Reglement voor het Waterschap Scheldestromen

Geldend van 19-12-2025 t/m heden

Intitulé

Reglement voor het Waterschap Scheldestromen

Provinciale staten van Zeeland en Noord-Brabant,

gelezen het voorstel van gedeputeerde staten van Zeeland d.d. 12 mei 2009, nr. 09018929/8;

gelet op artikel 2 en 6 van de Waterschapswet;

Besluiten:

de verordening 'Reglement voor het Waterschap Scheldestromen' vast te stellen als volgt:

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Dit reglement verstaat onder:

  • a.

    categorie bedrijven: de categorie waartoe behoren degenen die krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebouwde onroerende zaken in gebruik hebben als bedrijfsruimte;

  • b.

    categorie ingezetenen: de categorie waartoe behoren degenen die hun werkelijke woonplaats in het waterschap hebben als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de wet;.

  • c.

    categorie natuurterreinen: de categorie waartoe behoren degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c, van de wet;

  • d.

    categorie ongebouwd: de categorie waartoe behoren degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen;

  • e.

    gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Zeeland, tenzij in het reglement anders is bepaald;

  • f.

    chamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken;

  • g.

    wet: Waterschapswet.

Hoofdstuk 2 Gebied, zetel en taak van het waterschap

Artikel 2 Gebied van het waterschap

  • 1.

    Er is een waterschap met de naam waterschap Scheldestromen, verder aan te duiden als het waterschap.

  • 2.

    Het gebied van het waterschap is aangegeven in de bij ditreglement behorende bijlage.

  • 3.

    De grenzen van het in het tweede lid bedoelde gebied kunnen nader worden aangegeven op door gedeputeerde staten vast te stellen detailkaarten.

  • 4.

    Van elk van de kaarten, bedoeld in het tweede en derde lid, berust een exemplaar bij het waterschap en bij de provincies Zeeland en Noord-Brabant.

Artikel 3 Vestigingsplaats van het waterschap

Het waterschap is gevestigd in de gemeente Middelburg.

Artikel 4 Taak van het waterschap

  • 1.

    De taak van het waterschap is de waterstaatkundige verzorging van zijn gebied, voor zover deze taak niet aan andere publiekrechtelijke lichamen is opgedragen.

  • 2.

    De taak, bedoeld in het eerste lid, omvat de zorg voor het watersysteem en de zorg voor het zuiveren van afvalwater, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet.

  • 3.

    De taak, bedoeld in het eerste lid, omvat tevens de zorg voor de openbare wegen buiten de bebouwde kom in de zin van de Wegenwet, voor zover deze zorg niet tot de taak van anderen behoort.

Hoofdstuk 3 De samenstelling en inrichting van het waterschapsbestuur

§ 1. Benaming bestuursorganen

Artikel 5 Benaming bestuursorganen

  • 1.

    In dit reglement wordt:

    • a.

      het algemeen bestuur aangeduid als algemeen bestuur.

    • b.

      het dagelijks bestuur aangeduid als dagelijks bestuur.

    • c.

      de voorzitter aangeduid als dijkgraaf.

    • d.

      de leden van het algemeen bestuur aangeduid als leden van het algemeen bestuur.

    • e.

      de leden van het dagelijks bestuur aangeduid als leden van het dagelijks bestuur.

  • 2.

    Het algemeen bestuur kan besluiten of herroepen dat, in afwijking van het eerste lid:

    • a.

      het algemeen bestuur wordt aangeduid als algemene vergadering.

    • b.

      de leden van het algemeen bestuur worden aangeduid als hoofdingelanden.

    • c.

      de leden van het dagelijks bestuur worden aangeduid als gezworenen.

  • 3.

    Bij toepassing van het tweede lid is dit reglement voor de desbetreffende bestuursorganen en bestuurders van overeenkomstige toepassing.

§ 2. Het algemeen bestuur

Artikel 6 Omvang algemeen bestuur

Het algemeen bestuur bestaat uit 30 leden, waarvan:

  • a.

    26 leden die de categorie ingezetenen vertegenwoordigen;

  • b.

    2 leden die de categorie ongebouwd vertegenwoordigen;

  • c.

    2 leden die de categorie natuurterreinen vertegenwoordigen;

Artikel 7 Benoeming vertegenwoordigers geborgde zetels

  • 1.

    Voor de categorie ongebouwd worden door het bestuur van de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie 2 vertegenwoordigers benoemd.

  • 3.

    Voor de categorie natuurterreinen wordt door de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren 2 vertegenwoordigers benoemd.

Artikel 8 Reglement van orde

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast.

  • 2.

