnvloed.

Artikel 31
  • 1. De rechthebbende, de beheerder of de bedrijfsleider van een winkel, hal, kraam of soortgelijke gelegenheid waar eet- en/of drinkwaren worden verstrekt, welke ter plaatse plegen te worden genuttigd, is verplicht:

    • a)

      ten behoeve van het publiek een voldoende aantal manden, bakken of soortgelijke voorwerpen aanwezig te hebben, waarin papier, plastic bekers, etensresten en ander afval kunnen worden achtergelaten;

    • b)

      zorg te dragen, dat die manden, bakken of soortgelijke voorwerpen van een zodanige constructie zijn, dat het afval daarin deugdelijk geborgen blijft;

    • c)

      zorg te dragen, dat die manden, bakken of soortgelijke voorwerpen regelmatig en tijdig worden geledigd;

    • d)

      zorg te dragen, dat het afval, zoals bedoeld onder a. dat niet in de daartoe geplaatste manden, bakken of soortgelijke voorwerpen is gedeponeerd, van de weg wordt verwijderd voor zover dit afval zich bevindt binnen een straal van 25 meter van de in de aanhef bedoelde gelegenheid.

  • 2. Een ieder die een ander bedrijf uitoefent dan bedoeld in het eerste lid, is verplicht te zorgen, dat dagelijks uiterlijk een uur voor zonsondergang, doch ook in elk geval terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met de handhaving van deze eilandsverordening, in de nabijheid van het bedrijf op de weg achtergebleven stoffen, die het milieu verontreinigen en kennelijk uit of van zijn bedrijf afkomstig zijn dan wel hiervoor zijn bestemd, worden verwijderd.

  • 3. Het bestuurscollege kan de organisator van een evenement, demonstratie of optocht verplichten te zorgen, dat de op of in de nabijheid van de plaats waar het evenement, de demonstratie of de optocht wordt of werd gehouden, op de weg achtergebleven stoffen, die het milieu verontreinigen en direct verband houden of hielden met het evenement, de demonstratie of de optocht, worden verwijderd overeenkomstig door hen te stellen regels.

Hoofdstuk IX Dwang- en strafbepalingen

Artikel 32
  • 1. Het bestuurscollege is bevoegd op kosten van de overtreder te doen wegnemen, beletten, verrichten of in de vorige toestand herstellen hetgeen in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze eilandsverordening is of wordt gehouden, gemaakt of gesteld, ondernomen, weggelaten, beschadigd of weggenomen.

  • 2. Behalve in spoedeisende gevallen maakt het bestuurscollege van deze bevoegdheid geen gebruik, dan nadat de belanghebbende schriftelijk is gewaarschuwd en de gelegenheid is gegeven om binnen een termijn van ten hoogste drie maanden de toestand in overeenstemming te brengen met het bij of krachtens deze eilandsverordening bepaalde .

Artikel 33
  • 1. Het bestuurscollege kan, indien wordt gehandeld in strijd met het bij of krachtens deze eilandsverordening bepaalde en indien dit passender is dan de toepassing van bestuursdwang, bepalen, dat de overtreder een door het bestuurscollege vastgestelde dwangsom verbeurt voor elke dag, dat de overtreding voortduurt.

  • 2. De hoogte van de dwangsom, bedoeld in het eerste lid moet in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van het gelaedeerde belang en de beoogde werking van het opleggen van de dwangsom.

  • 3.

    • a.

      De beschikking waarbij een dwangsom is opgelegd, is schriftelijk en met redenen omkleed en bevat het tijdstip waarop zij van kracht wordt.

    • b.

      Het bestuurscollege kan in de beschikking, bedoeld onder a besluiten de overtreder in de gelegenheid te stellen om aan de overtreding een einde te maken.

  • 4. Het bestuurscollege kan de verschuldigde dwangsom bij dwangbevel invorderen.

  • 5. Alle uit de dwanginvordering voortvloeiende kosten zijn voor rekening van de overtreder.