    In het reglement van orde worden in ieder geval regels gesteld ten aanzien van de wijze van oproeping tot vergadering, de openbaarheid van de vergaderingen, het vergader- en het besluitquorum, de handhaving van de orde tijdens de vergaderingen en de wijze waarop de stemmingen plaatsvinden.

§ 3. Het dagelijks bestuur

Artikel 9 Omvang dagelijks bestuur

Het dagelijks bestuur bestaat uit de dijkgraaf en een door het algemeen bestuur te bepalen aantal andere leden dat ten minste 3 en ten hoogste 5 bedraagt.

Artikel 10 Benoeming leden dagelijks bestuur

  • 1.

    Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 41, tweede lid van de wet.

  • 2.

    De tot lid van het dagelijks bestuur benoemde wordt geacht de benoeming niet aan te nemen, indien op de tiende dag na kennisgeving van de benoeming door middel van een aangetekende brief nog geen mededeling van hem is ontvangen dat hij de benoeming aanvaardt.

  • 3.

    Wanneer de benoeming niet is aangenomen, geschiedt zo spoedig mogelijk een nieuwe benoeming.

  • 4.

    De benoeming ter vervulling van een plaats die tussentijds openvalt geschiedt zo spoedig mogelijk nadat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur is vervuld, tenzij het algemeen bestuur besluit het aantal leden van het dagelijks bestuur te verminderen.

Artikel 11 Ingang benoeming leden dagelijks bestuur

  • 1.

    In het geval van artikel 10, eerste lid, gaat de benoeming van degene, die de benoeming tot lid van het dagelijks bestuur heeft aangenomen, in op het tijdstip waarop tenminste de helft van het aantal leden van het dagelijks bestuur, niet zijnde de dijkgraaf, zijn benoeming heeft aangenomen of, indien de aanneming van de benoeming op een later tijdstip plaatsvindt, op dat tijdstip.

  • 2.

    Vanaf het tijdstip van aftreden van de leden van het dagelijks bestuur tot het tijdstip waarop tenminste de helft van het aantal leden van het dagelijks bestuur, niet zijnde de dijkgraaf, de benoeming heeft aangenomen, treedt de voorzitter (dijkgraaf) in de plaats van het dagelijks bestuur.

Artikel 12 Ontslag op eigen initiatief

  • 1.

    Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het algemeen bestuur.

  • 2.

    Het ontslag gaat in met ingang van de dag, gelegen een maand na de dag waarop hij zijn ontslag heeft genomen of zoveel eerder als zijn opvolger de benoeming heeft aangenomen.

Artikel 13 Vervanging leden dagelijks bestuur

  • 1.

    Bij langdurige afwezigheid van een lid van het dagelijks bestuur, of indien een lid van het dagelijks bestuur met de waarneming van het ambt van voorzitter (dijkgraaf) is belast, kan hij worden vervangen door een lid van het algemeen bestuur, aan te wijzen door het algemeen bestuur.

  • 2.

    Degene die gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken voor een lid van het dagelijks bestuur heeft waargenomen, geniet een vergoeding ten bedrage van de voor dat lid vastgestelde bezoldiging. De vergoeding wordt verminderd met hetgeen als lid van het algemeen bestuur als vergoeding wordt ontvangen.

Artikel 14 Reglement van orde

  • 1.

    Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast, dat aan het algemeen bestuur wordt toegezonden.

  • 2.

    In het reglement van orde worden voor de vergaderingen in ieder geval regels gesteld ten aanzien van de wijze van oproeping tot vergadering, het vergader- en besluitquorum, de handhaving van de orde tijdens de vergaderingen en de wijze waarop de stemmingen plaatsvinden.

§ 4. De dijkgraaf

Artikel 15 Benoeming dijkgraaf

  • 1.

    Alvorens een aanbeveling voor de benoeming van de dijkgraaf als bedoeld in artikel 46, derde lid, van de wet, wordt opgemaakt, wordt, behalve in het geval van herbenoeming, een open sollicitatieprocedure gevolgd.

  • 2.

    Indien de aanbeveling uit meer dan één persoon bestaat, wordt over iedere plaats op de aanbeveling afzonderlijk gestemd.

  • 3.

    Voor de toepassing van artikel 46, derde en vijfde lid, van de wet wordt onder gedeputeerde staten verstaan: gedeputeerde staten van Zeeland.

  • 4.

    Samen met de aanbeveling voor de benoeming van de dijkgraaf wordt een uittreksel uit de notulen van de gehouden stemming aan gedeputeerde staten van Zeeland gezonden.

  • 5.

    De aflegging van de eed (verklaring en belofte), bedoeld in artikel 50 van de wet, vindt plaats in handen van de Commissaris van de Koning in de provincie Zeeland.

Artikel 16 Woonplaats dijkgraaf

  • 1.

    De dijkgraaf heeft zijn werkelijke woonplaats in het gebied van het waterschap.

  • 2.

    Het algemeen bestuur kan voor de duur van een jaar ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. De ontheffing kan in bijzondere gevallen, telkens met een periode van maximaal een jaar, worden verlengd.

§ 5. De secretaris

Artikel 17 Taken en bevoegdheden

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt in een instructie nadere regels over de taak en de bevoegdheden van de secretaris.

  • 2.

    33, eerste en tweede lid van de wet is van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 4 De heffing ter bekostiging van het wegenbeheer

Artikel 18 Wegenheffing

Ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan de behartiging van de taak ter zake van het wegenbeheer wordt een heffing geheven van hen die:

  • a.

    ingezetenen zijn;

  • b.

    krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen;

  • c.

    krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen;

  • d.

    krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van gebouwde onroerende zaken.

Artikel 19 Kostentoedeling wegenbeheer

Bij de toedeling van het kostendeel, bedoeld in artikel 122b, eerste lid, van de wet, zijn de artikelen 116, 118, 119, 120 en 121 van de wet van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 5 Toezicht

Artikel 20 Toezichtsbevoegdheid

Voor de toepassing van de bepalingen in de Waterschapswet met betrekking tot het toezicht op het waterschapsbestuur, wordt onder gedeputeerde staten verstaan: gedeputeerde staten van de provincie Zeeland.

Artikel 21 Meldingen

Het dagelijks bestuur zendt aan gedeputeerde staten in elk geval ter kennisneming besluiten tot:

  • a.

    aanleg of verbetering van waterstaatswerken waarvan in betekenende mate een wijziging van de bestaande waterstaatkundige situatie te verwachten is, voor zover deze niet reeds aan goedkeuring zijn onderworpen;

  • b.

    oprichting of deelneming in een rechtspersoon;

  • c.

    de notulen van de vergaderingen van het algemeen bestuur.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen

Artikel22 Wijzigingen van beperkte strekking

Provinciale Staten van Zeeland zijn rekening houdend met het bepaalde in artikel 6 van de wet bevoegd tot wijziging van dit reglement, tenzij het desbetreffende besluit een regeling bevat van de in artikel 5 van de wet genoemde onderwerpen.

In dat laatste geval wordt overeenkomstig artikel 6 van een wet een gelijkluidend besluit genomen door provinciale staten van de provincies Zeeland en Noord-Brabant.

Artikel 23 Citeertitel

Dit reglement wordt aangehaald als Reglement voor het Waterschap Scheldestromen.

Toelichting op het Reglement voor het waterschap Scheldestromen

Algemeen

De wettelijke bevoegdheid waterschappen in te stellen en te reglementeren ligt bij provinciale staten. Artikel 2 van de Waterschapswet bepaalt dat de bevoegdheid tot het opheffen en het instellen van waterschappen, tot regeling van hun taken en inrichting en van de samenstelling van hun besturen en tot de verdere reglementering van waterschappen aan provinciale staten behoort en dat de uitoefening van deze bevoegdheid geschiedt bij provinciale verordening. In verband met het interprovinciale karakter van waterschap Scheldestromen dienen provinciale staten van Zeeland en Noord-Brabant gezamenlijk het reglement vast te stellen, indien sprake is van een onderwerp als bedoeld in artikel 5 van de Waterschapswet (wijziging van het gebied of de taken van het waterschap). Tussen beide provincies is overeengekomen dat het toezicht op het waterschap berust bij de provincie Zeeland.

Naast de wijzigingen die voortvloeien uit de Wet modernisering waterschapsbestel is tevens getracht de waterschapsreglementen interprovinciaal te uniformeren. Bij het opstellen van het onderhavige reglement is dan ook gebruik gemaakt van een modelreglement dat door het IPO, in overleg met de Unie van Waterschappen, is opgesteld.

Het onderhavige reglement schept in aansluiting op de Waterschapswet en de daarbij behorende Algemene maatregel van bestuur (Waterschapsbesluit) het kader voor het waterschap, in het bijzonder voor wat betreft de taken en bestuurssamenstelling. Het beperkt zich tot de essentiële aspecten betreffende de inrichting en het functioneren van het waterschap. De belangrijkste onderwerpen die worden geregeld, zijn het gebied, de taak, het bestuur, het aanwijzen van de organisaties die de vertegenwoordigers voor categorieën bedrijven en ongebouwd mogen benoemen en het toezicht. De kostentoedeling en het kiesrecht wordt thans uitputtender geregeld in de Waterschapswet en het daarbij behorende Waterschapsbesluit.

Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen

Op grond van artikel 1, tweede lid van de Waterschapswet kunnen als “hoofdtaken” aan de waterschappen de zorg voor het watersysteem en de zorg voor het zuiveren van het afvalwater op de voet van artikel 15a Wet verontreiniging oppervlaktewateren worden opgedragen. In dit reglement is het begrip watersysteem nader gedefinieerd en is aansluiting gezocht bij de terminologie van de Omgevingswet.

Hoofdstuk 2 Gebied, zetel en taak van het waterschap

Artikel 2 Gebied van het waterschap

Bij het bepalen van het gebied van het waterschap is acht geslagen op het uitgangspunt voor de bestuurlijke organisatie van de waterstaatszorg, dat bij de vorming van waterschappen zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de waterstaatkundige eenheden. Een waterstaatkundige eenheid bestaat uit een samenhangend stelsel van oppervlaktewateren en gronden (inclusief mensen en gebouwen), die belang hebben bij de instandhouding van dat stelsel.

Het gebied van het waterschap wordt aangegeven op een digitale kaart die deel uitmaakt van het reglement en via de link in de bijlage kan worden geraadpleegd.

Op de kaart zijn de grenzen van het waterschapsgebied zo eenduidig mogelijk vastgelegd.

Er kunnen gebiedsspecifieke situaties zijn waarbij het noodzakelijk is de grens van het waterschapsgebied nauwkeuriger vast te stellen (bijvoorbeeld daar waar de grens door bebouwd gebied loopt). In het reglement is de mogelijkheid opgenomen voor de precieze aanduiding van de grenzen van het waterschapsgebied detailkaarten vast te stellen. Het vaststellen van de detailkaarten is opgedragen aan gedeputeerde staten.

Artikel 3 Vestigingsplaats van het waterschap

Het waterschap functioneert als een organisatorische eenheid, waarbinnen de beide vestigingsplaatsen in het licht van de huisvesting een gelijkwaardige positie innemen. Verwezen zij verder naar het algemene gedeelte van de toelichting.

Artikel 4 Taak van het waterschap

In artikel 1, eerste lid van de Waterschapswet is het functionele karakter van de waterschappen vastgelegd: hun taak is de waterstaatkundige verzorging van een bepaald gebied. Deze taak wordt vervolgens in het tweede lid nader gespecificeerd in de zorg voor het watersysteem en de zorg voor het zuiveren van afvalwater op de voet van artikel 2.17 van de Omgevingswet. In de Waterschapswet worden de zorg voor de waterkering en de zorg voor de waterhuishouding dus niet meer als aparte taken onderscheiden.

In artikel 4 van het reglement is aangesloten bij de wet en de huidige situatie door aan het waterschap de zorg voor het watersysteem en de zorg voor het zuiveren van afvalwater op te dragen. De toekenning van “de zorg voor het watersysteem” aan het waterschap impliceert overigens niet dat alle zorg voor het watersysteem of de watersystemen in het waterschapsgebied aan het waterschap wordt toegekend. Ook andere overheden oefenen taken ter zake uit. In het eerste lid van artikel 4 is daarom aangegeven dat het waterschap verantwoordelijk is voor de waterstaatkundige verzorging van zijn gebied, voorzover deze taak niet bij andere publiekrechtelijke lichamen berust.

In artikel 4, tweede lid is ook de zuivering van afvalwater aan het waterschap opgedragen. Sinds 2002 ligt de zorgplicht voor de zuivering van stedelijk afvalwater al wettelijk bij het waterschap.

In artikel 4, derde lid, is geregeld dat aan het waterschap als reglementaire taak ook de zorg voor de openbare wegen buiten de bebouwde kom in de zin van de Wegenwet is opgedragen, voor zover deze zorg niet tot de taak van anderen behoort, zoals bijvoorbeeld het beheer van de rijkswegen en provinciale wegen. Dit is in meerdere waterschappen in het westen van Nederland het geval en is tevens verankerd in de Wet Herverdeling Wegenbeheer. Tot de wegenzorg behoort onder meer het beheer en onderhoud, de aanleg en verbetering van de betreffende wegen, alsmede de zorg voor de verkeersveiligheid.

Hoofdstuk 3 De samenstelling en inrichting van het waterschapsbestuur

Algemeen

Dit hoofdstuk geeft een aanvulling op de bepalingen in de Waterschapswet en het Waterschapsbesluit. De wet regelt onder meer de vereisten voor het lidmaatschap van het bestuur, de verkiezingen, nevenfuncties, onverenigbare betrekkingen en het afleggen van de eed (dan wel verklaring en belofte). Voorts bevat de wet bepalingen over de vergaderingen van algemeen en dagelijks bestuur. Het, op de wet gebaseerde, Waterschapsbesluit bevat onder meer regels over rechtspositionele aangelegenheden aangaande de voorzitter, zoals benoeming, schorsing, tijdelijk niet uitoefenen van zijn functie, ontslag, uitkering bij ontslag en aanspraken ingeval van ziekte.