Artikel 34
  • 1. Overtreding van de verbodsbepalingen van deze eilandsverordening en niet nakoming van een ingevolge deze bepalingen opgelegde verplichting wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste 2 maanden of een geldboete van ten hoogste vijfduizend gulden en kan bovendien worden gestraft met verbeurdverklaring van de voorwerpen door middel van de overtreding verkregen of waarmee de overtreding is gepleegd, voor zover zij de veroordeelde toebehoren, alsmede openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

  • 2. De feiten bij deze eilandsverordening strafbaar gesteld worden beschouwd als overtredingen.

  • 3. Indien een bij deze eilandsverordening strafbaar gestelde feit wordt begaan door of vanwege een rechtspersoon, een vennootschap, enige andere vereniging van personen of een deelvermogen, kan strafvervolging worden ingesteld en de straf worden uitgesproken, hetzij tegen de bestuurders, leden van het bestuur of commissarissen, hetzij tegen hen die tot het feit opdracht hebben gegeven of de feitelijke leiding hebben gehad bij het verboden handelen of nalaten, hetzij tegen beide.

  • 4. Met de handhaving en de zorg voor de naleving van deze eilandsverordening en de opsporing van de daarin bedoelde strafbare feiten, zijn - naast de in artikel 8 van het Wetboek van Strafvordering van de Nederlandse Antillen genoemde ambtenaren - belast de door het bestuurscollege aan te wijzen ambtenaren.

  • 5. Ieder is verplicht aan de krachtens dit artikel aangewezen ambtenaren desgevraagd alle medewerking te verlenen en met betrekking tot het afval dat hij voorhanden heeft of waarvan hij zich ontdoet of heeft ontdaan, alle inlichtingen te verstrekken, die zij redelijkerwijs bij de uitvoering van de hun op grond van deze eilandsverordening opgedragen taak nodig achten.

  • 6. De ambtenaren als bedoeld in dit artikel hebben te allen tijde vrije toegang tot alle lokaliteiten en aanhorigheden, waar redelijkerwijze vermoed kan worden dat overtreding van deze eilandsverordening plaatsvindt. Wordt hun de toegang geweigerd, dan verschaffen zij zich die desnoods met inroeping van de sterke arm.

    Is de lokaliteit tevens een woning of alleen via een woning toegankelijk dan treden zij deze tegen de wil van de bewoner niet binnen dan op bijzondere schriftelijke last van een (hulp)officier van justitie, dan wel in diens tegenwoordigheid. Van dit binnentreden wordt door de ambtenaar binnen tweemaal vierentwintig uren proces-verbaal opgemaakt, dat aan hem wiens woning is binnengetreden, in afschrift wordt uitgereikt.

Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 35
  • 1. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze eilandsverordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van de verordening is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop niettemin deze verordening toegepast.

  • 2. Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een vergunnings- of ontheffingsaanvraag welke is afgewezen of aangehouden wordt beslist met toepassing van deze eilandsverordening.

Artikel 36
  • 1. Bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen kunnen heffingen worden opgelegd ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan de uitvoering van deze verordening voorzover in het bijzonder verband houdend met de verwijdering van autowrakken en van de bij deze verordening aangewezen goederen als afvalstof en van kosten van maatregelen en uitvoering voor de verwijdering van deze afvalstoffen.

    Ook kunnen heffingen worden opgelegd aan goederen en produkten in het belang van het bevorderen van hergebruik en/of de bescherming van het milieu.

  • 2. Ten behoeve van de verdere uitvoering van deze eilandsverordening worden door de eilandsraad vijfjaarlijkse afvalstoffenplannen voor het eilandgebied vastgesteld, welke voor iedere afvalstoffencategorie de verwijderingscycli gedetailleerd weergeeft met als uitgangspunt de beleidsvolgorde: preventie (voorkomen van afval), hergebruik en nuttige toepassingen, com-posteren/vergisten, verbranden met warmtegebruik en gecontroleerd storten.

Artikel 37
  • 1. Deze eilandsverordening treedt in werking op een bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen te bepalen tijdstip.

    Daarbij kan voor elk artikel het tijdstip van inwerkingtreding verschillend worden gesteld.

  • 2. De in werking getreden artikelen kunnen bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen tijdelijk buiten werking worden gesteld dan wel worden opgeschort, indien bijzondere omstandigheden dit vereisen.

Artikel 38

Deze eilandsverordening kan worden aangehaald als Eilandsverordening Afvalstoffen Bonaire.