Paragraaf 1. Benaming bestuursorganen

Artikel 5 Benaming bestuursorganen

In artikel 10 van de Waterschapswet is bepaald dat het bestuur van een waterschap bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter, onverminderd hetgeen het reglement bepaalt over de benaming van die onderscheidene bestuursorganen.

Het algemeen bestuur kan besluiten dat de bestuursorganen niet worden aangeduid met de benaming als genoemd in de Waterschapswet, maar met de benaming als genoemd in het tweede lid van deze reglementsbepaling.

Paragraaf 2. Het algemeen bestuur

Artikel 6 Omvang algemeen bestuur en zetelverdeling

In het reglement is de omvang van het algemeen bestuur vastgesteld. In de Waterschapswet is bepaald dat op een totale bestuursomvang van minimaal achttien en maximaal dertig zetels twee geborgde zetels toekomen aan de specifieke categorie agrarisch / overig ongebouwd en twee geborgde zetels aan de specifieke categorie natuur, om vertegenwoordiging zeker te stellen. De overige zetels zijn voor de categorie ingezetenen.

Met dit stelsel wordt verzekerd (“geborgd”) dat bij de taakuitoefening door het waterschap met alle onderscheiden taakbelangen, de algemene én de specifieke, rekening wordt gehouden. Deze benadering doet recht aan het functionele karakter van het waterschap, dat zich daarmee onderscheidt van de organen van algemene democratie.

In het waterschapsbestuur zijn zowel de belangengroepen bij het watersysteembeheer als de belanghebbenden bij de zuivering van afvalwater vertegenwoordigd. Beide groepen hebben immers belang bij de taakuitoefening.

In het bestuur worden de volgende categorieën onderscheiden:

  • -

    Ingezetenen. Zij vertegenwoordigen het belang van de ingezetenen van het waterschap (het kunnen wonen, werken en recreëren in het waterschapsgebied), maar ook het belang van de huiseigenaren en van de lozers van huishoudelijk afvalwater.

  • -

    Natuurterreineigenaren. Deze categorie representeert het te beschermen belang van de natuur-(landschappelijke) waarde van natuurterreinen. Dit raakt het kwantitatief en kwalitatief watersysteembeheer.

  • -

    Agrariërs en overige eigenaren ongebouwd (zoals wegen en droge infrastructuur). Deze categorie heeft vanuit de dagelijkse bedrijfsvoeringsbelangen een meer dan gemiddeld belang bij peilbeheer en waterkwaliteit.

Artikel 7 Benoemen vertegenwoordigers geborgde zetels

Voor categorie agrarisch / overig ongebouwd en de categorie natuurterreinen heeft de wetgever het aan de provincie overgelaten in het reglement de organisatie(s) aan te wijzen die de benoeming doet (doen). Met het benoemen van de vertegenwoordigers van de categorie natuurterreinen is de Vereniging van Bos- en natuurterreineigenaren belast’

Bij de aanwijzing van de organisatie is rekening gehouden met de verschillende binnen de categorie agrarisch / overig ongebouwd te vertegenwoordigen belangen en de organisatiegraad. Het ligt in de rede om de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) aan te wijzen om de vertegenwoordigers te benoemen in het waterschapsbestuur. ZLTO heeft namelijk een substantiële dekkingsgraad binnen de provincie. De provincie Zeeland kent een substantieel areaal akkerbouw en fruitteelt, en in mindere mate veehouderij. Er wordt vanuit gegaan dat de ZLTO alle belangen binnen de sector (waaronder akkerbouw, fruitteelt en veehouderij) vertegenwoordigt en ook andere (regionale) organisaties met belangen op deze terreinen zoveel mogelijk bij het benoemen van de vertegenwoordigers zal betrekken.

De selectie van de vertegenwoordigers is een verantwoordelijkheid van de benoemende organisatie.

De procedure voor het benoemen van de vertegenwoordigers is geregeld in de ex artikel 14 lid 4 van de Waterschapswet door de organisaties getroffen regelingen omtrent de selectie en benoeming van de vertegenwoordigers van de desbetreffende categorie. Het staat andere in de regio belanghebbende organisaties vrij de ZLTO te benaderen om hierover tot afstemming te komen.

De benoeming is bindend, dat wil zeggen de status van de benoemde kandidaten is gelijk aan die van gekozen kandidaten. Slechts de toetsing door het algemeen bestuur op grond van artikel 24 van de Waterschapswet kan toelating tot het algemeen bestuur verhinderen.

Artikel 8 Reglement van orde

De Waterschapswet geeft in de artikelen 35 tot en met 39 een aantal bepalingen over openbare en besloten vergaderingen en over geheimhouding. Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen vast. Voor de invulling van dat reglement verdient het aanbeveling zoveel mogelijk aan te sluiten bij de regelingen, die de Gemeentewet en de Provinciewet kennen omtrent onderwerpen van vergaderorde. Met name wordt hierbij gedacht aan het vergader- en het besluitquorum, de wijze van uitschrijven van een nieuwe vergadering en het opstellen van de agenda, stemrecht van de leden, stemprocedures en het bepalen van de stemuitslag.

Paragraaf 3. Het dagelijks bestuur

Artikel 9 Omvang dagelijks bestuur

Ten aanzien van de omvang van het dagelijks bestuur kan het reglement alleen bepalen hoeveel leden het dagelijks bestuur ten minste en ten hoogste telt. In verhouding tot de omvang van het algemeen bestuur en ter voorkoming van versnippering van bestuurstaken is gekozen voor maximaal 5 bestuursleden exclusief de dijkgraaf. Bij het bepalen van het minimale aantal leden van het dagelijks bestuur (exclusief de dijkgraaf) is het doelmatig en slagvaardig optreden uitgangspunt. In verband hiermee is het minimaal aantal leden bepaald op 3.

Het algemeen bestuur zal door de bandbreedte kunnen bepalen hoe men de vertegenwoordiging uit het algemeen bestuur gestalte wil geven en hoe men de werkzaamheden over de db-leden wil verdelen.

Artikel 10 Benoeming leden dagelijks bestuur

In de (eerste) vergadering van het algemeen bestuur vindt de benoeming plaats van de leden van het dagelijks bestuur niet zijnde de dijkgraaf. De tot lid van het dagelijks bestuur benoemde wordt geacht zijn benoeming niet aan te nemen, indien hij op de tiende dag nadat hij in kennis is gesteld van zijn benoeming zijn benoeming niet heeft aanvaard. Aanvaarding van de benoeming dient te geschieden door middel van een aangetekende brief. Hiermee wordt aangesloten bij het stelsel van fictieve weigering zoals ook opgenomen in de Provinciewet en de Gemeentewet.

In artikel 41, tweede lid van de Waterschapswet is bepaald dat de benoeming van de leden van het dagelijks bestuur plaatsvindt uit het algemeen bestuur. Gedeputeerde staten kunnen hiervan ontheffing verlenen indien het reglement die mogelijk biedt. In het tweede lid is deze mogelijkheid aan gedeputeerde staten gegeven. Dit maakt het mogelijk om geschikte kandidaten voor het dagelijks bestuur te vinden buiten de kring van het algemeen bestuur. Leden van het dagelijks bestuur die op deze wijze zijn benoemd maken daarmee overigens nog geen deel uit van het algemeen bestuur. Dat zou immers leiden tot een wijziging van het aantal zetels van het algemeen bestuur. Voor de leden van het dagelijks bestuur die niet tot het algemeen bestuur behoren gelden op grond van artikel 45 wel de eisen die aan de verkiesbaarheid van leden van het algemeen bestuur worden gesteld alsmede de incompatibiliteiten voor het lidmaatschap van het algemeen bestuur. Ook de verplichting tot het afleggen van de eed of de belofte is op deze leden van het dagelijks bestuur van toepassing. Wel moet worden geregeld dat deze leden van het dagelijks bestuur gelijktijdig met de andere leden af treden. Daarbij dient expliciet te worden opgemerkt dat de leden van het dagelijks bestuur die via de ontheffing van artikel 41, tweede lid, van de wet in het dagelijks bestuur zijn terecht gekomen alleen lid zijn van het dagelijks bestuur. Zij mogen dus alleen de bevoegdheden uitoefenen die horen bij het dagelijks bestuur. Ze zijn geen lid van het algemeen bestuur en kunnen dan ook geen bevoegdheden uitoefenen van het algemeen bestuur.

De invulling van een open gevallen plek in het dagelijks bestuur geschiedt zo spoedig mogelijk. Dit kan anders zijn indien het algemeen bestuur besluit het aantal leden van het dagelijks bestuur te verminderen.

Artikel 11 Ingang benoeming leden dagelijks bestuur

In dit artikel wordt het aanvangstijdstip van de benoeming van de leden van het dagelijks bestuur geregeld alsmede de opvolging van het gehele dagelijks bestuur na de verkiezingen.

Artikel 12 Ontslag op eigen initiatief

Dit artikel vormt een aanvulling op artikel 41 van de wet, waarin het ontslag van de leden van het dagelijks bestuur - met uitzondering van de voorzitter - summier wordt geregeld. De leden van het dagelijks bestuur, die hun ontslag nemen, geven hiervan, om bewijsrechtelijke redenen, schriftelijk kennis aan het algemeen bestuur. Deze bepaling komt overeen met de artikelen 42 en 43 van respectievelijk de Provinciewet en de Gemeentewet. De Waterschapswet bevat terzake geen bepalingen. Uit de aard van de rechtshandeling vloeit voort dat opzegging niet met terugwerkende kracht mogelijk is (vergelijk artikel 43 Gemeentewet en 42 Provinciewet).

Artikel 13 Vervanging leden dagelijks bestuur

Leden van het dagelijks bestuur kunnen worden vervangen door leden van het algemeen bestuur. De vervanging kan door het algemeen bestuur worden geregeld op verzoek van het dagelijks bestuur, het betreffende lid van dat bestuur, of uit eigen beweging. Bepalend is of de vervanging nodig is voor een goede taakvervulling van het betreffende bestuursorgaan. Algemene regels kunnen hiervoor niet worden gegeven. Het tweede lid regelt de vergoeding bij vervanging van een lid van het dagelijks bestuur.

Artikel 14 Reglement van orde

Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast. Een verschil tussen de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur is, dat de vergaderingen van het dagelijks bestuur met gesloten deuren worden gehouden, tenzij dit bestuur anders heeft bepaald. Het reglement van orde voor de vergaderingen kan regels geven over de openbaarheid van de vergaderingen van het dagelijks bestuur (artikel 42 Waterschapswet).

Met de toevoeging van de woorden “en andere werkzaamheden” wordt aangesloten bij wat daaromtrent in de praktijk is gegroeid en hetgeen is bepaald in de Provinciewet en de Gemeentewet. In de reglementen van orde worden meer activiteiten geregeld dan alleen de vergaderingen. Andere werkzaamheden kunnen betrekking hebben op de bekendmaking van besluiten, de schriftelijke afdoening van zaken en de procedurele voorbereiding van de in het dagelijks bestuur te bespreken nota’s.

Paragraaf 4. De dijkgraaf

Artikel 15 Benoeming dijkgraaf

Alvorens een aanbeveling voor de benoeming van de voorzitter als bedoeld in artikel 46, derde lid, van de wet, wordt opgemaakt, wordt, behalve in het geval van herbenoeming, een open sollicitatieprocedure gevolgd. Met een open sollicitatie wordt bedoeld een bekendmaking in de daarvoor geëigende kranten en of vakbladen.

Artikel 16 Woonplaats dijkgraaf

De provincie vindt het van belang om aan te sluiten bij regelgeving in het kader van de Provincie- en Gemeentewet. De voorzitter heeft een belangrijke rol bij calamiteiten en om die reden is de woonplaats binnen waterschapsgebied van belang.

Paragraaf 5. De secretaris

Artikel 17 Taken en bevoegdheden secretaris

De vervanging van de secretaris wordt geregeld door het algemeen bestuur. De secretaris zelf is geen bestuursorgaan. Hij is eerste adviseur van het algemeen en dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur stelt nadere regels vast omtrent de taak en de bevoegdheid van de secretaris. Hierbij kan het algemeen bestuur artikel 33, eerste en tweede lid van de wet van overeenkomstige toepassing verklaren.

Een soortgelijke regeling is opgenomen in de Gemeentewet (artikel 103, lid 2) en de Provinciewet (artikel 100, lid 2).

Hoofdstuk 4 De heffing ter bekostiging van het wegenbeheer

In dit hoofdstuk worden - gelet op het bepaalde in Hoofdstuk XVIIA, van de wet - enkel nadere regels gesteld met betrekking tot de toedeling van kosten en heffing ter bekostiging van het wegenbeheer.

De toedeling van kosten en heffing ter bekostiging van de watersysteemheffing en de zuiveringsheffing is geregeld in de wet. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om met betrekking tot de laatstgenoemde heffingen in het reglement nadere regels op te nemen.

Artikel 18 Wegenheffing

Op grond van artikel 122a, eerste lid, van de Waterschapswet kan ter behartiging van de wegentaak een heffing worden geheven van de in artikel 122a, tweede lid, van de Waterschapswet, onder a tot en met d, genoemde belangencategorieën. Met deze reglementbepaling is hieraan toepassing gegeven.

Artikel 19 Kostentoedeling wegenbeheer

Dit artikel regelt de systematiek voor de kostentoedeling terzake van het wegenbeheer aan de bij deze taak belanghebbende categorieën, als bedoeld in artikel 122a, tweede lid, van de Waterschapswet.

Met deze reglementbepaling is toepassing gegeven aan artikel 122b van de Waterschapswet.

De systematiek is analoog aan de systematiek die in de Waterschapswet is opgenomen voor de watersysteemheffing.

Hoofdstuk 5 Toezicht

Artikel 20 Toezichtbevoegdheid

In verband met het interprovinciaal karakter van het waterschap moet, ingevolge artikel 164 van de Waterschapswet, in het reglement een regeling over het toezicht worden opgenomen. Aangezien het waterschapsgebied voor het grootste deel op het grondgebied van de provincie Zeeland, en slechts voor een zeer klein deel in de provincie Noord-Brabant is gelegen, is de uitoefening van het in artikel 164 van de Waterschapswet bedoelde toezicht ingevolge titel V van de Waterschapswet hetzij van enige andere vorm van toezicht aan het college van gedeputeerde staten van de provincie Zeeland opgedragen.

Het opdragen van het toezicht aan één bestuursorgaan sluit voorts aan bij het advies “Interbestuurlijk toezicht herijkt” van de Bestuurlijke Werkgroep Alders.

Artikel 21 Meldingen

De opsomming in dit artikel van de door het waterschap te verstrekken informatie is niet limitatief bedoeld. Zo kunnen bijvoorbeeld in de omgevingsverordening nadere regels worden gesteld met betrekking tot de door het dagelijks bestuur te verstrekken informatie en (ontwerp)besluiten.

Voor besluiten die niet aan preventief toezicht zijn onderworpen geeft de Waterschapswet in artikel 156 de mogelijkheid van schorsing, eventueel gevolgd door vernietiging. Gedeputeerde staten kunnen hiertoe spontaan overgaan, dan wel een ingediend verzoekschrift honoreren. Het spontane vernietigingsrecht strekt zich uit over alle waterschapsbesluiten.

De regels die gelden voor de uitoefening van het schorsings- en vernietigingsrecht zijn in de Waterschapswet beschreven. De criteria voor vernietiging van een besluit zijn ingevolge het bepaalde in de Waterschapswet en de Algemene wet bestuursrecht: strijd met het recht of het algemeen belang. Om spontaan repressief toezicht mogelijk te maken ten aanzien van in ieder geval de wezenlijke besluiten is een meldingsplicht vastgesteld.

Volgens de Waterschapswet moeten in ieder geval aan gedeputeerde staten worden toegezonden:

  • a.

    besluiten tot vaststelling of wijziging van de keur (artikel 80 van de Waterschapswet);

  • b.

    de begroting en begrotingswijzigingen (artikel 101 van de Waterschapswet);

  • c.

    de rekening (artikel 107 van de Waterschapswet);

  • d.

    de verordeningen met betrekking tot de organisatie van de administratie, het beheer en de controle van de vermogenswaarden alsmede de verordening met regels over periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur (artikel 109b van de Waterschapswet).

Ook op grond van andere wetten bestaan voor de waterschappen verplichtingen tot toezending van besluiten aan gedeputeerde staten. Het reglement vult de wettelijke opsomming aan met een categorie gegevens die van wezenlijk belang is en waarvan derhalve op provinciaal niveau kennis dient te bestaan.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen

Artikel 22 Wijzigingen van beperkte strekking

Artikel 6 van de Waterschapswet maakt het mogelijk bij een interprovinciaal waterschap bij reglement te bepalen dat reglementswijzigingen van beperkte strekking kunnen worden opgedragen aan een van de provinciale staten. Artikel 36 voorziet hierin. Alleen reglementswijzigingen die aan goedkeuring van de Minister van Verkeer en Waterstaat onderhevig zijn moeten bij gemeenschappelijke besluitvorming plaatsvinden. Daarvan is sprake als de taken of het gebied van het waterschap wordt gewijzigd.

Ondertekening

Dit besluit is goedgekeurd bij ministerieel besluit van 16 november 2009, nr. CEND/HDJZ-2009/1283 sector WAT, voor wat betreft de vaststelling van het beheergebied en de taken.
Dit besluit treedt bij besluit van gedeputeerde staten van 19 januari 2010, nr. 10001324/18 in werking op 1 maart 2010.
Middelburg, 16 juni 2009
Provinciale Staten van Zeeland,
mevr. drs. K.M.H. PEIJS, voorzitter,
mr. P.R.A. KATSBURG, griffier.
‘s-Hertogenbosch, 2 oktober 2009
Provinciale Staten van Noord-Brabant,
dr. W.B.H.J. VAN DE DONK, voorzitter,
mevr. drs. E.M.W.J. WÖLTGENS, griffier.
Uitgegeven, 2 februari 2010
De provinciesecretaris,,
mr. drs. L.J.M. VERDULT

BIJLAGE - gebied Waterschap Scheldestromen

https://scheldestromen.maps.arcgis.com/apps/instant/basic/index.html?appid=b4ef5f63f9fa48ac8ce560560470ba7eKaart gebied Waterschap Scheldestromen

afbeelding binnen de regeling